Resultaten AIRbezen Antwerpen 2014

“Verkeersgerelateerd fijn stof komt in hele stad voor”

De bladeren van het AIRbezen-project zijn geanalyseerd, de resultaten in een kaart gegoten. Die kaart toont aan dat het verkeersgerelateerde fijn stof over het volledige grondgebied van de stad Antwerpen terug te vinden is. Wie binnen de Ring woont, is niet meer blootgesteld aan verkeersvervuiling dan wie in de districten woont.

De resultaten

  • Aardbeien als meetplant

‚ÄčAls eerste belangrijke resultaat konden we vaststellen dat aardbeien uitermate geschikt zijn als meetplant, en dat zij goed in staat zijn om de verkeersgerelateerde partikels op te vangen en vast te houden.

Van de bruikbare 697 plantjes werden 88% op het gelijkvloers of de eerste verdieping geplaatst, 428 plantjes, of 61% op de eerste verdieping. Er werden zelfs aardbeitjes geplaatst tot op de 19de verdieping. Doordat op verschillende plaatsen plantjes op verschillende hoogtes geplaatst werden binnen dezelfde straat, of zelfs hetzelfde huis/appartementsgebouw, kon worden vastgesteld dat de blootstelling aan de verkeersgerelateerde partikels vermindert met de hoogte.
 

  • Verkeersgerelateerde vervuiling

Een andere vaststelling, die kon worden afgeleid omdat op verschillende plaatsen plantjes zowel aan de straatzijde als in de tuinen werden geplaatst, is dat de concentratie aan dergelijke verkeersgerelateerde partikels over het algemeen kleiner is in de tuinen dan aan de straatzijde. Dit laatste is echter plaatsafhankelijk, want in tuinen die grenzen aan drukke verkeersassen (snelwegen) kan de concentratie dan weer hoger zijn dan aan de straatzijde.

Omwille van het hoogte-effect werden verdere analyses alleen uitgevoerd op aardbeienplantjes die werden opgesteld tussen de 3 en 6 meter (in totaal 388 plantjes, of 55% van de 697 bruikbare plantjes). Aangezien treinen en trams ook veel magnetiseerbare deeltjes verspreiden, die dus het signaal en de interpretatie kunnen verstoren, werden plantjes uit deze straten ook niet meegenomen in de analyses. Voornamelijk tramlijnen bevinden zich echter dikwijls ook langs drukke verkeersassen, waar er wel degelijk ook een hoge verkeersgerelateerde vervuiling is waar te nemen.

De resultaten tonen aan dat de verspreiding van de verkeersgerelateerde vervuiling een grote ruimtelijke variatie vertoont over het volledige onderzochte gebied. Met andere woorden: er zijn geen duidelijke minder vervuilde of meer vervuilde gebieden aan te duiden. Dit komt omdat het verkeer, waar de metingen een belangrijke aanduiding voor geven, verspreid over het hele grondgebied voorkomt.

De laagste waarden werden waargenomen in eerder brede, open straten met weinig verkeer, of op plaatsen waar verkeer verder af was, zoals op grotere hoogte, of op de campus van de faculteit, boven op het dak van de Craeybeckxtunnel. Deze waarden kunnen beschouwd worden als stedelijke achtergrondwaarden. De gemiddelde waargenomen waarden voor het volledige grondgebied bedroegen ongeveer zesmaal de achtergrondwaarden. Op sommige plaatsen werden echter waarden van meer dan 20 tot 40 keer deze stedelijke achtergrondwaarde vastgesteld. Meestal is het wel zo dat wat verder van de drukkere verkeersassen - zoals in verkeersluwe straten/wijken - de waarden terugvallen op duidelijk lagere niveaus. Op sommige plaatsen werden hogere waarden waargenomen die eerder konden toegeschreven worden aan werkzaamheden in plaats van aan verkeer.

Verkeersvervuiling is een belangrijke vervuilingsbron in de stad Antwerpen, en is duidelijk gelinkt aan sterke verkeersassen verspreid over het volledige grondgebied. Eens men zich weg begeeft van deze verkeersassen daalt de concentratie aan verkeersgerelateerde vervuiling. Verdere informatie over de samenstelling en schadelijkheid van deze vervuiling ontbreekt momenteel nog. Daarom is het aangewezen dat we allen samen deze verkeersgerelateerde vervuiling terugdringen.
 

Bekijk onze resultaten op kaart

Bekijk de presentatie van de resultaten die werd gegeven op 23 juni 2014.

Herbekijk de presentatie van 23 juni 2014 vanuit de zaal (spreker start na de foto's)

  • Wat kunnen we nu doen?

Dit kan op verschillende manieren gebeuren. We kunnen zelf de auto meer langs de kant laten, en zeker voor kleinere verplaatsingen kiezen voor milieuvriendelijke transportmiddelen (te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer). Omdat ook houtverbranding fel bijdraagt aan stedelijke luchtverontreiniging zoeken we best alternatieve verwarmingsvormen. Bovendien kunnen we met z’n allen het signaal geven dat we maatregelen willen die het autoverkeer verminderen en de andere vervoersvormen stimuleren. Bovendien moet ook de nodige infrastructuur gerealiseerd worden zodat dit vlot en veilig kan verlopen. En uiteindelijk zou het dieselverbruik fel moeten teruggedrongen worden. Dit kunnen we dus doen door zelf te kiezen voor een benzinewagen, en door de nodige signalen uit te sturen naar de hogere overheden. Bovendien kunnen we best zo veilig mogelijk omgaan met de aanwezige vervuiling door bijvoorbeeld te ventileren (ramen open te zetten) langs de achterzijde van het huis, of op hogere verdiepingen.

 

“Het AIRbezen-team wil alle deelnemende Antwerpenaren danken voor de massale deelname, grote steun en niet aflatende interesse”, zegt prof. Roeland Samson. “Dit alles heeft gemaakt dat we een uniek AIRbezen-project hebben kunnen waarmaken voor een gezondere lucht in Antwerpen. Wie weet, komt er een vervolg op het project.”

 

Vorig nieuws...


 

Contact

AIRbezen airbezen@uantwerpen.be

Volg AIRbezen op Facebook

AIRbezen nieuws