Onderzoeksgroep

Centrum voor Onderzoek naar Ecologische en Sociale verandering (CRESC)

Expertise

Dr. Ann Crabbé is senior onderzoeker en lid van de onderzoeksgroep Milieu & Samenleving van de Universiteit Antwerpen. Ann heeft een diploma kandidaat in de sociologie (1998), licentiaat in de bestuurswetenschappen (2000) en is doctor in de politieke en sociale wetenschappen (2008). Haar doctoraatsthesis ging over de institutionalisering van stroomgebiedbeheer en integraal waterbeleid in Vlaanderen. De introductie en evolutie van ‘new modes of governance’, het verklaren van institutionele stabiliteit en verandering, en de ontwikkeling en toepassing van methoden voor beleidsevaluatie zijn haar belangrijkste onderzoeksthema’s.

Proces- en inhoudelijke ondersteuning bij de voorbereiding van de omgevingsrapportage door het departement Omgeving. 22/04/2021 - 31/10/2021

Abstract

Deze opdracht heeft tot doel de afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO) procesmatig en inhoudelijk te ondersteunen bij de voorbereiding van de opdracht van omgevingsrapportage. Universiteit Antwerpen zorgt voor inspiratie voor de omgevingsrapportage door bevraging van interne en externe stakeholders en door het bijeenbrengen van goede praktijken op basis van gerichte documentenanalyse. De verzamelde informatie wordt geanalyseerd en geïnterpreteerd en leidt o.m. tot de identificatie van basisvoorwaarden voor deugdelijke omgevingsrapportage en het voorspiegelen van aan aantal (if-then) scenario's voor de omgevingsrapportage in Vlaanderen. De resultaten van deze opdracht beogen de opdrachtgever te inspireren voor het samenstellen van een uitvoeringsbesluit en het meerjarig werkprogramma. Gelet op inlevermomenten van deze twee documenten, zijnde najaar 2021 voor het uitvoeringsbesluit en eind 2021 voor het meerjarig werkprogramma, wordt voorzien in terugkoppeling over tussentijdse resultaten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

InnoFiNS. Implementatie van innovatieve financiering voor nature-based solutions in Vlaamse steden. 01/12/2020 - 30/11/2024

Abstract

Steden dienen een belangrijke rol op te nemen in strategieën voor klimaat adaptatie en mitigatie. Er is een groeiend noodzaak om natuurgebaseerde oplossingen (NBO) met groene, blauwe en hybride stedelijke infrastructuur te ontwikkelen die klimaatverandering op een geïntegreerde, systemische en duurzame manier benaderen. Hoewel investeringen in NBO's erg kosteneffectief blijken te zijn in het bereiken van milieu- en maatschappelijke doelen, zijn de publieke budgetten in Vlaanderen hiervoor ontoereikend. Dit leidt tot een groeiende kloof tussen investeringen en noden. De publieke onderfinanciering staat in scherp contrast met de beschikbaarheid van private middelen voor investeringen. NBO projecten hebben vaak zeer hoge aanvangskosten en kennen erg diffuse baten op lange termijn die niet gemakkelijk te vertalen zijn naar inkomstenstromen. Er zijn dus nieuwe verdienmodellen noodzakelijk die private investeringen kunnen activeren, binnen de Vlaamse context. In dit project onderzoeken we drie nieuwe vormen van innovatieve financiering door reële NBO business cases te ontwikkelen via baatafroming, impactfinanciering en volksfinanciering via initial coin offerings (ICOs). Nieuwe financierings- en verdienmodellen staan echter niet op zichzelf en hebben een relatie met planningsinstituties en processen. Om een realistische en holistische aanpak te ontwikkelen, willen we een trans- en interdisciplinair onderzoek opzetten, waarbij de financieringsinstrumenten worden geëvalueerd op hun ruimtelijke, juridische, beleidsmatige, economische en sociale impact. Via de leeflabs kunnen we de ruimtelijke, juridische, institutionele en sociale impact geïntegreerd evalueren en het nut optimaliseren voor maatschappelijke gebruikers. Dit project zal worden geïntegreerd in het FWO-SBO voorstel Innofins indien het toegekend word. De SEP middelen zullen worden aangewend ter financiering van één onderzoeksspoor uit het voorstel en de aanstelling van een post doctoraal onderzoeker ter voorbereiding van een gelijkaardige onderzoeksaanvraag.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Solidariteit in klimaatadaptatiebeleid: naar meer sociaal-ruimtelijke rechtvaardigheid onder toenemende meervoudige risico's (SOLARIS) 01/12/2020 - 01/03/2024

Abstract

SOLARIS gaat over social-ruimtelijke (on)rechtvaardigheid in klimaatadaptatiebeleid. De hypothese is dat er sociale en ruimtelijke ongelijkheden bestaan die de implementatie van klimaatadaptatiebeleid bedreigen, alsook de gelijkwaardige deelname van geïmpacteerde burgers. Meerdere potentiële sociale onrechtvaardigheden kunnen voorkomen onder klimaatverandering, alsook bij de uitvoering van klimaatadaptatiebeleid: i) onrechtvaardigheid in de mate waarin burgers blootgesteld zijn aan (toegenomen) risico's; ii) onrechtvaardigheid in de mate waarin burgers kunnen bijdragen aan het voorkomen van risico's en het (uit)voeren van klimaatadaptatiebeleid; iii) verschillen in de mate waarin burgers besluitvorming kunnen beïnvloeden, en iv) onrechtvaardigheid in het vermogen om antwoord te bieden aan klimaatverandering en/of zich eraan aan te passen. Begrijpen hoe deze onrechtvaardigheden ontstaan en impact hebben en begrijpen wie welke voor- en nadelen heeft, is belangrijk om sociaal aanvaard en rechtvaardig klimaatadaptatiebeleid te voeren. Dit geldt in het bijzonder voor overstromingen: één van de meest voorkomende klimaat- en weer-gerelateerde oorzaken van schade in Europa. Bekeken door de lens van overstromingsrisicobeheer, evalueren we het ontwerp van klimaatadaptatiebeleid en de instrumenten die worden ingezet om het risico van extreme (weer- en klimaat-)events te beperken. SOLARIS concentreert zich op volgende overstromingsrisicostrategieën: (1) overstromingspreventie, (2) het opvangen van water om de impacts van overstromingen te beperkingen en (3) voorbereiding op/herstel na overstromingen. SOLARIS werkt met een casestudiebenadering. Daarin worden per land twee cases onderzocht, cases waarin klimaatadaptatiebeleid is uitgevoerd (in het verleden) en cases waarin deelnemers nog steeds deelnemen aan het implementatieproces. SOLARIS omvat multidisciplinair onderzoek in vier landen (België, Engeland, Finland en Frankrijk) en tracht twee onderzoeksvragen te beantwoorden. I) Hoe kunnen we sociaal-ruimtelijke ongelijkheden die te maken hebben met de uitvoering van klimaatadaptatiebeleid in kaart brengen en beoordelen? We verkennen welke factoren maken dat specifieke groepen minder betrokken zijn in klimaatadaptatiebeleid en analyseren de verdelende impact daarvan. Ii) Hoe worden ongelijkheden aangepakt door adaptatiebeleid? We onderzoeken welke solidariteitsmechanismen worden geïmplementeerd en hoe geïmpacteerde groepen worden betrokken in adaptatiebeleid. Betrokkenheid in beleidsprocessen wordt geëvalueerd op basis van burgerparticipatie in het proces van besluitvorming en beleidsimplementatie. SOLARIS heeft zowel wetenschappelijke als maatschappelijke doelen. Het project beoogt conceptuele en analytische benaderingen te ontwikkelingen om sociaal-ruimtelijke (on)rechtvaardigheid van klimaatadaptatiebeleid te onthullen en wil beleids- en besluitvormingsprocessen bestuderen om beleidsmakers te ondersteunen in het betrekken van een groot aantal stakeholders (incl. burgers). Het project beoogt de huidige stand van de wetenschap verder te brengen door kaders te ontwikkelen voor het identificeren en analyseren van sociaal-ruimtelijke ongelijkheid in klimaatadaptatiebeleid. Dit is relevant om aanbevelingen te kunnen formuleren over hoe beleid meer rekening kan houden met sociaal-ruimtelijke ongelijkheid en deze kan beperken. SOLARIS omvat multi-disicplinair onderzoek (vanuit de rechten, sociologie, geografie en ruimtelijke planning). Het consortium brengt onderzoekers van vier landen samen (België, Engeland, Finland en Frankrijk).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Advies m.b.t. impactindicatoren op Europees niveau in het kader van het HBM4EU-project - deel 2. 01/12/2017 - 31/01/2018

Abstract

Het betreft een adviserende opdracht rond het identificeren en formuleren van impact indicatoren voor de ontwikkeling van een humaan biomonitoringsprogramma op het Europese niveau, in de context van het HBM4EU project.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ontwikkeling van indicatoren voor de toegevoegde waarde van HBM voor het milieu & gezondheidsbeleid in Vlaamse, nationale en in Europese context. 01/05/2017 - 30/04/2018

Abstract

Dit project beoogt, op basis van een bevraging van de veronderstelde doelstellingen van humane biomonitoring (HBM), een set indicatoren te ontwikkelen die toelaat een beoordeling te maken van de toegevoegde waarde van HBM in Vlaanderen, niet alleen voor de Vlaamse context maar ook voor de nationale en Europese context.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Advies m.b.t. impactindicatoren op Europees niveau in het kader van het HBM4EU project. 09/02/2017 - 31/12/2017

Abstract

Het betreft een adviserende opdracht rond het identificeren en formuleren van impact indicatoren voor de ontwikkeling van een humaan biomonitoringsprogramma op het Europese niveau, in de context van het HBM4EU project.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Effectiviteitsanalyse van het waterbeleid. 01/09/2016 - 31/05/2017

Abstract

In het offerteverzoek worden vragen gesteld bij de effectiviteit van het Vlaamse waterkwaliteitsbeleid. Bereiken we de doelen wel en doen we dat met de juiste middelen (instrumenten)? Hoe zit het met de doel-middel ratio: werken we wel efficiënt met onze schaarse middelen? En achterliggend klinkt de bezorgdheid: hoe gaan we in tijden van budgettaire schaarste, de (dure) rekening van het waterkwaliteitsbeleid blijven betalen? Dit onderzoeksproject beoogt een eerste verkenning te maken van de effectiviteit van het gevoerde overheidsbeleid, door het bijeenbrengen van bestaande informatie over de beleidseffectiviteit en het bevragen van experts (deskundigen binnen de overheid en academische experts). Deze eerste verkenning is belangrijk als input voor en ter voorbereiding van het maatschappelijk debat dat de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid, in samenwerking met de maatschappelijke adviesraden, op latere termijn zal organiseren. We onderlijnen dat dit onderzoek, voornamelijk gebaseerd op expert judgement, slechts een deel van het antwoord kan bieden op de effectiviteitsvraag. De ambitie van het onderzoek is uitdrukkelijk niet om een technische, cijfermatige analyse te maken van de effectiviteit van het beleid. De ambitie is wel een sociaal-constructivistische analyse te maken waarin, op basis van argumenten en overwegingen van deskundigen en de overkoepelende reflecties van de onderzoekers, een kwalitatieve analyse wordt gemaakt van het waterkwaliteitsbeleid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Uitvoeren van SWOT analyse van de milieubeleidsevaluatie in Vlaanderen. 01/09/2015 - 17/12/2015

Abstract

Het Vlaams Evaluatieplatform (VEP) organiseert op 17 december 2015, naar aanleiding van het internationaal jaar van de evaluatie, een studiedag waarin de ontwikkelingen inzake beleidsevaluatie gedurende het voorbije decennium worden besproken. Het VEP wil een reflectie brengen over wat was, wat is, en wat de toekomst brengt inzake beleidsevaluatie. De dienst MIRA, onderdeel van de Vlaamse Milieumaatschappij en expert leefmilieu, natuur en energie in het organiserend comité van VEP, werd aangesproken om: (1) een presentatie of werktekst aan te leveren met een SWOT-analyse voor leefmilieu, natuur en energie en (2) tijdens de studiedag een parallelle sessie te organiseren van anderhalf uur, over leefmilieu, natuur en energie. In dat kader is de Universiteit Antwerpen geëngageerd voor een onderzoeks- en begeleidsopdracht waarin volgende stappen worden gezet: (1) een klein aantal interviews bij een aantal sleutelactoren in het beleidsdomein om de SWOT-elementen te helpen identificeren; (2) verwerking van de resultaten in een draftnotitie, voor feedback naar de sleutelactoren, en (3) een participatief opzet van de sessie over leefmilieu op 17 december, met voorstelling van de SWOT-resultaten en één of twee bijdragen 'uit het veld', gevolgd door een panelgesprek rond statements die stimulerend zijn voor verbetering van de organisatie rond milieubeleidsevaluatie in Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Begeleidingsopdracht product-dienstsystemen. 01/01/2015 - 31/12/2016

Abstract

De onderzoeks- en begeleidings-opdracht "economie van de toekomst" wordt uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen in opdracht van The Shift vzw, een platform dat partnerschappen tussen zijn leden stimuleert en helpt bij co-creatie van een duurzamere samenleving en economie. Het onderzoek bouwt verder op het visievormend werk dat door KBC-milieudenktank ARGUS werd ontwikkeld in 2015. Het doel van deze studie is tweeledig. Eerst en vooral beoogt het rapport 'Economie van de toekomst. Visies en opportuniteiten voor een duurzaamheidstransitie' bij te dragen aan de visievorming over hoe de duurzaamheidstransitie op economisch vlak eruit ziet. Door de veelheid aan expertentaal rond de economie van de toekomst (circulaire economie, deeleconomie, sociale innovatie, 'next economy'…), zien mensen het bos niet altijd meer door de bomen. Scherpte krijgen in de discussie over welke visie we hebben over de economie van morgen is daarom belangrijk. Ten tweede ambieert het rapport 'werven' te identificeren: concrete ideeën en startpunten om samenwerking te stimuleren rond knelpunten voor de economie van morgen. De werven zijn gesitueerd in de domeinen van (1) bewustwording, ook bedrijfsintern; (2) bedrijfsexterne ondersteuning, in de vorm van financiering of aansprakelijkheidsregelingen, (3) ruimtelijke aspecten van de economie van de toekomst, bv. via distributie en logistiek in steken en (4) het opruimen van wettelijk-fiscale barrières.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De wisselwerking tussen besluitvormingsprocessen binnen het huishouden, genderrelaties en klimaatadaptatiebeleid. Een quasi-experimentele impactstudie in de Morogoro Regio, Tanzanië. 01/10/2012 - 30/09/2016

Abstract

Dit onderzoek sluit aan bij één van de meest prominente onderwerpen op de ontwikkelingsagenda voor de komende decennia, met name, klimaatsverandering en meer bepaald de noodzaak aan doeltreffend adaptatiebeleid in ontwikkelingslanden. Het onderzoek vertrekt vanuit de vaststelling dat adaptatiebeleid zich tot op heden veelal richt op huishoudens en er dus impliciet vanuit gaat dat het huishouden functioneert als een soort van neutrale intermediaire tussen het beleid en individuen. Deze veronderstelling gaat voorbij aan het onderzoek inzake intrahuishoudelijke allocatie dat heeft aangetoond dat het huishouden veelal niet opereert als een eenheid met één nutsfunctie en één gemeenschappelijk huishoudelijk budget maar eerder als een arena van zowel coöperatief gedrag als conflict. Op basis van wetenschappelijk onderbouwde empirische evidentie wordt tegenwoordig aangenomen dat besluitvorming binnen het huishouden het best kan gemodelleerd worden als een onderhandelingsproces tussen individuen met verschillende preferenties en onderhandelingsmacht. Verkeerdelijk uitgaan van een unitaire visie en interventies richten op het huishouden zonder rekening te houden met verschillende preferenties en conflict binnen het huishouden heeft in het verleden vaak geleid tot een falend beleid. Sterk uiteenlopende preferenties en gedrag, vaak gestructureerd langs lijnen van 'gender', bestaan op verschillende domeinen, en niet in het minst inzake de omgang met natuurlijke hulpbronnen en de manier en intensiteit van adaptatie. Ondanks deze vaststelling is er tot heden relatief weinig kruisbestuiving tussen onderzoek betreffende klimaatsadaptatie en literatuur inzake intrahuishoudelijke allocatie. Dit onderzoek richt zich specifiek op deze lacune en beoogt om de analyse van adaptatiegedrag en -beleid te versterken via inzichten over intrahuishoudelijke allocatie en besluitvormingsprocessen. Het onderzoek zal specifiek inzoomen op het adaptatiebeleid inzake landbouwgewassen en waterbeheer in de Rwenzori regio in Uganda, een gebied dat sterk onder druk staat door toenemende klimaatsverandering. Het is de bedoeling om de impact te vergelijken van adaptatie-interventies die marginaal van elkaar afwijken en die (impliciet) vertrekken vanuit verschillende assumpties inzake huishoudens. Meer bepaald zal de doeltreffendheid en impact vergeleken worden van interventies die zich richten op huishoudens (en dus het huishouden beschouwen als een eenheid) met interventies die specifiek gericht zijn op vrouwen (en dus veronderstellen dat mannen en vrouwen niet noodzakelijk dezelfde preferenties en besluitvormingsmacht hebben). Het empirisch onderzoek zal een quasi-experimentele onderzoeksopzet hanteren om de interne onderzoeksvaliditeit te verhogen. Kwantitatieve methodes van dataverzameling (enquêtes) zullen gecombineerd worden met kwalitatieve methodes om meer inzicht te krijgen in de onderliggende causale mechanismen en percepties van mannen en vrouwen. Het onderzoek beoogt bij te dragen aan de relatief schaarse basis aan wetenschappelijk solide impactstudies betreffende adaptatiebeleid. Deze studie is vooral relevant binnen een context waarin er in toenemende mate erkend wordt dat doeltreffende adaptatie niet enkel beïnvloed wordt door technologische innovatie maar ook grotendeels bepaald wordt door lokale (gender)normen en instituties.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Versterking en herziening van Europese praktijken bij overstromingsgevaar. Naar aangepaste en duurzame beleidsafspraken inzake overstromingsrisco's (STAR-FLOOD). 01/10/2012 - 31/03/2016

Abstract

Dit onderzoeksprogramma beoogt overheden en andere stakeholders in kwetsbare stedelijke aglomeraties in Europa te ondersteunen door gepaste en resiliënte beleidsarrangementen voor overstromingsrisicobeheer te identificeren en te ontwerpen. Het finale doel van het programma is ontwerpprincipes te ontwikkelen voor zulke arrangementen en daaruit implicaties af te leiden voor beleid en regelgeving op de schaal van de Europese Unie, haar lidstaten, regionale overheden en publiek-private partnerschappen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Steunpunt Milieu - Duurzaam Materialenbeheer (SuMMa) (2012-2015) . 01/01/2012 - 31/12/2015

Abstract

Als één van de drie pijlers van het Vlaams Materialen Programma, onderzoekt het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer (SuMMa) hoe de transitie naar Duurzaam Materialenbeheer tot stand gebracht kan worden. Hoe kan het gedrag in de maatschappij bijgestuurd worden zodat hedendaagse materiaalnoden vervuld kunnen worden zonder het natuurlijk systeem te ontwrichten of toekomstige belangen in het gedrang te brengen? Hoe kunnen de milieu effecten van materialen over de hele levenscyclus beperkt worden? Binnen SuMMa is UA verantwoordelijk voor de cluster "Systeemanalyse" en draagt daarmee bij tot het verduidelijken van de onderliggende maatschappelijke en politieke mechanismen die het transitieproces aansturen. De transitie naar een duurzamer materialenbeheer wordt vanuit twee kernvragen benadert. De eerste kernvraag gaat over het bepalen en het afperken van het duurzaam materialen systeem. Wat bedoelen actoren als ze spreken over Duurzaam Materialenbeheer? Wat zijn de verschillen tussen de verschillende stakeholders? Wat is de rol van de overheid in deze transitie? De tweede kernvraag gaat over het internationaal en Europees niveau. Wat zijn de thema's die op Europees vlak naar voren komen over Duurzaam Materialenbeheer en hoe positioneert Vlaanderen zich in dit internationaal netwerk?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Externe evaluatie van de MIRA-publicatie 'Milieuverkenning 2030'. 23/08/2010 - 31/12/2010

Abstract

In december 2009 publiceerde de Vlaamse Milieumaatschappij, meer bepaald het team verantwoordelijk voor de milieurapportering (het MIRA-team), het rapport Milieuverkenning 2030. De Milieuverkenning 2030 bevat een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen van het milieu volgens een aantal relevant geachte scenario's, zowel bij ongewijzigd als bij gewijzigd beleid. In dit onderzoeksproject onderzoekt de Universiteit Antwerpen hoe deze publicatie werd ontvangen bij het doelpubliek. Het MIRA-team wil: (1) een duidelijk beeld over de wijze waarop de lezers van de Milieuverkenning 2030 het document evalueren, zowel wat betreft de inhoud, het proces als de vormgeving, (2) weten of de Milieuverkenning 2030 een goede insteek geeft voor het milieubeleid in Vlaanderen en het maken van strategische keuzes op langere termijn, en (3) concrete suggesties voor een conceptnota die zal ontwikkeld worden met het oog op een nieuwe editie van de Milieuverkenning, te publiceren in 2013.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Governance van klimaatadaptatie in Vlaanderen. 15/04/2010 - 31/03/2011

Abstract

Dit project is het vervolg op de voorstudie "Evaluability assessment van het Vlaams klimaatadaptatiebeleid" die eerder werd uitgevoerd. De vraag die in dit onderzoek centraal staat, is: hoe gaat Vlaanderen - ondanks of niettegenstaande wetenschappelijke onzekerheden - aan de slag met het probleem van de klimaatadaptatie? Ageert Vlaanderen, en welke overwegingen maakt het daarbij? Welke factoren remmen het adaptatieproces en welke factoren zijn stimulerend?

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluability assessment van het Vlaams klimaatadaptatiebeleid. 15/12/2009 - 28/02/2010

Abstract

De evaluability assessment heeft tot doel, in samenspraak tussen het MIRA-team en de Universiteit van Antwerpen: - lnititatieven te nemen die het engagement van de betrokkenen in het onderzoek verzekeren; - Antwoorden te formuleren op vragen en opmerkingen die rijzen bij het onderzoek om vervolgens (in coproductie tussen MlRA en de UA) oplossingen of alternatieven uit te werken. - Praktische afspraken te maken over timing van het onderzoek en datatoelevering. De evaluability assessment heeft niet tot doel de wenselijkheid van het onderzoek te beoordelen maar wel de modaliteiten ervan te bepalen na verkenning van de huidige (beleids)context.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Evaluatie opmaak bekkenbeheerplannen. 04/05/2009 - 28/08/2009

Abstract

Deze opdracht heeft tot doel op basis van een evaluatie elementen voor verbetering te leveren voor de volgende plancycli van de bekkenbeheerplannen. Gefinancierd door de afdeling Haven- en Waterbeleid van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, worden een 20tal interviews afgenomen met belangrijke actoren in het integraal waterbeleid. De aandacht wordt toegespitst op het proces en de organisatie van de planvorming; verbetervoorstellen worden verzameld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Open raam op innovatieve materiaaltechnologie voor een duurzaam Vlaams productielandschap. 01/12/2008 - 30/06/2013

Abstract

Het project wil bedrijven stimuleren om hun processen en producten duurzamer te maken door weloverwogen toepassing van materiaaltechnologie. Daartoe zet het project consortium achtereenvolgens vier stappen. Eerst onderzoeken we welke hefbomen voor bedrijven van belang zijn om te kunnen starten met het gebruik van innovatieve materialen. We zoeken en beschrijven diverse concrete voorbeelden. Bedrijven die over hun ervaringen willen getuigen, benaderen we met interviews en een mini-enquête. De lessen die we trekken uit de bevraging van concrete bedrijven maken we bekend aan een breed geïnteresseerd publiek. Als de betrokken bedrijven daarmee instemmen, worden hun getuigenissen gecommuniceerd tijdens workshops. We hopen dat de presentatie van getuigenissen en succesverhalen andere bedrijven stimuleert om zelf nieuwe inspanningen te leveren voor duurzaam ondernemen, via de toepassing van innovatieve materialen in processen en producten. Bedrijven die zich geïnteresseerd tonen in de toepassing van nieuwe materiaaltechnologieën willen we graag een eindje op weg helpen. Om de specifieke mogelijkheden in een concreet bedrijf te verkennen, onderzoeken we het groeipotentieel van (geïnteresseerde) bedrijven op het gebied van duurzaam materiaalgebruik. Daarvoor ontwikkelen we in dit project een opportuniteitsscan. In een volgende en laatste stap nemen we opportuniteiten inzake innovatief materiaalgebruik samen met de bedrijven op. Onze materiaalexperts ondersteunen de betrokken bedrijven bij het uitwerken van hun businesscase. Dat gebeurt in een zogenaamd implementatietraject. We schenken daarbij gelijke aandacht aan de drie dimensies van duurzaamheid: planet, people en profit. Samengevat, 1) door in te zoomen a) op de betekenis die bedrijven zelf toekennen aan duurzaamheid en b) op redenen en overwegingen van bedrijven om bepaalde materiaaltechnologieën te gebruiken, en 2) door ons te concentreren op kennisdiffusie naar en tussen bedrijven, willen we doordringen tot de 'maakindustrie' in Vlaanderen, en dit met het oog op het realiseren van duurzame ontwikkeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website