Onderzoeksgroep

Laboratorium voor Microbiologie, Parasitologie en Hygiëne (LMPH)

Expertise

- Antioxidatieve evaluatie van zuivere stoffen en extracten. - Geïntegreerde antimicrobiële (bacterien, schimmels, gisten en parasieten) screening en profilering van zuivere stoffen en extracten, microbiologische analyse van geneesmiddelen, cosmetica en grondstoffen en proefdiermodellen voor evaluatie van antimicrobiële activiteit.

Voortgezet preklinisch onderzoek van nieuwe anti-trypanosomale nucleoside "lead" verbindingen voor veterinaire toepassing. 01/05/2020 - 31/08/2021

Abstract

Binnen een samenwerking met het Laboratorium voor Medicinale chemie (UGent) werd een nieuwe reeks van nucleoside analogen geïdentificeerd met een selectieve en potente in vitro activiteit tegen Afrikaanse trypanosomen, wat tevens bevestigd kon worden in vivo in het acute en chronische Trypanosoma brucei muismodel. Basisgegevens ter ondersteuning van een vroege preklinische exploratie zijn reeds beschikbaar: orale biobeschikbaarheid, metabole stabiliteit, passage door bloed-hersenbarrière, cidaal curatieve activiteit en werkingsmechanisme. Project valorisatie ligt binnen de diergeneeskundige toepassing omwille van de economische en maatschappelijke impact eerder dan in de humane toepassing. Om dit project naar 'ontwikkelingsstatus' te brengen is aanvullende preklinische exploratie noodzakelijk om tot een go / no-go beslissing te komen en het engagement van een geëngageerd public-private partnership (PPP) te verkrijgen (GALVmed). In lijn met hun target product profile (TPP) omvat dit onderzoeksvoorstel een uitbreiding van de in vitro en in vivo farmacologie naar de dier relevante trypanosomen, absorptie en eliminatie farmacokinetiek na orale en parenterale (eenmalige) dosis, in vitro metabole halfwaardetijd in de target diersoort (rund, paard); genotoxiciteit (Ames test) en korte-termijn (2w) toxiciteit in muizen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Karakterizering van het beenmerg als niche voor Leishmania en oorzaak van behandelingsfalen. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Viscerale Leishmaniasis (VL) of Kala-Azar is een verwaarloosde tropische ziekte veroorzaakt door Leishmania parasieten die worden overgedragen door zandvliegen. Paromomycine (PMM) wordt gebruikt voor de behandeling van VL-patiënten, maar induceert snel resistentie indien toegepast als monotherapie. Recente observaties suggereren dat parasieten in het beenmerg (BM) ontsnappen aan eliminatie door PMM. A.d.h.v. gecombineerde bioluminescente / fluorescerende L. infantum reporterlijnen met differentiële gevoeligheid voor PMM, zal dit project een analyse maken van de verschillende immunologische celtypes in het BM die besmet worden met L. infantum. Overleving van parasieten in de verschillende BM-gastheercellen zal worden geëvalueerd. Parasitaire isolaten uit het BM van muizen en menselijke patiënten zullen gebruikt om de impact van PMM-blootstelling op parasiet virulentie te verkennen. Infectiviteit voor macrofagen en overdraagbaarheid door zandvliegen zullen bestudeerd worden als indicatoren voor het risico op parasite-verspreiding. Parallellen met de behandeling van myeloïde leukemie, geven dat aan moduleren van een specifieke hematopoietische pathways de efficiëntie van chemotherapie voor VL zou kunnen verbeteren. De voorgestelde multidisciplinaire aanpak zal onze inzichten in de complexe interacties tussen de parasiet, zijn gastheer en het geneesmiddel significant verbeteren en zal het mogelijk maken aanbevelingen te maken voor verbeterde behandelingsinterventies.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitgebreide vloeistofchromatografie gekoppeld met ion mobility-quadrupool-time-of-flight massaspectrometrie voor innovatieve metabolomics. 01/05/2018 - 30/04/2021

Abstract

De aangevraagde infrastructuur (performante vloeistofchromatografie-ion mobiliteit-quadrupoolvluchttijd-massaspectrometer LCxLC-IM-QTOFMS) combineert drie state-of-the art technieken in één innovatief platform. Hiermee wensen wij het metabolomics onderzoek aan de UAntwerpen tot een uitmuntend niveau te brengen. Het toestel is in staat een 5-dimensionele scheiding uit te voeren en zou het eerste op Belgische bodem zijn. Het instrument is voorbestemd voor metabolomics onderzoek, de studie van endogene metabolieten in cellen, weefsels en organismen. De beoogde infrastructuur kan de complexe en uitgebreide chemische mengsels (van polaire aminozuren tot apolaire lipiden en hormonen) op een efficiënte wijze scheiden, detecteren én identificeren tot op nanomolaire concentraties. Tot op heden zijn metabolomics inspanningen aan de UA versnipperd en er ontbreekt een 'toegewijd' toestel. Metabolomics onderzoek omvat geneesmiddelenonderzoek (werkingsmechanisme en farmacokinetiek), biomerker- en toxiciteitsstudies alsook data-analyse en systeembiologie studies. Een investering in een uniek, hyperanalytisch platform biedt de mogelijkheid om negen onderzoeksgroepen van vijf departementen en twee faculteiten te laten samenwerken in één kernfaciliteit om zo het metabolomics onderzoek aan de UA te stroomlijnen en deze groeipool om te zetten in een speerpunt. Deze aanpak is revolutionair en zal de UA op de kaart zetten bij de (metabol)omics-onderzoeksgroepen van de BeNeLux en wereldwijd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie en inhibitie van het kinoom van immuuncellen blootgesteld aan Afrikaanse trypanosomen. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Neutrofielen en macrofagen zijn cellen van het natuurlijke immuunsysteem van de zoogdiergastheer met een reeks potentiële effectorfuncties tegen pathogenen. Deze cellen worden snel gerekruteerd naar plaatsen van parasietinfectie. Neutrofielen blijken echter de start van een parasitaire infectie te bevorderen eerder dan te belemmeren. Dit fenomeen hebben we geobserveerd voor slaapziekte-parasieten (Trypanosoma brucei sp.) die overgedragen worden door de beet van een tseetseevlieg. Inderdaad, selectieve neutrofiel-depletie of genetische aandoeningen die resulteren in lagere neutrofiel-niveaus in het bloed, resulteren in een hogere mate van resistentie tegen trypanosoom-infectie. Monocyten worden anderzijds geactiveerd om te differentiëren in geactiveerde macrofagen die bijdragen tot parasiet-controle in het vroege stadium van infectie. De differentiële impact van neutrofielen en macrofagen suggereert dat specifieke remming van neutrofiel-functies zou kunnen resulteren in hogere niveaus van resistentie tegen infectie. Dit project zal daarom de reacties van neutrofielen en monocyten tegen trypanosomen vergelijken door de geïnduceerde kinase "fingerprint" vast te leggen. Kinase-remmers zullen worden gebruikt voor het selectief remmen van de door parasieten geïnduceerde responsen en voor het evalueren van de invloed op parasietinfectie. Gezamenlijk zal dit project bijdragen tot het ontrafelen van de trypanosoom-transmissie en is het gericht op nieuwe concepten en strategieën voor transmissieblokkering.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Nieuwe concepten in anti-Leishmania behandeling door modificatie van de interactie tussen de zandvlieg-overgedragen parasiet en het natuurlijk immuunsysteem van de gastheer 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Leishmaniasis is een belangrijke parasitaire aandoening met verscheidene klinische manifestaties, inclusief de dodelijke viscerale vorm. Nieuwe initiatieven rond medicijnontwikkeling zijn van essentieel belang gezien de ernstige bijwerkingen van de huidige behandelingen en/of de toenemende ontwikkeling van geneesmiddelresistentie. Dit project beoogt nieuwe concepten te ontwikkelen om problemen van behandelingsfalen te omzeilen. Door de introductie van een zandvlieg-kolonie op LMPH, zullen de gastheer-parasiet interacties zoals parasiet virulentie, immuniteit en ziekte-geassocieerde pathologie, en de effectiviteit van de behandeling bestudeerd kunnen worden in proefdiermodellen waarin de infectie geïnitieerd wordt door een beet van de insect vector. Deze natuurlijke infecties zullen ook een verbeterde karakterisering van nieuwe anti-leishmania producten, controle van de effectiviteit van de behandeling en de ontwikkeling van geneesmiddelen-resistentie en de aanpassing van klinische isolaten aan in vitro en in vivo laboratorium modellen toelaten. Deze studie zal tevens de interactie bestuderen tussen gastheer immuuncellen (neutrofielen en monocyten) en recente klinische parasiet-isolaten en laboratoriumstammen met verschillen in virulentie geassocieerd met resistentie tegen geneesmiddelen. Cellulaire reacties zullen hierbij worden bestudeerd met behulp van een state-of-the-art kinomics platform, waarmee fenotypische vingerafdrukken van intracellulaire kinase activering op een eenvoudige manier afgenomen kunnen worden. Dit zal belangrijke informatie opleveren over de parasiet-gastheer interactie en over ontstekingsreacties in het algemeen. Gezien neutrofielen infectie-bevorderende eigenschappen werden toegeschreven, zal selectieve beïnvloeding van hun immune cel functies worden onderzocht als een aanvullende strategie om parasitaire infecties te controleren. Dit is een nieuwe aanpak die minder onderhevig zou moeten zijn aan de ontwikkeling van resistentie-mechanismen. Deze strategie zou ook ondersteunend kunnen zijn tot de identificatie van nieuwe medicijn- en vaccinatie-targets

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Gemodificeerde 7-deazapurine nucleoside analogen voor de behandeling van menselijke Afrikaanse trypanosomiasis: naar een sterke proof-of-concept. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Humane Afrikaanse trypanosomiasis (HAT) of slaapziekte is een parasitaire aandoening overgedragen door tseetseevliegen die evolueert van een hemolymfatisch naar een dodelijke encefalitisch stadium. Naast de gekende toxiciteit van gangbare geneesmiddelen, wordt behandeling meer en meer gecompromitteerd door het optreden van geneesmiddelresistentie. Als antwoord op deze medische behoefte, identificeerde onze vorige hit-finding-campagne nucleoside-analogen die zeer krachtig en selectief zijn tegen trypanosomen in vitro en volledig curatief in vivo na orale toediening (50 mg / kg gedurende 5 dagen) in een acuut muismodel. Dit project zal een structuur-activiteitsrelatie analyse maken door de twee huidige compound reeksen uit te breiden om de anti-parasitaire activiteit verder te optimaliseren en de opname van deze geneesmiddelen minder afhankelijk te maken van transporters die gevoelig zijn aan resistentieontwikkeling. De chemische synthese zal worden gecombineerd met een gedetailleerde evaluatie van de werkzaamheid van de verbindingen met behulp van geavanceerde methoden, waaronder natuurlijke transmissiemodellen en in vivo bioluminescente beeldvorming om de algehele impact van behandeling te beoordelen. Met het doel te voldoen aan het gewenste doelproduct-profiel voor dergelijke geneesmiddelen, zal de potentie worden geëvalueerd bij acute en chronische infecties met hersenbetrokkenheid. De meest veelbelovende verbindingen zullen verder worden onderworpen aan identificatie van het werkingsmechanisme met behulp van loss-of-function en eiwit biochemische benaderingen. Collectief beoogt dit project een overtuigende proof-of-concept over het gebruik van nucleoside-analogen voor de behandeling van deze verwaarloosde ziekte.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Viscerale leishmaniasis Onderzoeksnetwerk naar werkings- en resistentie mechanismen. 18/12/2017 - 31/12/2021

Abstract

DNDi heeft een aantal non-proprietary stoffen gescreend die mogelijks gebuikt kunnen worden voor de behandeling van viscerale leishmaniasis (VL). DNDi en partners hebben deze stoffen verder geoptimaliseerd tot 'lead' stoffen en preklinische ontwikkelingskandidaten en beogen nu om de werkings- en resistentiemechanismen te bestuderen. Het onderzoek zal gebeuren binnen een netwerk van wetenschappelijke samenwerking en omvat volgende technieken: in vitro and in vivo resistentie selectie, whole genome sequencing, metabolomics, genetische modificatie (up-and-down regulatie), RIT-seq, PLATO, DiCRE, CISPR/Cas 9 en andere methoden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie en inhibitie van het kinoom van immuuncellen blootgesteld aan protozoaire parasieten. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Neutrofielen en macrofagen zijn cellen van het aangeboren immuunsysteem met een scala aan potentiele effector functies die de gastheer kan beschermen tegen pathogenen. Deze cellen worden snel gerekruteerd naar de plaats van infectie waar ze deze functies kunnen uitoefenen. Voor neutrofielen is echter reeds beschreven dat ze het ontstaan van bepaalde parasitaire infecties kunnen bevorderen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor Trypanosoma brucei spp. die overgedragen worden door tsetse vliegen. Het selectief verwijderen van neutrofielen of genetische aandoeningen met lage aantallen aan neutrofielen in het bloed, zijn verantwoordelijk voor een hogere resistentie tegen trypanosoma infecties. Monocyten, daarentegen, differentiëren na activatie in M1 macrofagen die bijdragen tot controle van de parasitaemie in een vroeg stadium van de infectie. De differentiële impact van neutrofielen en macrofagen ondersteunt de hypothese dat specifieke inhibitie van neutrofielen kan leiden tot resistentie tegen infecties. Dit onderzoeksprojectproject zal de response van neutrofielen en monocyten op de aanwezigheid van parasieten vergelijken op basis van hun kinase activiteit. Kinase targets in celtype specifieke en gemeenschappelijke pathways zullen geïdentificeerd worden. Kinase inhibitoren die commercieel verkrijgbaar zijn of nog in ontwikkeling zijn zullen gebruikt worden voor de selectieve inhibitie van de parasiet-geïnduceerde responsen in neutrofielen en hun impact op de parasitaire infectie zal geëvalueerd worden. Dit project zal leiden tot inzichten in de processen verantwoordelijk voor parasiet transmissie en de identificatie van nieuwe transmissie-blokkerende strategieën.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een drug discovery met specifieke focus op tropische protozoa (leishmaniasis, malaria, slaapziekte en ziekte van Chagas) en mycotische infecties (gisten, dermatofyten en schimmels). 01/01/2017 - 31/12/2021

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds DNDI. UA levert aan DNDI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Primaire en secundaire in vitro evaluatie van compounds tegen viscerale leishmaniase, humane Afrikaanse trypanosomiase en de ziekte van Chagas. 01/11/2015 - 31/12/2021

Abstract

Dit DnDi gefinancierd project behelst de preklinische evaluatie van anti-parasitaire compounds voor de behandeling van Leishmaniasis, de ziekte van Chagas en Afrikaanse trypanosomiase. Compounds worden ook geëvalueerd op hun cytotoxiciteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het belang van parasiet weefsel tropisme en interactie met Kupffer cellen in de behandeling van Viscerale Leishmaniase. 01/10/2018 - 30/09/2020

Abstract

Viscerale leishmaniase (VL) of Kala-azar is een verwaarloosde tropische ziekte veroorzaakt door Leishmania parasieten die in staat zijn te overleven in macrofagen van de zoogdier-gastheer. Miltefosine is een oraal geneesmiddel dat gebruikt wordt om VL patiënten te behandelen, maar de efficiëntie van dit geneesmiddel is sterk afgenomen. Parasieten van hervallen patiënten blijken geen verhoogde resistentie tegen het geneesmiddel te hebben opgebouwd, maar kunnen het immuunsysteem moduleren om overleving in macrofagen te bevorderen, zelfs in omstandigheden waarin het geneesmiddel toegediend wordt. De impact van miltefosine behandeling op de overleving van de Leishmania parasiet zal in vivo worden geëvalueerd in verschillende weefsels met behulp van moleculaire detectie-technieken (quantitatieve PCR) en medische beeldvorming (bioluminescentie meting) in knaagdiermodellen van VL waarin infectie initiatie door een infectieuze zandvlieg-beet nagebootst wordt. Combinatie van deze informatie met de kwantificering van geneesmiddelniveaus in de verschillende weefsels zal toelaten niches te identificeren waarin parasieten verhoogde kans hebben om de medicamenteuze behandeling te overleven. De expressie van genen na infectie en miltefosine behandeling zal bestudeerd worden in geïnfecteerde lever macrofagen (Kupffer cellen, KC's) om te begrijpen hoe parasieten kunnen overleven in gastheercellen van behandelde patiënten. Met behulp van transgene muismodellen, zal dit onderzoek toelaten de impact van KC's en KC genexpressie op infectie en efficiëntie van behandeling na te gaan. De voorgestelde multidisciplinaire aanpak zal aanleiding geven tot nieuwe inzichten in de complexe interacties tussen de parasiet, de gastheer en het geneesmiddel en zal het formuleren van aanbevelingen voor betere behandelingen toelaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Valorisatie-activiteiten omtrent antifungale geneesmiddelen. 07/09/2017 - 31/08/2018

Abstract

Dit project is een voortzetting van een vroeger project rond the activiteit van nieuwe benzodiazepine antifungale stoffen op infecties met dermatophyten. Een analyse van de medische noden in de kliniek gaf aan dat nagelmycose de enige indicatie blijft met een marktpotentieel. Het huidig project bestudeert de activiteit van de beste lead verbinding op nagelmycose waarbij naast de ontwikkeling van een in vitro model specifiek wordt gekeken naar de penetratie door de nagel na topical toepassing en opstapeling in het nagelbed na systemische (orale) toediening.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie en inhibitie van het kinoom van immuuncellen blootgesteld aan protozoaire parasieten. 01/01/2017 - 31/12/2017

Abstract

Neutrofielen en macrofagen zijn cellen van het aangeboren immuunsysteem met een scala aan potentiele effector functies die de gastheer kan beschermen tegen pathogenen. Deze cellen worden snel gerekruteerd naar de plaats van infectie waar ze deze functies kunnen uitoefenen. Voor neutrofielen is echter reeds beschreven dat ze het ontstaan van bepaalde parasitaire infecties kunnen bevorderen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor Trypanosoma brucei spp. die overgedragen worden door tsetse vliegen. Het selectief verwijderen van neutrofielen of genetische aandoening met lage aantallen aan neutrofielen in het bloed, zijn verantwoordelijk voor een hogere resistentie tegen trypanosoma infecties. Monocyten, daarentegen, differentiëren na activatie in M1 macrofagen die bijdragen tot controle van de parasitemia in een vroeg stadium van de infectie. De differentiële impact van neutrofielen en macrofagen ondersteund de hypothese dat specifieke inhibitie van neutrofielen kan leiden tot resistentie tegen infecties. Dit onderzoeksprojectproject zal de response van neutrofielen en monocyten op de aanwezigheid van parasieten vergelijken door te kijken naar hun kinase activiteit. Kinase targets in celtype specifieke en gemeenschappelijke pathways zullen geïdentificeerd worden. Kinase inhibitoren die commercieel verkrijgbaar zijn of nog in ontwikkeling zijn zullen gebruikt worden voor de selectieve inhibitie van de parasiet-geïnduceerde responsen in neutrofielen en hun impact op de parasitaire infectie zal geëvalueerd worden. Dit project zal leiden tot inzichten in de processen verantwoordelijk voor parasiet transmissie en de identificatie van nieuwe transmissie-blokkerende strategieën.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het belang van parasiet weefsel tropisme en interactie met Kupffer cellen in de behandeling van Viscerale Leishmaniase 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Viscerale leishmaniase (VL) of Kala-azar is een verwaarloosde tropische ziekte veroorzaakt door Leishmania parasieten die in staat zijn te overleven in macrofagen van de zoogdier-gastheer. Miltefosine is een oraal geneesmiddel dat gebruikt wordt om VL patiënten te behandelen, maar de efficiëntie van dit geneesmiddel is sterk afgenomen. Parasieten van hervallen patiënten blijken geen verhoogde resistentie tegen het geneesmiddel te hebben opgebouwd, maar kunnen het immuunsysteem moduleren om overleving in macrofagen te bevorderen, zelfs in omstandigheden waarin het geneesmiddel toegediend wordt. De impact van miltefosine behandeling op de overleving van de Leishmania parasiet zal in vivo worden geëvalueerd in verschillende weefsels met behulp van moleculaire detectie-technieken (quantitatieve PCR) en medische beeldvorming in knaagdiermodellen van VL waarin infectie initiatie door een infectieuze zandvlieg-beet nagebootst wordt. Recent werden twee syngeneïsche stammen van L. infantum geselecteerd met een verschillend niveau van gevoeligheid aan MIL-behandeling in vivo. De resistente stam (en de gevoelige tegenhanger) werd bioluminescent gemaakt door introductie van het luciferase-enzyme (PpyRE9). Het gebruik van bioluminescentie (BLI) laat toe om op een niet-invasieve manier de parasitaire lading en distributie op te volgen tijdens en na MIL-behandelingen. Deze transgene parasieten zullen additioneel voorzien worden van een fluorescente merker (dsRED of TagGFP2) voor detectie m.b.v. flow cytometrie. Dit project wil inzichten verkrijgen in de multifactoriële oorzaken van MIL-therapiefalen en zal specifiek focussen op de impact van de activatietoestand van Kupffer cellen (KC) en de recrutering van neutrofielen. Beide stammen zullen opgevolgd worden met in vivo imaging in (i) KC-reporter (Clec4f-YFP-DTR) muizen waarin KCs m.b.v. hun YFP signaal gedetecteerd en gezuiverd kunnen worden, en (ii) Genista muizen waarin een recessieve mutatie verantwoordelijk is voor een neutropene toestand met afwezigheid van mature neutrofielen. Deze aanpak zal toelaten inzichten te verwerven in de cel-immunologische basis van behandelingsfalen. Dit zal ook toelaten de betrokken pathways te identificeren en mogelijkheden aanwijzen voor gastheer-gerichte therapie om de kans op hervallen te beperken. De voorgestelde multidisciplinaire aanpak zal aanleiding geven tot nieuwe inzichten in de complexe interacties tussen de parasiet, de gastheer en het geneesmiddel en zal het formuleren van aanbevelingen voor betere behandelingen toelaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Identificatie van factoren die betrokken zijn in miltefosine of amfotericine B therapiefalen in viscerale leishmaniasis. 01/10/2016 - 30/09/2019

Abstract

Amphotericin B (AmB) wordt momenteel ingezet als eerstelijnsbehandeling voor viscerale leishmaniasis (VL), terwijl het gebruik van miltefosine (MIL) als secundaire optie wordt voorgesteld, zowel in mono- als in combinatietherapie. Een toenemend aantal gevallen van therapiefalen wordt gerapporteerd wat herhaalde behandelingen noodzakelijk maakt en er dus gemakkelijker tot resistentie kan leiden. Aangezien isolaten van patiënten doorgaans nog gevoelig aan het geneesmiddel blijken te zijn, spelen dus andere factoren dan de intrinsieke gevoeligheid een rol. Een toegenomen metacyclogenese en infectiviteit werden aangetoond voor MIL, terwijl ook voor Amb gelijkaardige observaties in ons lab worden genoteerd. Therapiefalen werd ook gerelateerd aan een verminderde blootstelling aan geneesmiddel in bepaalde parasieten 'niches' zoals bijvoorbeeld in liver granulomas die een volledige eliminatie van de parasiet in de weg staan. In huidige project zullen de complexe interacties tussen het parasiet (epi)fenotype, het geneesmiddel en het immuun systeem van de gastheer onderzocht worden aan de hand van stammen met een 'cure', 'relapse' en 'resistentie' achtergrond. Meer specifiek zal de virulentie vergeleken worden in de zandvlieg vector en in vitro en in vivo laboratorium modellen. De impact van de ontwikkeling van granulomas na infectie met verschillende VL stammen zal vergeleken worden in relatie met de in vitro en in vivo efficaciteit en potentieel voor relapse.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Studie van miltefosine-resistentiemechanismen en -dynamiek door experimentele selectie van miltefosine-resistente Leishmania amastigoten. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Dit doctoraat wil de oorzaken bestuderen van het falen van miltefosine in de behandeling van viscerale leishmaniasis. Bioluminescente Leishmania infantum en L. donovani stammen en in vivo imaging laten toe om op een niet-invasieve manier de parasitaire lading en distributie op te volgen tijdens MIL-behandelingen met verschillende doses en duurtijd. Ook het belang van in vivo parasitaire niches, latente infecties en parasitaire MIL-resistentie in therapiefalen zullen bestudeerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het belang van parasiet weefsel tropisme en interactie met Kupffer cellen in de behandeling van Viscerale Leishmaniase. 01/10/2016 - 30/09/2018

Abstract

Viscerale leishmaniase (VL) of Kala-azar is een verwaarloosde tropische ziekte veroorzaakt door Leishmania parasieten die in staat zijn te overleven in macrofagen van de zoogdier-gastheer. Miltefosine is een oraal geneesmiddel dat gebruikt wordt om VL patiënten te behandelen, maar de efficiëntie van dit geneesmiddel is sterk afgenomen. Parasieten van hervallen patiënten blijken geen verhoogde resistentie tegen het geneesmiddel te hebben opgebouwd, maar kunnen het immuunsysteem moduleren om overleving in macrofagen te bevorderen, zelfs in omstandigheden waarin het geneesmiddel toegediend wordt. De impact van miltefosine behandeling op de overleving van de Leishmania parasiet zal in vivo worden geëvalueerd in verschillende weefsels met behulp van moleculaire detectie-technieken (quantitatieve PCR) en medische beeldvorming (bioluminescentie meting) in knaagdiermodellen van VL waarin infectie initiatie door een infectieuze zandvlieg-beet nagebootst wordt. Combinatie van deze informatie met de kwantificering van geneesmiddelniveaus in de verschillende weefsels zal toelaten niches te identificeren waarin parasieten verhoogde kans hebben om de medicamenteuze behandeling te overleven. De expressie van genen na infectie en miltefosine behandeling zal bestudeerd worden in geïnfecteerde lever macrofagen (Kupffer cellen, KC's) om te begrijpen hoe parasieten kunnen overleven in gastheercellen van behandelde patiënten. Met behulp van transgene muismodellen, zal dit onderzoek toelaten de impact van KC's en KC genexpressie op infectie en efficiëntie van behandeling na te gaan. De voorgestelde multidisciplinaire aanpak zal aanleiding geven tot nieuwe inzichten in de complexe interacties tussen de parasiet, de gastheer en het geneesmiddel en zal het formuleren van aanbevelingen voor betere behandelingen toelaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Mechanismen en dynamiek van miltefosine resistentie in laboratorium stammen en klinische veldisolaten van leishmania donovani en l. Infantum. 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

Visceral Leishmaniasis (VL) is de meest dodelijke vorm van Leishmaniasis en wordt veroorzaakt door Leishmania donovani or L. infantum. De eerstelijnsbehandeling is nog steeds op basis van pentavelente antimonialen, maar een toenemende geneesmiddelresistentie bedreigt de controle van deze ziekte. Miltefosine (MIL) wordt sinds kort gebruikt als eerstelijns back-up geneesmiddel, maar toegenomen therapiefalen en relapsen in endemische gebieden doen ook hier geneesmiddel resistentie vermoeden. Momenteel is geen laboratorium model beschikbaar dat de impact van resistente kan evalueren omdat momenteel nog geen resistentie veldisolaten konden worden geïdentificeerd. Mechanismen van resistentie worden in vitro bestudeerd waarbij de parasiet (meestal het promastigoot stadium) wordt blootgesteld aan het geneesmiddel. Op de Universiteit Antwerpen heeft het laboratorium voor Microbiologie, Parasitologie en Hygiëne (LMPH) een nieuwe in vitro methode ontwikkeld om resistentie te induceren waarbij de parasiet-gastheer interactie, zoals virulentie (infectiviteit en fitheid) en pathologie worden bestudeerd in laboratorium modellen. Zowel klinische als laboratorium stammen worden gebruikt om de dynamiek van de resistentie ontwikkeling te onderzoeken in parallel met de in vivo virulentie en het ontstaan van relapse na behandeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Karakterisatie van een nieuw immuno-evasie mechanisme van het Respiratoir Syncytieel Virus (RSV) en evaluatie van het belang ervan voor de ontwikkeling van nieuwe vaccins en profylactische en/of therapeutische antistoffen. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Het respiratoir syncytieel virus (RSV) is bij jonge kinderen de belangrijkste en bij volwassen de tweede belangrijkste oorzaak, na influenza, van ernstige lage luchtweg infecties. Er zijn momenteel geen vaccins, noch antivirale middelen beschikbaar om ernstige RSV infecties te controleren. Er werd aangetoond dat het RSV F eiwit een belangrijk doelwit is voor therapie en prophylaxie. F eiwit-specifieke antistoffen, zoals Palivizumab, zijn beschikbaar. Deze zijn echter niet 100% effectief aangezien RSV-gerelateerde hospitalisaties maar tot 55% gereduceerd worden. Bovendien vermoedt men dat vaccins in ontwikkeling mogelijks onvoldoende zullen beschermen, aangezien zelfs na natuurlijke infectie en inductie van F-neutraliserende antistoffen frequent herinfecties voorkomen. Aangezien herinfecties voorkomen zonder antigene wijzigingen zoals drift of shift (influenza), moet RSV over een ander mechanisme(n) beschikken om te ontsnappen aan specifieke immuniteit. De huidige kennis van de functionaliteit van het RSV F eiwit is echter onvoldoende om inzicht te hebben in de mechanismen die betrokken zijn bij deze immuno-evasie. Er is dan ook een ernstig risico dat zowel monoklonale antistoffen als vaccins die momenteel in ontwikkeling zijn onvoldoende werkzaam zullen zijn. Recent hebben wij met onze onderzoeksgroep aangetoond dat na binding van RSV-specifieke antistoffen met het F eiwit dat tot expressie komt op het oppervlak van geïnfecteerde cellen, internalisatie plaatsvindt van RSV F eiwit-antistof complexen. Als gevolg hiervan zullen geïnfecteerde cellen vermoedelijk onvoldoende kunnen worden herkend en worden uitgeschakeld door de anstistof-afhankelijke immuniteit. Bovendien zal dit waarschijnlijk ook interfereren met immunogeniciteit van het F eiwit en inductie van een sterke immuunrespons. Deze bevinding kan resulteren in volledig nieuwe inzichten (1) in RSV pathogenese en het frequent voorkomen van herinfecties en (2) voor de ontwikkeling van nieuwe RSV vaccins en antistoffen. De doelstelling van dit project is dan ook om dit proces in detail te ontrafelen, zowel in vitro als in vivo. Meer specifiek zullen we (A) het internalisatieproces en de gevolgen ervan voor immuno-evasie karakteriseren, (B) de F eiwit aminozuren betrokken bij het proces identificeren en mutante F eiwitten ontwikkelen die niet kunnen internaliseren, (C) recombinante virussen maken met deze mutante F eiwitten en (D) deze recombinante virussen in een in vivo muismodel evalueren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Medicinale chemie - drug discovery (ADDN). 01/01/2015 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

INFLA-MED - Fundamenteel onderzoek naar pathofysiologische processen van inflammatoire aandoeningen. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Het Infla-Med consortium behelst het fundamenteel onderzoek naar pathofysiologische processen van inflammatoire aandoeningen (cardiovasculaire, gastro-intestinale, renale en infectieuze zieke) door gebruik te maken van een multidisciplinaire benadering (pathofysiologie, farmacologie, biochemie en medicinale chemie).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Optimalizatie van nieuwe lead verbindingen voor de behandeling van Afrikaanse trypanosomiasis met behulp van innovatieve medicinale chemie en formulatie. 01/01/2015 - 31/12/2018

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Wetenschappelijke ondersteuning bij de realisatie van het interdisciplinair/interuniversitair project voor de gezondheid van moeders in Unikin en Unilub. 01/12/2014 - 30/11/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Studie van miltefosine-resistentiemechanismen en - dynamiek door experimentele selectie van miltefosineresistente Leishmania amastigoten. 01/10/2014 - 30/09/2016

    Abstract

    Dit doctoraat wil de oorzaken bestuderen van het falen van miltefosine in de behandeling van viscerale leishmaniasis. Bioluminescente Leishmania infantum en L. donovani stammen en in vivo imaging laten toe om op een niet-invasieve manier de parasitaire lading en distributie op te volgen tijdens MIL-behandelingen met verschillende doses en duurtijd. Ook het belang van in vivo parasitaire niches, latente infecties en parasitaire MIL-resistentie in therapiefalen zullen bestudeerd worden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Apparatuur voor hoge-snelheid, gekoelde, preparatieve ultracentrifugatie, geautomatiseerde gradiënsvorming en fractieverzameling en -analyse. 19/05/2014 - 31/12/2018

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Herculesstichting. UA levert aan de Herculesstichting de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Parasiet-specifieke cyclisch nucleotide fosfodiësteraseremmers ter behandeling van verwaarloosde parasitaire ziekten (PDE4NPD). 01/03/2014 - 28/02/2018

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Verkennende studie van de biodiversiteit in Brazilië om nieuwe bioactieve bestanddelen te identificeren en evalueren alsook extracten tegen besmettelijke tropische ziekten. 01/02/2014 - 31/01/2016

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Capes (Brazilië). UA levert aan Capes de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Ontwikkeling van een preklinisch platform aan de UA voor de evaluatie van nieuwe therapeutische benaderingen rond ziekten van het oogoppervlak. 01/01/2014 - 31/12/2015

    Abstract

    Aandoeningen aan het oppervlak van het oog, zoals droge ogen, vertonen een prevalentie tussen 15 en 29%. De enige FDA goedgekeurde behandeling op voorschrift is cyclosporine 0.05% (Restasis®), maar deze formulatie is niet beschikbaar in de EU. Nieuwe therapieën voor ziekte aan het oogoppervlak zijn dus noodzakelijk. De expertise aanwezig in ADDN creëert een unieke opportuniteit om hierrond een onderzoeksplatform op te zetten met als doel een verhoogde samenwerking met bedrijven.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Inductie van miltefosine (MIL)–resistentie op Leishmania amastigoten: studie van het effect van resistentie op de MIL-internalisatie en verwerking en op de parasitaire fitheid. 01/01/2013 - 31/12/2016

    Abstract

    Viscerale leishmaniasis (VL) wordt veroorzaakt door Leishmania donovani en Leishmania infantum. De huidige therapieën worden geassocieerd met resistentie, hoge kostprijs, parenterale toediening of ernstige nevenwerkingen. Miltefosine (MIL) is hierbij het eerste orale geneesmiddel tegen VL met een goed therapeutisch effect en gebruiksgemak en een aanvaardbaar veiligheidsprofiel. Het werd recent gepositioneerd als eerstelijnstherapie in India, Nepal en Bangladesh. Miltefosine heeft heel wat karakteristieken die resistentie-ontwikkeling bevorderen. De selectie van MIL-resistente stammen moet voorkomen en opgevolgd worden, voornamelijk omdat er geen alternatieve geneesmiddelen in klinische ontwikkeling zijn. Om de ontwikkeling van MIL-resistentie proactief aan te pakken, is laboratoriumonderzoek naar de resistentiemechanismen en hun celbiologische en klinische gevolgen erg belangrijk. Dit onderzoeksproject heeft als doel een gestandaardiseerd, klinisch relevant laboratoriummodel voor MIL-resistentie-inductie te ontwikkelen. De MIL-resistente stammen zullen gebruikt worden om het effect van resistentie op MIL-opname en parasiet-cel interactie te bestuderen in Leishmania-geïnfecteerde macrofagen. Waarbij ook de parasitaire fitheid van de resistente stammen wordt onderzocht.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Ontwikkeling van in vitro en in vivo modellen om de dynamiek van de vorming en behandeling van mono- en polymicrobiële biofilms te bestuderen. 01/10/2012 - 30/09/2014

    Abstract

    Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Rol van bacteriële biofilms als oorzaak van therapeutisch falen in intensieve zorgeenheden: in vitro en in vivo studie van 'biofilm' virulentiefactoren. 01/01/2012 - 31/12/2015

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Dynamiek en mechanismen van paromomycine en miltefosine resistentie in de protozoaire parasiet Leishmania. 01/01/2012 - 31/12/2015

    Abstract

    Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Systemische mycosen: innovatieve laboratorium modellen voor fundamenteel, toegepast en epidemiologisch onderzoek. 01/01/2012 - 31/12/2013

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Een drug discovery met specifieke focus op tropische protozoa (leishmaniasis, malaria, slaapziekte en ziekte van Chagas) en mycotische infecties (gisten, dermatofyten en schimmels). 01/09/2011 - 31/12/2016

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds DNDI. UA levert aan DNDI de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Topicaal-toepasbare en langdurig werkzame glucocorticoïde receptor agonisten voor de behandeling van inflammatoire huidaandoeningen. 15/04/2011 - 14/04/2012

    Abstract

    Dit 'proof-of-concept' onderzoek spitst zich toe op de ontwikkeling van innovatieve langdurig werkzame en selectieve glucocorticoïde receptor agonisten voor de topicale behandeling van cutane inflammatoire ziekten zoals atopische dermatitis en psoriasis.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Rol van bacteriële biofilms als belangrijke oorzaak van therapeutisch falen in intensieve zorgeenheden: een in vitro en in vivo studie van 'biofilm' virulentie factoren. 01/01/2011 - 31/12/2014

    Abstract

    Isolaten van bacteriën zullen verzameld worden op de intensieve zorgafdeling bij patiënten met urinaire en intravasculaire catheters en endotracheale tubes voor onderzoek naar hun biofilm-vormende eigenschappen in relatie met therapiefalen. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van moleculair-biologische en beeldvormings technieken en in vitro en in vivo biofilm modellen. Bijzondere aandacht zal besteed worden aan Escherichia coli verantwoordelijk voor urineweginfecties, Pseudomonas aeruginosa als oorzaak van ventilatie-geassocieerde pneumonie en Staphylococcus aureus voor systemische infecties door veneuze catheters. De verkregen bank van volledig getypeerde stammen zal een diepgaande studie toelaten over mogelijke virulentie factoren die aan de basis liggen van biofilm vorming en therapiefalen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Uitgebreide farmacologische studie naar de nieuwe antileishmania geneesmiddelkandidaat oleylphosphocholine (OIPC) en verkennen van andere therapeutische gebieden met het oog op een verhoging van het valorisatiepotentieel van OIPC. 01/01/2011 - 01/11/2013

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Dafra. UA levert aan Dafra de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    In vitro en in vivo studie van mono- en polymicrobiële biofilms als belangrijke oorzaak van therapeutisch falen in intensieve zorgeenheden. 01/10/2010 - 30/09/2012

    Abstract

    Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Systemische mycosen: innovatieve laboratorium modellen voor fundamenteel, toegepast en epidemiologisch onderzoek. 01/01/2010 - 31/12/2011

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    SSG-resistentie bij Leishmania (Leishmania) donovani: relatie met fitness van de parasiet en invloed op andere behandelingen. 01/01/2010 - 31/12/2011

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Lange-termijn monitoring van geneesmiddelen resistentie van viscerale leishmaniasis veroorzaakt door Leishmania infantum bij HIV-patiënten. 01/01/2010 - 31/12/2010

    Abstract

    Bepaling van de geneesmiddel-gevoeligheid van Leishmania stammen afkomstig van patiënten met HIV co-infectie, gebruik makend van een combinatie van biologische in vitro gevoeligheidstesten (LMPH) en moleculair biologische methoden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Studie van de intestinale mucosale response en oxidatieve stress op het verloop van Giardia duodenalis infecties. 01/10/2009 - 30/09/2011

    Abstract

    Het project beoogt fundamenteel onderzoek op Giardia met betrekking tot: 1/ de mucosale interacties tussen parasiet en gastheer aan de hand van in vitro en in vivo modellen en 2/ de intestinale pathogenetische factoren (virulentie, inflammatie, motiliteit, e.a. ) die het klinische verloop van de infectie beïnvloeden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Bacteriële virulentie als nieuw doelwit voor protease remmers. 01/01/2009 - 31/12/2012

    Abstract

    Dit project stelt als doel meer inzicht te verwerven in de rol en toepasbaarheid van protease (DPP4) inhibitoren bij bacteriële infecties. De proof-of-concept wordt uitgewerkt aan de hand van Porphyromonas gingivalis modellen, waarbij volgende specifieke objectieven en werkpakketten worden vooropgesteld: 1. Ontwikkeling van in vitro en in vivo virulentiemodellen voor P. gingivalis. 2. Evaluatie van enzym remmers met gezuiverd recombinant P. gingivalis DPP4. 3. Evaluatie van DPP/protease remmers in bacteriële in vitro en in vivo modellen. 4. SAR en optimalisatie van de gevonden "lead compounds". 5. Biochemische karakterisatie van "lead compound" - doelwit enzym interacties.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Hoog performante LC-tandem massaspectrometrie als noodzakelijke apparatuur rond structuuropheldering van chemische- en biomoleculen en kwantitatieve bepalingen van geneesmiddelen, metabolieten en biomoleculen in biologische matrices. 19/12/2008 - 18/12/2013

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    • Geïntegreerd Moleculair Plantenfysiologisch Onderzoek (IMPRES)

    Nieuwe instrumenten voor de bewaking van resistentie tegen geneesmiddelen in viscerale leishmaniasis in het Indische subcontinent. (KALADRUG-R) 01/11/2008 - 30/04/2013

    Abstract

    Dit EU-FP7 multi-disciplinair project, KALADRUG-R genoemd, heeft tot doel nieuwe technieken te ontwikkelen, te evalueren en te versrpeiden om de geneesmiddelresistentie van L.donovani te bepalen en tevens innoverende methoden voor te stellen voor opvolging van Kala-Azar behandeling in veldomstandigheden. De UA is specifiek betrokken in basisonderzoek naar de oxidatieve stress gevoeligheid van antimoon-resistentie veldisolaten en in toegepast onderzoek met betrekking tot de feenotypische bepaling van resistentie aan de hand van laboratorium modellen. Dit omvat de in vitro groei en metacyclogenese van promastigoten van veldisolaten en gevoeligheidsbepalingen op het nivequ van intracellularire amastigoten. Verder wordt de 'fitness' van deze veldstammen onderzocht in laboratorium diermodellen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    De rol van oxidatieve stress bij het infectieverloop en de behandeling van leishmaniasis. 01/10/2008 - 30/09/2011

    Abstract

    De specifieke objectieven van dit onderzoeksprojec zijn: ¿ Optimalisatie en validatie van de EPR methode voor ex vivo kwantificatie en identificatie van vrije radicalen in macrofagen. ¿ Bepaling van de rol van oxidatieve stress in de overlevingskansen van de Leishmania parasiet in de macrofaag. ¿ De rol van oxidatieve stress bij het werkingsmechanisme van bestaande (antimonialen) en nieuwe (PX-6518) antileishmania verbindingen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Beschermende gastro-intestinale effecten van melkvetglobulemembraan (MVGM)-glycoproteïnen. 01/01/2008 - 31/12/2011

    Abstract

    De doelstelling van dit project is het bekomen van een reeks goed gekarakteriseerde fracties, aangerijkt met MVGM-glycoproteïnen, die potentieel kunnen gebruikt worden tegen H. pylori omwille van hun anti-adhesie en/of antimicrobiële effecten. Hierbij aansluitend zullen deze fracties eveneens gekarakteriseerd worden met betrekking tot hun resistentie tegen gastro-intestinale vertering en, in het geval van een lage verteerbaarheid, met betrekking tot mogelijke effecten op de samenstelling en bioactiviteit van de microbiota in de dikke darm.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Studie van de intestinale mucosale respons en oxidatieve stress op het verloop van Giardia duodenalis infecties. 01/10/2007 - 30/09/2009

    Abstract

    Het project beoogt fundamenteel onderzoek op Giardia met betrekking tot: 1/ de mucosale interacties tussen parasiet en gastheer aan de hand van in vitro en in vivo modellen en 2/ de intestinale pathogenetische factoren (virulentie, inflammatie, motiliteit, e.a. ) die het klinische verloop van de infectie beïnvloeden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Oxidatieve stress en ontsteking: centrale rol in cardiovasculaire aandoeningen en infectieziekten. 01/07/2007 - 30/06/2011

    Abstract

    Oxidatieve stress wordt beschouwd als belangrijke factor bij inflammatie maar het is moeilijk om vrije radicalen zoals reactieve zuurstofmetabolieten (ROS) en stikstofoxide (NO¿) rechtstreeks te kwantificeren. De specifieke objectieven in dit project omvatten: 1/ validatie voor in vitro kwantificering van ROS en NO¿ met 'electron paramagnetic resonance (EPR)'; 2/ met moderne microscopische technieken vast te stellen welke celtypen verantwoordelijk zijn voor hun vorming en 3/ met deze innoverende technologie hun bijdrage te onderzoeken bij inflammatoire processen en macrofaagfunctie, met bijzondere focus of atherosclerose, endotheeldysfunctie en intracellulaire infecties.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Geschiktheid van de nieuwe antileishmania lead verbinding PX-6518 als een kandidaat-geneesmiddel tegen New-World leishmaniasis. 01/06/2007 - 31/05/2008

      Abstract

      Het VLIR project omvat veldwerk binnen de context van de lopende evaluatie van de antileishmania stof PX-6518 tegen cutane Leishmania species. De belangrijkste objectieven omvatten het verkrijgen van meer inzicht en ervaring in Nieuwe-Wereld leishmaniases en een overdracht van gevalideerde in vitro laboratoriumtesten te realieren tussen de Noord- en Zuid-partners. De werking van PX-6518 tegen recent verkregen Peruviaanse veldisolaten zal verder onderacoht worden binnen de samenwerking tussen UA-LMPH en de Universiteit van Lima.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      In vitro susceptibiliteit van Leishmania (Leishmania) donovani ten opzichte van antimonialen en de effectormechanismen van de macrofaag: wat is de beste merker voor therapiefalen?" 01/01/2007 - 31/12/2007

      Abstract

      Viscerale leishmaniasis (VL) is een tropische parasitaire aandoening veroorzaakt door infectie met Leishmaina (Leishmania) infantum of Leishmania (Leishmania) donovani die vooral de lever, de milt en het beenmerg aantast. Antimonialen vormen wereldwijd de eerstelijnsbehandeling tegen VL, maar in sommige regio's als het Noord-Oosten van India en de grensstreek met Nepal treedt er ernstig therapiefalen op. Dit therapiefalen werd aangetoond veroorzaakt te zijn door de infecterende parasiet. Deze studie zal bijdragen tot een ruimer inzicht in (i) de relatie tussen Leishmania en zijn gastheercel, de macrofaag, (ii) het werkingsmechanisme van antimonialen, (iii) in vitro resistentie van Leishmania tegen antimonialen en (iv) het in vivo falen van de therapie. Uiteindelijk hopen we een moleculaire merker voor therapiefalen van antimonialen te identificeren zodat het opduiken en de verspreiding van parasieten die daartoe bijdragen efficiënt opgevolgd kan worden, wat van groot belang is voor het tijdig starten en evalueren van controlemaatregelen.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Studie van de intestinale mucosale response en oxidatieve stress op het verloop van Giardia duodenalis infecties in proefdiermodellen. 01/10/2006 - 30/09/2007

      Abstract

      Het nieuw onderzoeksinitiatief bestudeert de micro-aerofiele intestinale protozoa Giardia intestinalis. Dit organisme heeft anti-oxidatieve verdedigingsmechanismen ontwikkeld om de aanwezige O2-spanning in weefsels en organen te weerstaan, o.a. via oxidatie van cellulaire thiols, superoxide dismutase en mogelijks nog andere mechanismen. Het belang van deze mechanismen wordt ondermeer geillustreerd door het feit dat de huidige geneesmiddelen (nitro-verbindingen) door selectieve verhoging van oxidative stress hun werking hebben. Het onderzoekplan omvat volgende stappen: 1. ontwikkelen/optimalisatie van een in vitro kweekmethode voor trophozoiten. 2. vastleggen van in vitro proefomstandigheden voor inductie van cysten 3. op punt stellen van een geschikt diermodel op laboratorium knaagdieren 4. evaluatie van oxidatieve stress op overleving in vitro en in vivo door in situ kwantificering van oxidatieve/antioxidatieve en inflammatoire processen 5. onderzoek naar nieuwe actieve molecules in de in vitro en in vivo testmodellen. 6. evaluatie van bestaande disinfectantia voor de inactivering van cysten in drinkwater 7. interactie van de parasiet op intestinaal weefsel (pathologie, inflammatie, e.a..)

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Geïntegreerde evaluatie van teststoffen tegen Leishmania- en Trypanosoma-parasieten. 01/09/2006 - 31/10/2015

      Abstract

      Voor de meeste infectieziekten is de nood voor geneesmiddelen nog steeds hoog, enerzijds omdat geen vaccins ter beschikking zijn en anderzijds omdat resistentie belangrijker wordt, wat de nood aan nieuwe geneesmiddelen steeds scherper stelt. LMPH heeft een actief programma voor de identificatie van nieuwe synthetische of natuurproducten tegen de tropische protozoaire ziekten leishmaniasis, slaapziekte, Chagas ziekte en malaria. Gevalideerde in vitro en in vivo testmodellen werden hiervoor op punt gesteld. Het consortium "Drugs for Neglected Diseases Initiative (DNDi)" heeft toegang tot bibliotheken van stoffen welke nog nooit werden getest op de vermelde ziekten. In dit project hebben beide partners hun expertise en know-how samengebracht om een beter en meer productief 'drug discovery" platform te realiseren.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Moleculaire merkers voor epidemiologische monitoring van geneesmiddelenresistentie bij viscerale leishmaniasis. 01/01/2006 - 31/12/2009

      Abstract

      De behandeling van de tropische ziekte Leishmaniasis wordt steeds moeilijker door het onstaan van resistentie tegen de eerstelijnsgeneesmiddelen. Epidemiologisch onderzoek naar de verspreiding van deze resistentie vormt de basis voor de correcte positionering van behandelingsstrategiën. Dit project heeft tot doel de fenotypering van veldstammen en ontwikkeling/evaluatie van moleculaire tools voor detectie van natuurlijke SbV-resistentie bij Leishmania donovani. Meer specifiek omvat voorgesteld project volgende objectieven: 1. Identificatie van resistentie merkers die het best correleren met natuurlijke SbV-resistentie veldstammen. 2. Experimentele verificatie van de bijdrage van de geselecteerde merkers tot de in vitro resistentie/fenotype. 3. Evaluatie van de ontwikkelde moleculaire tools voor SbV-resistentie in klinische stalen van VL-patienten. 4. Testen van de correlatie tussen de aanwezigheid van de R-merkers en het klinisch falen van SbV-behandeling.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Werkingsmechanisme, farmacodynamiek en toxiciteit van het triterpene saponine PX-6518, een nieuwe 'lead'-verbinding met selectieve antileishmania activiteit. 01/05/2005 - 30/04/2009

      Abstract

      PX-6518 is een triterpene saponine met een breed-spectrum antileishmania werking. Over het werkings-mechanisme is niets gekend en in vitro en in vivo onderzoek is gepland mbt. 1/ stof-geïnduceerde structurele veranderingen (histologie, EM) in de verschillende parasietstadia, 2/ verband tussen selectieve opstapeling in de fagolysosoom en de antileishmania activiteit en 3/ de farmacodynamiek en toxiciteit in het viscerale Leishmania hamster model (histopathologie, serum biochemie).

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Geneesmiddelen onderzoeksplatform voor tropische parasitaire ziekten binnen een publieke-private partner alliantie. 01/12/2004 - 31/12/2011

      Abstract

      De Universiteit Antwerpen (UA), het Instituut voor Tropische Geneeskunde Antwerpen (ITMA) en een farmaceutische industrie partner Tibotec hebben tot een samenwerking besloten voor het identificeren van nieuwe `lead' verbindingen tegen tropische en verwaarloosde ziekten, zoals malaria, leishmaniasis, slaapziekte en Chagas ziekte. Hierbij zal een in vitro test batterij voor middelgrote doorvoer worden op punt gesteld vanuit de gezamelijke technische know-how en die aan de huidige screeningsnoden van WHO-TDR tegemoet komt. Teststoffen (chemische en natuurlijke) zullen verkregen worden vanuit de bestaande netwerken waarbij tevens een aangepaste logistiek zal worden geimplementeerd. Een secundair objectief is de evaluatie van 'geneesmiddel ontwikkelbaarheid' door een vroege farmacologische en pre-klinische profilering van geselecteerde `hits'. Het project beperkt zich specifiek tot deze tropische ziekten die binnen de prioriteit van WHO-TDR liggen en levert realistische mogelijkheden om nieuwe 'drug leads' te identificeren.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)