Niveau 1

Wat leer je in deze cursus?

  • Je verwerft de basis van de Portugese grammatica zodat je je correct en duidelijk kan uitdrukken in het heden en in het verleden), en je maakt ook kennis met andere tijden zoals de gebiedende wijs (imperatief) en de voorwaardelijke wijs (conditionalis).
  • Je leert de basiswoordenschat van het Portugees gebruiken in alledaagse situaties. Thema’s zijn onder andere: jezelf, je familie en vrienden voorstellen, in een restaurant bestellen, vertellen over je vrije tijd, boodschappen doen en winkelen, vertellen over het verleden, naar de dokter gaan, je huis beschrijven, enzovoort.
  • Cultuur speelt een centrale rol in de cursus: je ontdekt het leven en de gewoonten in Portugal en andere Portugeessprekende landen, van tradities, gastronomie en muziek tot geschiedenis en actuele gebruiken. Dat maakt het leren niet alleen boeiender, maar ook authentieker en betekenisvoller.
  • Je oefent verschillende vaardigheden zoals luisteren, lezen, schrijven en spreken. De nadruk ligt op spreken, met aandacht voor een correcte toepassing van grammatica, woordenschat en uitspraak.
  • Thuis studeer en herhaal je de leerstof en maak je oefeningen, zodat je in de klas actief kan deelnemen aan herhalingsopdrachten en communicatieve oefeningen met de ondersteuning van je taaldocent.