Onderzoeksgroep

INFLA-MED - Fundamenteel onderzoek naar pathofysiologische processen van inflammatoire aandoeningen. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Het Infla-Med consortium behelst het fundamenteel onderzoek naar pathofysiologische processen van inflammatoire aandoeningen (cardiovasculaire, gastro-intestinale, renale en infectieuze zieke) door gebruik te maken van een multidisciplinaire benadering (pathofysiologie, farmacologie, biochemie en medicinale chemie).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Endotheeldisfunctie in chronisch hartfalen: een studiemodel voor de identificatie van nieuwe biomerkers en therapieën. 01/10/2014 - 24/08/2020

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Hoge-frequentie ultrasoon beeldvormingssysteem Vevo 2100. 19/05/2014 - 31/12/2018

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Herculesstichting. UA levert aan de Herculesstichting de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Rol van dendritische cellen in Th1/Th17-immuungemedieerde aandoeningen. 01/01/2013 - 31/12/2016

    Abstract

    Dendritische cellen (DCs) bewaren de balans tussen immuunreacties tegen lichaamsvreemde en tolerantie voor lichaamseigen eiwitten. Verstoring van deze balans kan tot pathologie leiden. De rol van DCs in T-helper (Th)1/Th17-gemedieerde aandoeningen (inflammatoire darmziekten, multipele sclerose, cardiovasculaire aandoeningen en reumatoïde artritis) wordt bestudeerd, met als doel nieuwe DC-gerichte therapeutische strategieën te ontwikkelen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Beenmergdisfunctie en reversibiliteit in patiënten met ischemische cardiomyopathie 01/01/2013 - 31/12/2013

      Abstract

      Het project zal het eerste zijn dat de mechanismen en uitgebreidheid van beenmergdisfunctie systematisch onderzoekt bij patiënten met verschillende graden van CHF, en dit in een uniek translationeel design. CHF is een systeemaandoening waarbij verschillende perifere organen worden aangetast door een geactiveerd neurohormonaal systeem alsook door de vrijstelling van inflammatoire cytokines. De vraag stelt zich of ook het beenmerg hierdoor nadelig wordt beïnvloed.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Adiponectine: Potentieel therapeutisch target voor de behandeling van spieratrofie in chronisch hartfalen. 01/01/2013 - 31/12/2013

        Abstract

        De impact van skeletspier myopathie op de symptomatologie en levenskwaliteit van patiënten met chronisch hartfalen (CHF) is algemeen aanvaard. Behalve een belangrijk verlies aan spiermassa (spieratrofie) treden er ook ultrastructurele en functionele wijzigingen van de skeletspier op en werden verstoringen in het skeletspier energiemetabolisme beschreven. De etiologie van deze skeletspierafwijkingen blijft tot op heden onopgehelderd. Recent werd de aandacht gericht op adiponectine vanwege zijn fundamentele rol in het skeletspier energiemetabolisme. In de skeletspier van CHF patiënten heeft men onlangs een resistentie voor adiponectine aangetoond. Ondanks intensief onderzoek zijn de onderliggende mechanismen van deze resistentie nog steeds niet opgehelderd. Binnen dit project zullen de relevantie en de mogelijke oorzaken van deze adiponectine resistentie verder onderzocht worden door gebruik te maken van spiercelkweken gestart vanuit biopten afkomstig van CHF patiënten en gezonde controle personen.

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Pathofysiologische determinanten van inspanningsintolerantie in chronisch hartfalen; focus op endotheel en skeletspier disfunctie. 01/10/2012 - 12/12/2013

          Abstract

          Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            Ontdekken van nieuwe grenzen voor biologisch en medisch onderzoek door "Next generation sequencing". 28/06/2012 - 31/12/2017

            Abstract

            Dit project beoogt om in een sterk samenwerkend verband tussen Antwerpse onderzoeksgroepen een "next generation sequencing" platform te ontwikkelen ter bevordering van research in geneeskunde en biologie. Het consortium omvat meer dan 16 onderzoeksgroepen uit verschillende disciplines in de geneeskunde, biologie en biomedische informatica. Identificatie van nieuwe genen en mutaties in een brede waaier van zeldzame Mendeliaanse aandoeningen, het verwerven van meer inzichten in de genetische oorzaken van kanker en het ontrafelen van de genetische basis van infectieziekten zijn belangrijke doelstellingen van het project. Deze nieuwe kennis zal in belangrijke mate bijdragen tot betere diagnostiek en behandeling van deze ziekten bij de mens. Het project zal ook de interactie tussen omgeving en genen bestuderen. De effecten van omgevingsfactoren op genetische variatie bij waterorganismen, het effect van teratogene factoren op de embryologische ontwikkeling van gewervelde dieren en de invloed van omgeving op groei van mais en Arabidopsis, zullen geanalyseerd worden. De verwerking van deze grote hoeveelheden genomische en transcriptomische data, verkregen vanuit de verschillende onderzoeksgroepen, zal gecoördineerd worden door de recent opgerichte UZA/UA bioinformatica onderzoeksgroep Biomina.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

            Klinische en (patho)genetische studie van bicuspide aortaklep en geassocieerd aorta aneurysma. 01/01/2012 - 31/12/2015

            Abstract

            Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

            Beenmerg disfunctie en reversibiliteit in patienten met ischemische cardiomyopathie. 01/01/2012 - 31/12/2015

            Abstract

            Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              De rol van autofagie in lethale reperfusie schade na een myocardinfarct en het effect van postconditioning in relatie tot de adiponectine plasmaspiegels. 01/01/2011 - 31/12/2014

              Abstract

              Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                Perifere skeletspierafwijkingen bij patiënten met chronisch hartfalen: studie naar onderliggende mechanismen en de impact van fysieke training 01/10/2010 - 30/09/2011

                Abstract

                Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  Endotheeldisfunctie als schakel tussen chronische nierinsufficiëntie en cardiovasculair risico? 01/10/2010 - 30/09/2011

                  Abstract

                  Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                  Obesitas bij adolescenten; determinanten van endotheeldisfunctie en reversibiliteit. 01/07/2010 - 30/06/2014

                  Abstract

                  Endotheeldisfunctie is als atherosclerotische merker al manifest aanwezig bij obese kinderen. Fysieke activiteit en dieet zijn efficiënte maatregelen. 2 cohorten obese adolescenten worden gerekruteerd; dieetadvies en aanmoedigen van sporten vs dieet en training (10 mnd). Verbeterde endotheel-afhankelijke vasodilatatie is het primaire eindpunt. Metabole/inflammatoire verandering, oxidatieve stress, mobilisatie/functie van endotheel progenitor cellen (endotheelherstel) en endotheliale micropartikels (endotheelschade) worden onderzocht.

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                    Onderzoek naar de relatie tussen de expressie van vasculaire adhesie moleculen op endotheliale progenitorcellen en hun homingcapaciteit naar plaatsen van weefselischemie. 01/10/2009 - 30/09/2011

                    Abstract

                    De doelstelling van het voorgestelde project is om na te gaan hoe de verschillende homing signalen uitgezonden door ischemisch weefsel, via inductie van de PI3K/Akt/eNOS pathway, EPCs aanzetten tot de expressie van cellulaire adhesiemoleculen waardoor een efficiënte homing, adhesie en diapedese mogelijk is.

                    Onderzoeker(s)

                    Onderzoeksgroep(en)

                      Invloed van inspanning op mobilisatie en functie van endotheliale progenitorcellen bij chronisch hartfalen. 01/10/2008 - 30/09/2010

                      Abstract

                      Het doel van de studie is te onderzoeken of fysieke inspanning de mobilisatie en functie van circulerende EPC's bij patiënten met CHF beïnvloedt. Hierbij wordt zowel het effect van een éénmalige maximale inspanning als van een trainingsprogramma (uithoudings- versus gecombineerd uithoudings- weerstands training) bestudeerd. Daarnaast zal nagegaan worden welke factoren deze vrijzetting beïnvloeden. De interesse gaat vooral naar homingfactoren, oxidatieve stress en NO. Om een betere differentiatie van interfererende factoren toe te laten worden ook gezonde vrijwilligers van verschillende leeftijdscategorieën en met verschillende risicoprofielen voor coronarialijden in het onderzoek betrokken.

                      Onderzoeker(s)

                      Onderzoeksgroep(en)

                        Rol van ontkoppeld eNOS in hartfalen. 12/03/2008 - 31/12/2009

                        Abstract

                        De rol van ontkoppeld eNOS neemt de laatste jaren aan belang toe in de cardiopathogenesis van het hartinfarct en endotheeldisfunktie. Recent toonde dr. Moens aan in 2 Circulation-publicaties dat ontkoppeling van eNOS voorkomen en omgekeerd kan worden. In dit project zullen de moleculaire mechanismen die leiden tot ontkoppeld eNOS verder onderzocht worden. Tevens zal in dit project de extrapolatie gemaakt worden van deze bevindingen naar andere cardiologische ziektebeelden zoals chemotherapie-geïnduceerd hartfalen en ischemische cardiomyopathie.

                        Onderzoeker(s)

                        Onderzoeksgroep(en)

                        Fysieke training bij chronisch hartfalen: effect op recrutering en functie van progenitor cellen en impact op perifere endotheelfunctie en skeletspier. 01/10/2007 - 30/09/2012

                        Abstract

                        Doelstellingen: Evaluatie van effecten van éénmalige maximale inspanning en fysieke training (UT versus CT) bij CHF patiënten op mobilisatie en functie van EPC, modulerende factoren (inflammatie, oxidatieve stress, NO, homingfactoren) en functionele parameters (inspanningscapaciteit, endotheelfunctie). 2. Evaluatie van effecten van fysieke training (UT versus CT) bij CHF patiënten op aanwezigheid van SPC in de skeletspier, de spiermassa, modulerende factoren (inflammatie, oxidatieve stress, NO, homingfactoren), functionele testen (inspanningscapaciteit, spierkracht- en coördinatie).

                        Onderzoeker(s)

                        Onderzoeksgroep(en)

                          Onderzoek naar de relatie tussen de expressie van vasculaire adhesie moleculen op endotheliale progenitorcellen en hun homingcapaciteit naar plaatsen van weefselischemie. 01/10/2007 - 30/09/2009

                          Abstract

                          De doelstelling van het voorgestelde project is om na te gaan hoe de verschillende homing signalen uitgezonden door ischemisch weefsel, via inductie van de PI3K/Akt/eNOS pathway, EPCs aanzetten tot de expressie van cellulaire adhesiemoleculen waardoor een efficiënte homing, adhesie en diapedese mogelijk is.

                          Onderzoeker(s)

                          Onderzoeksgroep(en)

                            Project website

                            Evaluatie van de karakteristieken van de vulnerabele vaatrijke atherosclerotische plaque door immunohistochemische technieken en 64 detector CT-angiografie. 01/10/2007 - 30/09/2009

                            Abstract

                            Het onderzoeksproject zal gericht zijn op: 1. Bijdragen tot de ontwikkeling en evaluatie van een nieuw diermodel van vulnerabele plaque. Hierbij wordt aangesloten bij een groter onderzoeksproject, waarbij gebruik gemaakt wordt van het manchetmodel. Het aanbrengen van een siliconen manchet rond de halsslagader van konijnen, gecombineerd met een cholesterolrijkqjeet, is een bestaande en in onze onderzoeksgroep zeer goed gekarakteriseerde techniek om atherosclerotische plaques te induceren op een welbepaalde plaats. De manchet staat in verbinding met een osmotische minipomp. Hierlangs kunnen fysiologische oplossing of een te onderzoeken product ter hoogte van de halsslagader aangebracht worden. Dit project omvat volgende onderzoeksvragen: a. Kunnen microvaatjes geïnduceerd worden in atherosclerotische plaques van konijnen door toediening vanuit een perivasculaire cuff van recombinant vascujaire endotheliale groeifactor (rVEGF) (11) en oncostatine M(OSM)? In een pilootexperiment kon een duidelijke inductie van microvaatjes met behulp van rVEGF en OSM in plaques van konijnen worden aangetoond, hetgeen de haalbaarheid van dit experiment onderstreept. b. Heeft de vorming van microvaatjes een invloed op het tot stand komen van onstabiele plaques? We zullen daarvoor gebruik maken van (immuno)histochemische technieken om te onderzoeken of door het ontstaan van microvaatjes in de plaque er een invloed is op het aantal inflammatoire cellen en gladde spiercellen, de hoeveelheid collageen en celdood. c. Is er een verband tussen het ontstaan van microvaatjes en de snelheid van optreden van trombotische occlusie? Na fotochemische beschadiging van het endotheel zal de tijd, nodig voor het vormen van een occlusieve trombus, gemeten worden. Deze tijd zal vergeleken worden tussen plaques met en zonder microvaatjes. d. Hebben potentieel stabiliserende farmaca zoals statines en NO-donoren een invloed op de vorming van microvaatjes in plaques? 2. evaluatie van plaquekarakterisatie door middel van 64 detector CT In een eerste stap zal de anatomopathologische analyse van plaques ter hoogte van de carotiden van konijnen gecorreleerd worden aan de bevindingen op de 64 detector CT. In een tweede stap zal deze techniek eveneens aangewend worden bij patiënten die een carotisendarterectomie zullen ondergaan. Anatomopathologische bevindingen van het letsel, gepreleveerd tijdens chirurgie, zal retrospectief gerelateerd worden aan het CT - onderzoek. Zowel dierexperimenteel, als klinisch zal tevens een vergelijking gemaakt worden met de bevindingen van intravasculair ultrageluid onderzoek, momenteel de enige, klinische gevalideerde techniek van plaquekarakterisatie.

                            Onderzoeker(s)

                            Onderzoeksgroep(en)

                            Oxidatieve stress en ontsteking: centrale rol in cardiovasculaire aandoeningen en infectieziekten. 01/07/2007 - 30/06/2011

                            Abstract

                            Oxidatieve stress wordt beschouwd als belangrijke factor bij inflammatie maar het is moeilijk om vrije radicalen zoals reactieve zuurstofmetabolieten (ROS) en stikstofoxide (NO¿) rechtstreeks te kwantificeren. De specifieke objectieven in dit project omvatten: 1/ validatie voor in vitro kwantificering van ROS en NO¿ met 'electron paramagnetic resonance (EPR)'; 2/ met moderne microscopische technieken vast te stellen welke celtypen verantwoordelijk zijn voor hun vorming en 3/ met deze innoverende technologie hun bijdrage te onderzoeken bij inflammatoire processen en macrofaagfunctie, met bijzondere focus of atherosclerose, endotheeldysfunctie en intracellulaire infecties.

                            Onderzoeker(s)

                            Onderzoeksgroep(en)

                              Blood endothelium progenitor cells and dendritic cells as novel predictive biomarkers of in-stent restenosis after percutaneous coronary intervention. 01/01/2007 - 31/12/2009

                              Abstract

                              Onderzoeker(s)

                              Onderzoeksgroep(en)

                                Invloed van inspanning op mobilisatie en functie van endotheliale progenitorcellen bij chronisch hartfalen. 01/10/2006 - 30/09/2008

                                Abstract

                                Het doel van de studie is te onderzoeken of fysieke inspanning de mobilisatie en functie van circulerende EPC's bij patiënten met CHF beïnvloedt. Hierbij wordt zowel het effect van een éénmalige maximale inspanning als van een trainingsprogramma (uithoudings- versus gecombineerd uithoudings- weerstands training) bestudeerd. Daarnaast zal nagegaan worden welke factoren deze vrijzetting beïnvloeden. De interesse gaat vooral naar homingfactoren, oxidatieve stress en NO. Om een betere differentiatie van interfererende factoren toe te laten worden ook gezonde vrijwilligers van verschillende leeftijdscategorieën en met verschillende risicoprofielen voor coronarialijden in het onderzoek betrokken.

                                Onderzoeker(s)

                                Onderzoeksgroep(en)

                                  Invloed van de stikstofoxide pathway in de aanzet tot "homing" van endotheliale progenitorcellen na myocardiale ischemie. 01/01/2006 - 31/12/2009

                                  Abstract

                                  Onderzoeker(s)

                                  Onderzoeksgroep(en)

                                    Functionele analyse van kalium kanaal mutaties verantwoordelijk voor het lange QT syndroom. 01/10/2005 - 30/09/2007

                                    Abstract

                                    Torsade de pointes (Tdp), een van de meest gevreesde hartritmestoornissen wordt geassocieerd met QT prolongatie op het Ecg. Dit ziektebeeld dat reeds bekend staat als het lange QT syndroom kent in vele gevallen haar oorsprong in verworven en of congenitale stoomissen van myocardiale transmembranaire ionenkanalen waardoor actiepotentiaalduur (APD) verlenging ontstaat. Tot nog toe werden tenminste zes mutante loci (LQTl-6) geidentificeerd welke verantwoordelijk worden geacht voor het congenitale LQTS. Hoewel reeds vele farmaca met QT verlengende eigenschappen geidentificeerd werden, blijven vele oorzaken van de verworven variant nog onbekend. De achterliggende biofysische, celbiologische en farrnacologische mechanismen ter hoogte van de cardiale ionenkanalen die leiden tot QT verlenging blijven in vele gevallen nog onopgehelderd. Deze studie heeft tot doel de electrofysiologische karakteristieken en tevens de celbiologische processen noodzakelijk voor de functionele expressie van de LQT ionenkanalen te bestuderen, om zo nieuwe inzichten te verwerven in de ontstaansmechanismen van beide vormen (i.e verworven en congenitaal) LQTS. Daartoe worden Whole Cell Patch Clamp technieken al dan niet tijdens incubatie van mogelijke QT verlengende farmaca gebruikt. Verder wordt Confocale microscopie gebruikt om mogelijke traffickingstoomissen op te sporen.

                                    Onderzoeker(s)

                                    Onderzoeksgroep(en)

                                      Evaluatie van de karakteristieken van de vulnerabele vaatrijke atherosclerotische plaque door immunohistochemische technieken en 64 detector CT-angiografie. 01/10/2005 - 30/09/2007

                                      Abstract

                                      Het onderzoeksproject zal gericht zijn op: 1. Bijdragen tot de ontwikkeling en evaluatie van een nieuw diermodel van vulnerabele plaque. Hierbij wordt aangesloten bij een groter onderzoeksproject, waarbij gebruik gemaakt wordt van het manchetmodel. Het aanbrengen van een siliconen manchet rond de halsslagader van konijnen, gecombineerd met een cholesterolrijkqjeet, is een bestaande en in onze onderzoeksgroep zeer goed gekarakteriseerde techniek om atherosclerotische plaques te induceren op een welbepaalde plaats. De manchet staat in verbinding met een osmotische minipomp. Hierlangs kunnen fysiologische oplossing of een te onderzoeken product ter hoogte van de halsslagader aangebracht worden. Dit project omvat volgende onderzoeksvragen: a. Kunnen microvaatjes geïnduceerd worden in atherosclerotische plaques van konijnen door toediening vanuit een perivasculaire cuff van recombinant vascujaire endotheliale groeifactor (rVEGF) (11) en oncostatine M(OSM)? In een pilootexperiment kon een duidelijke inductie van microvaatjes met behulp van rVEGF en OSM in plaques van konijnen worden aangetoond, hetgeen de haalbaarheid van dit experiment onderstreept. b. Heeft de vorming van microvaatjes een invloed op het tot stand komen van onstabiele plaques? We zullen daarvoor gebruik maken van (immuno)histochemische technieken om te onderzoeken of door het ontstaan van microvaatjes in de plaque er een invloed is op het aantal inflammatoire cellen en gladde spiercellen, de hoeveelheid collageen en celdood. c. Is er een verband tussen het ontstaan van microvaatjes en de snelheid van optreden van trombotische occlusie? Na fotochemische beschadiging van het endotheel zal de tijd, nodig voor het vormen van een occlusieve trombus, gemeten worden. Deze tijd zal vergeleken worden tussen plaques met en zonder microvaatjes. d. Hebben potentieel stabiliserende farmaca zoals statines en NO-donoren een invloed op de vorming van microvaatjes in plaques? 2. evaluatie van plaquekarakterisatie door middel van 64 detector CT In een eerste stap zal de anatomopathologische analyse van plaques ter hoogte van de carotiden van konijnen gecorreleerd worden aan de bevindingen op de 64 detector CT. In een tweede stap zal deze techniek eveneens aangewend worden bij patiënten die een carotisendarterectomie zullen ondergaan. Anatomopathologische bevindingen van het letsel, gepreleveerd tijdens chirurgie, zal retrospectief gerelateerd worden aan het CT - onderzoek. Zowel dierexperimenteel, als klinisch zal tevens een vergelijking gemaakt worden met de bevindingen van intravasculair ultrageluid onderzoek, momenteel de enige, klinische gevalideerde techniek van plaquekarakterisatie.

                                      Onderzoeker(s)

                                      Onderzoeksgroep(en)

                                      Coronaire hemodynamica na een acuut myocardinfarct. 01/10/2005 - 30/09/2007

                                      Abstract

                                      De cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is een van de voornaamste gezondheidsproblemen in de Westerse wereld. Een acuut myocardinfarct heeft vaak ernstige gevolgen op korte, maar ook op lange termijn voor een patiënt. Verdere studie op dit gebied is aangewezen. Miniaturisatie van de technologie heeft het mogelijk gemaakt metingen te verrichten in de humane coronaire circulatie. Deze technische ontwikkeling biedt een unieke gelegenheid om pathofysiologische processen bij mensen te onderzoeken. Zo kan de vasoreactiviteit van de coronaire circulatie onderzocht worden door bepaling van de basale en de hyperemische flow na toediening van vasodilatoren. Bovendien kunnen er gecombineerde druk- en flowmetingen verricht worden. Door aangepaste programmatuur is het mogelijk deze signalen te digitaliseren en een druk-flow curve van de coronaire circulatie op te stellen tijdens de diastole. Extrapolatie van de diastolische druk-flowrelatie kan ons een idee geven over de Zero Flow Pressure (de druk die heerst bij afwezige flow). Ook de helling van de curve kan ons iets bijleren over de conductantie van de coronaire circulatie. Hedentendage is men tot de vaststelling gekomen dat een acuut myocardinfarct gepaard gaat met de activatie van een inflammatoire cascade met vrijstelling van talloze cytokines. Hun prognostische betekenis kan niet langer ontkend worden. De mechanismen die de acuut fase proteïnen koppelen aan de korte en lange termijn prognose bij coronair lijden zijn onduidelijk. Nieuwe data suggeren dat de vermindering van de normale endotheliale functie door de inflammatoire respons een link voorstelt tussen systemische inflammatie en ischemische coronaire syndromen. Concreet zal er getracht worden door intracoronaire metingen en bepaling van inflammatoire cytokines meer inzicht te krijgen in de pathofysiologie van de coronaire circulatie na infarcering.

                                      Onderzoeker(s)

                                      Onderzoeksgroep(en)

                                        Niet invasieve bepaling van diastolische hartfunctie : Doppler echocardiografie en cardiovasculaire magnetische resonantie. 01/10/2003 - 30/09/2005

                                        Abstract

                                        Het proefschrift onderzoekt of cardiovasculaire magnetische resonantie toelaat globale en regionale diastolische linker kamerfunctie te beoordelen ahv myocardbeweging en intracavitaire stroomsignalen. Hiervoor zullen vullingparameters in de klinische setting worden onderzocht en vergeleken met Doppler alsook het impact van stresscondities (loadingmanipulatie en b-adrenerge stimulatie).

                                        Onderzoeker(s)

                                        Onderzoeksgroep(en)

                                          Functionele analyse van kalium kanaal mutaties verantwoordelijk voor het lange QT syndroom. 01/10/2003 - 30/09/2005

                                          Abstract

                                          Torsade de pointes (Tdp), een van de meest gevreesde hartritmestoornissen wordt geassocieerd met QT prolongatie op het Ecg. Dit ziektebeeld dat reeds bekend staat als het lange QT syndroom kent in vele gevallen haar oorsprong in verworven en of congenitale stoomissen van myocardiale transmembranaire ionenkanalen waardoor actiepotentiaalduur (APD) verlenging ontstaat. Tot nog toe werden tenminste zes mutante loci (LQTl-6) geidentificeerd welke verantwoordelijk worden geacht voor het congenitale LQTS. Hoewel reeds vele farmaca met QT verlengende eigenschappen geidentificeerd werden, blijven vele oorzaken van de verworven variant nog onbekend. De achterliggende biofysische, celbiologische en farrnacologische mechanismen ter hoogte van de cardiale ionenkanalen die leiden tot QT verlenging blijven in vele gevallen nog onopgehelderd. Deze studie heeft tot doel de electrofysiologische karakteristieken en tevens de celbiologische processen noodzakelijk voor de functionele expressie van de LQT ionenkanalen te bestuderen, om zo nieuwe inzichten te verwerven in de ontstaansmechanismen van beide vormen (i.e verworven en congenitaal) LQTS. Daartoe worden Whole Cell Patch Clamp technieken al dan niet tijdens incubatie van mogelijke QT verlengende farmaca gebruikt. Verder wordt Confocale microscopie gebruikt om mogelijke traffickingstoomissen op te sporen.

                                          Onderzoeker(s)

                                          Onderzoeksgroep(en)

                                            Coronaire hemodynamica na een acuut myocardinfarct. 01/10/2003 - 30/09/2005

                                            Abstract

                                            De cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is een van de voornaamste gezondheidsproblemen in de Westerse wereld. Een acuut myocardinfarct heeft vaak ernstige gevolgen op korte, maar ook op lange termijn voor een patiënt. Verdere studie op dit gebied is aangewezen. Miniaturisatie van de technologie heeft het mogelijk gemaakt metingen te verrichten in de humane coronaire circulatie. Deze technische ontwikkeling biedt een unieke gelegenheid om pathofysiologische processen bij mensen te onderzoeken. Zo kan de vasoreactiviteit van de coronaire circulatie onderzocht worden door bepaling van de basale en de hyperemische flow na toediening van vasodilatoren. Bovendien kunnen er gecombineerde druk- en flowmetingen verricht worden. Door aangepaste programmatuur is het mogelijk deze signalen te digitaliseren en een druk-flow curve van de coronaire circulatie op te stellen tijdens de diastole. Extrapolatie van de diastolische druk-flowrelatie kan ons een idee geven over de Zero Flow Pressure (de druk die heerst bij afwezige flow). Ook de helling van de curve kan ons iets bijleren over de conductantie van de coronaire circulatie. Hedentendage is men tot de vaststelling gekomen dat een acuut myocardinfarct gepaard gaat met de activatie van een inflammatoire cascade met vrijstelling van talloze cytokines. Hun prognostische betekenis kan niet langer ontkend worden. De mechanismen die de acuut fase proteïnen koppelen aan de korte en lange termijn prognose bij coronair lijden zijn onduidelijk. Nieuwe data suggeren dat de vermindering van de normale endotheliale functie door de inflammatoire respons een link voorstelt tussen systemische inflammatie en ischemische coronaire syndromen. Concreet zal er getracht worden door intracoronaire metingen en bepaling van inflammatoire cytokines meer inzicht te krijgen in de pathofysiologie van de coronaire circulatie na infarcering.

                                            Onderzoeker(s)

                                            Onderzoeksgroep(en)

                                              Ontwikkeling, farmakokinetische, in-vitro en in-vivo evaluatie van 'multi-component' direct gecoate endovasculaire stents. 01/01/2003 - 31/12/2004

                                              Abstract

                                              Het optreden van in-stent restenose is een beperking van de percutane behandelingstechnieken van coronaire atheromatose. Dit project is gericht op de ontwikkeling van 'enkelvoudige' en 'meervoudige' direct bedekte, farmaca afgevende coronaire stents. Selectieve modulatie van oxidatieve stress, gladde spiercelmigratie en proliferatie, en endotheelcelregeneratie door enkelvoudige of combinaties van locaal via stent toegediende molecules worden met dit doel onderzocht. Het project omvat zowel materiaalkundige, farmacokinetische als in-vitro en in-vivo biologisch onderzoek.

                                              Onderzoeker(s)

                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                Coronaire hemodynamica na een acuut myocardinfarct. 01/10/2002 - 30/09/2003

                                                Abstract

                                                Onderzoeker(s)

                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                  Coronaire flow na een acuut myocardinfarct : rol van de cytokine geïnduceerde endotheeldisfunctie en alfa-adrenerge coronaire vasoconstrictie. 01/01/2002 - 31/12/2005

                                                  Abstract

                                                  Onderzoeker(s)

                                                  Onderzoeksgroep(en)

                                                    Medtronic experiment Cytochalasin D coated stents. 01/11/2001 - 30/10/2002

                                                    Abstract

                                                    Onderzoeker(s)

                                                    Onderzoeksgroep(en)

                                                      Wetenschappelijk onderzoek binnen de dienst cardiologie. 15/09/2000 - 31/12/2000

                                                      Abstract

                                                      Onderzoeker(s)

                                                      Onderzoeksgroep(en)

                                                        Onderzoek naar de aanwezigheid van chlamydia pneumoniae in menselijke atherosclerotische letsels en mogelijk verband met apo-e genotypes, circulerende antistoffen en merkers van immuniteit. 01/01/1999 - 31/12/2000

                                                        Abstract

                                                        Onderzoek naar de aanwezigheid van Chlamydia pneumoniae in menselijke atherosclerotische letsels en mogelijk verband met APO-E genotypes, circulerende antistoffen en merkers van cellulaire immuniteit. Verbetering kweek methode C. pneumoniae, gebruik van interne controle bij PCR voor C. pnemoniae, onderzoek van bemonsteringen in twee verschillende laboratoria met twee verschillende PCR technieken.

                                                        Onderzoeker(s)

                                                        Onderzoeksgroep(en)

                                                          Lokale toediening van farmaca die gladde spiercelparalyse induceren als therapeutische benadering bij de preventie van restenose. 01/01/1998 - 31/12/2001

                                                          Abstract

                                                          In dit project worden falloidine en fallacidine (fixeren F-actine) en cytochalasinen B en D als prototypen van farmaca gekozen. In een later stadium zullen hiervoor ABPn gebruikt worden. In iedere arterie worden contractiliteit, de actine fragmentatie en de morfologie van de microfilamenten bestudeerd. Het manchetmodel wordt gebruikt voor de lokale applicatie van de farmaca.

                                                          Onderzoeker(s)

                                                          Onderzoeksgroep(en)

                                                            Onderzoek naar de endotheelfunctie en de restenose na coronaire angioplastiek. 01/12/1997 - 30/11/1998

                                                            Abstract

                                                            Het vaatendotheel speelt een belangrijke rol zowel in de regulatie van de vaattonus als in de inhibitie van gladde spiercel-proliferatie in de vaatwand. Proliferatie van de gladde spiercellen is een belangrijk element dat bijdraagt tot het ontwikkelen van een coronaire restenose na ballonangioplastiek of stenting. Het onderzoek is gefocuseerd op de invloed van cardiale risicofactoren (oa. eventuele vroegere infectie met Chlamydia) op de coronaire endotheel-functie en naar methoden waardoor de coronaire endotheel-functie kan hersteld worden. Tevens is het onderzoek gefocuseerd op de relatie van endotheel-dysfunctie en intimale proliferatie na angioplastiek en/of stenting en dit zowel in een dierexperimentele als in de humane setting. Tevens wordt er gezocht naar methoden waardoor de coronaire remodeling an angioplastiek en de intimale proliferatie na stenting kan beperkt of voorkomen worden.

                                                            Onderzoeker(s)

                                                            Onderzoeksgroep(en)

                                                              Atherosclerose en preventie van restenose. 01/07/1997 - 30/06/1998

                                                              Abstract

                                                              Onderzoeker(s)

                                                              Onderzoeksgroep(en)

                                                                De pompfunctie van het hart. Fundamenteel onderzoek op de pathofysiologie van het hart, uitgaande van klinische waarnemingen en uitlopende in klinische toepassingen. 01/01/1997 - 31/12/2000

                                                                Abstract

                                                                Het project beoogt een dieper inzicht te verwerven in de pompfunktie van het hart, teneinde de klinische besluitvorming en de therapeutische strategieën te verfijnen. Het project omvat onderzoek op het intacte hart van het konijn, alsook klinische waarnemingen in het catheterisatie laboratorium en peroperatief. De research onderwerpen zijn: 1. inotrope en lusitrope effecten van stikstof monoxide 2. fysiologische modulatie van de compliance van de linker hartkamer 3. beoordeling van de hartfunktie met de "systolische druk-relaxatie" verhouding.

                                                                Onderzoeker(s)

                                                                Onderzoeksgroep(en)

                                                                  Dysfunctie van het coronaire vaatendotheel: oorzakelijk element in de pathogenese van myocardischemie en vroege diagnostische marker van coronaire atherosclerose. 01/10/1991 - 30/09/1992

                                                                  Abstract

                                                                  Onderzoeker(s)

                                                                  Onderzoeksgroep(en)