Diploma basisarts... wat nu?
De afstuderende masterstudenten geneeskunde beleven eind juni een heel spannend moment in hun loopbaan: de selectie voor een vervolgopleiding. Het diploma basisarts dat ze behaald hebben is immers geen finaliteit, maar slechts een voorbereiding op de vervolgopleiding. Wie afgestudeerd is als basisarts, heeft verschillende keuzes:
- Een huisartsenopleiding
- Een opleiding tot ziekenhuisspecialist
- Een opleiding in de sociale geneeskunde
- Of een wetenschappelijk traject
Voor de eerste twee mogelijkheden dient de kandidaat een selectieprocedure te doorlopen. Voor de huisartsenopleiding wordt deze georganiseerd door het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO), voor ziekenhuisspecialisten wordt deze facultair georganiseerd door het Instituut voor Ziekenhuisspecialisten Opleiding (IZO).
Voor de opleiding tot ziekenhuisspecialist zijn die plaatsen beperkt, bij de huisartsenopleiding, de opleiding gerechtelijke geneeskunde, sociale geneeskunde en gerechtelijke geneeskunde geldt zo’n beperking (contingering) niet.
Het aantal beschikbare opleidingsplaatsen (of contingentplaatsen) voor de opleiding tot ziekenhuisspecialist wordt elk jaar federaal bepaald op basis van het aantal afstuderende artsen. In Vlaanderen zijn deze quota altijd erg strikt geweest. Deze contingentplaatsen worden tijdens een interfacultair Vlaams decanenoverleg over de verschillende faculteiten verdeeld.
Hoe verloopt de selectie?
Een student kan op twee mogelijke vervolgopleidingen kandideren. Van die vervolgopleidingen dient hij of zij al een coassistentschap van vier weken te hebben volbracht.
De coördinerend stagemeester geeft aan het IZO door hoeveel opleidingsplaatsen er zijn voor zijn of haar specialisme. Samen met het opleidingscollege wordt een interviewsessie georganiseerd met de kandidaten. Om de onpartijdigheid van deze interviews te garanderen, worden deze sessies bijgewoond door een IZO-vertegenwoordiger.
Op basis van verschillende criteria maakt het opleidingscollege per specialiteit een rangorde van de kandidaten. Deze criteria liggen op voorhand vast en omvatten onder andere studieresultaten, stagebeoordeling en portfoliobeoordeling. Daarnaast krijgen ook disciplinespecifieke criteria (bijvoorbeeld een vaardighedentoets) en het interview een gewicht.
Hierna kunnen studenten zich in vier mogelijke situaties geplaatst zien:
- Gerangschikt met opleidingsplaats
- Gerangschikt maar zonder direct beschikbare opleidingsplaats (op reservelijst)
- Tijdelijk niet gerangschikt voor de opleiding (één herkansingsmogelijkheid)
- Definitief niet gerangschikt voor de opleiding (geen herkansing mogelijk)
Wanneer een student voor beide opleidingen waarvoor hij/zij kandideerde gerangschikt wordt met een opleidingsplaats, moet de student telefonisch aan het IZO zijn definitieve keuze doorgeven. Dit telefonisch contact wordt op een aparte dag na afloop van alle sollicitaties bepaald. Door de keuze voor een specialisme, valt de student weg in een ander specialisme en kan iemand van de reservelijst opschuiven en zo een plaats in de opleiding bemachtigen.
Iemand die niet gerangschikt werd voor een bepaalde opleiding kan voor deze opleiding niet meer opnieuw kandideren aan de UAntwerpen, dit is wel het geval voor mensen die op de reservelijst staan of die tijdelijk niet gerangschikt werden (één herkansingsmogelijkheid). Wanneer het aantal opleidingsplaatsen voor een bepaald specialisme niet opgevuld worden kan dit specialisme beslissen om een tweede selectieronde te organiseren.