Onderzoeksgroep

Centrum voor Stadsgeschiedenis

Expertise

Tim Soens is gespecialiseerd in de landschaps- en ecologische geschiedenis, met bijzondere aandacht voor: - klimaatgeschiedenis (Kleine IJstijd tot het Antropoceen) - kust- en riviergebieden - waterbeheer - traditionele landbouwsystemen. - natuurrampen, risico's en risicobeheer - stedelijke voedselbevoorrading, inclusief stadslandbouw en stedelijke commons - landschapsreconstructie van stedelijke en rurale landschappen (op basis van historisch GIS). - lange-termijnevolutie van ongelijkheid

MPP: Mapping Practices under Pressure. Ruimtelijke analyse van sociaal-economische verandering in deïndustrialiserende steden, vanuit het perspectief van dagdagelijkse praktijken, 1960-2000 01/05/2021 - 30/04/2023

Abstract

MPP maakt gebruik van een Geografisch Informatie Systeem (GIS) om in kaart te brengen hoe menselijke routines en praktijken in Europese steden onder druk van deïndustrialisatie zijn veranderd tussen 1960 en 2000. MPP vertrekt daarbij vanuit de hypothese dat dat de vaak ingrijpende sociale transformatie en de sociale en culturele polarisatie die daaruit voortvloeide, niet simpelweg kunnen worden afgeleid uit sociaaleconomische factoren alleen, maar mee bepaald worden door een sociaal gedifferentieerd palet van alledaagse routines en praktijken. Met behulp van GIS onderzoekt MPP hoe die praktijken clusteren rond plaatsen, knooppunten en netwerken, en hoe deze lokalisaties op hun beurt belangrijke referenties worden in het definiëren van sociale relaties. De toegang tot en de analyse van informatie over vroegere praktijken brengt methodologische uitdagingen met zich mee die het project aanpakt door mondelinge geschiedenis (interviews) te combineren met digitale cartografische technieken. Hiermee draagt het project bij aan onderzoek op vlak van de 'Spatial Humanities', met name door integratie van kwalitatieve gegevens en zogenaamde 'deep-mapping'. MPP versterkt daarbij de reeds aanwezige expertise inzake Historisch GIS en Spatial Humanities binnen het Centrum voor Stadsgeschiedenis en het Urban Studies Institute (GIStorical Antwerp, Time Machine en DARIAH/CLARIN).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

EPIBEL: Epidemie en Ongelijkheid in België van de Pest tot COVID-19. Wat leert de geschiedenis over maatschappelijke veerkracht? 15/12/2020 - 15/03/2025

Abstract

Er is geen historisch precedent. In de strijd tegen COVID-19 lijken wetenschap en beleid vaak blindelings te moeten werken omdat ze geconfronteerd worden met een crisis van ongekende aard en omvang. EPIBEL stelt dat dit niet noodzakelijk het geval is. COVID-19 is niet de eerste pandemie die de wereld treft, en ondanks de verschillende context zijn die historische epidemieën wel degelijk relevant voor vandaag. EPIBEL focust daarbij op de fundamentele rol van ongelijkheid in de impact en de gevolgen van epidemieën. Niemand is veilig voor COVID-19, maar kwetsbaarheid en veerkracht lijken wel erg ongelijk verdeeld en dit zowel tussen regio's als tussen verschillende groepen in éénzelfde regio, en zowel wat betreft impact op gezondheid als impact op inkomen en welvaart. Aangezien de pandemie zich echter nog aan het ontwikkelen is, is ons inzicht in de pandemische ongelijkheden echter nog beperkt. Bovendien weten we nog niet hoe epidemische ongelijkheden uiteindelijk van invloed zullen zijn op de veerkracht van de samenleving - de manier waarop samenlevingen in staat zijn de schok op te vangen en zich aan te passen om soortgelijke schokken in de toekomst te voorkomen. Net op dit punt kan geschiedenis een cruciale rol vervullen. EPIBEL, een samenwerkingsverband tussen historici, demografen en gezondheidswetenschappers verbonden aan de Universiteiten van Antwerpen, Gent en Louvain-la-Neuve, zet daarom in op de rijke historische data over differentiële kwetsbaarheid en veerkracht na grote epidemieën in het verleden: van 16e eeuwse Pestuitbraken, over Dysenterie en Cholera tot de Spaanse Griep en dit voor het territorium van het huidige België. Deze data worden vervolgens systematisch vergeleken met wat we weten (en niet weten) over COVID-19. EPIBEL wil zo ons inzicht in maatschappelijke kwetsbaarheid en veerkracht aanzienlijk vergroten, en wel op drie interagerende domeinen: gezondheid, economie en sociale voorzieningen. Daartoe onderzoekt EPIBEL eerst de rol van socio-demografische en socio-economische ongelijkheden in COVID-19 mortaliteit. Wie zijn de slachtoffers van COVID-19 in België? Hoe bepaalden, naast leeftijd en geslacht, woonplaats, beroep, opleiding of inkomen het risico om aan COVID-19 te overlijden? Ten tweede onderzoekt EPIBEL of ongelijkheden in COVID-19-sterfte verschilden van vorige epidemieën, zowel wat hun impact op korte termijn als wat de gevolgen op langere termijn betreft. Ten derde wil EPIBEL begrijpen of de ongelijke economische impact van de pandemie onderliggende, structurele, ongelijkheden in inkomen of tewerkstelling weerspiegelt, en hoe de ongelijke gevolgen op het vlak van gezondheid en economie elkaar versterken (of deels opheffen). Ten vierde onderzoekt EPIBEL hoe de omvang en organisatie van sociale voorzieningen en solidariteit de gevolgen van een epidemie voor de minst geprivilegieerde groepen in de samenleving kunnen verzachten, en ten slotte wil EPIBEL bijdragen aan de uitbouw van epidemisch geheugen, dat COVID-19 duurzaam verankert in de lange geschiedenis van epidemieën in België en die kennis ook actief houdt. Een groter bewustzijn van het belang van epidemieën en de ongelijke impact van epidemische ziekten, kan een belangrijke troef zijn om samenleving en beleid beter te wapenen tegen toekomstige epidemieën.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een Zee van Gevaar en Veerkracht: agrovisserij aan de laatmiddeleeuwse Engelse kusten als adaptatiestrategie tegen de risico's van klimaatverandering. 01/11/2020 - 31/10/2022

Abstract

Over de hele wereld zijn kustgebieden bedreigd door de toenemende risico's van klimaatverandering. Een gelijkaardig proces voltrok zich in de late middeleeuwen, toen periodes van verhoogde klimaatinstabiliteit de opkomst van de kleine ijstijd kenmerkten. Zowel historisch als ecologisch onderzoek beschouwt de zee steeds als een gevaar, vanwege de stormen die vernieling op de kusten veroorzaakten. De zee bood echter ook kansen, gezien de visserij voedsel en inkomen kon voorzien tijdens periodes van verhoogde onzekerheid door frequente stormen en mislukte oogsten. Dit project stelt het dominante idee dat boeren uitzonderlijk kwetsbaar zijn in vraag, door hun visactiviteiten als adaptatiestrategie te onderzoeken. Dit aspect bleef tot nog toe onderbelicht, aangezien de aandacht van de visserijgeschiedenis naar de opkomende specialisatie en schaalvergroting ging. Het doel is om te achterhalen of, waar en wanneer boeren hun landbouwactiviteiten met visserij konden combineren, en of dit het risico geassocieerd met leven op de Engelse kusten tijdens de klimaatveranderingen in de mid-dertiende tot mid-vijftiende eeuw kon verlagen. Door het zowel kwalitatief als kwantitatief gebruik van de unieke bronsituatie in laatmiddeleeuws Engeland kan dit project het over het hoofd geziene aspect van vis als een bron van veerkracht betrekken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

DIGHIMAPS: Digitale kaarten en archieven: hoe activeren we cartographische collecties in een digitale wereld? 01/09/2020 - 31/08/2030

Abstract

Cartografische collecties worden al lange tijd gekoesterd als objecten van grote waarde en schoonheid, die de veranderende representatie van de wereld, de stad of het landschap illustreren. Het voorbije decennium heeft de massale digitalisering in hoge resolutie van historische kaarten ( in België bijvoorbeeld via het Cartesius-project), het grote publiek in staat gesteld om kaartcollecties te verkennen met behulp van gemakkelijk toegankelijke geografische zoekmachines. In de komende jaren is het echter tijd om een stap verder te gaan: zorgvuldige georeferentie en vectorisatie van kaarten, evenals de (semi-)automatische herkenning van hun inhoud zullen ons in staat stellen om kaarten te koppelen aan andere soorten digitale inhoud (andere kaarten, maar ook tekstuele bronnen en iconografie). Tegenwoordig zijn de inspanningen op het gebied van geo-ruimtelijke verankering, digitalisering en data-integratie nog steeds kostbaar, tijdrovend en gefragmenteerd. Verschillende technologieën - zoals automatische transcriptie van oud schrift of automatische extractie van grafische vormen uit historische kaarten - bevinden zich nog steeds in een experimenteel stadium. Initiatieven zoals de European Time Machine bid, waaraan zowel de Belgische Rijksarchieven als de Universiteit Antwerpen deelnemen, streven naar een technologische doorbraak die historische bronnen omvormen tot 'Big Data of the Past'. Met dit project willen we onderzoeken hoe historische kaarten een cruciale rol kunnen spelen in dit proces. Voortbouwend op de bestaande inspanningen op het vlak van digitalisering en geolokalisatie in het Rijksarchief van België en UAntwerpen, onderzoekt DIGHIMAPS het potentieel van digitale cartografische collecties als sleutel tot het ontsluiten van een nieuw digitaal universum waarin de ruimte een volledig nieuwe manier van organiseren, zoeken, analyseren en visualiseren van archiefgegevens en -collecties mogelijk maakt. DIGHIMAPS plaatst het unieke cartografische erfgoed van de Belgische Rijksarchieven in het middelpunt van een ruimtelijke digitale infrastructuur, die op termijn zal zorgen voor A) een aanzienlijk betere kennis van historische kaarten; B) Verbeterde geografische zoekmachines, C) een schat aan mogelijke toepassingen in de snel opkomende domeinen van (digitale) landschapsgeschiedenis, historische geografie en Digital Humanities; D) Een 'virtuele kaartenkamer' die een sterk gediversifieerde gemeenschap van gebruikers toelaat om zoekopdrachten en kaartanalyses uit te voeren in functie van hun noden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Eigen kweek? Stedelijke huishoudens, land en alternatieve vormen van voedselvoorziening in de laatmiddeleeuwse stad. 01/01/2020 - 31/12/2023

Abstract

Zodra mensen in steden gaan wonen, produceren ze doorgaans niet meer genoeg voedsel om in de eigen noden te voorzien. Handel in voedsel – in welke vorm dan ook – lijkt dan ook onontbeerlijk voor de stedelijke voedselbevoorrading, zowel vandaag als in het verleden. Ook historici gaan in de omvangrijke literatuur over stedelijke voedselbevoorrading in het verleden steevast uit van een duidelijk samenhang tussen stadsontwikkeling en uitdijende voedselmarkten. Maar is dat wel correct? In steden wordt vandaag volop geëxperimenteerd met alternatieve vormen van voedseltoegang, van 'stadslandbouw' over 'plukboerderijen' tot 'voedselnetwerken'. 'Food from Somewhere' – voedsel met een duidelijke oorsprong - vervangt het anonieme 'Food from Nowhere' dat door een steeds grootschaliger markt bij de consument wordt gebracht. Critici wijzen er echter op dat dergelijke alternatieve voedselbevoorrading slechts een fractie van de stedelijke voedselnoden kan dekken; zelf heel erg in marktrelaties ingebed blijft en bovendien vooral hoogopgeleide en bemiddelde huishoudens ten goede komt. Deze cruciale driehoeksverhouding tussen alternatieve vormen van voedselbevoorrading, sociale ongelijkheid en marktrelaties willen we in dit ambitieuze onderzoeksproject bevragen. In de Europese Geschiedenis bieden de twee eeuwen na 1350 daartoe een unieke kans. Geen andere periode voor 1900 kent dergelijke verschuivingen in sociale ongelijkheid en maatschappelijke polarisatie. Goed georganiseerde middengroepen gingen het sociale weefsel van vele Europese steden domineren, om vervolgens vaak weer plaats te ruimen voor scherpere sociale polarisatie. Parallel met de grote bevolkingscrisis van de late Middeleeuwen, daalden de voedselprijzen. Anderzijds bleven episodes van ernstige voedselschaarste bestaan en bleef het garanderen van een adequate voedselbevoorrading een permanente zorg voor elk stadsbestuur en elk stedelijk huishouden. De late middeleeuwen vormen bovendien de enige periode in de Europese geschiedenis voor 1900, waarin de sociale ongelijkheid aantoonbaar afnam (zij het niet overal in dezelfde mate). Goed georganiseerde middengroepen domineerden het sociale weefsel van vele steden, maar ruimden soms ook plaats voor scherpere sociale polarisatie. Behalve voor de absolute top van de stedelijke samenleving, beschikken we doorgaans over weinig directe informatie over de voedselbevoorrading van stedelijke huishoudens. Grondbezit en toegang tot grond zijn daarentegen wel uitstekend gedocumenteerd. Die stedelijke obsessie met grond wordt doorgaans verklaard in termen van kapitaalsaccumulatie en sociaal prestige, in een 'feodale' context waarin grond synoniem stond met aanzien. Maar wat als stedelingen die toegang tot grond nu eens gebruikten om voedsel te genereren? Via een open analyse van de wijze waarop stedelijke huishoudens heel uiteenlopende claims – 'entitlements' - op voeding uitoefenden, met inbegrip van eigen voedselproductie in of dichtbij de stad, maar ook van directe bevoorrading door boeren of familieleden op het platteland, onderzoeken we in welke context alternatieve voedselbevoorrading in belang toe- of afnam; wat de relatieve bijdrage tot de voedselbevoorrading van de stedelijke huishoudens was; welke actoren en netwerken deze circuits tot stand brachten; en hoe 'los van de markt' die alternatieve voedselbevoorrading eigenlijk wel was. Daartoe vergelijken we op huishoudniveau de toegang tot voedsel, voor drie grote Noordwest-Europese steden – Gent, Norwich en Dijon - tussen 1350 en 1550. Landtransacties, boedelinventarissen en huishoudrekeningen laten toe de voedselbevoorrading van huishoudens met heel uiteenlopende sociale achtergrond in beeld te brengen. Indien succesvol, zal dit onderzoek niet alleen een schat aan nieuwe inzichten in de voedselbevoorrading van de premoderne stad genereren, maar ook ons beeld van laatmiddeleeuwse steden als louter gebaseerd op handel en nijverheid aanzienlijk bijstellen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Digitaal erfgoed voor slimme regio's (Time Machine). Test-case: Herentals en de Kleine Nete. 01/10/2019 - 30/09/2021

Abstract

Hoe kunnen we kennis uit het verleden inzetten bij het beantwoorden van ruimtelijke vragen vandaag? De digitale revolutie zorgt voor een exponentiële toename van precies lokaliseerbare data over de geschiedenis, archeologie en ontwikkeling van het landschap. Een digitale 'tijdmachine' komt zo binnen handbereik. Binnen de contouren van het Gebiedsprogramma Kleine Nete onderzoekt dit project hoe we digitaal beschikbare erfgoeddata ruimtelijk kunnen integreren en inzetbaar maken voor toekomstige ruimtelijke ontwikkeling.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Antwerps Interdiscplinair Platform voor Ongelijkheidsonderzoek 03/07/2019 - 31/12/2025

Abstract

Deze aanvraag gaat over sociaaleconomische ongelijkheid. Het doel van dit consortium is de wetenschappelijke kennis over dit vraagstuk substantieel te verrijken. Om dat te realiseren bundelt de huidige Methusalem-houder, het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, de krachten met het Centrum voor Stadsgeschiedenis en het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en dit in het "Antwerp Interdisciplinary Platform for Research into Inequality" (AIPRIL). Dat platform versterkt de multidisciplinaire onderzoekscapaciteit die dit complex thema vereist en verruimt het historisch en geografisch bereik van het onderzoek naar ongelijkheid. AIPRIL brengt onderzoekers samen die elk afzonderlijk al sterke internationale reputaties hebben opgebouwd in sociaal beleid, economie, economische geschiedenis en ontwikkelingsstudies. De ambitie van dit onderzoeksprogramma is om op internationaal niveau discipline-overschrijdende wetenschappelijke vooruitgang te maken op methodologisch, theoretisch en empirisch vlak. Het onderzoeksprogramma bestaat uit vier strategisch gekozen onderzoekslijnen: 1) Nieuwe data en methoden voor de multi-dimensionale meting van ongelijkheid; 2) Hoe ongelijkheid verminderen; 3) Verstedelijking en ongelijkheid en 4) Schokken en ongelijkheid.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CATCH 2020: Computerondersteunde Transcriptie van Complexe Handschriften. 01/05/2018 - 30/04/2021

Abstract

CATCH 2020 beoogt een werkende infrastructuur aan te bieden om automatisch transcripties van complexe handgeschreven documenten te genereren. Om dit te verwezenlijken vertrekt het project van het bestaande Transkribus platform voor Handwritten Text Recognition (HTR) of 'automatische handgeschreven tekstherkenning'. Deze technologie stelt ons in staat om handgeschreven tekstuele documenten te behandelen en te verwerken op een manier die vergelijkbaar is met de manier waarop OCR (Optical Character Recognition) digitale kopieën van gedrukte teksten verwerkt. In plaats van platte transcripties, zal CATCH 2020 echter gestructureerde tekst produceren, alsook de nodige tools om tekstuele en linguïstische dimensies aan de transcripties toe te voegen. Om dit te bereiken combineert het project moderne inzichten uit de editiewetenschap met geavanceerde technologie uit de computerlinguïstiek.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Project website

Doel, dorp in de polder: vijf eeuwen bewoning en bebouwing. 03/07/2017 - 28/06/2021

Abstract

Doel-dorp is een rurale nederzetting in de Wase Scheldepolders ten noorden van Antwerpen die in zijn huidige vorm vanaf de vroege 17e eeuw tot stand kwam, met mogelijke continuïteit van bewoning naar de 16e eeuw en de laatmiddeleeuwse periode toe. De relatief geïsoleerde ligging én de onzekerheid over de toekomst van het gebied sinds de jaren 1960, vertraagden of verhinderden ontwikkelingen die elders de morfologie, de bewoning en het uitzicht van de landelijk bewoningskernen volledig omgooiden. Doel vormt dan ook de ideale casus voor onderzoek naar de interactie tussen bewoning en bebouwing in landelijk Vlaanderen sinds de late 16e eeuw. Historische evoluties in de sociale topografie van het dorp, in de functionele wisselwerking tussen dorpskern en landbouwsamenleving, in familiebanden en gemeenschapsleven worden daarbij in verband gebracht met veranderingen in de inrichting van de dorpsruimte, de materiële cultuur van woningen, bedrijven en gemeenschapsvoorzieningen en de bouw- en verbouwactiviteit in het dorp. Door deze geïntegreerde aanpak van bewonings- en bebouwingsgeschiedenis, wil dit doctoraatsproject uitgroeien tot een mijlpaal in het onderzoek naar ruraal erfgoed, waarvan de resultaten bovendien belangrijke mogelijkheden tot valorisatie in de richting van erfgoedontwikkeling bieden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CORN Netwerk voor vergelijkende rurale geschiedenis. 01/01/2017 - 31/12/2021

Abstract

Voortbouwend op meer dan twintig jaar internationale samenwerking rond Rurale Geschiedenis, beoogt de nieuwe FWO-WOG CORN - Comparative Rural History Network - de uitbouw van een Europese netwerk van onderzoekscentra, die samenwerken rond het thema ongelijkheid in rurale samenlevingen tussen het jaar 1000 en vandaag. Ongelijkheid is een belangrijke thema op de wetenschappelijke en maatschappelijke agenda, waarbij ook meer en meer het belang van een historisch, lange-termijnperspectief erkend wordt. Anders dan heel wat ongelijkheidsonderzoek, zet het CORN netwerk echter in op een gecontextualizeerde benadering, waarbij de productie en reproductie van ongelijkheid onderzocht en verklaard wordt vanuit regionale verschillen inzake arbeidsverhoudingen, toegang tot land, kapitaal en macht of de institutionele organisatie van de samenleving. In de periode 2017-2021 wordt daarom een ambitieus onderzoeksprogramma gelanceerd, met negen thematische assen. De betrokken onderzoeksgroep van de Universiteit Antwerpen coördineert een onderzoekslijn rond de "sociale geschiedenis van Stadslandbouw".

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Big Data van het verleden voor de toekomst van Europa (Time Machine) 01/03/2019 - 29/02/2020

Abstract

Europe moet dringend zijn engagement met zijn verleden herstellen en intensiveren. Time Machine zal Europa de technologie geven om zijn identiteit te versterken tegen de achtergrond van globalisering, populisme en toenemende sociale uitsluiting, door zijn geschiedenis en cultureel erfgoed om te vormen tot een levende hulpbron voor de co-creatie van zijn toekomst. Het Large Scale Research Initiative (LSRI) zal een grootschalige digitalisering en computerinfrastructuur ontwikkelen die de millennia van de Europese historische en geografische evolutie in kaart brengt, waarbij kilometers aan archieven, grote collecties van musea en bibliotheken en geohistorische datasets in een gedistribueerd digitaal informatiesysteem worden omgezet. Om te slagen wordt een reeks fundamentele doorbraken op het gebied van kunstmatige intelligentie en ICT nagestreefd, waardoor Europa de leider wordt op het gebied van de extractie en analyse van Big Data uit het verleden. Time Machine zal sociale en geesteswetenschappen naar grotere problemen leiden, waardoor nieuwe interpretatieve modellen op superieure schaal kunnen worden gebouwd. Het zal een nieuw tijdperk van open toegang tot bronnen inluiden, waar vroeger en nu onderzoek open wetenschap is. Deze voortdurende stroom van kennis zal een diepgaand effect hebben op het onderwijs, de reflectie over lange trends stimuleren en het kritisch denken aanscherpen, en zal fungeren als een economische motor voor nieuwe beroepen, diensten en producten, met gevolgen voor belangrijke sectoren van de Europese economie, waaronder ICT, de creatieve industrie en het toerisme, de ontwikkeling van slimme steden en landgebruik. De CSA zal een volledig LSRI-voorstel ontwikkelen rond de tijdmachine visie. Er zullen gedetailleerde routekaarten worden opgesteld, georganiseerd rond wetenschap en technologie, operationele beginselen en infrastructuur, exploitatiemogelijkheden en kadervoorwaarden. Een verspreidingsprogramma is gericht op verdere versterking van het snel groeiende ecosysteem, dat momenteel 95 onderzoeksinstellingen, de meest prestigieuze Europese verenigingen voor cultureel erfgoed, grote ondernemingen en innovatieve KMO's, invloedrijke bedrijfs- en maatschappelijke organisaties en internationale en nationale institutionele organen telt.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

CLARIAH-VL: Open Service Infrastructuur voor Humane Wetenschappen. 01/02/2019 - 31/01/2021

Abstract

Open Humanities Service Infrastructure is the Flemish contribution to the European DARIAH and CLARIN infrastructures. It brings together and extends the portfolio of services enabling digital scholarship in the Arts and Humanities offered by the DARIAH-VL Virtual Research Environment Service Infrastructure (VRE-SI; Hercules & FWO 2015-2018) with the digital tools and language data that are offered through CLARIN-DLU/Flanders. The consortium which includes the network of Digital Humanities Research Centres at the universities of Antwerp, Brussels, Ghent and Leuven has been extended with the Dutch Language Institute (INT) – the CLARIN-ERIC certified B-Centre for Flanders. CLARIAH-VL will implement a modular research infrastructure embedding high-quality, user-friendly tools and resources into the workflows of humanities researchers in the five focus areas of linguistics; literature; socio-economic history; media studies; ancient history and archaeology. CLARIAH-VL aims to provide sustainable services, while fostering experimental development and innovation. Offering an open infrastructure which facilitates public humanities is a guiding principle for CLARIAH-VL. It will ensure the accessibility and relevance of the humanities to the general public, specific (heritage) community groups and policy makers. It will make it technically possible to share knowledge, including sharing and co-creating knowledge with non-specialist users, such as facilitating citizen science and crowdsourcing projects. Furthermore, by implementing international best practices in FAIR (Findability, Accessibility, Interoperability and Reusability) Research Data Management (RDM), CLARIAH-VL will pave the way to Flemish participation in the European Open Science Cloud.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Towards a European Time Machine 01/10/2017 - 30/09/2020

Abstract

Wat als we door de tijd zouden kunnen reizen met hetzelfde gemak als we ons door de ruimte verplaatsen? Met het Time Machine consortium werken we toe naar een grootschalig FET Flagship-project om een grootschalige simulator te bouwen die in staat is om meer dan 2000 jaar aan Europese geschiedenis in kaart te brengen. Deze "Big Data" uit het verleden, die een gedeelde motor voor de toekomst kan worden, kan ongeziene verschuivingen teweegbrengen op cultureel, economisch en maatschappelijk gebied. Een beter begrip van het verleden is een belangrijke voorwaarde voor een beter begrip van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen waar Europa voor staat en draagt bij tot een meer inclusieve samenleving. Onderzoekers van over de hele wereld slaan de handen in elkaar voor het opzetten van een Time Machine (teletijdsmachine) Flagship project om het verleden opnieuw tot leven te wekken met een van de meest ambitieuze projecten in de menswetenschappen tot op heden, en zeker op het vlak van de culturele cultuur en identiteit. Het fundamentele idee achter dit project is gebaseerd op Europa's unieke culturele erfgoed: de lange Europese geschiedenis, de uitzonderlijke Europese meertaligheid en de inter- en multiculturaliteit die zo eigen is aan Europa.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een gouden eeuw voor arbeid? Economische ongelijkheid en het looninkomen na de Zwarte Dood: een vergelijking tussen Vlaanderen en Toscane (1350-1500). 01/10/2017 - 30/09/2020

Abstract

Een gouden eeuw voor arbeid? Economische ongelijkheid en het looninkomen na de Zwarte Dood: een vergelijking tussen Vlaanderen en Toscane (1350-1500). Leidde de Zwarte Dood tot een gouden eeuw voor arbeid? De mortaliteitscrisis, die ongeveer een derde van de Europese bevolking doodde, veranderde radicaal de waardeverhoudingen tussen arbeid, land en kapitaal. Inderdaad, het reële loon steeg tot een niveau dat voor de industrialisatie nooit meer bereikt zou worden. Bijgevolg hebben generaties van historici de periode tussen 1350 en 1500 gekarakteriseerd als een gouden tijdperk voor arbeid. Recente literatuur over premoderne inkomststructuren trekt een dergelijke, rechtlijnige interpretatie echter in vraag. Zo blijken indices van reële lonen, die de basis vormen van de theorie, nauwelijks representatief voor het reële inkomen en sinds de jaren 1970-1980 zijn er geen nieuwe methodes voor dit probleem ontwikkeld. Dit onderzoeksproject stelt daarom een creatieve oplossing voor die ons in staat stelt om de impact van de Zwarte Dood op de inkomensverdeling te meten. Enerzijds vervangt het de enge focus op indices van reële lonen met een sociaal divers kader, waarin ook het lot van de zelfstandige middenklasse opgenomen wordt. Anderzijds, stelt een vergelijking tussen Vlaanderen en Toscane de universele effecten van de mortaliteitscrisis in vraag en belicht het in plaats daarvan de regionale en intraregionale verschillen inzake economische en institutionele structuren. Op die manier zal het onderzoeksproject leiden tot een kritische bevraging van het aloude paradigma 'een gouden eeuw voor arbeid'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De impact van "ontgroei" en markteconomieën op welvaart en duurzaamheid: een historische verkenning. 01/10/2017 - 30/09/2018

Abstract

Groei werd lang als een voorwaarde voor groei en welvaart beschouwd, maar deze consensus wordt bekritiseerd door de ontgroeibeweging. Ontgroei is gedefinieerd als een paradigma verschuiving richting een deeleconomie, commons en een keuze tegen accumulatie strategieën. Ontgroei verwijst niet naar trage of afwezige groei binnen markteconomieën. Deze beweging beweert dat alternatieve systemen voor de markteconomie zonder accumulatiestrategieën beter in staat zijn om een hoge gemiddelde welvaart en duurzaamheid op de lange termijn te genereren. In dit project al de ontgroei hypothese geïntroduceerd worden in het historisch onderzoek. Dit project zal een analyse uitvoeren over de lange termijn welvaart en duurzaamheidsniveaus van twee soort maatschappijen: Markteconomieën waar de productiefactoren voornamelijk via de markt worden verdeeld, en historische "ontgroei" maatschappijen, die gekenmerkt worden door een gebrek aan accumulatiestrategieën, marktonafhankelijkheid, commons en deeleconomieën. Vier historische maatschappijen zullen bestudeerd worden om de impact van verschillende maatschappijstructuren op welvaart en duurzaamheid te testen. Ten eerste twee premoderne markteconomieën: Zeeuws Vlaanderen en de Groningense Ommelanden en ten tweede twee ontgroei maatschappijen: de Kempen en Drenthe. Er zal een lange termijn perspectief gehanteerd worden om te testen welke maatschappij in staat was om hoge niveaus van welvaart en duurzaamheid te creëren en handhaven en onder welke omstandigheden dit mogelijk was.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Soens Tim
  • Mandaathouder: De Keyzer Maïka

Onderzoeksgroep(en)

Watermoderniteit in vraag gesteld. Een GIS-studie over de privatisering en continuïteit van gemeenschappelijke watervoorzieningen in de 16de- en 19de-eeuwse stad, casus: Antwerpen. 01/10/2016 - 30/09/2019

Abstract

De groei van industriesteden rond het jaar 1800 wordt vaak gezien als oorzaak van een "crisis in de stadssanering", die de massa aan arme arbeiders dwong te leven in uiterst onhygiënische omstandigheden. De aanleg van het waterleidingnet geldt als keerpunt in de ontwikkeling van de moderne stad. Dit onderzoek stelt het belang van deze "watermoderniteit" in vraag. In een Europese context beperkten economische en demografische groei zich niet tot de 19de eeuw. Met het oog op de hedendaagse uitdagingen rond stadsgroei en de verdeling van natuurlijke grondstoffen, is een comparatief onderzoek naar het beheer van watervoorraden in perioden van economische groei uiterst relevant. In een lange termijnstudie die de Antwerpse "gouden eeuw" (16e eeuw) vergelijkt met de 19e eeuw, wordt nagegaan in welke mate technologische vooruitgang dan wel machtsrelaties bepalend waren voor de toegang tot drinkbaar water op momenten dat natuurlijke grondstoffen onder druk kwamen te staan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De veerkracht van stadslandbouw in industrialiserende samenlevingen: een sociaal-agrosystemische aanpak toegepast op het 19de-eeuwse België. 01/10/2016 - 28/02/2018

Abstract

Stedelijke landbouw wordt in een tijd van snelle stedelijke groei geconfronteerd met een serieuze beknibbeling van de stedelijke open ruimte, maar ook met een toename van het aantal monden dat moet worden gevoed. Voorgaande studies konden niet verklaren waarom stadslandbouw in de ene regio verdween en in andere gebieden langer doorleefde, omdat deze studies ofwel enkel één aspect van de stedelijke voedselproductie in ogenschouw namen (bv. commerciële tuinbouw), ofwel slechts één stad bestudeerden. Bovendien werd huishoud-economisch diepte-onderzoek geweerd. De hypothese in dit project is dat een vollediger begrip van stadslandbouw enkel en alleen kan bekomen worden door de sociale organisatie van de stedelijke voedselproductie te onderzoeken. Daarom wordt het analytisch tool van de 'sociale stedelijke agrosystemen' (SUAS, Social Urban-Agricultural Systems) voorgesteld, waarin de inkomensstrategieën van diverse groepen van stedelijke voedselproducenten (gaande van de professionele tuinder en melkveehouder tot private zelfvoorziening) in samenhang met verschillende macro-condities (zoals markttoegang) bepalend waren voor de veerkracht van stadslandbouw. Negentiende-eeuws België als het eerste industrialiserende land op het Continent fungeert hierbij als een ideale casus om strategieën van voedselproductie te onderzoeken in verschillende soorten steden. Het SUAS-concept zal daarbij getest worden door de impact van macro-condities (toegang tot land, grootte en vorm van een stad, het economische profiel van een stad, het type van landbouwsysteem nabij een stad, markttoegang, enz.) voor diverse steden op nationaal niveau na te gaan en verder verhelderd worden door voor enkele casussteden op micro-niveau van het huishouden te verklaren hoe verschillende vormen van stedelijke voedselproductie een antwoord boden op de uitdagingen en opportuniteiten van stedelijke groei.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp II. De historische stad als labo voor stedelijk onderzoek door middel van sociaal-ruimtelijke kaarten op huishoudniveau. 01/05/2016 - 30/04/2020

Abstract

In een samenleving waarin het grootste deel van de wereldbevolking in steden woont, staat de ontwikkeling van lange-termijnperspectieven op de ecologische, sociale, economische en politieke uitdagingen inherent aan stedelijkheid, hoog op de internationale onderzoeksagenda. De samenwerking van historici, sociologen, milieu- en literatuurwetenschappers in GISTorical Antwerp II vormt de historische stad Antwerpen om tot een digitaal labo voor lange-termijnonderzoek naar stedelijkheid. Vijf eeuwen stedelijke ontwikkeling tussen 1584en 1984 worden gevat in acht digitale sociale kaarten op het micro-niveau van het individuele huishouden. De bouw zet in op publieksparticipatie via 'crowd sourcing', maar ook op de ontwikkeling van nieuwe digitale technieken (Linear Referencing, Named Entity Recognition). Eens dit framework operationeel is, kunnen andere datasets (van bouwdossiers tot Google Books) onmiddellijk gekoppeld én sociaal en ruimtelijk gecontextualiseerd worden. Lange-termijnsonderzoek naar stedelijkheid in al zijn vormen en diversiteit aan individuele ervaringen en trajecten, krijgt zo een geheel nieuwe dimensie

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De stad in shock? Voedselprijzen en voedseltoegang in Vlaamse steden in tijden van crisis (1280-1370). 01/01/2016 - 31/12/2019

Abstract

Met een hoge bevolkingsdruk, een sputterende textielindustrie, en een hoogst onstabiel politiek klimaat, lijken de Vlaamse steden rond 1280 bijzonder kwetsbaar voor de catastrofale schokken in de vorm van hongersnood, pest en oorlog die de Europese samenleving in de daaropvolgend eeeuw zouden treffen. En toch lijken net in Vlaanderen de Malthusiaanse voorspellingen over de relatie tussen bevolkingsgroei, voedselproductie en crisis, niet op te gaan: van een algemene bevolkingsimplosie was geen sprake, en dit in tegenstelling tot zowel het even verstedelijkte Italië als het meer rurale Engeland. Waren de Vlaamse steden minder kwetsbaar voor voedselschokken, ondanks hun bevolkingsomvang? Wat genereerde deze ogenschijnlijke veerkracht, en zien we verschillen tussen steden en regio's onderling? In dit project staat de volatiliteit van voedselprijzen tijdens 'voedselschokken' centraal, en onderzoeken we enerzijds waarom die volatiliteit groter is in sommige steden en regio's dan in andere, en wat die verschillen verklaart: een betere toegang tot internationale handelsstromen; een meer (of net minder) gespecialiseerd hinterland; een groter belang van 'stadslandbouw' en directe bevoorrading, of de politieke interventie vanwege stadsbesturen of centrale overheid. In tegenstelling tot Engeland beschikken we voor continentaal Europa nog niet over betrouwbare prijzenreeksen voor 1340. de archieven van grote stedelijke hospitalen, abdijen en overheidsinstellingen in Vlaanderen bieden de kans om deze lacune te remediëren, en voor het eerst regionale en gecontextualizeeerde prijzenreeksen te genereren die de vergelijking met Engeland doorstaan, en ons een zicht bieden op prijsevoluties voor de Zwarte Dood. We concentreren ons daarbij in eerste instantie op de steden Brugge, Gent, Lille, Douai en Cambrai. Op basis van solide prijzenreeksen, onderzoeken we vervolgens de differentiële impact van oorlogen, misoogsten en ziekten. We stellen daarbij de vraag of institutionele, sociale, geografische dan wel markteconomische factoren doorslaggevend waren in het voorkomen van zware hongersnoden. Vanzelsprekend moeten we ook de mogelijkheid openlaten dat de Vlaamse steden wel degelijk kwetsbaar voor voedselschokken waren, en misschien zelfs in grotere mate dan steden in andere Europese regio's. Alleen werd het bevolkingsdeficiet in Vlaanderen misschien sneller door immigratie uit het omringende platteland of andere regio's aangevuld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Het landschap van ecologische infrastructuur. Een historische-theoretische reflectie over techno-natuurlijke interventie als ontwerpstrategie. 01/10/2015 - 30/09/2019

Abstract

Recente literatuur in ecologische stedenbouw toont dat de combinatie van infrastructuur met ecologische interventie meer en meer wordt voorgedragen als antwoord op de imminente ecologische crisis in de context van een versnellende verstedelijking. Het ontwerp, dat technologische functie met natuurlijke structuren versmelt, doet voornamelijk beroep op gesofisticeerde datatechnieken, eerder dan te beantwoorden aan sociaal-politieke noden of inspiratie te halen uit historische voorbeelden. Politieke ecologie, aan de andere kant, richt zich voornamelijk op de sociaal-politieke effecten van de techno-natuurlijke interventie, of op de in-en uitsluiting van actoren in het planningsproces. Het ontwerp, met ingeschreven ruimtelijke motieven, wordt daarentegen verschoven naar de marge. Door historische precedenten te analyseren, waar ecologische infrastructuur werd geconcipieerd als drager van het ontwerp, zal het onderzoek een ontwerpperspectief toevoegen aan politieke ecologie en socio-politieke context aan stedenbouw. Recente ontwerpcultuur zal bestudeerd worden vis-à-vis historische concepten over technologie en milieu, binnen een context van onzekerheid en snelle verandering. Naast de innovatieve methodologie die verleden, heden en toekomstige projectie relateert op een manier die voor zowel geschiedenis als hedendaagse theorie en praktijk vernieuwend is, heeft het project ook een inherente interdisciplinaire focus. Naast het samenbrengen van ecologische stedenbouw en politieke ecologie, relateert het project op een breder niveau technologie, ruimte en maatschappij, en daarmee de domeinen van stadsgeschiedenis, stedenbouw, planning, ingenieurskunde, politieke geografie en STS.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De 'horizontale stad' in de Middeleeuwen. Suburbane bewoning in de Zuidelijke Nederlanden (late 15de-16de eeuw). 01/10/2015 - 30/09/2018

Abstract

Dit project bestudeert suburbane gebieden in de omgeving van drie steden in de zuidelijke Nederlanden vanaf ca. 1490 tot 1585 (Antwerpen, Oudenaarde en Brugge). Het zal de veerkracht van voorstedelijke gebieden en de economische en sociale organisatie van voorstedelijke samenlevingen onderzoeken en het zal uitwijzen of de vestiging in voorsteden een goede sociale identiteit heeft ontwikkeld.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een gouden eeuw voor arbeid? Economische ongelijkheid en het looninkomen na de Zwarte Dood: een vergelijking tussen Vlaanderen en Toscane (1350-1500). 01/10/2015 - 30/09/2017

Abstract

Een gouden eeuw voor arbeid? Economische ongelijkheid en het looninkomen na de Zwarte Dood: een vergelijking tussen Vlaanderen en Toscane (1350-1500). Leidde de Zwarte Dood tot een gouden eeuw voor arbeid? De mortaliteitscrisis, die ongeveer een derde van de Europese bevolking doodde, veranderde radicaal de waardeverhoudingen tussen arbeid, land en kapitaal. Inderdaad, het reële loon steeg tot een niveau dat voor de industrialisatie nooit meer bereikt zou worden. Bijgevolg hebben generaties van historici de periode tussen 1350 en 1500 gekarakteriseerd als een gouden tijdperk voor arbeid. Recente literatuur over premoderne inkomststructuren trekt een dergelijke, rechtlijnige interpretatie echter in vraag. Zo blijken indices van reële lonen, die de basis vormen van de theorie, nauwelijks representatief voor het reële inkomen en sinds de jaren 1970-1980 zijn er geen nieuwe methodes voor dit probleem ontwikkeld. Dit onderzoeksproject stelt daarom een creatieve oplossing voor die ons in staat stelt om de impact van de Zwarte Dood op de inkomensverdeling te meten. Enerzijds vervangt het de enge focus op indices van reële lonen met een sociaal divers kader, waarin ook het lot van de zelfstandige middenklasse opgenomen wordt. Anderzijds, stelt een vergelijking tussen Vlaanderen en Toscane de universele effecten van de mortaliteitscrisis in vraag en belicht het in plaats daarvan de regionale en intraregionale verschillen inzake economische en institutionele structuren. Op die manier zal het onderzoeksproject leiden tot een kritische bevraging van het aloude paradigma 'een gouden eeuw voor arbeid'.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Subordinatie of solidariteit? Armenzorg als instrument van dorpselites in de 16de-eeuwse Zuidelijke Nederlanden. 01/10/2014 - 20/08/2018

Abstract

In dit project staat rurale armenzorg centraal, en dat in een periode van grote economische veranderingen en schommelingen die een regionaal zeer uiteenlopende impact hadden. Specifiek wordt er nagegaan in welke mate formele armenzorg (door de armendissen of Heilige Geesttafels) en informele armenzorg (bijvoorbeeld krediet- en pachtrelaties) functioneerden in drie regio's: de commerciële Kustvlakte, het proto-industriële Binnen-Vlaanderen en de communale Kempen. Er wordt in dit project speciaal aandacht besteed aan periodes van subsistentiecrisissen, aangezien dan de verschillen in lokale / regionale economische structuur, machtsbalans en elitebelangen en – strategieën sterk uitvergroot worden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Moderne stad, modern drinkwater? Een GIS-studie over de privatisering en continuïteit van gemeenschappelijke watervoorzieningen in de 18de- en 19de-eeuwse stad, casus: Antwerpen (1750-1900). 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

De groei van industriesteden rond het jaar 1800 wordt vaak gezien als oorzaak van een "crisis in de stadssanering", die de massa aan arme arbeiders dwong te leven in uiterst onhygiënische omstandigheden. De aanleg van het waterleidingnet geldt als keerpunt in de ontwikkeling van de moderne stad. Dit onderzoek stelt het belang van deze "watermoderniteit" in vraag. In een Europese context beperkten economische en demografische groei zich niet tot de 19de eeuw. Met het oog op de hedendaagse uitdagingen rond stadsgroei en de verdeling van natuurlijke grondstoffen, is een comparatief onderzoek naar het beheer van watervoorraden in perioden van economische groei uiterst relevant. In een lange termijnstudie die de Antwerpse "gouden eeuw" (16e eeuw) vergelijkt met de 19e eeuw, wordt nagegaan in welke mate technologische vooruitgang dan wel machtsrelaties bepalend waren voor de toegang tot drinkbaar water op momenten dat natuurlijke grondstoffen onder druk kwamen te staan.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

'Wo mistus, da Christus'. Een micro-perspectief op het gebruik van stedelijk afval als meststof in de Vlaamse landbouw in de nieuwe tijd. 01/10/2014 - 30/09/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Een historische studie van het stratenpatroon van Doel. 09/01/2014 - 31/10/2014

Abstract

Het project beoogt de beschrijving en waardering van het stratenpatroon van het polderdorp Doel in zijn historische ontwikkeling. De aanpak bestaat in de contextuele benadering van een historisch stratenpatroon. Daarbij worden de aanleg en de opeenvolgende modificaties van het stratenpatroon en de nederzettingscultuur die er zich op ent, geïnterpreteerd vanuit de evoluerende functie van de nederzetting.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kenniscreatie en kenniscirculatie in de Oostenrijkse Nederlanden: de runderpestepizoötie van 1769 - 1785 in het hertogdom Brabant en het Graafschap Vlaanderen. 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De 'horizontale stad' in de Middeleeuwen. Suburbane bewoning in de Zuidelijke Lage Landen (laat 15de-16de eeuw). 01/10/2013 - 30/09/2015

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De stad op het platteland. Textielproductie en stadplattelandrelaties in het Vlaamse "Westland" (15de-16de eeuw). 01/01/2013 - 31/12/2016

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Achter de schermen van de gemene gronden: Het sociaal agro-systeem van de laat-middeleeuwse Kempen geanalyseerd. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Soens Tim
  • Mandaathouder: De Keyzer Maïka

Onderzoeksgroep(en)

'Wo mistus, da Christus'. Een micro-perspectief op het gebruik van stedelijk afval als meststof in de Vlaamse landbouw in de nieuwe tijd. 01/10/2012 - 30/09/2014

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

GIStorical Antwerp: een micro-level data tool voor de studie van vroegere stedelijke samenlevingen, proefstudie: Antwerpen 02/07/2012 - 31/12/2017

Abstract

Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds de Vlaamse overheid. UA levert aan de Vlaamse overheid de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Kenniscreatie en kenniscirculatie in de Oostenrijkse Nederlanden: de runderpestepizoötie van 1769 - 1785 in het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen. 01/10/2011 - 30/09/2013

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De competitie over de commons in de laat middeleeuwse Kempen: Een onverkend gebied. 01/10/2010 - 30/09/2012

Abstract

Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Onderzoeker(s)

  • Promotor: Soens Tim
  • Mandaathouder: De Keyzer Maïka

Onderzoeksgroep(en)

Verdronken maar niet verlaten. Interacties tussen sociale en ecologische veerkracht van estuariene landschappen na overstromingen. Test-case: de Wase Scheldepolders op de Antwerpse Linkeroever (15e-18e eeuw). 01/07/2009 - 31/12/2013

Abstract

Estuaria zijn zeer dynamische ecosystemen waarvan de sociale en ecologische adaptaties - de veerkracht - na catastrofale overstromingen moeilijk te voorspellen zijn. Met dit onderzoeksproject worden respectievelijk de ontwikkeling van geulsystemen en het menselijk hergebruik van historische overstromingsgebieden in het laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Westerscheldegebied als proxys gebruikt om inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen ecologische en sociale veerkracht op lange termijn.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Haantjesgedrag. Lokale elites in een veranderende samenleving: een comparatief onderzoek naar machtsverwerving in Vlaamse en Brabantse dorpsgemeenschappen (13e-16e eeuw). 01/01/2009 - 31/12/2012

Abstract

Door middel van een vergelijkend onderzoek van twee regio's in de Zuidelijke Nederlanden met een duidelijk verschillend ontwikkelingstraject - de Antwerpse (Noorder-)Kempen en de Vlaamse Kustpolders - wordt met dit project voor het eerst getracht de invloed van deze agrarische transformatie op de organisatie en de dynamiek van lokale elites te verklaren. Vertrekpunt is de vraag óf een vroege en intense commercialisatie van de landbouw lokaal gepaard ging met een parallelle concentratie van economische en politieke macht in handen van 'nieuwe' elitegroepen, en óf omgekeerd in regio's met een meer traditionele plattelandssamenleving zowel bestaande feodale elites als de dorpgemeenschap als collectiviteit langer hun invloed lieten gelden.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecologische conflicten, plattelandsgemeenschappen en politieke centralisatie in de Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden (ca. 1300-ca. 1570): test-case: het hertogdom Brabant. 01/01/2009 - 31/12/2011

Abstract

De ecologische impact van het laatmiddeleeuwse 'staatsvormingsproces' wordt in vraag gesteld aan de hand van de interventies van lokale overheidsfunctionarissen in de organisatie en regulering van het leefmilieu in Brabantse plattelandsgemeenschappen tussen de 14e en de 16e eeuw. Centraal staat de vraag in hoeverre de centrale overheid reeds in de late middeleeuwen een dominante rol ging spelen in de verdeling van ecologische kosten en baten op lokaal niveau en of dit ten koste ging van traditionele ecologische beheersings- en kennissystemen.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De vroege hydrografie van de stad Gent: een verkennend geomorfologisch onderzoek van het menselijk ingrijpen in de waterhuishouding van het Middeleeuwse Gent (1100-1300). 01/01/2009 - 31/12/2010

Abstract

Menselijke modificaties aan het natuurlijke waterwegennet in de omgeving van de stad Gent liggen aan de basis van één van de meest spectaculaire voorbeelden van stedelijke groei in middeleeuws Europa. Toch bestaan over het onderwerp nauwelijks historische studies. Door integratie van de (schaarse) historische gegevens met recent voor het onderzoek beschikbare geomorfologische en geologische data in een hydrologisch model, wordt met dit onderzoeksproject een belangrijke synergie gecreërd tussen de onderzoeksexerptise binnen het Centrum voor Stadsgeschiedenis (UA) en het Centrum voor Architectuur- en Stedenbouwgeschiedenis (HA).

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

Ecologie en Macht. Leefmilieu als bron van conflict in de middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden. 01/12/2008 - 30/11/2009

Abstract

De controle over de natuurlijke omgeving was ook in het verleden een belangrijke bron van conflict. De onderzoekslijn "ecologie en macht" stelt de vraag naar wisselende constructies van politieke macht bij ecologische conflicten in het verleden. Meer bepaald wordt in een doctoraatsproject onderzocht in hoeverre politieke centralizering tussen de 14de en de 16de eeuw leidde tot een toenemende overheidsinterventie in de regulering van het lokale leefmilieu als middel om de autonomie van kommunale bestuursinstellingen op het platteland in te perken.

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)

De creatie van de Westerschelde. Een historische kijk op de transformatie van het Westerschelde-estuarium van veenriviertje tot internationale handelsroute ( ca. 1000-ca. 1500). 01/01/2008 - 31/12/2009

Abstract

Het ontstaan van de Westerschelde als belangrijkste monding van de Schelde (ca. 1000-1500) toont aan hoezeer Europa's rivierestuaria in historische tijden nog grootschalige transformatieprocessen ondergingen. Via retrogressieve reconstructie van de Westerschelde in een GIS-omgeving en geconceptualiseerd vanuit een aktieve rol van de mens, tracht dit project een nieuwe impuls te geven aan het interdisciplinaire onderzoek hieromtrent

Onderzoeker(s)

Onderzoeksgroep(en)