Onderzoeksgroep

EduBROn

Lesson study als hefboom voor het leren van leraren en leerlingen in het wiskunde-onderwijs (LESSAM) 01/10/2020 - 30/09/2023

Abstract

Het internationaal onderzoeksproject beoogt de impact in kaart te brengen van het gebruik van de methodiek van Lesson Study op het leren van leraren en leerlingen, overheen vier deelnemende landen. Lesson Study (LS) is een professionaliseringsmethodiek, die haar oorsprong kent in Japan (1870), maar in aangepaste en gemoderniseerde vorm meer en meer ingang kent wereldwijd in de context van professionalisering. In een LS-model wordt gewerkt met lerarenteams die gezamenlijk en op autonome wijze de effectiviteit van de eigen lespraktijk onderzoeken in functie van het bevorderen van leren en uitkomsten van leerlingen. Hierbij wordt een cyclisch model doorlopen: a) het plannen van lessen, b) het lesgeven en observeren van case leerlingen en c) het trekken van 'lessen' vanuit observatie en reflectie. Er zijn verschillende varianten van LS, gaande van een LS facilitator die grotendeels als coach optreedt, dan wel een meer inhoudelijk-sturende rol opneemt in het proces van kennisontwikkeling van leraren. In contrast met de LS-praktijk, wordt er weinig onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van LS ten aanzien van de leeruikomsten van leerlingen en de rol van de begeleidingsvormen in LS. Via quasi-experimenteel onderzoek, beoogt dit project, (1) inzicht te verwerven in de impact van een reeks LS-interventies in het domein van wiskunde-onderwijs (grade 7-9) in vier landen (België, Nederland, Cyprus en Griekenland) waarbij uitkomsten worden onderzocht op zowel het niveau van het leren van leraren en de prestaties van leerlingen (wiskundig redeneren); (2) inzicht te verwerven in de rol en de impact van de LS facilitator of LS inhoudelijk expert; en (3) inzicht te verwerven in de relatie tussen de intentionele en werkelijke lespraktijk van leraren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Is wat we lezen ook wat we leren? 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

In het hoger onderwijs zijn academische teksten het belangrijkste medium waarmee studenten wetenschappelijke kennis verwerven. Leren van dit soort teksten is daarom een belangrijke sleutel tot succes in het hoger onderwijs. Het onderzoek naar hoe studenten lezen om te leren van academische teksten, en meer specifiek, welke cognitieve verwerkingsstrategieën cruciaal zijn voor een beter academisch tekstbegrip is echter nog beperkt. In het onderzoek naar cognitieve verwerkingsprocessen van studenten wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van zelfrapportage-instrumenten om verschillen in verwerkingsstrategieën bij bloot te leggen. Hoewel deze instrumenten betrouwbaar en valide ingezet worden om op een algemeen niveau te meten, kan in vraag worden gesteld of deze instrumenten ook een indicatie geven van de leerprocessen die plaatsvinden tijdens het leren van een specifieke taak. In dit onderzoeksvoorstel streven we ernaar (1) eye tracking te implementeren als een alternatieve manier om de taakspecifieke verwerkingsstrategieën van de studenten in kaart te brengen, (2) theorieën van begrijpend lezen en leren van studenten in empirisch onderzoek te koppelen om meer inzicht te krijgen in de cognitieve verwerkingscomponent tijdens het leren van academische teksten en (3) taakspecifieke verwerkingsstrategieën te koppelen aan aan taakspecifieke leerresultaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling, implementatie en opvolging van het generieke exploratie-instrument 'Columbus' bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs (2021). 01/01/2021 - 31/12/2021

Abstract

In dit longitudinaal onderzoeksproject wordt in samenwerking met partners uit het hoger onderwijs (KULeuven, Ugent, Arteveldehogeschool) het instrument Columbus ontwikkeld en gevalideerd, met als doel een breed exploratie-instrument aan te bieden voor laatstejaarsleerlingen in het secundair onderwijs, dat ondersteunend is in de studie-oriëntering en transitie naar het hoger onderwijs. Ook de relatie met studiesucces in het eerste jaar wordt onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling, implementatie en opvolging van het generieke exploratie-instrument 'Columbus' bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. 01/01/2019 - 31/12/2020

Abstract

In dit longitudinaal onderzoeksproject wordt in samenwerking met partners uit het hoger onderwijs (KULeuven, Ugent, Arteveldehogeschool) het instrument Columbus ontwikkeld en gevalideerd, met als doel een breed exploratie-instrument aan te bieden voor laatstejaarsleerlingen in het secundair onderwijs, dat ondersteunend is in de studie-oriëntering en transitie naar het hoger onderwijs. Ook de relatie met studiesucces in het eerste jaar wordt onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Inzicht in en feedback over (regu)leren en emoties (PAS-project) 01/09/2018 - 31/08/2021

Abstract

Een succesvolle overgang naar het hoger onderwijs wordt zowel voor de student als voor de onderwijsinstelling als cruciaal beschouwd. De overgang van secundair onderwijs naar het universitair onderwijs of van een professionele bachelor of werkplek naar een schakelprogramma aan de universiteit, kan eerder als een fase dan als een enkele gebeurtenis worden beschouwd. De overgang kan een stressvolle periode worden voor veel studenten die hun eerste stappen zetten aan de universiteit. Het doel van dit project 'PAS' is om cognitieve en psychologische constructen te onderzoeken die bijdragen aan het academisch succes van studenten aan de universiteit en om een ​​tool (Platform for Advancement of Self) te ontwikkelen in drie landen en drie talen die het mogelijk maakt om studenten feedback en begeleiding te geven over hun regu(leren) en emoties bij het studeren in het eerste jaar aan de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

D-PAC: van wetenschappelijk project naar spin-off. 01/06/2018 - 31/10/2019

Abstract

Dit project bereidt D-PAC voor om een succesvolle spin-off te kunnen worden. In de afgelopen vier jaar was D-PAC een IWT-SBO gefinancierd onderzoeksproject met twee doelstellingen. Een eerste doel was onderzoek naar het comparatief beoordelen van competenties. Daarnaast werd beoogd om een prototype tool te ontwikkelen die deze methode van beoordelen ondersteunt (D-PAC tool). Het project wees uit dat de methode van comparatief beoordelen wetenschappelijk gefundeerd is en veel mogelijkheden biedt om in de praktijk in te zetten. Voor het groeiende aantal gebruikers biedt D-PAC een grote meerwaarde, omdat de comparatieve methode kwalitatief goede beoordelingen stimuleert en toepassingsmogelijkheden kent om het leren te bevorderen. Vanuit deze vaststellingen beogen enkele onderzoekers een spin-off op te starten die de inzichten en tools uit het IWT-SBO project commercialiseert. Voor een succesvolle spin-off is het van belang dat de prototype tool wordt omgezet naar een marktklare tool. Daarnaast vergt een spin-off inspanningen met betrekking tot het uitwerken van een strategisch businessplan. Het is in deze noodzakelijk verbredingen van de huidige (Vlaamse en Nederlandse) onderwijsmarkt, bijvoorbeeld de internationale markt en nieuwe toepassingen van de tool, te onderzoeken. Daartoe werden vier werkpakketten geïdentificeerd. Het eerste werkpakket omvat het bouwen van een toegankelijke algoritmeserver voor de ontwikkelde algoritmes voor comparatief beoordelen, zodat digitale platformen (bijvoorbeeld Blackboard) deze algoritmeserver gemakkelijk kunnen aanspreken. Een tweede werkpakket omvat de ontwikkeling van een Content Management Systeem (CMS) voor de onderwijssector om het huidige D-PAC gebruik te borgen en te commercialiseren. Het derde werkpakket omvat een verdere uitwerking van het businessmodel, door de strategieën voor het Vlaamse onderwijscliënteel ook te vertalen zijn naar het internationale onderwijsveld. Het vierde werkpakket omvat een verkenning van andere mogelijke toepassingen van comparatief beoordelen, zoals selectie, prioritesering en training.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De ontwikkeling, implementatie en opvolging van het generieke exploratie-instrument 'Columbus' bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. 01/01/2018 - 31/12/2018

Abstract

In dit longitudinaal onderzoeksproject wordt in samenwerking met partners uit het hoger onderwijs (KULeuven, Ugent, Arteveldehogeschool) het instrument Columbus ontwikkeld en gevalideerd, met als doel een breed exploratie-instrument aan te bieden voor laatstejaarsleerlingen in het secundair onderwijs, dat ondersteunend is in de studie-oriëntering en transitie naar het hoger onderwijs. Ook de relatie met studiesucces in het eerste jaar wordt onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Lezen om te leren: Een diepgaande kijk in hoe studenten leren van academische teksten met behulp van eye-tracking. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

In het hoger onderwijs wordt heel wat wetenschappelijke kennis verworven via het doorgronden van academische teksten. Het aandachtig kunnen bestuderen van academische teksten is dan ook een cruciale academische vaardigheid voor succes in hoger onderwijs. Onderzoek naar begrijpend lezen heeft tot hier toe, vooral de klemtoon gelegd op leeruitkomsten, veel minder is er inzicht verworven in hoe studenten academische teksten met inbegrip van illustraties lezen om te leren en, in het bijzonder, welke cognitieve verwerkingsstrategieën hierbij een rol spelen en leiden tot beter tekstbegrip. In huidig onderzoek naar cognitieve verwerkingsstrategieën, wordt vooral gebruik gemaakt van zelfrapportage instrumenten zoals vragenlijsten en interviews om de algemene voorkeur voor deze strategieën in kaart te brengen. Alhoewel deze zelfrapportage instrumenten betrouwbaar en valide resultaten opleveren op een generiek niveau, is er debat in de wetenschappelijke literatuur dat er op wijst dat de resultaten zwakke indicatoren zijn van de verwerkingsstrategieën die plaatsvinden tijdens het uitvoeren van specifieke leertaken. Bovendien is de relatie tussen kwalitatieve verschillen in cognitieve verwerking, zoals oppervlakkig en diepgaand verwerken, en academische leeruitkomsten niet eenduidig. Wanneer verwerkingsstrategieën en leeruitkomsten beiden op taakniveau gemeten worden, is het mogelijk dat meer éénduidige antwoorden kunnen worden gevonden. Daarom beoogt dit onderzoeksvoorstel om (1) theorieën rond begrijpend lezen en verwerkingsstrategieën met elkaar in verbinding te brengen binnen empirisch onderzoek om zo meer inzicht te krijgen bij studenten in het leerproces tijdens het verwerken van academische teksten, (2) om eye-tracking te gebruiken als innovatieve meettechniek om verwerkingsstrategieën diepgaand in kaart te brengen en (3) om taakspecifieke verwerkingsstrategieën te koppelen aan taakspecifieke leeruitkomsten. Meer inzicht verwerven in het cognitieve leerproces dat plaatsvindt bij het leren van academische teksten, en de relatie met leeruitkomsten is belangrijk voor verdere theorieontwikkeling in het SAL domein. Daarnaast kan het onderzoek ook voor de onderwijspraktijk aanknopingspunten bieden om feedbackinstrumenten voor studenten te ontwikkelen die inzicht brengen in de kwaliteit van het eigen leren van academische teksten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Valorisatie van geïntegreerd en actiegericht onderwijs voor duurzame ontwikkeling op school (VALIES). 01/09/2017 - 31/08/2021

Abstract

VALIES focust op het ontwikkelen en onderzoeken van de implementatie van educatie voor duurzame ontwikkeling (EDO) in het formeel onderwijs in Vlaanderen. Centraal daarbij staat een traject van professionele ontwikkeling (TPD) van leerkrachtenteams die in de context van hun eigen school EDO waar maken. Onderzoeksmatig word er gefocust op (1) het operationaliseren van actiecompetentie als uitkomst van EDO, (2) de effectiviteit van de TPD, (3) de effectiviteit van EDO, (4) het belang van de schoolcultuur in dit alles, en (5) het belang van verschillende sociale contexten. Het project werkt toe naar het ontwikkelen van concrete tools die implementatie van EDO in het Vlaamse formeel onderwijs kunnen faciliteren. Er wordt samengewerkt met de Universiteit Leuven, de Arteveldehogeschool, en de onderwijskoepels.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderwijs en zorg op maat van de talenten van jongeren (TALENT) 01/04/2017 - 31/03/2021

Abstract

Het algemene doel van het TALENT project is om onderwijs en zorg voor leerlingen met sterke cognitieve vaardigheden te versterken, alsook de wetenschappelijke basis hiervan. Hiertoe wordt ingezet op de · integratie van algemene ontwikkelings- en motivatiepsychologische en onderwijskundige inzichten en methoden in het onderzoek naar 'academic giftedness'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Onderwijs en zorg op maat van de talenten van jongeren (TALENT) 01/04/2017 - 31/03/2021

Abstract

Het algemene doel van het TALENT project is om onderwijs en zorg voor leerlingen met sterke cognitieve vaardigheden te versterken, alsook de wetenschappelijke basis hiervan. Hiertoe wordt ingezet op de · integratie van algemene ontwikkelings- en motivatiepsychologische en onderwijskundige inzichten en methoden in het onderzoek naar 'academic giftedness'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstrategieën in sociale en informele leercontexten.00 01/01/2017 - 31/12/2021

Abstract

Tijdens de eerste twee jaar zal het netwerk zich focussen op het conceptueel integreren van de sociale component van leren binnen de bestaande theoretische modellen van leerstrategieën (RQ1). Eveneens wordt hierbij ingegaan op de hieraan gerelateerde meetvraagstukken (RQ3) en worden resultaten van empirische studies verkend. In het derde en vierde jaar staat zowel het theoretisch als empirisch onderzoek naar leerstrategieën in informele leercontexten centraal (RQ2). Hierbij wordt ook de mogelijke meerwaarde in kaart gebracht van de inzet van verschillende meetmethoden en technieken in het empirisch onderzoek van leerstrategieën in informele leercontexten (RQ3).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Ontwikkeling, implementatie en opvolging van het generieke exploratie-instrument 'Columbus'. 01/01/2017 - 31/12/2017

Abstract

In dit longitudinaal onderzoeksproject wordt in samenwerking met partners uit het hoger onderwijs (KULeuven, Ugent, Arteveldehogeschool) het instrument Columbus ontwikkeld en gevalideerd, met als doel een breed exploratie-instrument aan te bieden voor laatstejaarsleerlingen in het secundair onderwijs, dat ondersteunend is in de studie-oriëntering en transitie naar het hoger onderwijs. Ook de relatie met studiesucces in het eerste jaar wordt onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wie slaagt in het eerste jaar Hoger Onderwijs? Een longitudinaal onderzoek naar de impact van eerdere studieresultaten, het academisch zelfbeeld en zelfregulatie. 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Het eerste jaar in het hoger onderwijs is voor veel studenten een struikelblok. Zij moeten zich aanpassen aan een nieuwe leeromgeving die van hen verwacht dat ze zelf hun studie plannen en effectieve leerstrategieën toepassen. Het hoge faalpercentage in het eerste jaar hoger onderwijs in Vlaanderen (tot 60% van de studenten slaagt niet) en in veel Westerse landen toont aan dat dit verre van evident is voor veel studenten. Hoewel demografische kenmerken van de studenten en contextkenmerken belangrijk zijn in het verklaren van studiesucces, toont recent onderzoek aan dat vooral studentkenmerken een erg belangrijke rol spelen. Dit project zoomt in op drie belangrijke studentkenmerken: het academisch zelfbeeld, eerdere studieresultaten en de zelfregulatie van studenten. Het huidige onderzoek naar deze drie concepten kenmerkt zich door twee beperkingen. Ten eerste bekeken de meeste studies slechts een van de drie studentkenmerken. Daarnaast gebeurde dit voornamelijk op één moment in de tijd, waardoor de impact van het ene studentkenmerk en de mogelijke interactie met andere studentkenmerken doorheen tijd onderbelicht blijft. Om deze twee redenen, heeft het huidig project tot doel om: 1. het effect van eerdere studieresultaten, academisch zelfbeeld, en de zelfregulatie op academische studieresultaten in het eerste jaar hoger onderwijs te onderzoeken; 2. de interacties tussen eerdere studieresultaten, academisch zelfbeeld, en de zelfregulatie tijdens het eerste jaar hoger onderwijs te analyseren en in verband te brengen met studiesucces op het einde van het eerste jaar; 3. een geïntegreerd theoretisch model te ontwikkelen op basis van het onderzoek naar de effecten en (de interacties tussen) deze studentkenmerken en hun invloed op studiesucces in het eerste jaar hoger onderwijs. In het licht van deze onderzoeksdoelen wordt een mixed method longitudinaal onderzoeksdesign voorgesteld. De longitudinale kwantitatieve data hiervan werden reeds verzameld, wat de haalbaarheid van het doctoraatsproject ten goede komt. Voor deze data werden 3700 studenten van 32 scholen opgevolgd overheen 5 meetmomenten verspreid in het laatste jaar secundair onderwijs en het eerste jaar hoger onderwijs. De data met betrekking tot studiesucces (o.a. aantal behaalde credits) werden recent bekomen via het Departement Onderwijs en Vorming. De longitudinale kwalitatieve data zullen tijdens het project verzameld worden. Een cross-disciplinaire groep van 20 studenten zal op 3 momenten tijdens het eerste jaar hoger onderwijs via diepte-interviews systematisch worden opgevolgd. Het projectvoorstel is innoverend op verschillende vlakken: met betrekking tot empirie en op conceptueel niveau (door de interacties tussen studentkenmerken en de impact van deze interacties op studiesucces te bekijken), op theoretisch vlak (door een hedendaags theoretisch kader voor studiesucces in het eerste jaar hoger onderwijs uit te werken) en op methodologisch vlak (door het gebruik van een mixed method longitudinaal design). Daarnaast zullen de resultaten van het onderzoek ook bijdragen tot het uitwerken van – op onderzoeksbevindingen gestoelde - begeleidingsinitiatieven voor eerstejaarsstudenten ten aanzien van het ontwikkelen van het academisch zelfbeeld en de zelfregulatie tijdens het eerste jaar hoger onderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van actieve leeromgevingen op situationele interesse van studenten. Een quasi-experimentele studie naar simulaties in politieke wetenschappen. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Het academisch onderwijs in politieke wetenschappen heeft de afgelopen jaren een verandering ondergaan van een docent-gecentreerde naar een student-gecentreerde aanpak. Meer en meer worden actieve leeromgevingen opgezet, waaronder ook simulaties, om studenten kritisch te leren omgaan met besluitvorming, beleidsinhouden en de interacties tussen meerdere bestuurslagen en –actoren. Voorstanders van actieve leermethoden zoals simulaties argumenteren dat hun aanpak een positieve impact heeft op leerresultaten. Tot nu is er echter slechts anekdotisch, methodologisch zwak onderbouwd en soms tegenstrijdig bewijsmateriaal geleverd voor deze claim. Daarom heeft dit project als eerste doelstelling het effect te meten van simulaties op de situationele interesse van studenten, één van de belangrijkste componenten van affectief leren. Van situationele interesse weten we dat het beïnvloed wordt door factoren uit de leeromgeving en dat het een belangrijke voorspeller is van leerresultaten. Wij vertrekken van de assumptie dat variatie in leeromgeving een impact heeft op situationele interesse. Onze onderzoeksvragen gaan daarom over hoe simulaties een effect ressorteren op de situationele interesse van studenten. Hebben simulaties een effect op situationele interesse? Hoe ontwikkelt situationele interesse zich tijdens een simulatie? Onder welke omstandigheden zijn simulaties meer of minder effectief? Wat zijn de bevorderende en de belemmerende factoren? Op methodologisch vlak gebruikt dit project een quasi-experimentele studie in een ecologisch valide setting waarbij survey data gecombineerd worden met kwalitatieve gegevens uit interviews en focusgroepen met studenten. Er worden unieke gegevens verzameld zowel in de incentive als in de controlesituatie. De interventiesituatie behelst meerdere populaties. De data hievoor zijn beschikbaar omdat één van de teamleden betrokken is bij nationale en internationale simulatieprojecten. Het onderzoeksopzet garandeert innovatie op het vlak van methoden (een quasi-experimentele setting), gegevens (unieke survey data), multidisciplinariteit (politieke en onderwijswetenschappen) en toepassing (het optimaliseren van de effectiviteit van simulaties).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De ontwikkeling, implementatie en opvolging van het generieke exploratie-instrument 'Columbus' bij de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. 01/01/2015 - 31/12/2016

Abstract

In dit longitudinaal onderzoeksproject wordt in samenwerking met partners uit het hoger onderwijs (KULeuven, Ugent, Arteveldehogeschool) het instrument Columbus ontwikkeld en gevalideerd, met als doel een breed exploratie-instrument aan te bieden voor laatstejaarsleerlingen in het secundair onderwijs, dat ondersteunend is in de studie-oriëntering en transitie naar het hoger onderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Hoe studenten leren: antwoorden vanuit een neurologisch-onderwijskundig onderzoeksperspectief. 01/10/2014 - 30/09/2018

Abstract

Dit interdisciplinair onderzoeksvoorstel vertrekt van de vaststelling dat het bestaande onderzoek naar het leren van studenten in het hoger onderwijs tegenstrijdige resultaten oplevert over de manier waarop studenten studietaken verwerken (gebruik van verwerkingsstrategieën). Een belangrijke kritiek is dat het bestaande onderzoek te sterk vertrouwt op zelfrapportagetechnieken om verwerkingsstrategieën bij studenten te meten en het gebruik van directe observatiemethoden negeert. Medische beeldvormingstechnieken zijn in opmars in het studiedomein van de 'educational neurosciences' en laten toe om verwerkingsprocessen die zich voordoen tijdens het leren van studietaken rechstreeks in kaart te brengen. Samen met het gebruik van zelfrapportage-instrumenten kan het gebruik van brain-imaging technieken (zoals fMRI) als directe observatiemethode een meer comprehensief beeld opleveren van hoe studenten leren. Drie onderzoeksvragen staan centraal: (1) Wat is de neurale basis voor verwerkingsstrategieën van studenten in het hoger onderwijs? (2) Welke verbanden treden op tussen verwerkingsstrategieën gemeten via zelfrapportage en medische beeldvormingstechnieken? (3) Welke individuele verschillen treden op in het gebruik van verwerkingsstrategieën overheen verschillende vakspecifieke studietaken? Het project wordt in twee fasen georganiseerd: een pilootstudie, gevolgd door een hoofdonderzoek. In de piloot-studie worden studietaken ontwikkeld en uitgetest in vier inhoudsdomeinen en worden traditionele zelfrapportagetechnieken (hardop-denk-protocollen en een zelfrapportagevragenlijst) gebruikt om te onderzoeken hoe studenten de verschillende verwerkingsstrategieën voor verschillende studietaken gebruiken. In het hoofdonderzoek worden de verwerkingsstrategieën van de studenten in kaart gebracht via zelfrapportage en medische beeldvorming (fMRI) . De resultaten van dit project kunnen belangrijke gevolgen hebben voor zowel de theorie-ontwikkeling over verwerkingsstrategieën als voor het begrijpen van de onderliggende neurale activiteit van deze processen en hoe deze individuele verschillen adequaat gemeten kunnen worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Hoe zijn competenties grootschalig te toetsen? Ontwikkeling van een evaluatiematrix voor toetsprogramma's en een inventarisatie van good practices. 01/10/2014 - 31/05/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten-onderzoek van trajectcoaching op de academische integratie van eerstejaarsstudenten. 01/10/2014 - 30/09/2015

Abstract

Dit project beoogt aan de hand van een longitudinaal survey onderzoek na te gaan welke affectieve en niet-cognitieve effecten bij studenten optreden wanneer zij participeren aan diverse vormen van trajectcoaching in het eerste jaar hoger onderwijs. Naast het in kaart brengen van de rol van autonomie-ondersteuning en betrokkenheid in trajectcoaching, zal ook de ontwikkeling van academisch zelfconcept, zelf-effectiviteit, academische motivatie en studiecommitment nader worden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onwikkeling, validatie en effecten van een digitaal platform voor de evaluatie van vaardigheden (D-PAC). 01/01/2014 - 30/04/2018

Abstract

In onze huidige maatschappij neemt bij evaluaties het belang van competenties steeds toe, dit zowel in het onderwijs als bij aanwervingen of zelfs opvolging van het personeel. Het correct kunnen meten van een competentieniveau is dus zéér belangrijk. D-PAC wil het betrouwbaar en valide meten van competenties d.m.v. de "adaptive comparative judgment" methode (ACJ) dieper bestuderen. Men wil meerbepaald zowel theoretisch als praktisch de geschiktheid van deze methode om competenties te toetsen kunnen aantonen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Klaar voor het hoger onderwijs? Longitudinaal onderzoek naar de invloed van het studiekeuze- en academische integratieproces op het studiesucces in het eerste jaar hoger onderwijs. 01/12/2013 - 30/11/2017

Abstract

Academische integratie is een belangrijke voorspeller voor het verklaren van studiesucces van eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs. Het concept verwijst naar de mate waarin studenten zich aanpassen aan hun nieuwe leeromgeving. Academische integratie kan onderzocht worden vanuit het perspectief van verschillende studentkenmerken. Hoewel men academische integratie als een 'evoluerend' concept bekijkt, werd dit in eerder onderzoek voornamelijk vanuit een statisch perspectief onderzocht. Dit project beoogt de verklarende rol van studentkenmerken en het academisch integratieproces van eerstejaarsstudenten ten aanzien van studiesucces longitudinaal te onderzoeken. Dit gebeurt via het integreren van Nicholson's transitiemodel (1990) met een longitudinaal procesmodel. Transitie wordt in dit onderzoek beschouwd als een gefaseerd proces met een voorbereidings-, ontmoetings-, aanpassings- en stabilisatiefase. Dit impliceert een uitbreiding van het conceptueel kader met factoren gerelateerd aan de voorbereiding van studenten in het secundair onderwijs (voorkennis, studiekeuzeprocessen) en een verfijning van de transitiefase in een ontmoetings- en een aanpassingsfase. Dit conceptueel kader wordt getest via een recent verzamelde longitudinale dataset bij studenten die de overgang maakten van het secundair naar en in het hoger onderwijs of de arbeidsmarkt (3700 studenten). Om de relaties tussen studiekeuzeproces, het academisch integratieproces en het studiesucces in het hoger onderwijs te onderzoeken, wordt dit onderzoeksproject opgezet in vier fasen: een beschrijvende, exploratieve, toetsende en een theoretische fase. De eerste drie fases richten zich op telkens hogere analyseniveaus en onderzoeken geleidelijk aan meer componenten van het conceptuele model. De laatste fase koppelt de resultaten aan de bestaande kennis en zorgt op die manier voor theorieontwikkeling. Het innovatieve karakter van dit project is meervoudig. Er is de integratie van een longitudinaal procesmodel met een transitiemodel. Daarnaast is de dataset gebaseerd op vijf meetmomenten wat het mogelijk maakt om causale processen meer in kaart te brengen. Omdat de dataset zowel studenten uit professionele als academische bachelors bevat, kan het onderzoek ook leiden tot meer generaliseerbare uitspraken over de invloed van deze factoren op het studiesucces in het hoger onderwijs. Ten slotte zal dit onderzoek ook bijdragen aan noodzakelijke theorieontwikkeling in dit onderzoeksdomein.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar determinanten van doorstroom en verschillen in werkplekleren bij sterke studenten. 15/04/2012 - 14/04/2013

Abstract

Veel onderwijsontwikkeling vertrekt vanuit ervaringen van de betrokken actoren en wordt dikwijls vorm gegeven vanuit een buikgevoel. In het huidige project willen we de beleidskeuzes en de ontwikkeling van het traject voor sterke studenten voldoende steunen op onderzoeksgegevens. Daartoe wordt naast het ontwikkelingstraject een flankerend onderzoekstraject opgezet. De vraag die in het huidige project als prioritair naar voren springt, is: "Hoe kunnen we de meeste geschikte studenten identificeren voor deelname aan het traject voor sterke studenten?"

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het onderzoekend leren optimaal ondersteunen in de klas. 15/05/2011 - 15/10/2011

Abstract

Aan de hand van een reviewstudie wordt nagegaan hoe onderzoekscompetenties bij leerlingen in het secundair onderwijs kunnen worden versterkt. We beschrijven en analyseren de onderzochte effecten van verschillende didactische benaderingen gericht op het versterken van onderzoekend leren (inquiry learning) op basis van internationale onderzoeksdatabanken. Verschillende condities in de onderwijsleeromgeving voor het versterken van onderzoekscompetenties worden hierbij ook nader verkend.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Motivatie en leerbereidheid van leerlingen: een reviewonderzoek. 01/04/2011 - 15/10/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLOR. UA levert aan VLOR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling methodiek competentiebepaling werkplekleren. 15/03/2011 - 15/07/2011

Abstract

Dit project vertrekt vanuit een theoretisch raamwerk dat de integratieve componenten van de ontwikkeling van beroeps- en professionele expertise beschrijft en heeft de ontwikkeling van een methodiek van competentiebepaling voor werkplekleren tot doel. Het onderzoek loopt in verschillende fasen. In een eerste fase wordt het analysekader verder uitgewerkt. Een tweede fase bestaat uit een opportuniteitsonderzoek en een oplijsting en analyse van voorbeeldmaterialen. In een laatste fase wordt de methodologie uitgewerkt

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerpatronen in transitie: dimensionaliteit, validiteit en ontwikkeling. 01/01/2011 - 31/12/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UAntwerpen en anderzijds de opdrachtgever. UAntwerpen levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De invloed van leerpatronen op studiesucces doorheen de schoolloopbaan: een meta-analyse 01/01/2011 - 31/12/2012

Abstract

De centrale doelstelling van dit onderzoeksproject is het uitvoeren van een meta-analyse omtrent de predictieve validiteit van (componenten van) leerpatronen in het secundair onderwijs, hoger onderwijs en volwassenenonderwijs. In het bijzonder wordt de relatie tussen leerpatronen en verschillende operationalisaties van studiesucces (persistentie, studietempo, studieresultaten, en kwaliteit van leeruitkomsten) nader onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar verschillen in leren en presteren in het volwassenonderwijs. 01/03/2010 - 31/05/2010

Abstract

De centrale doelstelling van het project is het uitvoeren van cross-sectioneel en longitudinaal casusonderzoek naar de kwaliteit van leren bij volwassenen in het volwassenenonderwijs. Het project heeft tot doel meer inzicht te verwerven in de ontwikkeling van kwaliteit van leren van studenten, de invloedsfactoren die hiermee verbonden zijn op het niveau van de instroomkenmerken, en het bestuderen van de effecten ervan op leerprestaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De kwaliteit van feedback over leerpatronen in het eerste jaar hoger onderwijs: een perceptieonderzoek bij studenten. 01/02/2009 - 31/12/2010

Abstract

Er is weinig bekend over hoe studenten de kwaliteit van feedback over eigen leerpatronen percipïeren en welke factoren hierbij van invloed zijn. Aan de hand van een mixed method onderzoek wordt de kwaliteit van feedback over eigen leerpatronen bij 500 studenten in kaart gebracht via een survey-onderzoek en de afname van semi-gestructureerde interviews bij een selectie van 24 studenten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effecten van leertrajectbegeleiding in de lerarenopleiding. 01/09/2008 - 31/12/2011

Abstract

Effecten van leertrajectbegeleiding op de leerprestaties van studenten wordt nog niet systematisch, empirisch en longitudinaal onderzocht. Nochtans is onderzoek naar de effectivitieti van leertrajectbegleiding belangrijk om inzicht te verwerven in de aard van de effecten op cognitieve, metacognitieve en niet-cognitieve outputmaten. Belangrijk hierin is de vraag naar de mogelijk differentiële effecten van leertrajectbegeleiding die optreden op basis van instroomkenmerken van studenten. Mixed method onderzoek op dit terrein is wenselijk om ondermeer na te gaan of er geen ongewenst matheüseffect optreedt door deze vormen van leertrajectbegeleiding. Het uitvoeren van dit evaluatie-onderzoek is beleidsmatig belangrijk om na te gaan hoe bestaande initiatieven verder kunnen worden geoptimaliseerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Goesting in Leren en Werken (GoLeWe) 01/09/2008 - 31/08/2011

Abstract

Dit onderzoeksproject is gericht op het verbeteren van de transitie van leerlingen/studenten van het secundair naar het hoger onderwijs en van het hoger onderwijs naar de arbeidsmarkt. Het in kaart brengen en begeleiden van leercompetenties doorheen de schoolloopbaan kan daartoe bijdragen. Aan de hand van mixed method onderzoek worden instrumenten gericht op het meten van individuele verschillen in leren en motivatie ontwikkeld en gevalideerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)