Over de master

  • 60 studiepunten
  • Nederlandstalige opleiding
  • Faculteit Sociale Wetenschappen
  • Stadscampus

De master in het basisonderwijs

Met de master in het basisonderwijs versterk je niet alleen je klaspraktijk, maar krijg je ook de tools om je school verder te ontwikkelen. Na het behalen van je diploma ben je goed voorbereid om vijf kernrollen op de werkvloer te vervullen, het gaat dan om de vakspecialist, innovator, onderzoeker, leider en communicator. In deze rollen breng je, samen met je team, onderbouwde en duurzame onderwijsvernieuwingen in de praktijk.

De opleiding vertrekt daarbij vanuit het versterken van professioneel kapitaal. Je verdiept je vakinhoudelijke en pedagogisch-didactische expertise (menselijk kaptiaal), leert samenwerken en bouwen aan een sterke professionele leergemeenschap (sociaal kaptiaal) en ontwikkelt het oordeelsvermogen om evidence-informed keuzes te maken in complexe onderwijscontexten (beslissingskaptiaal).

Omdat veel van onze studenten al in het basisonderwijs werken, staat ook het leren mét en van elkaar centraal. De wisselwerking tussen ervaren professionals en startende leraren creëert een krachtige leeromgeving waarin praktijkervaring en wetenschappelijke inzichten elkaar voortdurend versterken.


Sterke leraren, sterk basisonderwijs

Word expert in leren en innoveren

Hoe ziet de opleiding eruit?

Waarom?

Investeer in professioneel kapitaal. Maak duurzaam het verschil.

Het basisonderwijs staat voor complexe uitdagingen die vragen om professionals die kunnen bewegen in onzekerheid. De Master Basisonderwijs versterkt jouw professioneel kapitaal: je verdiept je expertise, leert samenwerken aan onderwijsontwikkeling en ontwikkelt het vermogen om onderbouwde keuzes te maken in complexe situaties. Zo groei je uit tot een professional die niet alleen het eigen onderwijs versterkt, maar ook collega's, teams en scholen mee vooruit helpt.

Wat?

Groei in vijf professionele rollen.

Tijdens de opleiding ontwikkel je je tot vakspecialist, onderzoeker, innovator, leider en communicator. Je leert wetenschappelijke inzichten kritisch vertalen naar de onderwijspraktijk, onderzoekt authentieke praktijkvraagstukken en ontwerpt duurzame oplossingen voor de klas, het schoolteam en het onderwijsbeleid.

Daarbij bekijk je onderwijs vanuit drie niveaus: de leerling en klas, de school als lerende organisatie en de bredere onderwijscontext. Zo leer je onderwijsvraagstukken in hun volledige complexiteit begrijpen.

Hoe?

Leren in én vanuit de praktijk.

De opleiding is opgebouwd rond echte vraagstukken uit het basisonderwijs. Je combineert academische verdieping met praktijkervaring en leert voortdurend bruggen slaan tussen onderzoek, beleid en onderwijspraktijk.

Dankzij een flexibel programma met beperkte contactmomenten is de opleiding uitstekend combineerbaar met een job. De samenwerking tussen startende en ervaren onderwijsprofessionals vormt daarbij een grote meerwaarde: je leert niet alleen van docenten, maar ook van elkaar.


Benieuwd naar de volledige visie achter de opleiding? Hieronder lees je onze visietekst, opgebouwd rond de drie pijlers Waarom, Wat en Hoe.

Waarom? Bestaansreden van deze opleidingen

De vraagstukken rond leren en ontwikkelen waarmee de onderwijs- en opleidingswereld geconfronteerd worden zijn complex en voortdurend in beweging. Dat vraagt om professionals die inzicht hebben in leerprocessen en richting kunnen geven aan de ontwikkeling van lerenden, van zichzelf en van organisaties. Het vraagt om mensen die kunnen bewegen in onzekerheid, die verschillende perspectieven weten te verbinden en die op basis van reflectie en wetenschappelijke onderbouwing weloverwogen keuzes maken. Daarom is het cruciaal te investeren in sterke professionals die binnen hun eigen contexten onderbouwde en contextgevoelige oplossingen ontwerpen, implementeren en evalueren. Dat vraagt niet alleen diepgaande expertise, maar ook de competenties om anderen te inspireren, motiveren en ondersteunen in leer- en veranderprocessen, om in dialoog en samenwerking binnen teams nieuwe inzichten te ontwikkelen, en om kritisch, reflectief en geïnformeerd te handelen.

Vanuit deze noodzaak leiden de opleidingen Master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) en Master in het Basisonderwijs (BaO) professionals op die leer-, ontwikkel- en innovatieprocessen begrijpen, vormgeven en evalueren. De opleidingen bieden academisch onderwijs dat inzet op zowel verdieping als verbreding van competenties rond leren en innoveren. Studenten ontwikkelen een sterke analytische en onderzoekende houding, leren bruggen slaan tussen theorie, praktijk en beleid en verwerven de competenties om evidence-informed te handelen. Zij volgen daarbij de recente ontwikkelingen binnen het wetenschappelijke domein en vertalen nieuwe kennis naar hun professionele praktijk. Tegelijk leren zij samenwerken, samen leren, communiceren en leiderschap opnemen binnen teams en organisaties. Door actief te leren in en vanuit de professionele praktijk ontwikkelen zij de competenties om wetenschappelijke inzichten kritisch te verbinden met concrete vraagstukken uit het werkveld.

Zo versterken OOW en BaO (toekomstige) professionals in hun vermogen om richting te geven aan leren en ontwikkelen, met inzicht in wat werkt, waarom het werkt, voor wie en onder welke voorwaarden. Daarmee realiseren de opleidingen hun maatschappelijke opdracht: academische kennis en onderzoek inzetten voor de duurzame ontwikkeling van mensen, teams en organisatie.

​

Wat? Inhoud en focus van de opleidingen

De masters OOW en BaO zijn georganiseerd rond vijf beroepsrollen. Doorheen de opleiding ontwikkelen studenten deze rollen als een geïntegreerd geheel van competenties.

  • Vakspecialist. Onze studenten ontwikkelen gefundeerd inzicht in leren, didactiek (inclusief vakdidactiek in master BaO) en organiseren. Ze zijn vertrouwd met wetenschappelijke literatuur en de bestaande kennisbasis over leren en opleiden. Ze groeien uit tot vakspecialisten die wetenschappelijke inzichten vertalen naar onderwijs- en/of opleidingssettings.
  • Ontwerper / Veranderaar. Onze studenten worden sterk in het kritisch bevragen, ontwerpen en verbeteren van leercontexten. Ze selecteren en ontwikkelen interventies op basis van onderzoek en praktijkervaring, en beargumenteren hun ontwerpkeuzes vanuit zowel context als theorie. Door cyclisch, evidentiegedreven en in dialoog met betrokkenen te werken, realiseren ze effectieve, inclusieve en duurzame leeromgevingen.
  • Onderzoeker. Onze studenten worden sterk in het methodologisch verantwoord uitvoeren van (praktijkgericht) onderzoek. Ze verzamelen diverse relevante data en analyseren deze vanuit kritisch-wetenschappelijke houding.
  • Leider. Onze studenten worden sterk in het verbinden van mensen, middelen en doelen om leer- en veranderprocessen te realiseren. Ze sturen zichzelf, collega’s en organisaties aan, creëren samenwerking binnen een reflectief en lerend klimaat. Zo groeien ze uit tot leiders die richting geven en naar duurzame (leer)resultaten toewerken.
  • Communicator. Onze studenten worden sterk in het helder, zorgvuldig en enthousiasmerend communiceren over ideeën, onderzoeksresultaten en beslissingen. Ze maken complexe informatie toegankelijk en voeren constructieve dialogen met diverse stakeholders.

Deze vijf rollen vormen samen het kompas voor de leerdoelen en leerinhouden in de opleiding, voor toekomstig professioneel handelen en levenslang leren. In de master Basisonderwijs (BaO) wordt daarbij binnen de rol vakspecialist in het bijzonder ingezet op vakdidactiek en curriculumontwikkeling. De master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) zet diepgaander in op diverse opleidingscontexten en op de onderzoekscomponent.

Voor beide opleidingen geldt dat leren en instructie op drie op elkaar inspelende niveaus bestudeerd worden:

  • Het microniveau. Hier staan de leerpsychologische en onderwijsdidactische vraagstukken omtrent (het organiseren van) leerprocessen centraal. Hoe leren individuen en groepen?
  • Het mesoniveau. Dit betreft het ruimere instellings- of opleidingskader waarin leren en opleiding georganiseerd wordt. Hoe ontwikkelen organisaties in het onderwijs- en opleidingsveld zich? Hoe wordt leren op organisatieniveau gerealiseerd?
  • Het macroniveau. Dit niveau overstijgt de onderwijs- en opleidingsinstelling en richt zich op beleid dat door overheden en beleidsorganisaties vormgegeven wordt. Hoe krijgt beleid in educatieve contexten vorm?

Voor de master basisonderwijs is het een bewuste keuze om hier de basisschool voortdurend centraal te stellen. In de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) is de kijk ruimer en wordt op een overkoepelende manier dieper op het brede spectrum van informele en formele onderwijs- en opleidingscontexten ingegaan.

Hoe? Vormgeving van de opleidingen

Beide opleidingen richten zich in hun ‘waarom?’ en ‘wat?’ zowel op reguliere studenten als op studenten die al in de praktijk staan en zich verder professioneel willen ontwikkelen. De ingebouwde flexibiliteit en het beperkt aantal contactmomenten gecombineerd met actieve zelfstudie maken de combinatie werken-leren mogelijk. De opleidingen hanteren een competentiegerichte aanpak waarin kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd ontwikkeld worden. Studenten ontwikkelen daarbij ook de nodige competenties om zich als onderwijsprofessional te blijven ontwikkelen. Typisch voor het opleidingsconcept achter beide opleidingen zijn verder volgende vier ontwerpprincipes:

  • De docent faciliteert individuele en gezamenlijke leerprocessen. De docent is verantwoordelijk voor het creëren van een multimodale leeromgeving die via een doordachte mix van onderwijsleeractiviteiten, onderwijstechnologie en evaluatie het leren op campus en via actieve, begeleide zelfstudie (remote) faciliteert. Het handelen van de docent getuigt van een basishouding die bijdraagt aan het creëren van een warme en veilige leercontext die tegelijkertijd studenten uitdaagt om te groeien. De docent is zo ook een rolmodel voor het professionele gedrag dat van studenten wordt verwacht.
  • Studenten sturen in toenemende mate het eigen leerproces. Om studenten voor te bereiden op een leven lang leren, krijgen ze in toenemende mate verantwoordelijkheid voor het aansturen van het eigen leerproces. Co-regulatie ondersteunt dit proces via sociale interactie en tijdelijke, flexibele begeleiding, waarbij de sturing van het leerproces geleidelijk verschuift van de docent naar de student. Via self-, peer en co-assessment krijgen studenten inzicht in het eigen leerproces en resultaten. Op basis daarvan kunnen studenten het eigen leerproces bijsturen en doelen voor verdere professionele ontwikkeling formuleren.
  • Kernvraagstukken uit de praktijk vormen het vertrekpunt van leeractiviteiten. De kernvraagstukken uit de praktijk vormen het vertrekpunt van de leeractiviteiten en zijn essentieel bij het verwerven van de mastercompetenties. Het studieprogramma is daarom opgebouwd rond inzichten, activiteiten, vraagstukken en dilemma’s uit het bredere veld van opleiding en onderwijs. Aan de hand van opdrachten en geïntegreerde projecten wordt het directe contact tussen de theorie en de praktijk zo veel mogelijk gestimuleerd.
  • Mix van reguliere en werkstudenten als kracht. Het samenbrengen van actuele academische perspectieven en rijke praktijkervaring creëert een krachtige leeromgeving waarin collectief leren en professionele dialoog centraal staan. Samenwerken met medestudenten biedt een realistische context voor het verwerven van competenties zoals effectief communiceren, samenwerken en problemen oplossen. Dergelijk collaboratief leren ondersteunt het individuele leerproces en omgekeerd.

Schakelprogramma voor de masteropleiding

Heb je een professioneel bachelorsdiploma lager- of kleuter- onderwijs, maar geen academische bachelor in de pedagogische wetenschappen of onderwijskunde?

Dan volg je eerst  een schakelprogramma van 60 studiepunten, voordat je aan de master van 60 studiepunten kunt beginnen. Dit vormt de ideale basis om je verder te specialiseren en je voor te bereiden op het academische niveau van de master.

Gedragen door een krachtige samenwerking

Deze opleiding wordt gedragen door een enthousiaste samenwerking tussen de Universiteit Antwerpen, KdG Hogeschool en AP Hogeschool. Door de krachten te bundelen, combineren we de sterktes van de universiteit – zoals onderzoek en academische verdieping – met de praktijkgerichte expertise van de hogescholen op het vlak van vakdidactiek en klaspraktijk. Dit evenwicht zorgt voor een opleiding die stevig geworteld is in zowel theorie als praktijk.

Onderzoek in de opleiding

De master in het basisonderwijs bied je de mogelijkheid om een stapje terug te nemen van je klaspraktijk en diepgaand kennis te maken met wetenschappelijk onderzoek over onderwijs. Binnen verschillende opleidingsonderdelen leer je stap voor stap, zowel individueel als in groepsverband, wat wetenschappelijk onderzoek inhoudt. Je ontwikkelt vaardigheden om wetenschappelijke kennis kritisch te interpreteren, deel te nemen aan toegepast en fundamenteel onderzoek, en zelfstandig onderzoek op te zetten en uit te voeren. Dit onderzoek wordt uitgevoerd binnen domeinen die zowel momenteel als in de toekomst van grote maatschappelijke relevantie zijn.

Een belangrijk onderdeel van de opleiding is de masterproef. Om de master succesvol af te ronden, schrijf je een masterproef waarin je aantoont dat je het vakgebied – en in het bijzonder het gekozen deelgebied – grondig beheerst. Je bewijst dat je zelfstandig wetenschappelijk onderzoek kan opzetten, uitvoeren en helder rapporteren. De masterproef levert een inhoudelijke bijdrage aan de bestaande wetenschappelijke kennis over het basisonderwijs. Of die bijdrage nu groot of klein is, het doel is om leemtes, tegenstrijdigheden of onzekerheden in de bestaande kennisbasis te identificeren en deze (gedeeltelijk) te verhelpen.

Door deze wetenschappelijke aanpak te combineren met de praktijkgerichte focus van de opleiding, ontwikkel je niet alleen je eigen expertise, maar draag je ook bij aan de verdere verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Praktijk in de opleiding

In het opleidingsonderdeel Praktijkvraagstukken in het basisonderwijs werk je samen met een groep medestudenten en een basisschool aan een actueel en relevant vraagstuk. Deze praktijkgerichte projecten situeren zich op het micro- of mesoniveau van de school en bieden een unieke kans om praktijkonderzoek op te zetten met directe impact op de klas- en schoolomgeving.

De vraagstukken worden zorgvuldig samengesteld door de universiteit en sluiten niet alleen aan bij de concrete noden uit het werkveld, maar ook bij de wetenschappelijke expertise van de begeleiders. Door deze samenwerking krijgt elk project een authentiek karakter en wordt het verankerd in de realiteit van het onderwijs. Afhankelijk van het project werk je aan de ontwikkeling en implementatie van een nieuwe aanpak of evalueer en optimaliseer je een bestaande praktijk.

Praktijkvraagstukken leert je hoe je een brug slaat tussen wetenschappelijk onderzoek en de dagelijkse praktijk van het basisonderwijs. Je verdiept je niet alleen inhoudelijk in onderwijskundige vraagstukken, maar versterkt ook je professionele vaardigheden. Projectmanagement, samenwerking, communicatie en onderzoeksvaardigheden staan hierbij centraal. Om je hierin te ondersteunen, worden verschillende workshops georganiseerd en word je begeleid door een procesbegeleider.

Werkwijze en studiebelasting

Zowel voor het schakelprogramma als voor de master hanteren we een hybride werkwijze.

Dat betekent dat we een combinatie aanbieden van:

  • Fysieke contactmomenten, zoals hoor- en responsiecolleges en interactieve werkmomenten.
  • Begeleide zelfstudie, ondersteund via de digitale leeromgeving Blackboard.
  • Projectonderwijs, waarin je in groep aan praktijkgerichte vraagstukken werkt.

Om een realistische inschatting van de studielast te maken, hanteren we de (decretaal vastgelegde) richtlijn: 1 studiepunt komt overeen met 25 à 30 uur studietijd. Voor een opleidingsonderdeel van 6 studiepunten betekent dit een gemiddelde studielast van 150 à 180 uur, oftewel ongeveer vier voltijdse studieweken.

Daarnaast verwachten we dat studenten een goede passieve beheersing van het Engels hebben. Hoewel de contactmomenten in het Nederlands plaatsvinden, bestaat een deel van het studiemateriaal uit Engelstalige wetenschappelijke artikels en boeken. Een basiskennis van academisch Engels is dus noodzakelijk om de literatuur te begrijpen en te verwerken.