Opleidingsinfo

 

Hoe ziet je opleiding eruit?

De opleiding bestaat uit 31 afstudeerrichtingen en wordt opgedeeld in drie niveaus:

  1. een specialiteitsoverschrijdende opleiding (voor alle disciplines gemeenschappelijk);
  2. een basisopleiding die de kern van de discipline beschrijft (voor 22 (groepen van) disciplines);
  3. een disciplinespecifieke opleiding (voor de 31 disciplines afzonderlijk).

Per niveau worden de aangeboden opleidingsonderdelen ingedeeld in vier rollen die je als arts-specialist van morgen moet kunnen invullen:

  • medisch expert: je medische kennis onder de knie krijgen doe je door te leren op de werkplek, van in de ziekenzaal tot in de operatiekamer;
  • manager: managementvaardigheden ontwikkel je tijdens drie korte opleidingen en tijdens bijscholingen in je vakgebied, waarna je de aangereikte theorie toepast in een verplichte opdracht;
  • communicator: optimaal communiceren met patiënten, verplegend personeel en collega’s leer je tijdens een korte opleiding, inclusief een opdracht gerelateerd aan je stageplaats;
  • wetenschapper: je rol als wetenschapper komt naar voren tijdens wetenschappelijke stafvergaderingen, journal clubs, besprekingen van artikels ..., waarbij je aanwezig bent of zelf een presentatie geeft.

Evaluatie

Via een transparant begeleidings- en beoordelingssysteem aan de hand van een persoonlijke portfolio peilen we regelmatig naar je vooruitgang.

Praktisch

De duur van de master in de specialistische geneeskunde is afhankelijk van de duur van je specialisme. Voor ASO’ers die een specialisme van 5 jaar hebben, zal de master over deze 5 jaar verspreid worden. Op het einde heeft elke ASO 120 studiepunten.

Mag je starten?

Toelatingsvoorwaarden

  • Diploma van arts of master in de geneeskunde

Tevens is de toelating afhankelijk van een bekwaamheidsonderzoek dat zich vertaalt in een erkend stageplan goedgekeurd door het Ministerie van Volksgezondheid, dienst geneeskundepraktijk, vergezeld van een attest dat aantoont dat de kandidaat door de faculteit geneeskunde aanvaard is voor de discipline waarin hij opgeleid wordt.
 
Voor de instroom in het specialisme Stomatologie en mond-,kaak- en aangezichtschirurgie (MKA) wordt naast een diploma basisarts/master in de geneeskunde ook een masterdiploma tandheelkunde vereist als toelatingsvoorwaarde.

Taalvoorwaarden

Minimum taalniveau Nederlands: IUTaaltest niveau C1 of CNVT: Profiel Educatief Professioneel

Onderzoek in de opleiding

Tijdens de masterproef wordt de ASO geacht klinisch te kunnen reflecteren over de beroepssituatie en/of de wetenschappelijke aspecten die de specialiteit onderbouwen. De masterproef reflecteert de algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid van de specialist m.b.t. een specifieke probleemstelling en zijn capaciteit om antwoorden te leveren op de bevraging, meestal afkomstig van een reële klinische observatie en/of studie. De masterproef laat toe het zelfstandige klinische werk en de onderzoeksvaardigheden te evalueren en de wetenschappelijke attitude levenslang te bestendigen.

A. Verplicht onderdeel: 20 studiepunten

De ASO dient in eerste instantie een keuze te maken tussen twee mogelijkheden (verplicht):
  1. Een wetenschappelijk eindwerk binnen het afstudeergebied met schriftelijke neerslag. Het betreft een origineel wetenschappelijk werk in de vorm van een wetenschappelijk artikel (eigen onderzoeksprotocol) of een systematisch literatuuronderzoek (meta-analyse). Dit eindwerk wordt mondeling verdedigd voor een (inter)universitaire jury (20 studiepunten).
  2. Een reflectietekst waarin het eigen doctoraatsonderzoek wordt getoetst aan de actuele stand van zaken in het onderzoeksdomein en waarin translationele aspecten van het onderzoek worden belicht. Dit kan uitmonden in een vervolgartikel. Het schriftelijke werkstuk dient verdedigd te worden voor een (inter)universitaire jury (20 studiepunten).

B. Keuzemogelijkheden: 10 studiepunten

De ASO vult verder aan tot 30 studiepunten door een keuze te maken uit onderstaande mogelijkheden:
  1. Een bijkomend wetenschappelijk artikel als eerste of tweede auteur (zoals gevraagd door het merendeel van de Erkenningscommissies) aanvaard voor publicatie in een peer reviewed tijdschrift (10 studiepunten). Het wetenschappelijke artikel is uiterlijk op 1 mei van het promotiejaar aanvaard in een peer reviewed tijdschrift.
  2. Een case report met bijhorende wetenschappelijke toelichting, als eerste of tweede auteur, aanvaard voor publicatie in een peer reviewed tijdschrift (10 studiepunten). Het case report is uiterlijk op 1 mei van het promotiejaar aanvaard in een peer reviewed tijdschrift.
  3. Een mededeling op een nationaal congres, m.i.v. bewijs en schriftelijke neerslag (5 studiepunten) of op een internationaal congres m.i.v. bewijs en schriftelijke neerslag (10 studiepunten). De voordracht of posterpresentatie wordt gegeven tijdens de opleiding tot ASO.
  4. Een reflectie op een portfolio van casuïstiek met bijhorende wetenschappelijke toelichting. Dit werkstuk wordt mondeling verdedigd voor een (inter)universitaire jury (10 studiepunten). 
Het onderwerp van de casuïstiek wordt door de ASO ingediend bij de universitaire stagemeester, uiterlijk bij aanvang van niveau 3.
De ASO stelt (met akkoord) een begeleider voor die behoort tot de vaste medische staf van de discipline in UZ Antwerpen of een geaffilieerde stagemeester.
De universitaire stagemeester keurt het project en de begeleider goed.
De ASO rapporteert om de 3 – 4 maanden de voortgang van de casuïstiek.
Het verslag wordt uiterlijk ingediend op 1 januari van het promotiejaar.
De mondelinge toelichting vindt plaats in maart of april van het promotiejaar.