Wat is een jezuiët?

Een jezuïet maakt deel uit van de Sociëteit van Jezus (Societa Jesu, SJ) ofwel de jezuïetenorde. Het gaat om een mannelijke orde van priesters, waar de jezuïeten met 'pater' worden aangesproken. De heilige Ignatius van Loyola (1491-1556) stichtte in 1540 de orde met als doel het geloof te verspreiden, onderwijs te verlenen en te missioneren. Dat gebeurde onder de lijfspreuk van de orde Ad majorem Dei Gloriam (AMDG), alles tot de grotere eer van God. 

Hoewel ze geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid (vooral aan de paus) afleggen, leven Jezuïeten niet afgezonderd zoals monniken, maar net in de wereld. Daar oefenen ze een breed scala aan beroepen uit, Jezuïeten werken bijvoorbeeld als leraren, wetenschappers, artsen, maar ook als parochiepriesters, geestelijke begeleiders of journalisten. Met Onderwijs als een van hun apostolaten of 'opdrachten' (naast Ignatiaanse Spiritualiteit, Sociale Rechtvaardigheid en Dialoog en Geloofsverdieping), is de hoge kwaliteit en de academische benadering van de Jezuïetencolleges en universiteiten ongeëvenaard. Vandaag telt de Sociëteit van Jezus zo ’n 14.500 jezuïeten, verspreid over 127 landen.

RG.PC Ignatius van Loyola 13.1.1

De stichters

In 1925 sloegen vier jezuïeten de handen in elkaar en richtten ze het Ruusbroecgenootschap op, een onderzoekscentrum gewijd aan “De wetenschappelijke Geschiedenis der Nederlandsche Vroomheid.” De hoofdtaak is in honderd jaar nauwelijks veranderd: geestelijk erfgoed op een grondige wetenschappelijke manier bestuderen en er belangstelling voor opwekken.

  • Pater Desideer Stracke S.J. († 1970) was een van de boegbeelden van de vroege Vlaamse beweging en zag de oprichting van het Ruusbroecgenootschap als een noodzakelijke inhaalbeweging. Volgens hem was de studie van het geloofsleven, vooral in de middeleeuwen, te lang verwaarloosd. Hij benadrukte dat mystieke auteurs niet alleen spiritueel, maar ook literair van grote waarde waren. Hoewel hij waarschuwde voor overdreven “hyperfilologie”, droeg hij sterk bij aan de wetenschappelijke studie van de Middelnederlandse mystiek en het geestelijk erfgoed in de volkstaal.

  • Pater Jozef Van Mierlo S.J. († 1958) was germanist van opleiding en verwierf bekendheid met zijn uitgebreide overzichtswerken over de Oud- en Middelnederlandse letterkunde en de literatuurgeschiedenis van de Nederlanden. Samen met Stracke zette hij zich in voor de herwaardering van de Middelnederlandse mystieke literatuur binnen een bredere literaire en historische context.

  • Pater Léonce Reypens S.J. († 1972) was de drijvende kracht achter de kunstenaarsbeweging De Pelgrim, die hedendaagse kunst zag als weg naar het goddelijke. In 1913 ondernam hij samen met Stracke en Van Mierlo een studiereis langs meer dan honderd bibliotheken in Oostenrijk en Hongarije. Ze verzamelden er talrijke handschriften en vroege drukken uit de Nederlanden, wat de basis legde voor de uitbouw van een belangrijke collectie geestelijk erfgoed. Hij focuste zich op mystieke vrouwelijke auteurs zoals Beatrijs, Hadewijch en Lutgardis. Daarnaast onderhield hij ook contacten met de schrijfster René Lauwers, die het pseudoniem 'Reninca aannam.

  • Pater Jean Baptist Poukens S.J. († 1962) was klassiek filoloog en begon zijn loopbaan bij de Bollandisten, waar heiligenlevens worden bestudeerd. Zijn uitgesproken Vlaamsgezindheid leidde tot spanningen binnen zijn orde, waarna hij in Antwerpen terechtkwam. Binnen het Ruusbroecgenootschap vond hij geestesgenoten met een gedeelde passie voor Nederlandse mystieke auteurs zoals Jan van Ruusbroec, Geert Grote, Johannes Tauler en Hadewijch van Brabant.