Kerncompetenties
Ontwerper
1. De bachelors hebben kennis van, en inzicht in ontwerpprocessen en -methodieken en zetten die gepast in, in functie van een coherente visie op een ontwerpvraagstuk.
2. De bachelors interpreteren contexten en randvoorwaarden van een ontwerpvraagstuk.
3. De bachelors ontwikkelen creatieve en innovatieve concepten uit tot een duurzaam ontwerp op verschillende schaalniveaus.
4. De bachelors creëren een atmosfeer (coherentie tussen vorm, kleur, materiaal, licht, lucht, akoestiek) in overeenstemming met de op te lossen ontwerpvraag, zodat het ontwerp ‘beroert’ en/of een esthetische gewaarwording oproept.
5. De bachelors creëren comfort en behaaglijkheid in functie van welbevinden in het ontwerp, op maat van de mens.
Onderzoeker
6. De bachelors hebben inzicht in onderzoeksmethoden en zetten diverse ontwerpmethoden gepast in, in functie van een ontwerpvraag.
7. De bachelors gebruiken relevante academische, disciplinegebonden of inter-/transdisciplinaire informatie oordeelkundig bij het ontwerp.
8. De bachelors ontwikkelen verschillende onderzoeksstrategieën om met uiteenlopende/complexe onderzoeksvragen om te gaan.
9. De bachelors redeneren, reflecteren en communiceren kritisch, en ontwikkelen een houding van levenslang leren.
10. De bachelors bouwen onder begeleiding een beargumenteerd mondeling en schriftelijk academisch discours op en verdedigen een standpunt in een debat over/binnen de interieurdiscipline. Ze bespreken en beoordelen interieurs kritisch.
Bouwer
11. De bachelors begrijpen de relatie ruwbouw/afbouw en interacties tussen verschillende gebouwdelen, door de tijd heen en beschouwd vanuit veranderlijke wensen en eisen.
12. De bachelors maken een interieur- of objectontwerp uitvoerbaar volgens bouwfysische en technische eisen, gezondheids- en veiligheidsvoorschriften en binnen budgettaire kaders.
13. De bachelors beheersen de principes van duurzaam en veranderingsgericht bouwen.
14. De bachelors analyseren de ecologische impact van producten, materialen, technieken en constructies en maken op basis daarvan gerichte keuzes om deze te integreren in het ontwerp.
Contextualist
15. De bachelors beheersen de geschiedenis en theorie van het interieur en de (trans)discipline interieurarchitectuur.
16. De bachelors analyseren de relatie tussen mens en ruimte (directe leefomgeving) en de ondersteunende theoretische kaders.
17. De bachelors creëren kaders voor ontwerpvraagstukken vanuit uitdagingen en evoluties in (inter)nationale, maatschappelijke en culturele contexten en toetsen ontwerpcases af aan de gestelde kaders.
18. De bachelor ontwikkelen academische visies op interieurarchitectuur en inzichten in de evoluerende rollen van de interieurarchitect.
Ondernemer
19. De bachelors werken samen, organiseren, nemen verantwoordelijkheid, zien opportuniteiten en kunnen die benutten.
20. De bachelors hebben inzicht in ethische en deontologische, juridische, financiële, commerciële en organisatorische aspecten van de professionele praktijken.
Verbeelder
21. De bachelors beheersen de digitale en analoge tools en technieken en zetten die technisch, experimenteel en artistiek in tijdens theoretisch en ontwerpend interieuronderzoek, eigen aan de toekomstige beroepspraktijken van de interieurarchitect.
22. De bachelors gebruiken woord en beeld adequaat om kritisch te reflecteren en strategisch te communiceren over ontwerpprocessen, -resultaten en –onderzoek.