Sociale Wetenschappen

Doctoraatsverdedigingen

Doctoraatsverdediging Evelien Willems (Departement Politieke Wetenschappen) - Balanceren tussen het vertegenwoordigen van de organisatorische achterban en het grote publiek: Een analyse van belangengroepen hun functioneren als intermediair tussen burgers en publieke beleidsvorming. - 25/02/2021

English abstract

How and the extent to which interest groups impact public policy is a core controversy in political science. On the one hand, interest groups hold the potential to function as intermediaries between citizens and policymakers thereby advancing policies closely connected to societal concerns. On the other hand, many groups are considered to bias public policy in favor of the happy few and to detract from the public interest. Lobbying scandals making news headlines invigorate concerns on the negative impact of interest group involvement in public policymaking.

This dissertation addressed this controversy by examining when and how interest groups connect the policy preferences of the general public with the policymaking process in each step of the influence production process. Specifically, I analyze the extent to which interest groups incorporate the citizen preferences in their positions (mobilization stage), how groups’ alignment with public opinion affects access to advisory councils, news media prominence (advocacy activities and access stage) and advocacy success (influence stage).

Results, based on comprehensive news and policy content analyses of 110 specific issues and a representative survey with Belgian interest groups, indicate that interest groups constantly walk a tightrope between, on the one hand, acting on their members and supporters’ preferences and, on the other hand, trying to influence public policy through the strategic alignment with public opinion. While broad public support helps interest groups to influence public policy, securing ties with members and supporters is vital for interest group maintenance and survival. This dissertation demonstrates that close constituency involvement often results in defending positions with scant public support and consequently can hamper groups’ access to advisory councils, limits the benefits of media prominence, and decreases the chances of advocacy success. These constraining effects of close constituency engagement in advocacy activities are especially pronounced on politicized issues; on salient and conflictual issues on which many interest groups mobilize. Hence, the active engagement of members and supporters is especially an asset to gain policy access and exert influence when policy issues are decided upon out of the public spotlight and when the scope of conflict remains limited. Interest groups that do enjoy broad public support, in contrast, can more easily put pressure on policymakers in a politicized context. Politicization elevates electoral and legitimacy concerns among policymakers and thus heightens their demand of broad societal support.

In sum, politicization and the strong involvement of constituencies can put interest groups’ intermediary function between the general public and policymakers under strain, but when interest groups enjoy broad public support it can also help them influence policy.

Nederlands abstract

Hoe en in hoeverre belangengroepen het overheidsbeleid beïnvloeden, is een kerncontroverse in de politieke wetenschappen. Enerzijds hebben belangengroepen het potentieel om als intermediair tussen burgers en beleidsmakers te fungeren en zo beleid te bevorderen dat nauw verband houdt met maatschappelijke bezorgdheden. Anderzijds worden veel groepen geacht het beleid te beïnvloeden ten gunste van slechts enkele geprivilegieerden en afbreuk te doen aan het algemeen belang. Lobbyschandalen die de krantenkoppen halen, versterken de bezorgdheid over de negatieve impact van de betrokkenheid van belangengroepen bij de beleidsvorming.

Dit proefschrift ging in op deze controverse door te onderzoeken wanneer en hoe belangengroepen de beleidsvoorkeuren van het grote publiek verbinden met het beleidsvormingsproces in elke stap van het invloedsproductieproces. Specifiek analyseer ik in hoeverre belangengroepen de beleidsvoorkeuren van burgers in hun standpunten opnemen (mobilisatiefase), hoe steun van de publieke opinie de toegang tot adviesraden en prominentie in nieuwsmedia kan verklaren (belangenbehartiging en toegangsfase) en het uiteindelijke succes van belangenbehartiging beïnvloedt (invloedsfase).

Resultaten, gebaseerd op uitgebreide nieuws- en beleidsinhoudsanalyses van 110 specifieke beleidskwesties en een representatieve enquête onder Belgische belangengroepen, tonen aan dat belangengroepen voortdurend balanceren tussen enerzijds het handelen op basis van de voorkeuren van hun leden en achterban en anderzijds, proberen het overheidsbeleid te beïnvloeden door middel van strategische afstemming met de publieke opinie. Terwijl brede publieke steun belangengroepen kan helpen om beleid te beïnvloeden, is het veiligstellen van banden met leden en achterban essentieel voor het voortbestaan van belangenorganisaties. Dit proefschrift toont aan dat nauwe betrokkenheid van de achterban vaak leidt tot het verdedigen van een standpunt met weinig publieke steun en bijgevolg de toegang van groepen tot adviesraden kan belemmeren, de voordelen van media-aandacht beperkt en de kans op succes van belangenbehartiging verkleint. Deze beperkende effecten van de nauwe betrokkenheid van de achterban bij belangenbehartigingsactiviteiten zijn vooral uitgesproken bij gepolitiseerde kwesties; bij kwesties die veel aandacht trekken, een hoge mate van conflict genereren en waarop veel belangengroepen mobiliseren. Daarom is de actieve betrokkenheid van leden en achterban vooral een troef om toegang tot het beleid te krijgen en invloed uit te oefenen wanneer beleidskwesties buiten de publieke schijnwerpers worden beslist en wanneer de omvang van het conflict beperkt blijft. Belangengroepen die wel een breed maatschappelijk draagvlak genieten, kunnen daarentegen gemakkelijker druk uitoefenen op beleidsmakers in een gepolitiseerde context. Politisering verhoogt beleidsmakers hun bezorgdheid over electorale vergelding en de legitimiteit van beleid, en verhoogt daarmee hun vraag naar brede maatschappelijke steun.

Kortom, politisering en de sterke betrokkenheid van de achterban kunnen de intermediaire functie van belangengroepen tussen het grote publiek en beleidsmakers onder druk zetten, maar wanneer belangengroepen brede maatschappelijke steun genieten kan dit hen ook helpen beleid te beïnvloeden.

Doctoraatsverdediging Louis Volont (Departement Sociologie) - Shapeshifting: The Cultural Production of Common Space - 29/01/2021

Doctoraatsverdediging Louis Volont (Departement Sociologie & Culture Commons Quest Office)

Shapeshifting: The Cultural Production of Common Space

  • Promotoren: Prof. Pascal Gielen & Prof. Walter Weyns
  • Vrijdag 29 januari 2021, 9u30

Wil je de online verdediging bijwonen? Geef dan een seintje voor 19 januari aan Louis Volont.

Abstract

As the neoliberalization of our cities continues apace, a growing group of opponents assumes merit in the concept of ‘common space’. In common space, use and collectivity take precedence over profit and expert authorship. Whilst a growing body of scholarship construes such common spaces as pre-existing areas or buildings to be reclaimed from capitalist command, less attention has gone to how they are raised from scratch. In order to fill this void, this study explores how common spaces are produced within the current conditions of urban development. In so doing, it follows the lead of a specific breed of architect: the one working at the crossroads of cultural activism and community organizing.

In-depth interviewing and participatory observation allow to present the possibilities and pitfalls of space-commoning in a variety of cities. At the Public Land Grab (London), a derelict piece of urban land was transformed into a community farm. At Pension Almonde (Rotterdam), a social housing complex became a locus for cultural production. At Montaña Verde (Antwerp), a plaza was turned into a co-created piece of public art. Data from collectives such as the Atelier d’Architecture Autogérée (Paris), Raumlabor (Berlin) and Zuloark (Madrid) are highlighted as well. Transversally, the voyage is guided by Henri Lefebvre’s theory of the production of space.

Results are threefold. First, the distinction between Symbiotic and Oppositional Commoning is proposed, resulting in a ‘Taxonomy of Tactics’. Second, the relation between urban commoners and municipal institutions is refined by advocating agonism. Finally, Lefebvre’s lexicon is mobilized in order to explore the cross-fertilization between urban commoning and political action. Overall, this dissertation puts the human imagination at the centre of the city. It will therefore be of value to scholars, artists and activists with an interest in the creative dimension of the built environment.