Elyne De Baetselier, Development of a framework for nurses' role in interprofessional pharmaceutical care in Europe.

Promotoren: Prof. dr. Tinne Dilles, Prof. dr. Bart Van Rompaey, Universiteit Antwerpen

Prof. dr. Olaf Timmermans (voorzitter), Prof. dr. Geert Dom, juryleden Universiteit Antwerpen

Prof. dr. Robert Vander Stichele, Universiteit Gent, dr. Marian Adriaansen, HAN University of Applied Sciences (Nederland), externe juryleden​

Abstract

Het doel van dit doctoraatsonderzoek was de rol van verpleegkundigen in farmaceutische zorg te onderzoeken in 14 Europese landen, vervolgens een raamwerk over deze rol te ontwikkelen en te evalueren en tenslotte competenties te onderzoeken die verpleegkundigen nodig hebben om deze rol te vervullen.

Een eerste studie bij 4888 verpleegkundigen, 974 artsen en 857 apothekers toonde dat de meeste gezondheidswerkers de Verpleegkundige betrokkenheid in farmaceutische zorg wilden uitbreiden. Deze bevindingen werden uitgediept aan de hand van 340 interviews. Meerdere verpleegkundige farmaceutische zorgtaken kwamen naar voor. Ondanks ambivalentie over de implementatie ervan, kregen verpleegkundigen een actieve rol toebedeeld. Respondenten meldden een positief effect op kwaliteit van zorg en patiëntuitkomsten wanneer verpleegkundigen farmaceutische zorgverantwoordelijkheden op zich namen. Enige nuancering is hierbij van belang. De mate van verpleegkundige autonomie wordt namelijk bepaald door de context, gaande van geen autoriteit over beperkte verantwoordelijkheid tot een breed scala aan taken en verantwoordelijkheden. Bij het vertalen van de ideale rol van verpleegkundigen naar de klinische praktijk moet rekening worden gehouden met opleiding, teamkenmerken, landspecifieke regelgeving en soorten geneesmiddelen waarvoor verpleegkundigen verantwoordelijk worden gesteld.

Een scoping review werd uitgevoerd om de bestaande lijst met verantwoordelijkheden en taken aan te vullen. In totaal werden zeven verantwoordelijkheden geïdentificeerd: management van therapeutische en neveneffecten van geneesmiddelen; management van medicatietrouw; management van medicatie-zelfmanagement door patiënten; management van patiënteducatie/informatie over geneesmiddelen; voorschrijfmanagement; management van medicatieveiligheid; en zorgcoördinatie. De uitgebreidheid van verpleegkundige activiteiten - 26 taken werden beschreven binnen deze zeven domeinen – toonde aan dat verpleegkundigen sleutelfiguren zijn in farmaceutische zorg. Deze scoping review ondersteunde de ontwikkeling van het NUPHAC-EU-kader, waarin potentiële verpleegkundige farmaceutische zorgtaken worden beschreven, samen met mogelijke barrières en bevorderende factoren. Na de ontwikkeling van het kader werd de inhoud geëvalueerd door 923 verpleegkundigen, 240 artsen en 199 apothekers. 'Gedeelde verantwoordelijkheid' bleek het meest geprefereerde niveau van verantwoordelijkheid.

Tot slot werd in een Delphi-studie een competentiekader ontwikkeld dat gebruikt kan worden in competentiegericht onderwijs om de integratie van farmaceutische zorggerelateerde competenties in verpleegkundige curricula te evalueren of om onderwijsprogramma's te herontwerpen opdat verpleegkundestudenten adequaat voorbereid zijn op de klinische praktijk.

De toekomst van het NUPHAC-EU-kader en het competentiekader zal afhangen van de evidence-based implementatie ervan in het verpleegkundig onderwijs, interprofessioneel onderwijs en de klinische praktijk. Dit proefschrift biedt zorgverleners, docenten Verpleegkunde, onderzoekers en beleidsmakers handvaten om samen, en met gedeelde focus op wat best is voor de patiënt, toe te werken naar meer interprofessionele, geïntegreerde, evidence-based farmaceutische zorg.

Evi Matthys, Samenwerken met een praktijkverpleegkundige in de Belgische huisartsenpraktijk. Huidige en potentiële rollen van praktijkverpleegkundigen.

Promotoren: Prof. dr. Peter Van Bogaert, Prof. dr. Roy Remmen, Universiteit Antwerpen

Prof. dr. Johan Wens (voorzitter), Prof. dr. Bart Van Rompaey, juryleden Universiteit Antwerpen

Prof. dr. Peter Pype, Universiteit Gent, Prof. dr. Hester Vermeulen, Radboud Universiteit (Nederland), externe juryleden

Abstract

Een vergrijzende populatie, met een stijging van het aantal niet-overdraagbare aandoeningen, heeft geleid tot een toename van de complexe zorgnoden in de eerste lijn in Vlaanderen. Om tegemoet te kunnen komen aan de veranderende zorgnoden, is er nood aan meer beschikbare zorgverleners, maar ook aan een meer geïntegreerd zorgaanbod. Gezond ouder worden kan immers enkel gerealiseerd worden wanneer ook preventie, gezondheidspromotie, educatie en welzijn deel uitmaken van zorgverlening.

De integratie van praktijkverpleegkundigen in de Vlaamse huisartsenpraktijken kan bijdragen aan het tegemoetkomen van bestaande zorgnoden. De multiprofessionele samenwerking tussen huisartsen en praktijkverpleegkundigen wordt geassocieerd met tal van verbeterde patiëntenuitkomsten, in het bijzonder bij patiënten gediagnosticeerd met een chronische aandoening. Daarnaast wordt de samenwerking zowel door patiënten, als door huisartsen en praktijkverpleegkundigen als positief ervaren.

De voornaamste barrières ten aanzien van de integratie van een praktijkverpleegkundige in de huisartsenpraktijk zijn het huidige betalingssysteem, het onduidelijke profiel en het onduidelijk ethisch kader van praktijkverpleegkundigen. Wanneer huisartsen een samenwerking initiëren, wordt deze keuze voornamelijk gemotiveerd door de ervaren behoefte om meer kwalitatieve zorg te kunnen verlenen. Momenteel zijn het de early adopters die een geïntegreerde samenwerking met een praktijkverpleegkundige realiseren.

Praktijkverpleegkundigen nemen een breed takenpakket op in de huisartsenpraktijken, waarbij de taken zich situeren binnen zeven domeinen. Verpleegtechnische zorgen, administratieve taken, preventietaken, chronische zorgen, evidence-based praktijkvoering, coördinerende taken en welzijnszorg. Het belang van een postgraduaatopleiding voor praktijkverpleegkundigen en van zorgprotocollen in de huisartsenpraktijk, om een geïntegreerde samenwerking te kunnen realiseren, wordt door zowel praktijkverpleegkundigen als huisartsen erkend.

Aanbevelingen ten aanzien van huisartsenpraktijken, huisartsen en praktijkverpleegkundigen, maar ook ten aanzien van onderwijs en beleidsmakers, worden gedaan. Dit om de verdere integratie van praktijkverpleegkundigen in de Vlaamse huisartsenpraktijken mogelijk te maken, en bijgevolg om tegemoet te kunnen komen aan de veranderende zorgnoden van de eerstelijnspopulatie.