Onderzoeksgroep

Grammar and Pragmatics

Expertise

Hoe kunnen taalgebruikers een representatie van de wereld (of andere, onder andere fictieve, werelden) creëren in en door hun taalgebruik? Hoe kunnen ze verwijzen naar elementen in de wereld (of in andere, mogelijk fictieve werelden) ? Hoe kunnen ze daarover communiceren? Dat zijn de centrale thema’s van mijn onderzoek. Om op die vragen antwoorden te vinden, doe ik of (vooral wat (iv) betreft) ontwikkel ik meer specifiek onderzoek over : (i) de betekenis en het gebruik van uitdrukkingen die bijdragen aan de verwijzing of (zoals ik het liever noem) de constitutie van de wereld (of fictieve werelden) : - (in hoofdzaak) Franse bepaalde lidwoorden en demonstratieven - (in hoofdzaak) Franse markeerders van tijd, aspect en wijs - (in hoofdzaak) Franse ruimtelijke voorzetsels (ii) Theorieën over betekenis en referentie en over de relatie tussen de twee, en meer in het bijzonder cognitieve en semantische/pragmatische theorieën over - de “flexibiliteit” van betekenis - metaforen - implicaturen (iii) de historische (of diachrone) ontwikkeling van de uitdrukkingen vermeld onder (i) onder andere in het kader van opvattingen over grammaticalisatieprocessen en historische semantiek (Blank, Koch, Geeraerts, enz.) (iv) meer concrete toepassingen van een aantal van die theorieën, onder andere in studies over - het framen van allerlei boodschappen (o.a. door metaforen) - contextualisering en intertextualiteit - de mogelijke toepassing van (cognitieve/gebruiksgebaseerde) taalkunde voor taalonderwijs

Annuleerbaarheid of Argumentativiteit? Naar een Conventionalistische Theorie van Schaalimplicaturen. 01/10/2019 - 30/09/2022

Abstract

Dit project betreft het onderscheid tussen semantiek en pragmatiek, d.w.z. de vraag welke betekenisaspecten conventioneel zijn en gecodeerd in taal, en welke aspecten pragmatisch worden afgeleid in context. 'Schaalimplicaturen' (SIen) zijn in dat verband altijd al het voorwerp van debat geweest, omdat ze aan de ene kant conventioneel verbonden geassocieerd lijken met bepaalde talige uitdrukkingen, maar aan de andere kant contextafhankelijk zijn. Zo wordt bijvoorbeeld van "some" wordt gezegd dat het "not all" impliceert bij wijze van een 'gegeneraliseerde implicatuur', bv. in "Some of my friends are Dutch", maar die "not all"-implicatuur is afwezig in "If you eat some of her cake, she will be mad". Ook kan de implicatuur in kwestie expliciet ontkend worden zonder dat dit tot een tegenstrijdigheid leidt ("without contradiction": Levinson 2000, 68), zoals in "Some, in fact all, of my friends are Dutch". Wanneer de implicatuur afwezig is (door de context of door expliciete ontkenning), zegt men dat ze 'geannuleerd' is. Annuleerbaarheid wordt vaak genoemd als een van de hoofdargumenten om SIen als pragmatisch te beschouwen (zie bv. Geurts 2010: 82; Levinson 2000: 57; Recanati 2010: 152). Een ander belangrijk argument wordt geleverd door de resultaten van psycholinguïstische experimenten, die vaak pragmatische theorieën van Sien lijken te ondersteunen (zie bv. Breheny et al. 2006). In dit project zal een 'conventionalistische' theorie van SIen ontwikkeld worden door de standaardargumenten van pragmatische theorieën kritisch te evalueren en door schaalimplicaturen en hun annulatie opnieuw te analyseren in het licht van Anscombre en Ducrot's (1983) argumentatietheorie. Het ontwikkelen van deze nieuwe conventionalistische theorie zal tot nieuwe hypotheses leiden, die zullen worden getest door middel van een gedetailleerde corpusstudie en een reeks vragenlijsten. Het project zal niet enkel de meest bestudeerde termen zoals "of", "enkele" en telwoorden (bv. "twee") bestuderen, maar ook andere schaalgebonden uitdrukkingen zoals "warm" en "mogelijk". Verder zal worden onderzocht of de resultaten van bestaande psycholinguïstische experimenten zouden kunnen zijn beïnvloed door het feit dat het argumentatieve aspect van zinnen over het hoofd werd gezien. Kortom, dit project brengt twee linguïstische tradities samen die niet vaak met elkaar geconfronteerd zijn geweest: de Griceaanse traditie (geïnitieerd door Grice 1975) en de argumentatieve traditie (geïnitieerd door Anscombre & Ducrot 1983). De conventionalistische theorie die zal worden ontwikkeld zal niet enkel de standaard Griceaanse argumenten tegen het conventionalisme bekritiseren, maar ze zal ook 'conventionalisten' en theorieën geïnspireerd door Anscombre en Ducrot (1983) ertoe aanzetten na te denken over de contextafhankelijkheid van lexicale en argumentatieve betekenis. Ze zal zo een vernieuwende bijdrage leveren aan de lopende discussies over het onderscheid tussen semantiek en pragmatiek en over de structuur van lexicale betekenis.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Annuleerbaarheid of Argumentativiteit? Naar een Conventionalistische Theorie van Schaalimplicaturen. 01/10/2017 - 28/02/2020

Abstract

Dit project betreft het onderscheid tussen semantiek en pragmatiek, d.w.z. de vraag welke betekenisaspecten conventioneel zijn en gecodeerd in taal, en welke aspecten pragmatisch worden afgeleid in context. 'Schaalimplicaturen' (SIen) zijn in dat verband altijd al het voorwerp van debat geweest, omdat ze aan de ene kant conventioneel verbonden geassocieerd lijken met bepaalde talige uitdrukkingen, maar aan de andere kant contextafhankelijk zijn. Zo wordt bijvoorbeeld van "some" wordt gezegd dat het "not all" impliceert bij wijze van een 'gegeneraliseerde implicatuur', bv. in "Some of my friends are Dutch", maar die "not all"-implicatuur is afwezig in "If you eat some of her cake, she will be mad". Ook kan de implicatuur in kwestie expliciet ontkend worden zonder dat dit tot een tegenstrijdigheid leidt ("without contradiction": Levinson 2000, 68), zoals in "Some, in fact all, of my friends are Dutch". Wanneer de implicatuur afwezig is (door de context of door expliciete ontkenning), zegt men dat ze 'geannuleerd' is. Annuleerbaarheid wordt vaak genoemd als een van de hoofdargumenten om SIen als pragmatisch te beschouwen (zie bv. Geurts 2010: 82; Levinson 2000: 57; Recanati 2010: 152). Een ander belangrijk argument wordt geleverd door de resultaten van psycholinguïstische experimenten, die vaak pragmatische theorieën van Sien lijken te ondersteunen (zie bv. Breheny et al. 2006). In dit project zal een 'conventionalistische' theorie van SIen ontwikkeld worden door de standaardargumenten van pragmatische theorieën kritisch te evalueren en door schaalimplicaturen en hun annulatie opnieuw te analyseren in het licht van Anscombre en Ducrot's (1983) argumentatietheorie. Het ontwikkelen van deze nieuwe conventionalistische theorie zal tot nieuwe hypotheses leiden, die zullen worden getest door middel van een gedetailleerde corpusstudie en een reeks vragenlijsten. Het project zal niet enkel de meest bestudeerde termen zoals "of", "enkele" en telwoorden (bv. "twee") bestuderen, maar ook andere schaalgebonden uitdrukkingen zoals "warm" en "mogelijk". Verder zal worden onderzocht of de resultaten van bestaande psycholinguïstische experimenten zouden kunnen zijn beïnvloed door het feit dat het argumentatieve aspect van zinnen over het hoofd werd gezien. Kortom, dit project brengt twee linguïstische tradities samen die niet vaak met elkaar geconfronteerd zijn geweest: de Griceaanse traditie (geïnitieerd door Grice 1975) en de argumentatieve traditie (geïnitieerd door Anscombre & Ducrot 1983). De conventionalistische theorie die zal worden ontwikkeld zal niet enkel de standaard Griceaanse argumenten tegen het conventionalisme bekritiseren, maar ze zal ook 'conventionalisten' en theorieën geïnspireerd door Anscombre en Ducrot (1983) ertoe aanzetten na te denken over de contextafhankelijkheid van lexicale en argumentatieve betekenis. Ze zal zo een vernieuwende bijdrage leveren aan de lopende discussies over het onderscheid tussen semantiek en pragmatiek en over de structuur van lexicale betekenis. Anscombre, J.-C., and Ducrot, O. 1983. L'Argumentation dans la Langue. Mardaga, Collection "Philosophie et Langage". Breheny, R., Katsos, N., Williams, J. 2006. Are Generalised Scalar Implicatures Generated by Default? An On-Line Investigation into the Role of Context in Generating Pragmatic Inferences. Cognition 100, 434–463. Geurts, B. 2010. Quantity Implicatures. Cambridge University Press. Grice, H. P. 1975. Logic and Conversation. In P. Cole & J. L. Morgan (eds.) Syntax and Semantics (vol. 3): Speech Acts. New York: Academic Press, 41–58. Levinson, S. 2000. Presumptive Meanings: The Theory of Generalized Conversational Implicature. Massachusetts: The MIT Press. Recanati, F. 2010. Truth-Conditional Pragmatics. Oxford University Press.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De reportatieve "conditionnel" in het Frans, een evidentiële marker. Een studie naar zijn oorsprong, betekenis en betekenisevolutie. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

In Franse kranten komen werkwoordsvormen als aurait/aurait été, "conditionnel" genoemd, heel vaak voor, met name in zinnen als Le rédacteur en chef de Charlie Hebdo aurait été tué. Il y aurait une dizaine de morts. Ze illustreren een gebruik van de conditionnel dat we Reportatief gebruik (ReportCondit) zullen noemen. Met een ReportCondit laten journalisten hun lezer weten: (a) dat zij niet zelf de bron zijn van de informatie in de zin, (b) dat ze de informatie niet als 100% zeker beschouwen en (c)dat ze geen garantie willen geven over de waarheid ervan. Er is weliswaar al intensief onderzoek gebeurd (inclusief door de promotor) naar de betekenis van de ReportCondit, maar dat betreft vooral zijn hedendaags gebruik; onderzoek naar de oorsprong en de semantische ontwikkeling van de ReportCondit is vrijwel onbestaand, met uitzondering van kleinschalig onderzoek door de promotor de co-promotor over: (a) oude occurrenties van ReportCondits in teksten (bv. Dendale & Bourova 2006), (b) de erkenning in oude grammatica's van het gebruik (bv. Dendale & Coltier 2012) en (c) de semantische evolutie van de conditionnel in het algemeen (Patard & de Mulder 2012). Tot op vandaag vindt men geen voldoende gedetailleerde informatie over de oorsprong, oorspronkelijke betekenis en betekenisevolutie van de ReportCondit in werken over de geschiedenis van het Frans (bv. Picoche & Marchello-Nizia 1998) en grammatica's van oud en klassiek Frans (bv. Buridant 2000, Fournier 2002). De noodzaak naar verder onderzoek is groot, niet alleen om de ontbrekende informatie aan te vullen, maar vooral om te begrijpen hoe, waarom en wanneer de ReportCondit de betekeniscomponenten onder (a), (b) en (c) heeft verworven, die taalkundigen (sinds Dendale 1991) ertoe heeft aangezet de conditionnel te beschouwen als een evidentiële marker, de eerste die als dusdanig beschreven werd in het Frans. Onderzoek aan de UAntwerpen heeft sterk bijgedragen tot deze analyse. Dit project gaat over die ReportCondit in moderne en oudere stadia van het Frans: zijn (1°) precieze betekenis, (2°) contexten van gebruik, (3°) oorsprong en ouderdom, (4°) betekenisevolutie en (5°) status als evidential marker. Met de financiering van dit project en de inzet van een PhD-student kunnen we als eerste het ontstaan en de evolutie van de ReportCondit in kaart brengen en zo een originele bijdrage leveren in een onderzoeksgebied op het kruispunt van Franse beschrijvende taalkunde en internationaal onderzoek naar evidentialiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bibliotheekkrediet Sociale en Human Wetenschappen (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte). 01/01/2013 - 31/12/2018

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Metaforen en media: het gebruik van metaforen en de constitutie van nieuwsfeiten in de Franse geschreven pers 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Het doel van dit project is de rol te bestuderen die metaforen spelen in de totstandkoming van en de rapportage over nieuwsfeiten in de media. Het project levert zo een bijdrage tot twee onderzoeksdomeinen die binnen de taalkunde in volle ontwikkeling zijn: enerzijds de studie van metaforen, die sinds het werk van Lakoff en Johnson een centrale plaats inneemt in de cognitieve taalkunde, en anderzijds het onderzoek dat binnen de hedendaagse pragmatiek gevoerd wordt naar de wijze waarop nieuwsfeiten tot stand komen en voorgesteld worden in de media. Als specifieke casus hebben wij de artikels gekozen die in de Franse geschreven pers verschenen zijn over de rellen die in oktober-november 2005 plaats hadden in verschillende grote Franse steden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Intertekstualiteit en informatiestromen. 01/01/2007 - 31/12/2010

Abstract

Taalkundige studie van de wijze waarop betekenissen worden gegenereerd en getransformeerd in informatiestromen binnen de context van de globalisering. Bijzondere aandacht gaat uit naar intertekstuele processen benaderd vanuit etnografisch ondersteund taalpragmatisch ideologieonderzoek, met focus op verschillen in het gebruik van implicietheid en differentiatie in de verwijzing naar bronnen. De concrete casus die onderzocht zal worden betreft de internationale geschreven media in het Engels, de geschreven pers in het Nederlands in Vlaanderen, en de geschreven pers in het Frans in België, Frankrijk, Congo en West-Afrika.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het lichaam-subject als transcendentale voorwaarde voor taalgebruik. Merleau-Ponty en het actuele debat rond belichaamdheid in de linguïstische pragmatiek. 01/10/2006 - 30/09/2010

Abstract

Door de recente introductie van 'belichaamdheid' in de linguïstische pragmatiek ligt de vergelijking met het taalfilosofische werk van Merleau-Ponty, de denker van het lichaam-subject, voor de hand. Op deze manier kunnen twee wetenschapsgebieden die beide de taal als object hebben, maar die in de praktijk weinig weet hebben van elkaars werk, tot een vruchtbare uitwisseling komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Metaforen en media : het gebruik van metaforen en de constitutie van nieuwsfeiten in de Franse geschreven pers. 01/10/2006 - 30/09/2008

Abstract

Het doel van dit project is de rol te bestuderen die metaforen spelen in de totstandkoming van en de rapportage over nieuwsfeiten in de media. Het project levert zo een bijdrage tot twee onderzoeksdomeinen die binnen de taalkunde in volle ontwikkeling zijn: enerzijds de studie van metaforen, die sinds het werk van Lakoff en Johnson een centrale plaats inneemt in de cognitieve taalkunde, en anderzijds het onderzoek dat binnen de hedendaagse pragmatiek gevoerd wordt naar de wijze waarop nieuwsfeiten tot stand komen en voorgesteld worden in de media. Als specifieke casus hebben wij de artikels gekozen die in de Franse geschreven pers verschenen zijn over de rellen die in oktober-november 2005 plaats hadden in verschillende grote Franse steden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Diachrone studie van de betekenis en het gebruik van Franse spatiale voorzetsels. 01/04/1998 - 31/03/2000

Abstract

Het project beoogt op basis van corpusonderzoek een gedetailleerde beschrijving te geven van spatiale preposities in Oud- en Middel-Frans en van hun evolutie tot het Modern Frans, om een beter inzicht te verwerven in de metaforische processen die aan de basis liggen van hun betekenisevolutie en van de verschillende niet-spatiale betekenissen die deze voorzetsels verworven hebben.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    De termen 'vrai' en 'vérité' en het waarheidsconcept. 01/01/1996 - 30/09/1996

    Abstract

    Het project wil 1) de betekenis van de woorden 'vrai' en 'verite' in het Frans ontleden; 2) een reeks Franse uitdrukkingsvormen bestuderen die aangeven in welke mate een zin waar of vals is, 3) de talige concepten 'vrai' en 'verite' die zo gedefinieerd werden vergelijken met de concepten 'waar' en 'waarheid' die in de (formele) semantiek gebruikt worden.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Anaforische relaties en (in)coherenties. 01/01/1994 - 31/12/1994

      Abstract

      Het congres en onderzoek handelt over anaforen, talige uitdrukkingen die binnen een tekst verwijzen naar elementen elders in de tekst. Bedoeling is vast te stellen hoe dergelijke anaforen functioneren en, met name, de rol door te lichten die zij spelen in de uitwerking of creatie van een coherente of incoheren te interpretatie van een tekst. Hierbij wordt aan dacht besteed aan de betekenis en interpretatie van aanwijzende en persoonlijke voornaamwoorden, van bepaalde naamwoord groepen, van sommige adverbia en van sommige werkwoordstijden.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        De termen 'vrai' en 'verite' en het waarheidsconcept. 01/10/1993 - 31/12/1994

        Abstract

        Het project wil (1) de betekenis van de woorden 'vrai' en 'v+rit+' in het Frans ontleden; (2) een reeks Franse uitdrukkingsvormen bestuderen die aangeven in welke mate een zin waar of vals is (3) de talige concepten 'vrai' en 'v+rit+' die zo gedefinieerd worden vergelijken met de concepten 'waar' en 'waarheid' zoals ze in de formele semantiek gebruikt worden.

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Cognitieve linguistics. 01/01/1990 - 31/12/1990

          Abstract

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)