Expo - Vroeg geboekt. 6 wiegendrukken, 6 getuigen van 500 jaar oude innovatie
Bijzondere Collecties ontvangt zes incunabelen
Het gebeurt lang niet elke dag: een anonieme schenking verdubbelt de collectie incunabelen Universiteit Antwerpen.
In de zomer van 2025 ontvangt het Departement Bibliotheek & Archief van de Universiteit Antwerpen een zeer bijzondere schenking. De bibliotheekcollectie wordt in één klap aangevuld met vijf incunabelen of ‘wiegendrukken’, werken die gedrukt zijn vóór het jaar 1501 en dus dateren uit de beginperiode van de Westerse boekdrukkunst. In november 2025 mochten we zelfs nog een zesde werk in ontvangst nemen.
Uitgezonderd het laatst verworven boek – dat in het Italiaans is gesteld – zijn de nieuwe aanwinsten in het Latijn gedrukt. Vijf werken zijn vervaardigd in Italië, meer bepaald in Venetië en Brescia, en één van de werken is gedrukt door Johannes van Westfalen in Leuven.
Benieuwd naar meer? Nog heel even geduld, we hebben nog wat tijd nodig om deze site helemaal af te werken.
Praktisch
- De fysieke expo loopt van 12 februari tot 18 april 2026 in de Universiteitsbibliotheek op de Stadscampus, vlak bij de algemene balie op het gelijkvloers.
Te bezichtigen tijdens de openingsuren van de bibliotheek. Alle boeken zijn gedigitaliseerd en kunnen op het digitaal platform van de Universiteitsbibliotheek worden bekeken. Alle links vind je hieronder. - Dit project werd gerealiseerd door medewerkers van Bijzondere Collecties en Publieksdiensten Stadscampus: Jolien Cuyvers, Jef De Ridder, Maartje De Wilde, Björn Rzoska, Victorine Van Mieghem, Jana Wabbes.
- Grote dank gaat uit naar de anonieme schenker, de meters en peters van de boeken (John Arblaster, Pierre Delsaerdt, Lisa Demets, Christian Laes, Sanne Mouha, Herman Van Goethem), en medewerkers van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.
Wat is er zo bijzonder aan incunabelen?
Er zijn redenen te over om weg te dromen bij incunabelen. Hun vorm, hun inhoud én het momentum waarin ze zijn ontstaan zijn alvast belangrijke kenmerken van deze vroege boeken. Meer hierover ontdek je in de video.
Incunabelen bieden een unieke blik op procesinnovatie in de late middeleeuwen
Het Latijnse woord 'incunabula' verwijst naar de doeken waarin baby's werden ingebakerd. In boekterminologie verwijst de term (of het synoniem 'wiegendruk') naar die welbepaalde boeken die dateren uit de babyjaren - of beter: de beginjaren - van de boekdrukkunst. Het gaat om de periode tussen 1450 en 1500, een halve eeuw waarin er volop werd geëxperimenteerd met de nieuwe druktechniek. Ook in de tijd vóór Johannes Gutenberg werden er al boeken gedrukt, maar toen werd elke pagina in zijn geheel uit een houtblok gesneden en zo gedrukt. Dit is niet efficiënt met het oog op hergebruik. Je kan elke mal maar voor één boek gebruiken. De grote vernieuwing ligt in het feit dat men vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw telkens nieuwe pagina's gaat samenstellen met los en herbruikbaar zetsel, wat eindeloos veel combinaties mogelijk maakt. En waar de blokboeken eertijds uit hout werden gesneden, werden de losse letters nu in lood gegoten - een veel duurzamere oplossing.
De eerste vernieuwing was die van het boekdrukproces zelf, de vorm van het boek zelf was nog diep verankerd in een handschriftentraditie die teerde op eeuwenoude geplogenheden. Het is de natuurlijke gang van zaken bij grote uitvindingen. Eerst krijg je procesinnovatie (de manier van drukken verandert) en daarna productinnovatie (het gedrukte werk zoekt zijn eigen vorm). Zo waren de eerste auto's ook zelfrijdende koetsen en de oudste modellen van gsm's lijken ook niet meer op onze moderne smartphones. Gaandeweg vindt het nieuwe product zijn eigen vorm, zo ook het boek in de tweede helft van de vijftiende eeuw. De oudste incunabelen hebben net zoals de handschriften nog geen titelbladen en een tekst begint gewoon bij het begin of het 'incipit'. De titel, auteurs- en drukgegevens vind je helemaal achteraan het boek, in het colofon.
Net als bij handschriften werd ruimte vrijgehouden om de eerste hoofdletters van een pagina of een alinea nog met de hand te verluchten. Het gebruik van ligaturen en afkortingen - die logisch zijn binnen een context van handgeschreven teksten - zien we gaandeweg in de eerste vijftig jaren van de boekdrukkunst afnemen ten voordele van afzonderlijke losse letters.
Ook in de vijftiende eeuw werden er nog boeken met de hand overgeschreven (vooral voor rijkere, traditioneel ingestelde klanten met een meer exclusieve smaak) of werd er nog gedrukt met houtblokken. De datum van 1 januari 1501 is daarom geen strikte scheidslijn. Ook daarna waren er nog evoluties te onderscheiden. We noemen de boeken die gedrukt zijn in de periode van ca. 1501 tot ca. 1540 post-incunabelen.
Incunabelen zijn vernieuwend
Incunabelen zijn unieke getuigen van een scharniermoment in de tijd, van de kennisrevolutie die zich in de late middeleeuwen voltrok en werpen een blik op de vijftiende-eeuwse maatschappij en de toen heersende ideeën. Byzantium viel in 1453 en veel wetenschappers uit het Oosten vluchtten naar het Westen en namen daarbij hun (Griekse) boeken mee. De wereld werd groter, de renaissance klopte aan de deur en tussen de eerst gedrukte boeken zie je - naast de godsdienstige werken - ook veel drukken van de populaire klassieke auteurs. Nieuwe ideeën stroomden Europa binnen en die informatie werd toegankelijk voor een steeds breder publiek. Waar een succesvolle tekst voorheen telkens één voor één met de hand diende gekopieerd te worden, kon men nu in één drukbeweging honderden exemplaren maken en verdelen onder het publiek. De steden in Europa zagen de opkomst van steeds meer universiteiten, die op hun beurt ook drukkers aantrokken en een ecosysteem van kennis creëerden. De moderne wetenschap stond in de startblokken om een hoge vlucht te nemen.
De zes incunabelen die hier worden getoond zijn niet zozeer letterkundig, maar wel historisch en wetenschappelijk van aard. Wat opvalt, is dat ze allemaal deel uitmaken van een lange (tekstuele) traditie, maar dat elk boek op zich ook van vernieuwing getuigt. Meer daarover in de rubrieken hieronder, maar hier alvast in het kort. Rimbertinus' boek getuigt van de vigerende mode in de preken in de kerk, de kronieken van Eusebius en Jacobus Philippus de Bergamo brengen vormelijke structuur aan in grote tekstdocumenten met verticale en horizontale lijnen. Het boek van Livius is uit het Latijn vertaald in het Florentijnse dialect en toont de zoektocht naar een nieuwe standaardtaal. Het boekenvak als industrie moest ook vanaf de grond worden opgebouwd: de functies van letterzetter, corrector of drukker waren nog niet zo strikt gescheiden. Het businessmodel werd bovendien volledig op zijn kop gezet: voorheen wist men op voorhand aan wie het boek verkocht zou worden, nu moest er op voorhand een marktonderzoek worden gevoerd om de oplage en de prijs te bepalen. De prijszetting, de manieren om de boeken aan de man te brengen, samenwerkingsverbanden - iedereen zocht naar wat het beste werkte in een industrie op weg naar volwassenheid.
Ze zijn gegeerd
Onderzoek leert dat er naar schatting wereldwijd nog 450.000 incunabelen bestaan. Velen daarvan worden bewaard in bibliotheken, maar incunabelen waren al vanaf de zeventiende eeuw het object van onderzoek en gegeerd door privéverzamelaars. Bekende voorbeelden hiervan in de Nederlanden zijn Jacob Visser (1724-1804) , Johan Meerman (1753-1815) en Willem van Westreenen van Tiellandt (1783-1848). De collectie van die laatste twee ligt aan de basis van de collectie van het Huis van het Boek in Den Haag.
Ook vandaag nog zijn deze boeken gegeerde verzamelobjecten. Drie van onze zes exemplaren zijn dan ook afkomstig van een veiling waar de Amerikaanse boekverzamelaar Eugene Somer Flamm een aantal werken uit zijn collectie incunabelen te koop aanbood. Op hoge leeftijd doet hij zijn collectie van de hand om ook andere verzamelaars de kans te geven om hun collectie op te bouwen.
De civitate Dei - Geschiedenis, filosofie en theologie
Aurelius Augustinus, De civitate Dei. Met commentaar van Thomas Waleys en Nicolaus Trivet.
Leuven: Joannes de Westfalia Paderbornensis, 1488.
Universiteit Antwerpen, UB, Bijzondere Collecties: MAG-P 15.544.
Klik hier om het volledige boek digitaal te doorbladeren.
Trotse peter: John Arblaster - Ontdek wat hij hierover vertelt.
Het belang van Augustinus kan onmogelijk overschat worden. (John Arblaster)
Kerkvader Augustinus beschrijft in De civitate Dei, wat een van zijn bekendste teksten zou worden, de strijd tussen de vergankelijke, aardse stad en de eeuwige stad van God. Hij schreef het 22-delige handschrift tussen 413 en 426; de val van Rome in 410 vormde het uitgangspunt. Het werk was zeer bepalend voor de ontwikkeling van de theologie. Gedurende de middeleeuwen werd het veelvuldig gekopieerd. De tekst is zowel in handschrift als in druk overgeleverd.
Deze specifieke editie dateert uit 1488 en is gedrukt in de Lage Landen, meer bepaald in de universiteitsstad Leuven. De tekst is volledig in zwarte inkt gedrukt, op het rode colofon na.
Johannes Van Westfalen was een van de eerste drukkers in de Nederlanden en werkte in zijn begindagen samen met die andere bekende grondlegger van de boekdrukkunst in de Lage Landen, Dirk Martens. Vanaf 1474 werkte Van Westfalen als zelfstandig drukker en boekhandelaar in Leuven. De incunabel die nu in Antwerpen berust, is een editie die werd becommentarieerd door de 13de-eeuwse theologen Nicholas Trivet en Thomas Waleys. Het betreft de enige Leuvense uitgave van Augustinus’ tekst én er zijn in België slechts 3 van de in totaal 24 exemplaren bewaard.
Wist je dat?
In de eerste halve eeuw na de uitvinding van de boekdrukkunst werd er volop geëxperimenteerd met deze nieuwe druktechniek. Enerzijds stonden de eerste boeken nog met één been in de handschriftentraditie; zo zijn er bijvoorbeeld nog geen titelbladen en begint een tekst gewoon bij het begin of het 'incipit'. Anderzijds werd er druk geëxperimenteerd met inhoud en vorm. Incunabelen zijn dan ook unieke getuigen van de kennisrevolutie die zich in de late middeleeuwen voltrok. Informatie werd toegankelijk voor een steeds breder publiek.
Inzicht op vlak van typografie, vormgeving, book design was ook vijfhonderd jaar geleden al van groot belang bij het ordenen van informatie. Onderstaande afbeelding toont links een deel van de inhoudstafel, met een verwijzing naar de verschillende hoofdstukken. Gedrukte folio- of paginanummers ontbreken nog in deze editie. Rechts zou je, in de vierkante witruimte voor het begin van een nieuw tekstonderdeel een zogenaamde wachtletter verwachten. Dat is een voorlopig gedrukte letter, waarover een rubricator in een latere fase met de hand een sierinitiaal kon toevoegen, maar die ontbreken hier. Een mogelijke verklaring kan zijn dat de beoogde lezers van dit werk eigenlijk wel wisten welke letter er moest staan.
Typisch voor teksten die becommentarieerd werden, is de vormgeving die je hier ziet. Centraal staat de brontekst, daaromheen wordt het commentaar gedrukt. Merk op dat de puntgrootte van de letters varieert: de brontekst is een beetje groter dan het commentaar.