Onderzoekslijnen

Persoonlijkheidsrechten

Persoonlijkheidsrechten behoren toe aan alle personen door het loutere feit dat het recht hen als persoon beschouwt. Ze zijn bedoeld om fysieke, psychologische en morele eigenschappen alsmede hun uitwendige uiting te beschermen. Het geheel van deze eigenschappen is de persoonlijkheid van een persoon. In deze onderzoekslijn worden de rechtswetenschappelijke twistvragen en de onopgeloste uitdagingen inzake persoonlijkheidsrechten onderzocht vanuit het perspectief van alle rechtstakken begrepen in de onderzoeksgroep.

Contractualisering

Het verbintenissenrecht en meer specifiek het contractenrecht huldigen het beginsel van de persoonlijke autonomie, wat leidt tot een grote mate aan contractvrijheid. De Code civil (Code Napoléon van 1804) beperkte dit uitgangspunt slechts in enkele rechtsdomeinen. Alhoewel het gemene contractenrecht sindsdien rigider is geworden door het scheppen van instituties waarvan niet afgeweken kan worden, rukt het beginsel van de contractvrijheid op in andere delen van het privaatrecht. Dit is in het bijzonder het geval in het internationaal privaatrecht, waar recente en voorgestelde wetgeving (in het bijzonder op het Europese niveau) steeds meer mogelijkheden biedt aan partijen om zelf de bevoegde rechter en het toepasselijke recht te kiezen (bv. in echtscheiding, erfeniszaken en huwelijksvermogensrecht). Deze onderzoekslijn is dan ook bedoeld om na te gaan of en waarom contractualisering inderdaad sterker wordt, en wat dit betekent.

Aansprakelijkheid en rekenschap

Aansprakelijkheidsrecht wordt steeds belangrijker vanwege drie ontwikkelingen: (a) een groeiende hoeveelheid risico’s in een steeds meer door technologie doordrongen maatschappij; (b) een groeiende kennis van de mogelijkheid om schadevergoeding te eisen in combinatie met een verminderende aanvaarding van het zelf dragen van schade; en (c) de opkomst van rechtsbijstands- en aansprakelijkheidsverzekeringen. Hierdoor is het aansprakelijkheidsrecht steeds uitgedeind doordat nieuwe aansprakelijkheidsgronden en vergoedingsposten aangenomen worden. De onderzoekslijn betreft deze ontwikkelingen. Het onderzoek gaat na welke aansprakelijkheidsgronden er zijn en wat hun inhoud is, enerzijds, en welke rekenschap (mogelijk ook door derden) er voor het bestaan van aansprakelijkheid afgelegd moet worden. Waar relevant wordt bijzondere aandacht gegeven aan de internationalisering van het recht, niet-traditionele familievormen, minderjarigen en beschermde meerderjarigen. Hierbij worden ook empirische en multidisciplinaire onderzoeksmethoden ingezet.

Verwantschapsstudies / kinship studies

De onderzoekslijn verwantschapsstudies is ingebed in de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap van het FWO RETHINKIN (Rethinking Legal Kinship & Family Studies in the Low Countries), waarvan de onderzoeksgroep de kerngroep is.

Een recente centrale vraag in de Europese familierechten is de erkenning en regulering van nieuwe verwantschapsstructuren. Het label “verwantschap” omvat diverse fenomenen in verband met basale vormen van wederzijdse afhankelijkheid, zoals geboorte, opvoeden van kinderen, wederkerige zorg, relaties met emotionele ondersteuning, ziekte en overlijden. Deze fenomenen zijn diepgaand beïnvloed door grote sociologische evoluties zoals migratie, medisch begeleide voortplanting en echtscheiding, terwijl ze ook vragen oproepen naar de normativiteit van sociale praktijken en gebruiken. De onderzoekslijn strekt ertoe de juridische erkenning en regulering van de (nieuwe) verwantschapsvormen te onderzoeken, zowel binnen het familierecht als daarbuiten (bv. nieuwe woonvormen met goederenrechtelijke en contractenrechtelijke implicaties).