Onderzoeksgroep

Milieu Ecologie en Toegepaste Microbiologie (ENdEMIC)

Expertise

Het Laboratorium voor Milieu-ecologie en Stedelijke Ecologie (EUREC-Air), waarvan ik woordvoerder ben, is één van de twee laboratoria van de onderzoeksgroep ENdEMIC (Onderzoeksgroep voor Milieu-Ecologie en Toegepaste Microbiologie). EUREC-Air richt zich op de volgende onderzoeksthema’s, die allen van groot wetenschappelijk en sociaal belang zijn: (i) monitoring van de luchtkwaliteit en zijn ecologische implicaties, (ii) natuurgebaseerde oplossingen voor duurzame en ecologische steden, en (iii) luchtvervuiling en menselijke gezondheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken en benaderingen, waarvan de belangrijkste zijn: (i) milieumagnetische monitoring, (ii) burgerwetenschappen, (iii) low-cost en low-tech sensoren voor monitoring van de luchtkwaliteit en meteorologische omstandigheden, (iv) biomonitoring en (v) modellering. De eerste onderzoekslijn over monitoring van de luchtkwaliteit en zijn ecologische implicaties behelst de biomagnetische monitoring van fijnstofvervuiling (milieumagnetische monitoring). Het laboratorium tracht deze monitoringstechniek verder te optimaliseren, zodat de bijdragen van verschillende fijnstofbronnen (zoals verkeer en industrie) onderscheiden en ingeschat kunnen worden. EUREC-Air heeft een sterke track-record op het vlak van biomonitoring van de luchtvervuiling, voornamelijk via bladeren, maar ook via andere plantenorganen (bijvoorbeeld stammen en takken), en via insecten en vogels als indicatoren van de omgevingskwaliteit. Bovendien, bestudeert EUREC-Air ook het bodemcompartiment in vergelijking met vegetatie, als indicator van historische en actuele luchtverontreiniging, respectievelijk. Door luchtkwaliteitsdata te combineren met milieumagnetische monitoring van planten, bodem, rivierbeddingen en dieren, betracht EUREC-Air een holistisch inzicht te verwerven over het gedrag en de impact van fijnstofgerelateerde metalen in het (stedelijke) milieu. EUREC-Air heeft een uitgebreide en unieke ervaring met burgerwetenschapsprojecten, en zal daar op blijven inzetten om enerzijds unieke datasets te verzamelen, maar voornamelijk om de bewustwording rond de problematiek van luchtverontreiniging en andere stedelijke milieuproblemen bij de burger te vergroten. EUREC-Air vervolledigt zijn integrerende biomonitoring en milieumagnetische benadering met luchtkwaliteitsmonitoring via low-cost en low-tech sensoren. De tweede onderzoekslijn is gesitueerd rond natuurgebaseerde oplossingen voor duurzame en ecologische steden. EUREC-Air onderzoekt hierbij de rol van groene en blauwe infrastructuur (GBI) in de reductie van het stedelijk hitte-eiland-effect en de verbetering van de luchtkwaliteit. Daarnaast wordt ook het potentieel van het inzetten van bladgerelateerde micro-organismen voor de verbetering van de luchtkwaliteit bestudeerd. De invloed van GBI op de stedelijke biodiversiteit, van micro-organismen tot ecosysteemniveau, is tevens een belangrijk onderzoeksthema van het laboratorium. Omwille van het belang van het stedelijke ecosysteem, en in relatie tot de beperkte plaats in steden, blijft de studie van de ecosysteemdiensten van stadsbomen een belangrijk onderzoeksthema. Zo kunnen boomsoortkeuzes in stedelijke ontwikkelingsprojecten wetenschappelijk ondersteund worden, met het oog op een optimalisering van de ecosysteemdiensten aan de specifieke behoeftes. De derde en laatste onderzoekslijn richt zich op het verband tussen luchtverontreiniging en menselijke gezondheid. EUREC-Air onderzoekt hierbij onder andere de dynamische blootstelling bij het gebruik van verschillende transportmodi (bijvoorbeeld wandelen, fietsen, openbaar vervoer, wagen), en het effect van blootstelling aan fijn stof op de ademhalingsfunctie.

Enviromics - Geïntegreerde Technologieën voor Ecosystemen 01/01/2021 - 31/12/2026

Abstract

Enviromics is een multidisciplinair consortium van UAntwerpen-onderzoekers met een focus op milieuwetenschappen en -technologieën. Door impactvolle fundamentele en interdisciplinaire benaderingen in de biologie, (bio) chemie en (bio) engineering biedt het consortium bio-gebaseerde oplossingen voor ecosysteemuitdagingen, door een sterke interactie tussen drie pijlers (i) Milieutoepassingen en natuur-gebaseerde oplossingen, (ii) Detectie en analyse van chemicaliën en milieupollutie en (iii) Microbiële technologie en bio-gebaseerde materialen. Het geheel wordt ondersteund door duurzame productontwikkeling en technologie-assessment. Door een hernieuwde en strakkere focus tekent het ENVIROMICS consortium nu voor een slankere en meer dynamische vorm. Door intensievere samenwerkingen met verschillende belanghebbenden, zowel nationaal als internationaal, wordt de hefboom voor het creëren van verbeterde bedrijfs- en maatschappelijke impact versterkt. Het consortium wordt sterk beheerd door een team van twee hooggeprofileerde onderzoekers samen met een IOF-manager en een projectmanager, beide met duidelijk omschreven taken en in nauw contact met de consortiumleden en de centrale Valorisatie-eenheid van de universiteit. Het consortium heeft een sterke en groeiende IP-positie, voornamelijk op het gebied van milieu/elektrochemische detectie en microbiële probiotica, twee belangrijke punten van het onderzoeks- en toepassingsprogramma. Eén spin-off is gecreëerd in 2017 en er zullen er nog twee in de komende drie jaar worden opgezet. De directe interactie met productontwikkelaars zorgt voor het bereiken van hogere TRL-producten. Naast een groeiend portfolio van industriële contracten, creëren we, waar relevant, een tastbare maatschappelijke impact, inclusief benaderingen van citizen science. Door de sterkere hefboomwerking die wordt gecreëerd door de nieuwe structuur en partnerschappen, zullen we beide met elkaar verweven takken aanzienlijk ontwikkelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modelmatige en experimentele validatie van depositie op vegetatie voor de mitigatie van fijnstof in steden. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

De schadelijke gevolgen voor de gezondheid als gevolg van blootstelling aan luchtverontreiniging, zoals PM, worden steeds prominenter. Hoewel de emissies verminderen, worden er nog steeds te hoge PM-concentraties vastgesteld op locaties met veel verkeer en in zogenaamde street canyons. Stedelijk groen wordt beschouwd als een potentiële oplossing voor het verbeteren van de luchtkwaliteit, vooral groengevels hebben een groot potentieel. Vegetatie heeft een invloed op luchtstroompatronen en helpt bij het verwijderen van verontreinigende stoffen uit de atmosfeer door droge depositie op bladoppervlakken. Zowel veld-, windtunnel- als modelleringstudies (in het bijzonder CFD) worden complementair gebruikt om deze effecten te onderzoeken, maar de huidige depositiemodellen zijn niet in staat om alle mechanismen te begrijpen die verantwoordelijk zijn voor depositie en resuspensie. Dit onderzoeksvoorstel zal deze tekortkoming aanpakken door het ontwikkelen van een depositiemodel waarbij alle relevante mechanismen in aanmerking worden genomen, evenals resuspensie van bladeren. De relevante aerodynamische parameters en depositie / resuspensiesnelheid van verschillende plantbladoriëntatie van soorten groengevels zullen worden bepaald met windtunnelexperimenten. Deze resultaten zullen dienen als input voor een modelraamwerk op ware schaal. Het modelraamwerk zal worden toegepast om het potentieel van nature-based systemen en ecotechnologische oplossingen voor stedelijke PM-mitigatie te onderzoeken. Dit onderzoeksvoorstel is zeer innovatief en uitdagend en overstijgt de state-of-the-art.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Fyllosfeer bacteriën: een natuurlijke, verborgen oplossing in onze strijd tegen luchtvervuiling? 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Luchtvervuiling is een groot sociaal en milieuprobleem, en veroorzaakt een grote variëteit aan negatieve gezondheidseffecten. Ongeveer 7 miljoen mensen en een economische kost van 3.28 triljoen euro wordt toegeschreven aan luchtvervuiling per jaar. In dit onderzoek zal een veelbelovende, nieuwe methode onderzocht worden om luchtvervuiling tegen te gaan. Meer specifiek, gaan het over het potentieel van fyllosfeer bacteriën om urbane luchtvervuiling af te breken in minder gevaarlijke stoffen (fijn stof en vluchtige organische stoffen), ook wel bioremediatie genoemd. Het project omvat 4 werkpaketten (WP). In WP1 zal de samenstelling van de bacteriële gemeenschap van 70 plantensoorten bepaald worden, en gelinkt worden aan bladkarakteristieken. In WP2 zal onderzocht worden welke fyllosfeer bacteriën typisch voorkomen onder hoge concentraties van urbane vervuiling en hoe deze variëren doorheen de tijd. In WP3 zal de specifieke bioremediatie capaciteit van geselcteerde bacterien getest worden en in WP4 zullen al deze resultaten samen gebracht worden. Vervolgens zullen de eerste realistische getallen gemodelleerd worden van wat de implicatie van deze pant-fyllosfeer bacterie- combinatie kan betekenen voor de concentraties van urbane luchtvervuiling. Het ultieme doel van dit onderzoek is om de optimale plant-bacterie combinatie te vinden om het boiremediatie potentieel van vegitatie in de stad te optimaliseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Slimme groene steden in het 2 zeeën gebied (NSCiti2S). 03/09/2018 - 25/02/2022

Abstract

De vergroening van steden en gemeentes wordt vaak gefinancierd met extern geld, bijvoorbeeld van Europa. Het ontbreken van een goede business case om te investeren in meer groen in de stad ontbreekt vaak. In dit project wordt een nieuw business model ontwikkeld samen met en voor lokale overheden in het 2 zeeën gebied om ze financiële argumenten te geven om te kiezen voor meer groen in de stad. Dit project analyseert en demonstreert hoe investeringen in stedelijk groen positief zijn voor zowel de stadsfinanciering en duurzaamheid (economisch, sociaal en milieu) van de stad. Het project onderzoekt de cash flow van investeringen in stedelijk groen, de monetaire en niet-monetaire waarde van stedelijk groen en de criteria en procedures die nodig zijn in steden en gemeentes om investeringen goed te keuren. Vervolgens onderzoeken we hoe de bestaande criteria en procedures kunnen worden gebruikt om meer te investeren in stedelijk groen. Een business model word finaal opgesteld, getest en gevalideerd samen met en voor partnersteden in het project.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Groene daken en wanden voor ecosysteemdiensten in toekomstige steden (ECOCITIES). 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

EcoCities zal een geïntegreerde en vergelijkende analyse uitvoeren op verschillende types van groenwanden (GW) en groendaken (GD). In essentie behelst het onderzoek: - een diepgaande bepaling van de bijdrage van verschillende (groeisubstraat, plantensoorten) types GD en GW aan de belangrijkste ecosysteemdiensten (ED) in een urbane context. - een geïntegreerde evaluatie van de geleverde ED.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Exploratie van de bioremediatiecapaciteit en het toepassingspotentieel van fyllosfeerbacteriën (PHYLLOBACT). 01/01/2019 - 31/12/2020

Abstract

De fyllosfeer is een specifieke microbiële habitat waarbij de atmosfeer en de plant samenkomen, voornamelijk ter hoogte van de bladeren. Wereldwijd wordt geschat dat alle bladeren een oppervlakte omvatten dat tweemaal zo groot is als het landoppervlakte. De fyllosfeer is dus een microbiële habitat met een enorm potentieel dat nog maar weinig geëxploreerd is. Wel hebben recente doorbraken in microbiële DNA-sequencing technieken geleid tot nieuwe inzichten in de bacteriële gemeenschappen van de fyllosfeer. Deze fyllosfeergemeenschappen worden bepaald door eigenschappen van de plant (fysisch en biochemisch) en omgevingscondities. Daarnaast is op basis van fysiologisch onderzoek al vele decennia geweten dat epifytische bacteriën de gezondheid van de plantgastheer kunnen beïnvloeden door de groei van plantpathogenen te verhinderen of door plantengroei te bevorderen, naast andere effecten. Luchtvervuiling en de negatieve effecten op onze gezondheid nemen nog steeds wereldwijd toe. Fijnstof, vluchtige organische stoffen (VOS), roet, dieselpartikels en zware metalen zijn belangrijke luchtpolluenten. De negatieve gezondheidseffecten bestaan onder andere uit hart- en vaatziekten, hartaanvallen en beroertes, ademhalingsziekten zoals astma en zelfs kanker en de ziekte van Alzheimer. Er bestaan momenteel verschillende technologische oplossingen om luchtpolluenten te verwijderen, zoals katalytische filters en aanpassingen aan de verbrandingsmotoren voor het verbeteren van de algemene luchtkwaliteit. Ook voor binnenhuisomgevingen bestaan er verschillende luchtzuiveringssystemen, maar deze zijn meestal gebaseerd op chemische, fysische of fotokatalytische processen. Er bestaan echter nog te weinig biologische, duurzame en kostenefficiënte oplossingen. Bioremediatie is het gebruik van micro-organismen om milieuvervuiling af te breken of om te zetten in een minder toxische vorm. In dit project wordt een nieuwe bioremediatietoepassing geëxploreerd: het inzetten van plantgeassocieerde bacteriën uit de fyllosfeer voor de afbraak of verwijdering van specifieke polluenten uit de omgevingslucht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Moduleren van het fyllosfeermicrobioom voor een hogere gewasproductie en gewasbescherming. 01/01/2019 - 31/10/2019

Abstract

Een groeiende wereldbevolking en een veranderend klimaat zijn slechts enkele elementen die druk zetten op de voedselproductie. De uitdaging van de landbouw is om te verduurzamen, en tegelijkertijd meer productief. Plantenziekten veroorzaken aanzienlijke verliezen in voedselproductie en om oogsten te beschermen, zijn pesticiden noodzakelijk. Deze pesticiden zijn echter een van de grootste bijdragers aan de bedreigingen van landbouw ten aanzien van de menselijke gezondheid en het milieu. Dit project streeft naar het vinden van innovatieve oplossingen om de impact van pesticiden te verminderen, door onderzoek te doen naar microbiële gemeenschappen op de bovengrondse delen van planten, de fyllosfeer. Het is geweten dat deze micro-organismen intiem interageren met de plant. Ze kunnen o.a. de groei van planten en hun vatbaarheid voor ziekten beïnvloeden. Toepassingen zijn echter beperkt en om die te bekomen stellen we voor als volgt te werk te gaan. Ten eerste bestuderen we de interacties tussen de micro-organismen en de plant. Vervolgens worden bacteriën van de fyllosfeer en van gefermenteerde compost extracten geïsoleerd en gekarakteriseerd. Ten slotte zullen we geselecteerde bacteriën appliqueren op model gewassen en het effect op de plant en de microbiële gemeenschap bekijken. Het doel is om bij te dragen aan kennis over interacties in het fyllosfeer ecosysteem en om producten te formuleren op basis van bacteriën met een gunstig effect op de plant, genaamd "plant probiotica".

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

AIRbezen@School. 01/06/2018 - 31/05/2020

Abstract

Dit citizen science project rond luchtkwaliteitsmetingen bouwt verder op het succes van AIRbezen, maar richt zich nu exclusief op scholen, klassen en leerlingen, en trekt voluit de kaart van de actieve participatie. Deze unieke benaderingswijze vergt uiteraard een specifieke aanpak, voortbouwend op de ruime ervaring van de wetenschappelijke trekkers van dit project, en samen met sleutelfiguren of -organisaties binnen de onderwijswereld. Het project heeft een hoog participatief karakter, vertrekkende vanuit authentieke vragen rond luchtkwaliteit die leven op scholen. De leerkrachten en leerlingen zijn geen uitvoerders, maar zijn de werkelijke wetenschappers binnen het project. Door een gemengde aanpak, namelijk door te werken met half-begeleide en zelfstandige scholen, beoogt het project te kunnen blijven doorbestaan, ook na het aflopen van de financiering. Het project zal handvaten aanreiken en ondersteuning bieden zodat deelnemers van minimaal 400 scholen zowel de luchtkwaliteit in de omgeving van de school als binnen de school in kaart kunnen brengen, de bekomen data kunnen analyseren en begrijpen en er eventuele oplossingen voor bedenken. Het project biedt eveneens kansen om STEM-onderwijs op een geïntegreerde wijze, betekenisvol uit te bouwen rond een relevant thema in de leefwereld van scholen, klassen en leerlingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zeefdruk faciliteiten en hoge resolutie Raman beeldvorming van (geprinte) oppervlakken en materialen. 01/05/2018 - 30/04/2021

Abstract

Dit Hercules-voorstel omvat de installatie van zeefdrukfaciliteiten. Zeefdrukfaciliteiten stellen UAntwerpen in staat om te pionierswerk uit te voeren in het gebied van elektronica, sensoren en fotokatalyse door (1) ontwikkeling van unieke (foto) sensoren / detectoren (bijv. elektrochemische sensoren, fotovoltaïsche cellen, fotokatalyse) door printen van (half) geleidende materialen op substraten, (2) onderdelen van modules Internet of Things te ontwerpen met meer flexibiliteit. Dit laat toe om tegelijkertijd een uniek valorisatiepotentieel en IP-positie te creëren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Bestrijding van fijnstof door stedelijk groen: een wetenschappelijk kader gebaseerd op modellen. 01/10/2017 - 31/12/2018

    Abstract

    De hoofddoelstelling van dit project is het genereren van een wetenschappelijk kader voor onderzoek naar de verwijdering van fijnstof door stedelijk groen. In de eerste plaats worden belangrijke inzichten vergaard in de fysische fenomenen die bijdragen tot depositie van fijnstof aan plantoppervlakken. Verder wordt onderzocht op welke wijze meteorologische, plantfysiologische en morfologische kenmerken een invloed hebben. De methodiek is gebaseerd op (1) voorspellende modellen voor luchtstroming en transport van fijnstof door stedelijk groen, depositie en resuspensie van fijnstof en (2) experimentele analyse van de aerodynamica van stedelijk groen en depositie van fijnstof op plantoppervlakken. Combinatie van modelleringstechnieken en experimentele procedures laat toe inzichten te verkrijgen in de onderliggende processen (partikeltransport, depositie, resuspensie) en de effecten van meteorologische, fysiologische en morfologische parameters. Gebaseerd op dit wetenschappelijk kader zal het potentieel van "eco-technologische oplossingen" voor het bestrijden van luchtvervuiling –in het bijzonder van fijnstof– in steden worden onderzocht en getest. Bij "conventionele" toepassing van stedelijk groen wordt de afvangcapaciteit van vegetatie niet volledig benut. In dit project worden innovatieve concepten onderzocht waarbij stedelijk groen op een slimme wijze wordt ingezet om de afvangcapaciteit van fijnstof zo groot mogelijk te maken. Specifiek wordt gekeken naar het aanpassen en engineeren van groene structuren en het plaatselijk richten en controleren van luchtstroming, zodat de afvangst van fijnstof wordt geoptimaliseerd.. De kennis die wordt opgebouwd in dit onderzoeksproject is zeer nuttig voor het verder ontwerpen van gezonde en duurzame steden. Meer bepaald zullen de resultaten nuttig zijn voor het ontwikkelen van innovatieve eco-technologische oplossingen, gebaseerd op een solide wetenschappelijke basis.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Connectiviteit van groene en blauwe infrastructuren: levende aders voor biodiverse en gezonde steden (BIOVEINS-BE). 01/03/2017 - 30/11/2020

    Abstract

    Het doel van het BIOVEINS project is om functionele diversiteit (FD) te gebruiken om de mechanismen die de link tussen groene en blauwe infrastructuren (GBI), taxonomische diversiteit (TD) en de voorziening van ecosysteemdiensten (ED) ondersteunen aan het licht te brengen, en, om samen met lokale belanghebbenden de ecologische en interdisciplinaire kennis voor het identificeren van de criteria/eigenschappen van GBI te voorzien. Dit als leidraad voor de oprichting, het management en het behoud van GBI, en om de effecten van grote stedelijke en globale uitdagingen, zoals habitat fragmentatie, luchtverontreiniging en het stedelijk hitte-eiland effect te verzachten.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project website

    Interceptie, vastlegging en translocatie van radionucliden in landgebouwgewassen in serreomstandigheden en onder benevelingsirrigatie 01/11/2016 - 30/04/2021

    Abstract

    De productie en toepassing van nucleaire energie heeft geleid tot een verhoogde radioactiviteit in het milieu, resulterend in een verhoogde blootstelling van mensen aan ioniserende straling. Een van de belangrijkste blootstellingsroutes is de opname van radionucliden via voedselgewassen. Landbouwgewassen kunnen besmet raken door een direct vervuiling van de plantoppervlakten blootgesteld aan de atmosfeer, of via indirecte vervuiling wanneer de radionucliden worden afgezet in de bodem en opgenomen worden door de wortels samen met water en nutriënten. Eerder onderzoek toonde aan dat voor de meeste radionucliden en gewassen de contaminatie via atmosferische interceptie veel groter is dan via wortelopname gedurende het eerste jaar na een nucleair ongeval, of als de contaminatie gebeurt via de irrigatie met vervuild water. Een goede inschatting van de opname via bladeren is daarom noodzakelijk om de blootstelling via het gebruik van besmet voedsel betrouwbaar te kunnen inschatten. Ondanks het belang van de contaminatie via bladdepositie, zijn er nauwelijks data beschikbaar om deze bladopname te modelleren. Hierdoor is er een grote onzekerheid geassocieerd met de besmetting van voedselgewassen via bladopname, en worden er zeer eenvoudige benaderingen gebruikt om deze contaminatie in te schatten. Vier processen zijn verbonden met de contaminatie van planten via bladopname. Deze zijn: de interceptie door de atmosferische plantendelen, de weerhouding na verweringsprocessen, de absorptie in de plant en de translocatie in de plant naar andere plantendelen zoals wortels of vruchten. Om de grote onzekerheid in verband met bladopname weg te werken zullen experimenten uitgevoerd worden om deze vier processen te onderzoeken in functie van het beschouwde element, de plantensoort, het ontwikkelingsstadium van de plant en de tijd na contaminatie. Hierbij zal ook aandacht gegeven worden aan omgevingsfactoren. De bedoeling van dit doctoraatsvoorstel is om data aan te leveren over interceptie, retentie en translocatie van radionucliden tijdens de verschillende plantontwikkelingsstadia waarbij de blootstelling zal gebeuren via natte depositie via vernevelingsirrigatie. De belangrijkste onderzoeksvraag hierbij is of de interne plantcontaminatie voornamelijk bepaald wordt door de hoeveelheid bladeren en de geïntercepteerde hoeveelheid op bladniveau. Een andere onderzoeksvraag is of het mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de hoeveelheid nucliden weerhouden op het bladoppervlak en de intern geabsorbeerde hoeveelheid. Bovendien zal onderzocht worden of de chemische vorm van de radionuclide meer of minder belangrijk is dan het verschil tussen planten.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Green-air: Uitwisseling van groene kennis voor een gezondere binnen- en buitenlucht. 01/10/2016 - 30/09/2018

    Abstract

    Dit project heeft tot doel om een overzicht te maken van de recentste bevindingen omtrent de rol van planten in relatie tot de binnen- en buitenluchtkwaliteit. Er zal een overzicht worden gegeven van de verschillen tussen plantensoorten in hun luchtzuiverende capaciteit, evenals van de plantkarakteristieken die leiden tot deze verschillen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    De Slimme Stad 01/05/2016 - 30/04/2020

    Abstract

    Meer en meer alledaagse toestellen worden verbonden met het internet. Deze evolutie, die het internet der dingen (IoT) genoemd wordt, heeft een recente boost gegeven aan onderzoek naar grootschalige draadloze sensor netwerken. Meer specifiek worden steden met IoT technologie uitgerust maar echte grootschalige installaties van draadloze sensornetwerken geven nog erg grote onderzoeksuitdagingen. Tegelijkertijd is de stad ook een schat aan belangrijke data indien dit op een goeie manier kan gemonitord worden. Testbeds worden vaak gebruikt om onderzoeksresultaten te valideren maar een grootschalige en multi-technologie slimme stad infrastructuur is momenteel nog onbestaand. De City of Things onderzoeksinfrastructuur wil een multi-technologie en multi-niveau testbed bouwen in de stad van Antwerpen. 100 locaties, verdeeld over de stad, zullen voorzien worden van sensor basisstations. Deze basisstations worden vervolgens verbonden met een reeks van sensoren die informatie verzamelen omtrent mobiliteit, geluid, luchtkwaliteit, enz.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project website

    Bepalen van de 'vingerafdruk' van fijnstof voor stedelijke monitoring en brontoewijzing. 01/01/2016 - 31/12/2019

    Abstract

    Luchtvervuiling wordt momenteel omschreven als 's werelds grootste gezondheidsrisico. Desalniettemin bezitten de huidige luchtkwaliteitsnetwerken een beperkte ruimtelijke resolutie door de hoge investerings- en onderhoudskosten. Vooral in heterogene stedelijke omgevingen is de ruimtelijke resolutie van deze netwerken te beperkt. Biomagnetische monitoring van bladstalen is een veelbelovende techniek die kan toegepast worden om de ruimtelijke en temporele variatie van luchtverontreiniging te evalueren. Tijdens mijn doctoraatsonderzoek heb ik biomagnetische monitoring (SIRM) van bladafgezette deeltjes geëvalueerd voor zowel luchtkwaliteitsmonitoring als modelvalidatie, op veranderlijke ruimtelijke en temporele resoluties. Momenteel is er echter nog gebrek aan informatie over de magnetiseerbare samenstelling van dit bladafgezet stof en de gezondheidsrelevantie van magnetische mineralen in atmosferische deeltjes. Dit postdoctoraal onderzoek heeft dan ook als doel om meer inzicht te verwerven in de magnetiseerbare samenstelling (mineralogie, deeltjesgrootte en concentratie) van stedelijke aerosolen, de potentiële toepassing van deze technieken voor brontoewijzing in stedelijke omgeving, en de gezondheidsrelevantie (mbt zware metalen, ROS en BC) van deze biomagnetische eigenschappen. De verworven kennis zal worden toegepast in twee grootschalige simultane biomagnetische monitoringcampagnes in Antwerpen (België) en Londen (UK).

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Biomagnetische monitoring in stedelijke luchtkwaliteitsbeoordelingen: samenstelling en gezondheidsrelevantie van de magnetiseerbare fijn stoffractie. 01/10/2015 - 30/09/2018

    Abstract

    Luchtvervuiling wordt momenteel omschreven als 's werelds grootste gezondheidsrisico. Desalniettemin bezitten de huidige luchtkwaliteitsnetwerken een beperkte ruimtelijke resolutie door de hoge investerings- en onderhoudskosten. Vooral in heterogene stedelijke omgevingen is de ruimtelijke resolutie van deze netwerken te beperkt. Biomagnetische monitoring van bladstalen is een veelbelovende techniek die kan toegepast worden om de ruimtelijke en temporele variatie van luchtverontreiniging te evalueren. Tijdens mijn doctoraatsonderzoek heb ik biomagnetische monitoring (SIRM) van bladafgezette deeltjes geëvalueerd voor zowel luchtkwaliteitsmonitoring als modelvalidatie, op veranderlijke ruimtelijke en temporele resoluties. Momenteel is er echter nog gebrek aan informatie over de magnetiseerbare samenstelling van dit bladafgezet stof en de gezondheidsrelevantie van magnetische mineralen in atmosferische deeltjes. Dit postdoctoraal onderzoek heeft dan ook als doel om meer inzicht te verwerven in de magnetiseerbare samenstelling (mineralogie, deeltjesgrootte en concentratie) van stedelijke aerosolen, de potentiële toepassing van deze technieken voor brontoewijzing in stedelijke omgeving, en de gezondheidsrelevantie (mbt zware metalen, ROS en BC) van deze biomagnetische eigenschappen. De verworven kennis zal worden toegepast in twee grootschalige simultane biomagnetische monitoringcampagnes in Antwerpen (België) en Londen (UK).

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Groen Bouwen - Groene gevels voor duurzame gebouwen en steden. 01/09/2015 - 31/08/2019

    Abstract

    In dit project worden de rechtstreekse effecten van gevelgroen op lokale luchtkwaliteit, alsook hygrothermische effecten van groengevels bestudeerd. Globale doelstelling is een beter inzicht te krijgen in de interacties plant - (stedelijke) omgeving en uiteindelijk bestaande systemen te optimaliseren naar -vooral- luchtzuiverende effecten.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    ENVIROMICS, Milieutoxicologie en technologie voor een duurzame wereld. Ontwikkeling en toepassing van diagnostische instrumenten voor industrie en beleid. 01/01/2015 - 31/12/2020

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Hyperspectrale biomonitoring: luchtkwaliteit en de stad (HYPERCITY). 01/12/2014 - 30/11/2019

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Ecofysiologische karakterisatie van Coccoloba uvifera L: de motivering voor een zout- en droogtetolerante plantensoort voor zandduindrooglegging in Cuba . 01/12/2014 - 30/11/2016

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Potentieel van Isothennaal Remanent Verzadigingsmagentisme bij bladeren and fysiologische bladparameters als indicatoren voor plaatselijke luchtkwaliteit (.Postdoc. fellowship Y. BARIMA, Ivory Coast). 01/01/2014 - 30/06/2014

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de federale overheid. UA levert aan de federale overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Modellering van de plant-atmosfeer interacties in het kader van luchtverontreiniging. 01/12/2012 - 31/03/2013

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Biomonitoring van stadsvegetatie: onderzoek naar het potentieel van hyperspectrale aardobservatie 01/07/2012 - 30/06/2016

    Abstract

    Vegetatie en in het bijzonder groene en volgroeide bomen zijn extreem belangrijk voor stedelijke gebieden, ondermeer voor hun heilzaam effect op de reductie van luchtverontreiniging. Steden vormen echter geen ideale omgeving voor deze bomen en hun gezondheidstoestand moet daarom zorvuldig worden opgevolgd. Biomonitoring van stedelijke vegetatie op grote schaal kan echter niet manueel worden uitgevoerd, en aardobservatie en hyperspectrale beeldvorming in het bijzonder dienen zich aan als een perfecte kandidaat zijn voor een geautomatiseerde procedure. Het doel van dit project is om een kader te ontwikkelen voor de biomonitoring van stadsvegetatie door middel van de spectrale reflectie van boomkruinen, omdat dit de informatie is die kan verkregen worden met behulp van hyperspectrale aardobservatie. Er wordt een data-gedreven benadering ontwikkeld door de constructie van een hyperspectrale reflectantie databank van spectrale reflectanties op blad- en kruinniveau. Met behulp van deze databank zullen we (i) de relatie bestuderen tussen de spectrale reflectantie op bladniveau en op kruinniveau; (ii) het spectrale onderscheid bestuderen tussen gezonde en ongezonde bomen, en (iii) het spectrale onderscheid bestuderen tussen bomen die groeien bij verschillende blootstellingsniveaus aan luchtverontreiniging.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Vermeden ontbossing als mitigatie van klimaatverandering: een duurzaamheidsanalyse van een internationaal mechanisme voor het reduceren van emissies van ontbossing en bosdegradatie in ontwikkelingslanden. 01/01/2012 - 31/12/2013

    Abstract

    Tropische ontbossing zorgt elk jaar voor ongeveer 20% van de huidige antropogene broeikasgasemissies. Binnen de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) wordt momenteel onderhandeld over een mechanisme om emissies van ontbossing en bosdegradatie in ontwikkelingslanden (REDD) te reduceren. Het objectief van dit mechanisme is om positieve intensieven te creëren voor ontwikkelingslanden om tropische ontbossing en bosdegradatie te stoppen of te verminderen. Om te verzekeren dat REDD effectief, efficiënt en eerlijk zal zijn voor ontwikkelingslanden, beoogt dit project een kwantitatieve duurzaamheidsanalyse van de landspecifieke gevolgen van verschillende REDD-scenario's.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Optimaliseren van de teelttechniek van baobabboomgaarden (Adansonia digitata L.) in Mali. 01/01/2012 - 31/12/2013

    Abstract

    Baobab is een reusachtige boom, die van nature voorkomt in de drogere gebieden van tropisch Afrika. Lokale rurale gemeenschappen zijn afhankelijk van de hulpbronnen die deze 'multipurpose tree' levert om in hun levensonderhoud te voorzien. De verschillende plantendelen (bladeren, vruchten, zaden, bast,...) kennen namelijk allerhande toepassingen (vb. voedselgebruiken, touwproductie, traditionele geneeskunde, verhandelen en verkopen van producten op de markt). Deze studie richt zich op de screening van verbeterd plantmateriaal in termen van groei, biomassaproductie, droogteresistentie en voedingswaarde. Deze informatie zal erg waardevol zijn voor toekomstige baobabaanplantingen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Biomonitoring van de luchtkwaliteit aan de hand van plantkarakteristieken. 01/01/2011 - 31/12/2012

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Invloed van milieufactoren op spectrale bladkarakteristieken. 01/01/2011 - 31/12/2011

    Abstract

    De doelstelling van dit onderzoek is nagaan hoe externe stressfactoren de spectrale eigenschappen van bladeren beïnvloeden teneinde spectrale signalen correct te kunnen interpreteren. Hiervoor worden in labo-omstandigheden de bodemgerelateerde stressfactoren, droogte, nutriëntenstatus & zware metalen, alsook de invloed van afzonderlijk atmosferische polluenten (O3, NO2, SO2, NH3 en fijn stof) onderzocht. Tenslotte wordt de invloed van deze atmosferische polluenten in veldomstandigheden nagegaan.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Vermeden ontbossing als mitigatie van klimaatverandering: een duurzaamheidsanalyse van een internationaal mechanisme voor het reduceren van emissies van ontbossing en bosdegradatie in ontwikkelingslanden. 01/01/2010 - 31/12/2011

    Abstract

    Tropische ontbossing zorgt elk jaar voor ongeveer 20% van de huidige antropogene broeikasgasemissies. Binnen de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) wordt momenteel onderhandeld over een mechanisme om emissies van ontbossing en bosdegradatie in ontwikkelingslanden (REDD) te reduceren. Het objectief van dit mechanisme is om positieve intensieven te creëren voor ontwikkelingslanden om tropische ontbossing en bosdegradatie te stoppen of te verminderen. Om te verzekeren dat REDD effectief, efficiënt en eerlijk zal zijn voor ontwikkelingslanden, beoogt dit project een kwantitatieve duurzaamheidsanalyse van de landspecifieke gevolgen van verschillende REDD-scenario's.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Optimaliseren van de teelttechniek van baobabboomgaarden (Adansonia digitata L.) in Mali. 01/01/2010 - 31/12/2011

    Abstract

    Baobab is een reusachtige boom, die van nature voorkomt in de drogere gebieden van tropisch Afrika. Lokale rurale gemeenschappen zijn afhankelijk van de hulpbronnen die deze 'multipurpose tree' levert om in hun levensonderhoud te voorzien. De verschillende plantendelen (bladeren, vruchten, zaden, bast,...) kennen namelijk allerhande toepassingen (vb. voedselgebruiken, touwproductie, traditionele geneeskunde, verhandelen en verkopen van producten op de markt). Deze studie richt zich op de screening van verbeterd plantmateriaal in termen van groei, biomassaproductie, droogteresistentie en voedingswaarde. Deze informatie zal erg waardevol zijn voor toekomstige baobabaanplantingen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Karakterisering van de morfologische, ecofysiologische, celfysiologische en moleculaire respons van baobab (Adansonia digitata L.) op droogtestress. 01/01/2010 - 31/12/2011

    Abstract

    De Afrikaanse baobab (Adansonia digitata L.) speelt een essentiële socio-economische rol in de rurale levensgemeenschappen van West-Afrika. Bijna alle delen van de boom worden gebruikt, en dit voor een grote verscheidenheid aan toepassingen. Ondermeer in de voeding is de baobab uiterst belangrijk. Zo spelen de bladeren, vruchtpulp en zaden een essentiële rol in de bereiding van traditionele maaltijden en in tijden van schaarste en hongersnood. De bladeren vormen ondermeer een goede bron van eiwitten, vitamine A en calcium, en de vruchtpulp is een uitermate goede leverancier van vitamine C. Ondanks het feit dat de baobab door miljoenen mensen dagelijks gebruikt wordt, is de soort onvoldoende onderzocht en wordt ze momenteel niet volledig benut. Zo wordt de baobab meestal niet actief gekweekt en is de plaatselijke bevolking afhankelijk van variabele weersomstandigheden en wild, niet-verbeterd en "ongekend" plantmateriaal om te voorzien in de voor hen levensnoodzakelijke plantproducten. Het mag dan ook niet verwonderen dat de baobab door het International Plant Genetic Resources Institute geselecteerd werd als belangrijkste en dringendste te domesticeren boomsoort van West-Afrika. De algemene doelstelling van dit project is een algehele beschrijving aan te leveren van de verschillende mechanismen waarover de baobab beschikt om te anticiperen op droogteomstandigheden. In een eerste onderzoeksdeel worden de morfologische adaptatiestrategieën van de boom op verschillende standplaatscondities in kaart gebracht aan de hand van een veldbemonstering. Terzelfdertijd wordt uit verschillende herkomstgebieden zaadmateriaal van de soort verzameld. De zaden zijn nodig om verschillende veld- en laboratoriumproeven op te zetten, die worden gebruikt om de ecofysiologische, celfysiologische en moleculaire respons van de baobab op droogteomstandigheden in kaart te brengen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Biomonitoring van de stedelijke habitatkwaliteit aan de hand van hyperspectrale vliegtuigwaarnemingen (BIOHYPE). 01/12/2009 - 31/12/2013

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Belspo. UA levert aan Belspo de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Fytotechnisch gebruik van bamboe voor biomassaproductie en bodemsanering. 01/07/2009 - 30/06/2011

    Abstract

    Dit project stelt zich tot doel, het gebruik van bamboeplanten in biomassaproductie en bodemsanering te evalueren. Planten worden opgekweekt op drie verschillende velden met een verschillende graad van vervuiling ; evaluatie van biomassaproductie en tolerantie tegen de polluent gebeurt via groeianalyse, koolstofassimilatie en chlorofylfluorescentie. Vanuit deze data wordt een bestaand groeimodel (FORUG) geparametriseerd voor bamboe.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Fusie van resultaten van de atmosferische simulatie met in-situ gegevens. 01/06/2009 - 31/07/2011

    Abstract

    Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VITO. UA levert aan VITO de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Vermeden ontbossing als mitigatie van klimaatverandering. 01/05/2009 - 30/04/2013

    Abstract

    Tropische ontbossing zorgt elk jaar voor ongeveer 20% van de huidige antropogene broeikasgasemissies. Binnen de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) wordt momenteel onderhandeld over een mechanisme om emissies van ontbossing en bosdegradatie in ontwikkelingslanden (REDD) te reduceren. Het objectief van dit mechanisme is om positieve intensieven te creëren voor ontwikkelingslanden om tropische ontbossing en bosdegradatie te stoppen of te verminderen. Om te verzekeren dat REDD effectief, efficiënt en eerlijk zal zijn voor ontwikkelingslanden, beoogt dit project een kwantitatieve duurzaamheidsanalyse van de landspecifieke gevolgen van verschillende REDD-scenario's.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Analyse van de genetische en fenotypische diversiteit van tamarinde (Tamarindus indica L.) in Mali en eco- en celfysiologische karakterisering van zijn reactie op droogte- en zoutstress. 01/01/2009 - 15/10/2009

    Abstract

    Tamarinde speelt een erg belangrijke socio-economische rol in de rurale levensgemeenschappen van West-Afrika. Zowat alle delen van de boomsoort (bladeren, bloemen, vruchten, zaden, hout) worden er op de lokale markt benut, en betekenen een bron van voedsel- en inkomenszekerheid voor de plaatselijke bevolking. Ondanks het grote belang van de soort werd tot hiertoe slechts weinig en ongecoördineerd onderzoek verricht naar tamarinde in Afrika. Wilde, niet-veredelde bomen worden nu continu geëxploiteerd om aan de groeiende vraag te beantwoorden. Hierdoor neemt het risico op afname van de intraspecifieke diversiteit toe, waardoor voedselproductie en ecosysteemstabiliteit in het gedrang komen. Deze studie wil een wetenschappelijke bijdrage leveren met betrekking tot de karakterisering van de huidige genetische en fenotypische diversiteit van tamarinde, en de selectie van de meest geschikte variëteiten voor domesticatie en veredeling. Mali werd hiervoor als studiegebied uitgekozen. In een eerste fase wordt observationeel onderzoek verricht op tien tamarindepopulaties, verspreid over de verschillende klimatologische zones in Mali. Enkele morfologische en chemische boom- en blad- en vruchtparameters worden opgemeten om op die manier de fenotypische diversiteit na te gaan van de bomen binnen de populaties en klimatologische zones. Voor de genetische studie worden STR (Simple Tandem Repeat)-merkers ontwikkeld. De bedoeling is de genetische verwantschappen tussen bomen en populaties duidelijk te maken, om de eventueel verschillende landrassen te identificeren en de huidige genetische diversiteit van de soort in Mali te karakteriseren. De resultaten van fenotypisch en genetisch onderzoek dienen als referentie voor het ontwikkelen van conservatiestrategieën en tevens als basis voor de selectie van moederbomen voor het opzetten van domesticatieprogramma's. In een tweede fase zal ook de droogte- en zoutgevoeligheid van de geïdentificeerde variëteiten of fenotypes nagegaan worden. De meest droogte-/zoutstressbestendige soorten kunnen dan geselecteerd worden voor domesticatie in droge/verzilte regio's, waar voedselvoorziening en ecosysteemstabiliteit het meest bedreigd zijn.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Zoutgewassen voor het overwinnen van bodemsaliniteit in het oosten van Cuba: insitutionele versterking en capaciteitsopbouw voor onderzoek en ontwikkeling. 01/12/2008 - 30/11/2013

    Abstract

    Dit project handelt over het belangrijke verziltingsprobleem in de Cauto Vallei in Oost-Cuba, waar het de voedselproductie ernstig reduceert. Dit gebied is van groot belang voor de Cubaanse landbouw omdat het de grootste productie van het land kent van bijvoorbeeld suikerbiet, wortelgewassen en groenten. De doelstelling van dit project is: (i) om voedselzekerheid en leefkwaliteit te verbeteren in oostelijk Cuba (Granma Province) via selectie van zouttolerante soorten en genotypes van drie voedselplanten (tarwe, tomaat en boon) en (ii) om het ecofysiologisch en biochemisch zoutstressonderzoek aan de Universiteit van Granma (GU) te versterken, en de opleidingscapiteit over dit onderwerp te verbeteren.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Verfijning van een kroonbudgetmodel door analyse van nutriëntentransfers in boomkruinen op meerdere spatio-temporele schaalniveaus. 01/01/2008 - 31/12/2011

    Abstract

    De hoofddoelstelling van dit onderzoek is het aanpassen en verder ontwikkelen van een kroonbudgetmodel, wat zal toelaten om doorvalmetingen te gebruiken voor het nauwkeurig kwantificeren van interne en externe nutriëntenbronnen in bosecosystemen. Dit zal gebeuren door het vergelijken van de nutriënteninteractie tussen de atmosfeer en de vegetatie op verschillende ruimtelijke en temporele schaalniveaus voor drie belangrijke loofboomsoorten met uiteenlopende ecofysiologische en biogeochemische kenmerken. De processen van nutriëntentransfer via droge depositie en kroonuitwisseling zullen zowel op blad/tak-, kruin- als bestandsniveau bestudeerd worden tijdens verschillende periodes van fysiologische activiteit. Op blad- en takniveau zullen insitu en ex-situ experimenten worden uitgevoerd om fysische en fysiologische vegetatiekenmerken te bepalen die een rol spelen bij kroonuitwisselingsprocessen. Op kruinniveau zullen de kruinarchitectuur en de invloed hiervan op de turbulentie binnen de kruin en de droge depositie bestudeerd worden. De resultaten van deze twee lagere schaalniveaus zullen tenslotte geïntegreerd en opgeschaald worden in een procesgeoriënteerd nutriëntentransfermodel dat zal gevalideerd worden op bestandsniveau.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Karakterisering van de morfologische, ecofysiologische, celfysiologische en moleculaire respons van baobab (Adansonia digitata L.) op droogtestress. 01/01/2008 - 31/12/2009

    Abstract

    De Afrikaanse baobab (Adansonia digitata L.) speelt een essentiële socio-economische rol in de rurale levensgemeenschappen van West-Afrika. Bijna alle delen van de boom worden gebruikt, en dit voor een grote verscheidenheid aan toepassingen. Ondermeer in de voeding is de baobab uiterst belangrijk. Zo spelen de bladeren, vruchtpulp en zaden een essentiële rol in de bereiding van traditionele maaltijden en in tijden van schaarste en hongersnood. De bladeren vormen ondermeer een goede bron van eiwitten, vitamine A en calcium, en de vruchtpulp is een uitermate goede leverancier van vitamine C. Ondanks het feit dat de baobab door miljoenen mensen dagelijks gebruikt wordt, is de soort onvoldoende onderzocht en wordt ze momenteel niet volledig benut. Zo wordt de baobab meestal niet actief gekweekt en is de plaatselijke bevolking afhankelijk van variabele weersomstandigheden en wild, niet-verbeterd en "ongekend" plantmateriaal om te voorzien in de voor hen levensnoodzakelijke plantproducten. Het mag dan ook niet verwonderen dat de baobab door het International Plant Genetic Resources Institute geselecteerd werd als belangrijkste en dringendste te domesticeren boomsoort van West-Afrika. De algemene doelstelling van dit project is een algehele beschrijving aan te leveren van de verschillende mechanismen waarover de baobab beschikt om te anticiperen op droogteomstandigheden. In een eerste onderzoeksdeel worden de morfologische adaptatiestrategieën van de boom op verschillende standplaatscondities in kaart gebracht aan de hand van een veldbemonstering. Terzelfdertijd wordt uit verschillende herkomstgebieden zaadmateriaal van de soort verzameld. De zaden zijn nodig om verschillende veld- en laboratoriumproeven op te zetten, die worden gebruikt om de ecofysiologische, celfysiologische en moleculaire respons van de baobab op droogteomstandigheden in kaart te brengen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Karakterisering van natuurlijke fenotypes van tamarinde (Tamarindus indica L.) in West-Afrika en hun ecofysiologische respons op droogte- en zoutstress. 01/01/2007 - 31/12/2008

    Abstract

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Ecofysiologische karakterisering van baobab (Adansonia digitata L.) in respons op droogte- en zoutstress. 01/01/2007 - 31/12/2007

    Abstract

    Baobab (Adansonia digitata L.) speelt een essentiële socio-economische rol in de rurale levensgemeenschappen van West-Afrika. Ondanks het feit dat de baobab door miljoenen mensen dagelijks gebruikt wordt, is de soort onvoldoende onderzocht en wordt ze momenteel niet volledig benut. Dit project tracht hieraan tegemoet te komen door een ecofysiologische karakterisering van baobab-types groeiend langs een neerslaggradiënt in Mali in respons op droogte- en zoutstress.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)