Grenzeloos: Een West-Europese canon van romans in een veranderend medialandschap (1471 – ca. 1550) 01/10/2017 - 30/09/2021

Abstract

Door de uitvinding van de boekdrukkunst kon middeleeuwse verhalende literatuur gemakkelijker verspreiding vinden . In West-Europa ontstond zo een transnationale canon van populaire romans. De bestudering van deze verhalen als groep overstijgt de beperktheid van nationale filologen en geeft inzicht in het internationale succes en de regionale verscheidenheid van deze verhaalstof.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

De maat van het Middelnederlands: reconstructie van het ritme en de prosodie van Middelnederlandse literatuur, een datagedreven benadering 01/10/2017 - 30/09/2019

Abstract

Wat bedoelen we wanneer we zeggen dat het ritme van een literaire tekst "hortend" of "vloeiend" is? En wat zijn de eigenschappen van letterkundige werken die "makkelijk in het geheugen blijven hangen"? De ritmische eigenschappen van literatuur worden doorgaans met intuïtieve en vage termen beschreven en dat is zeker het geval voor de Middelnederlandse letterkunde. De vele berijmde teksten uit de vroegste periode van onze literatuurgeschiedenis worden vaak beschreven in termen zoals de hierboven genoemde. Maar vaak is het onduidelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Met dit onderzoek willen we deze intuïtieve en daardoor ook mogelijk subjectieve beweringen wetenschappelijk toetsen en expliciteren. Voor het eerst zullen we computationele technieken aanwenden om de ritmische eigenschappen van Middelnederlandse teksten te onderzoeken. Aangezien deze technieken onbevooroordeeld zijn, kan subjectiviteit worden uitgeschakeld. Zo moet het mogelijk zijn een precies en expliciteerbaar inzicht te krijgen in de ritmische eigenschappen van literaire teksten. Voor de eerste keer zullen we de redenen voor bepaalde intuïtieve observaties precies kunnen beschrijven. We zullen ons daarbij niet beperken tot de analyse van individuele teksten, maar ook de ritmes in diverse literaire genres met elkaar vergelijken. Zonder te verdwalen in een jungle van vage impressies zullen we b.v. in staat zijn aan te geven op welke wijze beroemde teksten als "Vanden vos Reynaerde"en "Karel ende Elegast" zich in ritmisch opzicht van elkaar onderscheiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

De maat van het Middelnederlands: reconstructie van het ritme en de prosodie van Middelnederlandse literatuur, een datagedreven benadering. 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Wat bedoelen we wanneer we zeggen dat het ritme van een literaire tekst "hortend" of "vloeiend" is? En wat zijn de eigenschappen van letterkundige werken die "makkelijk in het geheugen blijven hangen"? De ritmische eigenschappen van literatuur worden doorgaans met intuïtieve en vage termen beschreven en dat is zeker het geval voor de Middelnederlandse letterkunde. De vele berijmde teksten uit de vroegste periode van onze literatuurgeschiedenis worden vaak beschreven in termen zoals de hierboven genoemde. Maar vaak is het onduidelijk wat er precies mee wordt bedoeld. Met dit onderzoek willen we deze intuïtieve en daardoor ook mogelijk subjectieve beweringen wetenschappelijk toetsen en expliciteren. Voor het eerst zullen we computationele technieken aanwenden om de ritmische eigenschappen van Middelnederlandse teksten te onderzoeken. Aangezien deze technieken onbevooroordeeld zijn, kan subjectiviteit worden uitgeschakeld. Zo moet het mogelijk zijn een precies en expliciteerbaar inzicht te krijgen in de ritmische eigenschappen van literaire teksten. Voor de eerste keer zullen we de redenen voor bepaalde intuïtieve observaties precies kunnen beschrijven. We zullen ons daarbij niet beperken tot de analyse van individuele teksten, maar ook de ritmes in diverse literaire genres met elkaar vergelijken. Zonder te verdwalen in een jungle van vage impressies zullen we b.v. in staat zijn aan te geven op welke wijze beroemde teksten als "Vanden vos Reynaerde"en "Karel ende Elegast" zich in ritmisch opzicht van elkaar onderscheiden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Periodisering in de literatuurgeschiedenis: een computationeel model van de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. 01/10/2015 - 30/11/2015

Abstract

In literaire geschiedschrijving is het gebruikelijk dat onderzoekers historische gebeurtenissen opdelen in periodes (bv. de romantiek). Dit proces heet periodisering en wordt beschouwd als een belangrijke taak in het historisch literair onderzoek. Niettegenstaande de grote relevantie hiervan, is periodisering een controversiële aangelegenheid: sommige bijzonder invloedrijke modellen worden beschouwd als een erfenis uit de negentiende eeuw, en hun hedendaagse relevantie wordt niet zelden in vraag gesteld. Het doel van dit project bestaat eruit een computationeel model te ontwikkelen van de evolutie van de Nederlandstalige literatuur in de Lage Landen (13e tot 20e eeuw). Dit diachroon model zal technieken gebruiken uit de computationele tekstanalyse ('Distant Reading') om veranderingen op te sporen inzake de stilistische en thematische eigenschappen van teksten. Het is belangrijk dat dit een data-gedreven model is, dat niet zal vertrekken vanuit bestaande, mogelijk vooringenomen hypotheses. Dit model zal zorgvuldig geïnterpreteerd worden tegen het achterdoek van de bestaande, traditionele vakbeoefening in literaire studies. Op deze wijze kunnen we tot een beter begrip komen van de validiteit van bestaande periodiseringsvoorstellen inzake de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Dit project draagt zo bij aan het intensieve, internationale debat over de integratie van van traditionele 'close reading'-methodes, en moderne computationele methodes voor Distant reading.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Digitale Geesteswetenschappen Vlaanderen. 01/01/2015 - 31/12/2019

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. Digital Humanities – Vlaanderen Deze onderzoeksgemeenschap staat in het teken van de Digital Humanities, waarin onderzoekers nagaan hoe computationele techieken het traditionele onderzoek binnen de geesteswetenschappen kunnen verbeteren en ondersteunen. De digitale geesteswetenschappen zijn een interdisciplinair initiatief, waarin men methodologische vernieuwing centraal stelt en vaak samenwerkingen aangaat tussen de alfa- en betawetenschappen. Door de toenemende beschikbaarheid van digitale gegevensbanken in de geesteswetenschappen, wordt algemeen erkend dat de Digital Humanities momentum hebben. Toch stellen de digitale geesteswetenschappen onderzoekers nog voor belangrijke uitdagingen: digitale vaardigheden, zoals programmeren worden vaak nog niet aangeboden binnen de traditionele onderwijscurricula. Bovendien is het onderzoekslandschap vaak nog versnipperd, omdat onderzoekers, ondanks hun gemeenschappelijke methodologische interesses, een heel verschillende achtergrond hebben. Door het organiseren van netwerkactiviteiten en trainingsevenementen zal deze onderzoeksgemeenschap toelaten om de aanwezige expertise beter te exploiteren en Vlaanderens positie in het internationale DH-gemeenschap te versterken. Het feit dat deze onderzoeksgemeenschap bijzonder breed wordt gedragen door 20 onderzoekseenheden uit binnen- en buitenland, onderstreept het aanzienlijke potentieel van deze onderzoeksgemeenschap in Vlaanderen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Retoriek in reisbeschrijvingen: de constructie van geloofwaardigheid in Tvoyage van Mher Joos van Ghistele (ca. 1490). 01/10/2013 - 30/09/2016

Abstract

Dit onderzoek beoogt te achterhalen welke stilistische, retorische en narratieve technieken werden betrouwbaarheid op te bouwen in Tvoyage van Mher Joos van Ghistele, het verslag van de vierjarige reis naar het Oosten (1481-1485) van Gents edelman Joos van Ghistele (†1516). Door vergelijking met andere Europese reisverhalen over het Oosten (ca. 1450-1510) zal de positie worden bepaald die Tvoyage op dit vlak inneemt ten opzichte van zijn tijdgenoten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geschiedenis (her)schrijven in vroegmodern Mechelen: tekstgenese en gradaties van auteurschap in een vroegmoderne stedelijke kroniektraditie. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd waren kronieken de manier bij uitstek om het verleden te bewaren voor toekomstige generaties. Het voorgestelde onderzoek focust op een Mechelse stadskroniek die om twee redenen uitzonderlijk interessant is. 1) De tekst biedt in tegenstelling tot andere stadskronieken uit de Nederlanden een doorlopende geschiedenis van de stad Mechelen, geput uit literaire bronnen (o.a. epiek, lyriek). 2) De tekst is overgeleverd in onderling sterk verschillende versies die zichtbare wijzigingen bevatten. Drie van deze handschriften zijn bovendien autografen, die de lezer een zeldzame blik bieden in het hoofd van een vroegmoderne auteur. Dit onderzoek problematiseert de houding die verschillende bewerkers en kopiisten aannamen ten opzichte van de tekst, tegen de achtergrond van de historische context waarin elke versie gesitueerd moet worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De gedaanteverandering van de Middelnederlandse verhalende literatuur in de eerste decennia van de boekdrukkunst (ca. 1477-ca. 1540). 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Een middeleeuws Styloom? Een verkenning van de Universele Styloom-Hypothese in middeleeuws proza. 01/10/2012 - 30/09/2015

Abstract

Computergestuurd onderzoek binnen de kwantitatieve stijlleer of stylometrie heeft geleid tot de "Styloom-hypothese": de niet-bewezen aanname dat iedere auteur zo een individuele schrijfstijl heeft dat dit "stilistisch DNA" kwantitatief kan gemodeleerd worden. In dit project wordt casusgewijs getoetst in welke mate deze aanname opgaat voor middeleeuwse literatuur. Dat is uitdagend, want middeleeuwse teksten bevatten veel variatie (bv. spelling) die niet teruggaan op de oorspronkelijke auteur van teksten, maar op latere kopiisten. Dit onderzoeksproject legt de nadruk op twee casussen. Ten eerste zal ik de stylometrie toepassen op Brabantse geestelijke teksten uit de dertiende en veertiende eeuw (o.m. Hadewijch en Jan van Ruusbroec). Ten tweede zal ik de stijl bestuderen van Latijnse literatuur uit de elfde eeuw van Anglo-Vlaamse herkomst (o.m. Drogo, Goscelinus).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Literatuur in wording: voorgeschiedenissen van een modern concept (12e-18e eeuw). 01/01/2012 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel. Bedoeling is de specifieke betekenis te expliciteren die literair-wetenschappelijke concepten als "literatuur", "fictie", "publiek" e.d. bij de studie van middeleeuwse en vroegmoderne teksten kunnen hebben.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Betrouwbare reisbeschrijvingen: de literaire technieken van Tvoyage van Mher Joos van Ghistele (ca. 1490). 01/10/2011 - 01/01/2014

Abstract

Dit onderzoek beoogt te achterhalen welke stilistische, retorische en narratieve technieken werden betrouwbaarheid op te bouwen in Tvoyage van Mher Joos van Ghistele, het verslag van de vierjarige reis naar het Oosten (1481-1485) van Gents edelman Joos van Ghistele (†1516). Door vergelijking met andere Europese reisverhalen over het Oosten (ca. 1450-1510) zal de positie worden bepaald die Tvoyage op dit vlak inneemt ten opzichte van zijn tijdgenoten.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geschiedenis (her)schrijven in vroegmodern Mechelen: tekstgenese en gradaties van auteurschap in een vroegmoderne stedelijke kroniektraditie. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd waren kronieken de manier bij uitstek om het verleden te bewaren voor toekomstige generaties. Het voorgestelde onderzoek focust op een Mechelse stadskroniek die om twee redenen uitzonderlijk interessant is. 1) De tekst biedt in tegenstelling tot andere stadskronieken uit de Nederlanden een doorlopende geschiedenis van de stad Mechelen, geput uit literaire bronnen (o.a. epiek, lyriek). 2) De tekst is overgeleverd in onderling sterk verschillende versies die zichtbare wijzigingen bevatten. Drie van deze handschriften zijn bovendien autografen, die de lezer een zeldzame blik bieden in het hoofd van een vroegmoderne auteur. Dit onderzoek problematiseert de houding die verschillende bewerkers en kopiisten aannamen ten opzichte van de tekst, tegen de achtergrond van de historische context waarin elke versie gesitueerd moet worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De Middelnederduitse 'Flos unde Blankeflos'. Tekst, codex en context. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Dit receptieonderzoek beoogt te achterhalen op welke wijzen de tekstuele samenstelling van de vijf codices die de Middelnederduitse Flos unde Blankeflos bevatten de receptie van deze tekst beïnvloedt en hoe de handschriften hierin overeenkomen en verschillen. Eerst wordt de overlevering van de tekst onderzocht, tot slot worden tekst en codex t.o.v. de Middelnederduitse literatuur en de Europese Floire et Blanchefleur-traditie besproken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het eindrijm in de Middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500): ontwikkeling, verhouding tot auteurspersoonlijkheid en samenhang met genres. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Dit project onderzoekt het eindrijm in de Middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500). Aan de hand van drie onderzoeksvragen wil ik de ontwikkeling ervan in kaart brengen, zijn relevantie voor auteursherkenning bepalen en zijn samenhang met genres onderzoeken. Vanuit een breder literair-historisch perspectief wordt daarbij telkens de vraag gesteld hoe onderscheidend of creatief Middelnederlandse auteurs zich in hun werk opstelden. De methodologie die ik wil gebruiken is computergebaseerd en geautomatiseerd (cf. Hinskens & Van Dalen-Oskam 2007). Het project is op die manier afgestemd op de omvang van het onderzoeksmateriaal en de complexiteit van de onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Zij hebben voordere ende breedere inden gheest ende personnelic ghereist": de positie van het laatmiddeleeuwse reisverslag Tvoyage van Mher Joos van Ghistele (ca. 1490) in de middeleeuwse etnografie. 01/10/2010 - 30/09/2011

Abstract

Dit onderzoek focust op Tvoyage van Mher Joos van Ghistele (ca. 1490), het omvangrijke laatmiddeleeuwse reisverhaal van de al even uitgebreide reis van Vlaams edelman Joos Van Ghistele (¿1516) naar het Nabije Oosten (1481-1485), dat zowel in handschrift als in druk werd overgeleverd en voortreffelijk werd uitgegeven (Gaspar 1998). De ontsluiting van de tekst in de druk en herdrukken van Tvoyage (1557, 1563, 1572) geeft blijk van een encyclopedische receptie. Door vergelijkende analyse met een lateraal corpus van laatmiddeleeuwse en vroegmoderne gedrukte Westerse reisverhalen, en door toetsing van de narratieve kenmerken van Tvoyage in dit laterale corpus, zal worden nagegaan welke kenmerken ervoor hebben gezorgd dat de laatmiddeleeuwse tekst nog ver in de zestiende eeuw werd gebruikt voor zijn encyclopedische waarde. Tot slot wordt een conclusie geformuleerd met betrekking tot de plaats die Tvoyage inneemt in de ontwikkeling van het etnografische (e.i. empirisch-beschrijvende) genre.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De Middelnederduitse 'Flos unde Blankeflos'. 01/10/2009 - 30/09/2011

Abstract

Dit receptieonderzoek beoogt te achterhalen op welke wijzen de tekstuele samenstelling van de vijf codices die de Middelnederduitse Flos unde Blankeflos bevatten de receptie van deze tekst beïnvloedt en hoe de handschriften hierin overeenkomen en verschillen. Eerst wordt de overlevering van de tekst onderzocht, tot slot worden tekst en codex t.o.v. de Middelnederduitse literatuur en de Europese Floire et Blanchefleur-traditie besproken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Meervoudige identiteiten in een laatmiddeleeuwse en vroegmoderne stad: Mechelen in de 15de en 16de eeuw. 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Dit project wil door het analyseren van meervoudige identiteiten die stedelingen aannemen en (re)produceren een meer genuanceerde blik geven op de stedelijke samenleving dan het traditionele sociale en sociaal-culturele onderzoek toelaat. Voor de casus Mechelen in de late middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd zal worden nagegaan hoe stedelingen deze identiteiten construeren (o.a. door hun participatie in het middenveld van sociale organisaties), hoe ze die beleven op het publieke forum en hoe deze identiteiten worden ervaren in het collectieve geheugen (rituelen, historiografie en literatuur).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het eindrijm in de middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500): ontwikkeling, verhouding tot auteurspersoonlijkheid en samenhang met genres. 01/10/2008 - 30/09/2010

Abstract

Dit project onderzoekt het eindrijm in de Middelnederlandse epiek (ca. 1200-1500). Aan de hand van drie onderzoeksvragen wil ik de ontwikkeling ervan in kaart brengen, zijn relevantie voor auteursherkenning bepalen en zijn samenhang met genres onderzoeken. Vanuit een breder literair-historisch perspectief wordt daarbij telkens de vraag gesteld hoe onderscheidend of creatief Middelnederlandse auteurs zich in hun werk opstelden. De methodologie die ik wil gebruiken is computergebaseerd en geautomatiseerd (cf. Hinskens & Van Dalen-Oskam 2007). Het project is op die manier afgestemd op de omvang van het onderzoeksmateriaal en de complexiteit van de onderzoeksvragen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Geheugen, oraliteit en overlevering van laatmiddeleeuwse balladen. 01/02/2007 - 30/11/2007

Abstract

Het onderzoek richt zich op het mechanisme van de mondelinge overlevering van laatmiddeleeuwse balladen uit de Nederlanden die tot diep in de twintigte eeuw gezongen werden, en maakt daarbij gebruik van Hongaarse (Midden-Europese) theorieën. Door te zoeken naar parallellen met betrekking tot het overleveringsmechanisme van balladen in de twee taalgebieden, beogen we meer inzicht te krijgen in een algemeen menselijk cognitief proces. Dat inzicht willen we vervolgens toetsen aan ander Nederlands liedmateriaal uit de late middeleeuwen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Voltooiing van drie boekprojecten. 01/10/2005 - 30/09/2006

Abstract

Voltooiing van de volgende drie boekprojecten : 1) Een editie van Hadewijchs Liederen, met vertaling in hedendaags Nederlands, een inleiding en een uitvoerig commentaar. 2) Een geschiedenis van het hoofse minnelied in de Nederlanden tijdens de Middeleeuwen. 3) Poëtica van de mystiek : studies over het werk van Hadewijch en Ruusbroec.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Muziek in het Nederlandse en Vlaamse toneel van de zeventiende eeuw, 01/01/2002 - 31/12/2002

Abstract

Muziek heeft steeds een belangrijke functie vervuld in het theater. Ook in de 17de eeuw maakte muziek niet alleen in de opera's, die in die eeuw in de Nederlandsen hun intrede deden, maar ook in de toneelstukken een inherent deel uit van de opvoering. In een groot aantal stukken is de muziek een structureel onderdeel van de tekst in liederen of in koor- en reizangen. Bovendien werd bij elke opvoering een beroep gedaan op muzikanten voor begeleiding, sfeerschepping, als intermezzo e.d. Over de muzikale dimensie van het theater in de 17de-eeuwe Nederlandsen zijn tot op heden slechts verkennende studies gepubliceerd.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

    Memoria in de middeleeuwen//..De rol van het geheugen in een semi-orale cultuur. 01/01/2000 - 31/12/2003

    Abstract

    Het project 'Memoria in de middeleeuwen' onderzoekt in hoeverre de vorm, inhoud en presentatie van Nederlandse en Franse teksten uit de late middeleeuwen verklaard kunnen worden vanuit de belangrijke rol die het geheugen speelde in de productie en receptie van literatuur. Tot nu toe is de middeleeuwse ars memorativa vooral met betrekking tot de geleerde, Latijnse traditie bestudeerd. Er zijn echter vele aanwijzingen dat de MEMORIA en het memoriseren ook in de volkstalige literaturen een grote rol hebben gespeeld. De keuze van de Franse en de Nederlandse literatuur als onderzoeksterrein creëert de mogelijkhedi om teksten en bronnen te bestuderen die in dezelfde geografische ruimte, met name de Lage Landen, zijn ontstaan of er hebben gecirculeerd. Bovendien kunne op deze wijze twee onderzoekstradities, die aan de Antwerpse universiteit een sterke maar gescheiden ontwikkeling hebben gekend, op een vruchtbare wijze met elkaar in dialoog worden gebracht. //..De diverse MEMORIA-gerelateerde technieken en presentatievormen zullen vanuit complementaire invalshoeken benaderd worden: thematisch(1), genologisch(2-3) en linguïstisch (4). In een eerste, thematische monografie zal MEMORIA nader worden onderzocht vanuit twee vertogen, waarin dit concept wordt getehematiseerd: het medische discours en het religieuze discours. Daarna zal een typologie worden gegeven van belangrijke mnemotechnische technieken indiverse genres en werken (1). In de twee genrestudies zullen tekststructurerende principes in Oud- en Middelfranse eschatologische reisverhalen (2) en in Middelnederlandse preken (3) worden bestudeerd, die de boodschap in het geheugen moeten vasthouden. In de linguïstische monografie ten slotte zal bestudeerd worden hoe in het gamma tekstsignalen (waarvan er vele mnemotechnisch aangewend werden) dat uit Oudfranse narratieve teksten bekend is, gebruikt wordt in het verhalend proza van de kronieken uit de veertiende en vijftiende eeuw (4). Het project zal niet aleen resulteren in vier monografieën, een aantal artikelen en een congresbundel, maar ook een krachtige stimulans zijn voor de interdisciplinaire beoefening van de mediëvistiek in de Universiteit Antwerpen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

    The voice of silence/Ma voz del silencio. An interdisciplinary research project about litarate women and women authors in the West-European late Middle Ages (11th - 15th century) from a gender perspective//..I.s.m. Chili 01/12/1999 - 31/12/2002

    Abstract

    De werken van Hadewych, Beatrijs van Nazareth (Faesen, Fraeters) en Hildegard van Bingen (Deploige, Filfisch, Gongora) hebben internationale bekendheid gekregen en zullen natuurlijk deel uitmaken van het onderzoeksmateriaal voor dit project. Het is evenwel eveneens het doel van de onderzoekers om het leven en werk van middeleeuwse vrouwelijke literatoren (auteurs, copieïsten, lezers) te reconstrueren, contextualiseren en analyseren en dit te vergelijken met de stituatie en het werk van hun mannelijke tegenhangers. Zij hebben eveneens de bedoeling het werk van middeleeuwse vrouwelijke auteurs beschikbaar te maken voor een breder publiek (Flisfisch, Fuentes, Gongora, Iglesias, Meli, Willaert). De chileense partners hebben een alom gewaardeerde ervaring in het vertalen van middeleeuwse Latijnse teksten in het Spaans, wat onmiskenbaar het onderzoek als geheel ten goede zal komen.

    Onderzoeker(s)

    Onderzoeksgroep(en)

      Muziek in het Nederlandse en Vlaamse toneel van de 17de eeuw. 01/01/1999 - 31/12/2001

      Abstract

      Muziek heeft steeds een belangrijk functie vervuld in het theater. Ook in de 17de eeuw maakte muziek niet alleen in de opera's, die in die eeuw in de Nederlanden hun intrede deden, maar ook in de toneelstukken een inherent deel uit van de opvoering. In een groot aantal stukken is de muziek een structureel onderdeel van de tekst in liederen of in koor- en reizangen. Bovendien werd bij elke opvoering een beroep gedaan op muzikanten voor begeleiding, sfeerschepping, als intermezzo e.d. Over de muzikale dimensie van theater in de 17de-eeuwse Nederlanden zijn tot op heden slechts verkennende studies gepubliceerd. Het proejct wil zowel de literaire, de musicologische als de theaterwetenschappelijke aspecten van de muziek bestuderen, enerzijds in Amsterdam, waar al bij het begin van de eeuw een professionele schouwburg werd opgericht, anderzijds in de rest van Nederland en Vlaanderen waar het toneel vooral in de handen van de rederijkerskamers bleef, die weliswaar in enkele steden ook naar een professionele schouwburg evolueerden. Het project zal het belang van de muzikale dimensie van het 17de-eeuwse toneel onderzoeken aan de hand van een aantal literair-muzikale parameters aan de productiezijde, zowel bij de auteurs als de uitvoerenden, en aan de zijde van het publiek. Daarbij wordt gelet op institutionele, geografische, gender- en genreverschillen.

      Onderzoeker(s)

      Onderzoeksgroep(en)

        Alchemie en religie in de Nederlanden tot 1600 01/10/1997 - 31/10/1999

        Abstract

        Het onderzoek wil een bijdrage leveren tot de studie van het braakliggende terrein van de middeleeuwse Nederlandse alchemistische overlevering. Het behelst een studie van drie Middelnederlandse handschriften (Wenen, ÖNB 2372 - 14e eeuw, Londen, BL, Sloane 1255 - 15e eeuw, Den Haag, KB 133M28 - 16e eeuw) waarin theoretische alchemistische teksten zijn opgenomen, met als specifieke invalshoek de verhouding tussen alchemie en religie. Het onderzoek bestaat uit drie fasen: (1) identificatie van de teksten in de handschriften, (2) inventarisatie van religieuze motieven en metaforen die erin voorkomen en (3) analyse van deze inventaris op besis van de volgende vragen: welke religieuze motieven worden bij voorkeur gehanteerd?, sluiten die aan bij bekende religieuze of mystieke discours?, is er door de tijd een verschuiving merkbaar in het gebruik van religieuze motieven in de alchemistische teksten?

        Onderzoeker(s)

        Onderzoeksgroep(en)

          Repertorium van het Nederlandse lied 01/01/1997 - 31/12/2000

          Abstract

          Het project beoogd alle bronnen en het hele overgeleverde bestand aan oude Nederlandse liederen te ontsluiten via twee repertoria over resp. de periode tot 1500 en die tussen 1500 en 1600. Dergelijke inventaris is een onmisbaar werkinstrument voor elke ernstige wetenschappelijke studie van het oude Nederlandse lied en van zijn culturele en maatschappelijke context.

          Onderzoeker(s)

          Onderzoeksgroep(en)

            Vlaamse polyfonie. Onderzoek naar de mechanismen van opkomst, evolutie en verspreiding 01/01/1996 - 31/12/2000

            Abstract

            De onderzoeksgemeenschap rond de Vlaamse polyfonie wil het fenomeen van de bloei van het muziekleven in de Lage Landen, van de late 14de tot het begin van de 17de eeuw beter begrijpen. Via een systematisch, archivalisch georiënteerd onderzoek en via een comparatieve en interdisciplinaire onderzoeksmethode willen wij de wortels van het fenomeen blootleggen. Hierbij wordt de muziek en het muziekleven niet als een geïsoleerd gegeven beschouwd, maar wel gesitueerd binnen zijn maatschappelijk/culturele context. Vandaar dat dit onderzoek ook relevante resultaten oplevert op het vlak van liturgie, kunstgeschiedenis, literatuurwetenschap, enz. Een muziekleven is echter een levende materie. Vandaar dat wij tevens op zoek gaan naar constanten én naar evoluties. Tevens situeren wij het muziekleven in de Lage Landen, dat zo toonaangevend is geweest voor de Europese muziekgeschiedenis, in een internationale context.

            Onderzoeker(s)

            Onderzoeksgroep(en)

              Groenendaal in literair-historisch perspectief: cultuur- en teksthistorische studie, met bijzondere aandacht voor het traktaa 'Vanden XII beghinen'. 01/10/1995 - 30/09/1999

              Abstract

              Een omvattende monografie over de cultuurhistorische omgeving waarin Ruusbroec heeft geleefd en waarin zijn werken hebben gefunctioneerd met gebruikmaking van alle historische gegevens betreffende zijn persoon en oeuvre, ondersteund door en getoetst aan een tekstkritische studie en editie van 'Vanden XII beghinen'.

              Onderzoeker(s)

              Onderzoeksgroep(en)

                Repertorium van de Middelnederlandse lyriek tot 1600 01/01/1993 - 31/12/1995

                Abstract

                Aangezien het terrein nagenoeg onoverzichtelijk is, wordt in een eerste fase de Nederlandstalige gezongen lyriek tot 1500 geinventariseerd. Doel is te komen tot een overzicht van alle bronnen en tot een incipitlijst van alle Nederlandstalige liederen, met aanduiding van het genre en een beknopte beschrijving van hun formele en muzikale structuur.

                Onderzoeker(s)

                Onderzoeksgroep(en)