Onderzoeksgroep

Internationale Politiek (IP)

Expertise

Internationale samenwerking Internationaal handelsbeleid Handelsbeleid van de Europese Unie, de Verenigde Staten, Canada en China Transatlantische relaties Wereldhandelsorganisatie WTO Belangengroepen in de Europese Unie Europese Bankenunie Duitse politiek

Rivaliteit en samenwerking in Europese defensie: privé versus openbaar bestuur en EU beleidsuitkomsten. 01/01/2021 - 31/12/2024

Abstract

Europese regeringen zijn overeengekomen een aantal van hun defensie investeringen te doen in de vorm van gemeenschappelijke openbare aanbestedingen of zelfs onder één Europees initiatief. Nochtans is er ook hevige competitie tussen lidstaten op deze Europese defensiemarkt. Het is daarom raadselachtig waarom we hier een merkwaardige mix hebben van samenwerking en tussenstatelijke wedijver: soms krijgen we ad hoc tussen-statelijke militaire aanschaffings-programma's, en soms EU-samenwerking. Waarom? In dit onderzoeksproject plannen we te focussen op de variatie tussen lidstaten in hun publieke dan wel private governance relaties met producenten in de defensie-industrie. Landen waar de staat aan zet is in haar eigen defensie-industrieën nemen gemakkelijker deel aan EU-initiatieven omdat deze rechtstreekse voordelen opleveren voor deze industrieën. Onze hypothese nu is dat landen met private governance structuren in hun defensie-industrie gemakkelijker deelnemen aan samenwerkingsinitiatieven die slechts van tussenstatelijke, ad hoc aard zijn, omdat deze grotere macro-economische en militaire voordelen opleveren. We willen de merkwaardige mix van Europese defensiesamenwerking en competitie verklaarbaar maken door voor de allereerste keer een netwerk analyse door te voeren over de interpenetratie van politieke en industriële actoren in vier grote Europese landen, en dit combineren met systematische vergelijkende casus analyses van Europese samenwerkingsverbanden in dit domein.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Europees fiscaal beleid, de bankenunie en publieke goederen theorie. 01/05/2020 - 30/04/2021

Abstract

Deze SEP-subsidie vormt het vierde jaar van een doctoraatstraject, na een driejarige EU-subsidie in het kader van het Innovative Training Network PLATO on the Post-crisis Legitimacy of the European Union. Deze verlengingsbeurs voor het 4e jaar heeft verschillende belangrijke voordelen voor het reeds uitgevoerde onderzoek, de verdere loopbaanplannen van de betreffende doctoraatsonderzoeker Philipp Lausberg en voor het aanvragen van vervolgonderzoeksprojecten aan de Universiteit Antwerpen. Het tijdschema van een driejarige ITN-beurs die eindigt in december 2020 is uitermate krap. Het is nauwelijks mogelijk om diepgaand onderzoek uit te voeren, terwijl dit wel wenselijk is. De verlenging dient dus om een nog grondiger onderzocht en uitgebreider proefschrift te produceren, om loopbaanperspectieven in de academische wereld en daarbuiten te verbeteren, en om het publicatie-output in het belang van de universiteit te vergoten. Het extra jaar zal dienen om volgende carrièrestappen om de volgende stap in mijn loopbaantraject, namelijk het uitschrijven van een FWO junior postdoctoraal projectvoorstel, grondiger te plannen. Binnen het huidige, strakke tijdsbestek is het bijna onmogelijk om een uitgebreid projectvoorstel te schrijven die het aanwezige potentieel realiseert, omdat altijd moet worden geïnvesteerd in het op tijd afronden van het proefschrift. Het degelijk kunnen voorbereiden van dit projectvoorstel impliceert ook het publiceren van wetenschappelijke artikelen. Momenteel wachten we op de acceptatie van een co-geschreven artikel dat is ingediend bij het hoog gerangschikte Journal of Common Market Studies en voor de publicatie van een enkel geschreven boekhoofdstuk in een bewerkt volume (bewerkt door Chris Lord, Dirk De Bièvre, Ramses Wessels en Peter Bursens) bestemd voor de prestigieuze ECPR-pers. Met de SEP-subsidie kan een postdoc-aanvraag worden opgesteld waarbij deze twee stukken al zijn gepubliceerd. Bovendien zal het tijd geven om een bijkomend artikel te schrijven, bestemd voor publicatie in een toptijdschrift. Nieuwe bendaringen in het analyseren van post-crisisinstellingen van economisch en financieel bestuur in de EU vanuit een perspectief van collectieve goederen leent zich zeer goed voor een dergelijke publicatiestrategie. Tot slot zou het extra jaar financiering ook worden gebruikt om subsidie- en onderzoeksprojectvoorstellen in te dienen samen met andere faculteiten van de Universiteit Antwerpen. Onlangs werd de onderzoeksgroep Politics and Public Governance onderdeel van een van de Centres of Excellence met een focus op 'Trust and Distrust in Multi-level Governance'. GOVTRUST zal baanbrekend en interdisciplinair onderzoek uitvoeren op internationale grensdomeinen. Onderzoeksexpertise over expertise op het gebied van institutionele hervormingen van het Europese governance-landschap en de legitimiteit van deze hervormingen past uitstekend binnen het opzet van dit excellentiecentrum. Een samenwerking zou bijgevolg zeer stimulerend en voordelig kunnen zijn voor beide partijen. Het schrijven van subsidievoorstellen in samenwerking met dit Centre of Excellence zal daarom de derde activiteit zijn die in dit 4e jaar van doctoraatsfinanciering door het Special Research Fund van de Universiteit Antwerpen zal worden ontwikkeld, niet in het minst omdat GOVTRUST de nodige context zou bieden voor het aanvragen van grootschalige Europese samenwerkingsprogramma's voor onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Op zoek naar voorwaarden voor politisering: een vergelijkende analyse van Europese handelsakkoord onderhandelingen. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

In tijden van Brexit en Trump is handelsbeleid meer in het centrum van de aandacht komen te staan. Daarenboven zijn onderhandelingen door het grootste handelsblok ter wereld, de Europese Unie (EU), het voorwerp geworden van sterke polarisatie en gecontesteerd door maatschappelijke organisaties, in het bijzonder de onderhandelingen met Canada ('CETA') en de Verenigde Staten ('TTIP'). Verrassend genoeg was deze politisering niet algemeen. Vrijhandelsakkoorden met Japan of Vietnam bijvoorbeeld lokten geen publieke belangstelling uit en werden zonder meer goedgekeurd. Dit onderzoeksproject zet uiteen (1) hoe deze politisering sterk varieert tussen verschillende handelsakkoordonderhandelingen van de EU; (2) waarom schijnbaar evidente verklaringen voor deze variatie zowel logisch als empirisch problematisch zijn, en (3) presenteert een nieuwe onderzoeksstrategie om noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor politisering onderzoekbaar te maken door middel van een onderzoeksopzet waarin we een 'Crisp Set Kwalitatieve Vergelijkende Analyse' combineren met gecontroleerde vergelijkende casus studies. Door de schijnwe ers te richten op structurele condities onder de welke maatschappelijke organisaties in staat zijn te politiseren, willen we twee stromingen in de wetenschappelijke literatuur bij elkaar brengen: die over het Europees handelsbeleid en die over belangengroepen, en zo bijdragen tot een traject van training-door-onderzoek voor een jonge doctoraatsonderzoeker.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Discrimineren of Niet Discrimineren? Selectieve handelsbarrières in de 21e eeuw. 01/11/2019 - 31/10/2021

Abstract

Het principe van non-discriminatie – de belangrijkste pijler van het naoorlogse wereldhandelssysteem – ligt onder vuur doordat leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in toenemende mate landen-specifieke handelsbarrières opwerpen. Deze maatregelen verstoren niet alleen de wereldwijde handelsstromen, maar leiden ook tot een ongelijke verdeling van de voordelen van het handelssysteem. Het is daarom verrassend dat we zo weinig weten over keuze tussen discriminerende en niet-discriminerende handelsbelemmeringen. Dit project heeft tot doel om deze belangrijke politieke kwestie te onderzoeken en analyseert hoe hedendaagse trends in internationale handel (zoals de globalisering) van invloed zijn op de voorkeuren van bedrijven en/of sectoren ten opzichte van handelsdiscriminatie, en hoe deze voorkeuren vervolgens vertaald worden naar politieke beslissingen. Dit gebeurt op basis van een innovatief conceptueel raamwerk waar toetsbare hypothesen uit voortvloeien die conventionele opvattingen binnen de handelstheorie op de proef stellen. Ik stel een onderzoeksopzet voor dat uit twee fasen bestaat. Allereerst zal ik een regressieanalyse uitvoeren aan de hand van data van zeven prominente leden binnen de WTO (1995-2015). Daarnaast zal ik acht casusstudies uitvoeren waarin ik relevante documenten analyseer en interviews houdt met bestuurlijk- en maatschappelijk betrokkenen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De politisering van Europese handelsakkoordonderhandelingen. 01/10/2019 - 30/09/2023

Abstract

In tijden van Brexit en Trump is handelsbeleid in het algemeen en het externe handelsbeleid van de Europese Unie (EU) in het bijzonder meer onder de publieke aandacht gekomen. Enkele handelsonderhandelingen gevoerd door de Europese Unie, 's werelds grootste handelsmacht, zijn inderdaad het onderwerp geworden van een politieke controverse zonder voorgaande. Niet enkel is de aandacht die er naartoe ging toegenomen, de opinies over hun wenselijkheid en hun inhoud zijn meer gepolariseerd geraakt, en meer actoren dan in het verleden hebben aan dit politieke proces deelgenomen. Opvallend genoeg echter, zijn onderhandelingen met Canada (CETA) en de Verenigde Staten van Amerika veel meer controvers gebleken dan gelijkaardige handelsakkoorden met pakweg Japan of Vietnam. Terwijl sommige handelsovereenkomsten dus gekenmerkt waren door een hoge graad van gepolariseerde publieke input vanwege een breed spectrum van actoren, hebben andere (soms zelfs meer omvattende) handelsakkoorden amper het voorwerp uitgemaakt van publieke aandacht. Stilaan is er een wetenschappelijke consensus aan het ontstaan over hoe we een begrip als 'politisering' kunnen definiëren en meetbaar maken, maar dit is nog niet systematisch toegepast op de vele handelsakkoorden die de Europese Unie heeft onderhandelt sinds het haar moratorium op bilaterale handelsakkoorden heeft opgeheven in 2005. Het doel van dit onderzoeksproject is dan ook om dit gat in de literatuur te vullen door in kaart te brengen in hoeverre deze onderhandelingen gepolitiseerd zijn geraakt – zowel wat betreft hun geografische spreiding over de EU-lidstaten als de variatie over de tijd heen. Door state-of-the-art sociale luister algoritmes en traditionele media analyse te combineren, zal dit project bijdragen tot de studie van politisering in de vorm van een empirische vergelijking van alle casi wat betreft hun saillantie, graad van polarisering van de opinies erover, en de (aantallen) actoren die aan dat politieke proces hebben deelgenomen. Op deze manier wil het project de empirische basis leggen voor toekomstig onderzoek over hoe verschillende structurele factoren, en welke combinaties daarvan, tot het proces van politisering bijdragen en welke niet. Tenslotte zal het in kaart brengen van de geografische en temporele variatie ons in staat stellen inzicht te verwerven in het dynamische proces van politisering en op welke wijze dit op auto-referentiële wijze geamplificeerd wordt door cycli in nieuwe media.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De handhaving van multilaterisme: de politieke economie van geschilleninitiatie in de Wereldhandelsorganisatie. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Het multilaterale handelsregime van de Wereldhandelsorganisatie WTO is één van de meest 'verrechtelijkte' internationale instituties in de internationale betrekkingen. Multilateralisme op het gebied van handelsbeleid is recent van verschillende kanten onder druk gekomen: een toenemende neiging van staten om preferentiële handelsakkoorden te sluiten, de contestatie van handelsbeleid door NGOs, en de toegenomen protectionistische retoriek van de VS en China. Nochtans wordt het regelwerk van de WTO algemeen gezien als een bijdrage tot een gelijk speelveld waar belanghebbenden gelijke kansen hebben om vroeger onderhandelde rechten af te dwingen. Bestaand onderzoek hierover heeft tot nog toe hoofdzakelijk aandacht besteed aan daadwerkelijke geschillen, en heeft daardoor over het hoofd gezien dat deze enkel de top vormen van een ijsberg van potentiële geschillen. Dit onderzoeksproject heeft als doelstelling potentiële WTO geschillen naar boven te brengen en te analyseren hoe overheden hieruit die onderwerpen kiezen die ze tot voorwerp maken van een klacht maken in Genève. Hiervoor stellen we eerst een databank op met de potentiële geschillen die aan vijf belangrijke leden van de WTO (de EU, de VS, Zuid-Korea, Japan en Brazilië) zijn gesignaleerd, om dan een reeks verklarende hypothesen te toetsen die kunnen verklaren waarom deze leden over gegaan zijn tot het neerleggen van een effectieve klacht bij de WTO. Deze toetsing zullen we doorvoeren door middel van een combinatie van een brede statistische analyse en gecontroleerde, vergelijkende casus studies in de diepte.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

PLATO - Legitimiteit in de Europese Unie na de crisis - Europees Training Netwerk 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Is er een crisis van legitimiteit van de Europese Unie? Deze onderzoeksvraag is vandaag geheel aan de orde. Deze vraag onderzoeken biedt ook een ideale manier om onderzoeksleiders van morgen te trainen in het overdenken van onze aannames over de studie van legitieme politieke orde. Hoewel de financiële crisis nieuwe vragen heeft doen rijzen over de legitimiteit van de Europese Unie, handelen bestaande theorieën over legitimiteitscrisissen enkel over politieke systemen in de vorm van staten. Nieuwe theorievorming is daarom nodig om te begrijpen wat als legitiem zou kunnen gelden in het geval van een politiek systeem dat zelf geen staat is, zoals de EU. Beginnende onderzoekers binnen PLATO zullen als team werken aan nieuwe theorievorming door middel van 15 onderzoeksprojecten naar de verschillende maatstaven waaraan de EU zou moeten voldoen en actoren waaraan zij verantwoording verschuldigd zouden moeten zijn. Deze beginnende onderzoekers zullen trachten vooruitgang te boeken in theorievorming over de legitimiteitscrisis van de EU via een uniek interdisciplinair begrip van hoe democratie, macht, recht, economie en maatschappij samen horen in instituties binnen en buiten de staat en zo de legitimiteit van de huidige politieke orde beïnvloeden. PLATO zal beginnende onderzoekers helpen om de conceptuele helderheid en analytische vaardigheden te ontwikkelen om dit thema op een nieuwe manier behandelbaar te maken. Zij zullen eveneens voorbereid worden op loopbanen buiten de academische sector. Hiertoe zal PLATO over universiteiten heen, over verschillende Europese landen heen, en over verschillende disciplines heen, begeleiding bieden door de capaciteiten van 9 onderzoeksuniversiteiten en 11 niet-academische partners samen in te brengen. https://www.plato.uio.no/

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Jean Monnet Centre of Excellence ACTORE (Consortium voor de Organisatie van Regelgeving en Multilevel Governance in de EU) 01/09/2016 - 31/08/2019

Abstract

Het onderzoek van ACTORE focust op multi-level governance in de EU. ACTORE onderzoekt hoe multi-level governance een impact heeft op beleidsvorming, en meer bepaald op regelgeving en implementatie op het Europese en het nationale niveau. Het onderzoeksprogramma is georganiseerd in drie onderling verbonden onderzoekslijnen: het complexe multilevel systeem van de EU, de veranderende binnenlandse en Europese beslutivormingsmechanismen en de legitimiteit van het Europese multilevel politieke systeem. Multilevel governance in de EU heeft de organisationele en institutionele opzet van overheid en beleidsvorming onderling afhankelijk en complex gemaakt. Hierdoor is ook de wijze van belangenverdediging gewijzigd, met betrekking tot hoe belangengroepen hun belangen verdedigen en de overheid van input voorzien. Deze Europese processen interneren bovendien met de binnenlandse evoluties. Dit alles heeft repercussies op de legitimiteit van het meerlagige Europese systeem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wat komt aan de oppervlakte in het multilaterale handelsregime? Een vergelijkend onderzoek naar de politiek-economische determinanten van geschilleninitiatie in de Wereldhandelsorganisatie (WTO). 01/10/2014 - 16/02/2017

Abstract

In dit onderzoeksproject onderzoek ik of, en onder welke omstandigheden, de verrechtelijking van de Wereldhandelsorganisatie WTO tot meer handelsliberalisering leidt. Ik concentreer me hiervoor op twee nauw verwante vraagstellingen. (1) Nemen WTO lidstaten die door een andere WTO lidstaat zouden kunnen aangeklaagd worden in een WTO geschillenbeslechtingsprocedure een protectionistische of een liberaliserende onderhandelingspositie in tijdens multilaterale onderhandelingen? (2) Onder welke omstandigheden leidt effectieve (in plaats van dreigende) geschillenbeslechting tot de opheffing van WTO-onwettige handelsbarrières? De eerste vraag richt de aandacht op het effect van juridische kwetsbaarheid op de onderhandelingsstrategieën van WTO lidstaten. De tweede vraag onderzoekt hoe issue kenmerken en binnenlandse besluitvormingsregels implementatie beïnvloeden. Door kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden te combineren wil ik een licht werpen op hoe de twee belangrijkste wereldhandelspartners, de EU en de VS, reageren op juridische kwetsbaarheid enerzijds en effectieve geschillenbeslechting anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het domein van de Europese handelspolitiek. 15/09/2014 - 30/09/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Internationale judiciële politiek: EU en VS handelsbeleid in reactie op WTO veroordelingen. 01/10/2013 - 30/09/2017

Abstract

Hoe reageren de Europese Unie en de Verenigde Staten op klachten binnen het WTO geschillenbeslechtingsysteem? Nu de huidige Doha Ronde van multilaterale handelsonderhandelingen geblokkeerd is, is het vinden van een antwoord op deze vraag belangrijk om de sterkte en aard van de rechterlijke arm van de WTO te evalueren, en om te weten of en hoe de WTO een centrale institutie kan blijven in globale economische regulering. We zullen de reacties van de EU en de VS onderzoeken door middel van een combinatie van geavanceerd regressie technieken, qualitatieve vergelijkende analyse, en gedetailleerde casus studies van uitgekozen WTO geschillen, waar de EU en de VS als aangeklaagden ageerden. Gebaseerd op een originele codering van de WTO geschillen databank van Horn en Mavroidis, zullen we in staat zijn patronen van reacties op WTO judiciële procedures te identificeren, oorzaken op het spoor te komen en gevolgtrekkingen te maken over noodzakelijke en voldoende voorwaarden, alsook de juridische analyse van casus jurisprudentie toe te passen voor een gecontroleerde vergelijking van uitgekozen WTO geschillenbeslechtingscasi. Dit gemengde-methode onderzoeksopzet laat ons toe twee verschillende types van reacties op klachten in de WTO tegelijkertijd te onderzoeken, namelijk de graad van escalatie van een geschil (consultatie, panel, vergelding) en de graad van regelnaleving (niet-implementatie, partiële, en volledige implementatie). In deze projectaanvraag illustreren we hoe de twee verklarende factoren van politieke mobilisatie en het aantal veto spelers best wel eens gelieerd zou kunnen zijn met zowel geschillenescalatie en regelnaleving. We leggen verder uit hoe we een heel reeks andere verklarende factoren zullen onderzoeken, hoe we uitdagingen in het coderen willen aangaan, en zetten uiteen hoe internationale interdisciplinaire samenwerking zullen bijdragen tot de haalbaarheid en de innovatieve aard van het project. Het begeleidingsteam voor de doctorale onderzoeker zal bestaan uit de UA ACIM onderzoekers Prof. Dr. Dirk De Bièvre en FWO postdoc Dr. Arlo Poletti (binnenkort deeltijds professor aan LUISS, Rome), UA WTO recht specialist Prof. Dr. Alexia Herwig, QCA specialist Prof. Dr. Francesco Giumelli (Praag), en WTO jurisprudentie specialist Prof. Dr. Petros Mavroidis (Columbia Law School & EUI, en binnenkort Dr. honoris causa aan de UA).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De berg baart een muis. Een onderzoek naar het gedrag van belangengroepen op het internationale niveau. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Het doel van dit project is om aan te tonen dat, hoewel lobbyen een sterk doelgericht karakter heeft, de doelgerichtheid op zich geen adequate verklaring biedt voor de politieke strategieën van veel belangengroepen. Veel is afhankelijk van contextuele factoren alsook het type organisatie. Om dit te onderbouwen concentreert mijn doctoraatsonderzoek zich op de volgende stellingen. Ten eerste, het gros van de internationale belangengroepen gaat niet voor beleidverandering, maar neigt er juist naar de status-quo te ondersteunen. Ten tweede, de mobilisatie van internationale belangengroepen is geen 'bottom-up' proces, maar wordt mede gestuurd door de noden van internationale organisaties. Ten derde, ook de organisatorische behoeften van belangenorganisaties is van belang bij het verklaren van hun gedrag. De stellingen onderzoek ik bij organisaties die actief zijn op het terrein van de WTO.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van belangengroepen in transatlantische samenwerking rond regulering. 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het politieke proces van handelsliberalisering in de WTO: hoe latente en effectieve geschillen handelsbarrières opheffen. 01/10/2011 - 30/09/2014

Abstract

In dit onderzoeksproject onderzoek ik of, en onder welke omstandigheden, de verrechtelijking van de Wereldhandelsorganisatie WTO tot meer handelsliberalisering leidt. Ik concentreer me hiervoor op twee nauw verwante vraagstellingen. (1) Nemen WTO lidstaten die door een andere WTO lidstaat zouden kunnen aangeklaagd worden in een WTO geschillenbeslechtingsprocedure een protectionistische of een liberaliserende onderhandelingspositie in tijdens multilaterale onderhandelingen? (2) Onder welke omstandigheden leidt effectieve (in plaats van dreigende) geschillenbeslechting tot de opheffing van WTO-onwettige handelsbarrières? De eerste vraag richt de aandacht op het effect van juridische kwetsbaarheid op de onderhandelingsstrategieën van WTO lidstaten. De tweede vraag onderzoekt hoe issue kenmerken en binnenlandse besluitvormingsregels implementatie beïnvloeden. Door kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden te combineren wil ik een licht werpen op hoe de twee belangrijkste wereldhandelspartners, de EU en de VS, reageren op juridische kwetsbaarheid enerzijds en effectieve geschillenbeslechting anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

INTEREURO - Vergelijkend onderzoek naar de politiek van belangenorganisaties in Europa. 01/01/2011 - 31/12/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wanneer rechtszaken tot handelsliberalisering leiden: judicialisering in de Wereldhandelsorganisatie WTO en handelsliberalisering door de Europese Unie. 01/01/2010 - 31/12/2012

Abstract

De doelstelling van dit onderzoeksproject is een verklaring te bieden voor de verschillen in de mate waarin WTO lidstaten reageren op juridische aanvechting door handelspartners in het WTO geschillenbeslechtingsmechanisme. We ontwikkelen een theoretisch kader om te verklaren waarom en hoe staten zich in bepaalde gevallen aanpassen aan deze eisen van buitenaf en in andere dan weer vasthouden aan hun bestaande beleidsoptie. Op empirisch vlak maakt dit onderzoeksproject gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodes om casi te analyseren waarin de geschillenbeslechtingsprocedure van de WTO tegen de EU werd ingeroepen sinds de creatie van de WTO in 1995.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een vergelijkend onderzoek naar belangengroepen in de Europese handelspolitiek ten aanzien van China. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Dit onderzoek betreft de relatieve invloed van verschillende belangengroepen in de Europese externe handelspolitiek ten aanzien van China. Tot op welke hoogte en waarom beïnvloeden belangengroepen van importeurs en groothandelaars in toenemende mate de EU handelspolitiek, en beleidsdomein traditioneel beheerst door producentengroepen? Door middel van een gecontroleerde vergelijking van verschillende belangengroepen wordt een antwoord gezocht op deze vraag. De specifieke, empirische doelstelling van dit onderzoek bestaat uit het komen tot een beter begrip van de politieke economie van het Europese handelsbeleid. Dit zal gebeuren aan de hand van de volgende drie onderzoeksvragen: 1) Verliezen de traditioneel invloedrijke producenten-belangengroepen van exporteurs en sectoren die concurreren met importen aan invloed op het Europese handelsbeleid? 2) Hebben importeurs en groothandelbedrijven vandaag de dag meer invloed op de beleidsbeslissingen van de Europese handelspolitiek dan tijdens de jaren tachtig en, zo ja, in welke mate? en 3) Wat zijn de gevolgen van deze ontwikkelingen voor zowel de institutionele structuur als de beleidsinhoud (protectie of liberalisering) van de Europese handelspolitiek?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Samenwerking in de schaduw van de wet: judicialisering en de uitbreiding van de reikwijdte van de WHO. 01/10/2009 - 30/09/2010

Abstract

Het is algemeen erkend dat de verrechtelijking van het wereldhandelsregime bij de oprichting van de WTO in 1995 een diepe impact heeft gehad op de handelsbelangen van binnenlandse actoren in WTO lidstaten. Weinig aandacht echter is tonogtoe gegaan naar de vraag hoe de kwetsbaarheid voor juridische aanvechting en het vooruitzicht van een proces een invloed heeft op de geneigdheid van deze actoren om reeds bestaande samenwerkingsakkoorden in de WTO verder uit te diepen en te verbreden. Dit onderzoeksvoorstel licht toe hoe deze dynamiek geanalyseerd kan worden aan de hand van de preferentievorming van de Europese Unie over twee onderhandelingsthema's in de Doha Ronde: landbouw en handel-en-milieu.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Internationale Onderhandelingen in de Europese Raad: Preferenties van Onderhandelaars in Kaart Gebracht. 01/03/2008 - 31/12/2009

Abstract

Onderhandelingen in de EU zijn bepalend voor de internationale en nationale politiek. Het verklaren van deze besluitvorming vereist goede data over de preferenties van de onderhandelaars. Het verzamelen van die data is echter kostelijk. Dit project beoogt een databestand van preferenties aan te leggen waarmee een belangrijke impuls wordt gegeven aan het onderzoek naar internationale onderhandelingen waarvan meerdere onderzoekers profiteren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een vergelijkend onderzoek naar belangengroepen in de Europese handelspolitiek ten aanzien van China. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Dit onderzoek betreft de relatieve invloed van verschillende belangengroepen in de Europese externe handelspolitiek ten aanzien van China. Tot op welke hoogte en waarom beïnvloeden belangengroepen van importeurs en groothandelaars in toenemende mate de EU handelspolitiek, en beleidsdomein traditioneel beheerst door producentengroepen? Door middel van een gecontroleerde vergelijking van verschillende belangengroepen wordt een antwoord gezocht op deze vraag. De specifieke, empirische doelstelling van dit onderzoek bestaat uit het komen tot een beter begrip van de politieke economie van het Europese handelsbeleid. Dit zal gebeuren aan de hand van de volgende drie onderzoeksvragen: 1) Verliezen de traditioneel invloedrijke producenten-belangengroepen van exporteurs en sectoren die concurreren met importen aan invloed op het Europese handelsbeleid? 2) Hebben importeurs en groothandelbedrijven vandaag de dag meer invloed op de beleidsbeslissingen van de Europese handelspolitiek dan tijdens de jaren tachtig en, zo ja, in welke mate? en 3) Wat zijn de gevolgen van deze ontwikkelingen voor zowel de institutionele structuur als de beleidsinhoud (protectie of liberalisering) van de Europese handelspolitiek?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Efficiënt en democratisch bestuur in een multi-level Europa (CONNEX). 01/02/2006 - 30/06/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)