In samenwerking met Ilse Mertens (Antwerp School of Education, UAntwerpen) & Sara Erreygers (Dienst voor Studieadvies & Studentenbegeleiding, UAntwerpen)

1. Neurodiversiteit & neurodivergentie

Neurodiversiteit verwijst naar de natuurlijke variatie in cognitieve verwerking, perceptie, leren en sociale interactie binnen de menselijke populatie (Van Hees et al., 2025). Ze betreft alle mensen, terwijl neurodivergentie individuen aanduidt wiens informatie- en prikkelverwerking afwijkt van de dominante neuro-typische meerderheid. Deze verschillen hebben een neurologische basis, maar krijgen hun betekenis vooral in interactie met een omgeving die primair op neuro-typisch functioneren is afgestemd. Ongeveer 15–20% van de bevolking heeft een ander neurotype, zoals autisme, ADHD en specifieke leerstoornissen (Doyle, 2020).

Terminologisch verwijst neurodivers naar een groep en neurodiversiteit naar een groepskenmerk, terwijl neurodivergent en neurotypisch individuen beschrijven. Neuro-typisch functioneren geldt maatschappelijk als norm, maar de neurodiversiteitsbenadering vertrekt vanuit de intrinsieke gelijkwaardigheid van alle neurotypes en verwerpt de dichotomie normaal–abnormaal ten gunste van diversiteit-als-norm (Van Hees et al., 2025). Vanuit dit perspectief ontstaan moeilijkheden niet uitsluitend uit individuele kenmerken, maar uit de wisselwerking tussen individu en context.

2. Autisme & ADHD als neurodivergente profielen

Autisme kan worden begrepen als een informatieverwerkingsstijl gekenmerkt door gemiddeld hogere en minder flexibele precisie (Bervoets, 2025). Gedrag dat als atypisch wordt ervaren vloeit voort uit een meer gedetailleerde en minder intuïtief aanpasbare verwerking van informatie (Bervoets, 2025). De kenmerken manifesteren zich verschillend doorheen de levensloop en uiten zich onder meer in moeilijkheden in sociale interactie, verhoogde nood aan voorspelbaarheid, specifieke interesses en een verhoogde gevoeligheid voor sensorische prikkels. Autisme kent geen uniform profiel en blijft vaak onzichtbaar doordat personen compenserende strategieën ontwikkelen, wat gepaard kan gaan met aanzienlijke cognitieve en emotionele belasting (Vlaamse Vereniging Autisme, z.d.). De prevalentie bedraagt ongeveer 1% van de bevolking, vermoedelijk een onderschatting door onder-diagnose, vooral bij vrouwen. Daarnaast komt autisme frequent samen voor met andere condities.

ADHD is eveneens een ontwikkelingsconditie en wordt gekenmerkt door twee dimensies: aandachts- en concentratiemoeilijkheden en hyperactiviteit–impulsiviteit (ZitStil, z.d.). Er worden drie presentatievormen onderscheiden: een gecombineerd beeld, een overwegend onoplettend beeld en een overwegend hyperactief-impulsief beeld. De kenmerken evolueren doorheen de ontwikkeling; bij een meerderheid blijven vooral concentratie- en organisatieproblemen aanwezig tot in de volwassenheid. ADHD leidt vaak tot onderschatting van cognitieve mogelijkheden en onderpresteren en gaat regelmatig samen met andere condities zoals angststoornissen, autisme of leerstoornissen. Jongens en mannen worden vaker gediagnosticeerd, terwijl meisjes vaak minder zichtbare aandachtsproblemen vertonen (ZitStil, z.d.).

Hoewel autisme en ADHD specifieke moeilijkheden kunnen meebrengen, gaan ze ook gepaard met uiteenlopende sterktes. De impact varieert sterk tussen individuen en vertaalt zich in diverse ondersteuningsbehoeften.

3. Transitie naar het hoger onderwijs

De overgang naar het hoger onderwijs biedt studenten kansen tot autonomie, competentieontwikkeling en sociale integratie, maar brengt tegelijk nieuwe uitdagingen met zich mee. Volgens het retentiemodel van Tinto (1993) zijn academische en sociale inclusie cruciaal voor studiesucces en het voorkomen van uitval. Academische inclusie omvat inzicht in verwachtingen, evaluatievormen en procedures, evenals het ontwikkelen van zelfregulerende studievaardigheden. Sociale inclusie betreft het opbouwen van relaties en een gevoel van verbondenheid met opleiding, medestudenten en docenten, wat het welbevinden en de prestaties bevordert.

Voor neurodivergente studenten vormt deze overgang een intensief aanpassingsproces (Van Hees et al., 2025). Naast de algemene stress van een nieuwe onderwijscontext vereist een omgeving die voornamelijk op neuro-typisch functioneren is afgestemd, bijkomende inspanningen. Studenten kunnen onder meer geconfronteerd worden met onduidelijkheid, sensorische belasting en impliciete verwachtingen rond studie- en sociale vaardigheden. Onderzoek rapporteert verhoogde risico’s op uitval, studievertraging, lagere levenskwaliteit en psychische klachten (Butcher & Lane, 2025).

De ervaren moeilijkheden variëren doorheen de opleiding en nemen vaak toe tijdens piekperiodes zoals stages en eindproeven, waarbij extra hersteltijd nodig kan zijn. Daarnaast worden ervaringen niet uitsluitend bepaald door het neurotype, maar ook door andere identiteitskenmerken, zoals gender of etniciteit. Het samenspel van factoren kan de complexiteit van uitdagingen vergroten. 

4. Inclusie als voorwaarde voor studiesucces

In lijn met het neurodiversiteitskader (cf. supra) ontstaan studieproblemen niet enkel vanuit individuele kenmerken, maar vanuit de interactie tussen student en onderwijsleeromgeving. Het realiseren van een inclusieve onderwijscontext vereist inzicht in zowel belemmerende als bevorderende factoren tijdens de transitie naar het hoger onderwijs (Van Hees et al., 2025). Academische en sociale inclusie blijven daarbij centrale voorwaarden voor studiesucces en participatie.

Een proactieve, inclusieve onderwijsleeromgeving, waarin variatie in functioneren wordt erkend als norm, kan de kloof tussen student en onderwijscontext verkleinen en zo studievoortgang en welzijn bevorderen.

5. Studeren met autisme of ADHD

5.1. Specifieke uitdagingen bij autistische studenten

(SIHO, z.d. a)

  • Door een zwakke globale informatieverwerking moeite om:
    • nieuwe informatie te koppelen aan bestaande kennis en om samenhang in informatie te zien;
    • hoofd- en bijzaken te onderscheiden waardoor belangrijke aspecten van de les minder goed worden opgenomen;
    • theorie om te zetten naar nieuwe of praktische situaties; grote en langdurige opdrachten kunnen daardoor snel overweldigend aanvoelen;
    • duidelijk en gestructureerd antwoorden te formuleren; neiging om informatie te letterlijk te interpreteren zonder voldoende context.
  • Door een sterke lokale informatieverwerking:
    • sterk analytisch en detailgericht werken, maar daardoor nemen taken vaak meer tijd in beslag en worden deadlines moeilijker gehaald.
    • sterke focus op details: bij het instuderen van de leerstof kan dit zorgen voor een verlies van de logische opbouw en de grote lijnen.
    • een goed geheugen voor feiten.
    • een sterk vermogen om zich in specifieke onderwerpen te verdiepen waardoor leerstof binnen het interessegebied relatief gezien vaak te veel aandacht krijgt.
  • Een sterke gevoeligheid voor zintuiglijke prikkels, wat kan zorgen voor overprikkeling en concentratiemoeilijkheden. 
  • Moeite om rechtstreeks vragen te stellen aan de docent of om een goede timing hiervoor correct aan te voelen. 
  • Contact met medestudenten verloopt vaak moeizaam, wat o.a. bij groepswerken uitdagingen met zich meebrengt. 
  • Moeite om een duidelijk overzicht van alle studieactiviteiten te krijgen met negatieve implicaties voor een efficiënt timemanagement en soms zelfs uitstelgedrag. 
  • Abstracte concepten of theoretische toepassingen kunnen moeilijker zijn omwille van de letterlijke interpretatie van informatie
  • Zelfteststrategieën zijn soms minder ontwikkeld. 
  • Moeilijkheden bij het juist begrijpen van opdrachten / examenvragen en het inschatten van de precieze verwachtingen
  • Groepstaken en presentaties zorgen meestal voor extra stress, zowel door de sociale samenwerking als door het spreken voor een groep. Ook mondelinge examens kunnen een extra stressfactor zijn. 
  • Het aanpassen aan een nieuwe omgeving en nieuwe verwachtingen, zoals tijdens een stage, kan veel energie vragen. Dat geldt zowel voor de inhoudelijke taken als voor het omgaan met nieuwe collega’s en werkafspraken. 
  • Reflecteren en een situatie bekijken vanuit verschillende perspectieven kan uitdagend zijn.

5.2. Specifieke uitdagingen bij studenten met ADHD

Volgens Baeyens en Jansen (2017) ervaren studenten met ADHD vooral in klassieke les- en evaluatievormen veel moeilijkheden zoals aandachts- en regulatieproblemen en inefficiënte studievaardigheden. Alternatieve evaluaties verminderen sommige moeilijkheden, maar aandacht blijft een uitdaging. Tijdens activerend onderwijs (zie ook ECHO-onderwijstips, rubriek ‘Activering’) ondervinden deze studenten doorgaans de minste functionerings- en participatieproblemen (Baeyens & Jansen, 2017; Jansen et al., 2017).

Specifieke uitdagingen voor studenten met ADHD zijn (SIHO, z.d. b):

  • Moeite om tijdig aanwezig te zijn door impulsiviteit of moeilijkheden op vlak van timemanagement en planning.
  • Concentratieproblemen en snelle afleiding door externe prikkels of eigen gedachten. Periodes van hyperfocus en sterke afleidbaarheid wisselen mekaar af.
  • Door aandachtsproblemen moeite om de essentie van de les te vatten, wat vaak leidt tot onvolledige of onoverzichtelijke notities. Ook instructies worden niet altijd juist begrepen, onthouden of goed opgevolgd.
  • Impulsiviteit kan zorgen voor ondoordachte reacties, waardoor een antwoord soms al wordt geformuleerd voordat de docent de vraag volledig heeft gesteld. Het kan ook moeilijk zijn om de beurt af te wachten of lang stil te zitten.
  • Een duidelijk overzicht behouden van alle studieactiviteiten kan lastig zijn, net als het opstellen en opvolgen van een studieplanning.
  • Het halen van deadlines wordt belemmerd door het stellen van foute prioriteiten en zwak timemanagement.
  • Het verlies van studiemateriaal, wat bijvoorbeeld leidt tot extra tijdsdruk.
  • Uitstelgedrag komt regelmatig voor doordat studenten met ADHD zich onvoldoende kunnen motiveren om te studeren.
  • Moeite om hoofd- van bijzaken te onderscheiden en om de kern van de leerstof te begrijpen.
  • Moeite om de aandacht langer vast te houden. Onderwerpen die aansluiten bij de eigen interesses of die nieuw lijken, krijgen vaak meer focus ten koste van de andere leerstof.
  • Zelfteststrategieën zijn vaak minder goed ontwikkeld.
  • Correct begrijpen van een opdracht of instructie kan moeilijk zijn doordat de opdracht impulsief gestart wordt of door de verhoogde gevoeligheid voor afleiding. Het is uitdagend om opdrachten en examens tijdig af te ronden en om goed gestructureerde antwoorden te formuleren.
  • Bij grotere taken is het vaak lastig om het overzicht te bewaren, wat regelmatig leidt tot uitstelgedrag en het niet halen van deadlines.
  • De transfer van theorie naar praktijk kan moeilijk verlopen.
  • Instructies en feedback worden soms minder goed begrepen, zeker wanneer ze vaag geformuleerd zijn.

6. Ondersteuning bieden aan studenten met autisme of ADHD

Neuro-divergente studenten moeten maximale kansen krijgen om te leren en zich te ontplooien via flexibel onderwijs en gepaste ondersteuning. Door drempels weg te nemen kunnen ze volwaardig deelnemen aan zowel studie als studentenleven.

Daarvoor is een twee-sporen-aanpak nodig: enerzijds een inclusieve campuscultuur waarin neurodiversiteit wordt erkend en gewaardeerd, en anderzijds een systeem dat proactief inspeelt op de noden van neuro-divergente studenten (Van Hees et al., 2024 & 2025). De focus ligt op universeel ontworpen en inclusieve maatregelen voor iedereen. Waar die niet volstaan, worden aanvullende redelijke aanpassingen en gerichte ondersteuning voorzien.

6.1  Universiteitsbreed

Omdat onderwijs vaak is afgestemd op neuro-typische studenten, moeten neuro-divergente studenten extra inspanningen leveren en ervaren ze specifieke uitdagingen. In het hoger onderwijs kunnen neuro-divergente studenten op basis van het documenteren van hun diagnose ondersteunende onderwijs- & evaluatiemaatregelen toegekend krijgen (zie ook ECHO-onderwijstip ‘Bijzondere faciliteiten en examens’, 2019). Studenten kunnen hiervoor terecht bij de zorgcoördinatoren.

Onder andere omdat het aantal gevraagde/toegekende redelijke aanpassingen jaarlijks stijgt, zetten hogescholen en universiteiten (waaronder UAntwerpen) toenemend in op inclusieve onderwijs- & examenmaatregelen. Inclusieve maatregelen zoals vervroegde toegang tot toegankelijke presentaties, lesopnames (ECHO-onderwijstip, 2023) en extra examentijd voor iedereen (ECHO-onderwijstip, 2026), verbeteren het leerproces, het gevoel van erbij horen en het welzijn van studenten met neuro-divergente kenmerken. Ze helpen hen de les vlotter te volgen, betere notities te maken, verminderen stress en verbeteren de focus zodat ze zich meer op de leerinhoud kunnen concentreren.

6.2  Als docent

Door proactief in te zetten op verschillen tussen studenten, via Universal Design for Learning (UDL) bijvoorbeeld, zorg je ervoor dat je drempels wegneemt. Je komt hiermee tegemoet aan studenten die bepaalde leernoden ervaren, maar het komt ook ten goede aan andere studenten.

Studenten met autisme of ADHD hebben een aantal overeenstemmende noden, zoals nood aan duidelijke communicatie en structuur, die met dezelfde ondersteuning (met UDL in gedachten) kunnen aangepakt worden (SIHO, z.d. a en b):

Heldere, expliciete communicatie

Zorg er voor dat studenten weten wat er verwacht wordt en hoe ze aan die verwachtingen kunnen voldoen. Hiermee voorkom je veel misverstanden en onbegrip.

  • Eenduidig, transparant taalgebruik.
  • Expliciet geformuleerde feedback: concreet geformuleerde leerpunten zorgen voor grotere leerkansen.
  • Duidelijke afspraken over bv. deadlines, indienen van opdrachten, maar ook over bereikbaarheid van de docent voor vragen, enz.
  • Duidelijke instructies bij evaluatie met expliciete verwachtingen. Het vooraf ter beschikking stellen van voorbeeldvragen met antwoordsleutel is hier een grote meerwaarde.
  • Naast mondelinge instructies voor opdrachten is het zinvol om ook een schriftelijke versie te voorzien zodat studenten deze kunnen herlezen op een rustig moment.

Voorspelbaarheid en structuur

Het inbouwen van voorspelbaarheid en structuur komt tegemoet aan de nood aan duidelijkheid m.b.t. de verwachtingen en geeft studenten een overzicht van alle studieactiviteiten. Dit helpt om een goede planning op te maken en efficiënt timemanagement te doen.  

  • Voorspelbare lessen met een duidelijke structuur.
  • Vooraf ter beschikking stellen van presentaties en een goed gestructureerde cursus waardoor studenten de lessen vlot en geconcentreerd mee kunnen volgen.
  • Voorzien van een overzicht van alle opdrachten en studietaken, bv. via een studiewijzer. Bij uitgebreide opdrachten zijn tussentijdse deadlines zinvol, en vooral waardevol als ze gepaard gaan met een feedbackmoment.
  • Het regelmatig leggen van de link tussen theorie en praktijk (o.a. als voorbereiding op praktijktoepassingen of stages) om tegemoet te komen aan de moeilijkheden die studenten hier zelf mee ervaren, en tegelijk aan te tonen welke verwachtingen hierrond bestaan. 
  • Het meegeven van duidelijk geformuleerde leerdoelen en voorbeeldvragen geeft studenten inzicht in de verwachtingen op vlak van evaluatie.

Een toegankelijke onderwijsleeromgeving

Zorg voor een voorspelbare en prikkelarme/-bewuste onderwijsleeromgeving. Ze verlaagt de drempels zodat de student alle kansen krijgt om deel te nemen aan het onderwijs en diens capaciteiten kan tonen zonder extra energieverlies aan het omgaan met onduidelijkheid of overprikkeling.

Concreet kan je hierbij denken aan zaken zoals:

  • Mogelijkheid tot keuze van plaats in het lokaal met minder storende prikkels.
  • Gebruik van geluiddempende hulpmiddelen tijdens werkmomenten of oefeningen is een aanrader.
  • Bij groepswerken (zie ook ECHO-onderwijstip ‘Wat maakt een groepsopdracht succesvol’, 2022) als docent zelf de groepen samenstellen. Vaak is het nuttig om een aantal rollen/taken mee te geven met een duidelijk omschreven invulling.

Een ‘veilige’ onderwijsleeromgeving

Toets regelmatig af of dingen lukken, of studenten mee zijn. Hiermee toon je jezelf betrokken en voelen de studenten zich gerespecteerd. Bovendien zorg je op die manier voor een onderwijsleeromgeving waar de student terecht kan met vragen en fouten mogen gemaakt worden. 

Het ter beschikking stellen van een lesopname (ECHO-onderwijstip, 2023) zorgt voor rust bij de studenten. Een ingesproken presentatie of een kennisclip kan een goed alternatief vormen. 

Via een interactieve manier van lesgeven en het gebruik van activerende werkvormen (zie ook ECHO-onderwijstips, rubriek ‘Activering’) kom je tegemoet aan de uitdaging van ADHD-studenten om langdurig de aandacht bij de les te behouden. 

Doorverwijzing

Verwijs door naar een studiecoach wanneer de student ernstige problemen ondervindt met het opmaken van een goede studieplanning of het efficiënt organiseren van de studietijd. Deze coach kan de student helpen bij het aanleren van studietechnieken en heeft ook aandacht voor faalangst, uitstelgedrag en emotionele problemen.

Meer weten?

Screencasts & ECHO-sessie ‘Neurodiversiteit in de praktijk: bouwen aan inclusief hoger onderwijs’ (2025)

ECHO-onderwijstips

Bijzondere faciliteiten en examens (2019)

Examentijd begroten en inclusief maken: naar eerlijke en haalbare toetsen (2026)

Relevante literatuur

Baeyens, D., & Jansen, D. (2017). Wanneer drukke kinderen groot worden en verder studeren. Caleidoscoop, Jg. 28, nr. 6 (17-24).

Bervoets, J. (2025). Autisme en neurodiversiteit. Een andere manier van zien. Kalmthout: Pelckmans.

Butcher, L., & Lane, S. (2025). Neurodivergent (Autism and ADHD) student experiences of access and inclusion in higher education: an ecological systems theory perspective. Higher Education, 90, 243–263. https://link.springer.com/article/10.1007/s10734-024-01319-6

De Troch, D. (2025). From the pathological model to the neurodiversity paradigm. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://www.bjien.be/en/articles/from-pathological-model-to-neurodiversity-paradigm/

Doyle N. (2020). Neurodiversity at work: a biopsychosocial model and the impact on working adults. British Medical Bulletin, 135(1), 108–125. https://doi.org/10.1093/bmb/ldaa021

Dwyer, P., Mineo, E., Mifsud, K., Lindholm, C., Gurba, A., & Waisman, T. C. (2023). Building Neurodiversity-Inclusive Postsecondary Campuses: Recommendations for Leaders in Higher Education. Autism in adulthood: Challenges and management, 5(1), 1–14. https://doi.org/10.1089/aut.2021.0042

Jansen, D., Petry, K., Ceulemans, E., Van Der Oord, S., Noens, I., & Baeyens, D. (2017). Functioning and participation problems of students with ADHD in higher education: which reasonable accommodations are effective? European Journal of Special Needs Education, 2017, Vol. 32, no. 1, 71–88.

Healthwatch Surrey. (2023). Neurodiversity – The hidden value of diagnosis. geraadpleegd op 17/02/2026 van https://nds.healthwatch.co.uk/sites/default/files/reports_library/20230323_Surrey_Neurodiversity-%E2%80%93-the-hidden-value-of-diagnosis.pdf

National autistic society. (z.d.). The neurodiversity movement. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://www.autism.org.uk/advice-and-guidance/topics/identity/the-neurodiversity-movement

Rosenthal, E. A., Mitchell, J. T., Weisner, T. S., Silverstein, N., Yi, C., Arnold, L. E., Hechtman, L. T., Hinshaw, S. P., & Jensen, P. S. (2025). What Can Adults With ADHD Tell Us About Their Experiences? A Review of Qualitative Methods to Map a New Research Agenda. Journal of Attention Disorders, 29(13), 1190-1212. https://doi.org/10.1177/10870547251352589 (Original work published 2025)

SIHO.  (z.d.). Fiches functiebeperkingen. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://www.siho.be/nl/voor-studenten/fiches-functiebeperkingen  

SIHO.  (z.d. a). Fiches autisme.  Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://www.siho.be/sites/default/files/2022-08/Fiche_autisme.pdf

SIHO.  (z.d. b). Fiches ADHD.  Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://siho.be/sites/default/files/2022-08/Fiche_ADHD.pdf

Silvertant, E. (2019). The neurodiversity paradigm. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://embrace-autism.com/the-neurodiversity-paradigm/

Studenteninformatiepunt. (z.d.). Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://www.uantwerpen.be/nl/studeren/hulp-bij-studentenvragen/stip/

Tinto, T. (1993). Leaving College: Rethinking the Causes and Cures of Student Attrition. Chicago: University of Chicago Press.

Van Aken G.-J. (2025, 13 febr). Neurodiversiteit in het hoger onderwijs [Opname]. UAntwerpen. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://pintra.uantwerpen.be/webapps/ua-pintrasite-BBLEARN/module/index.jsp?course_id=_50_1&tid=_2672_1&lid=_67480_1|_66350_1&l=nl_PINTRA.

Vanaken, G.-J. (2024). Neurodiversiteit: een nieuwe blik op autisme en autismehulpverlening. Signaal, Vol. 2024 (1-14).

Van Hees, V., Stokx, R., & Willems, K. (2024). Inclusieve onderwijs en evaluatiemaatregelen: van beleid naar praktijk. Gent: Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs.

Van Hees, V., Vanaken, G.-J., Van keer, I., Stokx, R., Willems, K., & Noens, I. (2025). Leidraad neurodiversiteit in het hoger onderwijs: van beleid naar praktijk. Leuven: KU Leuven.

Vlaamse Vereniging Autisme. (z.d.). Autisme. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://autismevlaanderen.be/autisme

Wikipedia. (z.d.). Neurodiversity. Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://en.wikipedia.org/wiki/Neurodiversity

ZitStil. (z.d.). Geraadpleegd op 17/02/2026 van https://zitstil.be/over-adhd/wat-is-adhd/#wat-is-adhd