Wat houdt het in om heilig te leven? Heeft dit te maken met de manier waarop je omspringt met dat wat je als geboorterecht is ingegeven? Of gaat het eerder om een specifieke instelling in het leven? Behelst het vooral het afwijzen van materiële rijkdom? De Schotse Margaret of Margaretha Sinclair werd geboren in een arme familie in 1900 te Edinburgh en heeft door haar ervaringen als arbeidster een imago verworven van hulpvaardige, bescheiden en vriendelijke fabrieksmedewerker, en later als devote zuster in de Orde der Clarissen onder de naam Maria Francisca van de Vijf Wonden. Door familie, vrienden en kennissen werd ze in ieder geval steeds zo getypeerd. Margaret geloofde zelf bovendien dat ze de aanwezigheid van God, Maria, Jozef en haar engelbewaarder vaak voelde (Agius 58-59).

(1) The Little Flower of Scotland

(2) The Angel of the Factory

(3) Het belang van Imagovorming

(4) Zuster Maria Francisca van de Vijf Wonden

(5) Margarets Moderne Mirakel: Haar Nalatenschap

Op bovenstaande devotieprenten ziet men een afbeelding van Margaret waarin ze omringd wordt door bloemenmotieven in het ene geval en zich begeeft op de voorgrond van een fabrieksuitzicht in beide gevallen. Allebei de motieven hebben op hun eigen wijze betrekking op de levenssituatie en ook de nalatenschap van Margaret, zoals in de volgende video’s duidelijk zal worden. Verder is er op haar gezicht de karakteristieke weemoedige, sobere blik te lezen die haar volgens tijdgenoten zo sierde. Door haar omgeving werd ze duidelijk getypeerd als iemand enorm onzelfzuchtig, en dan vooral wanneer het aankwam op de zorg voor haar zenuwzieke moeder: “‘Moeder, ik wilde, dat ik een groot meisje was, om voor u te kunnen werken en te kunnen helpen.’ Ze was toen drie jaar oud. Die neiging om zich zelf te vergeten zou het kenmerk blijven van gansch haar leven” (Kerkhove 8). Een ander voorval met haar moeder wordt ook beschreven:

Moeder Sinclair was fel onderhevig aan neerslachtigheid, veroorzaakt wellicht door haar verzwakt zenuwgestel. Toen het gebeurde dat zij van die buien kreeg, knielde Margaretha dan naast haar neer, en smeekte: ‘Moeder, niet aan toegeven!’ En toen haar moeder bedreigde haar te slaan, omdat ze altijd hetzelfde herhaalde, zei ze: ‘Sla mij maar, moeder, maar geef er niet aan toe’. (Kerkhove 9)

Al op 25-jarige leeftijd overleed Margaret aan tuberculose, nadat ze vrijwillig in contact was gekomen met een zieke persoon, kort na haar intrede als zuster bij de Arme Clarissen. Ook dit versterkt het hedendaagse beeld van haar als martelaar. In de volgende korte video’s worden Margarets leven en lijden gecontextualiseerd aan de hand van enkele kernbegrippen als boete, deprivatie en het inzetten van de bruidsmystiek als alternatief voor een traditioneel huwelijk. Dit verhaal wordt opgebouwd rond een aantal devotieprenten en andere bronnen uit de bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap. Vooral historisch gezien is de rol van zulke prenten niet te onderschatten, aangezien ze het ook voor ongeletterde gelovigen mogelijk maakten om hun geloof en devotie op zichtbare wijze te beleven, wat in ieder geval relevant is in het kader van Margarets arbeidersachtergrond.