Lopende projecten
De gespleten ziel. Een nieuw perspectief op de Franse quiëtisme-controverse.
Abstract
Dit project werpt nieuw licht op de theologische inzet van de "quiëtisme-controverse" door de studie van een verwaarloosde mystiek-antropologische doctrine: de "gespleten ziel". Deze leer, verdedigd in de mystieke teksten van François Fénelon (1651–1715) en Jeanne Guyon (1648–1717) en veroordeeld in Cum alias (1699) van paus Innocentius XII, stelt dat in de hoogste fasen van geestelijke zuivering de hogere en lagere vermogens van de ziel van elkaar worden gescheiden. Hoewel deze doctrine in de secundaire literatuur lange tijd naar de achtergrond is verdrongen door Fénelons omstreden idee van "pure liefde", speelde de "gespleten ziel" een cruciale rol in Fénelons veroordeling en in de latere marginalisering van de mystiek binnen het katholicisme. Het project combineert tekstanalyse, historische contextualisering en archiefonderzoek om vier doelstellingen te behalen: (1) verduidelijking van de antropologische, christologische en morele implicaties van de leer bij Fénelon en Guyon; (2) in kaart brengen en evalueren van de vermeende wortels ervan in eerdere mystieke auteurs en de relatie tot veranderende opvattingen over het zelf in de vroege moderniteit; (3) analyse van het polemisch gebruik van de doctrine in antiquietistische bronnen; en (4) analyse van de doorwerking van de doctrine in de vroege achttiende eeuw. Het project biedt zo een nieuwe verklaring voor de theologische motivieven achter, en de gevolgen van, de quiëtisme-controverse.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Mandaathouder: De Maeyer Lieven
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Op het spoor van de Vrije Geest in Brussel: Ketterij en repressie in de vroege vijftiende eeuw
Abstract
Dit vierjarige onderzoeksproject bestudeert ketterse bewegingen in Brussel en de omliggende regio in de vroege vijftiende eeuw, met bijzondere aandacht voor stromingen die doorgaans worden geassocieerd met de zogenoemde Vrije Geest. In plaats van dergelijke bewegingen te beschouwen als duidelijk afgebakende sekten, benadert het project hen als vloeiende constellaties van ideeën en praktijken die zich ontwikkelden binnen een levendige stedelijke religieuze cultuur. Het plaatst deze ontwikkelingen naast invloedrijke tradities van de volkstalige mystiek die verbonden zijn met figuren zoals Marguerite Porete, de aan Hadewijch toegeschreven geschriften (met inbegrip van het corpus dat bekendstaat als Pseudo-Hadewijch), Jan van Ruusbroec, en de (pseudo-)Eckhart-geschriften die in die periode in de Lage Landen circuleerden. Een centraal doel is om te reconstrueren hoe vermoedens van Vrije Geest-achtige overtuigingen werden gearticuleerd en onderzocht. Het project analyseert de wisselwerking tussen kerkelijke autoriteiten, stedelijke bestuurders, het hertogelijk hof en religieuze gemeenschappen bij het identificeren en vervolgen van vermeende deviantie. In plaats van uit te gaan van een stabiele definitie van "ketterij", benadrukt het de onderhandelende en contextafhankelijke aard van dergelijke benamingen, gevormd door lokale spanningen, pastorale bekommernissen en bredere hervormingsbewegingen. De onderzoeksvragen van dit project worden geoperationaliseerd via de analyse van een diverse reeks bronnen. Het project onderzoekt gerechtelijke en administratieve archieven met betrekking tot bisschoppelijke visitaties, inquisitoriale procedures en informele mechanismen van aangifte, evenals de gedetailleerd overgeleverde "bekentenissen" – zoals die van Willem van Hildernissem – van (voormalige) aanhangers van zogenaamd ketterse ideeën, met bijzondere aandacht voor de wijze waarop categorieën van dwaling in de praktijk werden gedefinieerd. Deze bronnen worden aangevuld met normatieve en polemische teksten, waaronder preken en theologische traktaten die bezorgdheden over spirituele overmaat of misinterpretatie verwoorden. Reflecties van eigentijdse houdingen en herinnering worden bestudeerd aan de hand van teksten zoals de Brabantsche Yeesten en werken van Henricus Pomerius en Jan van Brederode. Volkstalige mystieke geschriften bieden op hun beurt cruciale inzichten in de taal en concepten die verdacht konden worden. Door deze bronnen te integreren, biedt het project een genuanceerd beeld van hoe met de Vrije Geest geassocieerde ideeën circuleerden, werden waargenomen en werden betwist in en rond Brussel in de vroege vijftiende eeuw.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Visuele catechese en geestelijke vorming: jezuïetenkunst in de contrareformatorische Zuidelijke Nederlanden.
Abstract
Dit project onderzoekt hoe de jezuïeten kunst inzetten als visuele catechese, en zo de katholieke devotie in de Contrareformatorische Zuidelijke Nederlanden vormgaven. Meer dan een uiting van religieuze pracht was de jezuïetische beeldcultuur een bewuste strategie voor spirituele vorming, waarin theologische instructie werd verweven met zintuiglijke en emotionele beleving. Door middel van monumentale kerkelijke kunst, devotieprenten en embleemboeken creëerden jezuïeten en hun kunstenaars beelden die niet alleen onderwezen, maar ook de ziel raakten, waardoor kijken een vorm van geloven werd. Geworteld in de Ignatiaanse spiritualiteit en de catechetische idealen van de Contrareformatie, waren deze kunstwerken bedoeld als vensters op contemplatie, die de toeschouwer uitnodigden de geloofsmysteries binnen te treden. Door tekstuele en iconografische analyse te combineren binnen de disciplines kunstgeschiedenis en christelijke theologie, reconstrueert dit onderzoek hoe jezuïetische beeldtaal de religieuze verbeelding vormde en harten en geesten leidde naar een belichaamde en affectieve geloofservaring. Door de wisselwerking tussen kunst, devotie en catechese te belichten, onthult deze studie een vaak vergeten aspect van de jezuïetenmissie: de vorming van zielen door de kracht van schoonheid.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Co-promotor: Delsaerdt Pierre
- Mandaathouder: Chen Bonnie Zhixi
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
De Stem van Vele Wateren: acoustemopoëtische compositie van karmelitaanse mystiek.
Abstract
'De stem van vele wateren'. Zo omschrijven verschillende 16de-eeuwse Spaanse Karmelietessen Gods stem. Ondanks hun specifieke klankkwaliteit zijn de mystieke teksten van deze vrouwen nooit vanuit sonisch perspectief onderzocht. Dit project legt de onontdekte sonore dimensie van de Spaanse Karmelitaanse spiritualiteit bloot door stemmen en horen te bestuderen als sleutelcomponenten voor het kennen van de wereld. Tevens introduceert het project een originele methodologie—een combinatie van theoretisch en artistiek onderzoek—om een nieuwe ervaringsgerichte manier van kennisconstructie te ontwikkelen. Na het identificeren van literaire motieven rondom stem en horen zal ik met behulp van het concept 'acoustemopoetiek' (akoestiek, epistemologie, poëzie) een nieuwe compositiepraktijk ontwikkelen om de theorie te herkaderen. Uitgaande van de literaire motieven zal ik de spirituele teksten vertalen naar geluid, gebruikmakend van technieken uit de sacrale en volksmuziek, orale overdracht, geluidskunst en collectieve vocale creatie. Op deze manier toont het project aan hoe sonische perceptie, kennisconstructie en mystieke kaders met elkaar verbonden zijn. Ook biedt het een nieuwe benadering van mystiek-geïnformeerde compositie, die toepasbaar is op andere teksten. Zo belicht het project de vruchtbaarheid van een uitwisseling tussen kunst en wetenschappelijk onderzoek en creëert het een transdisciplinaire dialoog tussen mystieke literatuur, historische geluidsstudies en sonische kunsten.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Mandaathouder: Damsky Tomer
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Vrede en actie: Gunstige rimpeleffecten van publieke mystiek in de samenleving
Abstract
a) Doel van het project: de sociale voordelen van mystiek en het potentieel ervan als instrument voor vredesopbouw in de samenleving benadrukken b) Kernvragen: (1) In hoeverre en via welke gebeurtenissen en bewegingen heeft mystiek in de eigentijdse periode vredesopbouw via het christendom en het boeddhisme bevorderd, nagestreefd en vergemakkelijkt? (2) Hoe verandert empirisch onderzoek naar het vermogen van mystiek om vrede te bevorderen ons begrip van de heersende theoretische modellen op dit gebied? (3) In hoeverre kunnen empirische gegevens over vredesopbouw en mystiek een platform creëren voor interreligieuze dialoog? c) Motivering: er is amper empirisch onderzoek gedaan naar verbanden tussen publieke uitingen van mystiek (publieke mystiek) en vrede, ondanks theoretische modellen en historisch onderzoek die suggereren dat de belangstelling voor mystiek toeneemt in tijden van oorlog en politieke spanningen (Van Osselaer, 2025). Mystiek is vaak eng gedefinieerd, waardoor publieke mystiek vaak buiten beschouwing wordt gelaten. Het ontwikkelen van een meer inclusief model dat voortbouwt op verwaarloosde oudere denkers, zoals Underhill (1911) (mystiek is 'unief leven', d.w.z. de diepgaande beoefening van verschillende geloofsovertuigingen die leidt tot waardering voor de eenheid van alle dingen, wat op zijn beurt leidt tot transformatieve actie in de wereld), wiens denken aansluit bij Orzech (2025) over boeddhistische mystiek als Nirvana, begrepen als 'een manier van kijken naar en zijn in de wereld in plaats van deze te overstijgen' (interbeing), wil dit onderzoeksproject deze leemte opvullen. d) Projecthypothese: mystiek heeft het potentieel om te fungeren als instrument voor vredesopbouw.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
De Stem van Vele Wateren: acoustemopoëtische compositie van karmelitaanse mystiek.
Abstract
Tu voz, Señor, es como de muchas aguas—Uw stem, Heer, is de stem van vele wateren: zo luidt een van de beschrijvingen van Gods stem in de geschriften van karmelietessen uit het 16e-eeuwse Spanje. Dit onderzoek zal voor het eerst de sonore substantie van het mystieke proza van de Karmelietessen blootleggen en het onontgonnen muzikale potentieel ervan nieuw leven inblazen. Het bestaat uit twee onderling gerelateerde processen: Het theoretische onderzoek verkent stemmen en horen in de karmelietijnse mystiek als sleutelelementen van het kennen van de wereld. Dit onderzoek zal gevoerd worden door analyse van archiefmateriaal, gebruikmakend van methodes uit historische geluidsstudies, stemtheorie en mystieke literatuur en een originele methodologie genaamd acoustemopoëtica: de literaire uitdrukking van weten door geluid. Dit instrument zal worden ontwikkeld door naar de historische teksten te luisteren en literaire motieven te identificeren van hoe de nonnen stemmen beschrijven. Het artistieke onderzoek is gericht op het formuleren van een praktijk van acoustemopoëtische compositie: het vertalen van het spirituele kader van de karmelieten in muziek door het creëren van compositorische hulpmiddelen gebaseerd op motieven uit de teksten, het toepassen van technieken uit de traditionele sacrale muziek, tekstscores en metal, en het experimenteren met een toegewijd ensemble door gebruik te maken van luisterpraktijken, mondelinge overdracht en groepsdynamiek. De resultaten van het project zullen ontsloten worden via een reeks teksten over hoe sonische perceptie en mystieke kaders met elkaar verbonden zijn; een lesprogramma in het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen, dat een impact heeft op de opleiding voor podiumkunsten; en een trilogie over vocale compositie, die een nieuwe benadering van een door de mystiek geïnformeerde compositie bijdraagt.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Wonderlijke martelaren. Een herdenken van reliekschrijnbeelden in een seculariserende tijd.
Abstract
De hernieuwde devotionele belangstelling voor de vroegchristelijke martelaren aan het begin van de negentiende eeuw en de daaropvolgende catacomben-romantiek vormden een vruchtbare bodem voor de ontwikkeling en brede verspreiding van antropomorfe reliekbeelden. Dit nogal eigenaardige type religieuze sculptuur, vaak gemaakt van was, stelt een stervende jonge martelaar voor (jongen of meisje, jonge man of jonge vrouw). Ze bevatten fragmenten van martelarenbeenderen uit de catacomben en werden als nieuwe heiligen onthaald in de kerken, instituten en scholen waar ze werden geïnstalleerd. Terwijl sommige beelden vandaag de dag nog steeds voorwerp van devotie zijn, hebben andere hun cultische functie verloren en zijn ofwel verwaarloosd, ontmanteld of als curiosum op internet verkocht. In dit project verkennen we verschillende manieren waarop we de kennis en waardering voor deze sculpturen kunnen vergroten, niet alleen als religieus betekenisvolle objecten maar ook als cultureel erfgoed.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Vergoddelijkingsthematiek in de Middelnederlandse werken van de Groenendaalse auteurs: Jan van Ruusbroec, Jan van Leeuwen, Willem Jordaens en Godfried Wevel. Was Groenendaal een tekstuele gemeenschap of een praktijkgemeenschap van auteurs?
Abstract
In de 14de-eeuwse gemeenschap van Groenendaal in het Zoniënwoud bij Brussel woonden naast de bekende mystieke auteur Jan van Ruusbroec ook drie onderbelichte Middelnederlandse mystieke schrijvers: Jan van Leeuwen, Willem Jordaens en Godfried Wevel. De gemeenschap vormde dus een uniek brandpunt van Middelnederlandse mystieke literatuur. Verrassend genoeg zijn de verbanden tussen de teksten van deze auteurs nog nooit grondig onderzocht. Aangezien de vergoddelijkingsthematiek het centrale 'crux' vormt in Ruusbroecs werken, zal dit project dat thema onderzoeken bij de vier Groenendaalse auteurs. De resultaten van deze studie zullen nieuw licht werpen op de mate waarin de auteurs een 'tekstuele gemeenschap' vormden waarin de ideeën van de drie onderbelichte auteurs werden vormgegeven in een afhankelijke verticale relatie tot Ruusbroec of een 'praktijkgemeenschap van auteurs' waarin ze een netwerk vormden waarin horizontaal leren plaatsvond en er niet noodzakelijk consensus was. Aan de hand van traditionele filologie en digitaal onderzoek zal het project de relaties tussen de vier auteurs analyseren om na te gaan in welke mate hun werken overeenstemmen en/of verschillen. Het onderzoek zal zo een antwoord bieden op herhaalde aanzetten in de secundaire literatuur en baanbrekend werk leveren binnen de studie van de auteurs in kwestie, de geschiedenis van volkstalige mystieke literatuur in de Lage Landen en laatmiddeleeuwse (religieuze) gemeenschappen als 'schrijversgemeenschappen'.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Co-promotor: Schepers Kees
- Mandaathouder: Vandenbroucke Michiel
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Margaretha Porete (gest. 1310) en Simone Weil (gest. 1943) over kwelling, decreatie en goddelijke aanschouwing: een dialoog.
Abstract
Kort voor haar dood citeerde de Franse filosofe en mystica Simone Weil (gest. 1943) in haar notitieboekjes uit "De spiegel der eenvoudige zielen", een tekst toegeschreven aan een anonieme "veertiende-eeuwse Franse mysticus". Weil citeert uit de Spiegel het 'beeld van vuur van ijzer', en vervolgens: 'put de menselijke vermogens (wil, intellect, enz.) uit om over te gaan naar het transcendente'. Weil's citaten uit de Spiegel hebben betrekking op thema's die centraal staan in haar religieuze metafysica, in het bijzonder haar notie van 'decreatie'. Pas na Weils dood kondigde Romani Guarnieri in 1946 aan dat de Spiegel werd geschreven door Margaretha Porete (gest. 1310), een vrouw die wegens ketterij werd verbrand. Er werden reeds sterke thematische parallellen tussen de werken van Porete en Weil opgemerkt, maar deze blijven kritisch onderbelicht. Weils interesse in Porete's Spiegel als onderdeel van de intellectuele matrix waarin zij haar ideeën ontwikkelde, biedt de mogelijkheid om thema's te belichten die voor zowel Porete als Weil relevant zijn: kwelling, 'decreatie' en goddelijk schouwen. Een grondig kritisch onderzoek naar de thematische verwantschappen tussen Porete en Weil is om drie redenen zeer wenselijk: 1. om Porete's mystieke theologie filosofisch te beschouwen als religieuze metafysica; 2. om Weils eigen religieuze filosofie te verhelderen; en 3. als een belangrijke studie voor de de-marginalisering van vrouwelijke spirituele geschriften in de westerse filosofie.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Co-promotor: Van Herck Walter
- Mandaathouder: Griffiths Emily
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Van penitente Umbrische leek tot 'lerares der theologen': hoe werd Angela van Foligno tot Magistra Theologorum gemaakt?
Abstract
Dit project onderzoekt de complexe perceptie en receptie van Angela van Foligno (d.1309) en haar Liber. Angela was een penitente vrouw die zich aansloot bij de Franciscanen in Umbrië, en kort voor haar dood werd een verzameling teksten die ze had gedicteerd verzameld in het zogenaamde Liber Lelle of Liber sororis Lelle de Fulgineo de tertio ordine sancti Francisci - beide titels uit het oudste nog bestaande manuscript uit ca. 1309. Angela's Liber staat centraal in het belangrijke verhaal van de plaats van vrouwen en hun geschriften in de geschiedenis van het christendom, en het is het onderwerp geweest van uitgebreid historisch, literair en theologisch onderzoek, deels aangemoedigd door de 700ste verjaardag van Angela's dood in 2009 en haar heiligverklaring in 2013. De receptie van Angela en haar boek heeft echter weinig wetenschappelijke aandacht gekregen, en het is deze lacune waaraan dit project wil tegemoetkomen. Door een aantal cruciale cross-temporele en cross-confessionele casestudies te onderzoeken, onder andere ook binnen en tussen verschillende religieuze ordes, zal het project de vraag beantwoorden hoe Angela in de eeuwen na haar dood als een gezaghebbende theologische figuur werd gepercipieerd en gerecipieerd, wat leidde tot het opmerkelijke feit dat ze in 1624, 315 jaar na haar dood en voordat ze officieel zalig of heilig was verklaard, de unieke titel Magistra Theologorum ("Lerares der Theologen") werd gegeven door de Nederlandse jezuïet Maximiliaan Sandaeus.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Afgelopen projecten
Fulbright beurs inkomende professor Kristin Bradshaw.
Abstract
Het onderzoek zal zich richten op de raakvlakken tussen tekst en beeld doorheen de Belgische geschiedenis, met bijzondere aandacht voor het Vlaamse emblemenboek. Met oog voor typografie, manuscripten, stripgeschiedenis en de geschiedenis van de drukpers zal ik onderzoeken hoe technologische en commerciële ontwikkelingen in beeld-tekstinnovatie van de 15e tot de 17e eeuw, samen met boekproductie en -distributie, weerspiegeld worden in de technologische verschuivingen die vandaag de dag zichtbaar zijn. Dit project sluit aan bij mijn langdurige onderzoek naar boekgeschiedenis en de verbanden tussen beeld, tekst en media.Onderzoeker(s)
- Promotor: Schepers Kees
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Legaat Reninca - Leonce Reypens Endowment Fund
Abstract
Het Reninca - Leonce Reypens Endowment Fund ondersteunt het onderzoek van en door het Ruusbroecgenootschap en de werking van de Erfgoedbibliotheek van het Ruusbroecgenootschap. In het bijzonder zal het fonds de toegang tot de bibliotheek ondersteunen voor internationale gastonderzoekers.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Co-promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Goddelijke gerechten. Smullen van religieus erfgoed.
Abstract
In 2025 bestaat het Ruusbroecgenootschap honderd jaar. Deze interdisciplinaire onderzoeksgroep van de UAntwerpen vergaarde in de afgelopen eeuw een indrukwekkende collectie primaire bronnen over de geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden. Academici en studenten vinden gemakkelijk hun weg naar deze collectie die in juni 2011 werd erkend als Erfgoedbibliotheek, maar bij het bredere publiek is ze minder bekend. Het eeuwfeest biedt een uitgelezen mogelijkheid om ook dat doelpubliek te bereiken en beter vertrouwd te maken met deze bronnen over religieuze cultuur, devotie en mystiek in Vlaanderen. Liefde gaat door de maag, dus waarom zou appetijt voor de geschiedenis van de spiritualiteit niet kunnen worden opgewekt door in te zetten op de culinaire geneugten? Een kookboek op basis van de recepten en gerechten die we kunnen terugvinden in onze handschriften en oude drukken lijkt dan ook een ideale insteek om het bredere publiek op een toegankelijke manier te laten kennis maken met dit erfgoed. Korte verhelderende teksten zullen de lezer informeren over de rol die voedsel kon spelen binnen de christelijke cultuur (als bindmiddel in het sociale weefsel, maar ook als symbool in stichtende teksten). Dit biedt ons tevens de gelegenheid om onze kennis van deze bronnen verder uitte diepen en ook internationale experten attent te maken op dit aspect van onze uitzonderlijke erfgoedcollectie. De recepten zullen worden herwerkt voor de hedendaagse keuken, waardoor het publiek ook zelf aan de slag kan gaan.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
- Co-promotor: Arblaster John
- Co-promotor: Schepers Kees
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
FWO sabbatsverlof 2021-2022 (Prof. V. Fraeters).
Abstract
De eerste helft van mijn sabbatsjaar staat in het teken van de afwerking van de Engelstalige bundel 'A Companion to Hadewijch', ed. Patricia Dailey en Veerle Fraeters (Leiden: Brill). In dit boek worden, voor het eerst, inzichten uit de voornamelijk filologische Nederlandstalige Hadewijchstudie geïntegreerd met nieuwe interdisciplinaire benaderingen uit de nog jonge internationale Hadewijchstudie. De tweede helft van mijn sabbatsjaar verricht ik comparatief onderzoek naar de formatieve impact van de liturgie op de visioenen van Hadewijch. De onderzoeksresultaten zullen verwerkt worden in een Engelstalig artikel en ook geïntegreerd worden in he tboek 'Hadewijch, Visioenen', uitgegeven, vertaald en toegelicht door Veerle Fraeters en Frank Willaert (Groningen: Historische Uitgeverij).Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
BOF Sabbatsverlof 2022-2023 - Veerle Fraeters.
Abstract
De eerste helft van mijn sabbatsjaar staat in het teken van de afwerking van de Engelstalige bundel 'A Companion to Hadewijch', ed. Patricia Dailey en Veerle Fraeters (Leiden: Brill). In dit boek worden, voor het eerst, inzichten uit de voornamelijk filologische Nederlandstalige Hadewijchstudie geïntegreerd met nieuwe interdisciplinaire benaderingen uit de nog jonge internationale Hadewijchstudie. De tweede helft van mijn sabbatsjaar verricht ik comparatief onderzoek naar de formatieve impact van de liturgie op de visioenen van Hadewijch. De onderzoeksresultaten zullen verwerkt worden in een Engelstalig artikel en ook geïntegreerd in de studie 'Hadewijch, Visioenen', uitgegeven, vertaald en toegelicht door Veerle Fraeters en Frank Willaert (Groningen: Historische Uitgeverij - in voorbereiding).Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
Onderzoeksgroep(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Het thema van de vergoddelijking in de Middelnederlandse werken van de onderbelichte auteurs in Groenendaal: Jan van Leeuwen, Willem Jordaens en Godfried Wevel. Was Groenendaal een 'tekstuele gemeenschap' of een 'praktijkgemeenschap van auteurs'?
Abstract
In de gemeenschap van Groenendaal, een hermitage en latere priorij in het Zoniënwoud nabij Brussel, woonde in de 14e eeuw niet alleen haar veel bestudeerde eerste prior, de beroemde mystieke auteur Jan van Ruusbroec (1293-1381), maar er verbleven ook drie minder bekende, weinig bestudeerde Middelnederlandse mystieke auteurs: Jan van Leeuwen (+1378), Willem Jordaens (+1372) en Godfried Wevel (+1396). Groenendaal vormt daarmee een unieke hotspot in de Middelnederlandse mystieke literatuur, met vier mystieke schrijvers die in dezelfde periode en op dezelfde plaats werken schreven in de volkstaal. De (onderlinge) verbanden tussen deze auteurs zijn nooit grondig onderzocht, en het type 'auteursgemeenschap' dat ze vormden is daarom ook onbekend. Waren ze een "tekstuele gemeenschap", met auteurs wier de ideeën werden gevormd en uitgedrukt in een afhankelijke, verticale relatie met Ruusbroecs geschriften, of waren ze eerder een "praktijkgemeenschap van auteurs", een onderling verbonden, transversaal netwerk van schrijvers tussen wie horizontaal leren plaatsvond en er niet noodzakelijk consensus bestond? Om deze vraag te operationaliseren, toetsen en evalueren, richt het project zich op de casus van het thema van de vergoddelijking, aangezien dit de thematische 'crux' van Ruusbroecs werken vormt. Door deze casus te onderzoeken, zullen we nagegaan of en in hoeverre de weinig bekende Middelnederlandse schrijvers uit Groenendaal dit centrale thema deelden met Ruusbroec en hoe het verwoord en geconceptualiseerd wordt in hun werken, waardoor een nieuw licht wordt geworpen op verticaal en/of horizontaal leren in Groenendaal. Door middel van een methodologie die elementen van traditionele filologie combineert met Computer Assisted Qualitative Data Analysis, zal het project de typologieën van vergoddelijking in de individuele werken en oeuvres van de auteurs identificeren. Vervolgens voeren we een vergelijkende analyse uit tussen alle vier de Middelnederlandse mystieke auteurs uit Groenendaal en visualiseren we de mate waarin zij consensus en/of divergentie vertonen in hun semantische en conceptuele articulaties van het thema in kwestie. De resultaten van dit onderzoek stellen ons in staat om de aanhoudende perceptie van Jan van Leeuwen, Willem Jordaens en Godfried Wevel als Ruusbroecs (literaire) ondergeschikten die niet transversaal met elkaar verbonden waren, te bevragen. Het onderzoek is daarmee baanbrekend op verschillende terreinen, namelijk de studie van de geschiedenis van de mystieke literatuur in de volkstaal in de Lage Landen; horizontaal leren in laatmiddeleeuwse (monastieke) gemeenschappen; de drie specifieke auteurs in kwestie; en het vergoddelijkingsonderzoek.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
- Co-promotor: Schepers Kees
- Mandaathouder: Vandenbroucke Michiel
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Spiritueel rollenspel als tool voor innerlijke transformatie: Een pioniersstudie naar een devotionele praktijk uit de laatmiddeleeuwse Lage Landen.
Abstract
Hoe kunnen kunst en literatuur bijdragen aan innerlijke transformatie? Welke creatieve tools gebruikte men in de middeleeuwen voor persoonlijke ontwikkeling? Deze studie verkent nieuw terrein door een populaire tool voor persoonlijke ontwikkeling uit de laatmiddeleeuwse Lage Landen voor het eerst te onderzoeken: het fenomeen van spiritueel rollenspel. In deze vorm van privédevotie kregen God en de menselijke ziel complementaire sociale rollen toebedeeld (bijvoorbeeld bruidegom en bruid, arts en patiënt) die meditatieve interacties met elkaar aangingen, soms gepaard met fysieke handelingen en objecten. Het doel van het voorgestelde project is om het transformatieve potentieel van spiritueel rollenspel als effectieve tool voor innerlijke ontwikkeling te begrijpen binnen de context van laatmiddeleeuwse christelijke meditatiepraktijken. Dit doel zal bereikt worden door middel van een analyse van teksten en materiële objecten die gebruikt werden in het spirituele rollenspel vanuit een interdisciplinaire benadering, die methodes vanuit de kunstgeschiedenis en historische letterkunde combineert met inzichten vanuit de cognitieve psychologie. Deze vernieuwende studie zal een nieuwe inzichten opleveren in de effecten van rollenspel op de geest, en in de belangrijke rol van kunst en literatuur in het faciliteren en reflecteren van innerlijke transformatie.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Mandaathouder: Smits Lieke
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Geschiedenis van de spiritualiteit, devotie en mystiek.
Abstract
Dit project bestudeert de geschiedenis van religieuze lichamen en maakt gebruik van inzichten uit de geschiedenis van pijn, gendergeschiedenis en de geschiedenis van emoties en zintuigen. Het omvat drie onderzoekslijnen: (1) katholieke percepties van pijn in de negentiende en twintigste eeuw - een periode waarin de middelen voor pijnbestrijding en -verlichting toenamen en zo een alternatief boden voor het (gewillig) aanvaarden van pijn als iets dat een goddelijk doel had en tot verlossing kon leiden. Door ons te richten op de praktijken en verhalen in verschillende katholieke milieus, waar zowel negatieve als positieve opvattingen over pijn circuleerden, kunnen we zien welke ervaringen van pijn een religieuze betekenis konden hebben en wie kon "lijden". Op die manier kan het scherpe onderscheid tussen religieuze en medische opvattingen in de negentiende eeuw worden genuanceerd en krijgt de geschiedenis van katholieke pijn iets van haar complexiteit terug. (2) Een andere onderzoekslijn zet in op het naleven van een lichaam als een "religieus object", gegrond in zijn materialiteit terwijl het de "materie" overstijgt, om 1) de mentaliteiten en praktijken te onderzoeken die het dode lichaam een religieuze betekenis verlenen (hoe gingen mensen om met het dode lichaam?); 2) bredere historische verschuivingen te zien in de manieren waarop religieuze gemeenschappen met het dode lichaam omgingen (dit gaat over vragen van toebehoren en eigendom; debatten over zelf-zijn, agency en lichamelijkheid). Onze hypothese is dat de betekenis van het 'religieuze' lichaam varieerde naargelang de historische contexten en dat de strategieën (overtuigingen, praktijken, materiële cultuur) die werden gebruikt om het lijk een religieuze betekenis te geven wijzigden in samenhang met de veranderende opvattingen over het lichaam binnen het katholicisme. (3) De receptie van de overblijfselen van vroegchristelijke martelaren in de negentiende eeuw. De focus ligt voornamelijk op de 28 overblijfselen van martelaren uit de catacomben die in de negentiende eeuw naar België werden gehaald (o.a. om de nood aan relikwieën te lenigen). Bijzondere aandacht zal gaan naar hun materiële aanwezigheid en de verbeelding van de pijn en het offer van de martelaar. (4) Daarenboven, zullen een tentoonstelling en een stadswandeling over het hart in de christelijke cultuur inzichten uit deze drie onderzoekslijnen combineren.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
- Mandaathouder: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Vrouwelijke participatie aan literaire cultuur ontsluierd: aanleg van een online databank van handschriften van en voor vrouwen in de Nederlanden (ca. 1250–1600).
Abstract
Vrouwen hebben een grote rol gespeeld in het intellectuele landschap van de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden, op zich een van de belangrijkste centra van literaire en geleerde cultuur in Europa. Honderden handschriften zijn op een of andere manier gelieerd aan vrouwelijke kopiisten, auteurs, opdrachtgevers, of boekbezitters. De impact van vrouwen op de premoderne boekcultuur in deze regio is echter nog nooit grondig in kaart gebracht. Een voorwaarde voor toekomstig structureel onderzoek naar de rol van laatmiddeleeuwse en vroegmoderne vrouwen als overdragers van cultuur is de ontwikkeling van een geïntegreerde, vrij toegankelijke databank met de actuele kennis over hun participatie aan de productie, consumptie en circulatie van literatuur. Het onderhavige project stelt zich tot doel een dergelijke databank te ontwikkelen, die uiteindelijk alle volkstalige en Latijnse handschriften uit de Nederlanden die de betrokkenheid van vrouwen laten zien in de periode tussen ca. 1250 en 1600 zal bevatten. Het project dat sterk leunt op materiële gegevens in de bronnen zelf, is het eerste in zijn soort en kan fungeren een pilootproject voor andere regio's in Europa. Het zal nieuwe inzichten verschaffen over welke vrouwen bijzonder actief waren in het literaire, intellectuele en culturele veld van hun tijd en over welke teksten ze geproduceerd en gebruikt hebben. Tevens zal het onthullen bij welke netwerken van boekproductie en –verspreiding vrouwen betrokken waren, en zal het chronologische, regionale en institutionele ontwikkelingen in kaart kunnen brengen. Op deze manier zal het voorgestelde project onze kennis van de impact van vrouwen op de literaire en culturele geschiedenis van de premoderne Lage Landen, en bij uitbreiding van Europa, in belangrijke mate doen toenemen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Arblaster John
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Omstreden lichamen. Het religieuze leven van lijken.
Abstract
Dit project bestudeert hoe menselijke overblijfselen een religieuze betekenis kregen in de Europese katholicismen van de nieuwste tijd (c.1750-1950). Dit was een periode waarin medische doorbraken en veranderende sterftecijfers en opvattingen over sterfelijkheid discussies over dode lichamen kleurden. De klemtoon ligt op lijken die zich uitzonderlijk 'gedroegen' en wier fysieke toestand als miraculeus werd gezien. We focussen op de resten van mannelijke en vrouwelijke religieuzen aangezien het enthousiasme en de kritiek die ze opwekten, resulteerden in een co us van visuele, materiële en tekstuele bronnen die nog niet veel aandacht hebben gekregen. We bestuderen het naleven van het lichaam als een 'religieus object', stoffelijk en tegelijkertijd de 'materiële wereld' overstijgend, en gaan in op 1) de mentaliteiten en praktijken die een lichaam religieuze betekenis gaven, 2) de verschuivingen in de manier waarop religieuze gemeenschappen omgingen met het dode lichaam. Het lange termijn perspectief en de comparatieve benadering laten ons toe om aan te tonen 1) hoe de betekenis van een 'religieus' lichaam verschilde al naar gelang van de historische en geografische context en de verschillen binnen en tussen de religieuze orden, 2) hoe de strategieën om een lichaam een religieuze betekenis te geven, veranderden omwille van de afhankelijk natuur van de categorie 'religieus' en de wijzigende opvattingen over het lichaam in de verschillende stromingen binnen het katholicisme.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Wetenschappelijke dienstverlening inzake het thema "SJ-erfgoed".
Abstract
Het project heeft tot doel om het roerend materieel erfgoed van de jezuïetenorde in Antwerpen en daarbuiten beter bekend te maken bij het brede publiek, en het te valoriseren voor onderzoek en onderwijs. Tot de beoogde concrete doelstellingen behoren het opzetten van publieksinitiatieven (lezingen, tentoonstellingen...), de samenstelling van publicaties, en de wetenschappelijke en maatschappelijke valorisatie van relevante erfgoedcollecties, met nadruk op de collecties van het Ruusbroecgenootschap en van de Bijzondere Collecties van de Antwerpse universiteitsbibliotheek. Speciale aandacht gaat naar de digitalisering van de collectie devotieprenten van het Ruusbroecgenootschap.Onderzoeker(s)
- Promotor: Delsaerdt Pierre
Onderzoeksgroep(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Geneeskunde en katholicisme sinds de late 19de eeuw.
Abstract
Via een studie van de interacties tussen geneeskunde en katholicisme in Europa, de Verenigde Staten en daarbuiten, wil deze Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap (WOG) de studie van geneeskunde en religie loskoppelen van het moderniseringsparadigma en een meer genuanceerde en gediversifieerde visie op beide tradities geven. Hiervoor bouwen we verder op recente geïntegreerde geschiedenissen van geneeskunde en katholicisme waarin de narratieven van conflict werden vervangen door geschiedenissen van verstrengeling en cross-overs. Wetenschappers die religie en sociale bewegingen bestuderen, zijn gestart met een herwaardering van de relatie tussen katholicisme en moderniteit, door bijvoorbeeld te focussen op progressieve bewegingen binnen de kerk. Historici die werken over gezondheid en seksualiteit hebben de aandacht gevestigd op de militante houding van progressieve katholieken die pleitten voor een meer positieve houding ten opzichte van contraceptie en abortus binnen de Kerk. Recente studies hebben ook aandacht voor de rol van de missionaris in koloniale gezondheidszorg, maar hadden wel meer aandacht voor protestante missies dan voor de katholieke Kerk (die zich pas later begon in te laten met missionaire geneeskunde). We willen deze nieuwe benaderingen samen brengen via de concepten van 'voorgeschreven' en 'geleefde' religie. Terwijl de studie van voorgeschreven religie voornamelijk focust op de voorstellen en de normatieve reflecties van religieuze experten zoals de priesters, theologen en de moralisten (top-down), focust de geleefde religie op geloofsovertuigingen en praktijken van alle leden van de Kerk, waaronder ook dokters en missionarissen (bottom-up). Door beide visies te combineren en aandacht te hebben voor de interacties tussen hen, wil deze WOG religie benaderen als een complex fenomeen, waarbij religieuze doctrines en de manier waarop ze worden opgevat worden gezien als het resultaat van onderhandelingen, van experten maar ook van 'gewone' gelovigen. Hierbij wordt er ingezet op twee specifieke onderzoeksdomeinen: medische ethiek en reproductieve geneeskunde.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
De transfer van vrouwelijke mystiek van de Lage Landen naar Engeland.
Abstract
Het project bestudeert de receptie, in laat-middeleeuws Engeland, van nieuwe vormen van vrouwelijke spiritualiteit die in de dertiende eeuw de Lage Landen en het Rijnland waren ontstaan. Een analyse van vertaalde teksten van en over vrouwelijke mystici zal duidelijk maken of en hoe de Engelse vertalers de centrale noties van die nieuwe mystiek, zoals bv. 'eenheid met God' en 'deificatie', hebben aangepast aan de lokale anchoritische traditie. Het project verdiept onze kennis van de transregionale circulatie van mystieke teksten en ideeën uit de Lage Landen in Europa.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Patiënten en passies. Katholieke visies op pijn in negentiende-eeuws Oostenrijk.
Abstract
Patienten en passies. Katholieke visies op pijn in het negentiende-eeuwse Oostenrijk. In de nog steeds vrij jonge geschiedenis van de pijn komt er meer en meer kritiek op de teleologische benadering die een groeiende secularisering en medicalisering van de pijn in de moderne periode veronderstelt. In de negentiende eeuw, zo klinkt het narratief, verloor pijn zijn statuut als 'gave' van God en werd het iets dat vermeden moest worden en in toenemende mate controleerbaar werd dankzij de medische vooruitgang zoals b.v. de uitvinding van de anesthesie. Tegen die achtergrond lijken talrijke religieuze praktijken van het negentiende-eeuwse katholicisme anachronistische overblijfselen van middeleeuwse, pijn-idealiserende tradities en devoties zoals Christus' lijden, in strijd met seculiere en medische perspectieven. In dit project gaan we er van uit dat dit narratief van contrast de geschiedenis van katholieke visies op pijn niet op adequate wijze vat. Hoewel er inderdaad een relatief kleine elitegroep deze idealisering van de passie cultiveerde, probeerden caritatieve organisaties, hospitalen en religieuze orden die betrokken waren in de gezondheidszorg zich net te richten op het verminderen van de pijn van anderen. In dit project willen we ons focussen op locaties en situaties waarin zowel de positieve als de negatieve visies op pijn tegelijkertijd voorkwamen. We analyseren hun co-existentie en hun interactie door aandacht te besteden aan verschillende groepen in wat toen het 'Heilige' Tirol heette. We bestuderen daarbij de gestigmatiseerden, de personificaties van de revitalisering van het katholicisme en vaak behandeld als uitzonderlijke medische casussen, en we richten ons ook op de patiënten van lokale dokters, van het gesticht in Hall (dat in 1830 de deuren opende) en van de Zusters van Liefde van Sint Vincentius a Paulo, een vrouwelijke religieuze orde die actief was in de gezondheidszorg. We zullen nagaan wat katholieken zagen als emotionele en/of fysieke pijn, hoe ze pijn interpreteerden en of deze interpretaties als of niet beïnvloed werden door nieuwe medische ontwikkelingen, en hoe ze omgingen met pijn – met praktijken van pijn lindering, meditatie (op de passie va Christus) of zelfs het cultiveren van de pijn. Op deze manier kan de sterke differentiering tussen religieuze en medische visies op pijn in de negentiende eeuw worden herzien en herwint de geschiedenis van katholieke pijn weer wat van zijn complexiteit. Tenslotte kunnen we via de historisering van pijn en van de reacties op het lijden (van anderen) vragen behandelen over medelijden en sympathie, hedendaagse vagen over wiens lijden we in staat zijn te zien en met wie we kunnen meevoelen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Mystiek erfgoed en moderne identiteiten. Receptie en toe-eigening van de middeleeuwse 'Vlaamse' mystica Hadewijch tijdens het interbellum in België.
Abstract
Dit project biedt een exhaustieve studie van de polymorfe receptie van de Middelnederlandse mystieke schrijfster Hadewijch (ca. 1240) in Vlaanderen (inclusief Brussel) tijdens het Interbellum. In een samenleving gekenmerkt door acute verzuiling werd het voorheen nauwelijks bekende oeuvre van Hadewijch enthousiast uitgegeven, vertaald en verspreid door intellectuelen uit zeer diverse kringen. Flamingante katholieken, francofone modernisten, avant-garde kunstenaars – allemaal creëerden ze 'hun Hadewijch'. Het project onderzoekt de onderliggende redenen daarvoor en vertrekt daarbij van de door recent onderzoek aangeleverde bevinding dat het 'Vlaamse literaire erfgoed' in het interbellum een groter scala aan groepen inspireerde dan tot nog toe gemeenlijk wordt aangenomen. De casus wordt onderzocht middels een gecombineerde methode die gebruik maakt van werkwijzen en concepten uit de receptiestudies, de vertooganalyse en de imagologie. De aanpak is drieledig. Een materiële en contextuele analyse van alle publicaties over Hadewijch die in Belgie tijdens het interbellum werden gepubliceerd, geeft zicht op de belangrijkste actoren, hun netwerken, en hun opvattingen en motivaties. Deze bevindingen worden verrijkt met archiefonderzoek. Vervolgens wordt de symbolische productie van Hadewijch als nationale figuur bestudeerd via een discursieve en narratieve analyse van een weloverwogen selectie van teksten. Een 'indexicale' lectuur van de teksten zal een genuanceerde typologie van geconstrueerde Hadewijchbeelden opleveren en de ideologische motieven voor de verspreiding van haar werk reveleren. Tenslotte worden de bevindingen van stap één en twee gecorreleerd, wat zal leiden tot een gedifferentieerd beeld van de receptie en toe-eigening van Hadewijch in verschillende maatschappelijke kringen, waarbij kruisverbanden, op het vlak van netwerken en op het vlak van opvattingen, zichtbaar worden. Het unieke perspectief van de multifocale receptie van Hadewijch dwingt ons om kritisch afstand te nemen van klassieke tegenstellingen zoals katholiek vs. liberaal en traditioneel vs. modern(istisch). Het onderzoek levert daardoor een vernieuwende cultuurgeschiedenis van Vlaanderen in het interbellum, waarin diverse vormen van Vlaamse identificatie zichtbaar worden die tot nu toe onderbelicht bleven. De studie biedt bovendien een belangrijke bijdrage tot de moderne receptiegeschiedenis van een middeleeuwse schrijfster die vandaag wordt beschouwd als een canonauteur van de Nederlandse letterkunde en een belangrijke exponent van de Westerse mystiek. Meer algemeen levert het project nieuwe inzichten op in de wijzen waarop (literair) erfgoed wordt toegeëigend voor de constructie van identiteiten.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Co-promotor: Beyen Marnix
- Mandaathouder: Nuyts Tijl
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Het politieke gewicht van Christus' wonden. Gestigmatiseerden in Europa, ca.1800-1950.
Abstract
In dit project ligt de focus niet op het discours van theologische en medische experten, maar op de populaire reactie op gestigmatiseerden in het Europa van de negentiende en de vroege twintigste eeuw. Bovendien gaat de aandacht niet naar individuele gevallen, maar net naar de 'cluster momenten', hun receptieradius en impact. Het project richt zich op de politiek-religieuze context waarin gestigmatiseerden werden gerapporteerd en de politieke betekenis die aan sommige van hen werd gegeven. Door aandacht te hebben voor de commotie en het enthousiasme dat de gestigmatiseerden losweekten, kunnen we iets leren over de relatie tussen Kerk en politieke autoriteiten en over de opvattingen van leken over de plaats van religie in wereldlijke zaken. We behandelen gestigmatiseerden daarbij als 'cultus figuren" (celebrities en semi-heiligen tezelfdertijd) die zich konden ontwikkelen tot charismatische leiders en functioneren als symbolische figuren, vooral dan op momenten van politieke en religieuze onzekerheid en spanningen. We analyseren de gestigmatiseerden daarbij vanuit verschillende perspectieven en bestuderen hen als (religieuze) commodities, als bron van commotie en als referentiepunt in identiteitsconstructies. Aangezien celebrities en heiligen op diverse wijze werden toegeëigend in verschillende landen en bijna-heiligen ook buitenlandse volgelingen aantrokken, hanteren we een transnationaal en een internationaal perspectief. Aan hand van een analyse van drie reactieniveaus (de leken, Kerk en publieke overheid) krijgen we zo een beter inzicht in de dialectische relatie tussen officiële en 'populaire' religie, de relaties tussen Europese Katholicismen en publieke overheden in verschillende nationale en historische contexten.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
- Mandaathouder: Smeyers Kristof
Onderzoeksgroep(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Geschiedenis van de spiritualiteit, devotie en mystiek.
Abstract
Het project spitst zich toe op de promotie en aanbidding van honderden personen met stigmata die werden gerapporteerd in vijf Europese landen gedurende de 19e en 20e eeuw. Het merendeel van de studies over deze vrouwen (en een beperkt aantal mannen) die gelijkaardige wonden vertoonden als deze van Jezus Christus heeft zich toegespitst op de medische debatten en religieuze traktaten en bestudeert de stigmatische personen als afzonderlijke case. Momenteel is er nog te weinig informatie beschikbaar over de reactie van het grote publiek op dit verschijnsel en is er geen mogelijkheid om uitsluitsel te geven over het unieke karakter van een case. Om die reden zal het onderzoek focussen op de publieke visie op stigmata en de aard van de media die gebruikt werden om deze visie naar voren te brengen. De bedoeling hiervan is in kaart te kunnen brengen op welke manier normatieve religie en religie in de praktijk interageren tijdens deze periode.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
- Mandaathouder: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Tussen heilige en beroemdheid. De devotie en promotie van gestigmatiseerden in Europa, c. 1800-1950 (STIGMATICS).
Abstract
Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.Onderzoeker(s)
- Promotor: Van Osselaer Tine
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
De toewijding en promotie van stigmata in Europa.
Abstract
Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.Onderzoeker(s)
- Promotor: Mertens Thom
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Wonderkoorts. Evoluties in de representatie van religieus gedrag en de perceptie van het sacrale in de Nederlanden (1350-1750).
Abstract
Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Co-promotor: Marnef Guido
- Mandaathouder: Van Mulder Jonas
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
(In) De sporen van Hadewijch. Inventarisatie van de wetenschappelijke en literair-artistieke receptie van Hadewijch van 1838 tot vandaag
Abstract
Het project beoogt een exhaustieve inventarisatie van de wetenschappelijke en literair-artistieke receptie van het werk van Hadewijch vanaf de ontdekking van de handschriften in 1838 tot en met vandaag. Dit bronnencorpus zal ten dienste staan van (1) een grote Hadewijch-tentoonstelling die in 2015 wordt georganiseerd door het Letterenhuis in samenwerking met het Ruusbroecgenootschap, (2) de editie van de bundel 'Brill Companion to Hadewijch' (in voorbereiding), en (3) de uitbouw van nieuwe onderzoekslijn over de Wirkungsgeschichte van Hadewijchs werk in enerzijds het academische veld en anderzijds het literair-artistieke veld met aandacht voor de dynamische interactie tussen beiden.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
In overeenstemming met de eeuwigheid: zang en spiritualiteit van de Moderne Devotie.
Abstract
Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.Onderzoeker(s)
- Promotor: Mertens Thom
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Literatuur in wording: voorgeschiedenissen van een modern concept (12e-18e eeuw).
Abstract
Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Dynamieken van visionaire lekendevotie. De representatie van visioenen, dromen en verschijningen in laatmiddeleeuwse en vroegmoderne mirakelcollecties in de Nederlanden (1350-1750).
Abstract
Dit project wilt inzicht verwerven in de aard en de ontwikkeling van de visionaire ervaring van leken in de late middeleeuwen en vroegmoderne periode. Daartoe worden gerapporteerde visioenen en verschijningen in laatmiddeleeuwse en vroegmoderne mirakelboeken en -collecties die tussen 1300 en 1700 in cultuscentra in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden tot stand kwamen, bij elkaar gebracht en beschreven naar vorm en inhoud. De combinatie van tekstuele, contextuele en comparatieve analyse zal (1) licht werpen op de karakteristieken van de religieuze ervaring van de visionaire protagonist en mogelijk inzicht geven in de regis-ter- en redactiepraktijken in het cultuscentrum, (2) zowel chronologische evoluties en regionale variaties in de natuur van gerapporteerde lekenvisioenen als de intensiteit en concentratie van hun voorkomen in kaart brengen. Vervolgens zullen (3) de bevindingen geïnterpreteerd worden door ze te correleren met specifieke cultusgerelateerde ontwikkelingen enerzijds, en ontwikkelingen binnen officiële kerkelijke normering en regulering van lekenvisioenen anderzijds. Naast belangrijke conciliaire besluiten en geschriften van katholieke theologische autoriteiten, zullen ook verhandelingen en polemieken van protestantse hand bij het onderzoek worden betrokken. De analyse zal worden geïnformeerd door concepten uit de historische antropologie, de filosofie van de religie en de historische psychologie. Dit project zal leiden tot een gedifferentieerd beeld van de aard en de impact van lekenvisioenen in de late middeleeuwen en de vroegmoderne periode en zodoende op significante wijze bijdragen tot onze kennis van lekendevotie en religieuze volkscultuur.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Co-promotor: Marnef Guido
- Mandaathouder: Van Mulder Jonas
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Auteurschap, compositie en tekstuele samenhang van drie zestiende-eeuwse mystieke teksten: Die evangelische peerle, Van den tempel onser sielen, de Arnhemse mystieke preken. Een stylometrische benadering
Abstract
Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.Onderzoeker(s)
- Promotor: Schepers Kees
- Co-promotor: Daelemans Walter
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Ontsluiting van zestiende-eeuwse biechtvaderpreken: transcriptie en aanleg van een database
Abstract
Dit onderzoeksproject wil de zestiende-eeuwse verzamelingen met biechtvaderpreken ontsluiten. Deze doelstelling wordt bereikt door reeds bestaande microfilms van de prekenhandschriften af te drukken of te scannen en een relevant corpus preken te transcriberen. De concrete gegevens over preken, de handschriften waarin deze voorkomen, en de betrokken predikanten en prekenschrijfsters zullen opgenomen worden in een database, die in later gevolg gekoppeld kan worden in reeds bestaande gegevensbanken.Onderzoeker(s)
- Promotor: Stoop Patricia
Onderzoeksgroep(en)
Project website
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Vrouwelijk auteurschap en vrouwelijke autoriteit in laatmiddeleeuwse en vroegmoderne volkstalige preken uit de Lage Landen
Abstract
Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.Onderzoeker(s)
- Promotor: Clemens Theo
- Promotor: Mertens Thom
- Mandaathouder: Stoop Patricia
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Dynamieken van visionaire lekendevotie. Visioenen en verschijningenin laatmiddeleeuwse en vroegmoderne mirakelboeken in de Nederlanden (1300-1700).
Abstract
Dit project wilt inzicht verwerven in de aard en de ontwikkeling van de visionaire ervaring van leken in de late middeleeuwen en vroegmoderne periode. Daartoe worden gerapporteerde visioenen en verschijningen in laatmiddeleeuwse en vroegmoderne mirakelboeken en -collecties die tussen 1300 en 1700 in cultuscentra in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden tot stand kwamen, bij elkaar gebracht en beschreven naar vorm en inhoud. De combinatie van tekstuele, contextuele en comparatieve analyse zal (1) licht werpen op de karakteristieken van de religieuze ervaring van de visionaire protagonist en mogelijk inzicht geven in de regis-ter- en redactiepraktijken in het cultuscentrum, (2) zowel chronologische evoluties en regionale variaties in de natuur van gerapporteerde lekenvisioenen als de intensiteit en concentratie van hun voorkomen in kaart brengen. Vervolgens zullen (3) de bevindingen geïnterpreteerd worden door ze te correleren met specifieke cultusgerelateerde ontwikkelingen enerzijds, en ontwikkelingen binnen officiële kerkelijke normering en regulering van lekenvisioenen anderzijds. Naast belangrijke conciliaire besluiten en geschriften van katholieke theologische autoriteiten, zullen ook verhandelingen en polemieken van protestantse hand bij het onderzoek worden betrokken. De analyse zal worden geïnformeerd door concepten uit de historische antropologie, de filosofie van de religie en de historische psychologie. Dit project zal leiden tot een gedifferentieerd beeld van de aard en de impact van lekenvisioenen in de late middeleeuwen en de vroegmoderne periode en zodoende op significante wijze bijdragen tot onze kennis van lekendevotie en religieuze volkscultuur.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Co-promotor: Marnef Guido
- Mandaathouder: Van Mulder Jonas
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Voorbereiding en eerste proeve van een (gedeeltelijke) vertaling van Ruusbroecs traktaat Die geestelike brulocht.
Abstract
De vertaling in het Chinees van Ruusbroecs meesterwerk Die geestelike brulocht wordt voorbereid door een grondige lectuur van de zeer letterlijke Engelse vertaling. Hierbij worden de technische begrippen van mystieke aard (wesen, innich, ghemeyn) in hun samenhang genoteerd. Op basis van dit begrippenapparaat wordt de vertaling van de tekst begonnen, waarbij het apparaat permanent wordt aangevuld en bijgesteld.Onderzoeker(s)
- Promotor: Faesen Robert
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Hadewijch: Brill Companion en Engelse vertaling van het Verzamelde werk.
Abstract
Realisatie van twee boekprojecten waarin de verworvenheden van het Nederlandstalige en het Angelsaksische Hadewijchonderzoek voor het eerst op systematische wijze worden geïntegreerd en aangeboden op het internationale wetenschappelijke forum. A Companion to Hadewijch (Brill), wordt een handboek waaraan alle huidige Hadewijchspecialisten een bijdrage leveren. Patricia Dailey en Veerle Fraeters bereiden daarnaast een Engelse vertaling voor van Hadewijchs Complete Works. De publicatie van beide boekprojecten zal een belangrijke impuls betekenen voor de internationale Hadewijchstudie.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Mandaathouder: Dailey Patricia
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Mobiliteit van ideeën en verspreiding van literaire teksten en onderricht in de volkstaal in het Rijnland en de Lage Landen (ca. 1300-1550) (MITT).
Abstract
"Mobility of Ideas and Transmission of Texts" (MITT) is een vormingsprogramma voor jonge onderzoekers dat onderzoek doet naar de middeleeuwse overdracht van kennis van kerkelijke en academische elites van professionele intellectuelen naar een breder publiek dat bereikt werd via de volkstaal. Het programma richt zich op de dynamiek van het middeleeuwse intellectuele leven in het Rijnland en de Lage Landen, een gebied dat heden ten dage over vijf landen verspreid ligt (Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland). In de Middeleeuwen was het echter één cultuurgebied. In dit gebied brachten de grote veertiende-eeuwse mystici Meister Eckhart, Johannes Tauler, Jan van Ruusbroec en hun tijdgenoten een ontwikkelde literatuur in de volkstaal voort die handelde over theologie en religieuze praktijk en die een nieuw lekenpublieksgroepen bekend maakte met een persoonlijke relatie tot God. Het project wil een nieuw perspectief op deze literaire cultuur ontwikkelen door onderzoek te doen naar publiek, toeëigening en verbreiding van teksten in de toenmalige religieuze en intellectuele context.Onderzoeker(s)
- Promotor: Mertens Thom
- Co-promotor: Schepers Kees
- Mandaathouder: Nanay Bence
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Hollandus' sporen. Het alchemistische Hollandus-corpus en zijn verspreiding in de Nederlanden en in Europa tot ca. 1600.
Abstract
Onder de vele fascinerende en tot nu toe nauwelijks bestudeerde alchemistische teksten die in de 16de eeuw in onze gewesten zijn ontstaan, trekt het zogenaamde 'Hollandus-corpus' meteen de aandacht. Het tekstbestand dat op naam van de obscure Isaac Hollandus en/of Johannes Isaaci Hollandus is overgeleverd, vormt de belangrijkste bijdrage uit ons taalgebied aan de Europese alchemistische teksttraditie. Het werd tot in de vroege 19de eeuw in verschillende Europese talen vertaald, gedrukt en afgeschreven. Het onderzoek omvat een studie van de inhoud, de oorsprong en de receptie van dit invloedrijke tekstcorpus. Gezien de omvang en de langdurige doorwerking van het materiaal wordt het onderzoek toegespitst op het tekstbestand tot ca. 1600. De studie van enerzijds de ontstaansgeschiedenis (bronnenonderzoek, datering, auteurschap) en anderzijds de overleveringsgeschiedenis (welke kopieën en vertalingen door welke verzamelaars, editeurs en uitgevers) van de handschriften en drukken zal nieuwe inzichten opleveren over de auteur(s) van de Hollandusteksten en over de kanalen waarlangs deze teksten over heel Europa werden verspreid.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Co-promotor: Marnef Guido
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Schrijven tot "vernieting". De performatieve werking van "Le miroir des simples âmes anéanties" van Marguerite Porete als mystagogisch instrument.
Abstract
Het project wil inzicht verwerven in de performatieve werking (agency) van Le Miroir des simples âmes anéanties van Marguerite Porete (d. 1310), een mystieke tekst die door de inquisitie werd veroordeeld. De tekst wordt ontleed vanuit drie onderzoeksvragen: de representatie van het 'ik', het intertekstuele netwerk, en de retorische dynamiek van de compositie. Het analytische instrumentarium wordt samengesteld uit de hedendaagse discoursanalyse (o.m. Bakhtin, Certeau) en de middeleeuwse profane en monastieke retorica. Het onderzoek draagt bij tot een beter begrip van de 'heterodoxie', op het vlak van de literaire middelen, van de laat-middeleeuwse vernaculaire mystiek.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
- Co-promotor: Minet Virginie
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden.
Abstract
1. Zestiende-eeuwse mystieke renaissance De zestiende mystieke renaissance in de Nederlanden en het aangrenzende Rijnland, met als centra het St.-Agnesklooster in Arnhem en de Keulse St.-Barbara kartuis. 2 Monastieke cultuur in het Zoniënwoud Zuid-Nederlandse intellectuele en spirituele cultuur aan het eind van de vijftiende eeuw en in de zestiende eeuw: de Latijnse geestelijke letterkunde uit het Zoniënwoud op het snijvlak van middeleeuwen en Humanisme.Onderzoeker(s)
- Promotor: Schepers Kees
- Mandaathouder: Schepers Kees
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Ruusbroecs woorden. Een gelemmatiseerde concordantie van de werken van Jan van Ruusbroec.
Abstract
De bijna voltooide kritische editie van Ruusbroecs werken legt een fundament voor een betrouwbare studie van Ruusbroecs leer en opvattingen. Doel is dit fundament uit te breiden en verder te operationaliseren door middel van een gelemmatiseerde concordantie van het volledige woordmateriaal van Ruusbroec, die bovendien kan dien als de grondslag voor een toekomstig Ruusbroec-lexicon. Het voorgestelde project wil het mogelijk maken de benodigde expertise in te kopen waarover de betreffende onderzoekseenheid, het Ruusbroecgenootschap, niet beschikt.Onderzoeker(s)
- Promotor: Mertens Thom
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Voorbeeldige levens. Het spanningsveld tussen het historiografische en het hagiografische discours in de Moderne Devotie.
Abstract
De moderne devoten hebben een twintigtal verzamelingen van levensbeschrijvingen van hun medebroeders en -zusters nagelaten. Tweederde van deze verzamelingen is in het Latijn, eenderde in het Middelnederlands, in de regel overeenstemmend met het onderscheid man-vrouw, zowel wat het onderwerp als het beoogde publiek betreft. Meermalen is vooral van de zijde van historici de vraag aan de orde gesteld of het in deze vitenverzameling nu om historiografie of om hagiografie gaat. Het project wil deze problematiek als uitgangspunt nemen, maar daarbij het dilemma 'historiografie of hagiografie' loslaten. De tegenstelling wordt al minder absoluut als we spreken in termen van het historiografisch en hagiografisch discours. We moeten vaststellen dat traditionele heiligenlevens voor de moderne devoten blijkbaar niet meer voldeden of althans niet alleen, maar dat ze ook behoefte hadden aan teksten over meer eigentijdse voorbeelden, aan wat minder hagiografische stilering, aan een grotere concreetheid door middel van historiciteit. Ook degenen die het bovengenoemde dilemma aan de orde stellen zijn ervan overtuigd dat deze viten op de eerste plaats ter navolging (imitatio) en ter stichting (aedificatio) zijn geschreven. De derde dimensie van de hagiografie: de admiratio van het wonderbaarlijke lijkt vrijwel afwezig. Het miraculeuze speelt zo'n geringe rol in de vitenverzamelingen dat het zelfs lijkt of er een probleem is geweest met de erkenning van manifestaties van het bovennatuurlijke in het aardse leven. Tegen deze achtergrond is de probleemstelling van deze aanvraag te plaatsen: hoe en waarom stileren de moderne devoten de facta en dicta van eigentijdse figuren tot stichtelijke, bewonderenswaardige en navolgenswaardige voorbeelden, beschouwd in het kader van hun houding ten aanzien van heiligheid en de manifestatie van het bovennatuurlijke in het aardse leven? Bij de beantwoording van deze vragen zal ook aandacht besteed worden aan de relevantie van de onderzoeksresultaten voor de studie van de verhouding tussen laatmiddeleeuwse hagiografie en historiografie, iets waarvoor al heel wat meer onderzoekresultaten bekend zijn betreffende de voorgaande eeuwen.Onderzoeker(s)
- Promotor: Mertens Thom
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Middelnederlandse preken.
Abstract
De preek is een van de grote genres van de Middelnederlandse geestelijke literatuur. De studie ervan is ver achtergebleven bij het historisch belang ervan. Het project heeft een tweeledig doel. (1) Een gerichte impuls om het bredere onderzoek naar de Middelnederlandse preek in handschrift en druk te bevorderen en de belangstelling van de verschillende historische disciplines voor dit onderzoeksterrein te wekken, door middel van algemene studies uit historisch-theologische en literair-historische invalshoek en artikelen over de overlevering en verspreiding van de Middelnederlandse preek en 'case-studies'. //..(2) Een efficiënt overzicht van de preken die in het Middelnederlands overgeleverd zijn. Voor genres die gekenmerkt worden door veelheid en onoverzichtelijkheid van het tekstmateriaal zijn repertoria essentieel voor het onderzoek. Het tweede doel vervult dus een noodzakelijke voorwaarde voor het eerste doel. //..De resultaten van het project zullen als volgt gestalte krijgen: een inventaris van de Middelnederlandse preek, gevolgd door een bundel studies van de Middelnederlandse preek. De bundel omvat twee bredere studies van de Middelnederlandse preek van de hand van de beide hoofdaanvragers, respectievelijk vanuit historisch-theologisch en literair-historisch oogpunt, voorts het resultaat van het onderzoek dat uitvoerders verricht hebben naar de verspreiding van de Middelnederlandse preek en verder een aantal 'case studies'.Onderzoeker(s)
- Promotor: Mertens Thom
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Ruusbroecs Overtocht. De communicatieve contexten van de Middelengelse Ruusbroecvertalingen (handschriften, volkstaligheid, receptiemilieus, spiritualiteit) : een vergelijking van de Engelse en continentale perspectieven.
Abstract
Dit project beoogt een grondige literatuur- en cultuurhistorische studie van de Ruusbroecteksten in het Middelengels (Vanden blinkenden steen en excerpten uit Die geestelike brulocht) in hun handschriftelijke context. Het onderzoek zal zich o.a. richten op vertaalstrategieën (talige en culturele) en de receptiemilieus van zowel de Middelengelse teksten als de Middelnederlandse originelen. De vertalingen zullen bestudeerd worden tegen de bredere achtergrond van de spirituele cultuur van het laat-middeleeuwse Engeland.Onderzoeker(s)
- Promotor: De Baere Guido
- Promotor: Mertens Thom
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Het boeck Lumen Luminum van Jan van der Donck. Inhoud, bronnen en cultuurhistorische achtergronden van een Nederlands alchemistisch prozatractaat .
Abstract
Onderzoek naar structuur, inhoud en bronnen van het alchemistische prozatractaat Het boeck Lumen Luminum dat is het licht der lichten van Jan van der Donck (één afschrift van 1597); analyse van de religieuze, ethische en (natuur-)filosofische opvattingen in deze tekst in het perspectief van de bronnen en de verwerking daarvan; nader bepalen van de cultuurhistorische context, herkomst en datering; kritische teksteditie met vertaling, inleiding en commentaar.Onderzoeker(s)
- Promotor: Fraeters Veerle
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject
Speaking to the Eye : Text, Image and Gender in the Middle Ages and Early Modern Times.
De invloed van de Jezuïtische spiritualiteit op het nationalistische en algemeen-politieke gedachtegoed in Vlaanderen in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Abstract
Dit project ligt in het verlengde van het vierjarig onderzoek naar de eerste bestaansjaren van het Ruusbroecgenootschap (1925). Dit onderzoek bracht een belangrijk probleem aan het licht: een nog niet nader gedefinieerd aspect van de Jezuïtische spiritualiteit blijkt een aanzienlijke impact te hebben gehad op het nationalistische en zelfs algemeen-politieke denken in Vlaanderen in de 1ste helft van de 20ste eeuw. Het project zal aandacht geven aan: ° het 'valse mysticisme' binnen de Belgische (Vlaamse) Jezuïetenprovincie ° de invloed van de spiritualiteit binnen deze s.j.-provincie op het nationalistische gedachtegoed van de Vlaamse ordeleden ° de politieke invloed van de Jezuïtische spiritualiteit op de Vlaamse samenleving.Onderzoeker(s)
- Promotor: De Baere Guido
- Co-promotor: Van Goethem Herman
Onderzoeksgroep(en)
Project type(s)
- Onderzoeksproject