Doctoreren in de kunsten

ARIA organiseert en begeleidt onderzoek en doctoraten in, met en voor de kunsten. Het instituut bewaakt het specifieke karakter van het onderzoek in de kunsten en stimuleert de samenwerking en kennisuitwisseling met andere kunst- en wetenschappelijke disciplines. Het doet dat in een uniek samenwerkingsverband tussen de Antwerpse Schools of Arts en de Universiteit Antwerpen waarbij de autonomie en eigenheid van de verschillende partners voorop staat.

Artistiek Onderzoek

Het onderzoek in de kunsten is fundamenteel verschillend van het onderzoek over de kunsten. Onderzoek in de kunsten definiëren we als kennisverruimend artistiek onderzoek, dat getoetst kan worden in een dialoog met peers. De essentie van het onderzoek is artistiek. Dat impliceert dat de (anders)talige verdediging en communicatie ervan (bv. een begeleidende scriptie bij een podiumact) nooit doorslaggevend kan en mag zijn bij de uiteindelijke evaluatie van artistiek onderzoek. De resultaten van het artistieke onderzoek moeten wel dialogeerbaar zijn.

Praktisch

Een doctoraat in de kunsten neemt doorgaans vier jaar in beslag en wordt begeleid door een promotor van de School of Arts en een promotor van de Universiteit Antwerpen. Een individuele doctoraatscommissie volgt het traject mee op. Leden van deze commissie zijn de twee promotoren, een voorzitter vanuit UAntwerpen en een extern lid.

Een volledige beschrijving van alle stappen is te vinden in het draaiboek (hieronder te downloaden).

Het algemeen UA-doctoraatsreglement en het aanvullend facultair reglement doctoraat in de Kunsten vind je op de subsite van de Antwerp Doctoral School.

De ‘Practical guide for international PhD students’ (enkel verkrijgbaar in het Engels en als digitale versie) geeft een overzicht van alle praktische zaken van het leven in België en aan de Universiteit Antwerpen.

Toelating doctoraat

De stuurgroep van ARIA is verantwoordelijk voor de toelating tot het doctoraat. Dit gebeurt na een bindend advies van OR-ARIA, de onderzoeksraad van ARIA waarin onderzoekers van de drie Antwerpse Schools of Arts en van een aantal onderzoeksgroepen van de Universiteit samen overleggen.

Je doctoraatsaanvraag dien je in door te reageren op een van de openstaande calls of door een vrije aanvraag in te dienen voor de jaarlijkse deadline.

 

Doctoraatsopleiding

De titel van 'doctor in de kunsten' wordt uitgereikt door de Universiteit. Doctorandi in de kunsten zijn dan ook student van de Universiteit, meer bepaald van de Antwerp Doctoral School, waar zij de doctoraatsopleiding volgen. Zij hebben een ZAP-lid (docent, hoofddocent of hoogleraar) als promotor; daarnaast is er een promotor van een van de Antwerpse Schools of Arts. De voortgang van het doctoraatsonderzoek wordt ook opgevolgd door een individuele doctoraatscommissie, bestaande uit drie of vier leden. In de brochure 'Doctoreren aan de Universiteit Antwerpen' valt er over al deze aspecten meer te lezen.

Voor de doctoraatsopleiding in Muziek wordt nauw samengewerkt met docARTES, een doctoraatsprogramma van het Orpheus Instituut. Doctorandi in de podiumkunsten kunnen eventueel terecht bij a.pass. In het studiegebied 'Audiovisuele en beelde kunsten' wordt samen met andere Schools of Arts samengewerkt in de context van SeminArt. 

Individuele doctoraatscommissie en doctoraatsjury

Wat is een Individuele doctoraatscommissie of IDC?

Dit is een kleine groep personen (4 tot 6) die je doctoraatstraject opvolgt. De groep bestaat uit je promotoren, een voorzitter en een extern lid.

Wat wordt er verwacht van het externe lid (of externe leden) van de IDC?

  • Minstens eenmaal per jaar input geven op het ingediende rapport van de doctorandus. Hier kan een fysieke bijeenkomst aan gekoppeld zijn.
  • Zich gedurende het traject, samen met de andere IDC leden, uitdrukkelijk buigen over de uiteindelijke evaluatie van het onderzoek. Wat voor artistiek product zal de doctorandus inleveren? In welke mate zal het artistieke traject van het onderzoek bestudeerbaar zijn door de jury? Hoe zal de component 'theoretische reflectie' zichtbaar gemaakt worden en ter beoordeling aan de jury voorgelegd worden?
  • Niet actief bij het onderzoek betrokken zijn: die taak blijft beperkt tot de promotoren.
  • Samen met de andere IDC leden, al dan niet groen licht geven om het proefschrift te kunnen laten neerleggen.
  • Bij voorkeur (maar niet strikt noodzakelijk) deel uitmaken van de doctoraatsjury.
  • Indien lid van de doctoraatsjury: deelnemen aan zowel de voorverdediging als de publieke verdediging. Voorafgaand aan de voorverdediging een kort verslag opstellen en uitdrukkelijk stipuleren of de kandidaat toegelaten wordt tot de eindverdediging.

De verplaatsingskosten van het IDC-lid als lid van de doctoraatsjury worden door ARIA vergoed. De verplaatsingskosten voor eventuele IDC-vergaderingen tijdens het traject, kunnen niet altijd vergoed worden. Voor een aanvullend optreden (gastlezing, workshop, atelier, masterclass enz.) kunnen onkosten wel vergoed worden.

Wat is een doctoraatsjury?

Een commissie van vijf tot acht personen die oordeelt over de kwaliteit van het proefschrift en de toelating tot de openbare verdediging. Leden hiervan zijn je promotoren, de overige IDC-leden en de voorzitter. De groep wordt aangevuld met minstens een, bij voorkeur twee en maximaal drie externe leden.

Wat wordt er verwacht van de juryleden?

  • Doornemen van het proefschrift en schriftelijk een eerste commentaar bezorgen aan de voorzitter van de doctoraatsjury, inclusief het expliciete advies voor toelating dan wel niet-toelating tot de verdediging. Hiervoor zijn maximaal vijf weken voorzien.
  • Aanwezig zijn bij de voorverdediging. Externe leden kunnen zich laten verontschuldigen. Zij worden dan op basis van hun eerste commentaar vertegenwoordigd door de voorzitter.
  • Zich als conclusie van de voorverdediging, samen met de andere juryleden uitspreken over de toelating van de doctorandus tot de openbare verdediging.
  • Aanwezig zijn bij de openbare verdediging en deelnemen aan het debat tussen de juryleden en de doctorandus.
  • Een inhoudelijk verslag maken met daarin hun kwalitatieve beoordeling van zowel het doctoraat (positieve kenmerken en eventuele tekorten) als de verdediging door de doctorandus.