Zeb Jacob over zijn masterproef
Studio Morfologie van het interieur
Voor mijn masterproef koos ik voor de studio Morfologie van het interieur. Deze studio dwingt je om veel los te laten. Dat was in het begin best lastig. We werden uitgedaagd om niet te vertrekken vanuit functie, maar vanuit ruimte. Hoe zijn ruimtes opgebouwd? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Waar komt het licht binnen? Waarom staat iets precies daar? Ik moest echt anders leren kijken. Minder denken in gebruik, meer in structuur, textuur en ornament.
Loslaten om scherper te zien
De eerste opdrachten draaiden rond fragmenten: een raam, een deur, een plafond, een vloer. Elk fragment moest herontworpen worden, maar expliciet zonder functionele insteek. Dat was niet eenvoudig. Een raam is voor mij automatisch iets om door te kijken, om licht binnen te laten of om aan te zitten. Dat moest ik allemaal loslaten.
Ik vertrok op een bestaande site: het Abdissenkwartier van Herkenrode. Daar selecteerde ik fragmenten die ik analyseerde en gebruikte als uitgangspunt voor nieuwe ontwerpen. Alles gebeurde analoog: maquettes van het bestaande raam en een nieuw ontwerp, collages met de hand, een plafond als gipsmodel in negatief, een vloer als opengeklapt plan. Dat trage, manuele werken hielp me om echt te begrijpen wat ik aan het doen was.
Elke opdracht kreeg twee weken tijd, telkens gekoppeld aan theorie. Het ging dus niet alleen om maken, maar ook om nadenken over wat een raam of een deur eigenlijk ís.
Eén site, twee schalen
In het tweede semester werd diezelfde site de basis voor mijn masterproef. De ontwerpen uit het eerste semester nam ik mee in een herbestemmingsproject. Dat betekende werken op twee schalen tegelijk: grote ingrepen op niveau van de site en het gebouw, maar tegelijk ook heel precies op detailniveau in het interieur.
Ik koos ervoor om een gebouw weg te nemen zodat een binnenkoer werd geopend en een nieuwe ingang ontstond. Dat maakte een betere lezing van het geheel mogelijk. Op een ander gebouw voegde ik een element toe dat dienst doet als uitzichtpunt, met zicht over de volledige site en het omliggende natuurgebied. Ook vanuit de kelder zocht ik naar een sterkere verbinding met de tuin.
Het was zoeken, maar op een bepaald moment begon alles samen te vallen. De grote contextuele beslissingen en de kleine fragmenten begonnen elkaar te versterken. Mijn masterproef werd zo tegelijk ruimtelijk, gedetailleerd en analytisch.
Een houding tegenover het bestaande
Wat ik in deze studio misschien het meest geleerd heb, is een houding aan te nemen tegenover een gebouw. Zeker omdat het om een historische site gaat. Je moet kijken, wachten, analyseren. Leren luisteren.
Het loslaten van functie was in het begin frustrerend, maar achteraf gezien werkte het bevrijdend. Het dwong me om veel preciezer te ontwerpen.
Waarom deze studio?
Ik koos voor deze studio omdat ze sterk inzet op het maken met de hand, op ambacht. Voor mij is dit de meest artistieke studio binnen de opleiding, maar tegelijk is alles zeer goed onderbouwd.
De combinatie van analoog werken, nadenken over wat interieurs eigenlijk zijn, het herontwerpen van alledaagse elementen en het werken op menselijke schaal was voor mij doorslaggevend. Het is een manier van ontwerpen die traag is, maar diepgaand en die mij als ontwerper echt heeft gevormd.