Onderzoeksgroep

Expertise

Opleidingen voor overheden over Europese en internationale besluitvorming en onderhandelingen.

Legitiem crisis management en gelaagd bestuur (LEGITIMULT) 01/10/2022 - 30/09/2025

Abstract

LEGITIMULT beoordeelt welke impact de maatregelen van verschillende internationale, nationale en subnationale overheden hadden op gelaagd bestuur en intergouvernementele betrekkingen in de nasleep van de Covid-19 pandemie. Het project analyseert het effect van deze maatregelen op democratisch bestuur, met bijzondere nadruk op de mate waarin gelaagd bestuur hierin een rol speelt, om te komen tot een model van legitiem crisisbeheer. De maatregelen van 31 Europese landen worden voor dit doel onderzocht aan de hand van een nieuwe dataset die duidelijk maakt hoe de verschillende bestuurslagen hierin verweven zitten: WHO en EU op nationaal niveau, en regionale en lokale overheden op sub-nationaal niveau. De impact van deze maatregelen wordt geanalyseerd aan de hand van een aantal dimensies die kenmerkend zijn voor functioneel democratisch bestuur: rechtsstaat en democratische participatie; mensenrechten en rechten van minderheden; vertrouwen; en economische duurzaamheid. LEGITIMULT kwalificeert de verschillende afwegingen binnen en tussen deze dimensies die nodig zijn om een crisis zoals Covid-19 doeltreffend en snel aan te pakken, met behoud van een voldoende democratisch bestuur en zonder te grote inperkingen op democratische standaarden. Deze uiteindelijke afwegingen binnen en tussen de verschillende dimensies van democratisch bestuur bij crisisbeheersing worden samengebracht tot een reeks beleidsaanbevelingen, toegesneden op verschillende ontvangers, en ontwikkeld via uitgebreid overleg met groepen belanghebbenden doorheen het hele project. Burgers, beleidsmakers en praktijkmensen worden betrokken bij de experimentele fase van het project, waar interactief leren en praktische instrumenten worden getest en mede ontworpen en verfijnd met relevante belanghebbenden op een participatieve manier. Beleidsaanbevelingen en praktische instrumenten smelten samen tot een toolkit voor legitiem crisismanagement, klaar voor gebruik bij mogelijke toekomstige crises.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vaccinatietwijfel in de (post-) COVID-19 EU: Effecten van Europese identiteit, partijoriëntatie, vertrouwen en politieke polarisatie. 01/09/2021 - 31/08/2024

Abstract

Momenteel varieert de COVID-19 vaccin aarzeling (VH) - een aarzeling of weigering om gevaccineerd te worden - aanzienlijk tussen de EU-lidstaten (74,3% in Spanje versus 58,9% in Frankrijk en 56,3% in Polen) (Lazarus et al., 2020). Het is belangrijk te begrijpen waarom en hoe deze aarzeling om te vaccineren ontstaat, en de relevantie van deze kwestie reikt verder dan de nationale grenzen. Dit is met name het geval in de EU, die bestaat uit 27 landen met uiteenlopende ervaringen met de COVID-19-pandemie, verschillende politieke systemen en burgers die zijn ingebed in verschillende politieke gemeenschappen. Tot dusver is de aarzeling om te vaccineren in ontwikkelde landen vooral vanuit gezondheidswetenschappelijk oogpunt onderzocht en bijna uitsluitend toegespitst op (1) sociaaleconomische en demografische verklaringen (2) in specifieke subgroepen van de bevolking (op meso-niveau, bv. gezondheidswerkers, ouders, religieuze of immigrantengemeenschappen). Op het gebied van de politieke wetenschappen is weinig gedaan om mogelijke (1) politieke verklaringen voor de aarzeling om te vaccineren en (2) op andere dan meso-niveaus (d.w.z. op macro-(landsoverschrijdend) en micro-(individueel) niveau) te onderzoeken. Ondertussen suggereren de cross-nationale verschillen in VH en recent bewijsmateriaal dat VH sterk verbonden zou kunnen zijn met politieke factoren. Tegen deze achtergrond stelt dit project de vraag: hoe verklaren politieke factoren vaccinatieweigering op macro- en microniveau? In dit interdisciplinaire project combineer ik inzichten uit de politieke wetenschappen, politieke psychologie, Europese studies, bestuurskunde en gezondheidswetenschappen om een theoretisch model op te bouwen dat politieke verklaringen biedt voor aarzeling om een vaccin te nemen. Op basis van een uitgebreide literatuurstudie conceptualiseer ik aarzeling om te vaccineren als tegenstrijdig aan vaccinatie, wat een (a) pro-sociaal (b) regel- en normconform (c) risicogedrag is. Als zodanig is het waarschijnlijk een gevolg van zowel normatieve (d.w.z. Europese identiteit, partijoriëntaties) als instrumentele vormen van therapietrouw (d.w.z. vertrouwen) die bekend zijn uit de therapietrouwliteratuur. Hieraan voeg ik nog een politieke factor toe die mogelijk van groot belang is voor de terughoudendheid ten aanzien van vaccins: politieke polarisatie. Zoals onderzoek laat zien, ondermijnt toenemende politieke polarisatie momenteel het functioneren van democratische regimes over de hele wereld (Carothers & O'Donohue, 2019; Citrin & Stoker, 2018; McCoy, Rahman, & Somer, 2018; McCoy & Somer, 2019). In politiek gepolariseerde staten "zijn de kloven waarschijnlijk zeer diep, is de consensus zeker laag, en wordt de legitimiteit van het politieke systeem op grote schaal in twijfel getrokken" (Sartori, 1976, p. 135). Hoge politieke polarisatie belemmert de capaciteit van de overheid om problemen van collectieve actie op te lossen, wat bijvoorbeeld kan leiden tot terughoudendheid met betrekking tot vaccins. Dit project draagt bij tot verschillende belangrijke academische debatten. Ten eerste draag ik bij tot de gezondheidswetenschappen door een politiek-wetenschappelijk perspectief in te brengen: Ik bied nieuwe politieke verklaringen voor de oude vragen over aarzeling om te vaccineren. Ten tweede formuleer ik sociaal-politieke gevolgen van politieke polarisatie en vertrouwen op een zeer relevant gebied van de volksgezondheid. Ten derde pas ik het theoretische kader van regelnaleving aan op een nieuw terrein van vaccinatie en aarzeling om te vaccineren. Ten vierde verbind ik het specifieke regelconforme gedrag met de kwesties van nationale versus Europese identiteit, waarbij ik onderzoek in welke mate deze politieke identiteiten kunnen worden vertaald in een pro-sociaal risicogedrag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vertrouwen en wantrouwen in meerlagige politieke en administratieve systemen: oorzaken, dynamieken en effecten (GOVTRUST) 01/01/2020 - 31/12/2025

Abstract

Hedendaags bestuur van de samenleving is een complexe activiteit, omdat overheidsinstanties op diverse niveaus (EU, nationaal, deelstatelijk) betrokken zijn bij de opmaak en implementatie van regelgeving en daarvoor samenwerken met niet-statelijke actoren in gelaagde besluitvormingsorganen. Vertrouwen is een fundamentele voorwaarde voor het goed presteren van multi-level governance systemen. Hoewel een zekere mate van georganiseerd wantrouwen tussen actoren functioneel kan zijn, komt het systeem voor grote uitdagingen te staan wanneer het vertrouwen tussen burgers, private organisaties en overheidsinstanties op verschillende bestuursniveaus blijft afnemen. Dit belemmert niet alleen de samenwerking tussen burgers, private organisaties en de overheid, maar ook die tussen overheidsorganisaties op verschillende bestuursniveaus. Deze samenwerking is nochtans noodzakelijk voor effectief bestuur. Het onderzoeksexcellentie-consortium GOVTRUST, dat onderzoeksteams uit de politieke wetenschappen, bestuurskunde, rechten, communicatiewetenschappen en gedragseconomie omvat, zal de dynamieken, oorzaken en effecten van vertrouwen en wantrouwen tussen actoren betrokken in multi-level governance op een interdisciplinaire wijze bestuderen. Hiervoor zal het consortium gebruik maken van multi-methode onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van juridische studies, surveys en kwantitatieve analyses, verschillende soorten experimenten, inhoudsanalyse, sociale netwerkanalyse alsook gecontroleerde casusvergelijkingen. Met haar onderzoeksprogramma, samenwerkingen en activiteiten zal het consortium wetenschappelijke kennis genereren op een internationaal excellentieniveau, bijdragen aan de internationale reputatie van de Universiteit Antwerpen en impact op beleid en bestuur nastreven.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vertrouwen in Governance en Regulering in Europa (TiGRE) 01/01/2020 - 30/09/2023

Abstract

TiGRE biedt een omvattend en coherent analytisch kader voor de studie van vertrouwensrelaties in governance. Het project wordt geleid door de Universiteit van Lausanne, en UAntwerpen is een belangrijke partner betrokken in alle werkpakketten. Andere betrokken universiteiten zijn de universiteiten van Hebrew Jeruzalem, IBEI, Aarhus, Oslo, Utrecht, Speyer, en Kominsky. Binnen de UAntwerpen wordt TiGRE getrokken door een intense samenwerking tussen twee onderzoeksgroepen (Politics & Public Governance en Overheid & Recht) binnen het Onderzoeksexcellentiecentrum GOVTRUST dat werkt rond vertrouwen in multi-level governance. Het project onderzoekt het vertrouwen onder actoren van markt-regulerende regimes, zoals regelgevers, politieke, administratieve en gerechtelijke instanties, de gereguleerde industrieën, dienstverleners en hun belangenorganisaties, consumenten en andere maatschappelijke belangen, evenals burgers in het algemeen. TiGRE opent daarmee nieuwe onderzoeksrichtingen binnen onderzoek naar vertrouwensrelaties tussen burgers en overheden. Het doel van TiGRE is om de rol van vertrouwen en wantrouwen in Europees regulerend bestuur te analyseren en de manieren waarop vertrouwen kan worden gehandhaafd, verbeterd, en hersteld via governance praktijken en hervormingen te begrijpen. Het onderzoek gebruikt een multilevel governance-aanpak, die zowel de betrokken actoren op EU-niveau als op nationaal en regionaal niveau bestudeert. Vertrouwen - zowel als een voorwaarde als een consequentie van goed functionerende regulerende regimes - is een sleutelfactor om te begrijpen hoe deze regimes in staat zijn om effectief en legitiem bestuur te produceren. Het diepgaande onderzoek van de complexe wisselwerking tussen vertrouwensconfiguraties en regulering in verschillende markt-regulerende regimes (financiën, voedselveiligheid, communicatie en gegevensbescherming) op verschillende bestuursniveaus en in verschillende landen vereist de gezamenlijke inspanning van onderzoekers met ruime ervaring. TiGRE wordt gerund door een nauw geïntegreerd multidisciplinair consortium van front-line wetenschappers, die een zeer breed scala aan theoretische, analytische en methodologische vaardigheden samenbrengen. Een 'mixed-method' aanpak met behulp van surveys, sociale netwerkanalyse, datasets met door onderzoekers gecodeerde variabelen, experimenten en media-analyse wordt toegepast om een volledig inzicht te verschaffen in dergelijke veelzijdige vertrouwensgerelateerde processen. Om onderzoek te koppelen aan beleid en praktijk, biedt TiGRE criteria, indicatoren en vroegtijdige waarschuwingsmechanismen voor het detecteren van afnemend vertrouwen en scenario's over de gevolgen daarvan. Ze worden gevalideerd door interactie met belanghebbenden en vergeleken met bewijsmateriaal van buiten de EU.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vertrouwen, legitimiteit en nalevingsbereidheid aangaande COVID-19 exit-maatregelen. 01/06/2020 - 31/05/2021

Abstract

Although intrusive Covid-19 lockdown measures were legitimate in the initial stages of the crisis, the overriding call for stringent measures is gradually dissipating. Citizens increasingly demand that exitstrategies are developed with sufficient regard for their socio-economic interests, while potential infringements of fundamental rights, such as free movement, privacy and fair competition, and legal principles such as equality and proportionality lead to increasing criticism of and even litigation against government measures. While current strategies are primarily based on epidemiological and medical research, the growing relevance of social and legal factors for the development of exit-strategies implies that new data and knowledge is urgently needed. In particular, insights into the conditions under which Covid-19 measures are socially legitimate, legally sound, and stimulate citizen compliance is necessary to develop sustainable exit-strategies. Our project fills the lack of scientific and policyrelevant knowledge of social and legal factors in Covid-19 exit-strategies by using the following double approach 1) three vignette surveys examine how intended compliance and legitimacy of combinations of proposed Belgian Covid-19 measures is influenced by framing on underlying public health, social and legal concerns 2) and a systematic legal analysis aims at generating new insights on new measures' legality and provide essential input for the design of the vignette surveys. Continuous communication to governments of research findings from the vignette surveys and legal analysis to will provide policyrelevant input on new measures, allowing governments to make informed and balanced decisions on their exit-strategies, and providing support in the prevention of non-compliance to or litigation against Covid-19 measures.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Stakeholder consultaties as legitimatie strategie: een illustratie van financiële agentschappen in de EU. 01/05/2020 - 30/04/2021

Abstract

De SEP-beurs vormt een extra jaar van het PhD-traject van Bas Redert. Het volgt op een driejarige EU-subsidie in kader van het Innovative Training Network PLATO on the Post-crisis Legitimacy of the European Union. De subsidie heeft vier belangrijke voordelen voor het onderzoek dat al werd uitgevoerd door PhD-onderzoeker Bas Redert en voor toekomstige academische inspanningen aan de Universiteit van Antwerpen. Ten eerste maakt de verlenging van het PhD-traject het mogelijk om het onderwerp in kwestie verder te analyseren. Het betekent ook dat eerder onderzoek kan worden uitgebreid en dat nieuwe methoden kunnen worden toegepast op de studie van EU-belangengroepen. Als gevolg hiervan opent de SEP-subsidie nieuwe (methodologische) wegen voor onderzoek in dit specifieke onderzoeksveld. Daarnaast dient de subsidie ook om het proefschrift meer coherent en completer te maken. Ten tweede, en in verband hiermee, maakt de verlenging het mogelijk om verschillende artikelen in toptijdschriften te publiceren. Tijdens de driejarige ITN-beurs is een artikel in het hoog aangeschreven Journal of Common Market Studies geaccepteerd voor publicatie, en voorziet een boekhoofdstuk in een edited volume (bewerkt door Chris Lord, Dirk De Bièvre, Ramses Wessels en Peter Bursens) publicatie door ECPR Press. De SEP-beurs biedt tijd om andere artikelen voor te bereiden en in te dienen voor publicatie in hoog aanschreven tijdschriften. Ten derde maakt de SEP-subsidie het mogelijk om een FWO junior postdoctoraal projectvoorstel te schrijven. Aangezien het tijdsbestek van een driejarig doctoraatstraject extreem kort is, zou het moeilijk zijn geweest om binnen deze tijd een degelijk FWO-voorstel te schrijven. Het ontvangen van de SEP-subsidie biedt de tijd die nodig is om een postdoc-voorstel voor te bereiden en in te dienen namens de onderzoeksgroep Politics and Public Governance aan de Universiteit Antwerpen. Het voorstel zal worden ingediend voor de oproep van december 2020 en zou in juni 2021 worden toegekend. Ten vierde zal het extra jaar van financiering worden gebruikt om subsidie- en onderzoeksprojectvoorstellen te schrijven en in te dienen samen met mijn huidige supervisors. Onlangs werd de onderzoeksgroep Politics and Public Governance onderdeel van een van de Centres of Excellence met een focus op 'Trust and Distrust in Multi-level Governance'. GOVTRUST zal baanbrekend en interdisciplinair onderzoek uitvoeren op internationale grensdomeinen. Expertise op het gebied van stakeholderbetrokkenheid met betrekking tot EU-legitimiteit en legitimatiestrategieën past perfect binnen de doelstellingen en toepassingsgebieden van het Centre. Daarom zal nauwe samenwerking met het Centre of Excellence zeer stimulerend en voordelig zijn voor beide partijen. Meer specifiek zal GOVTRUST de context bieden om op een grotere schaal voorstellen te doen voor collaboratieve Europese onderzoeksprogramma's. Kortom, de SEP-subsidie maakt het mogelijk om lopende onderzoeksinspanningen te stimuleren en creëert duurzame initiatieven voor nieuw onderzoek aan de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Jean Monnet Leerstoel 'Vaardigheden in EU studies' 01/09/2019 - 31/08/2022

Abstract

Het voornaamste doel van het project is de versterking van het EU gerelateerde onderwijs in de programma's van het departement politieke wetenschappen. Daarnaast wordt EU onderwijs ontwikkeld in andere disciplines, onderzoek gedaan naar de effecten van actieve leeromgevingen en activiteiten georganiseerd voor een breder publiek en specifieke doelgroepen. Het onderwijs van de leerstoelhouder is bijna volledig gewijd aan de Europese Unie, voornamelijk in de bachelor en masteropleidingen van het departement politieke wetenschappen, maar ook aan de faculteit wetenschappen en de Antwerpen Management School. Het gebruik van actieve leeromgevingen is in toenemende mate voorwerp van onderzoek. De leerstoelhouder is leidend lid van de onderzoeksgroep Politics and Public Governance, met een interdisciplinaire onderzoekslijn over actief leren in politieke wetenschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject
  • Onderwijsproject

Wie of wat vertegenwoordigen Europarlementariërs? Een verklarende analyse van de variatie in de focus van vertegenwoordiging in het wetgevend gedrag van Europarlementariërs. 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Het is regelmatig beargumenteerd dat de Europese Unie (EU) zou lijden aan een 'democratisch tekort' en dat de Europese representatieve democratie niet goed functioneert. In het algemeen wordt verwacht dat Europarlementariërs (MEPs) de stem van de Europese burger zouden moeten vertegenwoordigen (zie de website van het Europees Parlement). Echter, we weten heel weinig over het vertegenwoordigende gedrag van MEPs. Wie of wat vertegenwoordigen ze echt? En hoe kunnen we verschillen in hun 'foci van vertegenwoordiging' verklaren? Komen deze verschillen slechts voor tussen Europarlementariërs of vertegenwoordigt eenzelfde MEP iets anders in verschillende contexten? Dit zijn de vragen die het onderzoeksproject sturen. Empirisch zullen we de nadruk leggen op één van de hoofdtaken van een Europarlementariër: wetten maken. Of specifieker, we zullen de amendementen die MEPs introduceren om wetgevende voorstellen van de Europese Commissie (EC) aan te passen analyseren. Het project zal nagaan in hoeverre amendementen verwijzen naar, bijvoorbeeld, een specifiek bedrijf of bedrijfstak, een meer algemeen belang zoals de opwarming van de aarde, of naar het land of de kieskring van de Europarlementariër. De vernieuwende bijdrage is dat we starten vanuit de aanname dat een MEP zich niet zal beperken tot één focus van vertegenwoordiging, maar dat zij meerdere foci tegelijk kan hebben en zal wisselen tussen foci naar gelang de beleidskwestie of het moment in de electorale cyclus. Theoretisch is het streven om de variatie in de focus van vertegenwoordiging te verklaren aan de hand van een model dat factoren op het Europese niveau, het individuele niveau en het landsniveau combineert.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

PLATO - Legitimiteit in de Europese Unie na de crisis - Europees Training Netwerk 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Is er een crisis van legitimiteit van de Europese Unie? Deze onderzoeksvraag is vandaag geheel aan de orde. Deze vraag onderzoeken biedt ook een ideale manier om onderzoeksleiders van morgen te trainen in het overdenken van onze aannames over de studie van legitieme politieke orde. Hoewel de financiële crisis nieuwe vragen heeft doen rijzen over de legitimiteit van de Europese Unie, handelen bestaande theorieën over legitimiteitscrisissen enkel over politieke systemen in de vorm van staten. Nieuwe theorievorming is daarom nodig om te begrijpen wat als legitiem zou kunnen gelden in het geval van een politiek systeem dat zelf geen staat is, zoals de EU. Beginnende onderzoekers binnen PLATO zullen als team werken aan nieuwe theorievorming door middel van 15 onderzoeksprojecten naar de verschillende maatstaven waaraan de EU zou moeten voldoen en actoren waaraan zij verantwoording verschuldigd zouden moeten zijn. Deze beginnende onderzoekers zullen trachten vooruitgang te boeken in theorievorming over de legitimiteitscrisis van de EU via een uniek interdisciplinair begrip van hoe democratie, macht, recht, economie en maatschappij samen horen in instituties binnen en buiten de staat en zo de legitimiteit van de huidige politieke orde beïnvloeden. PLATO zal beginnende onderzoekers helpen om de conceptuele helderheid en analytische vaardigheden te ontwikkelen om dit thema op een nieuwe manier behandelbaar te maken. Zij zullen eveneens voorbereid worden op loopbanen buiten de academische sector. Hiertoe zal PLATO over universiteiten heen, over verschillende Europese landen heen, en over verschillende disciplines heen, begeleiding bieden door de capaciteiten van 9 onderzoeksuniversiteiten en 11 niet-academische partners samen in te brengen. https://www.plato.uio.no/

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Jean Monnet Centre of Excellence ACTORE (Consortium voor de Organisatie van Regelgeving en Multilevel Governance in de EU) 01/09/2016 - 31/08/2019

Abstract

Het onderzoek van ACTORE focust op multi-level governance in de EU. ACTORE onderzoekt hoe multi-level governance een impact heeft op beleidsvorming, en meer bepaald op regelgeving en implementatie op het Europese en het nationale niveau. Het onderzoeksprogramma is georganiseerd in drie onderling verbonden onderzoekslijnen: het complexe multilevel systeem van de EU, de veranderende binnenlandse en Europese beslutivormingsmechanismen en de legitimiteit van het Europese multilevel politieke systeem. Multilevel governance in de EU heeft de organisationele en institutionele opzet van overheid en beleidsvorming onderling afhankelijk en complex gemaakt. Hierdoor is ook de wijze van belangenverdediging gewijzigd, met betrekking tot hoe belangengroepen hun belangen verdedigen en de overheid van input voorzien. Deze Europese processen interneren bovendien met de binnenlandse evoluties. Dit alles heeft repercussies op de legitimiteit van het meerlagige Europese systeem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject
  • Onderwijsproject

Het effect van actieve leeromgevingen op situationele interesse van studenten. Een quasi-experimentele studie naar simulaties in politieke wetenschappen. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Het academisch onderwijs in politieke wetenschappen heeft de afgelopen jaren een verandering ondergaan van een docent-gecentreerde naar een student-gecentreerde aanpak. Meer en meer worden actieve leeromgevingen opgezet, waaronder ook simulaties, om studenten kritisch te leren omgaan met besluitvorming, beleidsinhouden en de interacties tussen meerdere bestuurslagen en –actoren. Voorstanders van actieve leermethoden zoals simulaties argumenteren dat hun aanpak een positieve impact heeft op leerresultaten. Tot nu is er echter slechts anekdotisch, methodologisch zwak onderbouwd en soms tegenstrijdig bewijsmateriaal geleverd voor deze claim. Daarom heeft dit project als eerste doelstelling het effect te meten van simulaties op de situationele interesse van studenten, één van de belangrijkste componenten van affectief leren. Van situationele interesse weten we dat het beïnvloed wordt door factoren uit de leeromgeving en dat het een belangrijke voorspeller is van leerresultaten. Wij vertrekken van de assumptie dat variatie in leeromgeving een impact heeft op situationele interesse. Onze onderzoeksvragen gaan daarom over hoe simulaties een effect ressorteren op de situationele interesse van studenten. Hebben simulaties een effect op situationele interesse? Hoe ontwikkelt situationele interesse zich tijdens een simulatie? Onder welke omstandigheden zijn simulaties meer of minder effectief? Wat zijn de bevorderende en de belemmerende factoren? Op methodologisch vlak gebruikt dit project een quasi-experimentele studie in een ecologisch valide setting waarbij survey data gecombineerd worden met kwalitatieve gegevens uit interviews en focusgroepen met studenten. Er worden unieke gegevens verzameld zowel in de incentive als in de controlesituatie. De interventiesituatie behelst meerdere populaties. De data hievoor zijn beschikbaar omdat één van de teamleden betrokken is bij nationale en internationale simulatieprojecten. Het onderzoeksopzet garandeert innovatie op het vlak van methoden (een quasi-experimentele setting), gegevens (unieke survey data), multidisciplinariteit (politieke en onderwijswetenschappen) en toepassing (het optimaliseren van de effectiviteit van simulaties).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Politieke aspecten bij de ontwikkeling van het EU-migratiebeleid. 16/10/2013 - 15/08/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Erasmus Mundus. UA levert aan Erasmus Mundus de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Het beeld van Europa: Hoe dragen politieke cartoons bij tot de (de)constructie van een Europese publieke sfeer in tijden van crisis? 01/10/2013 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vergelijkend regionalisme: problemen rond Europese integratie vergeleken met problemen in andere regionale integratieprojecten. 22/09/2013 - 14/07/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Pedagogische attitudes en vaardigheden in een Europese context. 01/09/2013 - 31/08/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Steunpunt Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking (Vision) (2012-2015). 01/01/2012 - 30/04/2016

Abstract

Het consortium bestaat uit het Antwerp Centre for Institutions and Multilevel Politics, de Vlerick Leuven Gent Management School en H.U.Brussel. Binnen de KU Leuven maken ook collega's verbonden aan de Faculteit Economie, het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid, de Onderzoekseenheid Internationaal en Buitenlands Recht, het Instituut voor Internationaal Recht, het Instituut voor Europees Recht en HIVA - Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving deel uit van het project. Het onderzoek is verdeeld over vier thematische pijlers: (i) Internationaal en Europees Recht; (ii) Internationaal en Europees Beleid; (iii) Internationaal Ondernemen; en (iv) Ontwikkelingssamenwerking. Pijler 2 wordt uitgevoerd aan de Universiteit Antwerpen. Project1: Het verklaren van variatie in invloed van regionale overheden in EU-wetgeving en het identificeren van 'best practices' Europees beleid heeft een impact op de bevoegdheden van regio's. Deze regio's moeten daarenboven vaak richtlijnen implementeren. Bijgevolg is het voor hen relevant om informatie te verzamelen over aankomende Europese wetgeving en hierop te wegen. Met deze bedoeling werden de regionale vertegenwoordigingen opgericht. Deze regionale vertegenwoordigingen hebben niet allemaal evenveel invloed. De bedoeling van dit onderzoek is om de verschillen in invloed van regionale vertegenwoordigingen op beleidsvorming in de EU te verklaren. Eerst wordt invloed gekwantificeerd aan de hand expertinterviews en preference attainment, waarbij wordt onderzocht in hoeverre regio's de beleidsuitkomst dichter bij hun beleidsvoorkeur hebben kunnen brengen. De verschillen in invloed worden vervolgens verklaard aan de hand van drie groepen van variabelen. De meest interessante groep betreft de strategieën die regio's aanwenden om invloed uit te oefenen, bv. coalities met andere actoren (NGO's, bedrijven, belangengroepen). Daarnaast is er ook aandacht voor specifieke kenmerken van de regio (bv. aantal personeelsleden op de regionale vertegenwoordiging) en de kwestie (bv. polarisatiegraad). Het doel is om een aantal variabelen en met name strategieën te kunnen aanduiden die een verschil maken in de invloed van regio's in de EU. Project 2: Op zoek naar verklaringen voor de rol van regio's in externe beleidsdomeinen van de Europese Unie De centrale onderzoeksvraag in dit project is: wat verklaart variatie in de manier waarop regionale overheden hun belangen vertegenwoordigen in externe beleidsdomeinen van de Europese Unie? Meer bepaald ligt de focus op de manieren waarop en de kanalen waarmee regio's proberen de informatie-asymmetrie te beperken, die ontstaat doordat verschillende overheidsniveaus een rol spelen in dit extern beleid. Hieruit volgen ook andere vragen die aan bod zullen komen: wat is de graad van impact van EU extern beleid op de regio's (of op Vlaanderen)? Hoe kunnen regio's hun belangen op effectieve wijze vertegenwoordigen in het extern beleid van de EU? Of anders gesteld: welke methoden zijn het effectiefst om het verlies aan informatie te minimaliseren? Het extern beleid van de EU omvat de domeinen waarvoor de Europese Unie als één actor haar lidstaten vertegenwoordigt op het internationale vlak. In eerste instantie onderzoeken we de verschillen tussen vier externe beleidsdomeinen van de EU (handel in goederen, handel in diensten, investeringen en intellectuele eigendom), in tweede instantie zullen we deze vergelijking op Vlaams niveau doortrekken naar drie andere regio's.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Steunpunt Bestuurlijke Organisatie - Slagkrachtige Overheid (2012-2015). 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Het Belgische EU-Voorzitterschap in de tweede helft van 2010 : wat is het effect op vlak van kennis, opinies en attitudes over Europese integratie ? 01/10/2009 - 30/09/2012

Abstract

Dit project wil onderzoeken in welke mate er een effect uitgaat van het voorzitterschap van de EU op de kennis, de opinies en de attitudes over Europese integratie bij de publieke opinie en bij experts (ministers en hun kabinetsmedewerkers, ambtenaren en diplomaten). Dit empirisch onderzoek spitst zich toe op het Belgisch EU-Voorzitterschap in de tweede helft van 2010 en wordt gevoerd op basis van interviews (eliteonderzoek) en focusgroepen (publieke opinie-onderzoek). Metingen en dataverzameling vinden plaats voor (eerste helft 2010) en na (eerste helft 2011) het Voorzitterschap met telkens Nederland als controle-case. Met het beantwoorden van deze onderzoeksvraag wordt een belangrijke lacune in het bestaande onderzoek naar EUVoorzitterschappen weggewerkt. Tegelijk wil het onderzoek data generen over de relatie tussen het Europese integratieproces en de publieke opinie en de experts in België.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De democratische legitimiteit van (federale) politieke systemen. De Belgische casus in Europees comparatief perspectief. 01/07/2009 - 31/12/2013

Abstract

De Belgische federatie worstelt als meerlagig politiek systeem met aanzienlijke problemen op het vlak van democratische legitimiteit. Dit project streeft ernaar om de democratische legitimiteit van het Belgische federale politieke systeem te analyseren en te optimaliseren. Dit gebeurt door de theoretische concepten te herdenken in functie van de meerlagigheid van politieke systemen en door een vergelijkende analyse met de Europese Unie en andere (quasi-)federale politieke systemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Goed bestuur voor de Europese Unie. Ontwikkeling van een model van "good governance/goed bestuur" dat bijdraagt tot de politieke en juridische legitimiteit van een meerlagig politiek systeem. 01/10/2007 - 30/09/2011

Abstract

Het "Witboek Governance" presenteert zich als een antwoord op de legitimiteitscrisis in de EU. Zowel rechtswetenschappers als politicologen beschouwen "goed bestuur" als een legitimiteitbevorderend instrument, maar staan kritisch ten aanzien van het huidige EU-concept. Dit onderzoek ontwikkelt op interdisciplinaire wijze een theoretisch EU-model van "goed bestuur" en toetst het bestaande EU-concept aan het theoretische ideaalmodel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

"Coercive diplomacy" als instrument van het buitenlands- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie (EU). 01/02/2007 - 30/09/2008

Abstract

"Coercive diplomacy" (dwangmatige diplomatie) komt overeen met het overtuigen van de tegenpartij om te stoppen met een bepaalde actie en dit door middel van dreiging, inclusief eventueel gelimiteerd gebruik van geweld. Faktoren die maken dat dwangmatige diplomatie succesvol is, zijn: de motivatie van beide partijen (in absolute termen), wat op zich gerelateerd is aan de grootte van de eis en aan de grootte van de ermee gepaard gaande belangen; asymmetrie qua motivatie en belangen (in relatieve termen); de schrik voor escalatie bij de tegenpartij; sanctiegevoeligheid bij de tegenpartij; geloofwaardigheid van diegene die dreigt, wat op zijn beurt afhankelijk is van de middelen alsook de reputatie van diegene die dreigt; de steun voor de dreiging bij de publieke opinie, zowel intern als extern; de rol van tijd (vb ultimatum); en het aanbieden van positieve "incentives". De onderzoeksvraag van dit project is tweeërlei: 1) In welke mate is "coercive diplomacy" een krachtdadig instrument voor het Buitenlands,- en Veiligheidsbeleid van de EU ? Met andere woorden, in welke mate beantwoorden de eigenschappen van de EU aan de hogergeschetste variabelen die bepalen of "coercive diplomacy" kans maakt tot slagen ? 2) In hoeverre bevestigt het mogelijk succesvol gebruik van het instrument "coercive diplomacy" door de EU het bestaand theoretisch kader omtrent "coercive diplomacy" ? Zijn meer bepaald economische instrumenten (zoals economische sancties) voldoende, of moet er een geloofwaardige militaire stok achter de deur worden gehouden ? De analyse is van kwalitatieve aard, en meer bepaald zal gebruik worden gemaakt van case-study onderzoek op basis van literatuuronderzoek en interviews. Case-study: het EU beleid ten aanzien van het nucleair programma van Iran sinds 2003.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Federalisme en regionalisering in Europa - het optimaliseren van "Mullti-level governance" in de EU. 01/11/2006 - 01/12/2006

Abstract

Dit project bestaat uit een reeks workshops (Napoli, Edinburgh, Roma) met als doel een hoofdstuk in een vergelijkende reader over regionalisering in Europa. Het hoofdstuk wordt geschreven door Peter Bursens (Universiteit Antwerpen), Wilfried Swenden (University of Edinburgh) en Stephan Förster (Duitstalige Gemeenschap van België). Het behandelt de manier waarop het Europese integratieproces een impact heeft op de externe relaties van de Belgische Gewesten en Gemeenschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Het asielbeleid van de Europese Unie : een discourstheoretisch en -analytisch onderzoek naar de constructie en de implicaties van een veiligheidsperspectief op de ontwikkeling van een uniform asielsysteem. 01/10/2006 - 23/06/2007

Abstract

Vanaf de jaren tachtig worden asiel en migratie binnen de Europese Unie in toenemende mate gedefinieerd als een veiligheidsrisico. Ze worden beschouwd als een grensoverschrijdende bedreiging voor de realisatie van de interne markt als gevolg van de afschaffing van interne grenscontroles. Bovendien worden ze ook gepercipieerd als een bedreiging voor de stabiliteit van de lidstaten. De sociale constructie van asiel als een `probleem' veroorzaakt een sterke spanning met het traditionele humanitaire framework dat de basis vormt van de internationale vluchtelingenbescherming en lijkt te leiden tot de ontwikkeling van een restrictief Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid (GEAB), waar de nadruk wordt gelegd op het controleren en het beperken van migratie. In dit doctoraatsonderzoek wens ik de spanning tussen veiligheid en mensenrechten vanuit een discourstheoretisch raamwerk, gebaseerd op de theorieën van o.a. Laclau & Mouffe, te onderzoeken. Aangezien discourstheorie geen uitgebreid systeem van methoden omvat, zal het werken aan onderzoeksstrategie en methodologie eveneens één van de uitdagingen zijn van dit onderzoek. De belangrijkste onderzoeksvraag kan als volgt worden omschreven: Domineert een veiligheidsdiscours momenteel de ontwikkeling van het GEAB en in hoeverre verklaart dit veiligheidsdiscours het restrictivisme in het GEAB? Om deze hypothese te testen dienen nog twee bijkomende vragen te worden beantwoord. Ten eerste hoe gaat dit proces van verveiliging in zijn werk, i.e. een onderzoek naar de constructie van een veiligheidsperspectief op de asielproblematiek. Ten tweede, wat zijn de implicaties van een veiligheidsdiscours met betrekking tot asiel, i.e wat voor beleid resulteert uit de constructie van asiel als een veiligheidsprobleem? Op basis van een discoursanalyse uitgevoerd op primaire bronnen (documenten van de JBZ-Raad van Ministers, Europese Commissie, Europees Parlement, interviews met EU-ambtenaren e.a.) en secundaire bronnen (mediaberichtgeving, NGO-rapporten') wens ik empirisch te bewijzen dat achter de creatie van een Europees Gemeenschappelijk Asielbeleid een veiligheidsdenken aanwezig is. Indien niet, dan moet deze hypothese die reeds meermaals is gepostuleerd, maar nooit empirisch bewezen, gefalsifieerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Preferentievorming over Europese integratie op het niveau van individuele politieke elites: tussen nutsmaximalisatie en socialisatie. 01/07/2006 - 31/12/2010

Abstract

Dit project onderzoekt de oorsprong van preferenties over het Europese integratieproces op het niveau van individuele politieke elites. Door middel van kwantitatieve en kwalitatieve analyses wordt op zoek gegaan naar het relatieve gewicht van rationeel afgewogen belangen (rational choice institutionalisme) enerzijds en de socialiserende context (sociologisch institutionalisme) anderzijds, bij het bepalen van elitepreferenties over Europese integratie in België.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Evaluatie van beleid voor duurzame productie- en consumptiepatronen. 01/10/2005 - 31/03/2006

Abstract

Het project beoogt een evaluatie van beleidsinitiatieven, meer bepaald van hun beoogde doelstellingen, hun formulering, hun efficiëntie en hun doelmatigheid. Het project heeft de volgende doelstellingen: (1) nagaan of de Belgische beleidsmaatregelen die een verandering in productie- en consumptiepatronen beogen (zoals opgesomd in de inventaris van de FOD Volksgezondheid en Milieu) een coherent geheel vormen; (2) een analyse maken van de sterkten en de zwakten van het bestaande beleid; (3) aanbevelingen formuleren op basis van relevante concepten, instrumenten en methoden. We houden hierbij ook rekening met vrijwillige initiatieven van private actoren en beleid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Het asielbeleid van de Europese Unie : een discourstheoretisch en -analytisch onderzoek naar de constructie en de implicaties van een veiligheidsperspectief op de ontwikkeling van een uniform asielsysteem. 01/10/2004 - 30/09/2006

Abstract

Vanaf de jaren tachtig worden asiel en migratie binnen de Europese Unie in toenemende mate gedefinieerd als een veiligheidsrisico. Ze worden beschouwd als een grensoverschrijdende bedreiging voor de realisatie van de interne markt als gevolg van de afschaffing van interne grenscontroles. Bovendien worden ze ook gepercipieerd als een bedreiging voor de stabiliteit van de lidstaten. De sociale constructie van asiel als een `probleem' veroorzaakt een sterke spanning met het traditionele humanitaire framework dat de basis vormt van de internationale vluchtelingenbescherming en lijkt te leiden tot de ontwikkeling van een restrictief Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid (GEAB), waar de nadruk wordt gelegd op het controleren en het beperken van migratie. In dit doctoraatsonderzoek wens ik de spanning tussen veiligheid en mensenrechten vanuit een discourstheoretisch raamwerk, gebaseerd op de theorieën van o.a. Laclau & Mouffe, te onderzoeken. Aangezien discourstheorie geen uitgebreid systeem van methoden omvat, zal het werken aan onderzoeksstrategie en methodologie eveneens één van de uitdagingen zijn van dit onderzoek. De belangrijkste onderzoeksvraag kan als volgt worden omschreven: Domineert een veiligheidsdiscours momenteel de ontwikkeling van het GEAB en in hoeverre verklaart dit veiligheidsdiscours het restrictivisme in het GEAB? Om deze hypothese te testen dienen nog twee bijkomende vragen te worden beantwoord. Ten eerste hoe gaat dit proces van verveiliging in zijn werk, i.e. een onderzoek naar de constructie van een veiligheidsperspectief op de asielproblematiek. Ten tweede, wat zijn de implicaties van een veiligheidsdiscours met betrekking tot asiel, i.e wat voor beleid resulteert uit de constructie van asiel als een veiligheidsprobleem? Op basis van een discoursanalyse uitgevoerd op primaire bronnen (documenten van de JBZ-Raad van Ministers, Europese Commissie, Europees Parlement, interviews met EU-ambtenaren e.a.) en secundaire bronnen (mediaberichtgeving, NGO-rapporten') wens ik empirisch te bewijzen dat achter de creatie van een Europees Gemeenschappelijk Asielbeleid een veiligheidsdenken aanwezig is. Indien niet, dan moet deze hypothese die reeds meermaals is gepostuleerd, maar nooit empirisch bewezen, gefalsifieerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Onderzoek betreffende de effectieve kostprijs van een Erasmus studieverblijf in het buitenland. 01/04/2004 - 30/09/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    Coördinatie van het Europese vluchtelingen- en migratiebeleid en de buitenlandse betrekkingen van de Unie : een pijleroverschrijdende benadering met enkele casestudy's van de externe dimensie van Justitie en Binnenlandse Zaken. 01/10/2003 - 30/09/2005

    Abstract

    Het migratie- en asielbeleid van de Europese Unie heeft in de jaren negentig een beleidsverschuiving ondergaan. Vooral sinds de Europese Raad in Tampere is de externe dimensie van migratie en asiel prioritair geworden, met nadruk op de oorzaken van migratiestromen in de landen van oorsprong. Beleidsinnovatie heeft plaatsgevonden op het kruispunt van het Europese vluchtelingen- en migratiebeleid en de buitenlandse betrekkingen van de Unie, waarvan het uiteindelijk doel is een alomvattende of pijleroverschrijdende aanpak te bewerkstelligen. Problematisch is dat deze innovatie geen eenvoudige zaak is. De pijlerstructuur heeft gezorgd voor een verschillende mate van communautarisering en betrokkenheid van de EU-instellingen, en een verscheidenheid aan besluitvormingsprocedures en beleidsinstrumenten, wat een alomvattende of pijleroverschrijdende aanpak bemoeilijkt. Dit doctoraatsonderzoek tracht een verklaring te zoeken voor de hierboven beschreven beleidsinnovatie. De hoofdvraag luidt: hoe kan deze link tussen asiel/migratie en buitenlands beleid best verklaard worden? Vanuit theoretische hoek, en meer bepaald de literatuur omtrent `supranational governance' en institutionalisering, worden enkele factoren naar voren geschoven die hun verklarende kracht zoeken in beleidsondernemerschap, endogene ontwikkeling en externe gebeurtenissen. Echter, om ook het veiligheidsdiscours rondom het migratiethema in de verklaring te betrekken, zullen bovenstaande factoren herlezen worden vanuit een discourstheoretisch perspectief. Op empirisch vlak zal dan een discoursanalyse ' waarin de discourstheoretische concepten van Ernesto Laclau en Chantal Mouffe gehanteerd worden ' uitgevoerd worden op EU-beleidsdocumenten die betrekking hebben op enerzijds de algemene beleidsverschuiving, en anderzijds vier casestudy's, zijnde de Groep op Hoog Niveau voor Asiel- en Migratievraagstukken en diens Actieplannen, het beheer van migratiestromen en de overnamekwestie, samenwerking met de Balkan rond migratie en asiel, en ten slotte tijdelijke bescherming bij massale influx van ontheemden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    EPHEBOS = Educatieve Provinciale Heuristiek voor een 'Europakunde' Bachelors Opleiding in Samenwerking. 01/01/2003 - 31/12/2004

    Abstract

    Het project 'EPHEBOS' beoogt een bronnenonderzoek en behoefteanalyse met het oog op de ontwikkeling van een Europa-gericht modulair onderwijspakket (ook 'Europakunde' genoemd) voor de leeftijdsgroep van de bachelors opleiding binnen de associatie Universiteit Antwerpen-Hogescholen van de provincie Antwerpen. Dit kadert in het Bologna-akkoord en is een der prioriteiten van de provincie (onderzoek naar onderwijs).

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    Training Centre for EU Affairs Strengthening State Institutions for EU Membership. 01/01/2003 - 31/12/2003

    Abstract

    "Training centre for EU affairs" maakt deel uit van het Samenwerkingsprogramma tussen Vlaanderen en Centraal en Oost Europa. De doelstelling van dit project is het opstarten van een opleidingscentrum om de kennis en vaardigheden van Tsjechische ambtenaren over Europa te bevorderen met het oog op de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Op deze manier ondersteunt het project zowel de meest voorname doelstelling van het Tsjechische buitenlands beleid: het stimuleren van de noodzakelijke hervormingen voor integratie in de Europese Unie, als de intentie van de Vlaamse regering om kandidaat lidstaten hierin bij te staan.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    Who elected WTO ? De politieke legitimiteit van internationale organisaties (EU en WTO). 01/03/2002 - 31/12/2004

    Abstract

    Er is wat mis met de politieke legitimiteit van internationale politieke organisaties zoals de WTO, IMF, World Bank, FTAA, EU en G8. Dit blijkt uit de antiglobaliseringsbeweging die niet alleen mobiliseert tegen de negatieve sociale en ecologische gevolgen van economische globalisering, maar die ook de voet dwars zet tegen wat ze het `ondemocratische karakter' van de internationale besluitvorming noemt. De voortschrijdende emigratie van beslissingsmacht van de nationale staat naar internationale organisaties maakt de politieke legitimiteitkwestie inderdaad opnieuw prangend. De geografische en sociale afstand tussen het besluitvormingscentrum en de bevolking is sterk gegroeid. Dat is een van de centrale debatten in de literatuur omtrent multilevel governance. Het is de legitimiteitscrisis van de internationale organisaties die het voorwerp is van dit onderzoek. Als cases werd geopteerd voor twee internationale organisaties die sterk van elkaar verschillen, maar die beide model kunnen staan voor twee uitersten op het continuüm van intergouvernementeel naar supranationaal: de Europese Unie (EU) en de World Trade Organisations (WTO). De volgende aspecten worden onderzocht. In heel het debat speelt de antiglobaliseringsbeweging een vooraanstaande rol. Vandaar dat het de moeite loont om deze beweging onder de loep te nemen. Wie zijn deze mensen? Wat willen ze? Hoe mobiliseren ze? Een hele rist onderzoeksmethoden worden hierbij gehanteerd. Gezien internationale organisaties ver af staan van de bevolking, mogen we veronderstellen dat de rol van de media in het creëren van kennis en houdingen over die organisaties erg belangrijk is. Daarom wordt een uitgebreide media-analyse ondernomen, in de meest diverse media, zowel gefocust op bepaalde topbijeenkomsten (Laken ' EU en Quatar 'WTO) als longitudinaal. Hoeveel en wanneer berichten de media over EU en WTO en hoe doen ze dat dan? Politieke legitimiteit is niet alleen een kwestie van structuren die al dan niet democratisch zijn, het heeft ook en misschien vooral te maken met de perceptie van die politieke instellingen. Daarom is de attitude van de bevolking tegenover EU en WTO een belangrijk aspect. Op basis van de beschikbare surveys zullen we de houding van de Belgische bevolking tegenover EU en WTO analyseren en in verband brengen met de andere legitimiteitaspecten die we onderzoeken.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    Installatiekrediet nieuwe ZAP 14/02/2002 - 31/12/2002

    Abstract

    De toestellen komen niet één specifiek project ten goede, maar wel het geheel van activiteiten inzake onderwijs, onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      De legitimiteitsproblematiek van meerlagige politieke systemen. Over democratisering en identificatie in de Europese Unie. 01/01/2002 - 31/12/2003

      Abstract

      De Europese Unie kampt met een dubbel legitimiteitsprobleem: enerzijds is er een institutioneel democratisch tekort, anderzijds is er een zeer geringe identificatie van de Europese bevolking met de Europese bestuursloag. Door de EU to conceptualiseren als een multi-level governance systeem en to focussen op zowel institutionele als culturele elementen, worden strategieen geformuleerd om de legitimiteit to verhogen.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Databank trajectbeheer Europese regelgeving. 01/01/2002 - 30/06/2003

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Project type(s)

        • Onderzoeksproject

        Steunpunt Milieubeleidswetenschappen (2001-2006). 01/10/2001 - 31/12/2006

        Abstract

        Theoretisch en empirisch onderzoek milieubeleid Valoriseren expertise Bundelen expertise uit verschillende disciplines Opleiden jonge onderzoek(st)ers

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

        Project type(s)

        • Onderzoeksproject

        Tijdelijke bescherming van de facto-vluchtelingen in de Europese Unie : de ontwikkeling van een gemeenschappelijk instrument om massale influx van vluchtelingen op te vangen, in het kader van conflictpreventie en conflictresolutie. 01/10/2001 - 30/09/2003

        Abstract

        De conflicten in Bosnië-Herzegovina en Kosovo in de jaren negentig, en vooral de enorme vluchtelingenstromen als gevolg daarvan, hebben de nood aan een oplossing voor situaties van massale influx in de verf gezet. De Lidstaten van de Europese Unie hebben tijdens deze conflicten gereageerd met de introductie van tijdelijke bescherming voor de ontheemde personen. Echter, deze regimes voor tijdelijke bescherming werden niet ontwikkeld op een gezamenlijke wijze, maar individueel. Nu pas maken de Lidstaten werk van de harmonisering van hun beleid ten opzichte van ontheemden uit conflictgebieden. Dit onderzoek focust op de maatregelen die de Europese Unie neemt of zou moeten nemen voor de verwezenlijking van een gemeenschappelijk beleid voor tijdelijke bescherming, alsook op de pogingen tot billijke `lastendeling'. Twee hoofdvragen zullen hierbij behandeld worden. Ten eerste, met het oog op de goede opvang van een toekomstige vluchtelingenstroom, wat zou de inhoud moeten zijn van een dergelijk gemeenschappelijk Europees instrument? Ten tweede, hoe kan zulk een instrument ingepast worden in een `pijleroverschrijdende aanpak' die alsmede conflictpreventie en 'resolutie in het gebied van afkomst inhoudt? Deze tweede vraag wijst op het groeiende belang om het interne en externe beleid van de Europese Unie aan elkaar te linken. Met andere woorden, hoe kan tijdelijke bescherming voor ontheemden, hoofdzakelijk een materie voor Justitie en Binnenlandse Zaken, gekoppeld worden aan de conflictmechanismen van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid?

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Project type(s)

          • Onderzoeksproject

          Ontwikkeling van een nieuwe Europese strategie inzake leefmilieu en duurzame ontwikkeling. 01/03/2000 - 28/02/2001

          Abstract

          Het onderzoek vergelijkt op basis van een analytisch schema het in opmaak zijnde 6e Europees Milieuactieprogramma met de inhoud van het Vlaamse milieubeleidsplan. Dit moet klaarheid brengen in de gevolgen van Europese beslissingen voor de ontwikkelingen op Vlaams niveau. Op die basis worden beleidsaanbevelingen gedaan voor de Vlaamse overheid.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            Project type(s)

            • Onderzoeksproject

            Implementatie en convergentie van Eurpees beleid in België. Wat verklaart de Belgische integratie-paradox en de Europeanisering van de Belgische Europese beleidsvorming ? 01/10/1999 - 30/09/2002

            Abstract

            Het uitgangspunt is de zogenaamde Belgische integratieparadox : de Belgische overheid is sinds meer dan veertig jaar een groot voorstander van verregaande supranationale Europese samenwerking, maar blijkt tegelijk onvoldoende in staat om de Europees gemaakte afspraken in de nationale regelgeving om te zetten. Waar liggen de oorzaken van deze gebrekkige implementatie en hoe kan eraan verholpen worden ? Is het implementatieproces zelf onderhevig aan de institutionele context ?

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              Project type(s)

              • Onderzoeksproject

              De invloed van de Europese integratie op de relatie tussen belangen vertegenwoordiging en besluitvorming. 01/10/1996 - 30/09/1998

              Abstract

              Dit project onderzoekt op welke manier de politieke communicatie tussen belangengroepen en besluitvormers zich afspeelt op het Europese niveau en hoe de verdere Europese integratie deze communicatie beïnvloedt. De overheveling van bevoegdheden verplicht immers alle actoren om zich aan te passen aan de zich wijzigende beïnvloedingskanalen.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                Project type(s)

                • Onderzoeksproject

                De invloed van de Europese integratie op de relatie tussen de belangenvertegenwoordiging en de besluitvorming. 01/10/1994 - 30/09/1996

                Abstract

                Dit project onderzoekt op welke manier de politieke communicatie tussen belangengroepen en besluitvormers zich afspeelt op het Europese niveau en hoe de verdere Europese integratie deze communicatie beïnvloedt. De overheveling van bevoegdheden verplicht immers alle actoren om zich aan te passen aan de zich wijzigende beïnvloedingskanalen.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  Project type(s)

                  • Onderzoeksproject