Lopende projecten

"Mannelijkheid als eigendom": Naar een nieuwe juridische theorie over de relatie tussen gender-gebaseerde vormen van privilege en het recht. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Steunend op Critical Race Theory en Feminist Legal Theory vertrekt dit project vanuit de premisse dat mannelijkheid nog steeds een bevoorrechte positie bekleedt die ondersteund wordt door het recht. Hoewel gendergelijkheid formeel bereikt is door toedoen van anti-discriminatiewetgeving blijft het recht genderongelijkheden legitimeren. De ontwikkeling van een nieuwe juridische theorie die het anti-discriminatiekader achterwege laat is cruciaal om aan te geven en te verklaren waar mannelijk privilege door het recht wordt bekrachtigd. Geïnspireerd op Harris' baanbrekend werk "Whiteness as Property", dat witheid conceptualiseert als een vorm van eigendom die gewaarborgd wordt door het recht, gaat mijn project na of en hoe haar theorie over rasgebonden onderdrukking gebruikt kan worden om een juridische theorie te ontwikkeling die beter in staat is om gendergebonden onderdrukking te verklaren, door mannelijkheid als een vorm van eigendom te beschouwen. Net zoals eigenaars exclusieve rechten hebben over hun eigendom, kan men stellen dat de privileges die gepaard gaan met cis-gender heteroseksuele witte mannelijkheid mettertijd wettelijke voordelen geworden zijn. Na de invoering van formele gelijkheid beschermt de wet deze vorm van eigendom nog steeds door het status quo te garanderen die de facto mannen tot voordeel strekt. EU-recht en recht van de Raad van Europa over gendergelijkheid zal onderzocht worden om deze hypothese te testen en de juridische theorie verder uit te werken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergoedingsfondsen: hun aard, functie en wettigheid. 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Vergoedingsfondsen bieden vergoeding aan slachtoffers van ongevallen ongeacht of de schade te wijten is aan een fout. Fondsen zijn gecreëerd wegens de leemten die de drie klassieke vergoedingsbronnen vertonen, nl. het aansprakelijkheidsrecht, de private verzekeringen en de sociale zekerheid. Het is moeilijk de vele voordelen van vergoedingsfondsen niet te zien: vergoeding van slachtoffers die geen zware bewijslast moeten torsen, in een eenvoudige, snelle en administratieve wijze, en zonder ze te verplichten naar de rechter te stappen. Vergoedingsfondsen lijken een deus ex machina te zijn, nu het aantal fondsen sterk stijgt in België. Gelet op het succes van fondsen is het verrassend vast te stellen dat fondsen tot nu toe niet aan een globale, kritische analyse onderworpen zijn geweest. Dit onderzoeksproject heeft tot doel de fondsen te beoordelen in het licht van de mensenrechten, in het bijzonder het recht op toegang tot de rechter (nu bepaalde fondsen die toegang beperken) en het gelijkheidsbeginsel (nu er een ongelijke behandeling is tussen slachtoffers die wel of niet een beroep op een fonds kunnen doen). Bovendien zal worden onderzocht of fondsen hun doelstellingen bereiken:een redelijke schadevergoeding, makkelijke toegang, coherent en transparant. Tot slot zal dit project nagaan wie deze fondsen moet financieren: de overheid of de private sector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het betrekken van kinderen voor een betere en meer kind-vriendelijke afhandeling van dossiers en tenuitvoerlegging van beslissingen in transnationale familiegeschillen (INCLUDE) 01/09/2019 - 31/08/2021

Abstract

Het project is een vervolg van onderzoek naar de beste belangen van eht kind en het horen van het kind in internationale kinderontvoering. De bedoeling is om op een kind-inclusieve wijze onderzoek te doen naar de meest gepaste manier om om te gaan met internationale kinderontvoering (zowel de juridische procedure als de tenuitvoerlegging van de beslissingen). Het team van de Universiteit Antwerpen is verantwoordelijk voor de literatuurstudie. De andere partners organiseren dan workshops met jongeren over kinderrechten en de beste manier om de procedures te voeren. Het team van de Universiteit Antwerpen zal dan een praktijkgids samenstellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het juridische statuut en de bescherming van ongeboren menselijk leven: een benadering vanuit het perspectief van menselijke waardigheid. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Het huidige Belgische recht in verband met ongeboren menselijk leven mist duidelijkheid en is inconsistent en incoherent. De enkele toepasselijke wetsbepalingen zitten verkokerd in verschillende rechtsdomeinen en instrumenten en ook de rechtspraak biedt een erg divergent beeld. Ook op internationaal vlak is dat het geval, zowel in wetgevende instrumenten als in rechtspraak. Daardoor is er een gebrek aan rechtszekerheid. De doelstelling van dit project is, daarom, om een coherente en consistente benadering van ongeboren menselijk leven naar Belgisch recht voor te stellen. De hypothese daarbij is dat het concept van de menselijke waardigheid daarbij een sleutelfunctie kan vervullen. Naar dit concept wordt in mensenrechtelijke context nu al verwezen omwille van de bescherming van entiteiten op welke de mensenrechtenbescherming als dusdanig niet van toepassing is. Het normatieve voorstel zal gebaseerd zijn op een descriptief luik, van de huidige Belgische situatie, dat wordt geëvalueerd op basis van de rechtsvergelijkende methode.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Grensoverschrijdende toegang tot levenseinde-diensten in Europa: een juridische analyse. 01/01/2019 - 31/12/2022

Abstract

Grensoverschrijdende toegang tot levenseinde-diensten wint snel aan belang in Europa en, zeer onlangs is België daarbij één van de belangrijkste landen van bestemming geworden. Het voorgestelde onderzoeksproject is het eerste dat systematisch de juridische uitdagingen zal analyseren die ontstaan wanneer Europese burgers toegang willen tot levenseinde-diensten in een ander Europees land. De focus zal liggen op toerisme voor geassisteerde zelfdoding; euthanasietoerisme; import van zelfmoordpillen en -materialen; en de grensoverschrijdende erkenning van voorafgaande wilsbeschikkingen. Het eerste doel van het onderzoeksproject is het onderzoeken van de juridische maatregelen die landen hebben genomen of kunnen overwegen om te verhinderen dat hun burgers toegang zouden krijgen tot levenseinde-diensten in het buitenland die verboden zijn op hun eigen grondgebied en, vice versa, het onderzoeken van de juridische maatregelen die landen van bestemming hebben genomen of kunnen overwegen om buitenlanders te verhinderen om gebruik te maken van bepaalde levenseinde-diensten op hun grondgebied. Het onderzoek zal zich beperken tot Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als landen van oorsprong, en tot België, Nederland en Zwitserland als landen van bestemming. Het tweede en tevens het hoofddoel van het onderzoeksproject is het onderzoeken van de juridische aanvaardbaarheid van de beperkingen die zo zullen zijn geïdentificeerd, in het licht van het recht van de Europese Unie, mensenrechten, en internationaal privaatrecht. Op deze wijze zullen we bepalen welke beperkingen van grensoverschrijdende toegang tot levenseinde-diensten in Europa rechtmatig worden of kunnen worden opgelegd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bibliotheekkrediet Sociale en Human Wetenschappen (Faculteit Rechten). 01/01/2019 - 31/12/2021

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit. het project heeft tot doel een evenwichtig beheersmodel uit te bouwen voor de rechtsbibliotheek als laboratorium voor onderzoek en voor onderwijs in alle rechtsdomeinen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Dier & Recht. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

De Leerstoel Dier & Recht, gefinancierd door een mecenas, wil komen tot een alomvattend principe rond 'dierwaardigheid'. Vlaanderen kent een uitgebreide wetgeving rond dierenwelzijn, en in Wallonië werd er recentelijk nog een decreet rond dieren uitgevaardigd. Maar de samenleving is terecht verontwaardigd over het ontbreken van efficiënte en effectieve instrumenten om zware incidenten te voorkomen, te verhelpen en te bestraffen. De leerstoel gaat op zoek naar één overkoepelend, maatgevend principe over hoe we moeten omgaan met dieren en dat in regels operationeel kan worden gemaakt. De doelstelling van de leerstoel is tweeledig: de ontwikkeling van dierwaardigheid als juridisch principe waarop menselijk handelen en nalaten rond dieren moet zijn gegrond; en stimulering van het maatschappelijke debat vanuit wetenschappelijke hoek om de bewustwording rond het concept dierwaardigheid te verhogen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Late abortussen: Een vergelijkend onderzoek van regelgeving en juridische knelpunten. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Abortus van een levensvatbare foetus (hierna: late abortus) is zeer omstreden en een bron van toenemende bezorgdheid. Hoewel late abortussen fundamentele juridische vragen opwerpen, maken ze vooralsnog niet het voorwerp uit van systematisch juridisch onderzoek. Om deze ernstige lacune op te vullen zal het voorgestelde onderzoek als eerste systematisch en rechtsvergelijkend de uitdagingen analyseren die late abortussen vormen voor het medisch recht en de mensenrechten. Een dergelijke analyse is van uitzonderlijk belang omdat ze de limieten verduidelijkt van (de toepassing van) essentiële principes van het medisch recht en de mensenrechten. De nadruk zal liggen op de juridische spanning die kan bestaan tussen de wettelijke erkenning van de belangen van de levensvatbare foetus en het recht op zelfbeschikking van de zwangere vrouw, wat een belangrijke impact kan hebben op de zorgplicht van de arts. Deze analyse zal helpen bepalen of we getuige zijn van het ontstaan van een nieuwe juridische doctrine, die focust op de "belangen van de levensvatbare foetus", parallellen vertoont met de standaard van "de belangen van het kind" en, in het kader van late abortussen, bepaalde medische ingrepen voorschrijft of verbiedt. Meer in het algemeen zal het een nieuw licht werpen op het unieke en zeer fascinerende juridische concept van "progressieve rechtsbescherming", waarbij de juridische bescherming van een foetus geleidelijk toeneemt naarmate deze groeit, levensvatbaar wordt en geboren wordt. De urgentie en actualiteit van het project wordt verder aangetoond door het feit dat, binnen de Belgische context, de juridische status van late abortussen zelfs nog niet vaststaat, er belangrijke juridische ontwikkelingen op komst zijn en er en totaal gebrek is aan empirische gegevens over het onderwerp. Daarom zal het project specifiek aandacht schenken aan juridische kwesties die naar Belgisch recht nog niet (volledig) opgehelderd zijn en aan de verdiensten en implicaties van positiebepalingen en juridische initiatieven die recent werden geformuleerd. Het project zal resulteren in aanbevelingen om de abortuswetgeving te verbeteren. Van uitzonderlijk belang is dat we, om een empirische basis te verschaffen voor deze aanbevelingen, voor het eerst en in nauwe samenwerking met andere onderzoekers die zeer recent toegang gekregen hebben tot twee unieke en relevante data sets, empirische gegevens over de praktijk van late abortussen in Vlaanderen zullen analyseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Definitie en belang van de voorbeschiktheid en de voorafbestaande schade in het aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Voorbeschiktheid en voorafbestaande schade behoren tot de meest controversiële en moeilijkste onderwerpen van het aansprakelijkheids- en het verzekeringsrecht. De (pathologische) voorbeschiktheid is een kenmerk, meestal ongekend, dat het dagelijkse functioneren niet beïnvloedt, maar dat wel iemand vatbaar maakt voor schade. Een voorbeeld is een persoon met een zeldzame allergie voor een bepaalde stof, die als gevolg van een verkeersongeval gehospitaliseerd wordt, een injectie krijgt met die stof en daaraan overlijdt. Voorafbestaande schade is een abnormale fysieke of psychische toestand van het slachtoffer die gekend is of minstens bestaat op het moment van het schadegeval. Voorbeelden zijn: anatomische kenmerken (slechts één oog), pathologische fysieke kenmerken (een hartdefect), of een psychologisch kenmerk (schizofrene fases, depressies). Het bekendste voorbeeld is de eierschaalschedel-zaak waarin een persoon met een eierschaalschedel of zeer dunne schedel overlijdt als gevolg van een ongeval dat bij een normale persoon slechts een buil zou hebben veroorzaakt. De fout van een derde kan in deze hypotheses de voorafbestaande schade verergeren: een eenogige persoon kan door een ongeval zijn tweede oog verliezen. Ook kan een ongeval de evolutie van de voorafbestaande schade verhaasten: een voorbeeld hiervan is de ongeneeslijk zieke persoon die sterft door een verkeersongeval. In al deze zaken is de cruciale vraag of de benadeelde volledig vergoed zal worden of enkel een vergoeding zal krijgen voor de voorzienbare schade of voor de afzonderlijk veroorzaakte schade. Kortom en verwijzend naar de gegeven voorbeelden: moet de schadeverwekker enkel het verkeersongeval of de dood van het slachtoffer (met de zeldzame allergie) vergoeden? Vergoeding voor het ene oog, of voor de blindheid? Voor de dood door een verkeersongeval of enkel voor de tijd die de ongeneeslijke patiënt nog had te leven? In het aansprakelijkheidsrecht is de basisregel integrale schadevergoeding. De regel van de integrale schade-vergoeding komt evenwel onder druk te staan wanneer de schade onvoorzienbaar was of de omvang van de schade onvoorzienbaar was als gevolg van een voorbeschiktheid of van voorafbestaande schade. Bijgevolg is een belangrijke onderzoeksvraag: zijn de gevallen van voorbeschiktheid en voorafbestaande schade en de toepasselijke regels conform aan het principe van integrale schadevergoeding? Voorbeschiktheid en voorafbestaande schade spelen ook een belangrijke rol in het verzekeringsrecht. Voor een behoorlijke beoordeling van het te verzekeren risico, het leven of de fysieke integriteit van de persoon, wensen verzekeraars informatie over de gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde. Daartoe gebruiken verzekeraars medische vragenlijsten of leggen zij medische onderzoeken op om o.a. te peilen naar voorafbestaande schade. Vragen over voorafbestaande aandoeningen kunnen zonder twijfel in conflict komen met fundamentele rechten, zoals het recht op privacy en het recht op non-discriminatie. Dit onderzoeken behoort tot de kernpunten van dit project. Verder rijst de vraag of een verzekeraar zelf de omschrijving van voorafbestaande schade kan invullen en dekking kan weigeren wanneer de kandidaat-verzekerde geen informatie over voorafbestaande schade heeft verstrekt. Verzekeraars gebruiken verschillende clausules om voorafbestaande schade uit te sluiten, wat op het eerste gezicht conform is aan de contractuele vrijheid. Zo beperken zij soms dekking van een voorafbestaande schade voor een bepaalde periode (bv. een wachttermijn van 1 jaar). Verder verhogen zij soms de premie als gevolg van een voorafbestaande aandoening (bv. astma). Tot slot, en belangrijker, gebruiken verzekeraars soms clausules over voorafbestaande schade om dekking geheel te weigeren ofwel dekking te weigeren voor die bepaalde voorafbestaande schade. Deze verzekeringspraktijk moet worden getoetst aan de fundamentele rechten en het contractueel evenwicht tussen partijen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De interpretatie van het belang van het kind in kinderontvoeringszaken: naar een verzoening van botsende regimes van internationaal recht. 01/10/2018 - 30/09/2022

Abstract

Kinderrechten, als onderdeel van mensenrechten, schrijven voor dat de beste belangen van elk individueel kind de eerste overweging moeten zijn bij alle maatregelen betreffende kinderen. In internationaal privaatrecht bepaalt de algemene benadering tot de beste belangen van het kind dat een kind snel moet worden teruggenomen als een ouder hem of haar wederrechtelijk van een land naar een ander nam (tenzij uitzonderlijke omstandigheden bewezen worden). De individuele tegenover de algemene benadering tot de beste belangen van het kind veroorzaakt discussie tussen auteurs en verwarren rechters en ambtenaren. Een vraag rijst naar de interactie tussen deze twee regimes van internationaal recht (specifiek het VN Kinderrechtenverdrag en het Kinderontvoeringsverdrag van Den Haag). Deze vraag is niet beperkt tot het vraagstuk van internationale kinderontvoering. De moeilijke interactie, zelfs soms conflict, tussen regimes van internationaal recht is een gekend probleem. Een mogelijke aanpak van de interactie is het zoeken naar een hiërarchie, namelijk dat mensenrechten de overhand moeten krijgen of dat mensenrechten ondersteunend eerder dan dominant moeten zijn. De hypothese van dit onderzoek is echter dat een verzoening gezocht moet worden in plaats van een hiërarchie. Dit project zal de focus leggen op een dergelijke verzoening binnen het specifieke domein van internationale kinderontvoering. De onderzoek(st)er zal de rechtspraak analyseren van twee supranationale gerechten (het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de EU) en van de nationale gerechten van zes landen. Het onderzoek zal in kaart brengen hoe deze gerechten een combinatie maken van enerzijds de strenge terugkeerregels van het Kinderontvoeringsverdrag en anderzijds de beste belangen van het individueel kind zoals geformuleerd in het Kinderrechtenverdrag. Dit zal gebeuren door content analysis met behulp van de software NVIVO. Het resultaat van dit onderzoek zal leiden tot conclusies niet alleen voor het domein van internationale kinderontvoering maar ook voor het breder debat over de interacties tussen regimes van internationaal recht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergoedingsfondsen: hun aard, functie en wettigheid. 01/01/2018 - 31/12/2021

Abstract

In bepaalde gevallen heeft de wetgever dit probleem trachten op te lossen door schadevergoedingsfondsen op te richten. Het schadevergoedingsfonds vergoedt het slachtoffer los van enige fout van de schadeverwekker. Binnen die fondsen kan een onderscheid worden gemaakt tussen waarborgfondsen en schadefondsen. In beide gevallen wordt een schadevergoeding uitgekeerd die het slachtoffer niet zou hebben verkregen via de sociale zekerheid of het aansprakelijkheidsrecht. Maar de vergoedingsvoorwaarden tussen beide soorten fondsen verschillen. Waarborgfondsen, zoals het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds of het Fonds voor Slachtoffers van Opzettelijke Misdrijven, fungeert als een opvangnet dat het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht aanvult. Dit soort fondsen komt tussen wanneer de schadeverwekker weliswaar aansprakelijk is, maar hij niet kan worden gevonden, of niet of onvoldoende bemiddeld dan wel verzekerd is. De zgn. schadefondsen, daarentegen, zoals het Asbestfonds of het Fonds Medische Ongevallen, vergoeden slachtoffers zonder dat er sprake is van enige aansprakelijkheid, bv. omdat er geen fout van de schadeverwekker kan worden aangetoond. De Belgische rechtsleer heeft tot nu toe weinig interesse getoond voor deze evolutie naar steeds meer fondsen, laat staan dat er een grondige, overspannende analyse zou bestaan van alle schadevergoedingsfondsen waarin de fondsen en hun sterktes en zwaktes met elkaar worden vergeleken. Dit kan ook verklaard worden door het feit dat ook bij de wetgever elke duidelijke visie op fondsen ontbreekt. Fondsen worden doorgaans gecreëerd n.a.v. een ad hoc behoefte. Zo werd het Fonds voor Technologische Ongevallen opgericht n.a.v. de gasramp in Ghislenghien. Het doel van dit projectvoorstel is een coherente, kritische analyse te maken van deze fondsen. Wij willen een antwoord te bieden op vragen naar de wenselijkheid van die fondsen, de rechtvaardiging ervan, de vraag of de fondsen aan de schadevergoedende functie voldoen en binnen welke termijn, en wie de organisatie en de financiering van die fondsen op zich moet nemen. Op basis van die antwoorden kunnen criteria worden ontwikkeld om de bestaande fondsen te verbeteren en kan worden nagegaan of fondsen in nieuwe domeinen moeten worden opgericht. Het project heeft eveneens tot doel te onderzoeken of de verschillende fondsen geharmoniseerd kunnen worden en kunnen leiden tot een zgn. "Superfonds". De fondsen in België maken de basis uit van het onderzoek. Maar ook de fondsen uit andere landen, zoals de USA, de VK, Frankrijk en Nederland, zullen in het onderzoek worden betrokken. Dit zal ons in staat stellen op basis van een functionele, vergelijkende analyse een beter en kritischer begrip te krijgen van het onderwerp.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

RETHINKIN - Familie en familierecht in de Lage Landen. 01/01/2015 - 31/12/2024

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. Deze WOG wil de herdefiniëring van het familierecht wetenschappelijk aansturen voor de Lage Lan-den en daarbij internationaal een leidende rol vervullen. Een herdefiniëring van het familierecht is noodzakelijk wegens maatschappelijke evoluties die de basis van het traditionele familierecht heb-ben ondergraven. De WOG wil binnen het recht een pioniersrol spelen door die herdefiniëring uit te voeren in dialoog met andere disciplines (inter- en intradisciplinair) en de maatschappij (transdisci-plinair). Dit gebeurt vanuit drie onderzoeksvragen: 1. Welke bevoegdheid heeft de overheid, inhoudelijk zowel als procedureel, bij de regulering van familierelaties in verhouding tot de markt en de sociale zekerheid? 2. Welke moet de inhoud zijn van het overheidsoptreden, vanuit de perspectieven van bur-gerschap, police power en parens patriae-bevoegdheid? 3. Hoe kunnen recht en beleid beter worden afgesteld op sociale praktijken en percepties? Daartoe bundelt de WOG de volledige academische familierechtsbeoefening op postdoc niveau in Vlaanderen (V.Fam.) met de Nederlandse Alliantie Familie & Recht (ACFL, NIG en UCERF) onder het 'merk' Lage Landen. De WOG zal in eerste instantie een Roadmap for Kinship & Family Studies in the Low Countries op-stellen en er wetenschappelijk mee aan de slag gaan. De Roadmap zal de springplank zijn voor inter-nationale onderzoeksaanvragen onder het Horizon 2020-programma. Bestendige dialoog met een internationaal multi- en transdisciplinair panel zal toelaten het bestaande onderzoekslandschap open te breken en teams te vormen die wingebieden kan ontginnen in alliantie met andere disciplines.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Afgelopen projecten

Consultancy voor een mogelijk juridisch instrument inzake billijke toegang tot vaccins in de context van een crisis van de publieke gezondheidszorg. 15/10/2020 - 20/11/2020

Abstract

De lidstaten van de Raad van Europa worden momenteel geconfronteerd met een ernstige crisis van de volksgezondheid als gevolg van de COVID-19-pandemie. Deze gezondheidscrisis heeft een verwoestend effect op individuen, gezinnen en gemeenschappen. Het brengt ook grote ethische uitdagingen met zich mee en dwingt regeringen en bevoegde autoriteiten om moeilijke beslissingen te nemen in de context van onzekerheid en schaarse middelen. Dit project omvat consultancy bij de ontwikkeling van een mogelijk juridisch instrument dat personen, in de context van een pandemie, toegang tot vaccins garandeert in overeenstemming met ethische principes en respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden zoals vastgelegd in instrumenten van de Raad van Europa. Deze omvatten het recht op leven en de bescherming tegen onmenselijke behandeling (artikels 2 en 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens), het recht op bescherming van de gezondheid (artikel 11 van het Europees Sociaal Handvest) en het beginsel van billijke toegang tot gezondheidszorg (artikel 3 van het Verdrag van Oviedo).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Advies over een strategisch actieplan inzake mensenrechten en biogeneeskunde met betrekking tot mensenrechten en technologieën in de biogeneeskunde voor de periode 2020-2025. 20/09/2019 - 31/10/2019

Abstract

Consultancy, in coördinatie met het secretariaat van het Comité voor Bio-Ethiek van de Raad van Europa en de voorzitter van de ontwerpgroep voor het strategisch actieplan, met als doel het uitvoeren van een redactionele evaluatie van het strategisch actieplan inzake mensenrechten en nieuwe technologieën met het oog op de presentatie ervan op de 16de plenaire vergadering van het Comité voor Bio-Ethiek (19-21 november 2019).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Handboek voor parlementairen over het Verdrag van de Raad van Europa tegen de handel in menselijke organen. 09/05/2019 - 05/10/2019

Abstract

Opstellen van een "Handbook for parliamentarians on the Council of Europe Convention against Trafficking in Human Organs" om de verschillende bepalingen van het Verdrag en zijn toegevoegde waarde uit te leggen aan parlementairen en parlementaire medewerkers, en hen enkele voorbeelden te geven van goede nationale wetgeving.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Analyse en optimaliseren van de beslissingsboom en het proces voor het opleggen van administratieve geldboetes inzake dierenwelzijn. 21/01/2019 - 20/01/2020

Abstract

Het onderzoek is bedoeld om op juridische en empirische wijze te onderzoeken of en hoe de beslissingsboom, gebruikt voor het opleggen van administratieve geldboetes aan overtreders van de Vlaamse dierenwelzijnswetgeving, verbeterd kan worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Extern consulent bij de opstelling van het strategisch actieplan van het Committee on Bioethics van de Raad van Europa. 12/11/2018 - 20/12/2018

Abstract

Extern consulent bij de opstelling van het strategisch actieplan voor de periode 2020-2025 van het Committee on Bioethics van de Raad van Europa, om de uitdagingen voor mensenrechten het hoofd te bieden, veroorzaakt door ontwikkelingen op het terrein van de biogeneeskunde.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Expertrapport over orgaantransplantietoerisme 04/10/2018 - 30/10/2018

Abstract

Ondersteuning van rapporteur Ms Stella Kyriakides, Committee on Social Affairs, Health and Sustainable Development, Parlementaire Vergadering, Raad van Europa, bij de voorbereiding van haar rapport over "Orgaantransplantatietoerisme" door een exportmemorandum voor te bereiden over het onderwerp van orgaantransplantatietoerisme (vooral focussend op de huidige stand van zaken in Europa en wereldwijd, inclusief de kwesties terzake, de uitdagingen en de beleidsreacties die betrekking hebben op het onderwerp). Voorbereiding van een exportmemorandum over orgaantransplantatietoerisme voor rapporteur Ms Stella Kyriakides, Committee on Social Affairs, Health and Sustainable Development, Parlementaire Vergadering, Raad van Europa, oktober 2018. Presentatie van het expertmemorandum aan het Committee on Social Affairs, Health and Sustainable Development, Raad van Europa, 4 december 2018, Parijs.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het beginsel van de gelijkheid van burgers voor de openbare lasten: een algemene grondslag voor foutloze overheidsaansprakelijkheid? 01/10/2018 - 30/09/2020

Abstract

Dat een particulier de overheid aansprakelijk kan stellen als zij hem door een foutieve gedraging schade berokkent, wordt al geruime tijd aanvaard. Minder evident is de vraag of een particulier zijn schade kan afwentelen op de overheid wanneer deze geen fout kan worden verweten. Traditioneel, voornamelijk in verband met erfdienstbaarheden van openbaar nut, wordt deze vraag negatief beantwoord door de hoogste Belgische rechtscolleges: het loutere feit dat de overheid het particuliere eigendomsrecht in het algemeen belang beperkt, impliceert niet dat zij vergoeding verschuldigd is. Enkel de wetgever zou uitzonderingen kunnen voorzien op dit principe. Uit recente rechtspraak van diezelfde rechtscolleges blijkt echter dat de vergoedingsplicht van de overheid (minstens) in deze hypothese ook kan voortvloeien uit (de schending van) het beginsel van de gelijkheid van burgers voor de openbare lasten. De ontstaansgeschiedenis, het juridisch statuut, de toepassingsvoorwaarden, het toepassingsgebied, de gevolgen en de handhaving van dit beginsel worden op een inductieve, rechtsvergelijkende en inductieve wijze onderzocht door aspirant FWO Samuel De Winter, met het oog op de ontwikkeling van een algemene theorie omtrent foutloze overheidsaansprakelijkheid, vertrekkende vanuit in het algemeen belang opgelegde eigendomsbeperkingen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bio-ethiek: bescherming van de mensenrechten in de biogeneeskunde. 11/06/2018 - 25/09/2019

Abstract

Coördinatie van de werkzaamheden van de deskundigengroep voor het onderzoek van de wet van de Republiek Wit-Rusland nr. 28-З Over transplantatie van menselijke organen en weefsels van 4 maart 1997 (zoals gewijzigd in 2007, 2012 en 2015, evenals ontwerp-amendementen van 2018), vis-à-vis de naleving van de standaarden vastgelegd in de referentiedocumenten over transplantatie van de Raad van Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Bio-ethiek: bescherming van de mensenrechten in de biogeneeskunde. 11/06/2018 - 10/09/2018

Abstract

Consultancy dienstverlening met betrekking tot het onderzoek van de wet van de Republiek Wit-Rusland nr. 28-З Over transplantatie van menselijke organen en weefsels van 4 maart 1997 (zoals gewijzigd in 2007, 2012 en 2015, evenals ontwerp-amendementen van 2018), vis-à-vis de naleving van de standaarden vastgelegd in de referentiedocumenten over transplantatie van de Raad van Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geïnformeerde keuzes in grensoverschrijdende geschillen (IC2BE) 01/01/2018 - 31/12/2019

Abstract

Dit project onderzoekt de efficiënte invordering van grensoverschrijdende schulden. We onderzoeken vier Europese Verordeningen: de uitvoerbare titel, of EET (805/2004), het betalingsbevel (1896/2006), de Geringe Vorderingen-Verordening (861/2007), en de beslag-verordening (655/2014).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Vergoedingsfondsen: hun aard, functie en wettigheid 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Vergoedingsfondsen bieden vergoeding aan slachtoffers van ongevallen ongeacht of de schade te wijten is aan een fout. Fondsen zijn gecreëerd wegens de leemten die de drie klassieke vergoedingsbronnen vertonen, nl. het aansprakelijkheidsrecht, de private verzekeringen en de sociale zekerheid. Het is moeilijk de vele voordelen van vergoedingsfondsen niet te zien: vergoeding van slachtoffers die geen zware bewijslast moeten torsen, in een eenvoudige, snelle en administratieve wijze, en zonder ze te verplichten naar de rechter te stappen. Vergoedingsfondsen lijken een deus ex machina te zijn, nu het aantal fondsen sterk stijgt in België. Gelet op het succes van fondsen is het verrassend vast te stellen dat fondsen tot nu toe niet aan een globale, kritische analyse onderworpen zijn geweest. Dit onderzoeksproject heeft tot doel de fondsen te beoordelen in het licht van de mensenrechten, in het bijzonder het recht op toegang tot de rechter (nu bepaalde fondsen die toegang beperken) en het gelijkheidsbeginsel (nu er een ongelijke behandeling is tussen slachtoffers die wel of niet een beroep op een fonds kunnen doen). Bovendien zal worden onderzocht of fondsen hun doelstellingen bereiken:een redelijke schadevergoeding, makkelijke toegang, coherent en transparant. Tot slot zal dit project nagaan wie deze fondsen moet financieren: de overheid of de private sector.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Financieel toezicht in de verzekeringssector. 01/10/2017 - 31/12/2018

Abstract

Dit project onderzoekt hoe de omzetting van de Solvency II-richtlijn in de wet van 13 maart 2016 en de uitbreiding van de MiFID-gedragsregels naar de verzekeringssector de toets aan het proportionaliteitsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel kunnen doorstaan. Vanuit dit perspectief analyseert het onderzoek aldus zowel het prudentieel toezicht als het gedragstoezicht op de verzekeringssector. De doelstelling is om aanbevelingen te formuleren voor de wetgever enerzijds, en voor de Nationale Bank van België en de FSMA anderzijds.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het kind in procedures over internationale kinderontvoering in Europa (VOICE). 01/09/2017 - 31/08/2019

Abstract

Dit project onderzoekt hoe rechters de beste belangen van het kind beoordelen in hun rechtspraak over de terugkeer van ontvoerde kinderen. Onderzoek gebeurt in verschillende EU landen: België; Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Polen, Nederland, Spanje, Zweden, alsook van het Europees hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van Justitie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De functie van en de criteria voor intergenerationeel erfrecht. 01/01/2017 - 31/12/2020

Abstract

Op grond van het Belgische intestaaterfrecht zijn de afstammelingen erfgerechtigd. Het enige criterium voor deze erfgerechtigdheid is de juridische afstammingsrelatie, zodat verschillende gezinsvormen in de kou staan. Niettegenstaande de maatschappelijke evoluties (bv nieuw samengestelde gezinnen, homoseksuele koppels met kinderen, ea) kunnen enkel afstammelingen met een juridische afstammingsband tot de nalatenschap komen; biologische afstamming volstaat niet; sociaal ouderschap evenmin. De vestiging van een juridische afstammingsrelatie is bovendien voldoende; andere vereisten (zoals bijvoorbeeld behoeftigheid, afhankelijkheid of de band met de juridische ouder) bestaan niet. Zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als het Grondwettelijk Hof erkennen nochtans deze variëteit aan gezinssituaties. Ook in de omringende landen erkent de (civiele) wetgever dergelijke nieuwe gezinsvormen. Zelfs de Belgische wetgever doet dat, zij het vooralsnog in belendende domeinen, zoals het onderhoudsrecht of het fiscaal recht. Deze ontwikkelingen nopen tot reflectie over de functie en de criteria voor intergenerationeel ab intestaat erfrecht. Dit onderzoek focust op de vraag of juridische afstamming noodzakelijk én voldoende kan zijn om tot ab intestaat erfrechtelijke aanspraken te besluiten. Om deze vraag te beantwoorden zal de functie van intergenerationeel erfrecht worden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Orgaanhandel en mensenhandel met het oog op orgaanwegname: Een beschrijvende en kritische analyse van internationale juridische kaders en hun implementatie. 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Orgaanhandel – dit omvat meer bepaald het gebruik van financiële compensatie of andere illegale middelen om een orgaan te verkrijgen – is een fenomeen dat nationale regeringen, juridische experten en artsen zeer ernstige zorgen baart, omwille van de exploitatie die ermee gepaard gaat en zijn nadelige effecten op de integriteit van het transplantatiesysteem. De strijd tegen orgaanhandel is pas zeer recent een prioriteit geworden voor intergouvernementele mensenrechten-, veiligheids- en rechtshandhavingsorganisaties, zoals de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de Europese Unie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en Interpol. Als gevolg hiervan zijn verschillende internationale juridische instrumenten tot stand gekomen die commerciële transacties, dwang en fraude verbieden in het kader van orgaandonatie. In een parallelle juridische ontwikkeling is het verwijderen van organen ook opgenomen in de internationale juridische instrumenten die werden ontwikkeld in de strijd tegen mensenhandel. In navolging van deze bindende strafrechtelijke instrumenten inzake mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen en ter remediëring van hun tekortkomingen heeft de Raad van Europe recent een Verdrag tegen de Handel in Menselijke Organen aangenomen, waardoor een parallel strafrechtelijk regime tot stand kwam. Omwille van het zeer recente karakter van de strafrechtelijke regimes ontwikkeld met betrekking tot orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen, is er zeer grote belangstelling in (1) een duidelijke afbakening tussen beide types misdaad en (2) de wijze waarop de relevante juridisch bepalingen op dit moment geïmplementeerd worden en best geïmplementeerd zouden worden in de nationale wetgeving. Als gevolg van de heterogene oorsprong van beide juridische regimes bestaat er daarenboven aanzienlijke onduidelijkheid over een aantal cruciale juridische kwesties. Het voorgestelde onderzoek zal een grondige juridische analyse inhouden van de precieze reikwijdte en afbakening van de parallelle internationale wettelijke kaders die werden ontwikkeld rond orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen. Hierbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan het belang van het onlangs door de Raad van Europa aangenomen Verdrag tegen de Handel in Menselijke Organen, dat door België en enkele andere lidstaten van de Raad van Europa ondertekend werd op de ondertekeningsceremonie op 25 maart 2015. Vervolgens zal de normatieve geldigheid worden onderzocht van belangrijke beleidsopties in de implementatie van beide wettelijke regelingen. Dit zal een evaluatie behelsen van (1) de (on)wenselijkheid van de strafbaarstelling van donoren en/of ontvangers en (2) de omvang van de meldingsplicht vanwege artsen die geconfronteerd worden met orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen. Vervolgens zal een rechtsvergelijkende analyse worden uitgevoerd van relevante wetsbepalingen die nu in voege zijn in (a) België en de buurlanden, (b) Europese landen die betrokken zijn geraakt bij orgaanhandel en mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen (zoals Moldavië, Spanje en Turkije) en (c) niet-Europese landen die recent relevante wetsbepalingen hebben aangenomen (zoals de Verenigde Staten, Israel en Pakistan). Meer in het bijzonder zal dit een onderzoek inhouden van (1) de strafrechtelijke bepalingen inzake mensenhandel met het oog op het verwijderen van organen, (2) de strafrechtelijke bepalingen inzake orgaanhandel en (3) de beschermings- en preventieve maatregelen die momenteel in de nationale transplantatieregulering van toepassing zijn. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zullen ten slotte tekortkomingen en best practice voorbeelden worden geïdentificeerd en beleidsregels worden ontwikkeld voor de bevoegde nationale en internationale instanties over de wijze waarop de relevante bepalingen best kunnen worden geïmplementeerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De functie van en de criteria voor intergenerationeel erfrecht. 01/10/2016 - 30/09/2020

Abstract

Het Belgisch intestaat erfrecht tussen verschillende generaties is gebaseerd op juridische afstamming. Het enige criterium om intestaat te erven is dus de juridische bloedverwantschap. Dit criterium omvat echter verschillende familiale situaties niet. Vandaag is het maatschappelijk begrip van familiale relaties niet langer beperkt tot juridische afstammingsrelaties. Er is namelijk een tendens naar meer verschillende familiale relaties die worden ingevuld naar keuze, maar niet per se op een juridische manier vorm (kunnen) krijgen. Ondanks deze maatschappelijke evolutie, kunnen enerzijds kinderen die enkel een socio-affectieve of biologische band hebben met de overledene niet erven omwille van het noodzakelijke vereiste van juridische bloedverwantschap. Omdat juridische bloedverwantschap voldoende is om te erven -geen enkel andere criterium geeft recht op intestaat erfaanspraken-, worden anderzijds noch de financiële behoeftigheid van juridische bloedverwanten noch hun goede of slechte relatie met de erflater in rekening gebracht voor hun erfaanspraken. Nochtans houdt de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Belgisch Grondwettelijk hof in toenemende mate rekening met dergelijke verschillende familiale situaties. Er is dus een evolutie in deze rechtspraak om in mindere mate rechtsgevolgen te verbinden aan het loutere criterium van juridische afstamming. Deze evolutie is ook merkbaar in buitenlandse rechtsstelsels, zoals bv. in Nederland waar het mogelijk is om de erfrechtelijke aanspraken van stiefkinderen op gelijke voet te plaatsen met deze van juridische kinderen. Bovendien is in andere Belgische rechtsdomeinen juridische bloedverwantschap niet het enige criterium waaraan rechten zijn gekoppeld. Zo kunnen in het onderhoudsrecht biologische kinderen een onderhoudsvordering instellen tegen de nalatenschap van hun biologische ouder, wanneer zij financieel behoeftig zijn. Deze maatschappelijke en juridische tendensen leiden tot vragen naar de hedendaagse functie van en de criteria voor intergenerationeel erfrecht. Daarom zal in dit onderzoek worden nagegaan of juridische bloedverwantschap noodzakelijk is om te erven, en of het voldoende is om te erven. Om deze vragen te beantwoorden zal de functie van het erfrecht in de maatschappij worden bepaald.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Empowering Europese families. 01/08/2016 - 31/08/2017

Abstract

Empowering European Families (EEF) is een onderzoeksproject dat streeft naar harmonisatie van het (internationaal) privaatrecht in verband met contractmogelijkheden van gehuwde, geregistreerde of samenwonende partners in de EU.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar een onderdeel van het Belgisch familierecht, in het kader van een WODC-onderzoek naar vermogensbeheer bij minderjarigen. 24/12/2015 - 15/01/2016

Abstract

Dit project omvatte het Belgische rapport voor een onderzoek voor het WODC (Ministerie voor Veiligheid en Justitie NL) uitgevoerd door de Universiteit Groningen naar vermogensbeheer voor minderjarigen door hun ouders.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verwantschapsstudies en gezondheidsrecht. 01/12/2015 - 30/11/2020

Abstract

Mijn onderzoek spitst zich toe op de domeinen van orgaanhandel, draagmoederschap en experimentele geassisteerde voortplantingstechnologieën. Wat orgaanhandel betreft zal ik een juridische analyse maken van de evolutie en draagwijdte van het concept orgaanhandel en zal ik dit concept vergelijken met het concept van mensenhandel voor orgaanwegname. Dit zal worden gevolgd door een vergelijkende juridische analyse van nationale transplantatiereguleringen en strafrechtelijke bepalingen die nuttig zijn om deze types van misdaden tegen te gaan. Bovendien zal ik ook onderzoek doen naar de juridische en ethische analyse van belangrijke beleidsopties in de strijd tegen orgaanhandel. Met betrekking tot draagmoederschap zal ik onderzoek doen naar (de evolutie van) de regulering van draagmoederschap op supranationaal vlak en in België en een aantal andere landen. Speciale aandacht zal hierbij besteed worden aan het (vermeend) recht tot voortplanting, aan juridische problemen met betrekking tot de nationaliteit en afstamming van kinderen geboren als gevolg van internationale draagmoederschapsregelingen en aan de uitdagingen van commercieel draagmoederschap. Het laatste onderwerp focust zich op de juridische implicaties van experimentele geassisteerde voortplantingstechnologieën, met bijzondere aandacht voor baarmoedertransplantatie, mitochondrial replacement technology en artificiële gameten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Rechtzekerheid versus toegang tot een recher. 26/11/2015 - 31/12/2016

Abstract

SITUERING – In het recht kunnen partijen op verschillende manieren een geschil beëindigen: van louter onderhandelen tot de zaak bij een rechter brengen. Een courante wijze waarop partijen geschillen beëindigen, is door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Dit is een conventioneel mechanisme waarmee partijen zelf een definitief einde stellen aan een tussen hen gerezen geschil of onzekerheid. De belangrijke (psychologische) impact van deze overeenkomst mag niet worden onderschat. Partijen vermijden aanzienlijke advocatenkosten en een lange procesduur, aangezien er geen beroep op een rechter moet worden gedaan. Dit instrument kan dus binnen het kader van Alternative Dispute Resolution (ADR) worden geplaatst, een mindset die door Europa sterk wordt gestimuleerd. Het minnelijk regelen van schadegevallen wordt bij uitstek in de verzekeringssector gestimuleerd. Zo kent de wetgever in het verzekeringsrecht in bepaalde gevallen zelfs de plicht om een minnelijke schikking te treffen. Dit wordt in de praktijk gevolgd: in maar liefst 80 % van alle gevallen waarin men de rechtsbijstandverzekering aanspreekt, komt het tot een vorm van een vaststellingsovereenkomst. KNELPUNT: RECHTSZEKERHEID VERSUS TOEGANG TOT EEN RECHTER - Partijen willen zelf, door middel van een overeenkomst, maximale rechtszekerheid bekomen. Rechtszekerheid is de zekerheid die partijen willen dat het geschil definitief tot een einde komt. Zij willen dus een rechterlijke tussenkomst vermijden. Niettemin is er erg veel (tegenstrijdige) rechtspraak over deze overeenkomsten. Dit probleem zorgt voor een grote rechtsonzekerheid. Er is daarom dringend nood aan duidelijkheid over deze mechanismen, zodat partijen exact weten wat de (juridische) waarde van de door hen gesloten vaststellingsovereenkomst is en het gebruik van ervan kan toenemen. Een duidelijk juridisch kader kan de betrokkenen alleen maar ten goede komen. Aan de andere kant is het een fundamenteel mensenrecht dat elke burger toegang tot een rechter heeft. Dit principe is zowel in nationale als internationale rechtsbronnen gewaarborgd. Daarom is het logisch dat partijen een rechter niet zomaar buitenspel kunnen zetten. Toch is dit exact wat partijen willen bereiken met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Indien men echter elke toetsingsbevoegdheid van een rechter uitsluit, kan men manifeste misbruiken niet counteren. Maar waar ligt dan het evenwicht, noodzakelijk voor een rechtszekere en billijke oplossing? DOELSTELLING – Dit project heeft als doel om te onderzoeken hoe en in welke mate partijen zelf deze spanning kunnen remediëren door een nauwkeurige redactie van het contract om zo maximale (rechts)zekerheid te krijgen. Het project past binnen een ruimer doctoraatsonderzoek, ingebed in de Leerstoel Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht en de Onderzoeksgroep Persoon & Vermogen van de Faculteit Rechten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Meerouderschap, verwantschapsterminologie en de rol van het recht: een kritische analyse. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Dit project gaat na hoe terminologie over nieuwe soorten verwantschappen tot stand komt in een driehoeks-interactie tussen sociale praktijk, publieke opvatting en recht, en hoe die interactie de juridische regulering van verwantschap beïnvloedt. De focus ligt op meerouderschap, dat internationaal prominent op de beleidsagenda staat. Meerouderschap is er als meer dan twee ouders tegelijkertijd zijn verbonden met eenzelfde kind, op grond van biologie, familieleven, intentie, en/of juridisch, bv. ouderschapsprojecten van homo's en lesbiennes of Drie Personen IVF. Wij hebben niet de woorden om te betrokkenen aan te spreken en aan te duiden. Dit hindert de ontwikkeling van meerouderschap in sociale praktijk, publieke opvatting en recht. Het project zal daartoe onderzoeken welke leemtes er bestaan in de genoemde driehoeks-interactie om aan te geven welke strategieën de wetgever kan en moet volgen bij de ontwikkeling van een passend regelgevend kader. Het overstijgen van de binair-seksuele benadering van ouderschap zal toelaten verwantschapsstudies in het algemeen te ontwikkelen. Als law-in-context project ('civilologie') wordt een interdisciplinair methodologisch gehanteerd. Juridische onderzoeksmethoden gaan samen met wetgevingstheorie en verscheidene kwalitatieve onderzoeksmethoden. Dit project zal als eerste systematisch en interdisciplinair de verwantschapsterminologie over nieuwe soorten verwantschappen bestuderen en een regelgevende strategie voorstellen voor de erkenning van meerouderschap. Het project omvat 6 Werkpaketten, die haalbaar zijn want ingebed in de projecten van beide promotoren. W1 omvat een beschrijvende analyse van de theorieën over verwantschapsterminologie en/in het recht en over nieuwsoortige verwantschappen, i.h.b. meerouderschap. W2 is gewijd aan secundaire data-analyse en aan de analyse van verwantschapsterminologie in sociale praktijken en publieke opvattingen. W3 beoogt primaire data-verzameling en –analyse. W4 omvat een literatuurstudie over wetgevingstheorie, in het bijzonder de performatieve effecten van juridische etiketten. W5 biedt een rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijke wetgevende strategieën bij de erkenning van meerouderschap. W6 zal ten slotte de resultaten van W1-5 integreren met een kritische analyse van de driehoeks-interactie tussen sociale praktijken, publieke opvattingen en recht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voorbij het koppel: de dilemma's in regelgeving en beleidsuitdagingen van alleen-zijn, polyamorie en niet-seksuele huishoudens. 01/10/2015 - 30/11/2015

Abstract

Dit project richt zich op de vraag hoe de staat moet omgaan met familieformaties die niet beantwoorden aan de dominante matrix van het liefdespaar, en in het bijzonder hoe hij de uitdagingen en moeilijkheden van deze formaties in recht en beleid kan vertalen. Het project richt zich op alleen-zijn, polyamorie en niet-seksuele huishoudens in België, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Het zal gebruik maken van diverse wetenschappelijke methoden en bronnen: rechtstheorie, sociaal-wetenschappelijke data, doctrine en focusgroepen. Voortbouwend op de resultaten mijn eerste drie jaar als FWO Pegasus MC Fellow, zal dit project een perspectief en gevalstudie bieden voor een kernvraag voor het hedendaagse overheidsbeleid: welke wettelijke en beleidsinstrumenten kunnen of moeten uitgevaardigd om om te gaan met seksuele en sociaal-culturele verschillen? Het onderzoek zal worden gevoerd in vier werkpakketten. WP1 omvat een literatuurstudie die een fundament moet leggen voor de overige WP's. WP2 zal gebruik maken van etnografische bevindingen om een beeld te schetsen van de familieformaties waarop dit project betrekking heeft. WP3 zal een gedetailleerde analyse omvatten van de beeldvorming in de media over die formaties gedurende de afgelopen 5 jaar. WP4 zal ten slotte ingaan op de regulerende rol van de staat ten opzichte van de privaatautonomie van burgers in het aangaan en vormen van hun relaties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Rechtsvergelijkend onderzoek meerouderschap en meeroudergezag. 15/01/2015 - 01/07/2015

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Grensoverschrijdende procesvoering in Europa: Wetgevend kader voor Internationaal Privaatrecht, de nationale rechterlijke instanties en het Hof van Justitie van de Europese Unie . 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Expertisesessies voor het Steunpunt Internationaal Privaatrecht. 01/08/2014 - 30/09/2014

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Kruispunt Migratie-Integratie vzw . UA levert aan Kruispunt Migratie-Integratie vzw de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Gezondheidsrecht en Gezondheidsethiek (AHLEC). 01/01/2014 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Leerstoel Aansprakelijkheidsrecht en Verzekeringsrecht (ALLIC). 01/01/2014 - 31/12/2020

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de opdrachtgever. UA levert aan de opdrachtgever de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verkrijgende verjaring. 01/10/2013 - 30/09/2017

Abstract

Verkrijgende verjaring is een oorspronkelijke wijze van eigendomsverkrijging: iemand die gedurende een bepaalde termijn het bezit heeft van een zakelijk recht (eigendom of een beperkt zakelijk recht zoals bv. vruchtgebruik), verkrijgt dat recht. Het huidige Belgische wetgevend kader voor verkrijgende verjaring is vrij complex en onlogisch. Bovendien plaatst recente rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens deze problematiek internationaal in een nieuw daglicht en in de belangstelling. Het onderwerp heeft een groot praktisch belang (bv. aankoop van een goed (bv. gestolen wagen) waarbij naderhand de verkoper niet de eigenaar blijkt te zijn; samenwoners of erfgenamen die in het bezit komen van waardevolle goederen (bv. waardepapieren) alsook discussies m.b.t. de revindicatievordering in beslagprocedures). Dit onderzoeksvoorstel beoogt een coherente, duidelijke en rechtsvergelijkend onderbouwde theorie aan te reiken met de nodige (beleids)aanbevelingen door middel van een fundamentele studie van de verkrijgende verjaring, met een grondige en kritische analyse van de twee constitutieve voorwaarden bij verkrijgende verjaring: bezit en termijn. Het onderzoek analyseert enerzijds op kritische wijze het bestaande systeem van de verkrijgende verjaring, met bijzondere aandacht voor de verantwoording van het huidige systeem en toetst anderzijds de conformiteit ervan met nationale en internationale bronnen alsook zijn actualiteitswaarde. De centrale onderzoeksvraag luidt: In welke mate is het huidige wettelijke kader inzake de verkrijgende verjaring, gelet op nationale en internationale evoluties, houdbaar en welke aanpassingen kunnen worden voorgesteld?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Aansprakelijkheidsverzekeringen: tussen bescherming en preventie. 01/10/2013 - 30/09/2017

Abstract

Aansprakelijkheidsverzekeringen zijn goed ingeburgerd in onze samenleving, wat blijkt uit het grote aantal verplichte (bv. autoverzekeringen) en facultatieve verzekeringscontracten (bv. gezinsaansprakelijkheidsverzekeringen). Aansprakelijkheidsverzekeringen beschermen de verzekerden tegen de financiële gevolgen van een eventuele aansprakelijkheid. Dit is belangrijk, gelet op het feit dat het belang van het aansprakelijkheidsrecht toeneemt, nu vele slachtoffers menen recht te hebben op schadevergoeding. De fout blijft de basis van het aansprakelijkheidsrecht, hoewel er steeds meer objectieve aansprakelijkheden worden ingevoerd, vaak gekoppeld aan een verzekeringsplicht. Niettemin kan het "verzekerd zijn" leiden tot moral hazard, waarmee bedoeld wordt dat het minder belangrijk is om zorgvuldig te handelen wanneer de gevolgen van foutief gedrag op een verzekeraar kunnen worden afgewenteld. Verzekeraars hebben nood aan instrumenten om dergelijk gedrag tegen te gaan. De bescherming van de verzekerden enerzijds en het tegengaan van onzorgvuldig gedrag anderzijds, vraagt een gebalanceerde aanpak van de wetgever. Te veel klemtoon leggen op bescherming kan onder meer tot te lage premies leiden, terwijl te veel nadruk op preventie bv. te veel uitsluitingen kan impliceren. Dit project onderzoekt de balans tussen beide elementen in het Belgische verzekeringsrecht en is erop gericht voorstellen de lege ferenda te formuleren. Gelet op het maatschappelijk belang van dit onderwerp en het feit dat moral hazard verwijst naar het gedrag van verzekerden, is niet enkel een juridische analyse noodzakelijk maar ook een empirische benadering (rechtspsychologisch en rechtssociologisch). Dit project onderzoekt het wettelijk kader van aansprakelijkheidsverzekeringen en in het bijzonder de vraag of ze voldoende bescherming bieden. Nu moral hazard uitgaat van de veronderstelling dat verzekerden de polisvoorwaarden kennen, moet onderzocht worden of dat zo is. De theorie van legal consciousness zal hiertoe de leidraad zijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Francqui Leerstoel 2012-2013 Prof. Simon Deakin. 01/10/2012 - 30/09/2013

Abstract

Op voorstel van de Universiteit, kent de Francqui-Stichting elk jaar twee Francqui-Leerstoelen toe aan de UAntwerpen. Deze zijn bedoeld om de uitnodiging mogelijk te maken van een Professor van een andere Belgische Universiteit of uit het buitenland, voor een reeks van tien lesuren. De Francqui-Stichting betaalt aan de titularis van een Francqui-Leerstoel het honorarium voor deze tien lessen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Expertisesessies voor het steunpunt Internationaal privaatrecht. 30/04/2012 - 30/06/2012

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds Kruispunt Migratie-Integratie vzw . UA levert aan Kruispunt Migratie-Integratie vzw de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Groepsverzekeringen: nieuwe uitdagingen voor de wetger? 01/01/2012 - 31/12/2012

Abstract

Groepsverzekeringen spelen een essentiële rol in de tweede pensioenpijler, nu zij er meestal toe leiden dat een werknemer een bijkomend kapitaal of rente verwerft na zijn pensionering. De wetgever heeft een specifieke reglementering uitgewerkt in de Wet Landverzekeringsovereenkomst, die steeds meer onder druk komt te staan door uitspraken, wetgeving en evoluties in andere rechtsdomeinen. Bedoeling van dit Klein Project BOF is om de problemen in kaart te brengen en via wetenschappelijk onderzoek voorstellen de lege ferenda, te formuleren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Groepsverzekeringen en huwelijksvermogensrecht: een mislukt huwelijk? 01/01/2012 - 31/12/2012

Abstract

Deze KP BOF-aanvraag beoogt fundamenteel, intradisciplinair onderzoek over de gevolgen van groepsverzekeringen op het huwelijksvermogensrecht. Niettegenstaande de veelvuldige toepassing ervan in de praktijk, leidt de huidige regeling tot grote rechtsonzekerheid, onder meer doordat zij reeds meermaals onverenigbaar werd bevonden met het Grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Het KP BOF project beoogt deze praktijk eerst in kaart te brengen en vervolgens de regeling grondig en kritisch te analyseren en te evalueren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Opportuniteiten en gevolgen van de ratificatie door België van het UNIDROIT '95 verdrag inzake gestolen en illegaal uitgevoerde cultuurgoederen. 12/12/2011 - 12/10/2012

Abstract

De opdracht omvat de redactie van een advies over de (1) wenselijkheid van de ratificatie door België van het UNIDROIT-Verdrag betreffende gestolen of onrechtmatig geëxporteerde goederen (1995); (2) de consequenties van de eventuele niet-ratificatie en (3) de consequenties van de eventuele ratificatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Luisternetwerk van notarissen. Persoonlijke en patrimoniale planning voor zorgenkinderen. 16/08/2011 - 30/11/2011

Abstract

Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Koning Boudewijnstichting. UA levert aan de Koning Boudewijnstichting de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Internationaal privaatrecht: de scheidingslijn tussen europese en nationale regels 01/01/2011 - 31/12/2012

Abstract

De bedoeling van dit Klein Project is om mijn onderzoek over de precieze scheidingslijn tussen Europese en nationale regels van internationaal privaatrecht (IPR) uit te bouwen. Mijn doctoraatsthesis (2005) had dit als onderwerp. Sedertdien blijven de vragen over de afstemming van Europese en nationale regels zich (toenemend) stellen. In de eerste plaats wil ik Belgische rechterlijke uitspraken waarin bestaande EU-wetgeving op het gebied van het internationaal privaatrecht wordt toegepast, in een databank te verzamelen. In de eerste fase wordt de databank best intern opgebouwd, om later eventueel publiek te worden gemaakt. De Katholieke Universiteit Leuven heeft in 2003 een website opgericht om Belgische rechtspraak waarin de Europese IPR-regels worden toegepast, kenbaar te maken aan het ruimere publiek. Op dat moment werkte ik mee aan de databank als AAP-lid aan die Universiteit. Het huidig Instituut voor Internationaal Privaatrecht heeft echter beslist om een punt te zetten achter het onderhouden van de databank, en ook om de registratie van de domeinnaam niet te verlengen. Men is bereid om de domeinnaam aan mij over te dragen. Het lijkt me opportuun om deze databank bij te werken en verder uit te bouwen. België heeft op dit moment nog geen omvattende centrale databank van (gepubliceerde en ongepubliceerde) rechtspraak, hoewel sommige andere landen dit wel hebben. Het opzetten van een databank met IPR-rechtspraak zal nuttig zijn voor advocaten en voor academische onderzoekers in België en in andere landen. Het toevoegen van Engelstalige samenvattingen maakt de data beschikbaar voor een breder publiek. De databank kan dan ook bijdragen tot het uniform interpreteren van de Europese instrumenten. Het proces van uniformering van de IPR-regels in the EU staat immers niet los van een correcte en uniforme toepassing van deze regels in de praktijk (bijvoorbeeld door de rechtbanken). Voor het verzamelen van rechtspraak en het invoeren in de databank, worden best jobstudenten ingeschakeld. Naast de databank zou ik ook graag een studiedag over het IPR in april 2011 willen bijwonen (en mogelijk meerdere studiedagen) en boeken kopen die relevant zijn voor het onderzoek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt Gelijkekansenbeleid. 01/01/2010 - 31/12/2011

Abstract

Het steunpunt wil de Vlaamse overheid wetenschappeiijk ondersteunen op het vlak van gelijke kansen. Dit gebeurt door op een geïntegreerde manier multidisciplinaire expertise en onderzoekspotentieel te ontwikkelen en ter beschikking stellen. Tevens wii het steunpunt de gegevens, de analyses en onderzoeksresultaten gestructureerd en gericht ontsluiten naar de doelgroepen, andere actoren en het brede publiek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het juridische statuut van het ongeboren menselijke leven. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Het juridische statuut van het ongeboren menselijke leven is naar huidig recht onzeker en betwist. Het doel van dit proefschrift is na te gaan welk (algemeen) juridisch statuut aan dit leven behoort toe te komen. Hiertoe wordt eerst een analyse gemaakt van de huidige juridische bescherming van het menselijke leven vanaf het ogenblik van de bevruchting tot aan de geboorte. Daarnaast zal ook het juridische persoonsbegrip grondig worden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het juridisch-ethisch statuut van menselijk lichaamsmateriaal, in het bijzonder organen en weefsels. 01/07/2009 - 30/06/2013

Abstract

Zowel voor therapeutische als onderzoeksdoeleinden is afgestaan menselijk lichaamsmateriaal zeer waardevol, bv. bloed, sperma, eicellen, organen en weefsels. Doel van het project is na te gaan wat het juridisch - ethisch statuut is van afgestaan lichaamsmateriaal, wat de argumenten pro en contra zijn tegen commercialisering van afgestaan lichaamsmateriaal en wat de rol is van de overheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Dwarsverbindingen tussen publieke en private verzamelingen van hedendaagse beeldende kunst. 01/02/2009 - 31/12/2010

Abstract

Private verzamelaars van hedendaagse beeldende kunst ontwikkelen veeleer eigen juridische structuren voor opbouw, beheer en overdracht van hun verzameling, dan synergie te zoeken met publieke verzamelingen. Het ontbreekt de overheid aan een efficiënt instrumentarium om wederzijdse dwarsverbindingen tot stand te brengen. Een onderzoek naar het private resp. publieke instrumentarium moet toelaten betere dwarsverbindingen mogelijk te maken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Werken aan een betere levenskwaliteit van personen met dementie en hun omgeving. 18/07/2008 - 30/11/2008

Abstract

Met het project wil de Koning Boudewijnstichting bijdragen tot een verbetering van de levenskwaliteit van mensen die lijden aan dementie en hun omgeving door het beeld van de ziekte te veranderen, met als achtergrond de manier waarop de ziekte wordt beleefd, de autonomie, de verbondenheid en de afhankelijkheid van de persoon in de verschillende stadia van de ziekte. Daarbij zullen vooral de zorgverlening en het juridische apparaat diepgaand worden onderzocht. Dit deelproject omvat de reactie van een rapport over het juridische apparaat, waarin knelpunten worden aangekaart m.b.t. het beheer van goederen en m.b.t. de toepassing van de wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke (zowel problemen waarmee patiënten of hun familie geconfronteerd worden als die ontmoet door andere actoren: vrederechters, notarissen, artsen, voorlopige bewindvoerders...) en waarin aanbevelingen worden geformuleerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het medisch-ethisch-juridisch statuut van stamcellen en stamcelonderzoek. 01/10/2007 - 14/09/2012

Abstract

Doel van het project is op zoek te gaan naar de toegangs-,kwaliteits-en veiligheidsvoorwaarden van stamcelonderzoek, in het licht van ethisch ¿ juridische beginselen als de autonomie van de persoon en de beschermwaardigheid van embryo's, in interactie met de voortdurende evolutie van de geneeskunde op dit vlak.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het juridische statuut van het ongeboren menselijke leven. 01/10/2007 - 30/09/2009

Abstract

Het juridische statuut van het ongeboren menselijke leven is naar huidig recht onzeker en betwist. Het doel van dit proefschrift is na te gaan welk (algemeen) juridisch statuut aan dit leven behoort toe te komen. Hiertoe wordt eerst een analyse gemaakt van de huidige juridische bescherming van het menselijke leven vanaf het ogenblik van de bevruchting tot aan de geboorte. Daarnaast zal ook het juridische persoonsbegrip grondig worden onderzocht.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Monitoring van de kwaliteit van zorgen rond levensbeëindiging in Vlaanderen. (MELC-study) 01/09/2006 - 01/09/2010

Abstract

Het doel van de studie is tweevoudig. Eerst wil de studie de zorgbeslissingen aan het einde van het leven evalueren in de medische praktijk in Vlaanderen, en deze gegevens vergelijken met de gegevens in Nederland. Verder wenst de studie kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen voor zorg en beslissingen aan het levenseinde.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De positie van de psychiatrische patiënt in de patiëntenrechtenwet. 01/10/2005 - 30/09/2006

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Modern Europees familierecht: het Zuid-Afrikaanse voorbeeld. 01/05/2005 - 31/12/2006

Abstract

De Europese instellingen zijn niet rechtstreeks bevoegd op het gebied van het materiële familierecht. Toch kan het bestaan van een Europees familierecht niet worden ontkend. De inhoud ervan is op het eerste gezicht vrij conservatief, zodat hij de moderne evoluties in de gezinsvorming niet opvangt. Aan de hand van vergelijkbare ontwikkelingen in Zuid-Afrika, wordt in dit onderzoek nagegaan hoe het Europese familierecht met gebruik van de beschikbare instrumenten kan moderniseren.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Onderzoek naar de rechtspraak inzake bestaansminimum en maatschappelijke dienstverlening (deel 2003). 01/01/2003 - 31/12/2003

Abstract

Analyse van vonnissen en arresten van arbeidsgerechten betreffende het bestaansminimum (federaal) en sociale dienstverlening (OCMS's) in België. Jaarlijkse publicatie.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Installatiekrediet nieuwe ZAP. 01/01/2003 - 31/12/2003

Abstract

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Verslagen

Hieronder vindt u een overzicht van de beschikbare verslagen van onderzoeksprojecten gevoerd door leden van de onderzoeksgroep.

2019