Lopende projecten

Auteursresidenties monitoring. 01/01/2023 - 31/12/2023

Abstract

Internationale en nationale toetsen duiden erop dat de leesvaardigheid van leerlingen uit de arbeidsgerichte en doorstromingsfinaliteit onder het gewenste niveau ligt. Verschillende meta-analyses duiden erop dat instructie in schriftelijke vaardigheden een positieve invloed heeft op het leesbegrip van leerlingen (Graham & Hebert, 2011; Graham et al., 2017; Graham & Santangelo, 2014). Het Leesoffensief introduceert daarom auteursresidenties bij een selectie van scholen met deze leerlingen. Om de impact van het project auteursresidentie zo groot mogelijk te maken introduceren we het concept van ambassadeur. Leerkrachten die met de auteursresidenties participeren, engageren zich om de maanden erna (maximaal 18 maanden) als ambassadeur op te treden voor collega-leerkrachten die niet met de auteursresidenties konden meedoen. Deze collega-leerkrachten krijgen dus geen auteur op bezoek op school, maar gebruiken wel de programma's die binnen het project auteursresidenties ontwikkeld zijn. Op deze manier ambiëren we een netwerk van leerkrachten te creëren, zodat de inzichten uit de programma's efficiënt verspreid worden. De centrale onderzoeksvraag van dit project luidt dan ook: 
In welke mate heeft het project auteursresidenties een impact op het lees-en schrijfonderwijs van de deelnemende scholen? Uiteindelijk verwacht het Leesoffensief dat de auteursresidenties en de rol van ambassadeur een impact zullen hebben op de opvattingen van de leerkrachten (en de didactiek die ze toepassen) en de taalcompetentie van hun leerlingen. Voor deze specifieke doelgroep van leerlingen is functionele schrijfvaardigheid een illustratief voorbeeld van deze taalcompetentie. Op basis hiervan kunnen we de volgende onderzoeksvragen formuleren: 1) In welke mate heeft het project auteursresidenties een impact op de leerkrachten uit het project (de zogenaamde ambassadeurs)? a. In welke mate is er een impact op de opvattingen over taaldidactiek van deze 
leerkrachten? b. In welke mate is er een impact op de taaldidactiek gehanteerd door de leerkrachten? c. In welke mate is er een verschil in opvattingen over taaldidactiek tussen de 
ambassadeurs en de collega-leerkrachten? 
 2) In welke mate heeft het project auteursresidenties een impact op de leerlingen uit het project? a. In welke mate is er een impact op de literaire, resp. functionele schrijfvaardigheid van de leerlingen? b. In welke mate is er een impact op de opvattingen van de leerlingen over lezen en schrijven? 


Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Traject taal+: een professionaliseringstraject voor duurzame taaltrajecten in alle scholen basisonderwijs. 15/12/2022 - 14/12/2023

Abstract

Hoe kunnen scholen effectieve trajecten ontwikkelen voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen en/of die problemen met leesvaardigheid ervaren? Het project 'De schijnwerper op taal. Taalondersteuning voor leerlingen die daar extra nood aan hebben' in opdracht van het departement Onderwijs en Vorming biedt hierop een antwoord (Trioen et al., 2021). Het brengt werkzame bouwstenen van effectieve taaltrajecten in kaart die duurzame, intentionele en intensieve taalleerleerkansen in de onderwijstaal geven aan leerlingen met nood aan taalsteun. Via een praktijkgids vertaalde het project deze inzichten naar het onderwijsveld onder de vorm van zes bouwstenen (Geudens et al., 2021). Aangezien het project Taaltrajecten pas in september 2021 gepubliceerd is, zijn nog niet alle schoolteams bekend met de zes bouwstenen en hoe ze op deze manier een effectief taaltraject kunnen ontwerpen. Bovendien geven de bouwstenen wel een duidelijke richting aan, maar zorgen de unieke context van elke school en de beginsituatie van elke doelgroep ervoor dat de uitbouw van een taaltraject van school tot school zal verschillen. Alle schoolteams van het basisonderwijs in Vlaanderen erkennen de nood aan professionele ontwikkeling in het ontwerpen van effectieve taaltrajecten. Bovendien zouden alle leraren en schoolleiders de mogelijkheid moeten krijgen om zich te professionaliseren in het gebruik van effectieve didactiek binnen hun onderwijs om taalgerelateerde vertraging te voorkomen of doen afnemen en een grotere leereffectiviteit te bekomen bij leerlingen. Wij ambiëren daarom om een leerplatform te ontwikkelen dat alle geïnteresseerde scholen in staat stelt om een professionaliseringstraject over taaltrajecten te doorlopen. Hiertoe coachen we eerst 18 scholen tijdens een modeltraject dat uit twee modules bestaat. Daarna begeleiden deze 18 scholen elk 3 scholen ('uitdijscholen') via collegiale visitatie. Hun ervaringen dienen als basis voor de inhoud van het leerplatform. In de laatste fase van het project kan een selectie van scholen ('nabloeischolen') aan de slag met dit leerplatform. Na het project wordt dit platform open gesteld aan alle geïnteresseerde scholen. De starterscholen gaan door het volgende zevenstappenplan, waarbij de laatste 4 stappen steeds cyclisch herhaald worden: 1) een kernteam voor taalbeleid samenstellen, 2) een beginsituatieanalyse (BSA) maken, 3) samen een visie rond taalbeleid ontwikkelen, 4) de screensresultaten en observaties met het hele team analyseren en verklaren, 5) goed doordachte acties en maatregelen voor taalontwikkeling inzetten (=taaltrajecten), 6) de acties en maatregelen van het voorbije jaar evalueren, 7) een nieuwe cyclus opstarten. Deze laatste vier stappen illustreren de Plan-Do-Check-Act- cyclus. Als deze starterscholen het modeltraject van elk twee modules afgewerkt hebben, nemen zij elk 3 uitdijscholen onder hun hoede voor een collegiaal visitatietraject. In totaal zijn er dus 54 uitdijscholen. Daarnaast lanceren we in projectjaar 2 binnen Teams & SharePoint een leerplatform voor minimaal 100 nabloeischolen. Dit is een online platform met uitgestippelde leerpaden van o.a. kennisclips, praktijkvoorbeelden, leeractiviteiten, selfassessment-momenten, enzovoort, waarbij leerkrachten op een creatieve en directe manier met elkaar communiceren en ervaringen delen. We voeden dit platform met het materiaal uit de Teams- omgeving van de starterscholen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Adviseur project taalprofielen. 01/09/2022 - 30/06/2023

Abstract

Het programma Taal in de stad binnen het AG SO werkt via een project aan een databank van taalprofielen voor elke studierichting binnen elke finaliteit in het secundair onderwijs. Het opzet is om een instrument te ontwikkelen dat klassenraden in staat stelt een correcte inschatting te maken van de vereiste taalcompetentie binnen een studierichting en dit af te zetten tegen de competentie van een te oriënteren leerling. Aanvullend voorziet de tool ook aanzetten tot gerichte remediëring op basis van de vereiste taalcompetenties van de richting. Prof dr. Jordi Casteleyn geeft dit project mee vorm. Hij werkt de methodiek uit om via ankerteksten het vereiste taalniveau per studierichting vast te leggen en om hierover efficiënt te rapporteren via een online databank. In eerste instantie onderzoekt hij met het projectteam van AGSO in welk opzicht bestaande schrijftaken uit het onderwijsveld representatief zijn voor het taalniveau binnen de richting. Vervolgens werkt het team richtlijnen uit rond hoe leerkrachtenteams op een onderbouwde manier tot categorieën van ankerteksten kunnen komen die indicatief zijn voor de verschillende beheersingsniveaus. Vervolgens gaat het team per school, graad, studiedomein en finaliteit na welke ankerteksten in de online te raadplegen interne databank kunnen komen. De criteria en voorgestelde methodiek worden streng bewaakt door het projectteam om binnen de secundaire scholen een gelijkgerichtheid rond taalcompetentie te ontwikkelen en te borgen. Op deze manier hebben verschillende leerkrachtenteams toegang tot en zicht op de verschillende talige competenties die typisch zijn voor studierichtingen, waardoor oriëntatie van leerlingen een grotere kans op succes krijgt. Vooral voor leerlingen met een taalzwak profiel en/of een OKAN-achtergrond is er nood aan een dergelijke tool. Het huidige proeftraject loopt van 1 september 2022 tot 30 juni 2023.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Misverstanden over wetenschap bij leerlingen uit de secundaire school aanpakken via filosofische dialoog: een empirische studie. 01/10/2021 - 30/09/2025

Abstract

Hoe kunnen leerlingen uit het secundair onderwijs leren reflecteren over wetenschap? De groeiende kloof tussen de wetenschappelijke consensus en publieke opinie over thema's zoals klimaatverandering, de veiligheid van vaccins of de evolutietheorie, maakt de vraag bij uitstek relevant. Misvattingen over wetenschap dragen immers bij aan skepticisme tegenover wetenschappelijke kennis en de toename van fake nieuws. Het wetenschapsonderwijs kan een centrale rol spelen om het tij te keren. De vraag is welke klasaanpak effectief is. Dit doctoraatsproject zal onderzoeken wat het effect is van de participatie van leerlingen aan dialogen over wetenschap. Want wetenschap leren is meer dan alleen inzicht verwerven in de evolutietheorie of de moleculaire structuur van een virus. Het betekent ook inzicht verwerven in de processen die leiden naar wetenschappelijke kennis. Deze kennis over wetenschap is gekend als 'Nature of Science' (NOS). Een dialogische aanpak wordt tot dusver maar in beperkte mate toegepast of onderzocht in het onderwijs over NOS. Met name een dialoogtechniek uit het veld van de humane wetenschappen lijkt een interessant instrument om reflectie over wetenschap op te wekken: de filosofische dialoog. De filosofische dialoog is een onderwijsvorm die leerlingen helpt om te reflecteren over grote vragen en om de betekenis van concepten te verhelderen. Dit doctoraatsproject onderzoekt en evalueert het effect van het aanbrengen van filosofische dialoog in een wetenschapsles op het NOS-inzicht van leerlingen. Hiertoe worden eerst de huidige didactische praktijken omtrent NOS-onderwijs in kaart gebracht door middel van een documentenstudie en lerareninterviews. Daarna zal een systematische literatuurstudie de didactische praktijken binnen het NOS-onderwijs categoriseren en analyseren. Deze stappen laten toe de voorwaarden te formuleren om een dialooggebaseerde aanpak rond NOS in de wetenschapsklas uit te werken en te implementeren. Tenslotte wordt in een quasi-experimentele interventiestudie de ontwikkelde filosofische dialoog-methodiek over NOS geïntroduceerd in wetenschapsklassen van de derde graad van het secundair onderwijs. Deze exploratieve studie laat toe het effect te meten van de interventie op het NOS-begrip van jongeren. Op deze manier, draagt de studie bij aan het begrip van de impact van dialooggebaseerd NOS-onderwijs. Dit longitudinale onderzoek is uniek in haar aandacht voor het combineren van twee verschillende didactische paradigma's uit de humane en exacte wetenschappen. De studie laat toe een nieuwe didactische aanpak te onderzoeken op haar merites en de bevindingen te delen met de onderzoeksgemeenschap. Op haar beurt kan deze studie bijdragen aan het versterken van leerlingen om fake nieuws over wetenschap te herkennen en ontkrachten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Exploratie, studie en valorisatie van effecten van team teaching op leerlingen en leraren. Voorbij de perceptie (ESTAFETT). 01/10/2021 - 30/09/2025

Abstract

Voorliggend onderzoeksproject focust op het verwerven van theoretisch en empirisch inzicht in de impact van team teaching. Team teaching is een collaboratief onderwijsmodel waarbij twee of meer leraren samenwerken in de voorbereiding, het lesgeven en/of de evaluatie van een les/vak. Ondanks de populariteit van team teaching als een veelbelovende strategie – zowel in onderzoek als in de onderwijspraktijk - is er nauwelijks empirische evidentie die de effectiviteit van team teaching overtuigend aantoont. Rekening houdend met de lacunes in de huidige state-of-the-art en de duidelijke vraag naar evidentie geformuleerd door het werkveld, beoogt dit project inzicht te verwerven in de effecten van team teaching op leerlingen en leraren. Om dit doel te bereiken worden vier onderzoekslijnen vooropgesteld: (1) een grootschalig vragenlijstonderzoek, (2) een video-gebaseerde observatiestudie, (3) een quasi-experimentele studie, en (4) een interventieonderzoek. Deze onderzoekslijnen resulteren in vier, op evidentie gebaseerde utilisatieproducten: (1) een Vlaanderen-brede professionele leergemeenschap, (2) een online kennisplatform, (3) een professionaliseringstraject, en (4) een white paper met beleidsaanbevelingen rond team teaching. Methodologisch onderscheidt dit SBO-project zich duidelijk van het huidige onderzoeksveld door grootschalig onderzoek dat voorbijgaat aan de perceptie, door het integreren van meer directe meetmaten en een quasi-experimenteel luik. Dusdanig leveren de voorgestelde onderzoekslijnen baanbrekende theoretische inzichten op en tillen ze empirisch onderzoek rond team teaching naar een hoger niveau. De voorgestelde utilisatieproducten bieden antwoord op urgente noden geformuleerd door het Vlaamse onderwijsveld in het algemeen en een diverse en grote groep van reeds geëngageerde stakeholders in het bijzonder. Het project wordt uitgevoerd door een consortium van experten van twee universiteiten en twee hogescholen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

GO ALL for learning! Gedeeld onderwijskundig en transformationeel leiderschap versterken via leergemeenschappen gericht op preventie en remediëring van leerachterstanden. 01/09/2021 - 30/06/2023

Abstract

Professionaliseringstrajecten voor schoolleiders effectieve factoren voor duurzame ontwikkelingsprocessen Schoolleiders (i.e. directeurs van scholen in het regulier onderwijs) in Vlaanderen nemen gedurende hun loopbaan deel aan (verplichte) professionaliseringsinitiatieven, ingericht door diverse onderwijs-partners. Empirisch onderzoek naar de reële (langetermijn)effecten van hun deelname en naar onder-liggende verklarende processen is beperkt. Er is wel een duidelijker zicht op succesvoorwaarden voor professionaliseringsinitiatieven in het onderwijs (o.a. Merchie, Tuytens, Devos & Vanderlinde, 2018) alsook, bijvoorbeeld, toenemende evidentie inzake aanbevelingen voor de aanpak en aard van de professionele ontwikkeling van schoolleiders (Daniëls, Hondeghem & Dochy, 2019). Diepgaand kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar door schoolleiders als effectief ervaren factoren van pro-fessionaliseringsinitiatievenen naar de aard en focus van de ontwikkelingsprocessen die ze genere-ren en de wisselwerking tussen beide is aangewezen om de meerwaarde van het toekomstige pro-fessionaliseringsaanbod te optimaliseren. Een belangrijke outcome van het beoogde professionalise-ringsaanbod is het stimuleren van werkelijke verandering tot op de klasvloer. Een literatuurstudie vormt de basis om de actuele kennis over de effectiviteit van professionalise-ringsinitiatieven voor schoolleiders in kaart te brengen. Wegens de mogelijke wisselwerking tussen factoren verbonden aan de schoolleider en de context waarin de schoolleider functioneert, is het ook opportuun om de specifieke context van schoolleiderschap in Vlaanderen – meer bepaald voor het secundair onderwijs  op het vlak van o.a. regelgeving, taakstelling en loopbaanontwikkeling te on-derzoeken. Een tweejarig professionaliseringstraject waaraan ongeveer 80 schoolleiders en 80 leerlingenbegeleiders deelnemen vormt de scope voor dit doctoraatsonderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Dra. Els Tanghe met als promotor Prof.Dr. Wouter Schelfhout. De schriftelijke beginsituatieanalyse, opvolganalyse en eindanalyse bij de participerende schoolleiders dragen bij aan het onderzoek naar de wisselwerking tussen persoons- en contextgebonden factoren en het effect van het gevolgde professionaliseringstraject. Aan de hand van een observatie-instrument dat wordt opgesteld op basis van het literatuuronderzoek wordt tijdens de contactmomen-ten in kaart gebracht op welke ontwikkelingsprocessen de lesgevers concreet inzetten, op welke manier ze dat doen, en welke in de literatuur benoemde succesvoorwaarden aan bod komen. De observatiegegevens dienen als basis voor focusgroepgesprekken en diepte-interviews met de parti-ciperende schoolleiders  zowel op het einde van het eerste als het tweede jaar als een half jaar na afloop van het traject  om de relatie tussen de aanpak, inhouden en de veranderingen binnen de school en de daarmee samenhangende gepercipieerde effectiviteit in kaart te brengen. Daarnaast dienen de observatiegegevens om de lesgevers van het professionaliseringsinitiatief te bevragen over hun aanpak en keuzes in functie van de vooropgestelde doelen en hun perceptie van de effecti-viteit van dit professionaliseringtraject. Gezien het doel van professionaliseringsinitiatieven om ontwikkelingsprocessen op een bepaald ni-veau tot stand te brengen in functie van kwaliteitsvol onderwijs is het relevant om de gepercipieerde effectiviteit van het aanbod en de wisselwerking met factoren verbonden aan de schoolleider en schoolcontext in kaart te brengen. Dit gebeurt door middel van 360°-feedback door teamleden van de aan de opleidingsinitiatieven participerende schoolleiders en van de leerlingen die er schoollopen en hun ouders.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Effectief leesonderwijs in het basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen: identificatie en evaluatie van het praktijkmodel 'Lezen op school'. 01/05/2021 - 30/04/2023

Abstract

Dit project beoogt een wetenschappelijke analyse (verticaal en horizontaal) van de Lezen op School-projecten. In een eerste stap voeren we een systematische meta-review van effectief leesonderwijs, waarbij we zowel alle fases van het proces van leren lezen als andere belangrijke actoren buiten het onderwijs (voor zover zij een directe link met het onderwijs hebben) meenemen. Tegelijkertijd beschrijven we uitvoerig de projecten rond lezen op school. Op basis van de conclusies uit de meta-review wordt de mate bepaald waarmee deze projecten deze inzichten bevatten. Tot slot engageren we leerkrachten die via een professionaliseringstraject een praktijkrelevante inspiratiegids ontwikkelen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

VVOB action plan 2020 ASoE NKU KWAME NKRUMAH UNIVERSITY 25/09/2020 - 31/12/2023

Abstract

Dit VVOB-gefinancierde project tussen de Antwerp School of Education en de Kwame Nkrumah University (Kabwe, Zambia) laat toe om een gezamenlijk opgesteld actieplan ter versterking van het partnerschap uit te voeren. Onderwijsuitwisseling is een centraal onderdeel van het plan, dat bovendien bijdraagt tot een duurzame interinstitutionele band, waarbij studenten en personeel gelijkwaardig bijdragen tot het bereiken van de noodzakelijke groei in kwaliteitsprestaties (met het oog op een volgende VVOB-beurs). Binnen het project werken de partners aan interculturele competenties en diversiteit, wat een zeer belangrijke VVOB-doelstelling is (SchoolLinks). Daartoe en op het niveau van de leerlingen heeft het project zich vier doelen gesteld met betrekking tot mondiaal burgerschapsonderwijs (global citizenship education; GE), die het zal bereiken door middel van vier GE-activiteiten: (1) studenten worden voorbereid op de interculturele uitwisseling en de praktische omzetting van vaardigheden; (2) studenten nemen deel aan een uitwisselingsreis naar België / lopen stage in een middelbare school in België onder toezicht van de academische partners / nemen deel aan het ontvangen van Belgische studenten en personeel in hun lessen in een proces van internationalisering, culturele interactie en integratie; (3) studenten voeren een groepstaak uit om een verslag te maken (video, foto en schriftelijk) over de uitwisselingsactiviteit; (4) online vergaderingen en presentaties (omwille van COVID-19) tussen studenten en personeel van beide partneruniversiteiten. Op het niveau van het personeel heeft het project zich drie doelen gesteld met betrekking tot capaciteitsopbouw (capacity building; CB), die het zal bereiken door middel van drie CB-activiteiten: (1) personeel van beide instellingen zal paperpresentaties op conferenties over onderzoeksbevindingen bespreken; (2) KNU-personeel kan een Belgische docent uitnodigen om cursussen/gastcolleges te volgen en/of te geven en deel te nemen aan de evaluatie van lessen; (3) online-presentatie van lessen en deelname aan conferenties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderwijsproject

Leerscenario's voor een inclusief taal- en cultuuronderwijs in superdiverse schoolklassen (E-Learnscene). 01/09/2020 - 31/08/2023

Abstract

Door tal van taalbeleidsinitiatieven enerzijds en nieuwe bevindingen van taalonderwijsonderzoek anderzijds werden de bestaande inputgerichte taalverwervings- en taalonderwijsmodellen vervangen door een output- en competentiegericht taalverwervings- en taalonderwijsperspectief dat ook de complexiteit en dynamiek van taalverwerving door meertaligen onderstreept. Bovenal echter heeft de invoering van het ERK (Raad van Europa, 2001) ertoe geleid dat de nationale leerplannen het leerprocesconcept hebben gewijzigd in de richting van een procesgericht perspectief op het leren van talen, en dat er pedagogische aspecten aan zijn toegevoegd zoals intercultureel leren, mediawijsheid en andere persoonsgebonden competenties (teamwork, kritisch denken). Ondanks al deze substantiële veranderingen zijn de meeste leerboeken en leermiddelen Duits nog steeds op het verleden gericht, wat het duidelijkst blijkt in landen met Duits als officiële taal (of als minderheidstaal) naast andere taalgemeenschappen (Italië, België, Polen enz.) en in landen met een toegenomen vraag naar Duits als vreemde taal (Zweden). In deze landen schiet de promotie van het Duits over het algemeen tekort, wat het duidelijkst naar voren komt in onderwijs dat tekortschiet qua innovatie en pedagogische maatregelen met bescheiden succes. Tegen deze achtergrond wil het project de expertise van een internationaal consortium op het gebied van Duits als vreemde en officiële taal gebruiken om leerscenario's te ontwikkelen, te implementeren en te evalueren, dewelke leraren in opleiding en leerkrachten didactische ondersteuning bieden voor samenwerkend en leerling-gecentreerd onderwijs in hedendaagse heterogene (superdiverse) klassen. De bundeling van expertise in een dergelijk transnationaal consortium zal een essentiële bijdrage leveren aan de betrokken nationale curricula (met name aan de systematische verbetering van de onderwijskwaliteit daarvan) en aldus tegemoetkomen aan de bijzondere behoeften van het Duits in de verschillende landen. Het project heeft de volgende doelstellingen: - Bevordering en ondersteuning van een alomvattende aanpak van het (aan)leren van talen, waarbij de diversiteit van de steeds meertaliger wordende klasgroepen positief wordt benut. - Ondersteuning van synergieën met onderzoeks- en innovatieactiviteiten en bevordering van nieuwe technologieën als incubatoren en aanjagers van verbeteringen in het taal- en cultuuronderwijs. Het project combineert zowel de expertise van academische partners met bewezen ervaring in taaldidactiekonderzoek, in het ontwerpen en ontwikkelen van leermiddelen, en in de lerarenopleiding (universiteiten van Bozen, Antwerpen, Louvain-La-Neuve, Poznan en Göteborg), alsook het praktijkgerichte profiel van de Belgische vereniging van leraren Duits en de schoolpartners die de verschillende onderwijscontexten vertegenwoordigen waarop het project is gericht. Allemaal zullen zij bijdragen aan de ontwikkeling, evaluatie en verspreiding van de leerscenario's via de relevante professionele netwerken en partnerscholen en -instellingen, waardoor de overdracht tussen theorie/onderzoek en praktijk gegarandeert wordt. Het project zal een positieve impact hebben op het taalbeheersingsniveau van de leerlingen, op de leraren (in opleiding) en op vakgroepen en vakdidactische leergemeenschappen Duits.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject
  • Onderwijsproject

Erasmus+ International Credit Mobility Zambia 01/08/2020 - 31/07/2023

Abstract

Dit mobiliteitsproject stelt de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen) en de Kwame Nkrumah Universiteit, Kabwe (Zambia) in staat om de kwaliteit van de lerarenopleiding te verbeteren in het licht van de 21ste-eeuwse opportuniteiten m.b.t. diversiteit, migratie en multiculturaliteit. De projectpartners zullen samenwerken met de Artevelde Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen, die ervaring heeft met stages in scholen in Kabwe. Het dreigende leraars(lonen)tekort in Zambia en de afhankelijkheid van China maken dit project des te urgenter. Bovendien concretiseert het de internationaliseringsstrategieën van de partners en hun samenwerkingsakkoord (MoU). Met name de Antwerp School of Education aan UAntwerpen kan haar geïnternationaliseerd curriculum ontwikkelen via het opleidingsonderdeel 'Profileringsstage Wereldleraarschap'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderwijsproject

It takes two to teach! De effecten van team teaching modellen op ervaringen, leerpatronen en leerresultaten van student-leraren tijdens lesstages. 01/05/2020 - 30/04/2024

Abstract

Binnen de lerarenopleiding vormen praktijkstages een cruciaal leermoment. Gedurende deze stages worden aspirant-leraren doorgaans individueel bij een mentor geplaatst. Sinds samenwerking binnen scholen aan belang wint (o.a. collegiale visitaties, co-teaching, leergemeenschappen), tonen lerarenopleidingen een groeiende interesse in praktijkstages gebaseerd op collaboratief leren. Samenwerking tussen aspirant-leraren heeft verscheidene voordelen (o.a. betere communicatievaardigheden). Om die reden wordt een duo-stage, waarbij twee aspirant-leraren samenwerken met één mentor, gesuggereerd als een goed alternatief voor een individuele stage. Tijdens duo-stages ontstaan mogelijkheden voor team teaching: twee of meer leerkrachten werken samen op het vlak van lesvoorbereiding, -uitvoering en/of -evaluatie. Er bestaan verscheidene modellen van team teaching (bv. assistant teaching, equal status), maar (vergelijkend) onderzoek naar deze onderscheiden modellen is zo goed als onbestaande. Om die reden beoogt dit onderzoek na te gaan hoe verscheidene actoren (aspirantleraren, mentoren, leerlingen, lerarenopleiders) deze verschillende modellen ervaren. Voorts gaan we ook na welke effecten deze modellen hebben op leerpatronen en leerresultaten van aspirant-leraren. Op deze manier draagt het projectvoorstel bij aan theorievorming over kenmerken van team teaching modellen en aan een beter begrip van het leren van aspirant-leraren in duo-stages.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Semi-automatisch beoordelen en feedback geven bij het trainen van wiskundige bekwaamheid: een quasi-experimentele studie naar leer-effectiviteit, betrouwbaarheid en tijdwinst. 01/11/2019 - 31/10/2023

Abstract

Feedback is de krachtigste motor van elk leerproces. In de wiskundedidactiek wordt daarom uitgebreid onderzocht hoe men beoordelingen kan automatiseren. Dat is niet evident voor studenten: zich wiskundig uitdrukken is moeilijk op een computer en leersystemen kunnen vaak enkel de uitkomst verwerken en niet de oplossingsmethode. Digitale testen blijken zich veelal te beperken tot procedurele kennis ten koste van inzichtelijke denkvragen. Digitale wiskundetests ontwikkelen is een tijdrovende klus en daarnaast zijn leraars erg sceptisch om ze in te zetten, waardoor pen-en-papier het wiskundeonderwijs nog steeds domineert. Eén van de karakteristieken van wiskundig beoordelingswerk is dat foute antwoorden in een studentengroep patronen vertonen. Bijgevolg moeten leerkrachten hun feedback en punten meermaals herhalen. Dat brengt ons op het idee van semi-automatisch beoordelen: door pen-en-papier-evaluaties digitaal te beoordelen, kan feedback bewaard en hergebruikt worden. Dat kan uitgebreidere feedback en tijdswinst opleveren, maar biedt ook mogelijkheden om het leerproces van een student gedetailleerder te monitoren op basis van een Bayesiaans netwerk en zo, via adapatieve instructie, gericht te sturen. Een Bayesiaans netwerk is een probabilistisch, grafisch model dat de bekwaamheid van een student in kaart brengt. We willen focussen op de leerwinst die semi-automatische beoordelingssystemen kunnen bieden en ook hun betrouwbaarheid, tijdswinst en acceptatiegraad onderzoeken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Afgelopen projecten

De ontwikkeling van een motivatievragenlijst op niveau van de leerlingen, om leesmotivatie in kaart te brengen op basis van reeds bestaand onderzoek en gevalideerde testen. 01/09/2020 - 30/06/2022

Abstract

Als we willen dat de leerlingen meer boeken lezen, dan hebben we een inspirerend boekenaanbod en een inspirerende leer- en leesomgeving nodig. Om dat te realiseren moet de school samenwerken met de bibliotheek. Op alle terreinen zoeken wij advies bij de deskundige lees(media)consulent van de bibliotheek, om de inspanningen van de verschillende partners mee te coördineren. Om de eerste 3 strategische doelstellingen te realiseren, zetten we dus ook in op deze 4 operationele subdoelen, die de strategische doelen onderbouwen en mogelijk maken: 1. We voorzien een actuele, gevarieerde en uitdagende collectie met een inspirerend boekenaanbod in de vorm van hippe Boekboxen voor het 6e leerjaar en de 1e graad, met bijzondere aandacht voor de B-stroom en (ex-)OKAN. 2. We ontwerpen een inspirerende leer- en leesomgeving als onderdeel van de bredere taalvisie van elke betrokken school. 3. We werken samen met de deskundige lees(media)consulent van de bibliotheek om de talenbeleidcoördinator en het schoolteam te adviseren en te ondersteunen in de boekkeuze. 4. We borgen een strategische netwerksamenwerking via het leesbeleid van school en bibliotheek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Onderzoek taalintegratieprojecten. 01/08/2020 - 30/06/2021

Abstract

Hoe kunnen scholen effectieve trajecten ontwikkelen voor leerlingen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen? Scholen hebben nood aan concrete handvatten en haalbare praktijkvoorbeelden die aansluiten bij de behoeften en context van het basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen. We ambiëren met deze projectaanvraag een genuanceerde, systematische meta-review van de wetenschappelijke literatuur, die resulteert in een wetenschappelijk rapport enerzijds en een praktijkgerichte, papieren en digitaal ontsloten leidraad voor het onderwijsveld anderzijds. Voor deze leidraad werken we met een keuzemenu dat tegemoetkomt aan de verschillende beginsituaties. Scholen worden aangespoord om eerst de procesfactoren in te vullen die belangrijk zijn voor de effectiviteit van de taaltrajecten voordat ze structurele keuzes bepalen. Verder presenteren we een gevarieerd scala aan inspirerende praktijkvoorbeelden voor kleuter, lager en secundair, telkens met voldoende detail om op verder te bouwen. Ook bezoeken en analyseren we een aantal praktijkvoorbeelden die aan de criteria beantwoorden die uit de meta-review vloeien. Om te garanderen dat de gepresenteerde praktijkvoorbeelden goed aansluiten bij de Vlaamse onderwijscontext, worden de randvoorwaarden aan de hand van een delphi-studie gescreend samen met actoren uit het werkveld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

"Versta je me?" De spreekvaardigheid van laaggeletterde volwassen leerders van het Nederlands. 01/04/2020 - 31/03/2021

Abstract

Volwassenen die Nederlands willen leren spreken (NT2-leerders) vinden niet gemakkelijk een rolmodel, omdat er tussen moedertaalsprekers aanzienlijke verschillen in spreekvaardigheid vastgesteld kunnen worden. Hoewel moedertaalsprekers veel vrijheid in hun spreken ervaren, wordt 'correcte' intonatie van Nederlandse zinnen als een succesfactor beschouwd voor hoogopgeleide volwassen leerders met een gemiddeld niveau van Nederlads. In dit project richten we ons echter op laaggeletterde NT2-leerders met een laag niveau van Nederlands en een moedertaal (L1) uit een niet-Germaanse taalfamilie. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1) Bepalen woordkennis en intonatie van het Nederlands de variatie in spreekkwaliteit? en 2) Wordt de spreekkwaliteit bepaald door L1? Deelnemers voeren spreekopdrachten uit en vullen een test over woordkennis in. De resultaten van dit project kunnen inhoud geven aan een belangrijk maatschappelijk debat en kunnen de belangrijke rol van de Universiteit Antwerpen in dit domein benadrukken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Controversieel erfgoed. Ontwikkeling en implementatie van een referentiekader voor het omgaan met gevoelig erfgoed in instellingen voor cultureel erfgoed (REGER-kader). 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Met discussies over foute straatnamen, controversiële standbeelden of beladen koloniale objecten heeft gevoelig erfgoed een hoge actualiteitswaarde. Voor instellingen voor cultureel erfgoed is het niet eenvoudig om daarmee om te gaan. Doel van het project is (1) ontwikkeling van een REferentiekader voor het omgaan met Gevoelig ERfgoed (REGER-kader) dat (2) toegepast kan worden in de collectiepresentatie en de publiekswerking van erfgoedinstellingen zodat de effecten ervan gemeten kunnen worden. Gevoelig erfgoed kan een krachtig middel zijn multiperspectiviteit te faciliteren. Multiperspectiviteit is een attitude die de bereidheid uitdrukt om mentaal van perspectief te veranderen. Het gaat om de bereidheid zich te verplaatsen in perspectieven van anderen, zowel in oude perspectieven als in hedendaagse interpretaties. Belangrijk daarbij is om ook het perspectief van maatschappelijk kwetsbare groepen of groepen die maatschappelijk minder aan bod komen, mee te nemen. Multiperspectiviteit veronderstelt het samenbrengen en verbinden van mensen met openheid voor elkaars beargumenteerde perspectieven. Op die manier draagt multiperspectiviteit bij tot de ontwikkeling van kritische zin, respect voor anderen en een democratische houding. Gevoeligheid is tijds- en ruimtegebonden en niet statisch en onveranderlijk. Watson (2016) spreekt in dit verband van 'het emotioneel register van het verleden'. Erfgoedinstellingen proberen wel in te spelen op de gevoeligheden die er leven in de samenleving door het creëren van authenticiteit, beleving en spanning, maar zijn ook beducht voor hyperemotionele reacties. Er wordt vooral gewerkt met publiekelijk aanvaarde emoties over lijden, geweld en angst. Dat emotioneel register is echter niet vaststaand. De heftige discussies over controversiële standbeelden, foute straatnamen of de zwartepietpolemiek tonen aan dat gevoeligheid tijds- en ruimtegebonden is. 'Gevoeligheid' is een label dat wordt geplakt op erfgoed, maar na verloop van tijd kan verbleken om later dan toch weer terug te komen. De vraag stelt zich dan ook welke factoren bepalen dat iets als gevoelig wordt gepercipieerd en in hoeverre dit dan verbonden wordt aan erfgoed. De centrale probleemstelling van het onderzoek luidt: Welke zijn de mogelijkheden en beperkingen om via gevoelig erfgoed multiperspectiviteit te realiseren in instellingen voor cultureel erfgoed? Als partners in het cultureel-erfgoedveld kozen we voor instellingen die (1) gevoelig erfgoed in hun collecties hebben en (2) mogelijkheden bieden om in te spelen op belangrijke hedendaagse maatschappelijke kwesties. De volgende partners werden bereid gevonden om actief te participeren. - ADVN| archief voor nationale bewegingen, specifiek de Vlaamse beweging, andere nationale en regionale bewegingen in Europa en daaraan verbonden thema's of ervan afgeleid, zoals rechts radicalisme, fascisme, racisme, negationisme, gevestigd in Antwerpen; - Kazerne Dossin - Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten, in Mechelen; - Museum Dr. Guislain in Gent over de geschiedenis van en actuele discussies over psychiatrie en geestelijke gezondheid, zorg, en kunst en waanzin; - AfricaMuseum in Tervuren, plaats van geheugen van een gedeeld koloniaal verleden en een platform voor ontmoeting en dialoog met mensen van verschillende generaties en culturen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Naar versterkte en wervende universitaire lerarenopleidingen. 01/01/2018 - 31/12/2019

Abstract

De beheersovereenkomst aan de basis van dit project werd gesloten om de universitaire lerarenopleidingen te versterken en te ondersteunen in de transitie naar de nieuwe lerarenopleidingen, zoals beschreven in de conceptnota "Lerarenopleidingen versterken: wervende en kwalitatieve lerarenopleidingen als basispijler voor hoogstaand onderwijs" van 25 maart 2016 en het ontwerpdecreet betreffende de uitbouw van de graduaatsopleidingen binnen de hogescholen en overdrachtsmaatregelen voor de lerarenopleidingen, zoals door de Vlaamse Regering een eerste keer principieel goedgekeurd op 14 juli 2017. Vertrekkende van hoger vermelde documenten en de doelstellingen van het Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2014-2019 en het daarin geformuleerde streven naar kwaliteitsvolle, flexibele en aantrekkelijke lerarenopleidingen worden er drie acties voorgesteld. Deze acties kaderen in de volgende thematische lijnen: 'versterken en innoveren' (thema 1) en 'werven' (thema 2). 1. 'Versterken en innoveren van de lerarenopleidingen': a. Actie 1: Project 'Naar een nieuwe universitaire lerarenopleiding op masterniveau'. b. Actie 2: Project 'Hoe kan deze nieuwe universitaire lerarenopleiding op masterniveau optimaal tegemoetkomen aan de doelgroep van zij-instromers?' 2. 'Werven': Actie 3: 'Naar wervende universitaire lerarenopleidingen': Communicatie en bekendmaking van de nieuwe opleiding bij kandidaat-leraren en het werkveld, met specifieke aandacht voor de diversiteit van de instroom.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Multiperspectiviteit in het museum. Het antwoord van lokale musea op de superdiverse context. 01/01/2018 - 31/12/2019

Abstract

De laatste decennia is de culturele en etnische diversiteit in de meeste westerse landen sterk toegenomen. Die toenemende diversiteit heeft belangrijke consequenties voor musea, vooral in de stedelijke context. Musea hebben de opdracht de stedelijke superdiversiteit een plaats te geven in het museum, zowel wat betreft de samenstelling van de collecties als wat betreft het aantrekken van diverse bezoekers. Doel van het project is na te gaan hoe multiperspectiviteit in een beleidsstrategie voor educatieve vorming geëxpliciteerd en concreet geïmplementeerd kan worden in de collectiepresentatie en de publiekswerking van musea op zodanige wijze dat de effecten ervan gemeten kunnen worden. Daartoe worden volgens de principes van design-based research drie ontwerpteams samengesteld met medewerkers van drie belangrijke Antwerpse musea, met name het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), het Museum aan de Stroom (MAS) en het Red Star Line Museum enerzijds en onderzoekers van de UAHA anderzijds, met name de specifieke lerarenopleiding beeldende kunsten van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen van de AP Hogeschool en de lerarenopleidingen geschiedenis en gedrags- en cultuurwetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Elk team staat in voor de analyse van de museumcollectie vanuit multiperspectiviteit en de ontwikkeling van een beleidsstrategie voor multiperspectiviteit. Daarbij wordt gebruik gemaakt van twee bestaande tools: een matrix voor multiperspectiviteit in erfgoedonderwijs en een analyse-instrument voor leeruitkomsten van erfgoedonderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Het effect van multimediale hyperlinks in fictie op leesmotivatie en immersie bij adolescenten: Een empirisch onderzoek. 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Zowel op wetenschappelijk als op maatschappelijk vlak heerst er bezorgdheid over het lezen bij jongeren, vooral wat literaire teksten betreft. Door de overvloed van korte, digitale teksten zouden zij minder literaire teksten lezen, dit minder graag en ook minder goed doen. Vooral bij jonge adolescenten is een terugval in lezen vastgesteld. Leesbevorderaars wijzen echter op de nieuwe mogelijkheden van digitale literaire teksten, zoals hypermediafictie. Hypermediafictie biedt de mogelijkheid om literaire teksten op tablet te lezen, voorzien van hyperlinks naar ondersteunende of verdiepende informatie. Hypermediafictie zou een bepaald lezerspubliek, vooral jongeren die niet graag lezen, kunnen aanspreken. Gezien het recente karakter, is onderzoek naar hypermediafictie schaars en is het onduidelijk of hypermediafictie leesmotivatie en immersie kan bevorderen. Dit project beoogt hierop een antwoord te formuleren. Het onderzoek zal gebeuren aan de hand van twee opeenvolgende studies bij 12- en 13-jarigen en hun leerkrachten Nederlands. Vijf romans uit verschillende literaire genres zullen daartoe gebruikt worden. In studie 1 worden leerlingen (N=30) en leerkrachten (N=30) uitgenodigd om naar eigen inzicht hyperlinks aan een roman toe te voegen. Deze studie resulteert in twee datasets: 60 geannoteerde romans en kwalitatieve data op basis van focusgroepen. Deze data geven inzicht in de wenselijkheid van hyperlinks (o.a. type, frequentie) in literaire teksten en hun invloed op leesmotivatie en immersie. De geannoteerde romans vormen de basis voor studie 2. In die studie worden de vijf romans eerst omgevormd tot hypermediafictie. Vervolgens krijgen 200 leerlingen in 5 zogenaamde tabletscholen die romans als lectuur. Elke klasgroep wordt opgedeeld in drie subgroepen. Eén groep leest een roman in hypermediafictie (= experimenteergroep); de andere groepen lezen op tablet (zonder hyperlinks) en op papier (= controlegroepen). Het experiment wordt drie keer uitgevoerd, waarbij de subgroepen van rol wisselen. Zij fungeren allemaal een keer als experimenteergroep. Dataverzameling gebeurt aan de hand van pre-, tussentijdse en postmetingen; monitoring van het klikgedrag in de experimenteergroep en focusgroepen. Het onderzoek zal uitgevoerd worden in nauwe interfacultaire samenwerking tussen FSW/ASoE en FLW.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Financiële geletterdheid @ school 01/09/2017 - 31/08/2021

Abstract

Financiële ongeletterdheid is wijdverspreid. Meer en betere financiële vorming zou zowel het individu als de samenleving sterk ten goede komen. Hoewel de aanbevelingen van de OESO om financiële vorming een plaats te geven in het leerplichtonderwijs breed gedragen worden, is er geen consensus over de manier. 'Financial Literacy @ School' ontwikkelt een holistische benadering rond financiële vorming op school: we bepalen expliciet de invloed van de belangrijkste socialisatie-actoren (zoals ouders en leerkrachten), waarbij we expliciet rekening houden met verschillen tussen leerlingen. Het innovatief lesmateriaal, dat ontwikkeld wordt in nauwe samenwerking met de valorisatiepartners, testen we via gerandomiseerde experimenten in Vlaamse scholen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Duaal leren slim organiseren : elektromechanische technieken. 01/09/2017 - 31/08/2018

Abstract

Dit alles leidt tot volgende globale onderzoeksvragen en ondersteunend onderzoeksopzet. A. Ervaringen van Duaal Leren door de leerling OV1. Welke motieven hebben leerlingen om deel te nemen aan het traject EMT Duaal? OV2. Welke verwachtingen hebben leerlingen m.b.t. Duaal Leren? OV3. Hoe ervaren leerlingen het traject EMT Duaal? OV4. Zien we bij de leerlingen die deelnamen aan het traject duaal leren positieve gevolgen voor a) leerstrategieën, b) motivatie, c) zelfeffectiviteit, d) welbevinden B. Didactische processen in wisselwerking met werking leergemeenschap OV1. Welke inhouden en teamleerprocessen (delen/co-constructie/constructief conflict) komen aan bod tijdens de bijeenkomsten van de LG? OV2. Op welke wijze kan de procescoach vanuit de werking van de leergemeenschap de uit te werken didactische processen bij het duaal leren zo vergaand mogelijk optimaliseren? OV3. Wat zijn versterkende/belemmerende condities? OV4. Wat is de exacte rol van de procescoach? OV5. In welke mate zijn er verschillen tussen verschillende leergemeenschappen? En waaraan zijn deze verschillen te wijten? C. Ervaringen van Duaal Leren door de mentoren OV1. Hoe ervaren mentoren/begeleiders het traject Duaal Leren? (informatiedoorstroom vanuit de LG, gebruik van de leerfiches, inhoud mentorenopleiding) OV2. Welke tekortkomingen zien zij momenteel om leerprocessen van leerlingen optimaal te kunnen stimuleren als mentor? OV3. Welke sterktes zien zij momenteel binnen de organisatie van Duaal Leren (kritische succesfactoren)?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Transversaal DRC project - Academisch Engels - Fase 4. 01/01/2017 - 31/08/2022

Abstract

Het project ("English for Academic Purposes - Quality, Extension, Sustainability") heeft tot doel de onderwijsleerprocessen verder te verdiepen door Blended-Learning-toepassingen (BL) voor de lokale context van de zeven betrokken universiteiten in de Democratische Republiek Congo te onderzoeken en te ontwikkelen. Deze werden initieel in fase 2 en 3 geïntroduceerd. Door de kwaliteiten van BL (en in het bijzonder van zijn flexibele karakter) om verschillende leerdergroepen (niveau en oriëntatie) te bedienen en om een ​​productiegerichte, virtuele Engelstalige context te creëren, is het noodzakelijk om meer te focussen op een educatieve aanpak die nog niet in deze specifieke context werd getoetst en onderzocht (low-resource, low-connectivity context). Het project beoogt ook verder te gaan dan de eerder geïdentificeerde doelgroepen, binnen en buiten de 7 academische instellingen die betrokken zijn: d.w.z. administratief personeel, studenten, en betalende klanten en NGO's. Ten slotte stelt dit EAP project, gelet op zijn dynamiek en geoormerkte duurzaamheid, zich een strakkere organisatie per betrokken universiteit, waaronder een bedrijfsplan met een financieel plan, een tijdschema en een duurzaam lokaal systeem van verantwoording tot doel. Dit is immers een grote uitdaging, waarvoor het project kan bogen op de steun van de betrokken academische partners ("points focaux").

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Van startbekwaam naar stadsbekwaam. Bouwstenen voor een teamgericht perspectief op het opleiden van leraren en het omgaan met diversiteit. 15/12/2016 - 31/03/2018

Abstract

(korte versie) Binnen de Antwerpse grootstedelijke context vormt superdiversiteit het vertrek‐ en eindpunt van kwalitatief (hoger) onderwijs. Op de vraag hoe om te gaan met die diversiteit, en hoe (toekomstige) leraren daartoe op te leiden, zijn evenwel meerdere antwoorden mogelijk én nodig. Dit project zet daarom in op het delen en (her)ontwerpen van verschillende manieren van aanpak, met als doel hoogstaand en innoverend onderwijs te realiseren voor alle leerlingen. Binnen dit project zullen 'communities of practice' worden opgericht,  waarin lerarenopleiders uit verschillende opleidingen samenwerken rond een specifieke focus met de bedoeling om 'van onderuit' expertise te delen, bestaande praktijken op elkaar af te stemmen en/of nieuwe praktijken te initiëren. Deze worden opgericht rond drie prioritaire domeinen, waarin telkens een ander facet van diversiteit in de kijker staat: didactiek Nederlands aan anderstaligen (d.i. omgaan met talige diversiteit), urban education (d.i. omgaan met sociaalculturele diversiteit) en inclusief onderwijs (d.i. omgaan met specifieke onderwijsbehoeften). _____________________________________________________________ Het project wil de transitie naar een vernieuwde lerarenopleiding vormgeven via instellingsoverschrijdende vakteams die inzetten op samenwerking, delen van expertise en collegiaal leren. Het project vertrekt vanuit een gemeenschappelijke gerichtheid op het bekwamen van toekomstige leraren in het lesgeven in een grootstedelijke context en zet in op impact op de (klas)praktijk in scholen en lerarenopleidingen. Het project omvat drie inhoudelijk met het centrale thema verbonden deelprojecten, de samenwerkingspraktijken of 'communities of practice': (1) "Omgaan met talige diversiteit. Kennisdeling rond Didactiek Nederlands aan anderstaligen" (talige diversiteit; co-promotoren: Jordi Casteleyn, Mathea Simons & Rianne Pinxten) (2) "Lesgeven aan superdiverse klassen. Ontwikkelen van een leerlijn 'urban education'" (urban education; co-promotoren: Paul Janssenswillen & Wouter Schelfhout) (3) "Inclusief onderwijs en specifieke onderwijsbehoeften" (inclusief onderwijs; co-promotoren: Elke Struyf & Ellen Vandervieren). Het project wordt praktisch vormgegeven als een samenwerking in de vorm van leergemeenschappen met personeelsleden uit de zeven partnerinstellingen van het voormalige Expertisenetwerk Lerarenopleidingen Antwerpen (ELAnt): CVO Crescendo, CVO Horito, CVO Provincie Antwerpen, CVO HBO 5 Antwerpen, Artesis Plantijn Hogeschool, Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen. Algemene output: - Uitbouw van gemeenschappelijke activiteiten (modules, stageactiviteiten en -begeleiding, lespakketten, …) die geïntegreerd kunnen worden in de curricula van de lerarenopleidingen - Stimuleren van collegiaal leren via team teaching - Aansluiting bij bestaande netwerken om leraren in Antwerpen aan te trekken en te versterken - Analyseren van stimulerende & belemmerende factoren in het werken met vakteams Specifieke output per samenwerkingspraktijk: - Uitwerken van een team teaching traject voor docenten - Uitwerken van een team teaching traject voor student-leraren A.h.v. proefproject in 1e sem. 2017-2018 en starterspakket Via onderzoek naar de werking van de leergemeenschappen zal de impact ervan wetenschappelijk worden aangetoond/bijgestuurd ('design-based research'). De projectcoördinator (Carlijne Ceulemans tot 30.09.2017) zal daartoe worden ingezet als procescoach binnen de samenwerkingspraktijken. Ook is er tussentijdse opvolging van de samenwerkingspraktijken voorzien door een ad hoc AUHA-reflectiegroep & stuurgroep. Twee themadagen (in september 2017 – in mei 2018) staan borg voor de verdere verspreiding van de output binnen en buiten de deelnemende opleidingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Meerstemmig erfgoed. Multiperspectiviteit in erfgoededucatie. 18/04/2016 - 30/06/2018

Abstract

Hoe kunnen we erfgoed hanteren om multiperspectiviteit in de lerarenopleiding (secundair) onderwijs en in erfgoedorganisaties te faciliteren? Erfgoed is een krachtig instrument omdat er steeds verschillende perspectieven een rol kunnen spelen. Daarbij kunnen ook de perspectieven van vergeten sociale groepen aan bod komen en krijgt (super)diversiteit een stem. Het erfgoed kan zo als het ware meerstemmig worden. Deze opportuniteit blijft vandaag doorgaans nog ondergewaardeerd of onderbenut. De multiperspectiviteit duidt hier voornamelijk op de inhoudelijke aanpak. In het kader van erfgoedonderwijs wil dit project tevens een duurzame samenwerking tussen onderwijs en erfgoedsector stimuleren. Hoe kunnen onderwijs en erfgoedorganisaties van elkaar leren? Welke meerwaarde bieden ze elkaar? We willen erfgoedorganisaties en vertegenwoordigers uit het onderwijs met elkaar rond de tafel brengen om samen aan erfgoededucatie te werken. Het gaat hier dus ook om 'multiperspectiviteit', maar dan op het methodische vlak. Een eerste doelstelling van dit project is om een theoretisch kader voor multiperspectiviteit in erfgoededucatie te ontwerpen. Dit kader wil niet alleen mee een antwoord bieden aan de vele beleidsaanbevelingen in recente onderzoeken naar cultuureducatie in Vlaanderen en internationaal (zie de referenties verderop), maar fungeert meteen ook als fundament en als toetssteen voor concrete erfgoededucatieprojecten. Aan de hand van dit theoretisch kader gaan we op zoek naar bestaande educatieve pakketten voor erfgoededucatie in binnen- en buitenland. De pakketten worden geanalyseerd en gewaardeerd vanuit de bril van het theoretisch kader. Vervolgens ontwerpen we drie educatieve pakketten voor erfgoed die voldoen aan de voorwaarden vanuit het theoretisch model (inhoudelijke multiperspectiviteit). Dit ontwerp vindt plaats in drie onafhankelijke ontwerpteams met vertegenwoordigers uit verschillende domeinen (methodische multiperspectiviteit). We volgen de principes van design-based research. Dit betekent dat pakketten in verschillende iteraties worden ontworpen en getest met verschillende groepen, in functie van de valorisatie. De resultaten worden gebundeld in een publicatie en gedissemineerd in een themadag. De essentie is dat de inzichten rond multiperspectiviteit en erfgoededucatie die uit het project voortvloeien ook ècht kunnen landen in de dagelijkse praktijk van de erfgoedorganisaties en het onderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Duaal leren slim organiseren : elektromecanicien. 01/11/2015 - 30/04/2017

Abstract

Dit project focust op de structurele inbedding van het duaal leren in de school- en arbeidsorganisatie en op de ontwikkeling en evaluatie van een gepaste leeromgeving in uitrol van het duale standaardtraject Elektromecanicien. Het wil ondernemingen, scholen en leerlingen in de proeftuinprojecten kwaliteitsvol ondersteunen en dit op een geïntegreerde wijze. Het richt zich op die manier op de focussen (3) Geïntegreerde begeleiding, (4) Concrete leertrajecten en (5) Evalueren. Enerzijds willen we het duaal leren structureel vorm geven. De invoering van duaal leren zal het innovatief vermogen van onderwijs en bedrijfsleven uitdagen. De rol van de leraar verandert ingrijpend. Werknemers krijgen een nieuwe rol als mentor. De leerlingen komen terecht in een nieuwe, onbekende leeromgeving. Hoe kunnen deze nieuwe rollen en relaties op een structurele wijze vorm krijgen, zodat ze motiverend werken naar de betrokkenen en tot een innovatieve en kwalitatieve leeromgeving voor de leerlingen leiden? We zoeken in dit luik antwoorden op de vraag hoe het duaal leren slim kan georganiseerd worden, toegepast op het duale traject van elektromecanicien. Uiteindelijk leidt het project tot een integrale blauwdruk van duaal leren waarin de verschillende elementen zijn vervat. De blauwdruk is toegepast op het duale traject EM, maar beoogt de overdraagbaarheid naar andere duale trajecten. We focussen in dit project op de fases na de toeleiding en matching van leerling en bedrijf (cf. projectfocus 3-4-5). Het proces wordt centraal opgestart in de schoot van een 'draaiteam', bestaande uit onderwijs- en bedrijfspartners. Het wordt verder verfijnd met en door de scholen en bedrijven die de duale trajecten EM zullen opstarten. Hiertoe worden leergemeenschappen opgestart op het regionale niveau (zie ook onder). Anderzijds willen we binnen de bouwsteen 'systemen' een pedagogisch-didactische invulling geven aan het duale standaardtraject EM. De focus ligt hierbij op die competenties die in het standaardtraject EM werden toegewezen aan de werkvloer. Er is continue aandacht voor een geïntegreerde aanpak van leren in de klas en leren op de werkvloer. Het project wil concreet leer- en evaluatiemethodieken en didactisch materiaal uitwerken ter ondersteuning van de ondernemingen. Ook hier wordt gewerkt met de methodiek van leergemeenschappen die op het lokale niveau worden opgericht. Leraren, praktijkmentoren, pedagogische begeleiders, medewerkers van de ondernemingen, externe partners, … komen op regelmatige basis samen om via de principes van co-creatie de competenties uit het standaardtraject concreet vorm te geven. Het didactisch materiaal moet maatwerk, d.i. de vertaling van het standaardtraject naar individuele leertrajecten op maat van leerling, bedrijf, school, maximaal mogelijk maken. Er zal ook worden nagegaan welke competenties kunnen gebundeld worden tot 'modules'. Dit enerzijds met het oog op het behalen van deelkwalificaties door de leerlingen, anderzijds met het oog op het verlagen van de drempel om leerbedrijf te worden. In het bijzonder KMO's kunnen niet steeds het hele leertraject aanbieden. We willen hiermee het opzet doelgericht opentrekken naar verschillende bedrijfscontexten waarin het duale traject tot EM kan worden georganiseerd, zodat het breed zal kunnen worden ingezet.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Evaluatie en aanbevelingen bij het leesbevorderingsproject "Kranten in de klas". 05/05/2015 - 04/07/2015

Abstract

Dit project heeft tot doeI het leesbevorderingsproject 'Kranten in de Klas' (KiK) te evalueren. KiK brengt kinderen en jongeren in contact met het medium krant en is uniek doordat het aile betalende Vlaamse dagbladen in een pakket aan leraren aanbiedt. Naast de papieren versie voorziet het aanbod ook in een digitale component en een website met extra materiaal. We plaatsen de focus op het didactisch gebruik van het materiaal en de tools, evenals op de impact die het initiatief heeft op leesattitude, begrijpend lezen en mediawijsheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Team teaching tijdens stages in de lerarenopleiding: Een studie naar de effecten van team teaching van aspirant-leraren. 01/02/2015 - 31/12/2015

Abstract

Deze studie focust op team teaching van aspirant-leraren tijdens stages. Diverse team teaching modellen worden toegepast (observatiemodel, assistent-leraarmodel en gelijke-statusmodel). Voorspellende (bv. motivatie, bekwaamheidsgevoelens), proces- (bv. ervaringen met team teaching, leeractiviteiten) en productvariabelen (bv. prestaties, reflectie) worden onderzocht. Zowel het perspectief van de aspirant-leraar als van de mentor worden bevraagd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Beeld in Onderwijs. Onderzoek naar een selectieprotocol voor het vrt-archiefmateriaal in functie van gebruik in het onderwijs. 01/11/2013 - 30/06/2014

Abstract

Het doel van het onderzoeksproject is tweeledig: 1) selectiecriteria en selectieprocedures uitwerken om efficiënt voor het onderwijs bruikbaar beeldmateriaal te verzamelen uit het vrt-archief voor de testcases Wereldoriëntatie in het basisonderwijs en Techniek in de eerste graad van het secundair onderwijs; 2) condities bepalen voor het uitwerken van een grootschalig project omtrent de selectie van bruikbaar beeldmateriaal voor een omvattend vakkenpakket in het onderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Kwalitatieve aanvangsbegeleiding voor zij-instromers in de lerarenopleiding. 01/05/2013 - 31/12/2013

Abstract

De algemene doelstelling van het project is om lerarenopleidingen en stagescholen te versterken in de begeleiding van de praktijkcomponent van zij-instromers. Concreet is het de bedoeling om kwalitatief onderzoek uit te voeren naar de ervaring van stagementoren en -begeleiders met zij-instromers, waarbij de vraagstelling is welke begeleidingsbehoefte deze zij-instromers hebben bij de uitvoer van de praktijkcomponent van hun opleiding.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Van Would be naar Be it. Onderzoek naar alternatieve en nieuwe stagevormen in de lerarenopleiding. 01/01/2013 - 31/08/2015

Abstract

In dit project gaan we op zoek naar alternatieve en/of nieuwe stagevormen. Hiertoe wordt in een eerste projectfase enerzijds nagegaan welke stageconcepten reeds gehanteerd worden door de partnerinstellingen, anderzijds een inventaris opgemaakt van andere mogelijke invullingen. De tweede projectfase bestaat uit de concretisering van de geselecteerde stageconcepten. In de derde projectfase worden pilootprojecten opgezet bij minimum twee partnerinstellingen waarbij de stageconcepten worden uitgetest.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Vakdidactische leergemeenschappen. 01/01/2013 - 31/08/2015

Abstract

Het project beoogt de implementatie van een concept dat gericht is op de ontwikkeling en/of optimalisatie van vakdidactische competenties van aspirant-leraren en leraren uit het werkveld. Het opzet is de lancering van 'vakdidactische leergemeenschappen' (VLG, 'centers of competence') als een vorm van professionele leergemeenschappen (Verbiest, 2011). Op langere termijn kunnen deze VLG vanuit de focus op het eigen vakgebied informatie leveren uit recent vakdidactisch onderzoek, best practices, ondersteuning, training,...

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Op weg met zij-instromers. 01/01/2013 - 31/08/2015

Abstract

Dit project beoogt onderzoek, ontwikkeling en evaluatie van alternatieve leertrajecten voor zij-instromers voor de professionele bacheloropleidingen kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs binnen de Antwerpse context. De focus ligt op doelgroepen die binnen het huidige aanbod van Antwerpse lerarenopleidingen nog niet aan bod komen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Binnenklasdifferentiatie. 01/01/2013 - 31/08/2015

Abstract

Het project "Binnenklasdifferentiatie" (promotor: T. Smits) is een onderzoeks- en ontwikkelingsproject waarbij de deelnemende lerarenopleidingen in samenwerking met scholen experimenteren met krachtige leeromgevingen en nieuwe organisatievormen die interne differentiatie mogelijk maken, waarbij we vertrekken vanuit de beginsituatie van de lerende.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Mediawijs onderwijs met Media Didactica. Lerarenopleidingen activeren mediagebruik en kritische reflectie op de media. 01/01/2013 - 31/12/2013

Abstract

Het doel van het project is een raamwerk ontwikkelen voor mediawijsheid in de lerarenopleiding (Media Didactica), waarin leerlijnen voor mediawijsheid in de lerarenopleiding worden uitgetekend. Aan de hand van dit raamwerk kunnen lerarenopleiders hun deskundigheid op het vlak van mediawijsheid ontwikkelen en evalueren. Twee inhoudelijke pijlers schragen de leerlijnen: (1) het gebruik van media als leermiddel in en buiten de school en (2) kritische reflectie over de impact van media op het leer- en ontwikkelingsproces in klas, school en samenleving. Het raamwerk is een concrete uitwerking van mediawijsheid zoals dat aan bod komt in het ontwikkelingsprofiel van de lerarenopleider. De leerlijnen worden vakonafhankelijk uitgetekend. Ze zijn bedoeld voor alle lerarenopleiders en bij uitbreiding ook voor de studenten in de lerarenopleiding en voor leraren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Leesonderwijs en E-hype. 01/01/2013 - 31/12/2013

Abstract

Dit project wil succesvolle leesbevorderende media en bij behorende strategieën inventariseren, ontsluiten voor en vertalen naar de opleidingspraktijk van de lerarenopleiding. Het wil de competenties van lerarenopleiders vergroten door hen hiermee te laten werken om zo de leesattitude van studenten in de lerarenopleding aan te scherpen, zodat die op hun beurt ook zullen experimenteren met nieuwe tools.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

We are chemistry, ontwikkelen van pedagogisch materiaal en lespakketten voor leerkrachten chemie in de tweede graad van het secundair onderwijs. 01/07/2012 - 30/09/2013

Abstract

Onderzoek wijst uit dat leerlingen zich in hun latere studiekeuze niet zelden laten inspireren door herinneringen aan interessante lessen of boeiende leerkrachten. Het enthousiasme en de passie waarmee een leerkracht zijn of haar vak brengt, heeft met andere woorden een directe impact op de richting die jongeren in hun latere leven inslaan. Wil men op duurzame wijze de instroom in wetenschappelijke richtingen stimuleren, is het dan ook van kapitaal belang leerkrachten in het secundair voldoende toe te rusten opdat zij hun vak optimaal kunnen brengen. In de tweede graad is dit niet evident om verschillende redenen ; leerkrachten wetenschappen hebben er slechts zelden een wetenschappelijke achtergrond, er zijn nauwelijks lespakketten, de leerstof leent zich niet makkelijk tot proeven, bedrijfsbezoeken en dergelijke meer. Via dit project willen we de achtergrond / noden van leerkrachten wetenschappen in de tweede graad in kaart brengen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

De intuïtieve leraar. Uitdiepen van sensitiviteit en reflectie-in-actie in de lerarenopleiding en de professionele ontwikkeling van leraren. 01/07/2009 - 30/06/2010

Abstract

Er groeit stilaan erkenning voor een andere vorm van weten naast het rationele bewuste weten, met name het intuïtief en onbewust weten. Recente evoluties in de neuropsychologie ondersteunen deze visie. Het onderzoek wil nagaan of intuïtiebevorderende onderwijsmethoden zinvol ontwikkeld kunnen worden ten voordele van de opleiding van leraren, en hoe deze een plaats kunnen krijgen binnen de lerarenopleiding en de professionele ontwikkeling van leraren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Ontwikkelingsproject voor een vakmentorenopleiding secundair onderwijs. 05/12/2008 - 31/10/2009

Abstract

Met de decretale uitbreiding van de praktijkcomponent voelen vakmentoren zich niet altijd voldoende onderlegd om hun toegenomen verantwoordelijkheid op te nemen. Tegelijk neemt de bezorgdheid van de opleiders toe over de kwaliteit van de mentorenbegeleiding als gevolg van de schaalvergroting van de samenwerkingsverbanden. In dit project wordt nagegaan of het mogelijk en wenselijk is een innovatieve mentorenopleiding te ontwikkelen op maat van alle actoren (vakmentoren, opleiders, studenten en instellingen) betrokken bij de opleiding van leraren voor het secundair onderwijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Inventarisatie en analyse van portfolio's in Vlaanderen. 15/12/2007 - 31/03/2008

Abstract

De Vlaamse overheid, departement Onderwijs en Vorming, gaf opdracht tot het inventariseren en analyseren van Vlaamse portfolio's binnen Elders Verworven Competenties (EVC) in functie van de uitbouw van een coherent EVC-beleid. Het portfolio is een belangrijk en veelgebruikt instrument in het kader van EVC-procedures. Dertig EVC-portfolio's werden opgelijst binnen de domeinen onderwijs, werk en cultuur. Een format werd ontwikkeld om de verschillende portfolio's op uniforme wijze te beschrijven. De essentiële informatie werd samengebracht in een overzichtelijk raster. Alle beschikbare informatie werd grondig geanalyseerd om raakvlakken en spanningsvelden in kaart te brengen. De conclusies van de vergelijkende analyse moeten de opdrachtgever in staat stellen gemeenschappelijke criteria te formuleren voor EVC-portfolio's.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project type(s)

  • Onderzoeksproject

Peilingsonderzoek over de eindtermen begrijpend lezen en luisteren (Nederlands) in het basisonderwijs. 01/06/2007 - 31/12/2007

Abstract

In de komende jaren wil het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap het peilingsonderzoek verder uitbouwen. De hoofddoelstelling van dit peilingsonderzoek is de kwaliteitscontrole van het Vlaamse onderwijs. Enerzijds geeft een peiling zicht op het percentage leerlingen dat de vooropgestelde doelstellingen behaalt die decretaal zijn vastgelegd in de eindtermen. Anderzijds brengt peilingsonderzoek aan het licht in welke mate leerlingen en scholen verschillen in het behalen van de eindtermen en op welke manier die verschillen systematisch samenhangen met leerling-, klas-, of schoolkenmerken. Naast deze hoofddoelstelling op systeemniveau beoogt de onderwijsoverheid ook een hieruit afgeleide doelstelling op het niveau van de scholen. De overheid wil de peilingsinstrumenten ter beschikking stellen van scholen als een indicator van de output die ze bij hun leerlingen realiseren. Daarom wordt van de onderzoekers verwacht dat ze feedback geven aan de deelnemende scholen en na elke peiling een parallelversie ter beschikking stellen die scholen in het kader van hun zelfevaluatie kunnen inschakelen. Dit deelproject heeft betrekking op het peilingsonderzoek over de eindtermen begrijpend lezen en luisteren op het einde van het basisonderwijs.

Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    Project type(s)

    • Onderzoeksproject

    Afname en verwerking van een begintoets wiskunde en Nederlands in het eerste leerjaar B van het secundair onderwijs (begin schooljaar 2006-2007). 01/09/2006 - 31/05/2007

    Abstract

    In mei 2008 wordt een grootschalige onderwijspeiling georganiseerd naar de ontwikkelingsdoelen wiskunde in het beroepsvoorbereidend leerjaar (BVL). Op vraag van de onderwijsoverheid wordt bij het begin van het schooljaar 2006-2007 de beginsituatie van de leerlingen uit 1B in kaart gebracht. Enerzijds wordt er gepeild naar hun vaardigheden in de domeinen wiskunde en Nederlands aan de hand van eerder ontwikkelde toetsen en anderzijds worden de leerlingen en hun ouders bevraagd over de achtergrondkenmerken en schoolloopbanen van de leerlingen. Omdat de meeste van deze leerlingen in mei 2008 in het BVL zitten, kunnen deze bijkomende leerlinggegevens bij de peiling gebruikt worden om samen met de afname van de eindtoetsen wiskunde en Nederlands voor deze subgroep uit BVL de geboekte leerwinst in de B-stroom te onderzoeken.

    Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Een aangepast vervolgtraject voor de ex-OKAN'er. Een onderzoek naar behoefte, ontwikkelingsproces en effect van een tweede jaar OKAN. 01/05/2006 - 30/11/2007

      Abstract

      Vastgesteld wordt dat er in steden een steeds groeiende groep leerlingen is met taalachterstand en met schoolse achterstand, vooral bij de groep ex-OKAN'ers. Vanuit het veld klinkt de overtuiging dat één jaar OKAN onvoldoende is om de leerlingen voor te bereiden op een succesvolle doorstroming naar het regulier secundair onderwijs. Het hier voorgestelde onderzoek heeft een drieledig doel: (1) kengetallen verzamelen over de doorstroming van OKAN-leerlingen naar het regulier secundair onderwijs; (2) een implementatieproces van een tweede jaar OKAN beschrijven en (3) nagaan of leerlingen na een tweede jaar OKAN beter voorbereid zijn om door te stromen naar het regulier secundair onderwijs. Om deze drie doelstellingen te realiseren, wordt (1) een descriptief onderzoek opgezet om de OKAN-problematiek in Vlaanderen in kaart te brengen; (2) een construerend onderzoek uitgevoerd bij twee Antwerpse proeftuinen die experimenteren met een tweede jaar OKAN; (3) een effectonderzoek opgezet om na te gaan of deze proeftuinen succesvol zijn.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      De invloed van de instructiemethode op de taakkennis en de zelfeffectiviteitsoordelen van onervaren schrijvers : een vergelijking tussen observerend leren en het traditionele leren-door-doen. 01/01/2004 - 31/12/2006

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Ontwikkeling van een peilingtoets voor luisteren bij het vak Nederlands. 01/01/2004 - 31/12/2005

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Ontwikkeling van een instrument van Periodiek Peilingsonderzoek Schrijven (PPON-S). 01/01/2003 - 31/03/2005

      Abstract

      Er wordt een instrument voor periodiek peilingsonderzoek schrijven in het basisonderwijs ontwikkeld, dat aansluit bij de eindtermen voor taal-schrijven in het lager onderwijs. De opzet, aanpak en werkwijze sluiten in hoge mate aan bij het vroeger ontwikkelde instrument voor de peiling van begrijpend lezen (FKFO/OBPWO 93.05). Het onderzoek omvat de ontwikkeling van het instrument, inclusief aanpassing in pilot, steekproeftrekking, toetsafname, scoring, cesuurbepaling, schaalvorming, analyse en rapportering. Op die manier wordt tevens een nulmeting van de realisatie van de eindtermen schrijven in het Vlaamse basisonderwijs gerealiseerd.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Ontwikkeling van een begin- en eindtoets wiskunde en Nederlands voor de eerste graad secundair onderwijs. 01/10/2002 - 30/04/2004

      Abstract

      Er worden begin- en eindtoetsen ontwikkeld voor het meten van de leerprestaties in de domeinen Nederlands en wiskunde in de eerste graad van het secundair onderwijs met het oog op een latere evaluatie van het gelijkekansenbeleid. Binnen een te ontwerpen toetsmatrijs worden items gegenereerd, waarbij voor de begintoetsen deels zal aangesloten worden bij recent peilingsonderzoek. Er vinden proefafnames plaats, gevolgd door een kalibratiestudie, waarbij gewerkt wordt met een design met ankeritems. De resultaten worden geanalyseerd met modellen uit de item-responstheorie.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Ontwerp, implementatie en evaluatie van krachtige leeromgevingen. 01/01/2002 - 31/12/2006

      Abstract

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Ontwerp, implementatie en evaluatie van krachtige leeromgevingen. 01/01/2002 - 31/12/2006

      Abstract

      Gedurende het voorbije decennium hebben zich binnen de onderwijspsychologie, onderwijstechnologie en de ontwerpkunde ('instructional design') belangrijke en veelbelovende ontwikkelingen voorgedaan die (erg) relevant zijn voor het onderzoek en de ontwikkeling van krachtige leeromgevingen. Hoewel het onmiskenbaar is dat de ontwikkelingen binnen deze (sub)disciplines een aantal gelijkenissen vertonen, is er behoeft aan een systematische confrontatie en integratie van de theoretische denkkaders, de onderzoeksmethoden en de empirische bevindingen uit de drie genoemde (sub)disciplines.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject

      Steunpunt loopbanen van leerlingen en studenten in het onderwijs en de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt. Partim UA in Unit A (Loopbanen). 01/10/2001 - 31/12/2006

      Abstract

      Het belangrijkste objectief van deze Unit is a) gegevensbestanden te construeren met betrekking tot de loopbanen van leerlingen in het basisonderwijs, en b) deze gegevens te analyseren en hierover te rapporteren. Om de noodzakelijke primaire gegevens te verzamelen moeten verschillende taken vervuld worden: het design van een survey moet worden uitgewerkt en operationeel gemaakt, meetinstrumenten voor verschillende specifieke variabelen moeten worden ontwikkeld, enz. Een bijkomend objectief van deze Unit is het verder exploreren van bestaande gegevensbestanden.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

      Project type(s)

      • Onderzoeksproject