Elien Cortoos over haar masterproef
Masterproef thesis (theorie)
Elien kiest voor een theoretische masterproef: wonen, werken en klassen in het interbellum
Voor Elien was een theoretische masterproef een logische keuze. Onder begeleiding van promotor Bart Tritsmans duikt ze diep in een thema op het kruispunt van sociale- en architectuurgeschiedenis. Haar onderzoek: appartementsgebouwen voor de burgerij tijdens het interbellum, bekeken door de bril van de dienstvertrekken en het inwonend personeel. Een perspectief dat historisch zelden centraal stond, tot nu.
Een vergeten wereld achter de representatieve ruimtes
Tijdens het interbellum werd het moderne appartementsgebouw een nieuwe, breed geaccepteerde woonvorm voor stedelijke en vaak welgestelde bewoners. De nadruk in historisch onderzoek ligt vaak op de representatieve ruimtes voor de inwonende familie waaronder de salons en woonkamers. Elien draait in haar onderzoek het perspectief bewust om. Ze focust op de plekken die doorgaans onzichtbaar blijven zoals de meidenkamers, de dienstingangen, de circulatie voor het dienstpersoneel, de conciergewoning en de keuken en bureau. Hierbij wil ze achterhalen hoe de wereld achter de schermen van het burgerlijk huishouden eruit ziet en functioneert. Haar focust ligt voornamelijk op hoe ver sociale klasseverschillen en genderaspecten tot uiting kwamen in het ontwerp van dienstruimtes binnen één bepaalde woontypologie.
Ze onderzoekt daarbij ook de impact van technologische innovaties zoals warm en koud stromend water, centrale verwarming en de opkomst van elektriciteit. Deze innovaties veranderden niet alleen de huishoudelijke arbeid, maar hadden ook een grote invloed op de inrichting van de interieurs.
Architectuur, sociologie én gender in één onderzoek
Het onderzoek van Elien beweegt zich op een mooi kruispunt:
- architectuurgeschiedenis
- sociologische analyse van klassenverhoudingen
- genderkwesties
Inwonend dienstpersoneel was in deze periode bijna uitsluitend vrouwen, terwijl de conciërge, die een volwaardige woning toegewezen kreeg, meestal een man was. Door een analyse van architectuur- en vrouwentijdschriften gaat Elien na in hoeverre de sociale veranderingen uit deze periode vertaald worden in de architectuur. Naast geschreven bronnen maakt ze ook gebruikt van planmateriaal waaronder grondplannen, doorsnedes, aanzichten en detailtekeningen, om zo de leefwereld te construeren van een groep die in de architectuurgeschiedenis vaak onderbelicht blijft.
Van literatuurstudie tot casestudies
Elien startte vorig semester met een brede en grondige literatuurstudie. Ze onderzocht:
- welke studies al bestaan
- waar de blinde vlekken zitten
- hoe de opkomst van appartementsgebouwen historisch geduid wordt
- hoe sociale verhoudingen in architectuur zijn ingebed
Nu werkt ze de architecturale en sociale pijler samen tot een coherent verhaal. Architectuur is altijd nauw verbonden met de personen waarvoor het ontworpen wordt. Om de dienstruimtes op een gefundeerde manier te analyseren, wil Elien eerst de gebruikers begrijpen. Daarna past ze haar inzichten toe op verschillende casestudies. Die casestudies vond ze via historische plannen, archiefstukken en architectuurtijdschriften uit het interbellum. Een bijzondere en nuttige vondst was een onderzoek uit 1942 waarin dienstpersoneel zelf bevraagd werd over hun leefomstandigheden. Dit onderzoek was één van de eerste die opgesteld werd om het perspectief van de dienstbodes centraal te stellen.
Voor haar bronnenonderzoek was Elien vaak te vinden in:
- de Universiteitsbibliotheek
- de Hendrik Consciencebibliotheek
- KADOC in Leuven
- het Vlaams Architectuurinstituut (gelukkig vlak bij de campus)
Ze dook er in dozen, mappen, microfilms, oude tijdschriften en vergeelde plannen.
Begeleiding die vooruithelpt
Op dit moment werkt Elien aan de structuur en het uitschrijven van haar thesis. De begeleiding verloopt grotendeels zelfstandig waarbij de studenten worden aangespoord om hun promotoren op zelfstandige basis te contacteren. Dit zorgt voor veel vrijheid en flexibiliteit. Daarnaast worden er om de paar weken groepsmomenten ingelast met alle studenten die een theoretische masterproef doen. Ondanks dat de verschillende thesisonderwerpen zeer uiteenlopend zijn, is dit zinvol. “Heel waardevol,” vindt ze zelf. “We lopen soms tegen dezelfde dingen aan. Door elkaar feedback te geven gaan we allemaal vooruit.”
Waarom een theoretische masterproef?
Elien besefte dat ze al drie jaar intensief ontwierp en dat ze dit moment wou grijpen om haar academische kant verder te ontwikkelen. Ze benadrukt dat ze graag verbanden legt tussen verschillende factoren. Door interieurs te analyseren, leert ze ontwerpen op een totaal andere manier kennen. “Het laat je inzien dat bepaalde ontwerpkeuzes normen en waarden uit een maatschappij kunnen belichamen. Ik vind het heel interessant om te onderzoeken hoe maatschappelijke structuren onze gebouwde omgeving beïnvloeden, en omgekeerd.”
Over Elien en de opleiding
Elien volgde in het middelbaar architecturale vorming wat een sterke voorbereiding gaf. Ze waardeerde de diversiteit van de opleiding interieurarchitectuur:
- stevige theoretische basis
- veel ontwerpateliers
- realistische vakken zoals elektriciteit, bouwfysica, HVAC
“Daarom koos ik voor UAntwerpen,” zegt ze. “De mix tussen het conceptuele en realistische zit heel goed”.
Met haar onderzoek toont Elien hoe interieurarchitecten niet alleen ruimtelijk denken, maar ook kritisch, historisch en maatschappelijk. Door vergeten ruimtes en groepen in de samenleving opnieuw zichtbaar te maken, verrijkt ze ons begrip van hoe architectuur werkt en voor wie ze werkt.