Onderzoeksgroep

Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Expertise

Sinds meer dan 30 jaar voer ik vooral veld-ecotoxicologisch onderzoek uit naar de bio-beschikbaarheid en de effecten van micropolluenten op zowel aquatische als terrestrische organismen. We kijken daarbij vooral naar de effecten van omgevingsfactoren zoals pH, temperatuur, zoutgehalte etc. op de opname en accumulatie van metalen en organische micropolluenten. Bijzondere aandacht gaat sinds een aantal jaren naar perfluorverbindingen (PFAS). In het laboratorium hebben we de capaciteit om metalen en PFAS te meten, tot zeer lage concentraties, zowel in omgevingsstalen (water, bodem, sediment) als in biota (allerhande terrestrische en aquatische organismen). Effecten worden bestudeerd voornamelijk op het organismaal niveau en op het niveau van de levensgemeenschap. Voor de studie naar andere micropolluenten (bv PCB's, vlamvertragers, pesticiden,..) werken we samen met andere laboratoria binnen en buiten de UAntwerpen. Recent zijn we gestart met onderzoek naar de verspreiding en de effecten van microplastics in het aquatische milieu. Tenslotte wordt ook naar de effecten van "natuurlijke" componenten zoals nutriënten, gekeken op het niveau van aquatische levensgemeenschappen.

Invloed van bodemeigenschappen op de sorptie van per- en polyfluoralkylverbindingen aan bodem en de biobeschikbaarheid en bioaccumulatie in terrestrische biota. 01/10/2020 - 30/09/2023

Abstract

De aandacht naar de groep van per- en polyfluoralkylverbindingen, PFAS, chemische verbindingen die sinds 1940 in hoge mate geproduceerd zijn voor toepassingen zoals voedselverpakkingen, is sinds 2000 toegenomen. PFAS zijn globaal verspreid in het milieu als gevolg van hun productie en toepassingen. Ondanks beleidsmaatregelen voor perfluorooctaan sulfonzuur (PFOS) en perfluorooctanoaat (PFOA), de meest gedetecteerde PFAS, zijn er zorgen over vele andere PFAS, met vergelijkbare structuren en eigenschappen, die niet gereguleerd zijn. Bodems zijn de basis van de terrestrische voedselketen en PFAS opname vanuit vervuilde bodems zorgt voor blootstelling bij mensen. Er is echter veel onduidelijkheid over het gedrag van PFAS in bodems en de beschikbaarheid voor en accumulatie in biota. Het doel van mijn onderzoek is om de rol van bodemeigenschappen en temperatuur op de opname en verspreiding van PFAS in het terrestrische milieu te onderzoeken. Beschrijvende studies, in de omgeving van een fluorchemische fabriek, zullen ons een overzicht verschaffen van de concentraties van oude, nieuwe en onbekende PFAS in de terrestrische voedselketen en de invloed van bodemeigenschappen op deze concentraties. Experimentele studies zullen causale verbanden onderscheiden van verstorende factoren in het veld, en ook om de opname en effecten te bestuderen in invertebraten en planten. Deze studie zal beleidsmakers helpen om nieuwe PFAS criteria voor bodems op te stellen, ofwel om huidige bij te stellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Van exposoom tot effectbeoordeling van contaminanten in humane en dierlijke modellen (EXPOSOME) 01/01/2020 - 31/12/2025

Abstract

We will develop a pioneering holistic framework based on innovative approaches to explore the human exposome in terms of exposure leading to adverse effects with a focus on endocrine-modulated neurological and metabolic disorders by: i. Identifying and characterizing the exposure sources of relevant chemicals in the context of the xposome framework; ii. developing and applying in silico, in vitro and in vivo human and animal models to investigate the absorption, distribution, metabolism, and excretion processes after exposure to chemicals; iii. setting up relevant clinical/epidemiological exposure-wide association studies to better understand the associations between exposure and neurological and metabolic disorders in longitudinal and (nested) casecontrol cohorts and including birth cohorts to understand transgenerational mechanisms; iv. using targeted and untargeted omics techniques (e.g. metabolomics and transcriptomics) in human and animal biological systems to aid data-driven discovery of causal factors for adverse health effects; v. linking exposure to mixtures by integrating exposome research with the adverse outcome pathway concept, a novel toxicological framework structuring the cascade of biological events from an initial molecular-level perturbation of a biological system to an adverse health outcome

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CALI - vang het licht op. 01/01/2020 - 31/12/2021

Abstract

Het aangevraagde toestel is de Tecan SPARK®, a multimodale microplaat lezer. Dit toestel kan tot 384 well microtiter platen lezen in verschillende modi. Uitgerust met verschillende monochormators kan het de optische densiteit, verschillende fluorescentie modi en luminescentie meten. Het toestel is uitgerust met een incubator-schudder tussen 18°C en 42°C. In tegenstelling tot vele andere, op de markt aangeboden plaatlezers, is dit toestel in staat om de kwaliteit en kwantiteit van nucleïnezuren en eiwitten in zeer lage volumes van 2 microliter te meten en dit simultaan op 16 stalen. Het aangevraagde toestel is een modulair systeem dat toekomstige uitbreidingen toelaat met flash injectors, meerdere gestapelde platen met automatische deksel opheffing enz. Prof. L. Bervoets (promotor), prof. G. De Boeck en prof. H. Svardal (co-promotoren) werken in de SPHERE groep op de effecten van milieustressoren, zowel natuurlijke als antropogene, op de groei, prestaties en conditie van aquatische en terrestrische organismen en dit zowel in vivo als in vitro met de nadruk op de onderliggende mechanismen en ecologische relevantie. Prof. E. Prinsen (co-promotor) en de IMPRES groep bestuderen plant stress en energiemetabolisme, acclimatisatiemechanismen en de modellering van bladgroei en de rol van plantenhormonen hierin. Al deze teamleden hebben een toenemende nood aan in vitro assays om de enzymatische activiteit te meten evenals verschillende andere biomerkers zoals hormonen en celmetabolieten. De vergevorderde mogelijkheden van het SPARK® toestel biedt verschillende voordelen t.o.v. het huidige instrumentarium (> 10 jaar oud) van de onderzoeksgroepen, waaronder fluorescentie modules, luminescentie, scanning module, enz.). Bovendien is de koelcapaciteit van de incubator een unieke eigenschap. Deze koelfaciliteit is zeer belangrijk voor het onderzoek van de onderzoeksgroepen: SPHERE voert voornamelijk onderzoek uit in het aquatische milieu en IMPRES op planten in een gematigd klimaat dus is het noodzakelijk om de assays uit te kunnen voeren bij temperaturen die lager zijn dan kamertemperatuur.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek relatie waterbodem-oppervlaktewater. 19/12/2019 - 19/12/2021

Abstract

Waterbodems in Vlaanderen zijn op verschillende locaties erg verontreinigd. In het kader van de Europese regelgeving (Kaderrichtlijn Water) is het belangrijk om de impact van deze verontreiniging op het aquatische ecosysteem na te gaan. Binnen dit project wordt de mogelijke invloed van waterbodemverontreiniging op de waterkwaliteit en ecologische doelen van het ecosysteem in kaart gebracht. Het project bestaat uit een literatuurstudie, veldmetingen en experimenten en het uitwerken van een beleidskader voor Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een biomonitoring tool om de risico's in te schatten van perfluoralkaanzuren (PFAAs) via consumptie van zelf-geteeld voedsel. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Perfluoralkaanzuren (PFAAs) zijn een diverse familie van anthropogene chemicaliën met unieke fysicochemische eigenschappen die geleid hebben tot talrijke toepassingen. Hun brede toepassingen en bio-accumulatie potentieel hebben ertoe geleid dat ze wereldwijd voorkomen en gemeten worden in alle mogelijke biota, inclusief de mens. Gedurende het laatste decennium is de populariteit om zelf groenten te kweken en het houden van kippen voor hun eieren sterk toegenomen, zowel in rurale als stedelijke gebieden en zelfs dicht bij industrie. Nochtans kunnen PFAAs zich opstapelen in de voedselketen omdat ze zo wijdverspreid voorkomen en uit studies blijkt dat voedsel de belangrijkste opnameroute is. Ondanks het wijdverspreid voorkomen en gekende bio-accumulatie potentieel van PFAAs, bestaat er nog steeds geen overzicht van de spatiale distributie en de mate van blootstelling via voedsel. Het is echter zeer belangrijk om deze hiaten in de kennis te dichten om de gezondheidsrisico's verbonden aan PFAA blootstelling te achterhalen. Daarom zijn de doelstellingen van dit onderzoeksvoorstel (I) accumulatie nagaan van PFAAs in eieren en groenten uit privétuinen, (II) ontwikkeling van een monitoring tool dat de risico's inschat van de consumptie van zelf-geteeld voedsel, (III) nieuwe inzichten blootleggen over de toxische eigenschappen en effecten van PFAAs in kippen en (IV) onderzoeken of PFAA concentraties in voedsel de gezondheidskundige toetsingswaarden voor humane consumptie overschrijden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monsternemingen en analyses in het kader van het meetnet bioaccumulatie van het Vlaamse Gewest. 13/08/2019 - 12/08/2022

Abstract

Aquatische ecosystemen en waterlichamen staan onder constante stress van chemische polluenten, voornamelijk van menselijke oorsprong. Hoge concentraties kunnen potentieel schadelijk zijn voor aquatische ecosystemen en toxisch voor mensen. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht lidstaten ertoe om chemische componenten in oppervlaktewater te monitoren. Een set van milieukwaliteitsnormen werd opgesteld om de omgeving te beschermen tegen nadelige effecten van toxische stoffen. Over het algemeen zijn de meeste van deze chemische componenten te meten in water- of sedimentstalen. Sterk hydrofobe/lipofiele componenten, echter, zijn omwille van hun slechte oplosbaarheid in water, erg moeilijk te meten in water. Daarom stelde de KRW biota milieukwaliteitsnormen (biota MKN) op voor 11 prioritaire componenten en hun derivaten. Deze normen dienen gemonitord te worden in vis en zoetwaterbivalven (biota). In de huidige studie werd bioaccumulatie van hexachlorobenzeen (HCBz), hexachlorobutadieen (HCBd), kwik (Hg), gepolybromineerde difenyl ethers (PBDE), hexabromo-cyclododecaan (HBCD), perfluoro-octaansulfonaat (PFOS) en verbindingen, dicofol, heptachloor en heptachloorepoxide, en dioxines en dioxine-achtige componenten gemeten in het spieweefsel van baars (Perca fluviatilis) en paling (Anguilla anguilla) afkomstig uit verschillende Vlaamse waterlopen. Fluorantheen en benzo(a)pyreen werden gemeten in driehoeksmossel (Dreissena polymorpha) en quaggamossel (Dreissena bugensis), met behulp van actieve biomonitoring. Op elk meetpunt kon minstens één van beide vissoorten gevangen worden. Voor fluorantheen werd een overschrijding van de biotanorm geobserveerd in enkele van de meetpunten in driehoeksmossel, voor benzo(a)pyreen waren er enkele overschrijdingen voor zowel driehoeks- als quaggamossel. Dioxine concentraties overschreden de biotanorm op 4 meetpunten in het spierweefsel van paling. Voor PFOS werd een overschrijding van de biota MKN gedetecteerd op nagenoeg elke locatie, in beide vissoorten. De biota MKN voor kwik en PBDE werd overschreden op elk meetpunt in beide vissoorten. In één pool lag de PBDE concentratie onder de rapportagegrens, wat nog steeds 10 keer hoger is dan de biota MKN. Concentraties van HCBd en dicofol lagen telkens onder de rapportagegrens. Daarnaast werden geen overschrijdingen van de norm gevonden voor HCBz en HBCD. Voor heptachloor lagen alle metingen onder de rapportagegrens (40 keer hoger dan de biota MKN), cis-heptachloorepoxide overschreed deze rapportagegrens op alle locaties behalve één in het spierweefsel van paling en op 3 locaties in het spierweefsel van baars. Een algemene trend van hogere concentraties per versgewicht in paling dan in baars werd waargenomen. Na een correctie op basis van vetgehalte was deze trend echter niet langer aanwezig of werd ze omgekeerd met hogere concentraties in baars dan in paling, een indicatie van het lipofiele karakter van deze componenten. Dit was het geval voor alle componenten – behalve voor PFOS: deze stof toonde een compleet tegenovergestelde trend. Concentraties van PAK's waren telkens hoger in driehoeksmossel dan in quaggamossel. Dit werd mogelijk veroorzaakt door de hogere trofische positie van deze eerste. Voor beide vissoorten kon er echter geen duidelijk verschil in trofisch niveau worden gevonden. Uiteindelijk werden waterconcentraties berekend met behulp van passieve samplers. Een vergelijking met bestaande literatuur, toonde veelbelovende toepassingen en zet aan tot de verdere ontwikkeling van deze techniek. Gebaseerd op de resultaten uit de huidige studie en – waar mogelijk- een vergelijking met data aanwezig in literatuur, kunnen we stellen dat de biota MKN voor Hg, PBDE en PFOS overschreden wordt in alle vissoorten uit Vlaamse en Europese waterlopen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kunnen lichaamsconcentraties van micro-polluenten in aquatische organismen de ecologische kwaliteit van waterlopen voorspellen? 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Voor de monitorring van micro polluenten in het aquatische milieu en de voorspelling van hun ecologische effecten op aquatische organisme worden meestal alleen maar metingen uitgevoerd in het water of in het sediment. Op die manier krijgen we echter alleen maar een beeld van de verontreinigingssituatie op het moment van bemonstering en dit terwijl concentraties in het milieu zeer sterk kunnen fluctueren. Bovendien houdt deze benadering geen rekening met de bio-beschikbaarheid van polluenten, die beïnvloed wordt door o.a. de pH, waterhardheid en temperatuur en zeer sterk kan verschillen tussen plaatsen. Daarom is het veel zinvoller om toxische stoffen te meten in organismen die resistent zijn aan verontreiniging en gemakkelijk micro polluenten accumuleren. Op die manier worden de temporele fluctuaties en de bio-beschikbaarheid geïntegreerd in de metingen. Het doen van deze studie is om soorten te zoeken (invertebraten en vissen) die uit natuurlijke aquatische systemen (beken, rivieren, vijvers, meren en kanalen) verzameld worden of via kooien blootgesteld, om daarin de accumulatie van micro polluenten te meten. De geaccumuleerde gehaltes en de interne distributie van deze polluenten worden vervolgens gerelateerd aan de aquatische levensgemeenschappen (invertebraten en vissen). Bijkomende experimenten zullen worden uitgevoerd in het laboratorium en in een mescosm (artificiële vijvers) waarin de invertebraten worden blootgesteld aan de micropolluenten en effecten worden nagegaan op hu fysiologie, reproductie en gedrag. Op die manier kunnen we nagaan of we betrouwbare biotanormen kunnen afleiden die beschermend zijn voor het aquatische milieu.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

"Citizen science" voor de monitoring van macro plastiekverontreiniging in Kenia, gebruikmakend van mobiele technologie (C-Smart) 01/01/2019 - 31/12/2021

Abstract

Verontreiniging met plasticafval is ontegenzeggelijk een van de belangrijkste en alomtegenwoordige milieuproblemen. De biodiversiteit, het wildbestand en de vis levensgemeenschappen in Kenia worden ernstig bedreigd door plastic verontreiniging met belangrijke ecologische consequenties maar ook nadelen voor de mens. Sinds september 2017 heeft Kenia de meest drastische maatregel op wereldschaal ingevoerd wat plastic afval betreft, m.n. een verbod op de productie, de verkoop en het gebruik van plastic zakken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie van de effecten van perfluoralkyl componenten op vogels: een geïntegreerde veld en laboratorium benadering met zangvogels als modelsysteem 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Perfluorverbindingen zijn persistente organische verbindingen met een hoog productievolume, een breed gamma aan toepassingsmogelijkheden en een wereldwijde verspreiding. Alhoewel ze reeds meer dan 50 jaar geproduceerd worden, worden ze echter slechts sinds een tiental jaren bestudeerd in wetenschappelijke milieustudies. Er is nog maar weinig geweten over het voorkomen van deze verbindingen en over hun effecten bij zangvogels. De bedoeling van deze studie bestaat er in om kennishiaten met betrekking tot 'Adverse Outcome Pathways' (AOPs) voor perfluorverbindingen op te vullen door gebruik te maken van koolmezen als modelsysteem. Veldwerk in een pollutiegradiënt zal gecombineerd worden met experimenten in labo-omstandigheden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Expert risicosystematiek waterbodems. 23/12/2019 - 22/04/2020

Abstract

In het kader van het verder uitwerken van het waterbodembeleid in Vlaanderen heeft de OVAM tal van verschillende acties opgezet. Initiatieven uit het binnen en buitenland geven inzicht in hoe de risico's van waterbodemverontreiniging kunnen worden ingeschat en aangepakt. Dit resulteert in een grote hoeveelheid kennis en informatie. Het gaat echter om een complexe materie. Daarom zullen onderzoekers van SPHERE, met relevante expertise, de OVAM bijstaan. De informatie van de verschillende projecten wordt geïntegreerd zodat deze efficiënt kan worden ingezet bij het ontwikkelen van het waterbodembeleid in Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Actieve passieve waterpollutie staalname apparatuur (WATERSIDE). 01/05/2019 - 31/08/2020

Abstract

Dit project heeft als doel om een actieve passieve sampler van laboratoriumprototype tot bruikbaar en getest (in het veld) prototype te brengen. In tegenstelling tot klassieke passieve bemonstering, is het ontwerp onafhankelijk van de hydrodynamische stroom van het water. Het grote valorisatiepotentieel ligt in de vervanging van biota-bemonstering en mogelijkheid tot standaardisatie wereldwijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Expert risicosystematiek waterbodems. 15/03/2019 - 15/04/2019

Abstract

In het kader van het uitwerken van het waterbodembeleid Vlaanderen, heeft de OVAM verschillende acties opgezet, o.m. het uitwerken van een standaardprocedure en een code van goede praktijk voor waterbodemonderzoek, afbakenen van grenswaarden, ontwikkelen van een systematiek voor risico-evaluatie voor waterbodems en oevers en er worden een aantal beschrijvende bodemonderzoeken voor waterlopen uitgevoerd. Binnen dit project wordt de expertise van SPHERE ter beschikking gesteld om te ondersteunen bij het verder uitwerken van het waterbodembeleid in Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een biomonitoring tool om de gezondheidsrisico's in te schatten van perfluoralkaanzuren (PFAAs) door consumptie van eigen geteelde en commerciële voedselproducten. 01/01/2019 - 31/10/2019

Abstract

Perfluoralkyl verbindingen (PFAA's) zijn een diverse familie van antropogene chemicaliën met unieke fysische en chemische eigenschappen die tot talrijke industriële en commerciële toepassingen hebben geleid. Door hun brede toepassingen en potentieel om te accumuleren kennen PFAA's een wereldwijde verspreiding in zowel de omgeving als in biota, inclusief de mens. De laatste decennia is het aantal gezinnen dat zelf groenten kweekt en/of kippen houdt sterk toegenomen zowel in landelijke als verstedelijkte gebieden en zelfs in de nabijheid van industrie. Nochtans kunnen toxische stoffen, zoals PFAA's, zich opstapelen in de voedselketen en voeding wordt voor PFAA's beschouwd als de belangrijkste bron van inname voor de mens. Ondanks hun alomtegenwoordigheid en gekende toxische effecten, bestaat er tot op heden geen overzicht van de spatiale distributie van PFAA's of van de mate waarin ze aanwezig zijn in lokaal geproduceerd voedsel. Nochtans is het voor de volksgezondheid cruciaal om deze twee kennishiaten in te vullen. Daarom zijn de doelstellingen van dit project (1) ontwikkelen van een monitorprogramma dat de risico's inschat geassocieerd met de inname van PFAA's via voeding; (2) de spatiale distributie van PFAA's in Vlaanderen in kaart brengen en (3) nieuwe inzichten verwerven in de toxische eigenschappen en effecten van PFAA's. De resultaten van deze studie zullen een significante bijdrage leveren voor regulerende overheden terwijl de resultaten over de effecten van PFAA's belangrijk zullen zijn voor de kippenindustrie, zeker voor bedrijven die in de nabijheid van PFAA producerende industrie zijn gelegen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitgebreide vloeistofchromatografie gekoppeld met ion mobility-quadrupool-time-of-flight massaspectrometrie voor innovatieve metabolomics. 01/05/2018 - 30/04/2021

Abstract

De aangevraagde infrastructuur (performante vloeistofchromatografie-ion mobiliteit-quadrupoolvluchttijd-massaspectrometer LCxLC-IM-QTOFMS) combineert drie state-of-the art technieken in één innovatief platform. Hiermee wensen wij het metabolomics onderzoek aan de UAntwerpen tot een uitmuntend niveau te brengen. Het toestel is in staat een 5-dimensionele scheiding uit te voeren en zou het eerste op Belgische bodem zijn. Het instrument is voorbestemd voor metabolomics onderzoek, de studie van endogene metabolieten in cellen, weefsels en organismen. De beoogde infrastructuur kan de complexe en uitgebreide chemische mengsels (van polaire aminozuren tot apolaire lipiden en hormonen) op een efficiënte wijze scheiden, detecteren én identificeren tot op nanomolaire concentraties. Tot op heden zijn metabolomics inspanningen aan de UA versnipperd en er ontbreekt een 'toegewijd' toestel. Metabolomics onderzoek omvat geneesmiddelenonderzoek (werkingsmechanisme en farmacokinetiek), biomerker- en toxiciteitsstudies alsook data-analyse en systeembiologie studies. Een investering in een uniek, hyperanalytisch platform biedt de mogelijkheid om negen onderzoeksgroepen van vijf departementen en twee faculteiten te laten samenwerken in één kernfaciliteit om zo het metabolomics onderzoek aan de UA te stroomlijnen en deze groeipool om te zetten in een speerpunt. Deze aanpak is revolutionair en zal de UA op de kaart zetten bij de (metabol)omics-onderzoeksgroepen van de BeNeLux en wereldwijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ondersteuning bij uitwerking risicosystematiek voor waterbodems. 06/02/2018 - 31/12/2018

Abstract

In het kader van het verder uitwerken van haar waterbodembeleid, heeft de OVAM verschillende acties opgezet. Er wordt verder gewerkt aan een standaardprocedure en een code van goede praktijk voor waterbodemonderzoek, een systematiek voor risico-evaluatie voor waterbodems en oevers, er is een studie 'Validatie hotspots' gestart, en er worden een aantal beschrijvende bodemonderzoeken voor waterlopen uitgevoerd. Sphere biedt de expertise die de OVAM en de door haar aangestelde bodemsaneringsdeskundigen kan ondersteunen en begeleiden in dit proces, en meer bepaald voor het uitwerken van een systematiek voor risico-evaluaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecotoxiciteitsonderzoek voor sulfaten. 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Om een kwalitatief en goed onderbouwde milieukwaliteitsnorm (MKN) voor sulfaat te kunnen bepalen moeten er voldoende gegevens voorhanden zijn. Het 'European Union Technical Guidance Document for Deriving Environmental Quality Standards (EU-TGD, 2011)' beschrijft verschillende methoden om de MKN te bepalen. Bij voorkeur worden chronische ecotoxgegevens (NOEC, no observed effect concentrations) gecombineerd in een soortengevoeligheidsdistributie (SSD, species sensitivity distribution). Op basis van deze gegevens wordt de HC5 (Hazard Concentration 5%) berekend als concentratie die bescherming biedt aan 95% van de soorten die in de SSD werden opgenomen. Voor deze benadering zijn er volgens de richtlijnen chronische ecotox gegevens nodig van minstens 15 soorten, afkomstig van minstens 8 verschillende taxonomische groepen. Op basis van een eerder uitgevoerde screening van beschikbare gegevens werd vastgesteld dat er niet volledig aan deze voorwaarden wordt voldaan omdat niet alle vereiste taxonomische groepen vertegenwoordigd zijn (o.a. geen insecten in de dataset). In deze studie wordt enerzijds een uitgebreid literatuuronderzoek uitgevoerd naar de effecten van sulfaat op zoetwaterorganismen en anderzijds worden testen uitgevoerd op (larven van) insecten om meer inzicht te krijgen in een veilige waarde voor sulfaat in zoetwater ecosystemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verontreinigde sedimenten: Sediment karakterisatie en clean-up pilootprojecy in inland waters in de Noordzee Regio 01/08/2017 - 30/06/2020

Abstract

Dit project heeft als doel om de verontreinigingsstatus van sedimenten in waterlopen in de NSR op een meer wetenschappelijk en meer cost-effectieve te evalueren om richtlijnen op te stellen voor een betere preventie en behandeling van verontreiniging met de nieuwe EU 'Watch List' (WL) chemicaliën, nieuwe farmaceutische componenten en nutriënten. Ondanks het feit dat deze componenten nog niet moeten opgevolgd worden volgens de EU regelgeving tot 2020, stapelen ze wel op in sedimenten. De verschillende waterloopbeheerders hebben geen kennis van de concentraties van de stoffen, noch van hun impact. Bovendien bestaan er geen geüniformeerde methodes voor de evaluatie van sedimenten wat dergelijke componenten betreft. Via Work Package (WP) 3 - Sediment Assessment, zal dit project tools aanleveren om op een meer cost-effectieve manier sedimentkwaliteit te evalueren. In WP4 wordt een innovatieve zuiveringstechniek geëvalueerd om met behulp van sporen van planten de WL componenten uit afvalwater te verwijderen. Een belangrijke verontreinigingsbron van de WL componenten is via dagelijks gebruik van allerhande producten door consumenten. Via WP5 'Changing Behaviour' tracht dit project het brede publiek te betrekken en gedrag van consumenten te wijzigen. Samengevat zal dit project nieuwe tools aanrijken en valideren om de verontreiniging met WL componenten te evalueren, behandelen en te voorkomen door verschillende experten en waterloop beheerders samen te brengen in een transnationaal samenwerkingsverband

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoering van monsternemingen en analysen in het kader van het meetnet biota van het Vlaamse Gewest. 28/07/2017 - 31/12/2019

Abstract

Aquatische ecosystemen en waterlichamen staan onder constante stress van chemische polluenten, voornamelijk van menselijke oorsprong. Hoge concentraties kunnen potentieel schadelijk zijn voor aquatische ecosystemen en toxisch voor mensen. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht lidstaten ertoe om chemische componenten in oppervlaktewater te monitoren. Een set van milieukwaliteitsnormen werd opgesteld om de omgeving te beschermen tegen nadelige effecten van toxische stoffen. Over het algemeen zijn de meeste van deze chemische componenten te meten in water- of sedimentstalen. Sterk hydrofobe/lipofiele componenten, echter, zijn omwille van hun slechte oplosbaarheid in water, erg moeilijk te meten in water. Daarom stelde de KRW biota milieukwaliteitsnormen (biota MKN) op voor 11 prioritaire componenten en hun derivaten. Deze normen dienen gemonitord te worden in vis en zoetwaterbivalven (biota). In de huidige studie werd bioaccumulatie van hexachlorobenzeen (HCBz), hexachlorobutadieen (HCBd), kwik (Hg), gepolybromineerde difenyl ethers (PBDE), hexabromo-cyclododecaan (HBCD), perfluoro-octaansulfonaat (PFOS) en verbindingen, dicofol, heptachloor en heptachloorepoxide, en dioxines en dioxine-achtige componenten gemeten in het spieweefsel van baars (Perca fluviatilis) en paling (Anguilla anguilla) afkomstig uit verschillende Vlaamse waterlopen. Fluorantheen en benzo(a)pyreen werden gemeten in driehoeksmossel (Dreissena polymorpha) en quaggamossel (Dreissena bugensis), met behulp van actieve biomonitoring. Op elk meetpunt kon minstens één van beide vissoorten gevangen worden. Voor fluorantheen werd een overschrijding van de biotanorm geobserveerd in enkele van de meetpunten in driehoeksmossel, voor benzo(a)pyreen waren er enkele overschrijdingen voor zowel driehoeks- als quaggamossel. Dioxine concentraties overschreden de biotanorm op 4 meetpunten in het spierweefsel van paling. Voor PFOS werd een overschrijding van de biota MKN gedetecteerd op nagenoeg elke locatie, in beide vissoorten. De biota MKN voor kwik en PBDE werd overschreden op elk meetpunt in beide vissoorten. In één pool lag de PBDE concentratie onder de rapportagegrens, wat nog steeds 10 keer hoger is dan de biota MKN. Concentraties van HCBd en dicofol lagen telkens onder de rapportagegrens. Daarnaast werden geen overschrijdingen van de norm gevonden voor HCBz en HBCD. Voor heptachloor lagen alle metingen onder de rapportagegrens (40 keer hoger dan de biota MKN), cis-heptachloorepoxide overschreed deze rapportagegrens op alle locaties behalve één in het spierweefsel van paling en op 3 locaties in het spierweefsel van baars. Een algemene trend van hogere concentraties per versgewicht in paling dan in baars werd waargenomen. Na een correctie op basis van vetgehalte was deze trend echter niet langer aanwezig of werd ze omgekeerd met hogere concentraties in baars dan in paling, een indicatie van het lipofiele karakter van deze componenten. Dit was het geval voor alle componenten – behalve voor PFOS: deze stof toonde een compleet tegenovergestelde trend. Concentraties van PAK's waren telkens hoger in driehoeksmossel dan in quaggamossel. Dit werd mogelijk veroorzaakt door de hogere trofische positie van deze eerste. Voor beide vissoorten kon er echter geen duidelijk verschil in trofisch niveau worden gevonden. Uiteindelijk werden waterconcentraties berekend met behulp van passieve samplers. Een vergelijking met bestaande literatuur, toonde veelbelovende toepassingen en zet aan tot de verdere ontwikkeling van deze techniek. Gebaseerd op de resultaten uit de huidige studie en – waar mogelijk- een vergelijking met data aanwezig in literatuur, kunnen we stellen dat de biota MKN voor Hg, PBDE en PFOS overschreden wordt in alle vissoorten uit Vlaamse en Europese waterlopen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Microplastiek in de mariene omgeving: het in kaart brengen van biologische afbreekbaarheid. 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Plasticvervuiling van het watermilieu is een van de grootste milieukwesties van onze tijd: het plasticverbruik van de wereld neemt toe en door een slecht afvalbeheer bereikt het grootste deel van deze eindeloze stroom plastic onze waterwegen en uiteindelijk de zeeën en oceanen. Zwerfvuil op zee is een zeer zichtbare kwestie, maar er is meer: plastic in de omgeving ondergaat een proces van degradatie door biotische en abiotische factoren en vormt uiteindelijk miljoenen kleine fragmenten - microplastics. Het is aangetoond dat deze microplastics zich in biota opstapelen en persistente verontreinigende stoffen uit het water adsorberen, waardoor ze mogelijk worden overgebracht naar de organismen die de microplastics opnemen. Vervanging van traditionele door biologisch afbreekbare kunststoffen (met name in toepassingen voor eenmalig gebruik) is voorgesteld als een oplossing voor het probleem. Maar is dit een goed idee voor het mariene milieu? Deze studie stelt een experimenteel plan voor om deze vraag te beantwoorden, door het gedrag in drie hoofdgebieden van twee biologisch afbreekbare polymeren, polymelkzuur (PLA) en polyhydroxyalkanoaat (PHA), te vergelijken met polyethyleen op basis van olie (PE). De vergelijking richt zich op: degradatie in het mariene milieu en microplasticvorming; adsorptie van verontreinigende stoffen aan microplastics; en toxiciteit voor twee belangrijke mariene soorten (de mossel, M. edulis en zeebaars, D. labrax) van zowel microplastics en microplastics verontreinigd met verontreinigende stoffen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoering van monsternemingen en analyses in biota voor de opvolging van de saneringswerken op de Winterbeek. 10/11/2016 - 31/12/2017

Abstract

Dit project maakt deel uit van een groter project waarin de effectiviteit van de sanering van de Winterbeek wordt geëvalueerd. De Winterbeek is een kleine bovenloop in het Scheldebekken en is decennia lang verontreinigd geweest met hoge metaalgehaltes. De Vlaamse overheid heeft besloten het verontreinigde sediment te verwijderen in 4 verschillende fases en er zal gestart worden in de lente 2017. Om na te gaan of de sanering ook effectief is verlopen, zullen er metaalgehaltes in biota worden gemeten voor, tijdens en na de sanering. Bovendien zal de structuur van de vis- en invertebratengemeenschap worden geëvalueerd. In dit project wordt de toestand voor de sanering nagegaan. Metalen worden gemeten in residente invertebraten en vissen en in gekooide mosselen. Tevens wordt de visindex en de biologische waterkwaliteit bepaald.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van blootstelling aan een combinatie van metaalmengsels en natuurlijke stressors bij aquatische ongewervelden: studie van de relatie tussen veranderingen in metaalopname, gedrag en ecologische effecten. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Deze studie onderzoekt de gecombineerde effecten van metaalmengsels (van Cu, Cd en Pb) en natuurlijke stressoren (temperatuur, voedsel en predatiedruk) op het gedrag van drie aquatische invertebraten (Chironomus riparius, Asellus aquaticus en Daphnia magna). Het vertoonde gedrag zal worden gekoppeld aan o.a. klassieke eindpunten zoals reproductie en groei. Om het verschil te overbruggen tussen laboratoriumexperimenten en veldstudies, zullen deze effecten ook bekeken worden op een gehele aquatische gemeenschap in een mesocosmos.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opvullen van kennishiaten met betrekking tot 'Adverse Outcome Pathways' (AOPs) voor perfluorverbindingen: een geïntegreerde veld en laboratorium benadering bij zangvogels. 01/10/2016 - 30/09/2017

Abstract

Perfluorverbindingen zijn persistente organische verbindingen met een hoog productievolume, een breed gamma aan toepassingsmogelijkheden en een wereldwijde verspreiding. Alhoewel ze reeds meer dan 50 jaar geproduceerd worden, worden ze echter slechts sinds een tiental jaren bestudeerd in wetenschappelijke milieustudies. Er is nog maar weinig geweten over het voorkomen van deze verbindingen en over hun effecten bij zangvogels. De bedoeling van deze studie bestaat er in om kennishiaten met betrekking tot 'Adverse Outcome Pathways' (AOPs) voor perfluorverbindingen op te vullen door gebruik te maken van koolmezen als modelsysteem. Veldwerk in een pollutiegradiënt zal gecombineerd worden met experimenten in labo-omstandigheden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gecombineerde metaal en temperatuurstress in het aquatisch milieu, functionele verbanden tussen effecten op verschillende niveaus van organisatie. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

Het aquatisch milieu staat voortdurend onder antropogene stress waarbij blootstelling aan mengsels van chemische stoffen een van de belangrijkste is. In de meeste gevallen is de resulterende milieuimpact een combinatie van natuurlijke en antropogene stressoren met uiteenlopende werkingsmechanismen. In dit project onderzoeken we het belang en de aard van deze interacties in drie modelsoorten en een op mesocosmschaal gesimuleerd ecosysteem.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

WATERSIDE: Actieve Passieve Waterpollutie Staalname Apparatuur. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Het project ontwikkelt een actieve passieve water sampler voor anorganische en organische polluenten. Het apparaat is bedoeld voor de tijdsgeïntegreerde monitoring van oppervlaktewater en afvalwaterstromen, waarbij een gecontroleerde waterflux over een array van sorbenten wordt gestuurd die verschillende klassen van polluenten accumuleren. De operationele en kinetische karakteristieken van de sampler worden experimenteel bepaald en de resultaten vergeleken met biota in het labo en veld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Veldstudie Biotanormen. 01/09/2015 - 04/09/2017

Abstract

Doel van dit project is het voldoen aan de monitoringverplichtingen van de Kaderrichtlijn Water, in het bijzonder de dochterrichtlijn gevaarlijke stoffen. Daartoe zullen op verschillende meetplaatsen de verschillende stoffen in biota gemeten worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fase 2 partnerprogramma (2015-2019) voor institutionele samenwerking tussen de Universiteit van Limpopo en de Vlaamse universiteiten. 01/04/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

ENVIROSTRESS - Milieustress in een snel veranderende wereld. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Toxiciteit van Perfluoralkylverbindingen (PFAAs) voor terrestrische ongewervelde dieren en zangvogels. Effecten op verschillende niveaus van biologische organisatie, inclusief reproductie en gedrag. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Een groep van omgevingspolluenten die de laatste jaren meer en meer aandacht hebben gekregen zijn de perfluoralkyl substanties (PFAA's). Sinds de jaren 1950 zijn PFAA's in zeer grote hoeveelheden gebruikt omdat ze een aantal interesante eigenschappen bezitten zoals vet- en waterafstotend en daardoor in verschillende producten zijn toegepast zoals tapijten en voedingsverpakkingen. Hun brede toepassing en potentie om te bioaccumuleren heeft geleid tot een wereldwijde detectie in biota. Weinig studies hebben echter de effecten van deze stoffen onderzocht in terestrische wilde organismen bij omgevinsgrealistische concentraties. De algemene doelstelling van dit project is de accumulatie en effecten van de meest voorkomende PFAA's onderzoeken in terrestrische organismen een bodem. Relaties zullen worden onderzocht tussen de gehaltes in bodem, invertebraten en zangvogels en tussen geaccumuleerde gehaltes en effecten op verschillende niveaus van biologische organisatie. Monsterounten wordeen geselecteerd langsheen een pollutiegradient in de nabijheid van een perfluorproducerend bedrijf. Effecten worden onderzocht, zowel op de fysiologie, de reproductie als het gedrag van de verschillende organismen.. Bijkomend zullen laboratoriumexperimenten worden uitgevoerd waarbij zowel bodemorganismen als vogels blootgesteld zullen worden aan PFAAs indezelfde concentraties als die gevonden in de veldsituatie en dezelfde effecten zullen worden onderzocht. Deze studie zal waardevolle informatie verschaffen aan beleidsmakers voor de ontwilkeling van normen0

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De gecombineerde effecten van metaalmengsels en natuurlijke stressoren op aquatische invertebraten: relatie tussen veranderingen in metaalopname, gedrag en ecologische effecten. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Deze studie onderzoekt de gecombineerde effecten van metaalmengsels (van Cu, Cd en Pb) en natuurlijke stressoren (temperatuur, voedsel en predatiedruk) op het gedrag van drie aquatische invertebraten (Chironomus riparius, Asellus aquaticus en Daphnia magna). Het vertoonde gedrag zal worden gekoppeld aan o.a. klassieke eindpunten zoals reproductie en groei. Om het verschil te overbruggen tussen laboratoriumexperimenten en veldstudies, zullen deze effecten ook bekeken worden op een gehele aquatische gemeenschap in een mesocosmos.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Bervoets Lieven
  • Co-promotor: De Jonge Maarten
  • Mandaathouder: Van Ginneken Marjolein

Onderzoeksgroep(en)

Vervuiling door metalen en persistente organische vervuilers in Pool Malebo, Kinshasa, RD Congo. 01/08/2014 - 31/07/2016

Abstract

La pollution par les métaux et les polluants organiques persistants au Pool Malebo, Kinshasa, RD Congo: étude de base et évaluation des risques pour l'environnement et la santé publique résultant d'une exposition aux polluants par la consommation de poissons contaminées.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecotoxicologische effecten over niveaus van biologische organisatie heen: naar een ecologisch relevante evaluatie van mengseltoxiciteit. 01/10/2013 - 30/09/2014

Abstract

Omgevingsstandaarden worden voornamelijk gebaseerd op laboratorium experimenten, waarbij de condities streng gecontroleerd worden en de standaard organismen slechts een korte periode aan 1 enkele component worden blootgesteld. Omdat in werkelijkheid polluenten met elkaar interageren en natuurlijke omgevingscondities fluctueren, kunnen de resultaten bekomen van veldstudies verschillen van deze uitgevoerd in een labo en wordt de extrapolatie van labogegevens naar echte ecosystemen dus erg bemoeilijkt. In een nieuw interdisciplinair vakgebied (conservatieve fysiologie) wordt daarom getracht om fysiologie (moleculair, gedrag) te relateren aan ecologie (populatie, ecosysteem). In deze doctoraatsstudie worden organismen aan gelijkaardige condities (temperatuur, duur, mengeling van polluenten) blootgesteld op 3 verschillende blootstellingsniveau's: in laboratorium, in mesocosmos, en in situ. Dit zal leiden tot een reeks van betrouwbare biomarkers met ecologische relevantie, ondanks de toenemende complexiteit van verstorende factoren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Veldstudie Biotanormen. 31/07/2013 - 31/03/2014

Abstract

Doel van dit project is het voldoen aan de monitoringverplichtingen van de Kaderrichtlijn Water, in het bijzonder de dochterrichtlijn gevaarlijke stoffen. Daartoe zullen op verschillende meetplaatsen de verschillende stoffen in biota gemeten worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De monitoring van 3 gevaarlijke stoffen in biota in de oppervlaktewateren van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 11/02/2013 - 11/08/2013

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Brussels Hoofdstedelijk Gewest. UA levert aan Brussels Hoofdstedelijk Gewest de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het effect van klimaat op de verspreiding in het milieu en de trofische transfer van POPs en Hg. Een vergelijking in accumulatie tussen organismen van eenzelfde trofisch niveau in een gematigde, subtropische en tropische regio. 01/01/2013 - 31/12/2015

Abstract

De belangrijkste doelstellingen van deze studie zijn (1) het effect nagaan van klimaat op de biobeschikbaarheid van POP's en Hg in aquatische ecosystemen (2) de voedselketentransfer van deze polluentenin aquatische systemen karakteriseren en vergelijken tussen een gematigde, subtropische en tropische regio en (3) accumulatieniveaus vergelijken tussen de drie regio's in organismen van hetzelfde trofische niveau

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mesodroom. 26/04/2012 - 31/12/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Feasabilitystudie biotanormen voor gevaarlijke stoffen - Onderbouwing meetstrategie voor de toetsing van biotanormen. 01/04/2012 - 30/09/2012

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de VMM. UA levert aan de VMM de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van sedimentgebonden metalen op het aquatisch milieu. Relaties tussen blootstelling, accumulatie, interne verdeling en de effecten op de macro-invertebraat levensgemeenschap. 01/01/2011 - 30/09/2012

Abstract

De centrale doelstelling van het project is het effect na te gaan van sedimentgebonden metalen op de samenstelling van macro-invertebraat levensgemeenschappen; dit in relatie tot metaalblootstelling en -accumulatie. Hierbij wordt er rekening gehouden met de aanwezigheid van verschillende metaalbindende sedimentkarakteristieken (o.a. Acid Volatile Sulfides, organisch materiaal, ijzer- en mangaanoxiden,...), metaalspeciatie en verschillen in soortgevoeligheid en algemene ecologie. De bekomen informatie wordt uiteindelijk gebruikt voor het vinden/bestuderen van bepaalde invertebraat soorten, die enerzijds gebruikt kunnen worden als maat voor de metaalbiobeschikbaarheid in het aquatische ecosysteem en anderzijds als voorspeller dienen voor effecten van metalen op andere, meer gevoelige organismen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Beoordeling van het effect van een antenne op een terrein van Natura 2000 in de Brusselse regio. 01/10/2010 - 31/03/2011

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds WIV . UA levert aan WIV de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Perfluormetingen. 01/09/2010 - 31/10/2010

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds UGent. UA levert aan UGent de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling en validatie van microarrays afgeleide biomerkers in ecologisch relevante blootstellingsscenario's voor de karper. 01/01/2010 - 31/12/2013

Abstract

In het onderzoeksproject zal een microarray-afgeleide moleculaire biomerker ontwikkeled worden voor micropolluenten in de karper (Cyprinus carpio) en zullen de geselecteerde biomerkergenen gevaildeerd worden onder complexe ecologisch relevante condities. Dergelijke biomerkergenen dienen te voldoen aan verschillende criteria om van waarde te zijn in milieurisicoevaluatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gezondheidseffecten, bioaccumulatie en detoxificatie van metalen bij grote grazers. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Tijdens dit onderzoek zullen de nadelige effecten van metalen bij runderen en paarden worden bestudeerd op verschillende niveaus van biologische organisatie en zal de accumulatie en de detoxificatiecapaciteit worden bepaald. Dit zal enerzijds worden onderzocht aan de hand van de relatie tussen interne metaalgehaltes in lever, nier, long en spier, en metaalconcentraties in niet-destructieve stalen (bloed, haar en mest). Anderzijds zullen verschillende biomerkers worden gemeten in het bloed en de organen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bepaling PFOS, PFOA en PFNA in paling - 60 stalen. 23/11/2009 - 31/12/2009

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen het onderzoeksinstituut Universiteit Antwerpen enerzijds, en INBO anderzijds. UAntwerpen levert aan INBO de onderzoeksresultaten naar "Bepaling PFOS, PFOA en PFNA in paling - 60 stalen" onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontroleerde overstromingsgebieden. 01/10/2009 - 31/12/2012

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geperfluoreerde organische stoffen in onze voeding (PERFOOD). 01/08/2009 - 31/07/2012

Abstract

Het doel van dit project is om de oorsprong van PFC's in ons dieet na te gaan en de bijdrage ervan aan de totale menselijke blootstelling. Om deze doelstelling te bereiken werd een robuste en betrouwbare analysemethide ontwikkeld dat gebruikt werd om (1) PFC's te detecteren en te kwantificeren in humaan dieet (2) de transfer na te gaan van PFCs vanuit de omgeving in voedingsitems en (3) de relatieve bijdrage na te gaan van PFC's in voedsel, dranken en verpakkingsmaterialen op de totale inname van PFC's door mensen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecologische en ecotoxicologische kwaliteit van de Dommel na de ruiming van de bodem/ Compilatie van de bestaande gegevens/rapporten. Voorstel tot verdere meetstrategie. 30/07/2009 - 29/07/2010

Abstract

De hoofddoelstelling van deze studie bestaat uit het bundelen/centraliseren en rapporteren van de bestaande gegevens (water- en waterbodemkwaliteit, vispopulaties, bioaccumulatie) in een informatiesysteem gekoppeld aan GIS om zo tot een overzichtelijke rapportage te komen van alle uitgevoerde onderzoek voor en na de saneringswerken van de Dommel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Functioneel-ecologische studie naar gecombineerde effecten van predator- en pesticidestress op aquatische insecten: van gen tot gemeenschap. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

De centrale doelstelling van dit project is nagaan in hoeverre biomerkers zich lenen om de effecten van pollutie op gemeenschapsniveau te voorspellen, met speciale aandacht voor de interactie met predatorstress en competitie. Als modelpolluent wordt toegespitst op het pesticide endosulfan, wereldwijd één van de meest algemeen toegepaste insecticides. Als modelorganismen is gekozen voor drie aquatische insectengroepen: dansmuggen (Chironomidae), duikerwantsen (Corixidae) en waterjuffers (Coenagrionidae).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse van geneesmiddelen in afvalwater: ontwikkeling, validatie en evaluatie van een nieuw en innovatief model voor de opvolging van hun (rationeel) verbruik. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Het fundamentele doel van dit project is de ontwikkeling en validatie van een model om aan de hand van de in België meest voorgeschreven en gebruikte GM (via RIZIV-gegevens) gemeten concentraties in afvalwater te correleren met een hoeveelheid gebruikt geneesmiddel (gemeten vs. voorspelde concentraties).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effecten van sedimentgebonden metalen op het aquatisch milieu. Relaties tussen blootstelling, accumulatie, interne verdeling en de effecten op de macro-invertebraat levensgemeenschap. 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

De centrale doelstelling van het project is het effect na te gaan van sedimentgebonden metalen op de samenstelling van macro-invertebraat levensgemeenschappen; dit in relatie tot metaalblootstelling en -accumulatie. Hierbij wordt er rekening gehouden met de aanwezigheid van verschillende metaalbindende sedimentkarakteristieken (o.a. Acid Volatile Sulfides, organisch materiaal, ijzer- en mangaanoxiden,...), metaalspeciatie en verschillen in soortgevoeligheid en algemene ecologie. De bekomen informatie wordt uiteindelijk gebruikt voor het vinden/bestuderen van bepaalde invertebraat soorten, die enerzijds gebruikt kunnen worden als maat voor de metaalbiobeschikbaarheid in het aquatische ecosysteem en anderzijds als voorspeller dienen voor effecten van metalen op andere, meer gevoelige organismen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gezondheidseffecten, bioaccumulatie en detoxificatie van metalen bij grote grazers. 01/01/2008 - 31/12/2009

Abstract

Tijdens dit onderzoek zullen de nadelige effecten van metalen bij runderen en paarden worden bestudeerd op verschillende niveaus van biologische organisatie en zal de accumulatie en de detoxificatiecapaciteit worden bepaald. Dit zal enerzijds worden onderzocht aan de hand van de relatie tussen interne metaalgehaltes in lever, nier, long en spier, en metaalconcentraties in niet-destructieve stalen (bloed, haar en mest). Anderzijds zullen verschillende biomerkers worden gemeten in het bloed en de organen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

BOF/IWT-opvangmandaat (Jorina Baerts). 01/01/2008 - 31/12/2008

Abstract

De algemene doelstelling van dit project is te onderzoeken wat de effecten zijn van micro polluenten op waterjufferlarven. Deze larven nemen met hun rol als prooi én predator een intermediaire plaats in, in zoetwaterecosystemen. Hun levenswijze, voorkomen en gevoeligheid maakt hen tot een goed modelorganisme voor ecotoxicologisch onderzoek. Meer specifiek wordt geëvalueerd of gedragswijzigingen optreden als gevolg van pollutiestress.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De biogeochemische cyclus van zware metalen in natuurlijke zoetwaterschorren en gecontrolleerde overstromingsgebieden. 01/10/2007 - 31/12/2009

Abstract

Als overgangsgebieden tussen land en zee herbergen estuaria specifieke en waardevolle ecosystemen en fungeren vaak als filter voor de door menselijke activiteiten verhoogde vracht van nutriënten en verontreinigende stoffen. Hierbinnen spelen intertidale gebieden een belangrijke rol. Door de geplande Gecontroleerde OverstromingsGebieden met Gecontroleerd Gereduceerd Getij (GGG) onder invloed van de getijdenwerking te plaatsen kan het areaal aan de natuurlijke intertidale gebieden uitgebreid worden. Binnen het pilootproject GGG Lippenbroek en mesocosmosopstelling in Kruibeke wordt beoogd het effect van de aanwezige contaminatie van zware metalen in kaart te brengen. De nadruk wordt gelegd op biobeschikbaarheid en de interactie met biota. De metaalcyclus vanaf opname door planten tot decompositie zal worden onderzocht. Hierbij wordt het GGG vergeleken met ingepolderde gebieden en natuurlijke slikken en schorren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Perfluoralkyl chemicaliën in de voedselketen: een beleidsondersteunende risico-analyse (PERFOOD). 01/07/2007 - 30/04/2012

Abstract

Dit project levert een kwantitatief model aan dat de risico's van blootstelling aan de persistente stoffen voor de volksgezondheid karakteriseert. De bijdrage van de belangrijkste eetwaren en voedselketens wordt in kaart gebracht. Op basis van deze informatie kunnen normen worden afgeleid, zonodig maatregelen worden genomen om blootstellingsroutes in te dijken en eventueel bijkomende beleidsmaatregelen te treffen (bvb. naar analogie met het consumptieverbod van in het wild gevangen paling).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van een biodiversiteit chip voor de biomonitoring van benthische gemeenschappen. 01/07/2007 - 31/12/2011

Abstract

In Vlaanderen wordt de biologische waterkwaliteit bepaald m.b.v. de Belgische Biotische Index (BBI). De bedoeling van dit project is de aanmaak van een biodiversiteits-chip (DNA-array) voor de identificatie van benthische macroinvertebraten. Gestart zal worden met enkele sleuteltaxa van de BBI. Met een dergelijke chip moet het mogelijk zijn om op een snellere en éénduidigere manier de waterkwaliteit te bepalen dan met de klassieke determinaties van de BBI.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Cocaïne en zijn metabolieten in Belgische afval- en oppervlakte waters. 01/04/2007 - 31/03/2008

Abstract

Binnen het kader van dit project zullen zowel cocaïne als zijn metabolieten worden gemeten in een aantal representatieve afval- en oppervlaktewaters verspreid over gans België. Er zal onderzocht worden in hoeverre de concentraties van cocaïne en BE in het milieu kunnen worden gebruikt als indicatoren voor het lokale cocaïnegebruik. En interlaboratorium validatie zal worden opgezet om de analytische procedures en de interlaboratorium variatie te evalueren. Daarbovenop zal nagegaan worden in hoeverre het mogelijk is om ook geneesmiddelen, andere drugs en verontreinigingen afkomstig van de produktie van designer drugs op te sporen met deze analyses.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen in Vlaand.: onderzoek naar verspreiding, humane opname, gehaltes in humane weefsels en/of lichaamsvochten, en gezondheidseffecten als basis voor de selectie van geschikte milieu- en gezondh.indicatoren. 15/03/2007 - 14/06/2009

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opmaak van een leidraad voor natuurbeheerders: inzet en welzijn van dieren voor beheer (BeNeKempen-opdracht). 01/01/2007 - 30/09/2007

Abstract

De doelstelling van dit project is om na te gaan wat het effect van zware metalen is op de gezondheidstoestand van grazers die langdurig verblijven in natuurgebieden uit het projectgebied van de BeNeKempen. Richtlijnen zullen uitgewerkt worden voor het beheer van die dieren om risico's op gezondheidseffecten te verlagen. Tevens zal worden nagegaan wat de mogelijke juridische problemen zijn bij het inezetten van grazers voor grensoverschrijdend natuurbeheer.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opdracht in het kader van de opmaak van een leidraad voor natuurbeheerders: Invloed van stuifduinen op de verspreiding van zware metalen. 01/01/2007 - 30/09/2007

Abstract

Een deel van de stuifzanden in de Vlaamse Kempen is verontreiningd met zware metalen. Door het open karakter van deze stuifzanden kan de wind er vrij spel op hebben en kunnen zanddeeltjes tot op verre afstand van de stuifzandgebieden verspreid worden. Dit zou een mogelijk mechanisme voor de transport van zware metalen kunnen zijn. Een ander manier van mogelijke verspreiding van zware metalen vanuit de stuifzanden kan plaatsvinden is via het grondwater. Doordat de stuifzandgebieden als inzijggebied voor regenwater functioneren kunnen zware metalen vanuit de toplaag met het inzijgende water mee worden gevoerd en op andere plaatsen, waar hetgrondwater were aan de bodem komt, terecht komen. Het doel van deze studie is om inzicht te krijgen in welke mate zware metalen vanuit de stuifzanden worden verspreid via wind en via grondwater. Hiertoe zullen in het projectgebied BeNeKempen een aantal begroeide en onbegroeide duinen worden geselecteerd waar op relevante plekken bodemstalen en waterstalen zullen worden geanalyseerd. De selectie van de punten zal zodanig zijn dat er inzichten zullen worden verkregen in de mate van zwaremetalenverspreiding vanuit de stuifzanden. De resultaten zullen dan toelaten om een handleiding op te stellen die bruikbaar is voor de beheerders van de verschillende gebieden. Mogelijke maatregelen zoals beplanting van stuifduinen kunnen worden voorgesteld

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de effecten van zware metalenverontreiniging op aquatische levensgemeenschappen voor de ruiming van de Dommel. 03/11/2006 - 30/09/2007

Abstract

In dit project zal via een geïntegreerde aanpak inzicht gegeven worden in de huidige impact van de metalen Cd en Zn op de aanwezige levensgemeenschappen en als referentie kunnen dienen bij de evaluatie tijdens en na de sanering van de Dommel. Om deze impact te evalueren worden op 8 plaatsen langs de pollutiegradient de aquatische levensgemeenschappen geïnventariseerd. Dit zijn de macro invertebraten, diatomeeën en vissen. Verder wordt de biobeschikbaarheid van de metalen bepaald door enerzijds te meten in de reeds aanwezige organismen en anderzijds in gekooide driehoeksmossel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Milieutoxicologie. 01/01/2006 - 31/12/2015

Abstract

Het onderzoek spitst zich toe op twee aspecten van de ecotoxicologie : 1) De biobeschikbaarheid en accumulatie van polluenten door zowel terrestrische als aquatische organismen zal verder bestudeerd worden. Hierbij zullen modellen worden opgesteld die het mogelijk moeten maken om onder natuurlijke omstandigheden te kunnen voorspellen hoe polluenten zullen accumuleren. 2) Relaties tussen opgenomen dosis en effecten op verschillende niveaus van biologische organisatie zullen worden onderzocht, met bijzondere aandacht voor effecten op het niveau van de levensgemeenschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Tweede expert opinie met betrekking tot biobeschikbaarheid van Cadmium i sedimenten. 14/12/2004 - 31/12/2005

Abstract

Deze studie geeft een kritische evaluatie van twee documenten opgesteld door de industrie waarin het gebruik van het AVS/SEM model voor de voorspelling van biobeschikbaarheid van cadmium vanuit sedimenten wordt voorgesteld. Uit de kritische evaluatie blijkt dat momenteel er nog teveel onzekerheden bestaan over het AVS/SEM model om het nu al in een ricio evaluatie te implementeren. Bijkomend onderzoek is vereist om de methode te valideren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Breaking Ecotoxicological Restraints in Spatial Planning (BERISP). 04/01/2003 - 31/12/2008

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fysiologische aanpassing van de driehoekmossel (Dreissena polymorpha) aan metaalstress. 01/01/2003 - 31/12/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Relatief belang van blootstellingsroutes voor de accumulatie en effecten van metalen in benthische organismen. 01/10/2002 - 30/09/2005

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bruikbaarheid van driehoekmossel voor de monitoring van de kwaliteit van oppervlaktewater. 01/05/2002 - 30/04/2004

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Accumulatie van metalen vanuit waterbodem door gekooide aquatische organismen 15/11/2001 - 15/05/2002

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Verspreiding en biobeschikbaarheid van zware metalen in vervuilde waterlopen van de Provincie Antwerpen: ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwd en milieurelevant normenkader. 01/01/2001 - 31/12/2002

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Adaptatie aan metaalstress in een eenvoudige aquatische voedselketen: invloed op accumulatie en effecten. 01/10/2000 - 30/09/2002

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Effect van metaalverontreiniging op de conditie van een inheemse vispopulatie in ecologisch waardevolle waterlopen. 01/10/2000 - 30/09/2001

        Abstract

        De centrale doelstelling van dit project is het effect nagaan van metaalverontreiniging op vispopulaties in ecologisch (potentieel) waardevolle waterlopen. Hiervoor zal in twee geselecteerde studiegebieden de verdeling van metalen in verschillende compartimenten van het ecosysteem beschreven worden. Voor één vissoort, de grondel (Gobio gobio), zullen ffecten van metalen zowel in het veld beschreven worden (ecologisch) als gemeten in het laboratorium (fysiologisch).

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Onderzoek naar de bruikbaarheid van pluimen van mezen als bio-indicatoren voor zware metalenverontreiniging, en naar de effecten van deze verontreiniging op de reproductie en gezondheidstoestand. 01/01/2000 - 31/12/2004

          Abstract

          Recent onderzoek heeft aangetoond dat vogelpluimen goede aanwijzingen kunnen geven van contaminatie door zware metalen. Pluimen zijn ideaal voor de bepaling van zware metalen omdat deze erin accumuleren in evenredigheid tot de concentraties in het bloed op het ogenblik dat de veren gevormd worden. De studie van vervuiling via pluimen kan als innovatief beschouwd worden.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

          Modellering van biobeschikbaarheid en accumulatie van microverontreiniging door larven van de dansmug en karpers. 01/10/1999 - 30/09/2000

          Abstract

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            Biobeschikbaarheid en opname van metalen vanuit complexe metaalmengsels door larven van de dansmug. 01/05/1999 - 30/04/2001

            Abstract

            Metaalopname en accumulatie door aquatische organismen wordt door verschillende factoren beïnvloed. Naast de chemische speciatie en de omgevingsomstandigheden kunnen eveneens interacties tussen verschillende metaalionen de opname beïnvloeden. Door de accumulatie van metalen door muggelarven tevolgen in aan- of afwezigheid van andere metaalionen en door gebruik te maken van 'blockers' zal de aard van de interacties worden beschreven.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              Modellering van de interacties van metalen met particulier materiaal en organische complexen ter voorspelling van de biologische beschikbaarheid van metalen in aquatische ecosystemen 01/10/1997 - 31/12/1998

              Abstract

              Het doel van dit project is inzicht te verwerven in het aandeel van de verschillende blootstellingsroutes; particulier materiaal, poriewater en bovenstaand water op de opname van cadmium en koper door muggelarven. Dit onderzoek maakt deel uit van een groter project waarin het effect bestudeerd wordt van organische complexatie op de chemische speciatie en biologische beschikbaarheid van deze metalen voor zoetwater organismen van verschillende structurele en functionele organisatie (bv. watervlo, muggelarve, en karper).

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                Metallothioneinen in aquatische organismen: vergelijking van analysemethoden en bepaling van kritische metaalconcentraties. 01/05/1997 - 30/04/1999

                Abstract

                Mettallothioneinen (MT) worden geïnduceerd na blootstelling aan zware metalen. Deze eiwitten spelen een belangrijke rol bij het matabolisme en de detoxificatie van metalen waaronder Cu, Zn, Cd en Hg. In het eerste deel van dit project zullen verschillende methoden voor de kwantitatieve bepaling van MT's in enkele aquatische organismen met elkaar vergeleken worden. In het tweede deel van dit project zal de synthese van MT's bestudeerd worden onder verschillende blootstellingsomstandigheden. Dit om kritische metaalconstructies in de weefsels te bepalen waarbij de synthese van MT's wordt geactiveerd.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)

                  Modellering van biobeschikbaarheid en accumulatie van microverontreiniging door larven van de dansmug en karpers. 01/10/1996 - 30/09/1999

                  Abstract

                  Onderzoeker(s)

                  Onderzoeksgroep(en)

                    Biobeschikbaarheid van enkele kankerverwekkende metalen in sedimenten en opstapeling door de aquatische voedselketen. 01/10/1996 - 30/09/1997

                    Abstract

                    Onderzoeker(s)

                    Onderzoeksgroep(en)