Camille bestudeerde hagedissen in Zuid-Afrika

In het laatste jaar van haar masteropleiding Master in Biology: Biodiversity, Conservation and Restoration onderzocht Camille hoe sprintprestaties samenhangen met temperatuur en variatie in osteodermexpressie (benige platen die in de huid zijn ingebed) bij de Kaapse klifhagedis, een endemische Zuid-Afrikaanse hagedissoort. Haar thesis kadert in een breder onderzoeksproject onder leiding van Eleesha Annear (FunMorph Lab), dat onderzoekt hoe variatie in osteodermexpressie verband houdt met de thermische biologie van Hemicordylus capensis, een endemische Zuid-Afrikaanse hagedissoort.

Hoe zag een typische dag eruit?

We brachten meerdere dagen ter plaatse door, hetzij in de droge West-Kaap, hetzij in een hut op de top van een mistige berg, om hagedissen te verzamelen uit twee studiepopulaties. Elke ochtend liepen we een transect om gedragsgegevens te verzamelen: we kozen een traject van 200 meter op drie verschillende locaties en liepen dat om de drie uur. Zo konden we veranderingen in de activiteit van de hagedissen registreren naarmate de temperatuur doorheen de dag veranderde. Daarnaast verkenden we het gebied om individuen te lokaliseren die niet langs het transect leefden; die vingen we en bestudeerden we later in het labo.

Eenmaal terug in het labo voerden we experimenten uit die we zorgvuldig vooraf hadden gepland en waarvoor we toestemming hadden verkregen van Cape Nature, de publieke natuurbeschermingsinstantie die instaat voor het beheer van de biodiversiteit in de Zuid-Afrikaanse provincie West-Kaap. De bestudeerde soort is opmerkelijk omdat ze in sterk contrasterende omgevingen voorkomt. De ene populatie leefde in een extreem heet en droog, woestijnachtig gebied, terwijl de andere een nat en mistig gebied bewoonde. Met het experiment konden we bepalen hoe temperatuur individuen uit deze twee omgevingen beïnvloedt, wat hun voorkeuren zijn en hoe ze zich weten aan te passen.

Hoe heb je dit onderwerp gekozen?

Mijn interesse in ecologische fysiologie was het vertrekpunt: het begrijpen van de mechanismen die de evolutionaire trajecten van soorten beïnvloeden, hun gedrag sturen en hun reacties op snelle klimaatverandering bepalen. Daarnaast heb ik altijd de ambitie gehad om Afrikaanse fauna en ecosystemen te bestuderen; daarom greep ik deze kans toen ik dit voorgestelde thesisonderwerp zag.

Tegelijk was het voorgestelde onderwerp vooral een startpunt om mijn eigen onderzoeksvragen vorm te geven. Via gesprekken met mijn promotor werd ik aangemoedigd om zelf voorstellen te doen en het project actief mee te ontwikkelen.

Dat is ook mijn belangrijkste tip voor studenten die een specifiek thesisonderwerp willen bemachtigen: ga goed voorbereid naar je gesprek met je (toekomstige) promotor. Ik had artikels over het onderwerp gelezen, de publicaties van mijn promotor bekeken en mijn eigen vragen voorbereid. Je kunt het echt zien als een sollicitatiegesprek.

Mijn advies? Beschouw het intakegesprek voor je thesis als een sollicitatie: bereid je grondig voor en aarzel niet om zelf vragen te stellen.

Mijn advies? Beschouw het intakegesprek voor je thesis als een sollicitatie: bereid je grondig voor en stel zelf vragen.

Kwam er veel administratie kijken bij je verblijf in Zuid-Afrika?

Omdat mijn thesis deel uitmaakte van een lopend onderzoeksproject, kreeg ik veel hulp van mijn promotor bij het administratieve proces. Gelukkig, want er kwam heel wat bij kijken. Naast de ethische goedkeuring voor onze experimenten, de bijkomende financiering waarvoor we aanvragen indienden en enkele andere administratieve taken, moest ik persoonlijk het mobiliteitsformulier van de Universiteit Antwerpen invullen, evenals een risicoanalyse, een werkplekstageformulier en een stageovereenkomst. Mijn vaccinaties moesten in orde zijn. Daarnaast vroeg ik ook een internationaal rijbewijs aan, voor het geval dat.

Wat zijn volgens jou de grootste voordelen van naar het buitenland gaan voor je thesis? Wat leerde je dat je niet in België had geleerd?

Ten eerste maakte het uitvoeren van veldwerk het mogelijk om mijn project in zijn ecologische context te plaatsen. Ik zag met eigen ogen de verschillen in temperatuur en klimaat tussen de twee locaties, waardoor ik de leefomstandigheden van de hagedissen eenvoudiger begreep. Ik leerde over het gedrag van de hagedissen en hoe ze met hun omgeving interageren, en deed ook ervaring op met het uitvoeren van experimenten.

Ten tweede: internationale samenwerking. Ik werkte samen met een lokale student uit Kaapstad en samen bouwden we een rijkere databank uit voor onze beide projecten, die allebei verschillende aspecten van eenzelfde onderzoeksvraag onderzochten. Samenwerken met andere wetenschappers leert je kijken vanuit andere perspectieven. Deze ervaring moedigde me ook aan om zelf meer - en andere - vragen te stellen. Het contact met andere onderzoekers verruimde mijn blik en zette me ook aan het denken over mijn toekomstige carrière: hoe wil ik als wetenschapper impact maken in de wereld?

Natuurlijk was het ontdekken van de Zuid-Afrikaanse fauna tijdens het veldwerk ongelooflijk. Ik heb dingen gezien die ik hier in België nooit had kunnen zien. Mijn promotor gaf me zelfs wat tijd om plaatsen te bezoeken die ik graag wilde zien, waardoor ik na afloop van ons onderzoek nog op safari kon gaan.

Wat vond je het meest verrassend tijdens je verblijf?

Het is verrassend om te zien hoe verschillend onderwijs kan zijn tussen landen. Zuid-Afrikaanse studenten moeten een extra jaar volgen tussen hun bachelor- en masteropleiding, het zogenaamde ONIS-jaar. Tijdens dat jaar beginnen ze al aan projecten te werken. Daardoor starten ze hun masterthesis met meer ervaring en meer vertrouwen in hun eigen ideeën. Dat vond ik zeer waardevol, omdat deze vaardigheden niet alleen verwacht worden tijdens een masteropleiding, maar ook het niveau versterken dat nodig is om wetenschapper te worden.