De recente mediaberichten over zogenaamde “horrorstages” tonen slechts een klein en uitzonderlijk deel van de werkelijkheid, want de uitdagingen in de zorgsector zijn breder en grotendeels structureel. Door een stijgende zorgvraag, een verouderend personeelsbestand en een dalende instroom van jongeren staat ook het stageklimaat onder druk. Toch blijven stages een essentieel onderdeel van de opleiding verpleegkunde: ze helpen studenten groeien in klinisch redeneren, verantwoordelijkheid opnemen, samenwerken en een sterke professionele identiteit ontwikkelen. Een uitdagende stage is niet noodzakelijk negatief; het is vooral de kwaliteit van de begeleiding die bepaalt of een student een leerzame ervaring heeft.
Om de kwaliteit van stages structureel te versterken, werd in 2025 het stagecharter voor zorg en welzijn ingevoerd. Dit charter legt afspraken vast rond voorbereiding, onthaal, feedback, leerveiligheid en professioneel begeleiderschap. De rol van de begeleidingsverpleegkundige wordt daarbij steeds belangrijker, met de vraag om deze functie ook in sectoren buiten het ziekenhuis te verankeren. Tegelijk blijft begeleiding een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het hele team, omdat elke verpleegkundige bijdraagt aan het leerklimaat door respectvolle communicatie, ruimte voor vragen en een open houding. Studenten brengen bovendien nieuwe inzichten mee die teams helpen reflecteren op hun werking.
Sterke stages zijn rechtstreeks gelinkt aan instroom en retentie: studenten die zich welkom en goed ondersteund voelen, blijven later vaker in de zorg werken. Daarom benadrukken zowel onderwijs, werkveld als beleid dat stages en de startfase in het beroep één doorlopend traject vormen, waarin warme begeleiding en duidelijke structuur cruciaal zijn. Ondanks de uitdagingen tonen vele voorbeelden in Vlaanderen dat goed mentorschap, teamengagement en een veilig leerklimaat een groot verschil maken.