Frontotemporale dementie
Onderzoekers vinden genetische aanwijzing voor zeldzame vorm van dementie
Ontdekking kan op termijn leiden tot nieuwe pistes richting behandeling
Onderzoekers aan VIB en UAntwerpen hebben een belangrijke genetische aanwijzing ontdekt die het risico op een zeldzame vorm van frontotemporale dementie sterk verhoogt. Voor het eerst is er daarmee een duidelijk aanknopingspunt voor een ziekte waar we tot nu toe nog weinig over wisten. De ontdekking helpt onderzoekers beter te begrijpen wat er precies misloopt, en kan op termijn leiden tot gerichtere diagnostiek en nieuwe pistes richting behandeling.
Frontotemporale dementie is minder bekend dan alzheimer, en treft in ons land naar schatting zo’n 4000 mensen. De ziekte tast vooral hersengebieden aan die te maken hebben met gedrag, persoonlijkheid, besluitvorming en taal. De eerste signalen zijn daarom vaak geen geheugenproblemen, maar bijvoorbeeld veranderingen in sociaal gedrag, minder empathie, impulsiviteit of taalproblemen.
“Frontotemporale dementie start vaak al op middelbare leeftijd, wanneer mensen nog professioneel actief zijn,” zegt prof. Rosa Rademakers (VIB-UAntwerpen Centrum voor Moleculaire Neurologie). “Vaak worden de eerste symptomen verkeerd geïnterpreteerd, als stress, burn-out of een verandering van persoonlijkheid. Moeilijkheden op het werk, in relaties of binnen het gezinsleven worden pas veel later, wanneer de diagnose uiteindelijk gesteld wordt, begrepen als signalen van een hersenziekte.”
De nieuwe ontdekking gaat over een zeldzame vorm van frontotemporale dementie, onder specialisten gekend als aFTLD-U. Exacte aantallen zijn er niet, maar onderzoekers schatten dat slechts 5 à 10% van alle gevallen van frontotemporale dementie hieronder vallen. Typisch treft aFTLD-U patiënten al bijzonder jong, wanneer ze nog maar 30 of 40 jaar oud zijn, zonder dat er een duidelijke familiegeschiedenis is. Rademakers kreeg in 2022 de Generet Prijs voor Zeldzame Ziekten, een jaarlijkse prijs van 1 miljoen euro beheerd door de Koning Boudewijnstichting, om de genetische oorzaken en het mechanisme achter deze vorm van dementie te ontrafelen.
Een wereldwijde speurtocht in het DNA
Omdat aFTLD-U zo zeldzaam is, duurde het jaren vooraleer het team via wereldwijde samenwerkingen genoeg DNA-stalen kon verzamelen. Bovendien kan de diagnose pas met 100% zekerheid gesteld worden na overlijden.
“We hebben eerst het volledige DNA van 59 overleden aFTLD-U patiënten vergeleken met dat van duizenden controlepersonen,” zegt dr. Wouter De Coster, postdoctoraal onderzoeker in het lab van Rademakers. “Met long-read sequencing, waarbij je langere stukken in het DNA kan uitlezen, zagen we vervolgens in het GOLGA8A-gen een stukje DNA dat als een typfout eindeloos wordt herhaald.”
Rosa Rademakers en Wouter De Coster.
Op basis van de positie van de herhaling in het gen is het moeilijk in te schatten welk effect de DNA-fout precies heeft. Wel is duidelijk dat vooral de langere herhalingen sterk samen blijken te hangen met aFTLD-U.
“Zoals vaak in onderzoek was de juiste technologie hierbij cruciaal,” zegt De Coster. “Met de klassieke methodes om het DNA uit te lezen zie je dit soort variatie vaak niet, zelfs niet als je al weet waar je moet kijken. Onze sterke expertise in long-read sequencing maakte hier echt het verschil.”
Nieuwe vragen en nieuwe hoop
De onderzoekers begrijpen nog niet volledig wat deze herhaling in GOLGA8A precies doet in de hersenen, maar ze komt voor bij bijna 60% van de aFTLD-U-patiënten. Dat wijst erop dat ze een fundamentele rol speelt in het ziekteproces. Het lab onderzoekt nu hoe deze DNA-herhaling de werking van andere genen kan beïnvloeden, en waarom sommige dragers ziek worden en andere niet.
“We zien deze genetische risicofactor als een soort voorwaarde voor ziekte bij een groot deel van de patiënten,” zegt Rademakers. “We vermoeden dat de overige patiënten een gelijkaardig risico meedragen dat we nog niet hebben gevonden.”
Ondanks de nog onbeantwoorde vragen is ze optimistisch: “Tot nu toe wisten we zo goed als niets over wat aFTLD-U precies veroorzaakt. Nu hebben we eindelijk een belangrijk eerste aanknopingspunt. Verder onderzoek kan op termijn nieuwe pistes opleveren voor gerichte therapieën.”
De Coster et al. 2026 Nature Genetics