Onderzoeksgroep

Persoon en vermogen

Expertise

Juridisch advies, projectonderzoek en onderwijsbijstand op de volgende domeinen : het verbintenissenrecht, het contractenrecht, het aansprakelijkheidsrecht, het verzekeringsrecht, het milieurecht en het medisch recht.

Vergoedingsfondsen: hun aard, functie en wettigheid. 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Vergoedingsfondsen bieden vergoeding aan slachtoffers van ongevallen ongeacht of de schade te wijten is aan een fout. Fondsen zijn gecreëerd wegens de leemten die de drie klassieke vergoedingsbronnen vertonen, nl. het aansprakelijkheidsrecht, de private verzekeringen en de sociale zekerheid. Het is moeilijk de vele voordelen van vergoedingsfondsen niet te zien: vergoeding van slachtoffers die geen zware bewijslast moeten torsen, in een eenvoudige, snelle en administratieve wijze, en zonder ze te verplichten naar de rechter te stappen. Vergoedingsfondsen lijken een deus ex machina te zijn, nu het aantal fondsen sterk stijgt in België. Gelet op het succes van fondsen is het verrassend vast te stellen dat fondsen tot nu toe niet aan een globale, kritische analyse onderworpen zijn geweest. Dit onderzoeksproject heeft tot doel de fondsen te beoordelen in het licht van de mensenrechten, in het bijzonder het recht op toegang tot de rechter (nu bepaalde fondsen die toegang beperken) en het gelijkheidsbeginsel (nu er een ongelijke behandeling is tussen slachtoffers die wel of niet een beroep op een fonds kunnen doen). Bovendien zal worden onderzocht of fondsen hun doelstellingen bereiken:een redelijke schadevergoeding, makkelijke toegang, coherent en transparant. Tot slot zal dit project nagaan wie deze fondsen moet financieren: de overheid of de private sector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Definitie en belang van de voorbeschiktheid en de voorafbestaande schade in het aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Voorbeschiktheid en voorafbestaande schade behoren tot de meest controversiële en moeilijkste onderwerpen van het aansprakelijkheids- en het verzekeringsrecht. De (pathologische) voorbeschiktheid is een kenmerk, meestal ongekend, dat het dagelijkse functioneren niet beïnvloedt, maar dat wel iemand vatbaar maakt voor schade. Een voorbeeld is een persoon met een zeldzame allergie voor een bepaalde stof, die als gevolg van een verkeersongeval gehospitaliseerd wordt, een injectie krijgt met die stof en daaraan overlijdt. Voorafbestaande schade is een abnormale fysieke of psychische toestand van het slachtoffer die gekend is of minstens bestaat op het moment van het schadegeval. Voorbeelden zijn: anatomische kenmerken (slechts één oog), pathologische fysieke kenmerken (een hartdefect), of een psychologisch kenmerk (schizofrene fases, depressies). Het bekendste voorbeeld is de eierschaalschedel-zaak waarin een persoon met een eierschaalschedel of zeer dunne schedel overlijdt als gevolg van een ongeval dat bij een normale persoon slechts een buil zou hebben veroorzaakt. De fout van een derde kan in deze hypotheses de voorafbestaande schade verergeren: een eenogige persoon kan door een ongeval zijn tweede oog verliezen. Ook kan een ongeval de evolutie van de voorafbestaande schade verhaasten: een voorbeeld hiervan is de ongeneeslijk zieke persoon die sterft door een verkeersongeval. In al deze zaken is de cruciale vraag of de benadeelde volledig vergoed zal worden of enkel een vergoeding zal krijgen voor de voorzienbare schade of voor de afzonderlijk veroorzaakte schade. Kortom en verwijzend naar de gegeven voorbeelden: moet de schadeverwekker enkel het verkeersongeval of de dood van het slachtoffer (met de zeldzame allergie) vergoeden? Vergoeding voor het ene oog, of voor de blindheid? Voor de dood door een verkeersongeval of enkel voor de tijd die de ongeneeslijke patiënt nog had te leven? In het aansprakelijkheidsrecht is de basisregel integrale schadevergoeding. De regel van de integrale schade-vergoeding komt evenwel onder druk te staan wanneer de schade onvoorzienbaar was of de omvang van de schade onvoorzienbaar was als gevolg van een voorbeschiktheid of van voorafbestaande schade. Bijgevolg is een belangrijke onderzoeksvraag: zijn de gevallen van voorbeschiktheid en voorafbestaande schade en de toepasselijke regels conform aan het principe van integrale schadevergoeding? Voorbeschiktheid en voorafbestaande schade spelen ook een belangrijke rol in het verzekeringsrecht. Voor een behoorlijke beoordeling van het te verzekeren risico, het leven of de fysieke integriteit van de persoon, wensen verzekeraars informatie over de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde. Daartoe gebruiken verzekeraars medische vragenlijsten of leggen zij medische onderzoeken op om o.a. te peilen naar voorafbestaande schade. Vragen over voorafbestaande aandoeningen kunnen zonder twijfel in conflict komen met fundamentele rechten, zoals het recht op privacy en het recht op non-discriminatie. Dit onderzoeken behoort tot de kernpunten van dit project. Verder rijst de vraag of een verzekeraar zelf de omschrijving van voorafbestaande schade kan invullen en dekking kan weigeren wanneer de kandidaat-verzekerde geen informatie over voorafbestaande schade heeft verstrekt. Verzekeraars gebruiken verschillende clausules om voorafbestaande schade uit te sluiten, wat op het eerste gezicht conform is aan de contractuele vrijheid. Zo beperken zij soms dekking van een voorafbestaande schade voor een bepaalde periode (bv. een wachttermijn van 1 jaar). Verder verhogen zij soms de premie als gevolg van een voorafbestaande aandoening (bv. astma). Tot slot, en belangrijker, gebruiken verzekeraars soms clausules over voorafbestaande schade om dekking geheel te weigeren ofwel dekking te weigeren voor die bepaalde voorafbestaande schade. Deze verzekeringspraktijk moet worden getoetst aan de fundamentele rechten en het contractueel evenwicht tussen partijen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergoedingsfondsen: hun aard, functie en wettigheid. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

In bepaalde gevallen heeft de wetgever dit probleem trachten op te lossen door schadevergoedingsfondsen op te richten. Het schadevergoedingsfonds vergoedt het slachtoffer los van enige fout van de schadeverwekker. Binnen die fondsen kan een onderscheid worden gemaakt tussen waarborgfondsen en schadefondsen. In beide gevallen wordt een schadevergoeding uitgekeerd die het slachtoffer niet zou hebben verkregen via de sociale zekerheid of het aansprakelijkheidsrecht. Maar de vergoedingsvoorwaarden tussen beide soorten fondsen verschillen. Waarborgfondsen, zoals het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds of het Fonds voor Slachtoffers van Opzettelijke Misdrijven, fungeert als een opvangnet dat het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht aanvult. Dit soort fondsen komt tussen wanneer de schadeverwekker weliswaar aansprakelijk is, maar hij niet kan worden gevonden, of niet of onvoldoende bemiddeld dan wel verzekerd is. De zgn. schadefondsen, daarentegen, zoals het Asbestfonds of het Fonds Medische Ongevallen, vergoeden slachtoffers zonder dat er sprake is van enige aansprakelijkheid, bv. omdat er geen fout van de schadeverwekker kan worden aangetoond. De Belgische rechtsleer heeft tot nu toe weinig interesse getoond voor deze evolutie naar steeds meer fondsen, laat staan dat er een grondige, overspannende analyse zou bestaan van alle schadevergoedingsfondsen waarin de fondsen en hun sterktes en zwaktes met elkaar worden vergeleken. Dit kan ook verklaard worden door het feit dat ook bij de wetgever elke duidelijke visie op fondsen ontbreekt. Fondsen worden doorgaans gecreëerd n.a.v. een ad hoc behoefte. Zo werd het Fonds voor Technologische Ongevallen opgericht n.a.v. de gasramp in Ghislenghien. Het doel van dit projectvoorstel is een coherente, kritische analyse te maken van deze fondsen. Wij willen een antwoord te bieden op vragen naar de wenselijkheid van die fondsen, de rechtvaardiging ervan, de vraag of de fondsen aan de schadevergoedende functie voldoen en binnen welke termijn, en wie de organisatie en de financiering van die fondsen op zich moet nemen. Op basis van die antwoorden kunnen criteria worden ontwikkeld om de bestaande fondsen te verbeteren en kan worden nagegaan of fondsen in nieuwe domeinen moeten worden opgericht. Het project heeft eveneens tot doel te onderzoeken of de verschillende fondsen geharmoniseerd kunnen worden en kunnen leiden tot een zgn. "Superfonds". De fondsen in België maken de basis uit van het onderzoek. Maar ook de fondsen uit andere landen, zoals de USA, de VK, Frankrijk en Nederland, zullen in het onderzoek worden betrokken. Dit zal ons in staat stellen op basis van een functionele, vergelijkende analyse een beter en kritischer begrip te krijgen van het onderwerp.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergoedingsfondsen: hun aard, functie en wettigheid 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Vergoedingsfondsen bieden vergoeding aan slachtoffers van ongevallen ongeacht of de schade te wijten is aan een fout. Fondsen zijn gecreëerd wegens de leemten die de drie klassieke vergoedingsbronnen vertonen, nl. het aansprakelijkheidsrecht, de private verzekeringen en de sociale zekerheid. Het is moeilijk de vele voordelen van vergoedingsfondsen niet te zien: vergoeding van slachtoffers die geen zware bewijslast moeten torsen, in een eenvoudige, snelle en administratieve wijze, en zonder ze te verplichten naar de rechter te stappen. Vergoedingsfondsen lijken een deus ex machina te zijn, nu het aantal fondsen sterk stijgt in België. Gelet op het succes van fondsen is het verrassend vast te stellen dat fondsen tot nu toe niet aan een globale, kritische analyse onderworpen zijn geweest. Dit onderzoeksproject heeft tot doel de fondsen te beoordelen in het licht van de mensenrechten, in het bijzonder het recht op toegang tot de rechter (nu bepaalde fondsen die toegang beperken) en het gelijkheidsbeginsel (nu er een ongelijke behandeling is tussen slachtoffers die wel of niet een beroep op een fonds kunnen doen). Bovendien zal worden onderzocht of fondsen hun doelstellingen bereiken:een redelijke schadevergoeding, makkelijke toegang, coherent en transparant. Tot slot zal dit project nagaan wie deze fondsen moet financieren: de overheid of de private sector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financieel toezicht in de verzekeringssector. 01/10/2017 - 31/12/2018

Abstract

Dit project onderzoekt hoe de omzetting van de Solvency II-richtlijn in de wet van 13 maart 2016 en de uitbreiding van de MiFID-gedragsregels naar de verzekeringssector de toets aan het proportionaliteitsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel kunnen doorstaan. Vanuit dit perspectief analyseert het onderzoek aldus zowel het prudentieel toezicht als het gedragstoezicht op de verzekeringssector. De doelstelling is om aanbevelingen te formuleren voor de wetgever enerzijds, en voor de Nationale Bank van België en de FSMA anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Gezondheidsrecht en Gezondheidsethiek (AHLEC). 01/01/2014 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Aansprakelijkheidsrecht en Verzekeringsrecht (ALLIC). 01/01/2014 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Francqui Leerstoel 2012-2013 Prof. Simon Deakin. 01/10/2012 - 30/09/2013

Abstract

Op voorstel van de Universiteit, kent de Francqui-Stichting elk jaar twee Francqui-Leerstoelen toe aan de UAntwerpen. Deze zijn bedoeld om de uitnodiging mogelijk te maken van een Professor van een andere Belgische Universiteit of uit het buitenland, voor een reeks van tien lesuren. De Francqui-Stichting betaalt aan de titularis van een Francqui-Leerstoel het honorarium voor deze tien lessen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het juridisch-ethisch statuut van menselijk lichaamsmateriaal, in het bijzonder organen en weefsels. 01/07/2009 - 30/06/2013

Abstract

Zowel voor therapeutische als onderzoeksdoeleinden is afgestaan menselijk lichaamsmateriaal zeer waardevol, bv. bloed, sperma, eicellen, organen en weefsels. Doel van het project is na te gaan wat het juridisch - ethisch statuut is van afgestaan lichaamsmateriaal, wat de argumenten pro en contra zijn tegen commercialisering van afgestaan lichaamsmateriaal en wat de rol is van de overheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het medisch-ethisch-juridisch statuut van stamcellen en stamcelonderzoek. 01/10/2007 - 14/09/2012

Abstract

Doel van het project is op zoek te gaan naar de toegangs-,kwaliteits-en veiligheidsvoorwaarden van stamcelonderzoek, in het licht van ethisch ¿ juridische beginselen als de autonomie van de persoon en de beschermwaardigheid van embryo's, in interactie met de voortdurende evolutie van de geneeskunde op dit vlak.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monitoring van de kwaliteit van zorgen rond levensbeëindiging in Vlaanderen. (MELC-study) 01/09/2006 - 01/09/2010

Abstract

Het doel van de studie is tweevoudig. Eerst wil de studie de zorgbeslissingen aan het einde van het leven evalueren in de medische praktijk in Vlaanderen, en deze gegevens vergelijken met de gegevens in Nederland. Verder wenst de studie kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen voor zorg en beslissingen aan het levenseinde.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De positie van de psychiatrische patiënt in de patiëntenrechtenwet. 01/10/2005 - 30/09/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aansprakelijkheid bij het gebruik van radio-isotopen en ioniserende straling in de medische sector. 01/10/2002 - 30/09/2003

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Risk management of schadepreventiebeleid bij artsen en ziekenhuizen. 01/10/1999 - 30/09/2001

    Abstract

    Een schadepreventiebeleid bij artsen / ziekenhuizen steunt op ten minste 4 pijlers : voorlichting, klachtenbehandeling, risk management en untoward incident reporting. In België bestaat er over dit onderwerp geen of nagenoeg geen literatuur. Het doel van dit project is meer informatie te verzamelen via de aankoop van buitenlandse boeken over dit onderwerp, en door studiebezoeken af te leggen. De verkregen informatie kan dan de basis vormen van publicaties.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      De rechtspositie van geestesziekten in het burgerlijk recht. 01/10/1998 - 30/09/1999

      Abstract

      Uitgangspunt voor het onderzoek is een korte medische classificatie van wat onder een geestesziekte kan worden verstaan. Aan omstreden gevallen zoals toxicomanie of sexueel deviant gedrag, wordt getracht een plaats te geven. De bekomen classificatie wordt in een hoofddeel geprojecteerd op burgerrechtelijke bepalingen omtrent geestesziekten. Een tweedeling wordt gemaakt tussen de positie van de geesteszieke zelf en die van derden, de maatschappij inbegrepen. De juridische regeling betreffende persoonlijkheidsrechten, familierechtelijke aspecten en de goederen wordt achtereenvolgens besproken. Voorstellen tot opvullen van hiaten worden geformuleerd. Ook wordt de mogelijkheid bestudeerd van een algemeen mentorschap, mbt. de personen en/of de goederen. Daarbij zullen in het buitenland geldende regelingen van naderbij worden bekeken.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Onderzoek naar het juridisch statuut van de directeur Medische Hulpverlening in het raam van het MIP. 01/09/1998 - 20/11/1998

        Abstract

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Genetica, ethiek en recht. 01/01/1997 - 31/12/1998

          Abstract

          Invloed van het onderzoek op het vlak van genetica op verzekeringsrechtelijke en arbeidsrechtelijke keuringen.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            De civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor schade tengevolge van medische experimenten op mensen. 01/01/1997 - 31/12/1998

            Abstract

            Medische experimenten met mensen worden gekenmerkt door een inherent belangenconflict waarbij een afweging dient te gebeuren tussen de rechten van de proefpersoon enerzijds en de mogelijke belangen van de onderzoeker, het ziekenhuis, de farmaceutische industrie en het etisch comitÚ anderzijds. Bijzondere aandacht gaat uit naar de rechtspositie van de proefpersoon. De uiteindelijke betrachting in het schetsen van een wettelijk kader waarbij elementen worden gebruikt, verkregen uit rechtsvergelijkend onderzoek, gelet op een ontoereikende Belgische wetgeving.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              De rechtspositie van geestesziekten in het burgerlijk recht. 01/10/1996 - 30/09/1998

              Abstract

              Uitgangspunt voor het onderzoek is een korte medische classificatie van wat onder een geestesziekte kan worden verstaan. Aan omstreden gevallen zoals toxicomanie of sexueel deviant gedrag, wordt getracht een plaats te geven. De bekomen classificatie wordt in een hoofddeel geprojecteerd op burgerrechtelijke bepalingen omtrent geestesziekten. Een tweedeling wordt gemaakt tussen de positie van de geesteszieke zelf en die van derden, de maatschappij inbegrepen. De juridische regeling betreffende persoonlijkheidsrechten, familierechtelijke aspecten en de goederen wordt achtereenvolgens besproken. Voorstellen tot opvullen van hiaten worden geformuleerd. Ook wordt de mogelijkheid bestudeerd van een algemeen mentorschap, mbt. de personen en/of de goederen. Daarbij zullen in het buitenland geldende regelingen van naderbij worden bekeken.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                De civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van medische experimenten op mensen. 01/01/1995 - 31/12/1996

                Abstract

                Het doel van dit project is te onderzoeken, in rechtsvergelijkend perspectief, of medische experimenten juridisch geoorloogd zijn, welke voorwaarde daartoe vervuld moeten zijn en welke aansprakelijkheids- en verzekeringsproblemen daarbij rijzen.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis. 01/10/1994 - 31/12/1995

                  Abstract

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                    De discriminatie veroorzaakt door AIDS in Nederland en aanverwante aspecten. 01/10/1994 - 30/09/1995

                    Abstract

                    Onderzoek naar juridische regels en administratieve praktijken die aanleiding geven tot discriminatie tov AIDS-lijders of die tot doel hebben die discriminatie te bestrijden, en het formuleren van beleidsvoorstellen.

                    Onderzoeker(s)

                    Onderzoeksgroep(en)