Onderzoeksgroep

Onderneming en recht

Expertise

Mijn onderzoek situeert zich in het privaatrecht en handelsrecht en beoogt de centrale vraag te beantwoorden hoe privaatrecht interageert met een veranderende maatschappij. Daarbij zijn er drie prominente onderzoekslijnen: 1) effectieve bescherming van kwetsbare actoren in een wijzigende maatschappij. Focus ligt daarbij op freelancers, passagiers en consumenten. Op deze onderzoekslijn worden momenteel 4 PhD-projecten voorbereid onder mijn begeleiding: Fiona Unz en Josje De Vogel (beiden ESL), Bregtje Dikker). Binnen deze onderzoekslijn situeert zich ook het project gig@risk dat risicomanagementmodellen in de platform economie onderzoekt en waarop Feyisayo Lari-Williams haar PhD doet. 2) De toepasselijkheid en toepassing van transportrecht in een evoluerende logistiek. Binnen deze onderzoekslijn werd 1 proefschrift verdedigd waarvan ik co-promotor was (Susan Niessen (ESL)). 3) het ontwerp van contractuele modellen voor samenwerking. Op deze onderzoekslijn wordt momenteel 1 PhD-project voorbereid onder mijn begeleiding. (Marta Kolacz (ESl).

Via een slim juridisch kader naar slim autonoom binnenvaartvervoer. (autobarge) 01/12/2020 - 30/11/2022

Abstract

De Europese waterwegen bieden een vitale infrastructuur die de afgelopen eeuw sub-optimaal gebruikt werd. Onbemand Vervoer biedt een unieke kans om deze waterwegen te heractiveren en zo een opportuniteit te creëren voor een verdere verduurzaming van de logistiek. Hiertoe vinden reeds verschillende operationele onderzoeksprojecten plaats. Echter, naast operationele en technologische innovaties, moeten ook belangrijke juridische hindernissen worden overwonnen om tot een succesvolle commerciële marktintroductie te kunnen overgaan. Deze uitdagingen bestaan zowel op het vlak van regulering als op het vlak van contractenrecht. Dit project beoogt om deze hindernissen in beide domeinen uit de weg te ruimen. Een uitgebreid aantal wettelijke bepalingen verzetten zich tegen onbemande binnenvaart. Het probleem dat aan de basis hiervan ligt, is dat een juridisch kader dat onbemande scheepvaart erkent en verder gaat dan loutere experimenteerwetgeving, afwezig is. Dit project beoogt de state of the art rond juridische aspecten van autonoom vervoer in kaart te brengen, stakeholders samen te brengen en internationale projecten voor te bereiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een juridisch kader voor deeleconomie in de logistiek: cargo bundling. 15/07/2020 - 14/07/2021

Abstract

Verduurzaming van de logistieke sector blijft een grote maatschappelijke uitdaging. Effecten van wegvervoer op luchtkwaliteit en bereikbaarheid zijn bijvoorbeeld in een stad als Antwerpen dagelijks merkbaar. Naast investeringen in een modal shift en milieuvriendelijkere voertuigen, ligt een mogelijke oplossing ook de efficiëntieverhoging van het wegvervoer. Nog steeds rijdt een aanzienlijk percentage vrachtwagens leeg rond en ligt de gemiddelde laadgraad van vrachtwagens zeer laag. Dat is niet enkel slecht nieuws voor de maatschappij, maar ook voor verladers, die uiteindelijk de rekening betalen van al deze lege kilometers. Als middel tot efficiëntieverhoging, zien we ook in de logistiek de deeleconomie zijn intrede doen en dit in de vorm van cargo bundling. Bij cargo bundling bundelen verladers eerst zelf hun deelvrachten met een gemeenschappelijke bestemming tot een volle lading. Op die manier kunnen zij een lagere vrachtprijs genieten dan bij groepage (bundelen van deelvrachten door de vervoerder) het geval is. Op deze manier verlaagt cargo bundling niet alleen de logistieke kosten voor bedrijven en maakt het zo ook nieuwe exportmarkten bereikbaar, maar daarnaast vermindert het ook de maatschappelijke kosten van de logistiek. Zo kan cargo bundling bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen in de logistieke sector. Cargo bundling vormt echter een uitdaging voor het bestaande juridische kader. Cargo bundling geeft immers aanleiding tot complexe contracten -meerpartijenovereenkomsten en verbonden contracten- waar het transportrecht noch het algemeen contractenrecht aan zijn aangepast. Als gevolg hiervan kan cargo bundling aanleiding geven tot rechtsonzekerheid en zelfs een verhoogde aansprakelijkheidsblootstelling. Daarmee vormt het juridisch kader hier een belemmering voor deze mogelijkheid tot duurzamer vervoer. Doel van dit project is dan ook om de juridische belemmeringen die het juridisch kader schept voor cargo bundling te analyseren en contractuele en wetgevende modellen te maken voor het elimineren van deze obstakels. Daarbij bouwt dit project verder op de beschikbare kennis rond cargo bundling in managementliteratuur en linkt het deze met literatuur rond meerpartijenovereenkomsten en transportrecht. Op deze manier biedt dit onderzoek niet enkel een juridisch kader voor cargo bundling, maar draagt het ook bij aan verdere theorievorming rond meerpartijenovereenkomsten en biedt het een basis voor verder onderzoek rond horizontale samenwerking in de logistiek. De gebruikte methode is daarbij innovatief nu naast rechtsvergelijkend onderzoek, ook empirisch onderzoek naar de voorkeuren van en weerstanden in de sector wordt gevoerd door middel van surveys bij verladers. Dit laat toe om een juridisch kader te bouwen dat niet alleen cargo bundling kan faciliteren, maar ook aansluit bij de wensen van de sector wat tot maximale acceptatie kan leiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwerp van wetsvoorstel betreffende transportorganisatoren. 01/06/2020 - 01/07/2022

Abstract

De sector van transportorganisatoren heeft aanzienlijke wijzigingen ondergaan in de afgelopen periode. Vooral digitalisering en nieuwe types sui generis tussenpersonen hebben een disruptieve invloed gehad op de markt. Dit onderzoek heeft tot doel om juridische wijzigingen aan te bevelen die tot doel hebben een antwoord te bieden aan deze disrupties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gig@risk: naar een juridisch kader voor risicomanagent voor gig workers en prosumers. 01/10/2019 - 30/09/2023

Abstract

De platformeconomie maakt het mogelijk voor consumenten om hun beschikbare tijd (als gig worker) of middelen (als prosument) te vermarkten. Dat kan met zeer beperkte transactiekosten op een zeer korte termijn. Dat heeft echter tot gevolg dat de informatienoden om een dergelijke activiteit te ontplooien ook sterk zijn verminderd, waardoor deze actoren zich mogelijks niet bewust zijn van de risico`s hieraan verbonden. In verschillende domeinen van het privaatrecht bestaan regels die risicomanagement van beschermenswaardige partijen tot doel hebben. Dit gebeurt middels informatieverplichtingen, aansprakelijkheidsbeperkingen en verplichte verzekering. Het beperkte toepassingsgebied van veel van deze regimes zorgt er echter voor dat gig work- en prosumentencontracten niet noodzakelijk van een zelfde bescherming genieten. Dit onderzoek heeft tot doel om te onderzoeken welke risico`s gig workers en prosumenten lopen, in hoeverre zij hiervan bewust zijn en om risicomanagementmodellen te ontwikkelen die gig workers, prosumenten en derden kunnen beschermen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Economisch en mededingingsrecht. 01/09/2019 - 31/08/2024

Abstract

The envisaged research consists of 4 subprojects. These subprojects are 1) effective consumer protection; 2) effective protection of gig workers; 3) rebalancing businesses` rights and obligations in the contract chain and 4) enhanced contract designs for horizontal cooperation. These subprojects to a large extent build upon the existing axes in my research, while at the same time expanding the scope of this research. The first two subprojects mainly build upon the second research axe 1), 2) "Effective protection of vulnerable market participants" and mainly aim at strengthening my profile in these domains. The third sub-project builds upon the first axe "transport law in a changing context", but aims to expand this research to other domains, outside transport law. The fourth sub-project is an extension of my current research axe on "enhanced contract designs for horizontal cooperation", but again aims a strengthening this research in domains other than logistics, while at the same time confirming and further establishing my status as authority on horizontal cooperation models in the logistics industry.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)