i.s.m. Dienst voor Studieadvies en Studentenbegeleiding en Departement Onderwijs (Beleid & Organisatie - Kwaliteitszorg & Innovatie) UAntwerpen

1. Inleiding

De tijd die studenten krijgen om een schriftelijk examen af te leggen kan een invloed hebben op hun prestaties (Tarchinski et al., 2022). Wanneer deze echter niet goed is afgestemd op de inhoud van het examen (lengte, moeilijkheidsgraad, …), dan kan de nadruk onbedoeld liggen op snelheid of stressbestendigheid van de student, eerder dan op het aantonen van de verworven kennis, vaardigheden en attitudes. Het examen is dan niet valide, omdat het geen realistische weergave biedt van de mate waarin de student de leerinhoud beheerst (Birkhead, 2018; zie ook ECHO onderwijstip 'Kwaliteitsvol toetsen', 2024). Dit kan bovendien bij de studenten leiden tot stress, frustratie en verminderde prestaties. Bepaalde groepen studenten worden hierdoor sterker gehinderd. Denk aan studenten met een functiebeperking, anderstalige studenten, studenten met een moeilijke thuissituatie, studenten die mantelzorg opnemen, … Om ook de rechten van deze studenten te waarborgen, is een correcte inschatting van de examenduur essentieel.

Maar hoeveel tijd is wenselijk? En hoe speelt die precies een rol en geldt dit voor alle studenten? In deze onderwijstip reiken we je praktische handvatten aan om de examentijd correct in te schatten voor jouw opleidingsonderdeel, zodat studenten voldoende ruimte krijgen om hun verworven competenties aan te tonen tijdens het toetsmoment.

2. Hoe maak je een realistische schatting?

Het begroten van de examentijd voor je opleidingsonderdeel is geen eenvoudige taak. De tijdsduur die een student idealiter ter beschikking krijgt, is immers afhankelijk van meerdere factoren, zoals onder andere het type examenvragen, het aantal vragen en de moeilijkheidsgraad ervan. Hieronder vind je een stappenplan om een zo realistisch mogelijke schatting te maken.

STAP 1 - Definieer het opzet en de inhoud van het examen.

Om te bepalen wat er idealiter in je examen aan bod komt, vertrek je van de eindcompetenties die je hebt vooropgesteld. Zorg dat je vragen evenwichtig gespreid zijn over deze eindcompetenties en over de leerinhoud die je wil toetsen. Let wel, als een bepaalde eindcompetentie heel essentieel is in je opleidingsonderdeel, dan moet die voldoende doorwegen in het geheel van de examenvragen. Om je examen evenwichtig vorm te geven kan je gebruik maken van een toetsmatrijs (zie ook ECHO onderwijstip 'Meet wat u moet meten', 2013KU Leuven, 2025). Dit is een overzichtstabel waarin je voor je opleidingsonderdeel de eindcompetenties, leerinhouden en verwerkingsniveaus (Harting et al., 2019) aan mekaar gaat linken, om zo te bepalen hoeveel examenvragen je best over elk deel stelt. Hieronder zie je een voorbeeld van een toetsmatrijs: er wordt telkens aangegeven hoeveel vragen er per inhoudelijk deel en per verwerkingsniveau aan bod komen. Het verwerkingsniveau kan je afleiden uit je eindcompetenties. (Merk op dat dit slechts één voorbeeld is; er zijn verschillende varianten mogelijk.)

Met deze toetsmatrijs beschik je nu over een ontwerp van je examen en kan je gaan kijken naar de tijd die nodig is voor de student om het af te werken.


STAP 2 - Maak een schatting van de tijd die een student nodig heeft om je examen te maken.

Maak nu een schatting van de standaardtijd die een student volgens jou gemiddeld nodig heeft om het examen af te leggen.

  • Volgende richtlijnen geven je een idee van de beantwoordingstijd per vraagtype (Van Berkel et al., 2017).

​Bij open vragen stijgt de tijd niet recht evenredig met de antwoordlengte. Immers, hoe langer het antwoord, des te meer van de student verwacht wordt onderlinge verbanden aan te halen en extra op structuur te letten.

  • Hou rekening met het cognitieve niveau van de vraag. Hoe moeilijker de vraag, hoe meer tijd je voorziet. Wanneer je de studenten bijvoorbeeld vraagt om een argumentatie uit te werken op basis van verschillende theorieën of een juist model uit te kiezen voor de aanpak van een nieuw probleem, dan zal je meer tijd moeten voorzien dan wanneer je hen vraagt om een geziene theorie te beschrijven of om een gekend wiskundig bewijs uit te schrijven.
  • Vul zelf je examen in en vermenigvuldig de benodigde tijd met vier. Reken bij deze tijd nog 10 à 15 minuten voor het nakijken van het examen en tel hierbij ook nog tijd om de instructies te lezen. (Van Petegem et al., 2013). 
  • Vraag een collega, die niet verbonden is aan de evaluatie/het opleidingsonderdeel, om het examen te maken en een inschatting te maken van de benodigde tijd (=vierogenprincipe). Op die manier heb je een extra paar ogen dat met je meekijkt en heb je een extra check.
  • Controleer nog even de maximumduur die je instelling toestaat: aan UAntwerpen bijvoorbeeld geldt een maximum van vier uur voor een schriftelijk examen en één uur voor een mondelinge ondervraging.

STAP 3 - Ga achteraf na of je tijdsinschatting realistisch was en stuur eventueel bij. 

Ga na hoeveel tijd studenten daadwerkelijk gebruiken om aan hun examen te werken.

  • Projecteer een digitale klok (met cijfers), zodat studenten zelf de tijd tijdens het examen kunnen monitoren (zie ook Infofiche UAntwerpen – na inloggen).
  • Vraag hen om bij het aftekenen hun indientijd te noteren.
  • Wanneer we ervan uitgaan dat onderwijs inclusief wordt vormgegeven (zie ook lager §4), dan kan je een onderscheid maken tussen standaardtijd, extra tijd en totale tijd. Standaardtijd is de standaard voorziene tijd voor het afleggen van een examen. Extra tijd gaat over 30% extra tijd boven op de standaard voorziene tijd voor het afleggen van een examen. De totale tijd is de optelsom van de standaardtijd en de 30% extra tijd. Docenten die voor alle studenten 30% extra tijd aanbieden bovenop de standaardtijd, hanteren dus een inclusieve examentijd.

Laat de studenten in verschillende kleuren aftekenen:

  • studenten die binnen 70% van de standaardtijd indienen tekenen af in het zwart
  • studenten die tussen 70 en 100% van de standaardtijd indienen tekenen af in het groen
  • studenten die na de standaardtijd indienen tekenen af in het blauw.

Op basis van deze tijdsgegevens kan je vervolgens aan de hand van onderstaande richtlijnen een inschatting maken of je examen ruim of eerder krap begroot is:  

  • Als 70% of meer van de studenten het examen aflegt binnen 70% van de standaardtijd, wijst dit erop dat de examentijd wellicht ruim genoeg is.
  • Als een groot deel van de studenten tussen 70 en 100% van de standaardtijd nodig heeft, dan is dit een teken dat de standaard examentijd waarschijnlijk aan de krappe kant is. In dat geval kan je overwegen de examentijd te verlengen of het examen te beperken in omvang. Let er daarbij wel op dat je examen valide (zorg dat de toetsing afgestemd blijft op de competenties die je hebt vooropgesteld) en betrouwbaar (beperk toevalsfactoren en meetfouten zoveel mogelijk) blijft (voor concrete handvatten zie ook ECHO onderwijstip 'Kwaliteitsvol toetsen', 2024).
  • Vergelijk ten slotte het aantal studenten dat na de standaardtijd heeft ingediend met het aantal studenten dat de faciliteit voor examentijd heeft aangevraagd. Heeft er niemand na de standaardtijd ingediend? Dan is dat een teken dat je examen al heel inclusief is opgesteld! Als het aantal lager ligt dan het aantal studenten met de faciliteit, dan is de standaardtijd waarschijnlijk al ruim genoeg.
  • Voor meer praktische richtlijnen over inclusieve examentijd stelde UAntwerpen een fiche ‘Inclusieve examentijd’ op (toegankelijk voor UAntwerpen-personeel – na inloggen).

3. Extra tijd als bijzondere examenfaciliteit

Omdat onderwijs vaak niet inclusief georganiseerd wordt, ervaren sommige studenten moeilijkheden bij het aantonen van hun kennis en vaardigheden tijdens beoordelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om studenten met een functiebeperking, werkstudentenstatuut, statuut van kunstenaar of topsporter. Om die moeilijkheden te compenseren zijn in veel hoger onderwijsinstellingen speciale maatregelen (‘bijzondere faciliteiten1’) ingevoerd waardoor de onnodige belemmeringen weggenomen worden voor de studenten (Vidal Rodeiro & Macinska, 2022).

Het toekennen van extra examentijd is één van de meeste aangevraagde en toegekende faciliteit bij studenten met een functiebeperking (Van Hees, Stokx, & Willems, 2024). Deze faciliteit kan om verschillende redenen worden toegekend: bijvoorbeeld omdat studenten trager lezen of schrijven, omdat de verwerking van informatie trager loopt dan bij andere studenten, omdat ze snel hun concentratie verliezen, …

Aan UAntwerpen krijgt een student aan wie deze maatregel is toegekend 30% tijd extra, waarbij het examen als geheel nooit langer kan duren dan 4 uur. Aan andere instellingen in Vlaanderen en Nederland ligt dit percentage vaak ook rond de 25 à 30%. Uit een reviewstudie van Harrison, Pollock en Holmes (2022) blijkt dat specifiek studenten met leermoeilijkheden gebaat zijn met maximaal 25% extra examentijd. Volgens hen kan in uitzonderlijke situaties meer dan 25% extra tijd gerechtvaardigd zijn, maar moet dit zorgvuldig worden overwogen aan de hand van een vast besluitvormingsmodel.

1De ondersteuning van studenten met een functiebeperking is bepaald in het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2009) en decretaal onderbouwd. Volgens artikel II.276 paragraaf 3 Codex Hoger onderwijs hebben studenten met functiebeperkingen recht op redelijke aanpassingen om zo “op voet van gelijkheid met andere studenten te kunnen participeren aan het hoger onderwijs”.

4. Extra examentijd voor iedereen?

Internationaal onderzoek naar de effectiviteit van extra examentijd en de impact daarvan op de prestaties van studenten – zowel mét als zonder functiebeperking – biedt momenteel geen consistente conclusie (Duncan & Purcell, 2020; Sokal, 2017).  Zo suggereren sommige studies dat zowel studenten met als zonder beperking hogere scores behalen wanneer zij over meer tijd beschikken, waarbij het voordeel doorgaans groter is voor studenten met een beperking (Sireci et al., 2005). Andere onderzoeken wijzen erop dat beide groepen in gelijke mate profiteren van extra examentijd (Cahan et al., 2016; Lovett, 2010). Nog andere studies rapporteren daarentegen geen significant effect voor beide groepen (Jansen et al., 2018).

Wanneer er onderzoek gedaan wordt naar de percepties van studenten, liggen de resultaten wel in dezelfde lijn. In meerdere onderzoeken geven studenten met een functiebeperking duidelijk aan dat ze extra examentijd als een effectieve maatregel beschouwen (Emmers et al., 2015; Jansen et al., 2016; Lovett & Leja, 2013). Het toekennen van extra examentijd zorgt bij hen voor het wegvallen van druk en stress, omdat ze weten dat ze eventueel extra tijd kunnen gebruiken. Vaak komt het zelfs voor dat studenten geen gebruik maken van de extra toegewezen examentijd, omdat louter het wegvallen van de tijdsdruk voldoende is voor de student om het examen rustig binnen de voorziene tijd af te werken (zie ook ECHO onderwijstip 'Bijzondere faciliteiten en examens', 2019).

Omdat er geen bewijs is dat een bepaalde groep benadeeld wordt wanneer alle studenten extra examentijd krijgen, en omdat we vooral de kennis, vaardigheden en attitudes van studenten willen toetsen – niet hun stressbestendigheid – kan het invoeren van extra tijd voor iedereen een waardevolle maatregel zijn. Het bevordert niet alleen de inclusiviteit binnen de instelling (Van Hees et al., 2024), maar verlaagt ook de administratieve last: studenten hoeven geen apart statuut meer aan te vragen wanneer zij aanspraak maken op extra examentijd en docenten worden ontlast van extra uitzonderingsprocedures. Zo ontstaat een eerlijkere en minder stresserende examenervaring, waardoor studenten zich beter kunnen concentreren op de inhoud. Nu zijn er immers ook doelgroepen die uit de boot vallen gezien ze geen recht hebben op bijzondere faciliteiten: studenten die omwille van financiële redenen of door wachtlijsten niet tot een diagnose komen, studenten met een moeilijke thuissituatie, student-mantelzorgers, etc.

Nuance is wel dat deze maatregel (extra examentijd voor iedereen) enkel passend is wanneer tijdsdruk geen essentieel onderdeel vormt van de te toetsen eindcompetenties — wat in sommige beroepscontexten, zoals bijvoorbeeld in de verpleegkunde of geneeskunde, wel het geval kan zijn. Daarnaast blijft het aangewezen om de reële tijdsbehoefte van studenten systematisch te monitoren (zoals gesuggereerd in §2, stap 3), zodat examens niet langer duren dan noodzakelijk voor een valide beoordeling. Tot slot is het aan te bevelen om ook in de toekomst wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit en optimalisering van examentijd te blijven volgen, zodat we onze examens nog beter kunnen afstemmen op de behoeften van studenten en zo de validiteit ervan verder te vergroten.

Meer weten?

ECHO-onderwijstips

Voor UAntwerpen-personeel (na inloggen)

Relevante literatuur

  • KU Leuven (2025). Infofiche Toetsmatrijs. Dienst Onderwijsprofessionalisering en -Ondersteuning. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.kuleuven.be/onderwijs/evalueren/documenten/toetsmatrijs.pdf
  • Birkhead, S. (2018). Testing Off the Clock: Allowing Extended Time for All Students on Tests. Journal of Nursing Education. 57(3):166-169. https://doi.org/10.3928/01484834-20180221-08  
  • Cahan, S., Nirel, R., & Alkoby, M. (2016). The extra-examination time granting policy: A reconceptualization. Journal of Psychoeducational Assessment, 34(5), 461–472
  • Duncan, H., & Purcell, C. (2020). Consensus or contradiction? A review of the current research into the impact of granting extra time in exams to students with specific learning difficulties (SpLD). Journal of Further and Higher Education, 44(4), 439–453. https://doi.org/10.1080/0309877X.2019.1578341
  • Emmers, E., Mattys, L., Petry, K., & Baeyens, D. (2015). OBPWO Eindrapport: Inclusief hoger onderwijs: Multi-actoren, multi-methode onderzoek naar het aanbod en het gebruik van ondersteuning voor studenten met een functiebeperking.
  • Harrison, A., Pollock, B., & Holmes, A. (2022). Provision of extended assessment time in post-secondary settings: A review of the literature and proposed guidelines for practice. Psychological Injury and Law, 15(3), 295–306. https://doi.org/10.1007/s12207-022-09451-3
  • Harting, L., Apikian, G., & Dijkstra, W. (2019). Bloom’s Revised Taxonomy for Learning Objectives.
  • Jansen, D., Petry, K., Ceulemans, E., van der Oord, S., Noens, I., & Baeyens, D. (2016). Functioning and participation problems of students with ADHD in higher education: which reasonable accommodations are effective? European Journal of Special Needs Education, 32(1), 35–53. https://doi.org/10.1080/08856257.2016.1254965
  • Jansen, D., Petry, K., Evans, S., Noens, I., & Baeyens, D. (2018). The Implementation of Extended Examination Duration for Students With ADHD in Higher Education. Journal of Attention Disorders, 23(14), 1746-1758. https://doi.org/10.1177/1087054718787879 
  • Lovett, B. J. (2010). Extended Time Testing Accommodations for Students with Disabilities: Answers to Five Fundamental Questions. Review of Educational Research, 80(4), 611-638. https://doi.org/10.3102/0034654310364063 (Original work published 2010)
  • Lovett, B., & Leja, A. (2013). Students’ perceptions of testing accommodations: What we know, what we need to know, and why it matters. Journal of Applied School Psychology, 29(1), 72–89.
  • Sireci, S., Scarpati, S., & Li, S. (2005). Test accommodations for students with disabilities: An analysis of the interaction hypothesis. Review of educational research, 75(4), 457-490. https://doi.org/10.3102/00346543075004457
  • Sireci, S., Li, S., & Scarpati, S. (2003). The effects of test accommodations on test performance:  A review of the literature. Research Report No. 485. Center for Educational Assessment, School of Education, University of Massachusetts, Amherst. Geraadpleegd op 1 september 2025, van  https://nceo.umn.edu/docs/onlinepubs/testaccommlitreview.pdf
  • Sokal, L., & Wilson, A. (2017). In the Nick of Time: A Pan-Canadian Examination of Extended Testing Time Accommodation in Post-secondary Schools. Canadian Journal of Disability Studies, 6(1), 28–62. https://doi.org/10.15353/cjds.v6i1.332
  • Tarchinski, N., Rypkema, H., Finzell, T., Popov, Y., & McKay, T. (2022). Extended exam time has a minimal impact on disparities in student outcomes in introductory physics. In Frontiers in Education (Vol. 7, p. 831801). Frontiers Media SA.
  • van Berkel, H., Bax, A., & Joosten-ten Brinke, D. (2017). Toetsen in het hoger onderwijs. (4 ed.) Bohn Stafleu van Loghum. https://doi.org/10.1007/978-90-368-1679-3
  • Van Hees, V., Stokx, R., & Willems, K. (2024). Inclusieve onderwijs- en evaluatiemaatregelen: van beleid naar praktijk. Gent: Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs.
  • Van Petegem, P., Geyskens, J., Stes, A., Van Waes, S., & Verdurmen, C. (2013). Vijftig onderwijstips. Antwerpen: Garant.
  • Vidal Rodeiro, C., & Macinska, S. (2022). Equal opportunity or unfair advantage? The impact of test accommodations on performance in high-stakes assessments. Assessment in Education: Principles, Policy & Practice, 29(4), 462–481.  https://doi.org/10.1080/0969594X.2022.2121680