Onderzoeksgroep

Evolutionaire ecologie (EVECO)

Expertise

- Morfologische en moleculaire identificatie van kleine zoogdieren (vnl. knaagdieren), mollusken en insecten. - Advies m.b.t. het beheer van door knaagdieren veroorzaakte problemen in landbouw en volksgezondheid, met een bijzondere expertise in Afrika.

Evolutie en ecologie van zoönotische pathogenen van wilde dieren. 01/01/2021 - 31/12/2025

Abstract

In dit netwerk brengen wij wetenschappers samen die verschillende aspecten bestuderen van de evolutie en ecologie van virussen die voorkomen bij (Afrikaanse) wilde dieren. Onder deze virussen bevinden zich zoönosen: infecties die van nature circuleren bij dieren en af en toe mensen infecteren. Sommige van deze zoönotische infecties worden niet efficiënt overgedragen tussen mensen, zodat hun voorkomen bij de mens vooral afhangt van de aanwezigheid en het contact tussen de natuurlijke dierlijke gastheren en de mensen en de pathologische reactie van de mens. Dit soort infecties wordt doorgaans bestudeerd door ecologen, immunologen en pathologen. Andere zoönotische infecties bereiken de mens niet zo vaak en lopen meestal dood bij de mens, maar sommige kunnen zich efficiënt verspreiden zodra zij bij de mens opduiken, zoals het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2. Dergelijke ziekteverwekkers zijn ofwel reeds toevallig "vooraangepast" aan de menselijke gastheer, ofwel kunnen zij snel de nodige eigenschappen ontwikkelen om zich onder mensen te verspreiden. Epidemiologen en evolutiebiologen bestuderen dan ook meestal deze laatste groep infecties. Om passende volksgezondheidsmaatregelen voor te bereiden, is een beter inzicht nodig in de wijze waarop deze virussen zich in een natuurlijke omgeving gedragen. De sleutel hiervoor ligt in de patronen van hun evolutionaire geschiedenis, hun natuurlijke transmissie-ecologie en de variatie in reactie die door de verschillende gastheren wordt uitgelokt. Bovendien kunnen veel infecties niet strikt in een van de twee bovengenoemde typen worden ingedeeld, maar bereiken zij de mens en veroorzaken zij ziekte als gevolg van een complexe wisselwerking tussen de ecologie van de natuurlijke gastheer, de adaptieve evolutie van de ziekteverwekker, de epidemiologie en de immunologische en pathologische reactie bij de mens. Onderzoek naar dit soort infecties kan dus sterk profiteren van een synergie tussen verschillende disciplines: dierlijk veldwerk, moleculaire biologie, genomica, bio-informatica, ecologische en epidemiologische modellering, computationele fylogenetica en immunologie. Vlaanderen telt onderzoeksgroepen van wereldklasse in dit onderzoeksdomein en we willen ervoor zorgen dat deze kenniscapaciteit behouden blijft en verder uitgebouwd wordt. Om dit te bereiken moeten we onderzoeksideeën, expertise-specifieke wetenschappelijke inzichten, dierstalen, en vaardigheden en instrumenten voor veld-, laboratorium- en analytisch werk uitwisselen; en we moeten onze beginnende onderzoekers opleiden met de nodige sets van state-of-the-art vaardigheden. Wij willen een wetenschappelijk onderzoeksnetwerk formaliseren over de ecologie en evolutie van wilde dieren en zoönotische virussen tussen onderzoeksgroepen met complementaire expertise maar overlappende onderzoeksinteresses. Het uiteindelijke doel is om de kwaliteit van het onderzoek in Vlaanderen te behouden en verder te verhogen en partnerschappen te ontwikkelen voor gezamenlijke interdisciplinaire projecten en in het algemeen het stimuleren van netwerkvorming voor beginnende onderzoekers in de ecologie en evolutie van infectieziekten. We zullen deze netwerking realiseren door de organisatie van jaarlijkse zomerworkshops. Deze workshops op gevorderd niveau zullen in de eerste plaats gericht zijn op postdoctorale onderzoekers uit de partnergroepen, en zullen blootstelling bieden aan verschillende onderzoeksinvalshoeken om gelijkaardige ultieme vragen in zoönotische infectie-evolutie-ecologie te begrijpen. Verdere inspiratie zal worden geboden door senior netwerkpartners en additionele uitgenodigde internationale topwetenschappers. De workshops zullen ook hands-on mogelijkheden bieden om verschillende vaardigheden en toolsets te leren. Deze kunnen dan verder worden uitgewerkt door uitwisselingsbezoeken aan de internationale partners voor training in state-of-the-art analysetechnieken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wie infecteert er wie? Het ontrafelen van pathogeen-transmissie in populaties knaagdieren bestaande uit verschillende gastheren. 01/11/2020 - 31/10/2023

Abstract

Hoewel veel opkomende infectieziekten worden veroorzaakt door pathogenen die hun oorsprong vinden in populaties wilde dieren blijven de ecologische mechanismen die bepalen hoe deze pathogenen overleven in de natuur slecht bestudeerd. Dit komt omdat het praktisch moeilijk is om voldoende veldgegevens te verzamelen tijdens epidemieën en omdat lange-termijn data noodzakelijk is. In dit project wil ik onderzoeken hoe verschillen in knaagdiergemeenschappen de prevalentie, persistentie en controle van pathogenen beïnvloeden die verschillende gastheersoorten kunnen infecteren. Deze mechanismen liggen immers aan de basis van een veelbesproken debat in conservatiebiologie: of verlies in biodiversiteit resulteert in een stijging of daling van het aantal infectieuze pathogenen dat van dier naar mens kan overspringen? Het onderzoek zal gebeuren aan de hand van een unieke collectie knaagdierstalen die werden verzameld tijdens veldwerk uitgevoerd in de Democratische Republiek Congo en Tanzania, en die ik zal testen op de aanwezigheid van verschillende pathogenen. Deze velddata zal ik combineren met extra veldexperimenten en simulaties van wiskundige modellen om uiteindelijk drie hypothesen te testen: (i) pathogenen neigen ernaar om verschillende gastheren te infecteren, (ii) persistentie van pathogenen is voornamelijk het resultaat van één gastheersoort, en (iii) de controle van deze gastheersoort volstaat om het pathogeen uit de knaagdiergemeenschap te elimineren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een nieuwe aanpak van aversieve conditionering van wolven om conflicten met extensieve veeteelt en schapenbegrazing te verminderen. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Grijze wolven (Canis lupus) hebben recent grote delen van West-Europa heroverd waar ze meer dan een eeuw lang uitgeroeid waren. De keerzijde van dit natuurbehoudssucces is een toenemend conflict tussen natuur en extensieve landbouw, met name schapenhouderij. Op inrasteren na, wat enkel op kleine kuddes haalbaar is, is er geen duurzame manier om in gebieden met grootschalige extensieve schapenbegrazing depredatie te voorkomen. Hier wil ik van het natuurlijke gedrag van wolf gebruik maken om rigoureus te testen of we wolven kunnen conditioneren om schapen te vermijden, via aversieve conditionering. Ik zal hier verschillende methodes testen en optimaliseren, met name of wilde wolven 1), stimuli waarop ze aversief geconditioneerd werden en die ze associëren met schapen mijden, 2) minder prederen op schapen na aversieve voedselconditionering, en 3) of ze schapen voorzien van aversieve attributen vermijden. We voorzien autonome conditionerings-vallen in de buurt van schaapskuddes binnen wolventerritoria, die we via een netwerk van camera-vallen zullen monitoren. Deze vallen zijn bedoeld om wolven bij triggering van de val direct te bestraffen, en deze bestraffing te combineren met een tweede stimulus (bv een sterke geur), zodanig dat de conditionering ook op deze geur van toepassing is. Indien efficiënt, kunnen deze principes op termijn verder geoptimaliseerd worden om depredatie te voorkomen in gebieden waar andere methodes van kudde-bescherming niet mogelijk of wenselijk zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mastomys natalensis hybride zones als natuurlijke laboratoria om de grenzen van arenavirusverspreiding te onderzoeken. 01/10/2020 - 30/09/2022

Abstract

De Natal veeltepelmuis is waarschijnlijk het meest voorkomende Afrikaanse knaagdier. In West-Afrika draagt deze muis het Lassa virus, dat op de mens kan worden overgedragen en dodelijke hemorragische koorts kan veroorzaken; in andere delen van Afrika draagt ze nauw verwante arenavirussen, maar deze zijn niet pathogeen voor de mens. Deze virussen lijken beperkt te zijn tot bepaalde geografische gebieden omdat ze specifiek zijn voor genetisch verschillende subgroepen van deze muizensoort. In Tanzania komen drie van deze subgroepen met drie verschillende niet-pathogene virussen met elkaar in contact. Het is daarom een ideale plek om te onderzoeken wat er met deze subgroepen gebeurt wanneer ze elkaar ontmoeten en hoe dit hun arenavirussen beïnvloedt. Meer specifiek wordt de divergentie van de gastheersubgroepen beschreven, worden de hybride zones gekarakteriseerd waar de subgroepen met elkaar in contact komen, wordt de associatie van verschillende arenavirussen met hun gastheersubgroepen beoordeeld en worden de evolutie en virale belasting van de arenavirussen in de hybride zones bestudeerd. Dit onderzoek zal inzicht geven in speciatieprocessen en zal helpen om de geografische spreiding en evolutie van arenavirussen te begrijpen, wat cruciaal is om toekomstige noodsituaties te voorspellen en interventies te plannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Op zoek naar de oorsprong van recente en toekomstige zoonotische epidemies in tropisch Afrika (OMEgA) 01/09/2020 - 31/08/2030

Abstract

OMEgA bestudeert opkomende zoönotische ziekten bij Afrotropische zoogdieren door de ecologie van de infecties en de evolutionaire aspecten van de diversiteit van de pathogenen en hun geassocieerde natuurlijke gastheren te onderzoeken. Onze twee belangrijkste doelstellingen zijn (i) te ontrafelen hoe de fylogeografie, de evolutionaire geschiedenis en de ecologie van de gastheren inzicht kunnen geven in de diversiteit, de oorsprong en de verspreiding van deze zoönoseverwekkers; (ii) te onderscheiden welke ecologische mechanismen en milieuveranderingen (klimaat, landschap, verlies aan biodiversiteit, ...) de spill-over van de gastheren kunnen vergemakkelijken of de gastheerspecificiteit in stand kunnen houden, zelfs als er geen sterke moleculaire barrière is. Om deze vragen te beantwoorden, zullen we gebruik maken van Next-generation sequencing (NGS) methodes om specimens en weefsels uit museumcollecties en vers verzameld materiaal te screenen op de aanwezigheid van pathogenen, om de taxonomie van de gastheer, de fylogenetische en ecologische relaties tussen gastheersoorten en de verspreidingsgebieden van de genetisch gescheiden gastheerpopulaties te verifiëren. De resulterende informatie over de taxonomie van de gastheer, de biologie, de transmissie-ecologie van betrouwbaar geïdentificeerde pathogenen, afgeleid uit hun aanwezigheid, diversiteit, gastheerspecificiteit en evolutie, zal ons toelaten om de belangrijkste doelstellingen van de profielen te beantwoorden. Deze bevindingen zullen niet alleen onze fundamentele kennis over parasieten/pathogenendiversiteit vergroten, maar ook belangrijke gezondheidsaspecten aan de orde stellen, aangezien ze een nieuw licht zullen werpen op de omstandigheden die ertoe leiden dat zoönoseverwekkers van de mens in het wild van gastheer wisselen. Onze resultaten zullen bijdragen tot een beter begrip van de relatieve bijdragen van antropogene mondiale veranderingen (klimaatverandering, erosie van tropische bossen, veranderende landschapspatronen en menselijke activiteitspatronen) aan het ontstaan van nieuwe zoönotische ziekteverwekkers, waarvan sommige potentiële wereldwijde gezondheidsrisico's met zich meebrengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

IoSA (Internet der Kleine Dieren): Geminiaturiseerde contact loggers voor kleine dieren. 01/09/2020 - 31/08/2021

Abstract

Om biologische processen zoals migratie, verspreiding en ziektetransmissie te begrijpen, moeten we weten waar dieren zich verplaatsen en wie ze ontmoeten. Hoewel er reeds voor veel grotere dieren reeds methoden ontwikkeld zijn, is de overgrote meerderheid van de dieren te klein om effectief te monitoren zonder in te boeten op gegevensnauwkeurigheid of acquisitiesnelheid. Dit heeft niet alleen gevolgen voor onderzoek naar verplaatsing en gedrag van dieren, maar ook voor toegepaste toepassingen zoals beter welzijn voor dieren en vee in gevangenschap en monitoring van het milieu. Ontwikkelingen in het Internet of Things (IoT) die een revolutie teweegbrengen in verschillende aspecten van het dagelijks leven, hebben een enorm potentieel op het gebied van het volgen van dieren in het wild, maar zijn tot nu toe weinig uitgebuit, met name bij het overwegen van geminiaturiseerde contact loggers. Wij ontwikkelden ProxLogs, een geïntegreerd, flexibel en toegankelijk monitoringsysteem voor kleine dieren, gebaseerd op recente verbeteringen aan Bluetooth Low Energy-protocollen. Dit project heeft als doel om het Minimum Levensvatbaar Product te ontwikkelen, dit te testen in operationele omgevingen en toepasbare bedrijfsmodel te onderzoeken. Dit zal een state-of-the-art systeem zijn dat het mogelijk maakt om veel kleinere wilde en gedomesticeerde dieren te volgen op een sterk verbeterde ruimtelijke schaal dan eerder werd bereikt, terwijl tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat het systeem goedkoop en toegankelijk blijft voor eindgebruikers. In dit project valideren we de proof of concept en werken we de verschillende businessmodellen verder uit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BIODIV-AFREID: Biodiversiteitsveranderingen in Afrikaanse wouden en opduikende infectieziekten: moeten we ons zorgen maken? 01/03/2020 - 28/02/2023

Abstract

Dit project zal onderzoeken hoe biodiversiteitsomstandigheden de verspreiding van pathogenen in menselijke populaties in Afrikaanse wouden al dan niet bevorderen. Dit is cruciaal voor het voorspellen en beheersen van het risico op nieuwe uitbraken onder veranderende biodiversiteitsscenario's. Om dit proces te onderzoeken, stellen we 1 ° voor om veranderingen in biodiversiteit te koppelen aan veranderingen in gemeenschappen van reservoirs en de ziekteverwekkers die ze dragen en 2 ° om verschillen in deze reservoirgemeenschappen te koppelen aan de menselijke gezondheid. De voorgestelde onderzoeksactiviteiten zullen zich concentreren op Monkeypox- en Ebola-virussen, maar een breder spectrum van ziekteverwekkers zal worden opgenomen, zodat we een bereik kunnen bestrijken van ziekteverwekkers die relatief vaak voorkomen in een verscheidenheid aan kleine zoogdieren (MPXV) tot ziekteverwekkers die zeldzaam zijn en worden aangetroffen in alleen zeer weinig soorten (EBV). De voorgestelde studie zal worden uitgevoerd in DR Congo en Ivoorkust, in gebieden waar deze opkomende ziekten eerder zijn waargenomen en optimaal gebruik maken van de grote monstercollecties die eerder door de consortiumpartners in deze gebieden zijn verzameld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BioRodDis: beheer van biodiversiteit in bossen en stedelijke groene ruimten. Verdunnings- en versterkingseffecten bij knaagdiermicrobioom en door knaagdieren overgedragen ziekten. 01/02/2020 - 31/01/2023

Abstract

Ons project is gericht op het ophelderen van de verbanden tussen biodiversiteit en ziekten op lokale en Europese schaal met behulp van gestandaardiseerde beoordelingen van biodiversiteit en ziekterisico's. Dit project zal dit probleem aanpakken door nieuwe belangrijke onderzoeksrichtingen te integreren, d.w.z. gastheer microbiome en meerdere niveaus van pathogene diversiteit aan de ene kant, seizoensgebonden en meerjarige dynamiek aan de andere kant, inclusief scenario's voor klimaatverandering, en interacties met sociaal-economische contexten. Deze wetenschappelijke vragen zijn een essentiële voorwaarde om de bestaande modellering van de relatie tussen biodiversiteit en ziekten te verbeteren en om een ​​kader te ontwikkelen waarmee voorspellingen kunnen worden gedaan over de effecten van ecosysteembeheerpraktijken op de menselijke en dierlijke gezondheid, biologische beschermingsstrategieën en / of klimaatverandering op de gezondheid van mens en dier. Als zodanig moeten en zullen deze vragen worden behandeld in samenwerking met de belangrijkste lokale en Europese belanghebbenden en beleidsmakers. Onze resultaten zullen worden verspreid onder een groter publiek, via een breed scala aan communicatiekanalen, en rekening houdend met de juiste taal en nationale / sociaal-professionele kenmerken van de verschillende doelgroepen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Co-infecties, heterogeniteit en gedrag: modellen en echte knaagdieren. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

De meeste epidemiologische modellen voor infecties richten zich slechts op één ziekteverwekker, maar in werkelijkheid worden gastheren vaak door meer dan één pathogeen geïnfecteerd. Bovendien gaan veel modellen uit van willekeurige of zelfs homogene vermenging van individuen binnen gedefinieerde categorieën en houden ze geen rekening met heterogeniteit van gastheereigenschappen of gedragsveranderingen als gevolg van infectie. In dit project zullen we deze vragen behandelen met een Afrikaanse knaagdierenpopulatie als modelsysteem. Aan de hand van een uitgebreide set van bestaande capture-mark-recapture data van veeltepelmuizen Mastomys natalensis in Tanzania, met meer dan 9.000 bloedmonsters verzameld tijdens maandelijkse opnames sinds 2007 en nog steeds lopend, zullen we in staat zijn om co-infecties met verschillende pathogenen te onderzoeken, positieve en negatieve associaties tussen deze pathogenen te beschrijven en een longitudinale studie uit te voeren naar de dynamiek van de transmissie van deze pathogenen. Aan de hand van experimenten in het labo en in grote omheinde proefterreinen op het veld zullen we gegevens verzamelen over de onderlinge interacties van de pathogenen op transmissieniveau, en de effecten van (co-)infecties op contact rates en gedrag (en vice versa), rekening houdend met heterogeniteit. Deze gegevens en inzichten zullen de basis vormen voor de ontwikkeling van wiskundige modellen die rekening houden met deze aspecten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Stress, ziekte en maatschappelijk gedrag: wat zijn de gevolgen van omgevingsdruk op gedrag individuele fitness en transmissie van parasieten? 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Uitbraken van Zoönotische ziektes (ziektes overgedragen door dieren zoals bv. Ebola) hebben recent de belangrijke rol van dieren in ziekteoverdracht benadrukt. Zoönotische ziektes zijn vooral van belang wanneer mensen en dieren vaak met elkaar in contact komen. Ziektetransmissie is afhankelijk van contact tussen een geïnfecteerd individu met een vatbaar individu en de waarschijnlijkheid dat een vatbaar individu geïnfecteerd wordt. Habitatsveranderingen zorgt voor een transitie in de beschikbaarheid en verspreiding van bronnen wat invloed heeft op het aantal contacten tussen individuen en met toenemende stress ook invloed heeft op vatbaarheid voor ziektes. Daarom is betere kennis over hoe milieustress invloed heeft op veranderingen in ziekteoverdracht fundamenteel. De veeltepelmuis zal gebruikt worden om te onderzoeken hoe milieustress overleving, gedrag en virustransmissie beïnvloed. Hierbij zullen verschillende benaderingen toelaten de fysiologische invloed van stress in zowel labo- als veldexperimenten te onderzoeken, gecombineerd met een state-of-art technologie om gedrag van in het wild levende knaagdieren te volgen. De veeltepelmuis is drager van verschillende zoönotische ziektes en is een succesvolle soort in dichtbevolkte gebieden. Daarom is dit niet enkel een pioniersstudie die fundamentele inzichten zal opleveren maar zal deze studie ook bijdragen tot de opbouw van kennis over de invloed van habitatsveranderingen op transmissie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

VAX-IDEA:. infectieziekten-preventie, controle en management in een 'one health' gezondheidsbeleid. 03/07/2019 - 31/12/2023

Abstract

Infectieziekten (ID) en antimicrobiële resistentie (AMR) vormen een continue en ernstige bedreiging voor mens en dier (One Health). Vijf onderzoekseenheden van UAntwerpen, met sterke internationale track records en samenwerkingen, zullen gezamenlijk hun ID-expertise blijven kapitaliseren. EVECO onderzoekt de verspreiding, evolutie en ecologie van pathogenen (pest, arenavirussen, ...) en dieren in het wild, en biedt inzichten voor opkomend ID-management. LMM heeft grote consortia (COMBACTE, PREPARE) opgericht die hebben geleid tot pan-Europese infrastructuren voor onderzoek naar ID- en antimicrobiële consumptie. Naast het ontwikkelen van snelle diagnostiek, onderzoekt LMM AMR-mechanismen en pathogene dynamica in vitro, in mens / vee en in diermodellen om de gastheer immuunrespons (ontdekking van biomarkers) en bacteriële pathogeniciteit te bestuderen. LEH voert geavanceerd onderzoek uit naar celgebaseerde immuuntherapieën, in samenwerking met het Centrum voor Celtherapie en Regeneratieve Geneeskunde van het UZA. LEH onderzoekt gastheer-immuunreacties in vaccinstudies met behulp van multi-parametrische flowcytometrie en systeembiologie teneinde nieuwe immuun correlaten van bescherming te ontdekken bij nieuwe generatie vaccins. CEV bestudeert de epidemiologie van vaccineerbare ziekten en voert state-of-the-art vaccin studies uit met grote nationale / internationale netwerken, waaronder maternale immunisatie studies en quarantaine studies met genetisch gemodificeerde poliovirussen. Gezien de wereldwijde behoefte aan EID-vaccins (Lassa, Ebola, ...) houdt CEV zich bezig met verschillende innovatieve (niet) -human challenge-fase 1-2 studies. CHERMID onderneemt methodologisch en toegepast onderzoek op het kruispunt tussen gezondheidseconomie, biomedische geneeskunde en wiskunde. CHERMID is internationaal bekend voor het ontwikkelen van modellen van dynamische ID-processen binnen en tussen gastheren, die worden geïntegreerd met geavanceerde economische modellen. Door deze complementaire expertises te integreren, zal dit OEC de huidige en toekomstige uitdagingen in ID-beheer aanpakken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zoönose- en plaagdierecologisch onderzoek voor duurzame leefbaarheid op het raakvlak tussen mens en wildlife in Omo Basin, Zuid-Ethiopië. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De activiteiten voor het levensonderhoud van de plattelandsgemeenschappen in Ethiopië gaan ten koste van de biodiversiteit in gebieden met een hoge mate van contact tussen mens en dier. Dit project is gericht op het verbeteren van de academische en onderzoekscapaciteit aan de Wolaita Sodo Universiteit (WSU), waarbij de nadruk ligt op ecologische interacties op het raakvlak tussen mens en dier en het genereren van een betere kennis van mens-wildconflicten om mogelijke verzachtende maatregelen op te helderen. De tussentijdse resultaten (outputs) die van het project worden verwacht, omvatten een beschrijving van het mens-wildconflict en de economische impact ervan, onderzoek naar zoönose-epidemiologie met de nadruk op leishmania-sis, onderzoek naar wetland-naar-drooglandverschuivingen en de effecten ervan op kleine zoogdierpopulaties en -conflicten. De ruimtelijke en temporele gegevens over mens-wildconflicten zullen worden verzameld. De resultaten zullen worden vertaald in beleidsopgaven en worden verspreid onder lokale gemeenschappen, belanghebbenden en beleidsmakers voor acties. Verbetering van het menselijk welzijn (beschermd milieu, verbeterde gewasproductiviteit en betere gezondheid) zijn de belangrijkste effecten die met het project worden beoogd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De link tussen persoonlijkheid en infectierisico in natuurlijke populaties van het Afrikaanse knaagdiersoort Mastomys natalensis met het Morogoro arenavirus. 01/10/2018 - 30/09/2021

Abstract

Dierlijke persoonlijkheid is het fenomeen dat gedrag consistent is in de tijd, wat betekent dat bijvoorbeeld sommige mensen altijd agressiever zijn dan anderen. Elk gedrag kan worden gedefinieerd als een persoonlijkheidskenmerk, zolang het maar herhaalbaar is in de tijd, maar persoonlijkheidstrekken zijn over het algemeen verdeeld in vijf categorieën: vrijmoedigheid, onderzoek, activiteit, agressiviteit en gezelligheid. Mensen met een sterke verkenning kunnen een grotere kans hebben om een ​​partner te ontmoeten en hebben dus bijvoorbeeld een hoog reproductief succes, maar ze kunnen ook een verhoogd risico lopen op parasieten, ziekteverwekkers en roofdieren. Deze fitness-kosten van de persoonlijkheid zijn weinig onderzocht, maar kunnen belangrijke implicaties hebben voor de ziektedynamiek. Met behulp van de natal multimammate mouse (Mastomys natalensis) - Morogoro arenavirus study system, zal ik de mogelijke verbanden tussen persoonlijkheidskenmerken, immuunsysteem en infectierisico onderzoeken. Specifiek zal ik 1) vaststellen of M. natalensis bewijs van consistente persoonlijkheidskenmerken vertoont en als enige kenmerken gecorreleerd zijn, 2) onderzoeken of gastheerspersoonlijkheidskenmerken geassocieerd zijn met virale infecties in vrijlevende populaties, 3) bepalen of er een relatie is tussen sommige persoonlijkheidskenmerken en immuunsysteemfunctie, 4) experimenteel testen of infectie de expressie van persoonlijkheidskenmerken verandert, en 5) epidemiologische modellen gebruiken om de potentiële effecten van persoonlijkheid op de dynamiek van virusoverdracht in vrijlevende populaties te onderzoeken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vermijden van een lokaal natuurlijk zoogdierreservoir van SARS‐CoV‐2 in België. 01/06/2020 - 31/05/2021

Abstract

Het SARS‐CoV‐2 heeft zijn oorsprong in een Aziatische vleermuissoort maar het is ondertussen duidelijk dat het naast mensen ook verschillende niet‐verwante zoogdiersoorten kan besmetten. Gezien de circulatie van het virus onder mensen bestaat de kans dat zij het overdragen op wilde soorten; mocht dat gebeuren, dan kan er een nieuw reservoir ontstaan dat uiterst moeilijk te controleren zal zijn. Dit moet vermeden worden maar het is nog niet duidelijk welke in de natuur voorkomende soorten in België ontvankelijk zijn voor het virus. Het binnendringen van het virus in een gastheercel gebeurt door een binding aan het ACE2 proteïne, en wordt verder gefaciliteerd door de furine en TMPRSS2 proteases van de gastheer; deze eiwitten komen bij alle soorten voor maar hun sequenties (en bijgevolg de structurele kenmerken die vereist zijn voor interactie met het virus) kunnen verschillen en dat bepaalt of de gastheer gevoelig is voor infectie. Om na te gaan welke soorten mogelijk besmet kunnen worden, zullen wij de sequenties van de betrokken genen van de verschillende Belgische zoogdiersoorten bepalen, in samenwerking met de eiwitspecialisten van het department Farmacie de mogelijke structurele en functionele implicaties van variaties in aminozuursequenties in kaart brengen en aan de hand daarvan evalueren welke inheemse zoogdieren mogelijk een reservoir kunnen worden. Op basis daarvan kunnen dan specifieke maatregelen worden uitgewerkt om het ontstaan van dergelijk reservoir te vermijden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opstellen van 'best practices' en een beslissingsboom over het gebruik van diervriendelijke bestrijdingsmiddelen bij ratten en muizen. 01/02/2020 - 30/04/2021

Abstract

De Vlaamse overheid heeft opdracht gegeven voor een studie over diervriendelijke methoden voor ongediertebestrijding van ratten en muizen. Dit project wordt uitgevoerd door INBO, UAntwerpen werd ingehuurd als externe consulent voor dit project.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek in het domein van de conservatiebiologie. 01/01/2019 - 31/12/2019

Abstract

Gift van KMDA aan het Universiteitsfonds met de bedoeling het onderzoek in de conservatiebiologie te stimuleren. Het departement Biologie beslist hoe deze middelen in te zetten voor het betalen van onderzoeksmedewerkers.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mastomys natalensis hybride zones als natuurlijke laboratoria om de grenzen van arenavirusverspreiding te onderzoeken. 01/10/2018 - 30/09/2020

Abstract

De Natal veeltepelmuis is waarschijnlijk het meest voorkomende Afrikaanse knaagdier. In West-Afrika draagt deze muis het Lassa virus, dat op de mens kan worden overgedragen en dodelijke hemorragische koorts kan veroorzaken; in andere delen van Afrika draagt ze nauw verwante arenavirussen, maar deze zijn niet pathogeen voor de mens. Deze virussen lijken beperkt te zijn tot bepaalde geografische gebieden omdat ze specifiek zijn voor genetisch verschillende subgroepen van deze muizensoort. In Tanzania komen drie van deze subgroepen met drie verschillende niet-pathogene virussen met elkaar in contact. Het is daarom een ideale plek om te onderzoeken wat er met deze subgroepen gebeurt wanneer ze elkaar ontmoeten en hoe dit hun arenavirussen beïnvloedt. Meer specifiek wordt de divergentie van de gastheersubgroepen beschreven, worden de hybride zones gekarakteriseerd waar de subgroepen met elkaar in contact komen, wordt de associatie van verschillende arenavirussen met hun gastheersubgroepen beoordeeld en worden de evolutie en virale belasting van de arenavirussen in de hybride zones bestudeerd. Dit onderzoek zal inzicht geven in speciatieprocessen en zal helpen om de geografische spreiding en evolutie van arenavirussen te begrijpen, wat cruciaal is om toekomstige noodsituaties te voorspellen en interventies te plannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een beoordeling van de relatie tussen koolstofopslag en biodiversiteit in laagland regenwoud in DR Congo. 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Antropogene klimaatverandering vormt een grote bedreiging voor de biodiversiteit en het menselijk welzijn. Klimaatveranderingsbeperkende strategieën, zoals het VN-REDD+-programma (vermindering van emissies door ontbossing en afbraak) zijn gericht op het beschermen en verbeteren van de koolstofvoorraden in de biosfeer (C) door het behoud van tropische regenwoudsystemen. Maar zal de biodiversiteit (BD) ook behouden blijven wanneer bossen voor hun C-bestand beschermd worden? Componenten van bos BD kunnen elkaar in verschillende mate overlappen, compenseren of grotendeels onafhankelijk zijn van bos B-onderdelen die in het opslagpotentieel C ingrijpen. Studies over de ruimtelijke congruentie van C en BD vinden geen consistente relatie. We stellen dat dit waarschijnlijk te wijten is aan de grootschalige analyse en het gebruik van weinig BD parameters. In dit project zullen we de relatie tussen BD en C op kleine schaal onderzoeken aan de hand van gegevens uit het Centraal-Congo-bekken, een ondergeprogrammeerde regio. Het C-bestand en verschillende soortengroepen werden bemonsterd op maximaal 21 percelen in het Yangambi Biosfeerreservaat (YBR, DR Congo). We beschrijven eerst' biodiversiteit', een moeilijk te definieren term, met een reeks BD-parameters. Verder zullen we de relatie tussen C en BD onderzoeken op zowel het niveau van de 21 studiepercelen als, met behulp van ruimtelijke extrapolatie, over de gehele YBR. Ten slotte zullen we het effect van verschillende C-instandhoudingsstrategieën op BD beoordelen en testen of het mogelijk is om zowel C als BD-instandhouding te maximaliseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mastomys natalensis hybride zones als natuurlijke laboratoria om de grenzen van arenavirusverspreiding te onderzoeken. 01/10/2017 - 30/09/2018

Abstract

The Natal veeltepelmuis is de meest algemene Afrikaanse knaagdiersoort. In West Afrika draagt ze het Lassa virus, dat bij mensen een soms dodelijke hemorrhagische koorts veroorzaakt; in andere delen van Afrika draagt ze nauw verwante arenavirussen, maar deze zijn niet pathogeen voor mensen. Deze virussen zijn beperkt tot enkele geografische gebieden, gebonden aan specifieke genetische groepen van veeltepelmuizen. In Tanzania is er een contactzone tussen drie van die genetische groepen. Daarom is dit een zeer geschikt gebied om na te gaan hoe deze groepen gescheiden blijven en hoe hun virussen zich gedragen in dergelijke contact zone. Dit zal inzicht verschaffen zowel in speciatieprocessen als in de verspreiding en evolutie van Lassa virus, wat van belang is om toekomstige outbreaks te voorspellen en interventies te plannen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatiemodellering POPCAT. 01/08/2017 - 31/10/2018

Abstract

Gedurende 15 maanden wordt een onderzoek gevoerd naar mogelijke managementscenario's en de impact ervan op zwerfkatten in Vlaanderen. Het opzet is om steden en gemeenschappen een instrument te bieden dat verschillende beheersmogelijkheden voor hun gebied in kaart brengt. Hiertoe wordt het theoretische kosten-batenmodel (Høgasen et al.) aangepast aan de Vlaamse context. Het project is een samenwerking tussen het Laboratorium voor Ethologie (Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent, België – Prof. Christel Moons en Ciska De Ruyver), Odisee hogeschool (België – Els Peeters), Istituto Zooprofilattico Sperimentale (Italië – Paolo Dalla Villa), en de Universiteit Antwerpen (België – Prof. Herwig Leirs en Lucinda Kirkpatrick). Het project wordt gefinancierd door het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecologisch onderzoek naar aanleiding van de Ebola-epidemie in Likati, DRC, mei 2017 26/06/2017 - 31/12/2017

Abstract

In mei 2017 was er Ebola-outbreak in Likati, Bas-Uélé, DR Congo. In tegenstelling tot andere outbreaks was er goede informatie beschikbaar over de identiteit en activiteiten van de primary case (de persoon die de infectie kreeg uit de natuur) in de weken voordat hij ziek werd. Dit opende een mogelijkheid voor gericht ecologisch onderzoek naar het potentiële reservoir van Ebolavirus. Deze financiering liet toe dat een team van UAntwerpen en KBIN een leidende rol kon spelen in een expeditie samen met verschillende andere Congolese en internationale experten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Renforcement des capacités académiques face à la réponse et riposte aux épidémies de Monkeypox: discrimination et origine des fièvres éruptives en République Démocratique du Congo (RDC) 01/01/2017 - 31/12/2018

Abstract

Dit project is gericht op de versterking van de academische capaciteit van de universiteit van Kisangani als reactie op uitbraken van koortsepidemieën in de Democratische Republiek Congo door het opleiden van personeel en studenten in epidemiologie en epidemie management, en de uitvoering van een proefproject, gericht op het Monkeypoxvirus, met gezondheidspersoneel uit de gezondheidszone van Aketi (provincie Bas-Uele). Het project omvat een onderzoekscomponent betreffende de zoönotische oorsprong van het Monkeypoxvirus. De resultaten van dit project zullen leiden tot een verbeterde capaciteit om uitbraken van eruptieve koortsen in het land te onderzoeken en te bestrijden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De link tussen persoonlijkheid en infectierisico in natuurlijke populaties van het Afrikaanse knaagdiersoort Mastomys natalensis met het Morogoro arenavirus. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Dierlijke persoonlijkheid is het fenomeen dat gedrag consistent is in de tijd, wat betekent dat bijvoorbeeld sommige mensen altijd agressiever zijn dan anderen. Elk gedrag kan worden gedefinieerd als een persoonlijkheidskenmerk, zolang het maar herhaalbaar is in de tijd, maar persoonlijkheidstrekken zijn over het algemeen verdeeld in vijf categorieën: vrijmoedigheid, onderzoek, activiteit, agressiviteit en gezelligheid. Mensen met een sterke verkenning kunnen een grotere kans hebben om een ​​partner te ontmoeten en hebben dus bijvoorbeeld een hoog reproductief succes, maar ze kunnen ook een verhoogd risico lopen op parasieten, ziekteverwekkers en roofdieren. Deze fitness-kosten van de persoonlijkheid zijn weinig onderzocht, maar kunnen belangrijke implicaties hebben voor de ziektedynamiek. Met behulp van de natal multimammate mouse (Mastomys natalensis) - Morogoro arenavirus study system, zal ik de mogelijke verbanden tussen persoonlijkheidskenmerken, immuunsysteem en infectierisico onderzoeken. Specifiek zal ik 1) vaststellen of M. natalensis bewijs van consistente persoonlijkheidskenmerken vertoont en als enige kenmerken gecorreleerd zijn, 2) onderzoeken of gastheerspersoonlijkheidskenmerken geassocieerd zijn met virale infecties in vrijlevende populaties, 3) bepalen of er een relatie is tussen sommige persoonlijkheidskenmerken en immuunsysteemfunctie, 4) experimenteel testen of infectie de expressie van persoonlijkheidskenmerken verandert, en 5) epidemiologische modellen gebruiken om de potentiële effecten van persoonlijkheid op de dynamiek van virusoverdracht in vrijlevende populaties te onderzoeken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

PeMaTo. 01/12/2015 - 30/11/2019

Abstract

Met dit project wordt gestreefd naar een betere benutting van de nuttige organismen die in de tomatenteelt uitgezet worden als bestrijding van courante plagen zoals witte vlieg, spint en Tuta absoluta met als gevolg een duurzamer gebruik van biologische en chemische gewasbeschermingsmiddelen tegen deze plagen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een beoordeling van de relatie tussen koolstofopslag en biodiversiteit in laagland regenwoud in DR Congo. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Antropogene klimaatverandering vormt een grote bedreiging voor zowel de biodiversiteit als het welzijn van de mens. Klimaatmitigatiestrategieën zoals het UN-REDD+ programma (vermindering van emissies door ontbossing en afbraak) zijn gericht op de bescherming en verbetering van biosfeerkoolstof (C) -bestanden door het behoud van tropische regenwoudsystemen. Worden bossen echter beschermd voor hun C-bestanden, wordt de biodiversiteit dan ook behouden? Componenten van bos-BD kunnen elkaar in verschillende mate overlappen, afruilen met, of grotendeels onafhankelijk zijn van die welke ingrijpen in het C-opslagpotentieel. Studies naar de ruimtelijke congruentie van C en BD vinden geen consistente relatie. We beweren dat dit waarschijnlijk te wijten is aan de grootschalige analyse en het gebruik van enkele BD-parameters. In dit project zullen we op een fijne schaal kijken naar de relatie tussen BD en C met behulp van gegevens uit het Centraal-Congo-bekken, een ondergewaardeerde regio. Het C-bestand en verschillende soortengroepen werden bemonsterd in maximaal 21 percelen in het Yangambi-biosfeerreservaat (YBR, DR Congo). We zullen eerst 'biodiversiteit' beschrijven, een fundamenteel ongedefinieerde term, met een set BD-parameters. Verder zullen we de relatie tussen C en BD onderzoeken op zowel het niveau van de 21 studieplots als, met behulp van ruimtelijke extrapolatie, over de YBR als geheel. Ten slotte zullen we het effect van verschillende C-beschermingsstrategieën op BD beoordelen en testen of het mogelijk is om zowel C- als BD-conservering te maximaliseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Milieuvriendelijke bestrijding van knaagdieren in maïs en rijstgewassen in Oost-Afrika. 15/02/2015 - 31/01/2018

Abstract

Het doel van dit project is om duurzame strategieën te ontwikkelen voor knaagdierbeheersing voor kleinschalige landbouwers in Tanzania en Oeganda. Ecologie-gebaseerde knaagdierbestrijding maakt gebruik van kennis over de ecologie van de pestsoort met de bedoeling de door de landbouwer opgelopen schade te reduceren. Het doden van knaagdieren is daarbij geen doelstelling op zich, mmaar het gebruik van rodenticiden is evenmin uitgesloten. Dit project onderoekt de mogelijkheden vvor dergelijke knaagdierbeheersing in mais- en rijstvelden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ASCID: Antwerps Onderzoekscentrum voor Infectieziekten. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modelleren van het schaderisico voor de landbouw in Vlaanderen ten gevolge van de aanwezigheid van het everzwijn (Sus scrofa). 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

De sterke opmars van het everzwijn in het versnipperd Vlaamse landschap zorgt voor meer en meer landbouwschade. Deze problematiek staat centraal dit doctoraatsonderzoek. Een impactinventarisatie zal een eerste inzicht geven over de financiële gevolgen die gepaard gaat met schade aan landbouwgebieden door everzwijnen. Daarnaast wordt er een impactsmodel ontwikkeld zodat het mogelijk wordt in te schatten wat de eigenschappen zijn van landbouwgebieden die gevoelig zijn aan schade door everzwijnen. Ook zal er een verspreidingsmodel ontwikkeld worden zodat de toekomstige verspreiding van het everzwijn in Vlaanderen kan worden weergeven. De combinatie van deze doelstellingen zullen het mogelijk maken een risicoanalyse uit te voeren over de gevolgen van de everzwijnen voor de landbouwsector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Landschap als drijvende kracht voor evolutieve divergentie bij twee knaagdier-gebonden RNA-virussen. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De fluweelmijt Allothrombium molliculum als natuurlijke vijand van perenbladvlo (Cacopsylla pyri): fenologisch populatiemodel en integratie in boomgaardbeheer. 01/01/2015 - 31/12/2015

Abstract

De impact van A. molliculum op perenbladvlo populaties wordt bestudeerd, evenals de impact van verschillende aspecten van boomgaardbeheer op de populaties van A. molliculum. Op basis van tellingen in perenboomgaarden wordt een fenologisch populatiedynamica model van A. molliculum opgesteld. Met dit model, dat temperatuurgegevens gebruikt als input, kunnen telers nagaan of ze de timing van bepaalde beheersmaatregelen moeten aanpassen om de fluweelmijtpopulaties minimaal te schaden en tijdens gevoelige periodes te ontlasten. Zo worden de reeds aanwezige - maar meestal sterk geslonken- fluweelmijtpopulaties terug gestimuleerd en kunnen ze een waardevolle speler zijn in de strijd tegen perenbladvlo.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De populatie-ecologie van inheemse, peri-inheemse en wilde knaagdieren en hun belang voor de volksgezondheid en de pest in de Wolita en Dawro zones, Zuid- Ethiopië . 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificatie van de transmissiedynamieken van twee door knaagdieren overdraagbare virale infecties in een veranderlijke omgeving. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Voor een beter begrip van de transmissie van infecties kan een integratieve aanpak zeer nuttig zijn. Met als uiteindelijk doel het maken van stochastische, individu-gebaseerde wiskundige modellen van de overdracht van een knaagdier-overdraagbaar virus (Mopeia virus in de Afrikaanse veeltepelmuis Mastomys natalensis), gebruiken wij zowel laboratorium- als veldexperimenten om de data te verzamelen waarop de modellen gebaseerd zullen worden. Deze modellen laten dan toe om fundamentele epidemiologische theorieën te testen die tot nu toe moeilijk waren om te bewijzen maar die nu, door de unieke veldopstelling die gebruikt zal worden, toch getest kunnen worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecologie van het Lassa virus en het aanverwante arenavirus in de natuurlijke gastheer Mastomys natalensis. 01/03/2013 - 28/02/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds DFG. UA levert aan DFG de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Land- en wateronderzoek voor een duurzaam levensonderhoud in de Zuid-Ethiopische Rift Valley. 28/02/2013 - 28/05/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Naar een kennisgebaseerde bedrijfszekere duurzame beheersing van perenbladvlo in de perenteelt. 01/09/2012 - 31/12/2016

Abstract

Het project heeft als hoofddoel de geïntegreerde bestrijding van perenbladvlo substantieel te verbeteren. Hierbij wordt gestreefd naar een verhoogde natuurlijke regulatie in de periodes dat hun belangrijkste vijanden onvoldoende aanwezig zijn in de boomgaard.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Eco-evolutionaire dynamieken in natuuurlijke en anthropogene gemeenschappen (FWO Vis. Fel, Alexis RIBAS SALVADOR, Spanje) 02/01/2012 - 01/01/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gastheer-parasiet interacties tussen residente zangvogels, teken (Ixodidae) en Borrelia spirochetes. 01/10/2011 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Complexe patronen van gastheer-pathogen interactie: de rol van gedrag in de verspreiding van infecties doorheen een gestructureerde gastheerpopulatie. 01/10/2011 - 30/09/2014

Abstract

In tegenstelling to de grote, goed gemengde theoretische populaties die klassiek gebruikt worden in modellen voor de verspreiding van infecties, zijn de meeste natuurlijke gastheerpopulaties, incl. mensen, sociaal of ruimtelijk georganiseerd in verschillende groepen. Dit is belangrijk omdat de overdracht van infectie in een gestructureerde populatie ook zal afhangen van groepsdynamiek, inbegrepen connectiviteit via individuele verplaatsingen. Maar hoewel theoretische studies de effecten van populatiestructuur en connectiviteit op infectiedynamiek reeds hebben onderzocht, blijven de gedragsmechanismen die connectiviteit bepalen, grotendeels onbekend. Dit project will die fundamentele vraag naar de rol van sociale and ruimtelijke structuren in een populatie aanpakken, daarbij als model gebruik makend van builenpest (Yersinia pestis) en één van zijn belangrijkse gastheren, de woestijnrat Rhombomys opimus. Meer specifiek zal het project 1) nagaan hoe de verplaatsingen van woestijnratten, hun predatoren en andere secundaire gastheren bijdragen aan de connectiviteit binnen gestructureerde woestijnratpopulaties en of er daar systematische verschillen bestaan tussen verschillende landschappen; 2) een groot veldexperiment uitvoeren om de hypothese te testen dat deze connectiviteit de verspreiding van vlooien (en mogelijk dus van builenpest) verklaart doorheen een gestructureerde gastheerpopulatie; en 3) zoeken naar complexe maar coherente ruimtelijke patronen in de verspreiding van geïnfecteerde groepen, gebruik makend van punt-patroon analyse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effecten van toxiciteit op developmental homeostase en zijn evolutionaire gevolgen. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Ontwikkelingshomeostase is een sleutelfaktor in het evolutionaire proces. Hierdoor kan immers fenotypische consistentie worden verzekerd, ondanks omgevings- en genetische variatie, en kan genetische variatie vrijwaard worden van selektie. Ondanks een grote interesse in kanalisatie en ontwikkelingsstabiliteit, de twee voornaamste componenten van ontwikkelingsbuffering, is het mechanisme hierachter nog niet goed begrepen. Dit project stelt zich tot doel om het verband tussen de kanalisatie and ontwikkelingsstabiliteit te onderzoeken en inzicht te krijgen in hun werking, door hun variatiepatronen te bestuderen in verschillende modelsoorten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kwantificatie van de transmissiedynamieken van twee door knaagdieren overdraagbare virale infecties in een veranderlijke omgeving. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Voor een beter begrip van de transmissie van infecties kan een integratieve aanpak zeer nuttig zijn. Met als uiteindelijk doel het maken van stochastische, individu-gebaseerde wiskundige modellen van de overdracht van een knaagdier-overdraagbaar virus (Mopeia virus in de Afrikaanse veeltepelmuis Mastomys natalensis), gebruiken wij zowel laboratorium- als veldexperimenten om de data te verzamelen waarop de modellen gebaseerd zullen worden. Deze modellen laten dan toe om fundamentele epidemiologische theorieën te testen die tot nu toe moeilijk waren om te bewijzen maar die nu, door de unieke veldopstelling die gebruikt zal worden, toch getest kunnen worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutionaire biologie van arenavirus-knaagdier interacties. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

De evolutionaire interacties van gastheer-pathogeen systemen zijn fundamenteel biologisch gezien zeer interessant, maar dragen ook bij tot een beter begrip van de ecologie en epidemiologie van infecties. Het Mopeia virus (MOPV) is nauw verwant aan het voor de mens gevaarlijke Lassa virus (LASV) en heeft dezelfde knaagdier gastheer, Mastomys natalensis. MOPV is echter niet pathogeen voor de mens wat de studie van de ecologie en evolutie van deze arenavirussen in natuurlijke gastheerpopulaties vergemakkelijkt. Het doel van dit doctoraatsvoorstel is om de genetische basis van de MOPV-Mastomys natalensis interactie te achterhalen, om uiteindelijk de MOPV dynamica in termen van evolutie en populatie-ecologie in zijn gastheerpopulatie na te gaan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Puumala hantavirus variatie in heterogene omgevingen in West-Europa: de rol van ecologische factoren en de epidemiologische gevolgen. 01/10/2011 - 30/09/2012

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Internationaal congres: "11th African Mammal Symposium (ASMS)" 26/05/2011 - 31/12/2011

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De terugkeer van de Europese bever (Castor fiber) in België als een invasieve soort; ecologie en risico inschatting. 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

De Europese bever (Castor fiber) is na een afwezigheid van meer dan een eeuw illegaal geherintroduceerd in België. Ik zal nagaan welke de habitatvereisten zijn, en welke nog niet ingenomen gebieden geschikt zijn voor de bever. Vervolgens wordt geanalyseerd hoe gemakkelijk deze gebieden bereikt kunnen worden. Ook wordt er onderzocht welke riviereigenschappen bepalen of er dammen gebouwd zullen worden. Tenslotte wordt bekeken op welke plaatsen in Vlaanderen deze dammen de grootste economische schade kunnen veroorzaken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Biologie en controle van vector-overdraagbare infecties in Europa (EDENext) 01/01/2011 - 31/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geïntegreerde monitoring van het Congo-bekken voor koolstofmitigatie en biodiversiteit in bosbestanden (COBIMFO). 15/12/2010 - 31/12/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Belspo. UA levert aan Belspo de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutie van Oude Wereld arenavirussen en hun knaagdiergastheren in Afrika. 01/10/2010 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Academische steun voor de ontwikkeling van toegepast onderzoek op kleine zoogdierenplagen in DR Congo. 15/05/2010 - 14/05/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatiestructuur, transmissie en gastheerspecificiteit in een nestgebonden ectoparasiet, de teek Ixodes arboricola. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

De doelstelling van dit project is om gastheerspecialisatie en genetische populatiestructuur te onderzoeken bij een ecologisch sterk gespecialiseerde teek nl. I. arboricola. Dit project zal belangrijke nieuwe inzichten leveren in de evolutie van gastheerspecialisatie bij teken en bij parasieten in het algemeen, en de mechanismen die hierbij een rol spelen. Daarnaast zal het project meer inzicht geven in gastheerkeuze, transmissie en dispersie in een groep van ectoparasieten met hoge maatschappelijke relevantie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutionaire biologie van arenavirus-knaagdier interacties. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

De evolutionaire interacties van gastheer-pathogeen systemen zijn fundamenteel biologisch gezien zeer interessant, maar dragen ook bij tot een beter begrip van de ecologie en epidemiologie van infecties. Het Mopeia virus (MOPV) is nauw verwant aan het voor de mens gevaarlijke Lassa virus (LASV) en heeft dezelfde knaagdier gastheer, Mastomys natalensis. MOPV is echter niet pathogeen voor de mens wat de studie van de ecologie en evolutie van deze arenavirussen in natuurlijke gastheerpopulaties vergemakkelijkt. Het doel van dit doctoraatsvoorstel is om de genetische basis van de MOPV-Mastomys natalensis interactie te achterhalen, om uiteindelijk de MOPV dynamica in termen van evolutie en populatie-ecologie in zijn gastheerpopulatie na te gaan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het onderscheiden van geschiedenis en natuurlijke selectie in de co-evolutie van hantavirussen en hun knaagdiergastheren in Europa. 01/10/2009 - 30/09/2010

Abstract

Deze studie heeft als doel het achterhalen van de mechanismen verantwoordelijk voor de huidige complexe diversiteit en verspreiding bij Europese hantavirussen. Hierbij staat het ontrafelen van historische (bvb. lokale extinctie, dispersiepatronen) en evolutieve (bvb. lokale adaptatie, co-evolutie) processen centraal. Dit zal gebeuren a.d.h.v. het opstellen, analyseren en vergelijken van fylogenieën en fylogeografieën van zowel hantavirussen als hun gastheren, op basis van neutrale merkers (voor historische processen) en functionele genen (voor selectie-processen).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kost-efficiënte modellering van populatie-data voor spatiale epidemiologische studies bij extensieve veesystemen. 01/09/2009 - 31/08/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Habitat gebruik, de populatiedynamiek van knaagdieren en mogelijkheden voor de transmissie van zoönosen in agro-ecosystemen en menselijke nederzettingen in de regio van de Tiger, Noord-Ethiopië. 01/04/2009 - 31/03/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR . UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modellen van infectieziekten: ecologie van natuurlijke gastheren, ecologische verstoringen en overdracht naar de mens. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Wijzigingen in milieuomstandigheden (vb. klimaat) kunnen een invloed uitoefenen op de ecologie van infecties, via veranderende aantallen van natuurlijke gastheren of door veranderingen in de transmissiesnelheden van een infectie (rechtstreeks of via vectoren). Dit project onderzoekt dergelijke effecten, d.m.v. waarnemingen, experimenten en mathematische modellen, voor vijf geselecteerde modelsystemen (hantavirus bij woelmuizen, pest in woestijnratten, areanavirus in Afrikaanse muizen, dengue bij mensen en rotavirussen in gevaccineerde mensenpopulaties). De verworven inzichten worden gebruikt om veranderingen in de "ziektelast" te evalueren, met en zonder bestrijding.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatiedynamica- en simulatie van oorwormen in boomgaarden: densiteitsafhankelijke factoren in een populatie van generalist predatoren. 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Oorwormen, Forficula auricularia (L.) (Dermaptera, Forficulidae), zijn belangrijke predatoren in boomgaarden. Uit experimentele studies blijkt dat ze belangrijke plagen onder controle kunnen houden in zowel appel- als perenteelten. Hierbij denken we vooral aan diverse luizen en perenbladvlo. Oorwormen zouden dus een belangrijke rol kunnen spelen in de geïntegreerde fruitteelt en vormen een essentiële schakel in de biologische fruitteelt. Het probleem vormt zich echter doordat de oorwormpopulatie een grote jaarlijkse variatie vertoont in densiteiten. Hierdoor kunnen ze geen betrouwbare bijdrage leveren voor de landbouwer en blijft het praktisch nut beperkt. Om deze problematiek aan te pakken zal er een populatiemodel worden gebouwd. Hiermee kan de populatie met behulp van gevoeligheidsanalyses geanalyseerd worden, zodat kritische periodes in de levenscyclus alsook sleutelfactoren geïdentificeerd kunnen worden. Dit moet leiden tot een optimaal boomgaardbeheer, waarbij men rekening houdt met de invloed van abiotisch en biotische factoren enerzijds en de impact van menselijke ingrepen anderzijds op de oorwormenpopulatie. Er is echter te weinig relevante biologische informatie beschikbaar om een dergelijk model te maken. Met behulp van de reeds goedgekende en bestudeerde fenologie van de oorworm kan er bepaald worden welke parameters relevant zijn voor deze studie. Deze parameters vereisen een uitgebreide kennis van ontwikkelingstijden, overlevingskansen, fecunditeit en reproductiecijfers, dat kan bereikt worden door een combinatie van veld -en labo-experimenten. In dit project zal de aandacht vooral uitgaan naar densiteitafhankelijke factoren zoals parasitisme (door sluipvliegen), predatie, intra- en interspecifieke competitie. Deze factoren zijn slechts zeer summier gekend en vormen bijgevolg een groot hiaat in de noodzakelijke kennis om de populatie te modelleren en te simuleren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatie-ecologie en menselijke interacties bij in het wild levende dieren in en rond Saadani National Park. 01/10/2008 - 30/09/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studies ter inventarisatie van het reservoir van "Mycobacterium ulcerans" in de natuur en de wijze(n) van overdracht op de mens. 01/09/2008 - 31/03/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evolutionaire ecologie van arenavirus-knaagdier interacties: Mopeia virus en zijn natuurlijke gastheer, Mastomys natalensis. 01/10/2007 - 30/09/2010

Abstract

De doelstellingen van dit project zijn volgende aspecten te onderzoeken: i) ruimtelijke en temporele patronen van MV aanwezigheid in relatie tot de poulatiedynamiek van M. natalensis en omgevingsfactoren in Tanzania en ii) de rol van MV in de evolutie van de gastheerpopulaties. Meer in het bijzonder, zal ik de volgende vragen aanpakken: 1- Is er een ruimtelijk-temporeel patron in het voorkomen van MV bij M. natalensis populaties naargelang hun populatiedynamiek? 2- Welke demografische eigenschappen beïnvloeden de kans dat een individuele muis besmet is of raakt? 3- Welke biotoopkenmerken zijn gecorreleerd aan het voorkomen van MV? 4- Wat is de evolutionaire impact van MV op de gastheerpopulaties, m.n. op het MHC-polymorfisme?

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Leirs Herwig
  • Mandaathouder: Gouy de Bellocq Joëlle

Onderzoeksgroep(en)

Populatiedynamica- en simulatie van oorwormen in boomgaarden: densiteitsafhankelijke factoren in een populatie van generalist predatoren. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Oorwormen, Forficula auricularia (L.) (Dermaptera, Forficulidae), zijn belangrijke predatoren in boomgaarden. Uit experimentele studies blijkt dat ze belangrijke plagen onder controle kunnen houden in zowel appel- als perenteelten. Hierbij denken we vooral aan diverse luizen en perenbladvlo. Oorwormen zouden dus een belangrijke rol kunnen spelen in de geïntegreerde fruitteelt en vormen een essentiële schakel in de biologische fruitteelt. Het probleem vormt zich echter doordat de oorwormpopulatie een grote jaarlijkse variatie vertoont in densiteiten. Hierdoor kunnen ze geen betrouwbare bijdrage leveren voor de landbouwer en blijft het praktisch nut beperkt. Om deze problematiek aan te pakken zal er een populatiemodel worden gebouwd. Hiermee kan de populatie met behulp van gevoeligheidsanalyses geanalyseerd worden, zodat kritische periodes in de levenscyclus alsook sleutelfactoren geïdentificeerd kunnen worden. Dit moet leiden tot een optimaal boomgaardbeheer, waarbij men rekening houdt met de invloed van abiotisch en biotische factoren enerzijds en de impact van menselijke ingrepen anderzijds op de oorwormenpopulatie. Er is echter te weinig relevante biologische informatie beschikbaar om een dergelijk model te maken. Met behulp van de reeds goedgekende en bestudeerde fenologie van de oorworm kan er bepaald worden welke parameters relevant zijn voor deze studie. Deze parameters vereisen een uitgebreide kennis van ontwikkelingstijden, overlevingskansen, fecunditeit en reproductiecijfers, dat kan bereikt worden door een combinatie van veld -en labo-experimenten. In dit project zal de aandacht vooral uitgaan naar densiteitafhankelijke factoren zoals parasitisme (door sluipvliegen), predatie, intra- en interspecifieke competitie. Deze factoren zijn slechts zeer summier gekend en vormen bijgevolg een groot hiaat in de noodzakelijke kennis om de populatie te modelleren en te simuleren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geografisch modelleren van de verspreiding van builenpest in Afrika: een ecologische studie op verschillende schaalniveaus. 01/01/2007 - 31/12/2008

Abstract

Builenpest, een zoönotische ziekte die natuurlijk voorkomt in kleine zoogdieren als gastheer en wordt overgedragen door vlooien (als vectoren), vormt nog steeds een bedreiging voor de mens in verscheidene gebieden wereldwijd. Hoewel de ziekte veroorzaakt wordt door slechts één bacterie, m.n. Yersinia pestis, is de levenscyclus en de ecologie ervan zeer complex en, tot op heden, nog niet volledig begrepen. Deze studie beoogt een significante bijdrage te leveren aan het begrijpen van de mechanismen die verantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van builenpest in bepaalde gebieden. Verder tracht deze studie onderliggende ecologische factoren te bepalen die het ruimtelijk voorkomen van builenpest beïnvloeden en potentiële risicogebieden voor pest in Afrika af te bakenen. Er is echter weinig houvast voor het formuleren van duidelijke hypotheses en het vastleggen van een eenduidige schaal waarop gewerkt moet worden. Daarom wordt geopteerd om op drie verschillende schaalniveaus te opereren. In de eerste plaats zal het raadsel "pest" benaderd worden op het niveau van het continent Afrika, dat de laatste tientallen jaren getroffen wordt door de overgrote meerderheid (meer dan 90%) van alle ziektegevallen. Het probleem zal benaderd worden aan de hand van een eerder recente techniek in de studie naar de ecologie en systematiek van overdraagbare ziekten, m.n. Ecological Niche Modeling (ENM). Zo zal getracht worden een brede kijk te krijgen op de ruimtelijke en ecologische verspreiding van menselijke ziektegevallen. Ecologische niches en potentiële verspreidingsgebieden zullen gemodelleerd worden gebruik makend van het Genetic Algoritm for Rule-set Prediction (GARP). Hiervoor zijn twee soorten data nodig; enerzijds gegevens die geheel Afrika bedekken en die informatie bevatten over verschillende omgevingsvariabelen (bijvoorbeeld hoogte, landbedekking/-gebruik, meteorologische data) en anderzijds, gegevens die informatie bevatten over de aanwezigheid van pest in bepaalde gebieden in Afrika (meer bepaald plaats, tijdstip en aantal menselijke pestgevallen per gebied). In eerste instantie zal deze informatie bijeengezocht en verzameld worden in een GIS databank, om er vervolgens ENM op toe te passen. Vervolgens zal het onderzoek verder worden toegespitst op twee endemische pestgebieden, m.n. Lushoto district (Tanzania) en Ituri district (Democratische Republiek Congo). Er zal gewerkt worden op dezelfde wijze als op continentaal niveau, behalve dat de schaal en de inputdata verschillend zullen zijn. Uiteindelijk zal opnieuw verder ingezoomd worden, meer bepaald op enkele pestvrije en met pest besmette dorpen in Lushoto. Abiotische (o.a. bodem- en klimaateigenschappen) en biotische (species van kleine zoogdieren en hun vlooien) eigenschappen van de dorpen zullen worden verzameld en vergeleken, teneinde dieperliggende omgevingsvariabelen die (mede-)bepalend zijn voor het ruimtelijk voorkomen van pest te achterhalen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Seksuele selectie in hermafrodiete landslakken (Gastropoda, Pulmonata, Succineidae). 01/10/2006 - 30/09/2009

Abstract

Dit project maakt gebruik van de landslak Succinea putris om een aantal recente hypothesen te testen rond seksuele selectie en 'sperm-trading' bij hermafrodiete dieren: 1) individuen schatten de kwaliteit van hun partner in zelfs tijdens de kopulatie, 2) individuen veranderen de fysiologie van hun partner om hun fertilizatiekansen te verhogen, 3) individuen alloceren meer naar mannelijke organen bij hogere populatiedensiteiten en 4) reciproke sperma-overdracht leidt niet noodzakelijk tot reciproke bevruchting.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Seksuele conflicten, parasieten en de evolutie van paarsystemen bij waterjuffers. 01/10/2006 - 31/07/2009

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het aanpassingsvermogen van kleine zoogdieren aan nieuw gevormde habitaten in gefragmenteerd tropisch regenwoud: ecologische en genetische achtergronden. 01/10/2006 - 30/09/2008

Abstract

Een eerste vereiste zal zijn om de kleine zoogdierfauna van de gewijzigde gebieden rond Kisangani grondig taxonomisch te beschrijven. De regenwoudfauna bevat een aantal cryptische of zelfs nog niet beschreven vormen. Een gedetailleerde taxonomische studie van de kleine zoogdieren in de antropogene gebieden en een vergelijking met de oorspronkelijke fauna moet dan ook toelaten om uit te maken welke exact de soorten zijn die zich met succes hebben kunnen handhaven onder de gewijzigde biotoopsomstandigheden. De tweede doelstelling is om de dynamiek, demografie en life-history eigenschappen te vergelijken van de populaties in de antropogene gebieden met de conspecifieke populaties in het regenwoud. Dit werk zal gebaseerd zijn op vangst-hervangststudies. De derde doelstelling is om van de beschreven soorten de genetische structuur na te gaan en opnieuw te vergelijkingen met die van dezelfde soorten in het regenwoud. Hierbij zal gekeken worden naar de genetische variatie op populatieniveau binnen het regenwoud en de secundaire graslanden, de structurering van de populatie, het voorkomen van eiland- of foundereffecten, de uitwisseling van genetisch materiaal met naburige populaties in oorspronkelijke en antropogene biotopen met daarbij de vraag in hoeverre de populaties in de savannes autonoom functioneren, dan wel telkens terug aangevuld worden uit omgevende regenwoudpopulaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

De rol van ontwikkelings homeostasis op het evolutionair potentieel van een complex kenmerk: de schedel van de veeltepelmuis (Mastomys natalensis) als modelsysteem. 01/07/2006 - 31/12/2010

Abstract

Morfologische ontwikkeling wordt beïnvloed door deterministische (omgeving en genotype) en stochastische (ontwikkelingsstabiliteit en kanalisatie) processen. Deze laatste vormen een potentiële een maat voor stress en kunnen een belangrijke rol spelen in evolutionaire processen. Tijdens dit onderzoek zal nagegaan worden in welke mate ontwikkelingsstabiliteit en kanalisatie in de schedel dalen met voedselstress bij de veeltepelmuis (Mastomys natalensis), en in welke mate deze stochastische processen een genetische basis hebben.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Dynamiek van knaagdieren en schade door regengewassen in Tigray, Noord-Ethiopië: ontwikkeling en evaluatie van beheersstrategieën voor knaagdieren. 01/04/2006 - 31/03/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een ecologische verklaring voor de ruimtelijke concentraties van een zoönotische parasietinfectie, builenpest, in Lushoto, Tanzania. 01/01/2006 - 31/12/2009

Abstract

De studie is opgezet als een vergelijking tussen de omgeving van de vijf focale dorpen met de hoogste frequentie en incidentie van pest, en vijf dorpen in de onmiddellijke ongeving maar met weinig tot geen pestgevallen. De keuze van de "negatieve" dorpen gebeurt na een eerste stap van "ecological niche modelling" waarbij dan negatieve dorpen gekozen worden die zo goed mogelijk gelijken op de focale dorpen. Dit werk zal gebeuren over het hele gebied van het district (ruwweg 40+x40 km), in een georeferenced GIS-database. Daarna worden in de geselecteerde positieve en negatieve dorpen gegevens verzameld over fysische en chemische gegevens. Samen met de andere gegevens in de GIS-database, en de reeds bestaande gegevens over het gedrag van de inwoners in de streek, zal deze informatie dan dienen om de gebieden met en zonder builenpest te vergelijken m.b.t. faunasamenstelling, bodem en microklimaat eigenschappen en connectiviteit van landschapselementen die geschikt zijn voor knaagdieren en vlooien.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Moleculaire fylogenie van Mastomys natalensis: een evolutief kader voor het begrijpen van door knaagdieren overgedragen ziekten. 01/01/2006 - 31/12/2006

Abstract

Deze studie zal een evolutief kader uitbouwen voor gastheer-pathogeen interacties van door knaagdieren overgedragen ziekten. De fylogeografie van de Afrikaanse veeltepelmuis M.natalensis, gastheer voor veel verschillende pathogenen waaronder de arenavirussen, zal onderzocht worden aan de hand van genetische merkers. De resultaten zullen toelaten van de relaties tussen Mastomys populaties te reconstrueren en de co-evolutie tussen M.natalensis en arenavirussen na te gaan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van knaagdieren en insectivoren in de epidemiologie van mycobacteriële infecties in Afrika. 01/10/2005 - 16/02/2010

Abstract

Om de rol van knaagdieren en insectivoren bij de epidemiologie van mycobacteriële infecties in Afrika te bepalen, wordt een groot aantal kleine zoogdieren gevangen op plaatsen in Tanzania waar mycobacteriële infecties werden waargenomen bij mens en vee. Verschillende organen worden getest dmv cultuurmethoden, PCR en zuurvaste kleuring. De geïsoleerde mycobacteriën worden vergeleken met voorheen geïsoleerde mycobacteriën bij mens en vee.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Populatiedynamica van oorwormen in boomgaarden: optimalisatie van de aanwezigheid van een essentiële predator. 01/07/2005 - 30/06/2009

Abstract

Oorwormen zijn belangrijke algemene predatoren in boomgaarden. Uit experimentele studies blijkt dat ze belangrijke plagen onder controle kunnen houden in zowel appel- als perenteeIten. Hierbij denkt men vooral aan de diverse luizen en de perenbladvlo. De mogelijke schade die ze aanrichten, voornamelijk vruchtvervuiling door uitwerpselen, is minimaal vergeleken, met hun efficientie in p1aagcontrole. Oorwormen zouden dus een belangrijke rol kunnen spelen in de ge'integreerde fruitteeIt en vormen een essentiele schakel in de biologische fruitteelt. V ooral de biotel rs trachten oorwormen aan te trekken in de boomgaarden, bv. door het aanbieden van kunstmatige schuilplaatsen. Toch blijft het praktische nut van oorwormen eerder beperkt daar telers er meestal niet in slagen stabiele populaties op te bouwen. Het voorliggende projectvoorstel behelst het uitwerken van beheersstrategieen voor populaties van oorwormen in fruitboomgaarden. Oorwormen hebben een eenjarige levenscyclus waardoor elke nadelige ingreep de populatie voor de rest van het jaar schaadt, en mogelijke repercussies heeft voor de volgende jaren. De onderzoeksgroep voorziet eerst een kwantitatieve populatiebiologische studie van de oorwormen gedurende het hele seizoen met voor elk levensstadium relevante staalnametechnieken, om deze gegevens te correleren aan de diverse beheersmaatrege1en die in de boomgaarden uitgevoerd worden. Het beheer van boomgaarden omhelst echter een complexe hoeveelheid parameters waarbij men de relatieve impact nooit experimenteel kan testen (te talrijke en tijdrovende proeven). De gegevens zullen dan ook verwerkt worden in een mathematisch model waarin sne1 de meest essentiele parameters kunnen worden ge'identificeerd en geevalueerd. Dit biedt de mogelijkheid om valabele beheersstrategieen uit te werken die men dan in een realistisch aantal veldexperimenten kan uittesten. De resultaten van dit onderzoek zullen in de eerste plaats praktische oplossingen bieden om de plaagcontrole in biologische boomgaarden te verhogen, maar zullen eveneens toepasbaar zijn om de bijdrage van oorwormen in ge'integreerde teelten te verhogen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Morfologische en moleculaire karakterisatie van enkele Oost Afrikaanse muizengeslachten (Mastomys, Arvicanthis en Lophuromys). 01/04/2005 - 30/09/2005

Abstract

Hoewel sommige Afrikaanse muizensoorten ziektekiemen verspreiden en/of oogsten van Afrikaanse landbouwers vernielen, is de taxonomische kennis van deze soorten beperkt. Dit project beoogt een gecombineerde craniometrische en genetische studie van een aantal pestsoorten. Deze informatie wordt gebruikt voor het aanvullen van een systeem van 'DNA-barcodes', waardoor dieren snel en correct zullen kunnen worden geïdentificeerd en bijgevolg doeltreffender bestreden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nieuwe ziekten in een veranderende Europese omgeving (EDEN). 01/11/2004 - 31/05/2010

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een bio-economisch model voor de beheersing van knaagdierschade in Afrika : een regionale oplossing voor lokale problemen ? 01/10/2004 - 30/09/2008

Abstract

Mastomys muizen zijn de belangrijkste knaagdierplaag in Afrika. Een bestaand, maar plaatsgebonden bio-economisch model zal in samenwerking met lokale landbouwers getest worden op het veld. Regionale variatie in populatiedynamiek zal in het model geïncorporeerd worden door demografische analyse van reeds bestaande vangst-hervangst data uit 4 landen. Het finale model zal de mogelijkheid bieden economisch voordelige controlestrategieen te formuleren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De rol van knaagdieren in de epidemiologie van mycobacteriële ziekten in Afrika. 01/10/2004 - 30/09/2005

Abstract

Mycobacteriën kunnen allerlei ziekten veroorzaken, o.a. lepra, tuberculose en Buruli ulcer. Vanwege het stijgend aantal HIV-positieve patiënten, voornamelijk in de ontwikkelingslanden, is de controle van dergelijke mycobacteriële ziekten heel belangrijk. Knaagdieren kunnen een reservoir zijn voor mycobacteriën en daardoor een bron van infectie voor mens en vee. Het is echter nog niet duidelijk wat de verspreiding is van mycobacteriële infecties bij knaagdieren en wat hun rol is bij de overdracht van de infectie naar mensen. Een beter inzicht in de rol van knaagdieren zal belangrijke informatie opleveren voor het begrijpen van de epidemiologie van mycobacteriële aandoeningen in dichtbevolkte gebieden, onder omstandigheden met een relatief laag niveau van openbare hygiëne, zoals rond zich snel uitbreidende Afrikaanse steden. In dit onderzoek zal getracht worden om de mycobacteriële flora van knaagdieren in en rond een Afrikaanse stad te inventariseren. De bekomen stammen zullen worden vergeleken met behulp van moleculaire technieken met de mycobacteriën die in de humane populatie, en bij vee, worden aangetroffen. Eerdere studies richtten zich enkel of op mensen, of op dieren, en onderzoek naar natuurlijke reservoirsoorten is zo goed als onbestaande. De veterinaire component wordt ingesloten enerzijds omwille van het economisch belang van de veestapel zelf, maar vooral omwille van het feit dat vee een algemene infectiebron is voor zoönotische tuberculose bij de mens. Het uiteindelijke objectief is om door een beter begrip van de ecologie van deze infecties tot een betere beheersing van de ziekte met meer efficiënte controlestrategieën te komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De knaagdierfauna in Kisangani: patrimonium, plaagsoorten en pilootfunctie. 01/03/2004 - 28/02/2009

Abstract

Het project wil de Universiteit van Kisangani de mogelijkheid bieden om haar internationale contacten (terug) op te bouwen. Dit zal gebeuren met een pilootproject binnen het departement biologie waar onderzoek zal gebeuren naar de biodiversiteit van knaagdieren in de omgeving van Kisangani, de veranderingen in deze fauna ten gevolge van ontbossingsactiviteiten en de rol die knaagdieren spelen als plaagsoorten in landbouw. De verwachting is dat dit project, naast de eigen inhoudelijke waarde, ook de nieuwe dynamiek steunt binnen UNIKIS.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Demografische en populatiedynamische modellen voor kleine knaagdieren in semiaride gebieden. 01/01/2004 - 31/12/2005

Abstract

Gedurende tientallen jaren reeds zijn er discussies tussen ecologen over het relatieve belang van (densiteitsonafhankelijk) omgevingsfactoren en (densiteitsafhankelijke) terugkoppelingsmechanismen in populatiedynamiek. Kleine zoogdieren zijn intensief bestudeerd in dat verband, onder stimulans van de opmerkelijke cycli die worden waargenomen bij lemmingen en woelmuizen in holarctische gebieden. In meer zuidelijke gebieden zijn knaagdierpopulaties niet cyclisch, en deze kregen minder aandacht. Populatieexplosies in westelijk Zuid-Amerika en oostelijk Africka (zoals bij de bladoormuis Phyllotis darwini en de veeltepelmuis Mastomys natalensis) zijn sterk gecorreleerd met jaren met ongewoon overvloedige regenval. De populatie-dynamische patronen verschillen echter sterk tussen deze soorten. Beiden reageren ze positief op neerslagperioden, maar er zijn belangrijke verschillen in de seizoenale structuur van de densiteitsafhankelijke en -onafhankelijke processen. Bij de Afrikaanse veeltepelmuis zijn de densiteitsafhankelijke processen van eerste orde, wat een onmiddellijk effect van densiteit op populatiegroei suggereert. Het bestaat van uitgestelde densiteits-afhankelijkheid bij de bladoormuis in Chili impliceert een trofische interactie met predatoren. Om de gevolgen van deze verschillen te begrijpen zullen we nagaan hoe demografische processen reageren op omgevingsvariatie in populaties met een verschillende graad van densiteitsafhankelijkheid. We zullen ook nagaan hoe de populatiegroei functioneel afhangt van de mate van variatie in demografische parameters.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voortbestaan en evolutie van intrasexueel kleurpolymorfisme bij waterjuffers. 01/10/2003 - 30/09/2006

Abstract

Alhoewel sexuele variatie traditioneel begrepen wordt als alle aanwezige verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes, is het resultaat van evolutie dikwijls de coëxistentie van verschillende reproductieve vormen binnen één geslacht. Het samen voorkomen van verschillende mannelijke kleurvormen is veelal goed begrepen, in tegenstelling tot vrouwelijke kleurpolymorfismen. Typisch voor vrouwelijke kleurvormen bij waterjuffers, is dat één van de vrouwelijke vormen gekleurd is zoals het conspecifieke mannetje, terwijl de andere kleurvormen verschillend zijn. Terwijl één groep van onderzoekers veronderstelt dat man-achtige vrouwtjes functionele mannelijke-nabootsers zijn, gaan andere onderzoekers ervan uit dat mannetjes preferentieel paren met de meest algemene vrouwelijke kleurvorm in de populatie. Zowel experimentele als veldstudies (op basis van verschillende semi-natuurlijke populaties die verschillen in densiteiten en frequenties) ondersteunen een verband tussen de populatiecondities (densiteiten, sex ratio's en frequenties van vormen) en de fitness (overleving, paarsucces) van een vorm. De coëxistentie van verschillende vrouwelijke kleurvormen kan echter enkel verklaard worden indien de vormspecifieke fitness wijzigt bij het optreden van fluctuaties in de populatiecondities. Tot op heden ontbreekt het nagenoeg aan informatie over ruimtelijke en temporele variatie in populatiecondities en gerelateerde vormspecifieke fitness kosten en baten. Onze kennis is nog beperkter indien we het ontstaan, het voorbestaan en het verdwijnen van verschillende vrouwelijke kleurvormen wensen te begrijpen. Een geschikte methode voor het verwerven van inzichten in de evolutie van vrouwelijk kleurpolymorfisme is het vergelijken van nauwverwante soorten met gekende fylogenetische relaties. Indien soorten verschillen in aan-/afwezigheid van meerdere vrouwelijke vormen en in ecologie, dan kan de studie van de fylogenetische stamboom evolutionaire inzichten opleveren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Matching fund bij Europees project "Prevention of sanitary risks linked to rodents at the rural/peri-urban interface". 01/10/2003 - 31/12/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gastprofessoraat Stephen DAVIS 01/08/2003 - 31/07/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Prevention of sanitary risks linked to rodents at the rural/peri-urban interface. (RATZOOMAN) 01/01/2003 - 30/06/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkelen van een moleculaire gegevensbank voor de forensische identificatie van Afrikaanse kleine zoogdieren. 01/01/2003 - 31/12/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Organisatie 9th Benelux Congres of Zoology (8-9 november 2002). 01/12/2002 - 31/12/2002

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    BOF-Postdoctoraal mandaat (opvangkrediet) t.b.v. H. VAN GOSSUM 01/10/2002 - 30/09/2003

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Densiteitsafhankelijke dispersie en overleving bij de veeltepelmuis Mastomys natalensis: beschrijvende, experimentele en modelmatige aanpak. 01/06/2002 - 30/09/2004

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Ecologie van een knaagdiersoort met populatie-explosies: een moleculaire aanpak voor het onderzoeken van interne en externe factoren in populatiedynamiek. 01/02/2002 - 31/03/2004

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Gene flow en effectieve populatiegrootte in niet-evenwichtssituaties. 01/01/2001 - 31/12/2004

      Abstract

      Het behoud van genetische variatie is een cruciale doelstelling in het lange-termijnbeheer van vrijlevende populaties. Schattingen van effectieve populatiegrootte en gene flow zijn vaak gebaseerd op assumpties over evenwicht tussen mutatie, gene flow en drift, en niet toepasbaar op sterk fluctuerende of afnemende populaties. In dit project worden tijdreeksen van genetische stalen van vogels en zoogdieren gebruikt om methodes uit te testen die genetische parameters berekenen in niet-evenwichtscondities.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Studie van de genetische variatie en gevolgen van inteelt in geïsoleerde vertebratenpopulaties met behulp van microsatelliet DNA merkers. 01/01/1997 - 31/12/2000

      Abstract

      De objectieven van dit project zijn (1) het kwantificeren van relaties tussen habitatfragmentatie, dispersie en genetische variatie, en (2) onderzoeken wat de relatie is tussen de genetische variatie in een populatie en de individuele fitness. Meer specifiek wensen we de hypothese te testen die zegt dat een verhoging van verwantschap tussen individuen ten gevolge van inbreeding een vermindering van het reproductief succes tot gevolg heeft en wat hiervan de gevolgen zijn op de dynamiek van de populatie.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Dispersiedynamiek bij knaagdieren. 01/07/1996 - 31/12/1997

        Abstract

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Vestigingssucces van immigranten in een populatie bosmuizen (Apodemus sylvaticus). 01/05/1996 - 30/04/1998

          Abstract

          Het voorgestelde project kadert in het onderzoek naar dispersiefenomenen bij knaagdieren. Immigranten die binnenkomen in een populatie kunnen terug vertrekken, zich vestigen (met wisselend succes) of sterven. Met klassieke vangstmethoden is het echter niet mogelijk deze processen te onderscheiden en hun verloop te volgen. Met behulp van een nieuwe techniek die automatisch registreert welke dieren de populatie binnenkomen of verlaten en d.m.v. radio-telemetrie zal dit wel mogelijk zijn.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)