Sanne Bombeek Ι A nursing triage protocol for minor orthopedic trauma in an emergency department: the effect on flow times, quality of care and patient satisfaction. A randomized controlled trial.

Masterproef door Sanne Bombeek

Promotor: Prof. dr. Filip Haegdorens
Begeleider: Prof. dr. Tom Van Zundert

INTRODUCTIE:
In 2019 verliep in België bijna de helft van alle ziekenhuiscontacten via de spoedgevallendienst. Bovendien kende het aantal spoedaanmeldingen een stijging van 23% in het afgelopen decennium. Vooral op een spoedgevallendienst zonder team triage of fast-track programma kunnen patiënten met een mineur orthopedisch trauma geconfronteerd worden met lange wachttijden.

ONDERZOEKSVRAAG:
Wat is het effect van de introductie van een Verpleegkundig Triage Protocol (NTP) voor patiënten met een mineur orthopedisch trauma op de doorlooptijden, kwaliteit van zorg en patiëntentevredenheid op een spoedgevallendienst?

METHODE:
Een monocentrische, ongeblindeerde, gerandomiseerde en gecontroleerde studie met parallelle groepen includeerde 220 volwassenen die zich aanmelden op de spoedgevallendienst van een regionaal ziekenhuis in België. Inclusiecriteria waren de aanwezigheid van recente, accidentele en niet-urgente verwondingen van de distale ledematen. De deelnemers werden gerandomiseerd in de NTP groep (n=110) of de Usual Care (UC) groep (n=110). Een verpleegkundige voerde het klinisch onderzoek uit en initieerde medische beeldvorming tijdens de triage in de NTP groep, terwijl een urgentiearts dit deed na de triage in de UC groep.

RESULTATEN:
Aan de hand van een intention-to-treat analyse werden de resultaten van 108/110 (NTP) en 107/110 (UC) deelnemers verwerkt. De NTP groep (mediaan 17, IQR 11-27) had een significant lagere doorlooptijd van registratie op de spoedgevallendienst tot de aanvraag van medische beeldvorming in vergelijking met de UC groep (mediaan 38, 22–65.5). De UC groep (mediaan 54, IQR 34–73.5) had een significant lagere doorlooptijd tussen aanvraag van medische beeldvorming en ontslag van de spoedgevallendienst in vergelijking met de NTP groep (mediaan 67, IQR 47-95). Er was geen significant verschil in TLOS tussen de NTP groep (mediaan 89.5, IQR 63.3–119.8) en de UC groep (mediaan 97, IQR 66-133). De resultaten van patiëntentevredenheid en kwaliteit van zorg verschilden niet significant tussen de twee groepen.

DISCUSSIE:
De significant lagere doorlooptijd in de UC groep tussen aanvraag van medische beeldvorming en ontslag van de spoedgevallendienst was onverwachts en kan wijzen op systeem bias. Het gebrek aan significant verschil in patiëntentevredenheid over het klinisch onderzoek tussen beide groepen toont aan dat getrainde verpleegkundigen door patiënten als even gekwalificeerd aanschouwd worden als urgentieartsen. Beperkingen van het onderzoek zijn de relatief grote hoeveelheid ontbrekende data in de secundaire uitkomsten en het monocentrisch opzet van de studie. Bovendien kunnen de resultaten mogelijks niet geëxtrapoleerd worden naar de pediatrische patiënt of het buitenland en is selectie bias niet uitgesloten. De implementatie van NTPs voor de initiatie van medische beeldvorming in combinatie met de introductie van verpleegkundig specialisten, die de autonomie hebben om patiënten met mineure orthopedisch verwondingen te ontslaan van de spoedgevallendienst, dient verder onderzocht te worden.

CONCLUSIE:
Het NTP verminderde de doorlooptijd tussen registratie op spoedgevallen en aanvraag voor medische beeldvorming maar had geen invloed op de TLOS. Doorlooptijd tussen aanvraag voor medischebeeldvorming en ontslag was significant korter in de UC groep. De resultaten van patiëntentevredenheid en kwaliteit van zorg verschilden niet significant tussen de twee groepen.

Laurent Desmet Ι Taakherverdeling van huisarts naar verpleegkundige in de acute infectiezorg: Een Belgische, monocentrisch, prospectieve cohortstudie.

Masterproef door Laurent Desmet

Promotor: prof. dr. Peter Van Bogaert
Begeleider: Lieve Seuntjens

INLEIDING:
Door een toenemende zorgvraag in de eerstelijn, gecombineerd met een tekort aan huisartsen komt de toegankelijkheid, maar ook de kwaliteit van zorg onder druk te staan. Om deze uitdaging aan te pakken, experimenteren zorgorganisaties met nieuwe vormen van samenwerking en taaksubstitutie in zowel chronische als acute zorg. Deze studie onderzoekt de impact van de implementatie van verpleegkundig geleide consultaties ten opzichte van huisarts geleide consultaties bij patiënten met acute infectieklachten.

METHODE:
De studie betreft een monocentrisch, prospectieve cohortstudie uitgevoerd in een multidisciplinaire huisartsenpraktijk. Door middel van dossieranalyse werd 14 dagen na een infectieconsultatie gekeken naar het aantal hercontacten in functie van de initiële aanmeldingsklacht, en of er een verschil is tussen huisartsgeleide of verpleegkundig-geleide consultaties. Secundair werd er gekeken naar farmacologische interventies en het voorschrijfgedrag van afwezigheidsattesten.

RESULTATEN:
Er werden 352 consultaties geanalyseerd, waarvan 174 uitgevoerd door huisartsen en 178 door verpleegkundigen. Er werd geen verschil gevonden tussen het aantal hercontacten binnen 14 dagen (p = ,547). Er was echter 3,6 keer meer kans dat een farmacologische interventie werd geïnitieerd bij een huisarts ten opzichte van een verpleegkundige. Het al dan niet uitvoeren van een farmacologische interventie had geen significante invloed op het aantal hercontacten binnen 14 dagen.

DISCUSSIE:
Hoewel deze resultaten veelbelovend zijn, is uitgebreider onderzoek nodig. Hierbij moeten ook de ervaringen van patiënten en zorgverleners worden meegenomen. Daarnaast is er een faciliterend juridisch en financieel kader nodig, alsook een onderbouwde en gestructureerde opleiding om deze taakverschuiving veilig en efficiënt te implementeren.Conclusie: Deze studie toont aan dat verpleegkundigen veilig en efficiënt kunnen worden ingezet in de acute infectiezorg van een huisartsenpraktijk. De herverdeling van taken in de acute infectiezorg kan helpen om de druk op de huisarts te verminderen en heeft het potentieel om het verpleegkundig beroep aantrekkelijker te maken voor een breder publiek.