Stille stemmen: een digitale studie van de kartuis in Herne als een tekstuele gemeenschap (ca. 1350-1400). 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Het kartuizerklooster van Herne heeft de culturele geschiedenis van de Lage Landen diepgaand beïnvloed. In een tijd waarin literatuur nog veelal in het Latijn werd geschreven, fungeerde dit klooster als een ware hotspot in de productie en verspreiding van volkstalige teksten. In een relatief korte tijdspanne (ca. 1350-1400) kopieerde deze gemeenschap samen een imposante verzameling van meer dan 25 Middelnederlandse en Latijnse manuscripten, waarvan velen unieke teksten bevatten. De kartuizers van Herne, die bij toetreding een monastieke eed van stilte afleggen, waren buitengewoon productieve en bescheiden kopiisten. Nauwelijks vinden we toe-eigeningen in de vele teksten die door hen werden geproduceerd. Het is daarom enigszins anachronistisch dat de recente literatuurwetenschap haast uitsluitend gericht is geweest op de identificatie van specifieke personen in het klooster (zoals de beroemde Bijbelvertaler van 1360). In dit project bestuderen wij het kartuizerklooster van Herne als een zogenaamde "tekstgemeenschap", gedreven door een gemeenschappelijk doel. Hiertoe zullen we ons concentreren op de kopiee raktijk, die een zeldzame toegang verschaft tot de samenwerkingen tussen de monniken. Via stylochronometrie zullen we de evolutie en convergentie in de lokale kopiee raktijk beter kunnen bestuderen en duiden. De ontsluiting van deze belangrijke bronnen (in diplomatische transcripties) zal bovendien verbeterd worden via de toepassing van handgeschreven tekstherkenning.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Digitaal erfgoed voor slimme regio's (Time Machine). Test-case: Herentals en de Kleine Nete. 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Hoe kunnen we kennis uit het verleden inzetten bij het beantwoorden van ruimtelijke vragen vandaag? De digitale revolutie zorgt voor een exponentiële toename van precies lokaliseerbare data over de geschiedenis, archeologie en ontwikkeling van het landschap. Een digitale 'tijdmachine' komt zo binnen handbereik. Binnen de contouren van het Gebiedsprogramma Kleine Nete onderzoekt dit project hoe we digitaal beschikbare erfgoeddata ruimtelijk kunnen integreren en inzetbaar maken voor toekomstige ruimtelijke ontwikkeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CLARIAH-VL: Open Service Infrastructuur voor Humane Wetenschappen. 01/02/2019 - 31/01/2021

Abstract

Open Humanities Service Infrastructure is the Flemish contribution to the European DARIAH and CLARIN infrastructures. It brings together and extends the portfolio of services enabling digital scholarship in the Arts and Humanities offered by the DARIAH-VL Virtual Research Environment Service Infrastructure (VRE-SI; Hercules & FWO 2015-2018) with the digital tools and language data that are offered through CLARIN-DLU/Flanders. The consortium which includes the network of Digital Humanities Research Centres at the universities of Antwerp, Brussels, Ghent and Leuven has been extended with the Dutch Language Institute (INT) – the CLARIN-ERIC certified B-Centre for Flanders. CLARIAH-VL will implement a modular research infrastructure embedding high-quality, user-friendly tools and resources into the workflows of humanities researchers in the five focus areas of linguistics; literature; socio-economic history; media studies; ancient history and archaeology. CLARIAH-VL aims to provide sustainable services, while fostering experimental development and innovation. Offering an open infrastructure which facilitates public humanities is a guiding principle for CLARIAH-VL. It will ensure the accessibility and relevance of the humanities to the general public, specific (heritage) community groups and policy makers. It will make it technically possible to share knowledge, including sharing and co-creating knowledge with non-specialist users, such as facilitating citizen science and crowdsourcing projects. Furthermore, by implementing international best practices in FAIR (Findability, Accessibility, Interoperability and Reusability) Research Data Management (RDM), CLARIAH-VL will pave the way to Flemish participation in the European Open Science Cloud.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CATCH 2020: Computerondersteunde Transcriptie van Complexe Handschriften. 01/05/2018 - 30/04/2021

Abstract

CATCH 2020 beoogt een werkende infrastructuur aan te bieden om automatisch transcripties van complexe handgeschreven documenten te genereren. Om dit te verwezenlijken vertrekt het project van het bestaande Transkribus platform voor Handwritten Text Recognition (HTR) of 'automatische handgeschreven tekstherkenning'. Deze technologie stelt ons in staat om handgeschreven tekstuele documenten te behandelen en te verwerken op een manier die vergelijkbaar is met de manier waarop OCR (Optical Character Recognition) digitale kopieën van gedrukte teksten verwerkt. In plaats van platte transcripties, zal CATCH 2020 echter gestructureerde tekst produceren, alsook de nodige tools om tekstuele en linguïstische dimensies aan de transcripties toe te voegen. Om dit te bereiken combineert het project moderne inzichten uit de editiewetenschap met geavanceerde technologie uit de computerlinguïstiek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Al stories: interactieve verhalen voor gehospitaliseerde kinderen. 01/01/2018 - 28/02/2022

Abstract

AI Stories is een taaltechnologisch project binnen de context van de pediatrische afdelingen van twee Vlaamse ziekenhuizen. Het project probeert de ontwikkeling van state of the art-systemen voor de generatie van natuurlijke taal verder te brengen door een systeem te implementeren dat in staat is om zelfstandig verhalen te vertellen. Op die manier kan het systeem waardevolle inzichten opleveren voor het verplegend personeel. Dezelfde technologie kan ook door bedrijven worden aangewend, ook in sectoren buiten de gezondheidszorg. Dit onderzoek zal bijdragen aan educatieve Artificiële Intelligentie-software of IT-oplossingen binnen de zorgsector, en biedt bedrijven in die sectoren de mogelijkheid om realistische en bruikbare systemen uit te bouwen. De afdeling pediatrie is een acuut voorbeeld van een sociaal uitdagende (taalkundige) context voor kinderen. Door het on-site onderzoek en het integreren van de feedback van het lokale zorgpersoneel, wordt het mogelijk systeem te ontwikkelen dat in staat is langdurige dialogen te voeren met een gebruiker, hetgeen een robuuste oplossing vormt voor verschillende domeinen binnen de gezondheidssector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Digital onderzoek ondersteunen aan de Universiteit van de Filipijnen: de digitalisatie van zeldzame periodieke publicaties en trainingsinitiatieven in de digitale geesteswetenschappen 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

Dit TEAM-project wordt gefinancierd door VLIR-UOS en is een samenwerking tussen de Universiteit Antwerpen en de Universiteit van de Filipijnen. Het project combineert een uitwisseling van expertise op het gebied van de digitale geesteswetenschappen met een specifiek digitalisatieproject dat inzet op zeldzame kranten- en tijdschriftpublicaties. De drie project-promotoren aan de Universiteit Antwerpen zijn Mike Kestemont, Dirk Van Hulle en Rocío Ortuño. Het project wil de competiviteit verhogen van Filipijns geesteswetenschappelijk onderzoek in een geglobaliseerde context, met inbegrip van de mogelijkheden voor docenten- en studentenmobiliteit vanwege "ASEAN confluence", door het aanbieden van Digital Humanities-training aan professoren en studenten. (1) Een eerste en cruciale stap om dit doel te bereiken is het digitaliseren van onderzoeksmateriaal en het aanleggen van een vrij toegankelijke webomgeving met gebruiksvriendelijke zoekmogelijkheden. Verschillende periodieke publicaties van voor de Tweede Wereldoorlog bevinden zich in een precaire materiële staat en zijn daarom niet makkelijk consulteerbaar voor hoger onderwijsinstellingen in de Filipijnen. Door het digitaal toegankelijk maken van deze publicaties in een vrij toegankelijke online gegevensbank kan dit materiaal ook bruikbaar worden voor minder centraal gelegen instellingen, alsook in onderzoek op het gebied van de digitale geesteswetenschappen. (2) Vervolgens zal het project trainingsinitiatieven ontplooien aan verschillende campussen van de Filipijnse partneruniversiteiten. Deze initiatieven passen in de prioriteit van de Filipijnse regering om digitale geletterdheid te promoten bij zowel een breder publiek en een publiek van geleerden. Het zal de Universiteit van de Filipijnen bovendien in staat stellen om te participeren in de wereldwijde opkomst en het bijhorende momentum van de digitale geesteswetenschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Artificieel horen: neurale netwerken en de akoestische identificeerbaarheid van kinderen met een cochleair implantaat. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Ongeveer 1 op 1000 pasgeborenen wordt gediagnosticeerd met bilateraal, ernstig tot zeer ernstig gehoorverlies. Gehoorapparaten, zoals cochleaire implantaten (CI), hebben ongekende perspectieven gecreëerd voor deze kinderen. Hoewel CI in het algemeen leiden tot een opmerkelijke vooruitgang in de gesproken taalvaardigheid van slechthorende kinderen, blijft hun spraak niettemin vaak afwijken van die van normaal horende kinderen, zelfs als zij het apparaat al verschillende jaren gebruiken. Volwassen sprekers zijn dan ook in staat om het onderscheid te maken tussen de spraak van deze CI-kinderen en die van normaal horende kinderen. Verrassend genoeg zijn de precieze spraakeigenschappen waarop volwassenen zich baseren om tot dergelijke oordelen te komen tot dusver ongrijpbaar gebleven: dat maakt het moeilijk voor clinici om specifieke behandelingen te ontwikkelen. In dit project willen we recente ontwikkelingen in het computationeel leren van "diepe representaties" gebruiken om vat te krijgen op deze kenmerken. Connectionistische modellen (zoals neurale netwerken) hebben veelbelovende resultaten laten zien in het modelleren van ruwe audio-signalen, zoals opgenomen spraak. Door de zorgvuldige analyse, visualisatie en interpretatie van dergelijke modellen, willen we achterhalen welke specifieke eigenschappen in de spraak van CI-kinderen verantwoordelijk zijn voor de identificeerbaarheid van hun spraaksignaal.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Intelligente neurale systemen als geïntegreerde erfgoedinstrumenten (INSIGHT). 15/12/2016 - 31/07/2022

Abstract

Het INSIGHT-project zet in op de toepassing van geautomatiseerde algoritmes uit het domein van de artificiële intelligentie om culturele erfgoedinstellingen te ondersteunen bij hun lopende digitalisatie-initiatieven en het beheer van hun snel groeiende digitale collecties. We focussen op de recente vooruitgang in machine-gebaseerd leren, waar de toepassing van diepe neurale netwerken tot belangrijke doorbraken heeft geleid in natuurlijke taalverwerking en computationele perceptie-studies. We gaan na hoe geavanceerde algoritmes kunnen gebruikt worden om op (semi-automatische wijze) digitale objecten te beschrijven en te catalogeren, in het bijzonder deze waarvoor geen of slechts nauwelijks metadata beschikbaar zijn. Dit project plaatst de collecties van twee federale museumclusters te Brussel centraal (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis) en neemt zich voor hun digitale collecties klaar te maken om opgenomen te worden in Europeana.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Big Data van het verleden voor de toekomst van Europa (Time Machine) 01/03/2019 - 29/02/2020

Abstract

Europe moet dringend zijn engagement met zijn verleden herstellen en intensiveren. Time Machine zal Europa de technologie geven om zijn identiteit te versterken tegen de achtergrond van globalisering, populisme en toenemende sociale uitsluiting, door zijn geschiedenis en cultureel erfgoed om te vormen tot een levende hulpbron voor de co-creatie van zijn toekomst. Het Large Scale Research Initiative (LSRI) zal een grootschalige digitalisering en computerinfrastructuur ontwikkelen die de millennia van de Europese historische en geografische evolutie in kaart brengt, waarbij kilometers aan archieven, grote collecties van musea en bibliotheken en geohistorische datasets in een gedistribueerd digitaal informatiesysteem worden omgezet. Om te slagen wordt een reeks fundamentele doorbraken op het gebied van kunstmatige intelligentie en ICT nagestreefd, waardoor Europa de leider wordt op het gebied van de extractie en analyse van Big Data uit het verleden. Time Machine zal sociale en geesteswetenschappen naar grotere problemen leiden, waardoor nieuwe interpretatieve modellen op superieure schaal kunnen worden gebouwd. Het zal een nieuw tijdperk van open toegang tot bronnen inluiden, waar vroeger en nu onderzoek open wetenschap is. Deze voortdurende stroom van kennis zal een diepgaand effect hebben op het onderwijs, de reflectie over lange trends stimuleren en het kritisch denken aanscherpen, en zal fungeren als een economische motor voor nieuwe beroepen, diensten en producten, met gevolgen voor belangrijke sectoren van de Europese economie, waaronder ICT, de creatieve industrie en het toerisme, de ontwikkeling van slimme steden en landgebruik. De CSA zal een volledig LSRI-voorstel ontwikkelen rond de tijdmachine visie. Er zullen gedetailleerde routekaarten worden opgesteld, georganiseerd rond wetenschap en technologie, operationele beginselen en infrastructuur, exploitatiemogelijkheden en kadervoorwaarden. Een verspreidingsprogramma is gericht op verdere versterking van het snel groeiende ecosysteem, dat momenteel 95 onderzoeksinstellingen, de meest prestigieuze Europese verenigingen voor cultureel erfgoed, grote ondernemingen en innovatieve KMO's, invloedrijke bedrijfs- en maatschappelijke organisaties en internationale en nationale institutionele organen telt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Towards a European Time Machine 01/10/2017 - 30/09/2020

Abstract

Wat als we door de tijd zouden kunnen reizen met hetzelfde gemak als we ons door de ruimte verplaatsen? Met het Time Machine consortium werken we toe naar een grootschalig FET Flagship-project om een grootschalige simulator te bouwen die in staat is om meer dan 2000 jaar aan Europese geschiedenis in kaart te brengen. Deze "Big Data" uit het verleden, die een gedeelde motor voor de toekomst kan worden, kan ongeziene verschuivingen teweegbrengen op cultureel, economisch en maatschappelijk gebied. Een beter begrip van het verleden is een belangrijke voorwaarde voor een beter begrip van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen waar Europa voor staat en draagt bij tot een meer inclusieve samenleving. Onderzoekers van over de hele wereld slaan de handen in elkaar voor het opzetten van een Time Machine (teletijdsmachine) Flagship project om het verleden opnieuw tot leven te wekken met een van de meest ambitieuze projecten in de menswetenschappen tot op heden, en zeker op het vlak van de culturele cultuur en identiteit. Het fundamentele idee achter dit project is gebaseerd op Europa's unieke culturele erfgoed: de lange Europese geschiedenis, de uitzonderlijke Europese meertaligheid en de inter- en multiculturaliteit die zo eigen is aan Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De maat van het Middelnederlands: reconstructie van het ritme en de prosodie van Middelnederlandse literatuur, een datagedreven benadering 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Wat bedoelen we wanneer we zeggen dat het ritme van een literaire tekst "hortend" of "vloeiend" is? En wat zijn de eigenschappen van letterkundige werken die "makkelijk in het geheugen blijven hangen"? De ritmische eigenschappen van literatuur worden doorgaans met intuïtieve en vage termen beschreven en dat is zeker het geval voor de Middelnederlandse letterkunde. De vele berijmde teksten uit de vroegste periode van onze literatuurgeschiedenis worden vaak beschreven in termen zoals de hierboven genoemde. Maar vaak is het onduidelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Met dit onderzoek willen we deze intuïtieve en daardoor ook mogelijk subjectieve beweringen wetenschappelijk toetsen en expliciteren. Voor het eerst zullen we computationele technieken aanwenden om de ritmische eigenschappen van Middelnederlandse teksten te onderzoeken. Aangezien deze technieken onbevooroordeeld zijn, kan subjectiviteit worden uitgeschakeld. Zo moet het mogelijk zijn een precies en expliciteerbaar inzicht te krijgen in de ritmische eigenschappen van literaire teksten. Voor de eerste keer zullen we de redenen voor bepaalde intuïtieve observaties precies kunnen beschrijven. We zullen ons daarbij niet beperken tot de analyse van individuele teksten, maar ook de ritmes in diverse literaire genres met elkaar vergelijken. Zonder te verdwalen in een jungle van vage impressies zullen we b.v. in staat zijn aan te geven op welke wijze beroemde teksten als "Vanden vos Reynaerde"en "Karel ende Elegast" zich in ritmisch opzicht van elkaar onderscheiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

AI Poems: Digital Poëzie voor Gehospitaliseerde Kinderen. 01/01/2017 - 31/12/2017

Abstract

Het doel van het project AI Poems is het ontwikkelen van software en de bijhorende ondersteuning om gehospitaliseerde kinderen toegang te verschaffen tot creatief taalgebruik, en de opgedane kennis in te zetten bij de uitbouw van een meertalig aanbod voor de kinderafdelingen van ziekenhuizen in Vlaanderen en het buitenland. Door gebruik te maken van de meest recente taaltechnologie zal de software poëzie op een aantrekkelijke wijze aanbieden, daarbij voortdurend gebruik makend van aanwijzingen van een kind. Het onderzoeksproject zal experimenteren met verschillende interfaces, zodat ook kinderen met een beperking kunnen deelnemen aan dit creatieve en sociale initiatief. Het project wordt ondersteund door binnen- en buitenlandse partners, in het bijzonder de kinderafdelingen van enkele Vlaamse ziekenhuizen waar het onderzoek deels zal uitgevoerd worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

InterStylar: Een stylometrische benadering van intertextualiteit in 12e-eeuwse Latijnse literatuur. 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

In studies naar auteurschap gebruiken geleerden kwantitatieve technieken uit de stylometrie om anonieme teksten aan gekende auteurs toe te schrijven. Intertextualiteit -- het fenomeen waarbij auteurs het werk van andere auteurs in hun eigen werk integreren of erop alluderen -- stelt een interessant probleem in dit verband: moeten alle 'interteksten', zoals citaties of allusies, uit een tekst verwijderd worden voor we de stijl ervan betrouwbaar kunnen analyseren? Dit project gaat in tegen de gangbare opvatting dat dergelijke 'Fremdkörper' enkel ruis zijn en wil de hypothese verifiëren dat intertextualiteit een cruciaal aspect vormt van de individuele schrijfstijl van auteurs. Hiervoor zullen we een representatief corpus analyseren van 12e-eeuwse Latijnse literatuur rondom het indrukwekkende oeuvre van Bernardus van Clairvaux, waarin bijbelse (en andere) intertextualiteit een dominante rol speelt. Het project zal gebruik van de recente vooruitgang in het gebied van 'Deep Representation Learning' oftewel technieken die toelaten om tekstpassages te modelleren als een rauwe reeks letters.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp II. De historische stad als labo voor stedelijk onderzoek door middel van sociaal-ruimtelijke kaarten op huishoudniveau. 01/05/2016 - 30/04/2020

Abstract

In een samenleving waarin het grootste deel van de wereldbevolking in steden woont, staat de ontwikkeling van lange-termijnperspectieven op de ecologische, sociale, economische en politieke uitdagingen inherent aan stedelijkheid, hoog op de internationale onderzoeksagenda. De samenwerking van historici, sociologen, milieu- en literatuurwetenschappers in GISTorical Antwerp II vormt de historische stad Antwerpen om tot een digitaal labo voor lange-termijnonderzoek naar stedelijkheid. Vijf eeuwen stedelijke ontwikkeling tussen 1584en 1984 worden gevat in acht digitale sociale kaarten op het micro-niveau van het individuele huishouden. De bouw zet in op publieksparticipatie via 'crowd sourcing', maar ook op de ontwikkeling van nieuwe digitale technieken (Linear Referencing, Named Entity Recognition). Eens dit framework operationeel is, kunnen andere datasets (van bouwdossiers tot Google Books) onmiddellijk gekoppeld én sociaal en ruimtelijk gecontextualiseerd worden. Lange-termijnsonderzoek naar stedelijkheid in al zijn vormen en diversiteit aan individuele ervaringen en trajecten, krijgt zo een geheel nieuwe dimensie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Digitale tekstanalyse. 01/12/2015 - 30/11/2020

Abstract

In de geesteswetenschappen onderzoeken geleerden de producten van de menselijke geest, zoals taal, schilderijen, muziek etc. Ook teksten vormen een belangrijk onderzoeksobject in veel gebieden binnen de geesteswetenschappen. Tot recent werden tekstuele analyses vaak 'handmatig' uitgevoerd door individuele experten, via 'close reading' oftewel de zorgvuldige, doorgedreven lectuur van een doorgaans kleine verzameling teksten. Sinds de opkomst van personal computers komen een immer groeiend aantal teksten beschikbaar in digitale, machine-leesbare vorm. Dit stelt geleerden in staat om tekstverzamelingen met computer-toepassingen op een veel grotere schaal te analyseren. 'Distant Reading' is een term die de dag van vandaag vaak wordt gebruikt om dergelijke 'macro'-vormen van digitale tekstanalyse aan te duiden in de geesteswetenschappen. Inzichten extraheren uit grote tekstcorpora met Distant Reading blijkt in de praktijk vaak erg uitdagend en moeilijk. Het komt dan ook niet als een verrassing dat, nu de grootte van onze datasets toeneemt, de complexiteit van de gebruikte methodes om deze data te analyseren vaak afneemt. In veel 'Big Data'-onderzoek zien we bijvoorbeeld dat geleerden amper verder komen dan het berekenen dan woordfrequenties in teksten. Als we willen dat computers écht slimmer worden en teksten kunnen lezen zoals mensen dat kunnen (cf. Artificiële Intelligentie), moeten we daarom meer complexe vormen van "Artificieel Lezen" ontwikkelen. Interessant genoeg zien we dat mensen vaak een heel persoonlijke leeservaring bij teksten hebben, omdat zij worden beïnvloed door hun individuele achtergrond. Veel computer-toepassingen lezen teksten op een meer algemene wijze en doen weinig moeite om de specifieke, individuele leesachtergrond van mensen na te bootsen. Universiteiten, maar ook grote technologische bedrijven, zoals Facebook of Google, ontwikkelen momenteel slimmere algoritmes die automatisch kunnen leren op basis van stimuli in de buitenwereld, net zoals mensen dat doen. Dergelijke programma's worden vaak "Deep Learning" genoemd in de informatica en zij zijn al erg succesvol gebleken in veel industriële applicaties (zoals gezichtsherkenning in plaatjes op sociale media). Verrassend genoeg worden deze technieken nog maar mondjesmaat toegepast in het onderzoek binnen de geesteswetenschappen. De algemene bedoeling van dit project is dan ook bijdragen aan de transfer van methodes uit de Deep Learning naar het domain van de digitale tekstanalyse in een geesteswetenschappelijke context.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De maat van het Middelnederlands: reconstructie van het ritme en de prosodie van Middelnederlandse literatuur, een datagedreven benadering. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Wat bedoelen we wanneer we zeggen dat het ritme van een literaire tekst "hortend" of "vloeiend" is? En wat zijn de eigenschappen van letterkundige werken die "makkelijk in het geheugen blijven hangen"? De ritmische eigenschappen van literatuur worden doorgaans met intuïtieve en vage termen beschreven en dat is zeker het geval voor de Middelnederlandse letterkunde. De vele berijmde teksten uit de vroegste periode van onze literatuurgeschiedenis worden vaak beschreven in termen zoals de hierboven genoemde. Maar vaak is het onduidelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Met dit onderzoek willen we deze intuïtieve en daardoor ook mogelijk subjectieve beweringen wetenschappelijk toetsen en expliciteren. Voor het eerst zullen we computationele technieken aanwenden om de ritmische eigenschappen van Middelnederlandse teksten te onderzoeken. Aangezien deze technieken onbevooroordeeld zijn, kan subjectiviteit worden uitgeschakeld. Zo moet het mogelijk zijn een precies en expliciteerbaar inzicht te krijgen in de ritmische eigenschappen van literaire teksten. Voor de eerste keer zullen we de redenen voor bepaalde intuïtieve observaties precies kunnen beschrijven. We zullen ons daarbij niet beperken tot de analyse van individuele teksten, maar ook de ritmes in diverse literaire genres met elkaar vergelijken. Zonder te verdwalen in een jungle van vage impressies zullen we b.v. in staat zijn aan te geven op welke wijze beroemde teksten als "Vanden vos Reynaerde"en "Karel ende Elegast" zich in ritmisch opzicht van elkaar onderscheiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Periodisering in de literatuurgeschiedenis: een computationeel model van de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. 01/10/2015 - 30/11/2015

Abstract

In literaire geschiedschrijving is het gebruikelijk dat onderzoekers historische gebeurtenissen opdelen in periodes (bv. de romantiek). Dit proces heet periodisering en wordt beschouwd als een belangrijke taak in het historisch literair onderzoek. Niettegenstaande de grote relevantie hiervan, is periodisering een controversiële aangelegenheid: sommige bijzonder invloedrijke modellen worden beschouwd als een erfenis uit de negentiende eeuw, en hun hedendaagse relevantie wordt niet zelden in vraag gesteld. Het doel van dit project bestaat eruit een computationeel model te ontwikkelen van de evolutie van de Nederlandstalige literatuur in de Lage Landen (13e tot 20e eeuw). Dit diachroon model zal technieken gebruiken uit de computationele tekstanalyse ('Distant Reading') om veranderingen op te sporen inzake de stilistische en thematische eigenschappen van teksten. Het is belangrijk dat dit een data-gedreven model is, dat niet zal vertrekken vanuit bestaande, mogelijk vooringenomen hypotheses. Dit model zal zorgvuldig geïnterpreteerd worden tegen het achterdoek van de bestaande, traditionele vakbeoefening in literaire studies. Op deze wijze kunnen we tot een beter begrip komen van de validiteit van bestaande periodiseringsvoorstellen inzake de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Dit project draagt zo bij aan het intensieve, internationale debat over de integratie van van traditionele 'close reading'-methodes, en moderne computationele methodes voor Distant reading.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Digitale Humane Wetenschappen. 13/11/2013 - 31/12/2014

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het uitbreiden van de Online Froissart, een gegevensbank voor de studie van de laat-middeleeuwse boekproductie 01/02/2013 - 31/12/2013

Abstract

Recent is veel aandacht besteed aan middeleeuwse boekproductie. Het was complex om de grote handschriften te vervaardigen die zijn overgeleverd uit bv. het vroeg-vijftiende-eeuwse Parijs. Een interessant probleem betreft de kopiisten van handschriften: soms schijnen tot 20 scribenten te hebben bijgedragen aan een boek maar hun handschriften zijn erg moeilijk te onderscheiden. Het is daarom belangrijk om objectieve methodes te ontwikkelen voor het betrouwbaar onderscheiden van deze scribenten. In mijn doctoraat heb ik gewezen op de meerwaarde van "stylometrische" technieken voor dergelijke problemen. De meeste scribenten hanteerden een individueel spellingsprofiel op een zo consequente wijze dat algoritmes vaak automatisch de hand van een kopiist kunnen herkennen in een nieuwe, ongeziene kopie. Dergelijke tekst-gebaseerde identificaties kan men bewerkstelligen via technieken uit de Computerlinguïstiek en de Artificiële Intelligentie. De Online Froissart is een waardevolle gegevensbank in dit opzicht. Deze bevat een electronische editie van verschillende vroeg-vijftiende-eeuwse, Parijse afschriften van de Chroniques van Jean Froissart. Dit Klein Project is gericht op de uitbreiding van de Online Froissart, omdat deze databank ideaal is voor onderzoek naar de tekstgebaseerde herkenning van laat-middeleeuwse kopiisten. Op verschillende vlakken vormt dit project een aanvulling bij mijn recent gestarte postdoc-project, waarin kopiistherkenning een belangrijk onderwerp vormt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een middeleeuws Styloom? Een verkenning van de Universele Styloom-Hypothese in middeleeuws proza. 01/10/2012 - 30/09/2015

Abstract

Computergestuurd onderzoek binnen de kwantitatieve stijlleer of stylometrie heeft geleid tot de "Styloom-hypothese": de niet-bewezen aanname dat iedere auteur zo een individuele schrijfstijl heeft dat dit "stilistisch DNA" kwantitatief kan gemodeleerd worden. In dit project wordt casusgewijs getoetst in welke mate deze aanname opgaat voor middeleeuwse literatuur. Dat is uitdagend, want middeleeuwse teksten bevatten veel variatie (bv. spelling) die niet teruggaan op de oorspronkelijke auteur van teksten, maar op latere kopiisten. Dit onderzoeksproject legt de nadruk op twee casussen. Ten eerste zal ik de stylometrie toepassen op Brabantse geestelijke teksten uit de dertiende en veertiende eeuw (o.m. Hadewijch en Jan van Ruusbroec). Ten tweede zal ik de stijl bestuderen van Latijnse literatuur uit de elfde eeuw van Anglo-Vlaamse herkomst (o.m. Drogo, Goscelinus).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het eindrijm in de Middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500): ontwikkeling, verhouding tot auteurspersoonlijkheid en samenhang met genres. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Dit project onderzoekt het eindrijm in de Middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500). Aan de hand van drie onderzoeksvragen wil ik de ontwikkeling ervan in kaart brengen, zijn relevantie voor auteursherkenning bepalen en zijn samenhang met genres onderzoeken. Vanuit een breder literair-historisch perspectief wordt daarbij telkens de vraag gesteld hoe onderscheidend of creatief Middelnederlandse auteurs zich in hun werk opstelden. De methodologie die ik wil gebruiken is computergebaseerd en geautomatiseerd (cf. Hinskens & Van Dalen-Oskam 2007). Het project is op die manier afgestemd op de omvang van het onderzoeksmateriaal en de complexiteit van de onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het eindrijm in de middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500): ontwikkeling, verhouding tot auteurspersoonlijkheid en samenhang met genres. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Dit project onderzoekt het eindrijm in de Middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500). Aan de hand van drie onderzoeksvragen wil ik de ontwikkeling ervan in kaart brengen, zijn relevantie voor auteursherkenning bepalen en zijn samenhang met genres onderzoeken. Vanuit een breder literair-historisch perspectief wordt daarbij telkens de vraag gesteld hoe onderscheidend of creatief Middelnederlandse auteurs zich in hun werk opstelden. De methodologie die ik wil gebruiken is computergebaseerd en geautomatiseerd (cf. Hinskens & Van Dalen-Oskam 2007). Het project is op die manier afgestemd op de omvang van het onderzoeksmateriaal en de complexiteit van de onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)