Voor jou ben ik teruggekomen: De tweede generatie joodse schrijvers in de Nederlandse taal

Inaugurele lezing 2002 - 2003

prof. dr. Elrud Ibsch - Vrije Universiteit Amsterdam
donderdag 24 oktober 2002
UFSIA auditorium R.004, Rodestraat 14, 2000 Antwerpen

Jongere joodse schrijvers in Nederland zijn - anders dan in Vlaanderen - als groep identificeerbaar. Zij behoren tot de mainstream van de eigentijdse Nederlandse literatuur en doen in binnen- en buitenland van zich spreken. Hun boeken worden ruimschoots vertaald. In deze lezing is gekozen voor schrijvers en schrijfsters die tijdens de Tweede Wereldoorlog jonge kinderen waren of na de oorlog zijn geboren. Dat in het oeuvre van deze auteurs de shoah een essentieel ervaringsgegeven is - veelal via de trauma's van hun ouders - zal niemand verbazen. Evenmin zal het verwondering wekken dat na de oorlog Nederland voor hen die uit de kampen of de onderduik terugkeerden niet als een veilige haven werd ervaren. In de lezing zullen de verschillende literaire verwerkingen van het verleden tegen de achtergrond van de historische context worden behandeld. Er valt een tweedeling in de literaire representaties waar te nemen : Ten eerste is er het autobiografische schrijven dat hand in hand gaat met het psychologisch realisme als schrijfmodus en dat gekenmerkt wordt door een aantal terugkerende thema's. De verscheidenheid die deze teksten vertonen berust met name op het taalgebruik, dat varieert tussen emotie, distantie, ironie en provocatie. Ten tweede zijn er de verhalen die "het realisme voorbijstreven". Zij vertonen een grotere mate van fictionalisering, de fantasie krijgt een rol toebedeeld en experimenten met tijd, ruimte en identiteit worden niet geschuwd. Schrijvers die o.a. zullen worden behandeld zijn: Ischa Meijer, Chaja Polak, Judith Herzberg, Carl Friedman, Jessica Durlacher, Arnon Grünberg, Leon de Winter en Marcel Möring.

Elrud Ibsch em. professor Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar onderzoekszwaartepunten zijn: literatuurgeschiedenis van de twintigste eeuw (met Douwe Fokkema publiceerde zij Het modernisme in de Europese letterkunde (1984), Engelse vertaling Modernist Conjectures (1987); literatuurtheorie, methodologie en (empirisch) lezersonderzoek (Literatuurwetenschap en cultuuroverdracht (eveneens met Douwe Fokkema, 1992), Engelse vertaling en bewerking Knowledge and Commitment : A Problem-Oriented Approach to Literary Studies (2000). Sinds een aantal jaren is het onderzoekszwaartepunt de holocaustliteratuur en de tweede generatie joodse literatuur. Zij heeft de volgende bundels op dit gebied geredigeerd: De lange schaduw van vijftig jaar : Voorstellingen van de Tweede Wereldoorlog in literatuur en geschiedenis (1996) en The Conscience of Humankind : Literature and Traumatic Experiences (2000). Een boek over holocaustliteratuur uit verschillende taalgebieden zal binnen niet al te lange tijd verschijnen.

Jewish Writing in contemporary Austria

donderdag 7 november 2002 om 20:00 uur
prof. dr. Vivian Liska - Universiteit Antwerpen
Lezing in het Engels

The recent emergence of a remarkable body of novels, short stories and poems by Austrian Jewish writers is a phenomenon endowed with historical, cultural and literary significance. The lecture explores the ways in which this literature deals with the trauma of the holocaust, with the interaction between Jews and non-Jews and with the Jewish and Austrian intellectual legacy. Since the war, Austrian Jews are often considered to be less 'antagonistically' Jewish than their German counterpart. A similar attitude can be observed in the literary works by Austrian Jewish authors belonging to the second generation of holocaust survivors. These authors embrace Jewish concerns but oppose a single, closed and unified concept of Jewish identity. Manifestations of this attitude can be traced to the specific Austrian context and will be analyzed in close readings of selected passages from works by Robert Schindel, Doron Rabinovoci and Robert Menasse.

Vivian Liska doceert moderne Duitse literatuur (met zwaartepunt op het modernisme), literatuurtheorie en retoriek aan de Universiteit Antwerpen (UIA). Zij is projectleider van het volume "Modernisme" in de ICLA-reeks "History of the European Literatures" en directeur van het Instituut voor Joodse Studies aan de Universiteit Antwerpen. Belangrijkste publicaties: Die Nacht der Hymnen. Paul Celans Gedichte 1938-1944 (Bern: Lang 1993), Die Dichterin und das schelmische Erhabene. Else Lasker-Schülers Die Nächte Tino von Bagdads(Tübingen: Francke 1997); 'Die Moderne - Ein Weib'. Am Beispiel von Romanen Ricarda Huchs und Annette Kolbs (Tübingen: Francke 2000). Essays en artikelen over Nietzsche, Kafka, Benjamin, Arendt, de Man, Celan, Kofman, Uwe Johnson, Martin Walser, Ilse Aichinger, Rahel Varnhagen, Maurice Blanchot

Het beeld van de Holocaust in de jeugdliteratuur

donderdag 14 november 2002 om 20:00 uur
Katrien Vloeberghs - Universiteit Antwerpen

Opvattingen over de gewenste eigenschappen en de functies van jeugdliteratuur, over het bevattingsvermogen en de draagkracht van het lezende kind leggen beperkingen op aan elke auteur van een jeugdboek over de holocaust. Toch kan dit het sterke, en noodzakelijke, streven om de kinderen en jongeren van vandaag te informeren, te herinneren, te waarschuwen niet tegenhouden en schept de kinderliteratuur eigen uitdrukkingsvormen. Deze grensbepalingen van de jeugdliteraire traditie én de creatieve mogelijkheden van literatuur leiden tot het ontstaan van een bijzonder holocaust-discours in de jeugdliteratuur. Aan de hand van concrete voorbeelden uit een dertigtal recente holocaust-jeugdboeken wordt ingegaan op de vragen: welke functies en gemeenschappelijke kenmerken vind je in deze werken, welke invloed hebben een veranderende culturele context en toenemende historische afstand, welke betekenis heeft het opvallende motief van het spel?

Katrien Vloeberghs doceert jeugdliteratuur aan de Universiteit Antwerpen (UIA) en bereidt momenteel over dit onderwerp haar doctoraat voor (Ontsluiting van de kinderkamer - dislocatie van de kind-topos in de hedendaagse jeugdliteratuur). Zij publiceerde recensies en artikelen in De Standaard, Streven, De Witte Raaf, Leesidee Jeugdliteratuur en andere vaktijdschriften over kinder- en jeugdliteratuur en Duitse literatuur.
 

Een andere God: Hoe Anne Frank God leerde kennen in het Achterhuis en hoe Etty Hillesum leerde knielen op de vloer van de badkamer

donderdag 21 november 2002 om 20:00 uur
Denise De Costa - schrijfster ('s Hertogenbosch)

Een meisje verbergt zich met haar familie in een achterhuis: Anne Frank. Een jonge vrouw slaat alle onderduikaanbiedingen af: Etty Hillesum. In het voorportaal van de dood, dat Amsterdam voor hen beiden is, houden zij een dagboek bij. Schrijven wordt hun manier van zelfontplooiing. Terwijl hen alles ontnomen wordt, ontdekken zij hun innerlijk, waar in vrijheid alles mogelijk is. Al schrijvend creëren zij dat wat zij nodig hebben: nabijheid, liefde, intimiteit. Zij gebruiken hun creativiteit ook in het zoeken naar een God die bij hen past. Anne Frank schept zich een God in de nabijheid van haar geliefde grootmoeder. Haar God is als een beschermengel, een liefhebbende moeder. Etty Hillesum bouwt een huis voor God in haar innerlijke ruimte. Zij is zwanger van God en beschermt hem tegen het kwade in de wereld.

Denise de Costa (Eindhoven, 1958) woont in het voormalige klooster in de Clarastraat van 's-Hertogenbosch in het zuiden van Nederland. Ze studeerde cum laude af op 'Sprekende Stiltes' (Kampen, 1989). Ze promoveerde op Anne Frank en Etty Hillesum. 'Spiritualiteit, schrijverschap, seksualiteit' (Amsterdam, 1986). Zij was tot 2000 als universitair docent verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek, waar zij als co-auteur betrokken was bij verschillende publicaties over Etty Hillesum: 'De moed hebben tot zichzelf' en 'Van aandacht en adem tot ziel en zin' (Utrecht, 1999). Momenteel is zij als schrijfster en onderzoekster zelfstandig werkzaam. Haar interesseert steeds de vrouwelijke binnenwereld, met name de religieuze, spirituele dimensie ervan: hoe geven vrouwen, in heden en verleden, in oorlog en vrede, zin aan hun bestaan?

Synagogues of Germany: A virtual reconstruction of the past

donderdag 28 november 2002 om 20:00 uur
Bruno Arich-Gerz - Universiteiten Konstanz & Antwerpen
Marc Grellert - Darmstadt Technical University
lezing in het Engels

Sixty-two years after the 1938 kristallnacht, architects have re-constructed the synagogues of fourteen German cities and used the Bundeskunsthalle in Bonn as a forum to present their results". At first sight a notice like this sounds like a bad spoof - the original synagogues have with some rare exceptions disappeared from German cityscapes. But far from being a manipulative distortion of the urban-cultural scene in Germany at the turn of the century, the statement has its referent in "real" reality: drawing on digital animation technology, members of the department of architecture at the Technical University of Darmstadt re-created the interior of synagogues and invited the public to take virtual strolls through buildings whose real counterparts have more than often been irretrievably lost.

The Darmstadt project and its presentation in the exhibition "Synagogues in Germany. A Virtual Reconstruction" in spring 2000 invites me, in turn, to focus on the specific interrelatedness of the new media ecology and the issue of remembering in general and of (city-)sites of memory in particular. The case of the virtually reconstructed synagogues shows that virtual worlds, discredited as a threat by some and hailed as immeasurably superior to the ordinary world by others, can constructively complement the exigencies that exist this side of the realities barrier. My analysis will take reference to two different "registers", present-day trauma theory and Jean Baudrillard's diagnosis of the Postmodern age. Virtual synagogues might on the one hand contribute to a successful collective working through; on the other, it is their very virtuality that preserves the concrete spots in the cities the status of "traumatic sites" (A. Assmann). At the same time the project's characteristic ridge walk - virtual constructs that refer to and depend on a real historical context - challenges the Baudrillardean view that technical progress has irreversibly thrust us into a simulacra-governed age of the hyperreal where any referentiality to ordinary reality has been done away with.

Bruno Arich-Gerz, born in 1966, graduated at the University of Cologne in 1993 in English, American and Spanish Studies, received his Ph.D. at the University of Konstanz in 2000 with a dissertation on Thomas Pynchon 's Gravity's Rainbow and reader response criticism. At present, he is working at the UIA with a project on representations of concentration camp Mittelbau-Dora.

Arnold Schönberg: Het beeld is klank geworden. De profetische relatie tussen Moses und Aron (1934) en A Survivor from Warsaw (1947)

donderdag 12 december 2002 om 20:00 uur
prof. dr. Etty Mulder - Katholieke Universiteit Nijmegen

Schönbergs onvoltooide opera-oratorium Moses und Aron en de cantate A Survivor from Warsaw "omlijsten" in creatieve en politieke zin de Tweede Wereldoorlog, met name zijn persoonlijke ervaring van de Holocaust. De opera stelt het beeldverbod aan de orde, het werk problematiseert tegelijk de wet van Mozes en de meer algemene legitimering van "het beeld", de verbeeldingsvolle vorm, in de westerse traditie, met name in de muziek. Dit kunstwerk proclameert het einde van de kunst. Een paradox... Zoals Schönberg in deze opera een teken geeft van het onafbeeldbare, zo herneemt hij in zijn na-oorlogse cantate de eenduidige uitdrukkingskracht van het beeld. Opnieuw fungeert de dodecafonische reeks als het beeld van de Alomtegenwoordige, de onafbeeldbare, en tegelijk van het Volk Israel. Wat zich tussen beide werken heeft voltrokken, wordt in de meest sublieme zin op verschillende muziekstrukturele niveaus "aangetoond". Het beeld is klank geworden.

Etty Mulder is als hoogleraar verbonden aan de Nijmeegse universiteit (KUN). Zij doceerde vele jaren muziekwetenschap en algemene kunstwetenschappen. Haar leeropdracht is vanaf september 2002 gewijzigd in "de verwerking van de Holocaust in de kunsten". Zij leidt een inter-universitaire onderzoeksgroep op dit gebied; In haar publicaties ligt een nadruk op de verbinding van trauma, psycho-analyse en kunst. Arnold Schönberg en diens relatie tot de orthodoxie (zowel religieus als muzikaal) neemt in haar werk een centrale plaats in. De composities die in de lezing aan de orde komen problematiseren de joodse indentiteit zoals die rondom de tweede wereldoorlog "in muziek" gestalte krijgt.

"Antisemitisme zonder Joden" in het Spanje van de 19de en 20ste eeuw

donderdag 19 december 2002 om 20:00 uur
Christiane Stallaert - HIVT Antwerpen

Aan de grondslag van de hedendaagse nationalismen in Spanje (zowel nationaal als regionaal: Baskisch, Andalusisch, enz.) ligt de etnische tegenstelling tussen zuiver-christen en "Moor"/jood. Aan de hand van verschillende gevalstudies wordt aangetoond op welke manier de historische aanwezigheid van joden en "Moren" op Spaans grondgebied aangegrepen wordt om een legitieme basis te verschaffen aan de huidige nationalismen en regionalismen in Spanje.

Christiane Stallaert is doctor in de sociale en culturele antropologie en licentiate in de romaanse filologie (Spaans en Portugees). Zij doceert Spaans aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (Hogeschool Antwerpen). Lopend onderzoek: religie als "ethnic marker" en pluri-etnische samenlevingsmodellen vanuit historisch-vergelijkend perspectief, etnisch nationalisme in Spanje en vergelijkende studie van het mensbeeld in radicaal-etnicistische regimes (meer bepaald nazi-Duitsland en het zestiende-eeuwse Spanje).

Israël in de Belgisch-joodse pers (1965 - 1980)

donderdag 9 januari 2003 om 20:00 uur
Geert Castryck - Universiteit Gent

Vanaf de jaren 1950 vond het joodse perslandschap in België haar élan van vóór de Tweede Wereldoorlog terug. Een aantal periodieken overleefde het efemere stadium en vertegenwoordigde tal van maatschappelijke, politieke en religieuze strekkingen. In deze voordracht worden voor de periode 1965 tot 1980 hun houdingen tegenover de staat Israël vergeleken. De positionering ten opzichte van de Israëlische regeringen en samenleving, de Palestijnse kwestie, de internationale arena en de Belgische omgeving staat hierbij centraal. Op basis van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens zal worden aangetoond wat de dominante verschillen en gelijkenissen in het Belgisch-joodse perslandschap waren, welke constanten van vóór de Zesdaagse oorlog tot na de Camp David-akkoorden overleefden, en welke ontwikkelingen in het Midden-Oosten de houding van de Belgisch-joodse pers tegenover de staat Israël het sterkst beïnvloed hebben.

Geert Castryck is licentiaat in de geschiedenis (Universiteit Gent - 1997) en licentiaat in de Oosterse talen en culturen (jodendom - islam) (Universiteit Gent - 2000). Hij is momenteel assistent geschiedenis van Afrika (Vakgroep Nieuwste Geschiedenis - Universiteit Gent). Zijn doctoraatsonderzoek gaat over de "Islam in Bujumbura: sociale geschiedenis van moslims en moslimgemeenschappen aan de Noordoever van het Tanganyikameer in een Oost-Afrikaanse en Afro- Aziatische context (1897-1962)". Specialismen : Beta Israël / Falashas (Ethiopische jodendom) - islam in Oost-Afrika - Arabisch-Israëlisch conflict. Disciplines : sociale geschiedenis - methodologie van de geschiedenis.

Mendele Mocher Sforim, de grootvader van de moderne Jiddische literatuur

donderdag 16 januari 2003 om 20:00 uur
Willy Brill - vertaalster (Jiddsiche Bibliotheek)

Mendele Mocher Sforim (Mendele de Boekverkoper), schrijversnaam van Sjolom Jankev Abramowitsj, 1836-1917, was een van de eerste Oost-Europese romanschrijvers in de Jiddische taal. Zijn zogenaamde pseudoniem Mendele de Boekverkoper koos hij niet uitsluitend om zich te verschuilen. Hij creëerde Mendele als een zelfstandig personage, als zijn opponent aan wie hij al zijn humor en ironische bespiegelingen kwijt kon. Mendele werd de meest complete romanfiguur in zijn hele oeuvre. Zowel Mendele als de schrijver, die grote invloed heeft gehad op zijn literaire tijdgenoten, zullen wij leren kennen aan de hand van fragmenten uit zijn werk, vooral door middel van zijn beroemd geworden, unieke prologen, die kenmerkend zijn voor zijn virtuoze stijl als kenner van Tenach en Midrasj.

Willy Brill is vertaalster en de drijvende kracht achter Vassallucci's Jiddische Bibliotheek. Vijf van de vertaalde werken staan op haar naam en bij de andere vertalingen was zij nauw betrokken. Ze maakt deel uit van de redactie samen met Shlomo Berger, hoofd van de vakgroep Hebreeuws aan de Universiteit van Amsterdam, de historicus Justus van der Kamp en vertaler Ruben Verhasselt. Op 1 november 2002 komt haar vertaling uit van De Familie Masjber van de Jiddische schrijver Der Nister, een magistrale familiekroniek over het Russisch-joodse leven aan het einde van de 19e eeuw. Verder geeft ze Jiddische les en zit ze in het bestuur van de Stichting Jiddisj en in de redactie van Grine Medine, een tijdschrift voor liefhebbers van de Jiddische taal en literatuur.

De legende van de Dibbuk. Over gilgul en 'ibbur als Leitmotiv in Anski's drama "Tvishen Tvey Welten"

donderdag 23 januari 2003 om 20:00 uur
Katrien De Graef - Universiteit Gent

In 1914 schreef Anski zijn befaamde drama "Tvishen Tvey Welten" (tussen twee werelden), een liefdesverhaal grotendeels gebaseerd op joods volksgeloof en folklore, ontleend uit de etnografische expeditie in de Oekraïense provincies Volhynië, Podolië en Kiev, die hij leidde van 1911 tot het uitbreken van WO I in 1914, waaronder de legende van de dibbuk. Een dibbuk is het Hebreeuws voor de ziel van een gestorvene die overgegaan is in het lichaam van een levende. In deze lezing worden, naast een algemene schets van Anski's drama, enkele passages die handelen over de onsterfelijkheid van de ziel, de zielsverhuizing (gilgul) en de ingang van een ziel in een man tijdens zijn leven ('ibbur) zoals aangenomen in de joodse mystiek, specifiek toegelicht. Er wordt gewerkt aan de hand van het originele Jiddische script voor de verfilming van het drama door M. Waszynski in 1938, ondersteund door beeld- en muziekfragmenten.

Katrien De Graef studeerde Oosterse Talen & Culturen (optie: Akkadisch - Sumerisch - Hebreeuws) aan de RUG. Bijkomende studies: modern Hebreeuws (Hebrew University of Jerusalem), Oud-Babylonisch (Vrije Universiteit Amsterdam), Sumerisch (Universiteit Leiden). Zij werkt sinds 1999 als assistente Assyriologie - Hebraistiek aan de RUG en schrijft een doctoraat over de Sumerische en Akkadische spijkerschrifttabletten gevonden in Chantier B te Susa (Iran, 2de mill. vot) en een publicatie en analyse van de "Ma'amar ha-ishut" door Samuel Holdheim (Duitsland, 19e eeuw). Sinds 2000 werkt zij ook als editorial secretary van Akkadica.

God, wereld en mens: het ternaire denken van Franz Rosenzweig

donderdag 30 januari 2003 om 20:00 uur
dr. Luc Anckaert - Katholieke Hogeschool Zuid-West Vlaanderen

In het joodse denken vormt de relatie met het oneindige een van de centrale aandachtspunten. Rosenzweig plaatst deze relatie in het centrum van zijn denken en noemt het de hartslag van zijn filosofie. Tijdens de lezing worden de vooronderstellingen en implicaties van deze relatie verkend. Aandacht wordt besteed aan de ervaring van trauma, de subjectiviteitsstructuur, de dialogische relaties en de socio-politieke relaties. Het denken van Rosenzweig vormt de leidraad. Hierbij wordt echter tevens veelvuldig verwezen naar andere auteurs, in het bijzonder Levinas.

Luc Anckaert studeerde wijsbegeerte, theologie en filologie aan de KULeuven. Momenteel docent aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West Vlaanderen. Publiceerde o.m. 'God, wereld en mens. Het ternaire denken van Rosenzweig' en 'Een kritiek van het oneindige. Rosenzweig en Levinas'. Deze laatste studie werd met goud bekroond door het Teyler's Genootschap.