Per Forza di Levare - Athar Jaber (29/06/2021)

Athar Jaber

  • 29 juni 2021 - online verdediging - stuur een bericht naar research@atharjaber.com als u de verdediging wilt bijwonen.​
  • Promotoren: Gert Verschraegen (Universiteit Antwerpen) en Ria De Boodt (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen)
Per-Forza-di-Levare.jpg


Abstract

Het beoefenen van de beeldhouwkunst, en van steenhouwen in het bijzonder, is op vele niveaus gerelateerd aan geweld.

Ten eerste is er het evidente, zichtbare geweld van het houwen in steen. Ten tweede spelen sculpturen en monumenten een representatieve rol in dienst van autoriteiten die regeren door middel van een beleid van systemisch geweld. En ten derde heeft steen, het materiaal waarin vele sculpturen zijn gemaakt, een symbolische waarde die kan worden geassocieerd met onderdrukkende strategieën van structureel geweld.

In dit praktijkgerichte doctoraatsonderzoek in de kunsten, combineert Athar Jaber kritisch denken over het onderwerp geweld met zijn sculpturale praktijk. Hij werkt bovengenoemde aspecten uit te werken met de bedoeling om dringende sociaal-politieke problemen aan te pakken die onze hedendaagse samenleving en de menselijke conditie in het algemeen teisteren.

Bovendien wil het onderzoek de aandacht vestigen op de latente semiotische kracht van steen bedoeld om een bewuster gebruik ervan te stimuleren in de hedendaagse kunstpraktijk.

Endlich etwas wirklich neues - Levente Kende (13/06/2021)

Levente Kende

  • 13 juni 2021 - De Singel Antwerpen - Blauwe zaal - registratie verplicht
  • 15:30 - 18:00 Liszt - Bartók concert
  • 18:00 - 19:30 Doctoraatsverdediging
  • Promotoren: Stephan Weytjens (Koninklijk Conservatorium Antwerpen) en Henk de Smaele (Universiteit Antwerpen)

Endlich etwas wirklich neues… (Ferruccio Busoni over Béla Bartóks 14 Bagatellen / 1908) versus Darf man solch ein Ding schreiben oder anhören? (Ferenc Liszt over zijn Csárdás macabre / 1882) 

Vergelijkend onderzoek van (r)evolutionaire vernieuwingen in de late pianowerken (1860-1886) van Ferenc Liszt en de vroege pianowerken (1908-1912) van Béla Bartók door Levente Kende 

Hoewel Liszt van meet af aan 'provocatieve' programmamuziek met modernistische elementen componeerde - zoals Les Morts, Harmonies poétiques et religieuses, Sonate, Faust-Symphonie - is het bijzonder opmerkelijk dat hij na 1860 plotseling pianostukken - zoals Trois Odes funèbres: Les Morts - La Notte - Le triomphe funèbre de Tasso, Années de Pèlerinage III, Nuages gris, Mosonyi's Grabgeleit – componeert, stukken die volledig en opmerkelijk afwijken van zijn gebruikelijke compositiestijl. Deze werken vertonen een stilistische mengeling van laat-romantische, impressionistische en expressionistische elementen. Rond 1860 brak een tijdperk aan waarin 'dood en dans' een regelmatig terugkerend thema was in Liszts werken: zijn doodsgedichten geschreven in 'een compositiekoorts'. Deze late stukken (1860-1886) zijn expressionistisch, deels a-tonaal, en werden alleen door Liszt en zijn leerlingen gespeeld. Het hoogtepunt kwam in 1881-1882 met 'Csárdás macabre', de meest opmerkelijke van de zeer gedurfde reeks composities, waarin hij zich steeds meer op chromatische dissonanten stortte; een stuk met langdurige, dreunende en angstaanjagende lege kwinten, chromatisch bewegend tussen 'mogelijke en onmogelijke toonsoorten'. Liszt gebruikte een laconieke vraag als ondertitel: "Darf man solch ein Ding schreiben oder hören?". 

Als stilistische voorloper van Bartók en van de 20ste-eeuwse muziek is Liszts Csárdás macabre een volwaardige compositie die evolueert van laat-romantiek naar een polytonaal pre-expressionisme en die de weg opent naar het atonale expressionisme van Bartóks 14 Bagatellen. In Liszts oeuvre, en in de algemene stilistische evolutie van de 19e eeuw, getuigt dit meesterwerk voor piano van een even baanbrekende inventiviteit als 26 jaar later Bartóks 14 Bagatellen. Tussen 1908-1912 componeerde Bartók een indrukwekkende reeks pianowerken waaronder de 14 Bagatellen en Allegro barbaro. Met de 14 Bagatellen is voor de piano een nieuw tijdperk en een nieuwe "moderne" stijl aangebroken. - Hierover gaat de beroemde uitspraak van Busoni: "Endlich etwas wirklich neues". Bartók schreef: "De Bagatellen openen een nieuwe klavierstijl in mijn carrière als componist, die de meeste van mijn latere pianowerken - met kleinere of grotere aanpassingen - consequent volgen". Tijdens deze studie wordt ook nagegaan in hoeverre Liszts late werken niet alleen een (r)evolutionaire breuk vormen met de hoogromantiek, maar ook een avant-gardistische basis vormen voor Bartóks stijl en compositietechniek, en bij uitbreiding voor 20ste-eeuwse componisten als Debussy, Reger, Busoni, Schönberg, Prokofjev, Rachmaninov, Messiaen, Kurtág en anderen, waardoor de expansie van tonaal-functionele muziek en ook nieuwe muzikale vormen konden ontstaan. De nadruk ligt op de vergelijking Liszt-Bartók: wat leidde er uiteindelijk toe dat beide componisten op een vergelijkbare manier deze breuk met de vroegmoderne tijd vanuit hun beide laatromantische, eclectische idioom realiseerden. 

Een diepgaander onderzoek analyseert welke leidende passies en mentale factoren Liszt in 1860 en Bartók in 1908 inspireerden en hoe dit tot uiting komt in hun respectieve composities. Dit onderzoek tracht een antwoord te vinden op de vraag waarom Liszt vanaf 1860 en Bartók vanaf 1908 wezenlijk afwijken van hun daarvoor gebruikte compositietechnieken en een "avant-garde" (r)evolutie realiseren in Europa en in de Hongaarse muziek, zowel op stilistisch als compositorisch gebied. Essentiële citaten komen voornamelijk uit de persoonlijke brieven van Liszt en Bartók in een dagboekachtige chronologische vorm. Maar ook uit authentieke en historische documenten, eerste drukken, perscommentaren in historische tijdschriften. Zo wordt duidelijker hoe bijzondere levensomstandigheden en essentiële gebeurtenissen hun gedachten en gevoelswereld hebben beïnvloed en daardoor ook hun muzikale stilistische evolutie, hun compositietechnieken. Op deze wijze worden Liszts late en Bartóks vroege composities gesitueerd, juist gedateerd, inspiratiemodellen onderzocht, in historische context geplaatst met als uiteindelijk doel de vraag te beantwoorden "welke late Liszt-composities waren Bartók bekend en hebben hem (wezenlijk) beïnvloed". 

Bartóks samenwerking met Breitkopf & Härtel (1911-1913) voor de uitgave van Liszts Complete Werken - Bartóks inleiding tot Liszts Hongaars gerelateerde composities - wordt uitvoerig besproken. Speciale aandacht wordt besteed aan Bartóks herziening van Liszts Csárdás macabre. De gissingen naar de juiste datum van het componeren van Bartóks meest iconische werk, Allegro barbaro, zijn nu beter gesitueerd, zodat dit werk nu een correcte herdatering krijgt. Dit is gebaseerd op een uiterst complete chronologie van zijn werk in 1910-19013. Het is ook zeer waarschijnlijk dat Liszts Csárdás macabre model heeft gestaan voor Bartóks Allegro Barbaro

Door de geldende corona-maatregelen zijn de plaatsen beperkt en is registratie verplicht.Reserveer hier uw plaats.​

Freedom Is Not Free - Mashid Mohadjerin (20/05/2021)

Mashid Mohadjerin

  • 20 mei 2021 - 15:00: publieke verdediging online. Stuur een bericht naar mashid.fotografia@gmail.com voor de link.
  • Promotoren: Roschanack Shaery-Yazdi (UAntwerpen), Johan Pas (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen)

Abstract

Zowel in het heden als in het verleden zijn vrouwen van essentieel belang bij het initiëren, continueren en bereiken van politieke ommekeer. De inspiratie voor mijn project vloeide voort uit de massale aanwezigheid van vrouwen tijdens de Arabische opstanden na 2011 en de beelden die hiervan verschenen in de media. Het mondde uit in een zoektocht naar mijn persoonlijk verhaal van de revolutie in mijn geboorteland Iran.

Beelden dragen een grote verantwoordelijk voor hoe we ‘de ander’ zien en ervaren. Mijn doel is het bevragen van bestaande stereotyperingen rond moslimvrouwen en hun rol tijdens revoluties, evenwel zonder het spektakel van de opstanden in beeld te brengen. Enscenering en beeldmanipulatie laat ik hierbij achterwege.

Bewust van de  bestaande conventies omtrent documentaire- en portretfotografie tracht ik via foto’s en intieme gesprekken de strijd en de omgeving van iconische activisten te verbeelden. Aan de hand van collages die ik maakte op basis van archiefbeelden en teksten wordt hieraan ook een historisch luik toegevoegd. De gesprekken met activisten en de kritische reflecties hierop, beïnvloeden mijn selecties en sequenties en brengen een complexer en genuanceerder beeld tot stand. Het uiteindelijke resultaat is een persoonlijk multidimensionale verslag dat het journalistieke en het artistieke met elkaar verweeft.

Exit Strategies and a Stand Alone Complex - Peter Lemmens (28/04/2021)

Peter Lemmens

  • 28 april 2021 
  • 14:00: screening van de film 'Reverse Engineering'. Live stream via https://youtu.be/uMoVDjBasns
  • 16:00: publieke verdediging online. Stuur een bericht naar peterlemmenspeter@gmail.com voor de link.
  • Promotoren: Pascal Gielen (UAntwerpen), Johan Pas (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen)

Abstract

Dit onderzoek tracht de moeilijk grijpbare aspecten van artistieke productie en distributie te begrijpen als kritische en esthetische momenten. Via Fan Fictie als een veld dat steunt op zelf-organisatie, kijk ik naar organisatorische elementen van een kunstwerk voor hun sociale, economische, politieke en artistieke capaciteiten. Op dit snijvlak bevraag ik hoe zichzelf als kunstenaar te organiseren met oneigenlijke methodes en een indirecte aanpak. Om indirect betrokken te zijn zoals in Fan Fictie, om naast iets anders geëngageerd te zijn, is een ingang verhuld als een uitgang. Mijn kunstwerken wijzen niet alleen naar wat anders moet, maar naar wat tegelijkertijd kan. Op deze manier probeer ik te ontsnappen aan binair denken en uit te gaan van het ambigue, het samenvallen en het paradoxale. Ik gebruik een strategie van gelijktijdigheid die zoekt naar kleine afleidingstactieken als permanente, fragiele vormen van productie en distributie. Dit onderzoek zoekt zijn noodzakelijkheid, niet in het afbeelden van lineair probleem-oplossen in een werk, maar creëert disruptieve momenten van paradoxaal denken voorbij het werk. Op deze manier, beschrijf ik indirecte narratieven van engagement. Door de lens van distributie breid ik de vraag van “wat te maken” uit met “hoe iets te maken”. 

De digitale publicatie ‘exit strategies and a stand alone complex’ kan integraal gedownload worden op http://diversions.be/downloads/book.html

Parallel narratives - different elements and forms of representations and their influence on the audiences’ perception - Ali Moayed Baharlou (19/02/2021)

Ali Moayed Baharlou

  • 19 februari 2021 - 17u
  • Online verdediging: meld je ten laatste op 17 februari aan via mail bij Ali.MoayedBaharlou@student.uantwerpen.be 
  • Promotoren: Dr. Philippe Meers (UAntwerpen), Dr. Tom De Smedt (Sint Lucas Antwerpen)

Abstract

Parallel narratives, different elements and forms of representations and their influence on the audiences’ perception researches parallel narratives in film and how choice can lead to different destinies for the protagonist. The questions raised are how the audiences perceive these topics in parallel narratives and how filmmakers can change or manipulate the perception of choices, multiple paths and free will by diverse narrative elements, devices and different forms of representations.

A Case of Recorders: Recorder Use in Spanish Churches and Cathedrals in the Sixteenth and Early Seventeenth Centuries - Julia Miller (14/10/2020)

​Julia Miller

  • 14 oktober 2020
  • Promotoren: Dr. Bruno Blondé (UAntwerpen), Dr. Eugeen Schreurs (Royal Conservatoire Antwerp) en Dr. David Burn (KU Leuven)

Abstract

This PhD project researches the use of recorders in performing sacred music in Spanish cathedrals and churches during the sixteenth and early seventeenth centuries. As well, it examines the interaction of the historical findings with artistic questions arising in twenty-first-century performance of this sacred music repertoire.

When today's musicians seek to perform sacred Renaissance works in an historically informed manner, they are confronted with an array of questions arising from original music sources which did not generally specify the use of instruments or the manner of arranging the music for performance. Paradoxically, while numerous sets of recorders were purchased by ecclesiastic institutions during the period studied, most contemporary sacred music did not specifically call for their use. As well, surviving sixteenth- and early seventeenth-century documentation is highly fragmentary regarding the participatory role of recorders in sacred repertoire of this period.

At the same time, scholarly research and writing had not addressed this issue. Sacred music of this era offers the modern musician a large and rich potential repertoire of supreme quality and beauty. Therefore, in seeking an historically informed basis for performance, this doctoral project asks if recorders were used in such works in Spanish ecclesiastic institutions during the sixteenth and early seventeenth centuries, and, if so, how.

'Digital Nature for healthcare': Onderzoek naar beeldende kunst en gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen - Ludivine Lechat (19/06/2020)

​Ludivine Lechat

  • 19 juni 2020
  • Promotoren: Koen Norga, Monica Dhar (UAntwerpen) en Tom De Smedt (Sint Lucas Antwerpen)

Abstract

Dit doctoraat beoogt het promoten van onderzoek naar beeldtaal voor positieve artistieke interventies in de zorgsector, om de levenskwaliteit van jonge patiënten te verbeteren.

In overleg met kinderen, verplegend personeel en opvoeders gaat Ludivine Lechat op zoek naar visuele voorkeuren en narratieve concepten die het mentale welzijn van kinderen zou kunnen bevorderen. Dit om inzichten te verwerven voor het ontwerpen van ontspannende illustraties voor nieuwe media applicaties.

Het gehele onderzoeksproces heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van creatieve product prototypes dat gericht zijn op stressverlagende toepassingen binnen de zorgsector.

“Digital Nature for healthcare” is een poging om via beeldende kunsten op een zinvolle manier bij te dragen aan een sector die ons uiteindelijk allemaal aanbelangt: gezondheidssector

Making Waves. A Play with Arts and Crafts - Wim Wauman (20/12/2019)

​Wim Wauman

  • 20 december 2019
  • Promotoren: Gert Verschraegen en Ria De Boodt

Abstract

Het onderzoeksproject ‘Making Waves. A Play with Arts and Crafts’ van Wim Wauman laat zich best omschrijven als een sequentie van ‘golven’ die werden opgewekt om het dynamische bereik van zijn artistieke praktijk uit te breiden, nieuwe paden te verkennen en inzichten te verwerven of te delen. Wat zich aankondigde als een artistiek onderzoek naar de relevantie van ‘vakmanschap’ en de schijnbare tegenstelling tussen ‘maken’ en ‘denken’, monde uit in een persoonlijke en metaforische queeste, en in een ‘thesis’ die bestaat uit drie componenten.

Het onderzoek begon in januari 2016 met een praktijkgerichte verkenning van ‘vakmanschap’ door in de leer te gaan bij een ‘meester’ met als doel om technieken aan te leren betreffende het gebruik (snijden, monteren,…) van houtfineer. Dit leertraject mag beschouwd worden als de eerste ‘golf’ waaruit de verschillende kunstwerken, artistieke
artefacten en projecten zijn ontstaan, die samen het proefschrift vormen.

In de Reader’s Guide, het eerste document van de thesis, wordt een chronologisch overzicht geschetst van de voornaamste onderzoeksactiviteiten met een klemtoon op de persoonlijke motivatie die als stuwende kracht het afgelegde traject in ruime mate heeft bepaald. In deze introductie worden de bruggen besproken die van de ‘tegenstelling’, langs ‘de strijd’, tot de ‘samenwerking’ hebben geleid.

Geïnspireerd door een literatuurstudie rond ‘vakmanschap’ volgde in 2018 het WORK FLOW -project: Een tentoonstelling (Cultuurcentrum, Sint-Niklaas) en publicatie met werk van 50
(internationale) kunstenaars die onderling, als ingrediënten van een groots stilleven, met elkaar in dialoog werden geplaatst. De fraai vormgegeven publicatie – de tweede component
van de ‘thesis’ – omvat twee delen: een simulatie van de tentoonstelling als een (te ontvouwen) sequentie van genummerd beeldmateriaal, én een uitgekiend patchwork van
citaten, referenties en associaties gebundeld in een Engelstalige reader onderverdeeld in vijftien hoofdstukken: A Play with Arts (Apes) and Crafts.

De toewijding voor dit ambitieus project werd echter overschaduwd door een confronterend familiaal drama met tragische afloop. De pijnlijke naweeën van deze tweede golf, brachten
een derde golf teweeg: een pelgrimstocht naar de bron van de sirene uit het gemeentelijk wapen van Waasmunster. Dit improvisatiespel werd op touw gezet in en rond een tijdelijke
toevluchtsoord, ingericht als gedeelde kunstenaarsresidentie: het Blauwhaus. In het Blauwhaus Getijdenboek/Book of Tides – de derde en laatste component – wordt met
gevleugelde woorden en vele illustraties verslag uitgebracht over ‘A Play with Arts and Crafts’. Een ernstig spel met vorm en inhoud, talrijke metaforen en mystieke symboliek,
geschreven en ‘vakkundig’ verweven uit hart en ziel.

De hiel van Kuifje - Lucas Vandervost (08/12/2019)

​Lucas Vandervost

  • 8 december 2019
  • Promotoren: Kurt Vanhoutte en Bert Danckaert

Abstract

In zijn doctoraatsonderzoek De hiel van Kuifje heeft Lucas Vandervost de principes en strategieën onderzocht die tekst in ‘zegging met dramatische spanning’ omzet. Dit vanuit het standpunt van de acteur, los van de dramatische spanning die eigen is aan een verhaalstructuur. In weerwil van de opvatting dat spanning een ongrijpbaar fenomeen is dat alleen in geïnspireerde, artistieke vrijheid ontstaat heeft hij een poging gedaan de condities en wetmatigheden ervan omschrijven. Naar analogie met de exacte wetenschap, waar spanning wordt vertaald in druk die zich laat lezen in de verhouding tussen kracht en oppervlakte, heeft hij objectieve eenheden en formules in kaart gebracht die een acteur kan gebruiken om met de toepassing ervan in zijn zegging dramatische spanning te genereren.

De titel van het onderzoeksproject, De hiel van Kuifje, is een knipoog naar de meester in spanningsopbouw, Hergé. Hij tekent vaak de hiel van een wegrennende Kuifje in de rechterbenedenhoek van een kader, waardoor de focus op de reactie van de achterblijver ligt terwijl de eigenlijke actie zich buiten het kader afspeelt. Op die manier is Kuifje iedereen te snel af en laat hij niet alleen zijn medespelers maar ook zijn publiek ‘in spanning’ achter.

Met een concert, boekvoorstelling, theatervoorstelling en salon met doctoraatsverdediging beëindigt Vandervost zijn onderzoek. De kunst van het verdwijnen is de titel van een themadag waarin hij zijn onderzoeksresultaten deelt met zijn publiek. Het vindt plaats op 8 december om 15 uur in De Witte Zaal van het Conservatorium (deSingel) Antwerpen.

De verdediging vindt plaats om 20 uur in dezelfde zaal.

Voorzitster jury: Annick Schramme
Juryleden: Viviane DeMuynck, Stefan Hertmans en Jan Steen

World Without Us - Geert Goiris (09/05/2019)

​Geert Goiris

  • 9 mei 2019
  • Promotoren: Luc Pauwels en Johan Pas

Abstract

World Without Us is a practice based Phd in visual art.

Rather than stemming from a defined hypothesis or research question, it should be understood as a visualization experiment anticipating a world without humans. 

These excercises in imagination take shape in three interconnected presentations: two consecutive exhibitions and a publication.

The exhibitions wants to pronounce the perceptional shift caused by current anxieties about the future of our planet.
Fundamental changes in our ecosystem and the rise of artificial intelligences are modifying the world as we know it. The future of humankind will be a very different one. How does this affect our psychological state of mind, our imagined futures  and premonitions? In this ‘age of uncertainty’ the individual is overpowered by alarmist, conflicting information. Are we suffering from epochalism, the belief that our current era is unique in human history because it represents a disruptive break with the past? Or are we actually at a tipping point between self-preservation and self-destruction? Some of these images foreshadow what is left when humans have vacated the scene.
Still and moving photographic images are on view: framed prints, monumental wallpaper prints, analogue slide projections and a video installation.
The images are exhibited in a scenography designed in close collaboration with architect Kris Kimpe.  

The book accentuates the spatial character of my recent work by presenting a number of installation views of the exhibitions in Antwerp and Bologna. Next to this documentation, a sequence of photographs and an extensive interview with Steven Humblet is presented in the book to further investigate the narrative potential of still images in distinctive spaces and temporalities: the exhibition space, the book space and in time-based media such as video-installations and analogue slide projections.

During this Phd research I continued to develop a practice where fragmentation and different modes of narrativity are activated to evoke a possible, but unwanted future.


World without Us
Exhibition De Lange Zaal - Royal Academy for Fine Arts Antwerpen November 15th – December 20th 2018

Terraforming Fantasies
Exhibition Palazzo De’ Toschi – Bologna January 29th- February 28th 2019

World Without Us, Monographic Publication
Roma Publications, Amsterdam
Release date: May 9th 2019

  • Photographs, video installation and analogue slide projection: Geert Goiris
  • Interview, text editing: Steven Humblet
  • Additional text editing: Robert Enoch
  • Exhibition scenography: Kris Kimpe
  • Video Editing and colour grading: Xavier Dockx
  • Soundscape: Frederik Meulyzer
  • Graphic design exhibition leaflet: Bas Rogiers
  • Graphic design publication: Roger Willems

Signature Strengths - Boy Vereecken (03/05/2019)

​Boy Vereecken

  • 3 mei 2019
  • Promotoren: Prof. dr. Luc Pauwels en Michel Van Beirendonck

Abstract

Everything starts with an allegorical skit about the ‘1900’ Art Nouveau style;

‘… Loos began his battle with Art Nouveau a decade before “Ornament and Crime.” A pointed attack comes in 1900, in the form of an allegorical skit about “a poor little rich man” who commissions an Art Nouveau designer to put “Art in each and every thing:” Each room formed a symphony of colours, complete in itself. Walls, wall coverings, furniture, and materials were made to harmonise in the most artful ways. Each household item its own specific place and was integrated with the others in the most wonderful combinations. The architect has forgotten nothing, absolutely nothing. Cigar ashtrays, cutlery, light switches – everything, everything was made by him. … This Gesamtkunstwerk does more than combine architecture, art, and craft; it commingles subject and object: “the individuality of the owner was expressed in every ornament, every form, every nail.” For the Art Nouveau designer this is perfection: “You are complete!” he exults to the owner. But the owner is not so sure: this completion “taxed [his] brain.” Rather than a sanctuary from modern stress, his Art Nouveau interior is another expression of it: “ The happy man suddenly felt deeply, deeply unhappy . . . He was precluded from all future living and striving, developing and desiring. He thought, this is what it means to learn to go about life with one’s own corps. Yes indeed. He is finished. He is complete!” … For the Art Nouveau designer this completion reunites art and life, and all signs of death are banished. For Loos, on the other hand, this triumphant overcoming of limits is a catastrophic loss of the same – the loss of the objective constraints required to define any “future living and striving, developing and desiring.” Far from a transcendence of death, this loss of finitude is a death-in life, as figured in the ultimate trope of in distinction, living “with one’s own corpse.”’

Hal Foster, Design and Crime (And Other Diatribes), Radical Thinkers, Verso Books 2002, pp. 13-5.

Boy Vereecken is an Art Director and Editorial Designer based in Brussels. After graduating from LUCA School of Arts in Ghent (M.A.) and the Werkplaats Typografie (M.A.) in Arnhem, he started his practice in Brussels. From 2012 till 2019 he held the position of Art Director at the Kunsthalle Wien, a position that was rewarded with the German Design Award in 2014. Recent projects include the Art Direction for the Tai Kwun Contemporary’s Hong Kong Art Book Fair and the Belgian Pavilion for the Venice Biennial 2019. In 2016 published Signature Strengths and in 2019 Herewith the Clues, both dealing around notions of publishing history. 

Jury

Individual PhD Commission (IPC)

  • Supervisor prof. dr. Luc Pauwels (Dept. of Communication Studies, University of Antwerp)
  • Supervisor Michel Van Beirendonck (Tutor Graphic Design, Sint Lucas Antwerpen)
  • Expert dr. Goran Petrović  (Research Affiliate at Ghent University and Assistant Professor at Sciences Po Paris)
  • Chair IPC prof. dr. Paolo Favero (Film Studies and Visual Culture, Dept. of Communication Studies, University of Antwerp)

External jury members

  • Laura Herman (Curator at La Loge, writer and editor, theory tutor at the Dept. of Contextual Design, Design Academy Eindhoven)
  • Sophie Nys (Visual artist, tutor at LUCA School of Arts)

Chair jury ARIA

  • Prof. dr. Bart Eeckhout (Dept. of Literature, University of Antwerp)

A study of Applied Tai Chi Movements in Marimba Playing - Chin Cheng Lin (06/03/2019)

​Chin Cheng Lin

  • 6 maart 2019
  • Promotoren: Jozef Colpaert, Ludwig Albert en Eugeen Schreurs

Abstract

This interdisciplinary artistic research concerns three aspects of applied Tai Chi movements, educational performing technique and artistic inspiration in marimba playing: investigation of musician’s movements and defining characteristics of marimba playing, development of online instructions with applied Tai Chi approach in marimba playing and evaluation of this approach in marimba education, and application of Tai Chi in musical compositions and discovering the connections between marimba and Tai Chi. 

The study examined randomized trials studying the influence of Tai Chi movements on marimba playing and measured two controlled groups, the Tai Chi intervention and the control group, by using 3D motion capture and real-time audio recording. 

The research showed that the playing of the marimba became noticeably better. It had a favorable influence on the control of breathing, the feeling of gravity, by the application of Tai Chi movements in the upper and lower body. More research is needed into the physical analysis and the educational method for performing the technique.

Inventing New Marimba Performance from the African Balafon Music Practice - On Ying (Adilia) Yip (31/10/2018)

​On Ying (Adilia) Yip

  • 31 oktober 2018
  • Promotoren: Henk de Smaele en Kathleen Coessens

Abstract

The aim of this practice-based project is to search for new performance perspectives for the marimba (invented in the 1910s) by inquiring into the West African music tradition—the balafon of the Bobo and Bamana peoples living in Mali and Burkina Faso. Through a triangulation of research methodology—participant-observation, literature and artistic practice—I have gained insights into the artistic experience of stepping into the 'unknown' balafon world.

The written result is a discussion of how I have overcome the obstacles of learning, performing and listening to balafon music, and how these experiences have renewed and enriched my original artistic practice and ideas. Due to the music’s oral tradition, the balafon polyrhythm and melodic materials are embodied in forms of bimanual coordination patterns rather than symbolic representation. Music-making is largely informed by the performer's motoric sensory, and body movement is given a crucial role in music communication and sensory perception.

The second purpose of this research is, therefore, to apply these balafon practices to Western performance. This yields as artistic outcome—five commissioned compositions for the marimba and a concert program 'In the Heat of the Moment'.

The Wind Egg - Haseeb Ahmed (03/10/2018)

​Haseeb Ahmed

  • 3 oktober 2018
  • Promotoren: Prof Staf Van Tendeloo en Werner Van dermeersch

Abstract

Haseeb Ahmed’s art practice integrates methodologies from the hard sciences in search of a techno-poetics. His exhibition at M HKA, as part of his public defence unfolds his ongoing Wind Egg experiment.

The concept of ‘wind eggs’ postulates that animals and people can be fertilised by the wind – a belief held for millennia by ancient Egyptian, Arab, Indian, European and Chinese cultures. Ahmed has worked to realise this idea with state-of-the-art wind tunnel technology at the von Karman Institute for Fluid Dynamics in Belgium.

In the process of personifying the wind he blends art and aeronautics, myth and technology, reflecting the human capacity to project empathetic sensibilities onto nonhuman things. A project that moves from antiquity to astrobiology, the exhibition will function as a test-site for imagining the possibilities for humans to reproduce without men and with the wind.

Ahmed received his Masters from the MIT Program in Art, Culture, and Technology and received his Bachelor of Fine Arts at the School of the Art Institute of Chicago. He was previously also a resident at the Jan van Eyck Academie in Maastricht. His work has been exhibited internationally including at the Museum of Contemporary Art Chicago, the Gothenburg International Biennial of Contemporary Art, and the Museum Barengasse Zurich. Haseeb Ahmed is based in Brussels.

www.haseebahmed.com

Jury:

Individual PhD Commisssion

  • Prof. Dr. Florian Dombois (visual artist, professor and head of Research Focus in Transdisciplinarity at Zurich University of the Arts)
  • Prof. dr. Staf Van Tendeloo (University of Antwerp, EMAT Research Laboratory)
  • Werner Van dermeersch (architect, professor at St Lucas School of Arts Antwerp)
  • Prof. dr. Pascal Gielen (University of Antwerp, ARIA, CCQO)

External jury members

  • Prof. dr. Beatrice de Gelder (director of the Brain and Emotion Laboratory, Maastricht​ University)

  • Prof. dr. Olivier Chazot (Head of Aeronautics and Aerospace department at Von Karman Institute for Fluid Dynamics, Brussels)

Chairman jury

Prof. dr. Bart Eeckhout (University of Antwerp, ARIA)

Breuklijnen. Op zoek naar nieuwe artistieke representaties voor het geologisch landschap - Karen Vermeren (12/04/2018)

​Karen Vermeren

  • 12 april 2018
  • Promotoren: Prof. dr. Ivan Nijs en dr. Sofie Verdoodt

Abstract

Dit doctoraatsonderzoek stelt de traditionele opvattingen van landschapsschilderkunst ter discussie. Het zoekt naar nieuwe representaties van het geologisch landschap in tweedimensionale in situ installaties. Het focust in het bijzonder op de beweging van breuklijnen en gletsjers. Door een grid van de tentoonstellingsruimte over het geologisch landschap te schuiven krijgt het verbrokkelende landschap een nieuw kader. Daar de confrontatie met de toeschouwer essentieel is, is de creatie en presentatie van nieuw artistiek werk een belangrijk aspect van dit onderzoeksproject. 

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Antwerpen: prof. dr. Ivan Nijs (Onderzoeksgroep Planten- en Vegetatie-ecologie), em. prof. dr. Louis Beyens (Onderzoeksgroep Ecosysteembeheer) en Sint Lucas Antwerpen: dr. Sofie Verdoodt.

Revolutionizing the Jazz Bass: The Life and Music of Jimmie Blanton - Matthias Heyman (23/03/2018)

​Matthias Heyman

  • 23 maart 2018
  • Promotoren: Alexander Dhoest en Eugeen Schreurs

Abstract

This research project offers a comprehensive study of the life, music, and legacy of jazz bass player James 'Jimmie' Blanton, Jr. (1918–1942). Best known for his tenure with Duke Ellington and His Orchestra between 1939 and 1941, Blanton is widely regarded as one of the key figures in the development of jazz bass playing. From 1946 on, an iconic narrative came into being that established him as an artistic hero in the pantheon of jazz (bass) history. In most literature, such icons are treated in generalizing, uncritical manners, resulting in a flawed, limited understanding of Blanton. Previous studies have primarily focused on his recorded solos from 1940, and rarely compare his work to that of his fellow bass players. This research is the first to consider Blanton's complete recorded body of work taken from his entire five-year career, including a large number of broadcasts and live versions. Furthermore, considerable attention is dedicated to his accompaniments, and his work is properly contextualized with a selection of that of his peers.

Through a combination of biography and musical analyses, I reevaluate the importance this bassist holds in the history of jazz, adding nuance to his iconic status. This is achieved through an interdisciplinary methodology, building upon such diverse methods as archival research, reception study, music analysis, visual analysis, and historically informed performance practice. As such, this research, the first one in Belgium to focus on jazz, offers new insights into the historical development of jazz bass playing up to the 1940s, into the social and musical milieus Blanton belonged to, and into the role Ellington played in Blanton's development as a performer. Furthermore, a number of technical matters are addressed, in particular his performance posture and the impact recording technology had on his reception.

Overall, I argue that Blanton did indeed play a transformative role in the development of string bass playing in jazz, yet should also be considered as part of a continuum of bass players that each in their own way contributed to this evolution. While Blanton's approach laid the foundation for how the majority of future bassist soloed and accompanied, he himself relied in part on the groundworks established by other bassists such as Wellman Braud and Walter Page, his own musical influences such as tenor saxophonist Coleman Hawkins and pianist Art Tatum, and Ellington's earlier experiments in writing for the string bass.

Ik weet niet wat jij gaat zeggen - Erik Hagoort (13/10/2017)

​Erik Hagoort

  • 13 oktober 2017
  • Promotoren: Prof. dr. Arthur Cools en dr. Nico Dockx

Abstract

Samen hardop nadenken. Onbekommerd spreken. Op een niet-polemische wijze met elkaar

in gesprek zijn. Hoe kan je een gedachte gastvrij ontvangen?

Je weet niet wat de ander gaat zeggen.

Je weet niet altijd wat je zelf gaat zeggen.

 

In zijn proefschrift, getiteld Ik weet niet wat jij gaat zeggen, geeft Erik Hagoort een beeld van wat er hardop werd gedacht tijdens bijeenkomsten die hij initieerde. In essays bouwt hij voort op gedachten over nabijheid van onder anderen Ilse Bulhof, Emmanuel Levinas en Cornelis Verhoeven. De teksten bevatten ontwapenende gedachtegangen die aanzetten tot verder denken over facetten van ontmoeten: onbekommerdheid, gêne, verwondering en verantwoording.

Ik weet niet wat jij gaat zeggen is de uitkomst van Hagoorts doctoraatsonderzoek in de kunst (2014-2017) aan de Universiteit Antwerpen en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, verenigd in ARIA. Een voorbereidende fase (2009-2011) van het onderzoek vond plaats bij het lectoraat beeldende kunst van de Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in 's Hertogenbosch, begeleid door Camiel van Winkel.

Naast een praktijk waarin Erik Hagoort condities van ontmoeten in de kunst onderzoekt, doceert hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en aan het Masterinstituut van de Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in 's Hertogenbosch. Eerder verscheen van hem bij het Fonds BKVB, het huidige Mondriaan Fonds, het essay Goede bedoelingen. Over het beoordelen van ontmoetingskunst (2005) en publiceerde hij vele artikelen over hedendaagse kunst in De Volkskrant en Metropolis M. Recent heeft hij bijgedragen aan uitgaves van Valiz en Sternberg Press over sociale kunstpraktijken.

 

Ik weet niet wat jij gaat zeggen is vanaf 13 oktober verkrijgbaar bij Jap Sam Books: www.japsambooks.nl.

De Engelse editie, I Don't Know What You Are Going To Say, is bij Jap Sam Books verkrijgbaar vanaf begin december 2017. Vertaling: Gregory Ball.

Exhibiting Knowledge - Wesley Meuris (01/09/2017)

​Wesley Meuris

  • 1 september 2017
  • Promotoren: Herwig Leirs en Werner Van dermeersch

Abstract

Dit doctoraatsproject heeft de intentie om de correlatie tussen kennis (weten) en kunst te onderzoeken. In de eerste plaats zal dit onderzoek bevragen wat 'exact weten' en 'artistiek weten' is. Een differentiatie van deze begrippen leidt ongetwijfeld tot een diversiteit aan betekenisvormen en daarbij aansluitende waardeoordelen. Hoe kan een artistiek werk hiermee omspringen? Kan wetenschap een medium worden?

Naast het onderzoek van betekenis, wordt de omgangsvorm en bewaringsvorm van kennis bekeken. Hoe wordt kennis/kunst geconserveerd? Hoe wordt kunst geconsumeerd, hoe gaat het artistieke beeld hiermee om? Hoe beschouwt architectuur (ruimte) zich als dirigent in waardeoordelen van kennis?

Sinds de beeldhouwkunst zich uit de architectuur heeft losgewerkt, is de relatie tussen beide disciplines altijd problematisch gebleven. Architecten benijden de (artistieke) vrijheid van de kunstenaar en kunstenaars zetten zich vaak af tegen de dominerende aanwezigheid van de voor hun kunst geconcipieerde ruimte. Mijn werk wordt dikwijls omschreven als 'deconstruerende installaties met een architectuur-kritische dimensie'. Wat ik in mijn werk deconstrueer is niet zozeer de architectuur, maar onze geconditioneerde blik.

Met de vrijheid en de ongebondenheid van een kunstenaar maak ik geen architectuur om in te wonen, maar architectuur om naar te kijken. Voor Le Corbusier "dient de constructie om het gebouw overeind te houden en de architectuur om te ontroeren" en volgens Ruskin moet "het kijken naar architectuur bijdragen tot de gezondheid, de kracht en het plezier van de geest". Mijn werk bestaat uit installaties, sculpturen en tekeningen, zowel ontwerptekeningen voor te bouwen objecten, als tekeningen van een imaginaire architectuur.

De architecturale vormen zijn tegelijk zeer herkenbaar en toch vervreemdend. Op het eerste gezicht lijken ze een illustratie te zijn van de simulacrumtheorie. Een simulacrum is een kopie van de werkelijkheid die de relatie met de door haar afgebeelde werkelijkheid verloren heeft. Ondanks, of eerder dankzij de perfecte gelijkenis wordt het object een op zichzelf staand fenomeen. Postmoderne theoretici hebben van simulacra gebruik gemaakt om te wijzen op het artificiële karakter van de realiteit. Onder invloed van de media wordt de werkelijkheid gedefinieerd in functie van de manier waarop ze wordt afgebeeld. De werkelijkheid wordt dan gedefinieerd als datgene waarvan een gelijkwaardige afbeelding gemaakt kan worden. Hierdoor wordt het verschil tussen de werkelijkheid en haar afbeelding minder scherp, evenals het verschil tussen realiteit en fictie, tussen het origineel en zijn kopie, tussen wat 'waar' en wat 'vals' is. De kunst verdwijnt in de werkelijkheid zodat ze haast onzichtbaar wordt.

Mastering the curtains - Els Vanden Meersch (26/04/2017)

​Els Vanden Meersch

  • 26 april 2017
  • Promotoren: Phillipe Meers en Johan Pas

Abstract

‘Mastering the curtains’ een artistiek fotografisch onderzoek naar de verhouding van beeldende kunst met erfgoed, propaganda en censuur in Iran. Het onderzoek volgt twee pistes: 1. de Taziyeh, een culturele uiting in Iran die als propaganda-instrument wordt ingelijfd door het regime en 2. de censuur van het baha’isme en de teloorgang van het bijhorend erfgoed. Het fotografisch onderzoek analyseert de mogelijkheden van kritische representatie binnen de beeldende kunsten van beide pistes.

Dit is een onderzoek binnen een breed oeuvre dat architectuur steeds als uitgangspunt neemt. Niet vanuit de architecturale discipline maar vanuit haar filosofische en politieke relevantie ten opzichte van identiteitvorming.

Sinds 2008 verplaatst haar interesse zich geleidelijk richting Midden-Oosten, waar negatiepolitiek ten opzichte van erfgoed, met verwaarlozing als gevolg, overgaat in een politiek van censuur, met destructie als gevolg. Het onderwerp, architectuur, is veelal onderhevig aan actuele ideologische conflicten, al dan niet gewapend. Architectuur die een sterke link heeft met identiteitsvorming van een minderheidsgroep is dikwijls onderhevig aan destructie, soms een doelbewuste tabula rasa met als doelstelling culturele uitvlakking. Hierbij is, in vergelijking met de projecten die ze initieerde in West-Europa, de scheidingslijn tussen heden en verleden niet volledig te maken. Het onderwerp is minder te plaatsen in een voltooid verleden tijd.

Sound Presence - Jan Schacher (18/04/2017)

​Jan Schacher

  • 18 april 2017
  • Promotoren: Prof. dr. Erik Myin en Prof. dr. Kathleen Coessens