Visuele Kritiek

Dit onderdeel biedt een close reading van sleutelteksten omtrent de verhouding tussen woord en beeld zoals die centraal staat in de master Theater- en Filmwetenschap. We nemen de cultuurtheoretische canon onder de loep en leggen zo een basis voor de ontwikkeling van een alternatieve kijkgeschiedenis in Visuele Kritiek 2. De colleges gaan uit van een directe confrontatie met oorspronkelijke theoretische opvattingen die het denken over kunst in de twintigste eeuw hebben bepaald. Aandacht gaat daarbij ook naar het specifieke (literaire) idioom van de betrokken auteurs. De onderwijsvorm is eerder die van het werkseminarie dan die van het hoorcollege: de docent introduceert het werk van de maître à penser en historiseert het door onder meer de ontstaanscontext te duiden, waarna een open discussie over de argumenten plaatsvindt. Op die manier kan de student de klassiekers in een juiste verhouding tot de eigen tijd plaatsen en hen recht doen.

Lesgever: Timmy De Laet en Evelien Jonckheere

Dramaturgie

De cursus wil inzicht bieden in theorie en praktijk van de dramaturgie.

Dramaturgie is de studie van een tekst (of nog ruimer gesteld: een thema of gegeven) met het oog op een enscenering.

Dramaturgie situeert zich dus steeds tussen theorie en praktijk. Het is een denken over tekst/thema/gegeven en deze reflectie concretiseert zich in een scenische praktijk.

Of ook: het is een denken over de voorstelling met terugkoppeling naar het vertrekpunt.

De cursus wil instrumenten geven van die dramaturgische arbeid. Het wil een introductie bieden tot dat veelzijdige terrein op de naad van tekst en voorstelling.

De keuze van het tekstmateriaal is bepaald door het aanbod van voorstellingen tijdens de duur van de cursus.

Uitgangspunt van de keuze is gerelateerd aan de diversiteit in omgang met dramaturgie en narratief in de podiumkunsten. Hoe worden vandaag verhalen verteld op de scène? Worden verhalen anders verteld op de grote dan op de kleine scène? Is er beïnvloeding vanuit de film? Is dramaturgie voor opera anders dan voor theater?

We kiezen voor een breed palet van producties die elk op verschillende manieren omgaan met tekst en materiaal en onderzoeken op die manier de verschillende werkvormen van dramaturgie in de hedendaagse podiumkunsten.

Lesgever: Kristof van Baarle

Esthetica van de hedendaagse cinema

De vragen die in deze cursus aan bod komen, spruiten allemaal voort uit één centrale vraag: op welke manieren vertellen films verhalen? Wat is, en hoe werkt, een filmnarratief? Wat word je als kijker verondersteld te kunnen, te weten en te doen wanneer we naar een (fictie)film kijken? Welke aspecten, structuren en strategieën worden door filmmakers doorheen de filmgeschiedenis gehanteerd om ons narratief begrip te versterken of tijdelijk in de war te sturen? Welke narratieve patronen zijn dominant en waarom? We proberen deze vragen te beantwoorden aan de hand van zowel (film)theoretische teksten als van concrete filmvoorbeelden. We besteden aandacht aan specifieke narratieve conventies en technieken zoals bijvoorbeeld het gebruik van de flashback of flashforward, de voice-over, vormen van point-of-view en wisselende vertellers, alsook aan het gebruik en effect van strategieën als mozaïekvertellingen (of ‘network narratives’), ingebedde verhalen en subjectieve vertellingen. Zo onderzoeken we in welke mate dergelijke netwerkvertellingen functioneren als allegorieën of morele parabels en toetsen we de bruikbaarheid van (literair narratologische) concepten als ‘vertellers’ en ‘focalisatie’ in een filmische context. We gaan na hoe narratieve strategieën uit verwante narratieve en/of visuele media –theater, literatuur, cartoons, schilderkunst, grafische kunsten etc- film hebben beïnvloed en vice versa. Voorts besteden we ruim aandacht aan de gehanteerde stijl (of vorm) van een film (in de mise-en-scène, de montage, de acteerconventies) alsook aan de wijze van karakterisering en het gebruik van affectieve patronen en hoe deze ons begrip en onze ervaring van het narratief bepalen. Naast een duidelijke focus op klassiek en hedendaags Hollywood, bestuderen we ook de narratieve patronen en structuren eigen aan specifieke tradities of filmgenres zoals de stille film, de nouvelle vague, de art-film, independent cinema, en niet-westerse filmtradities. 

Lesgever: Tom Paulus

Beeld, Lichaam en Expressie in acteren en performance

In deze cursus bestuderen we via centrale topoi de verschillende acteer- en dansopvattingen die in de loop van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw richtinggevend zijn geweest. De casussen overspannen de geschiedenis van film en podiumkunsten sinds de historische avant-garde tot nu. We analyseren de positie van de acteur, danser en performer in verschillende genres (zoals pantomime, expressionisme, melodrama) en historiseren deze tegen de achtergrond van paradigmatische tradities (de dramatische, epische en postdramatische praktijk; moderne, postmoderne en hedendaagse dans).

Rode draad doorheen de cursus is de spanningsverhouding tussen 'techniek en expressie'. We traceren deze dialectiek in de primaire teksten van toonaangevende theaterpedagogen (Stanislavsky, Brecht, Meyerhold en Diderot) en choreografen (Wigman, Laban, de Keersmaeker en Burrows). Binnen dit kader wordt de status van de performer en acteur verder uitgediept aan de hand van centrale concepten uit de film-, theater- en danswetenschap, waaronder 'presence' en 'liveness'. Ten slotte bekijken we hoe precies deze begrippen onder druk komen te staan in het tijdperk van de digitale media waarin het posthumanisme haar intrede doet. Kunnen we nog van theater spreken als de acteur verdwenen is, van dans als het lichaam niet meer autonoom beweegt?

Lesgevers: Tom Paulus, Charlotte De Somviele en Kristof van Baarle

Stage

De stage maakt deel uit van het praktische luik van de MA-opleiding theater- en filmwetenschap. Het biedt de studenten een uitgelezen kans om ervaring op te doen in het culturele veld. De theoretische bagage van de opleiding dient daarbij als bagage, maar tijdens de stage verkent de student ook andere, meer praktische horizonten en ontwikkelt zo nieuwe competenties. Het wordt dan ook beschouwd als een voorbereidende beroepsoriëntatie met het oog op de toekomst. Naast werkervaring biedt de stage tevens de mogelijkheid om eerste professionele contacten te leggen. Het effent het pad naar een latere tewerkstelling in de culturele sector. Naargelang de oriëntatie van de student, loopt hij of zij stage in het professionele domein van film of theater (MA). Bedoeling is dat de student zowel door observatie als door actieve betrokkenheid in de praktijk, 'aan den lijve' kennis maakt met de sector. Tijdens die stage zal de student concrete taken uitvoeren. Deze taken worden in overleg met de student, de coördinatoren en de gastinstelling bepaald. Bovendien wordt er verwacht dat de student die specifieke praktijk ook in een bredere context kan situeren. De stage is dus geenszins vrijblijvend maar veronderstelt een grondige voorbereiding, een actieve en flexibele opstelling tijdens de stageperiode, en een voortdurende bereidheid tot reflectie en dialoog met de praktijk waarin men terechtkomt.

Praktische informatie

De student loopt 1 maand voltijds stage bij een professionele instelling binnen het domein van de podiumkunsten of film (voor BA-studenten kan ook literatuur). Omgerekend in werkuren moet de student minimum 150 uur stage lopen. Pas dan is er sprake van een volwaardige stage.

De stage kan gespreid worden over het ganse academiejaar, de vakantieperiodes incluis. In overleg met de stageplek worden de werkuren bepaald. Sommige studenten opteren voor een spreiding doorheen het jaar, andere lopen liever een intensieve periode stage. Hou er rekening mee dat je andere lessen niet verwaarloost en in elk geval contact opneemt met docenten als je tijdelijk niet in de les kan zijn.

Niet alleen de stage zelf, maar ook de zoektocht naar een stageplek en het schrijven van een stageverslag worden in rekening gebracht bij het beoordelen van de stage. De student legt met andere woorden een volledig traject af, waarin er een grote zelfredzaamheid wordt verwacht.
Alle praktische informatie vind je op Blackboard (voor ingeschreven studenten).

Van de student wordt een stageverslag van 12 pagina's verwacht: enerzijds een persoonlijke en kritische (zelf)evaluatie, anderzijds een meer objectieve beschrijving van de organisatie (interne werking en plaats in het culturele veld). In principe kiest de student zelf zijn/haar stageplaats. Internationale stages worden uitdrukkelijk gestimuleerd. De stageplaats wordt best zo snel mogelijk vastgelegd, aan het begin van het academiejaar.

Lesgevers: Kurt Vanhoutte en Charlotte De Somviele

Workshop theater

Elk jaar creëren de studenten in de master theater- en filmwetenschap een eigen artistieke productie. Bedoeling is om samen een creatieproces te doorlopen en de praktijk van binnenuit te ontdekken. Zowel het dramaturgisch bijeenbrengen van materiaal als het proces om dat materiaal om te zetten in een scenische praktijk staan daarbij centraal. Een regisseur of een collectief uit de professionele praktijk begeleidt je hierbij. Aan het einde van de workshop volgt een publiek toonmoment. 

Lesgevers: Kurt Vanhoutte en Charlotte De Somviele

Onderzoeksseminarie Film

In dit onderzoeksseminarie werken de studenten gezamenlijk aan een door de docenten geformuleerde onderzoeksopdracht over een bepaalde casus uit de filmgeschiedenis. Films (die zich bij voorkeur in een Belgisch archief bevinden) worden met behulp van diverse onderzoeksvaardigheden benaderd: archiefonderzoek, close-reading, receptiegeschiedenis, restauratie-onderzoek, interviews, et cetera.

In dit seminarie wordt ook gereflecteerd over de adequate output van de onderzoeksresultaten, die de vorm kan aannemen van een paper, onderzoekdossier of een (virtueel) filmprogramma, symposium, boek, compilatiefilm, DVD-extra, video-essay of tentoonstelling.

In het academiejaar 2018-2019 wordt aandacht geschonken aan de film Het leven eener groote Abdij (1930) van de Belgische cineast Carlo Queeckers. In deze film wordt aan de hand van geënsceneerde tableaux de geschiedenis verteld van de Onze-Lieve-Vrouwabdij van Tongerlo, die kort voor de productie van de film door een zware brand werd geteisterd. Een kopie van deze film bevindt zich in het Koninklijk Filmarchief te Brussel.

Lesgevers: Steven Jacobs, Gertjan Willems, Ruben Demasure

Kritiek van de moderniteit

We begrijpen de moderniteit als startpunt van een alternatieve geschiedenis van het kijken. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaat een rijk artistiek en intellectueel klimaat dat zijn hoogtepunt vindt in het interbellum. De moderne ervaring denkt zichzelf in eerste instantie als beeld met een verhoogde aandacht voor het fragment, het efemere en het momentane. Protagonisten zoals Benjamin, Breton, Brecht, Epstein, Kracauer en Warburg ontwikkelen een ‘performatieve’ logica die niet uitgaat van lineariteit en voorspelbaarheid maar van contradictie en potentialiteit. We traceren die artistiek-intellectuele logica door oog te hebben voor zowel de kunstpraktijk (populair theater, vroege cinema) als voor de betekenisvelden die ermee samenhangen (allegorie, aura, charisma, pathos, photogénie). Er is tevens een praktische component, waarbinnen theorie moet leiden tot een nieuwe vorm van kritisch denken en schrijven. We toetsen in dat licht een aantal methodes (allegorie, irrationele uitvergroting, beeldenatlas, corps exquis, cinefiele anekdote) op hun bruikbaarheid.

Lesgevers: Kurt Vanhoutte, Tom Paulus en Timmy De Laet

Avant-garde en experimentele cinema

Deze cursus belicht diverse sleutelmomenten uit de geschiedenis van de experimentele film. In de keuze van onderwerpen wordt er gestreefd naar een evenwicht tussen een historische spreiding (historische avant-gardes uit het interbellum, naoorlogs modernisme, recente producties). Er wordt ruimte gecreëerd voor een nauwgezette inhoudelijke en vormelijke analyse van concrete films maar ook voor de studie van relevante (film)theoretische en cultuurfilosofische concepten.

In het bijzonder wordt in deze cursus aandacht geschonken aan onderstaande onderwerpen:

• toonaangevende figuren (Richter, Vertov, Deren, Brakhage, Snow, et cetera), stromingen (Trance Film, Structural Film, et cetera) en genres (Lyrical Film, abstracte film, stadssymfonie, et cetera) uit de geschiedenis en theorie van de experimentele film

• filmexperimenten van toonaangevende kunstenaars (bvb. Duchamp, Man Ray, Warhol, Broodthaers) en de filmproductie van belangrijke artistieke stromingen (bvb. Dada, Surrealisme, Fluxus).

• het concept “avant-garde” in relatie tot film

• toonaangevende figuren van de videokunst

Lesgever: Steven Jacobs

Danstheorie en analyse

Het domein van danswetenschap heeft de afgelopen decennia op internationaal vlak een enorme bloei gekend, niet alleen door de institutionele verankering van het veld maar ook door de methodologische verdieping van het onderzoek. Dans wordt daarbij benaderd vanuit een breed scala aan invalshoeken, vaak lenend uit andere disciplines in de humane wetenschappen, om zo de analytische en interpretatieve kaders te ontwikkelen die inzicht verschaffen in de aard van dans als artistiek medium, de choreografische strategieën in specifieke werken of oeuvres, alsook de bredere sociaalpolitieke betekenis van dans in zijn historische en hedendaagse context. Dit vak zal studenten vertrouwd maken met de verschillende benaderingen in danswetenschap en gaandeweg het nodige instrumentarium aanreiken om dans te begrijpen, adequaat te beschrijven en kritisch te analyseren. We zullen recente tendensen historiseren door hedendaagse en historische cases te bespreken in relatie tot de meest bepalende debatten in het veld.

Naast een voorbereidende inleiding op de vorming en het (inter)disciplinaire karakter van danswetenschap, focust de cursus in een eerste deel op de belangrijkste paradigma’s die een bepalende invloed hebben uitgeoefend op het onderzoek naar dans, onder meer poststructuralisme, fenomenologie, antropologie en etnografie, cognitieve wetenschap, etc. Het tweede deel van het vak behandelt vervolgens een reeks sleutelconcepten alsook enkele van de meest markante tendensen in het veld. Via klassikale case-analyses en close readings van sleutelteksten zullen we niet alleen nagaan hoe de theorievorming over dans wordt aangestuurd door de praktijk (en vice versa), maar ook hoe vermeend hedendaagse evoluties hun historische tegenhangers kennen.

Lesgever: Timmy De Laet

Masterproef

De masterproef handelt over een onderwerp dat verband houdt met één van de vakgebieden die binnen de masteropleiding Theater- en Filmwetenschap aan bod komen. De onderwerpen waaruit de student kan kiezen worden ieder jaar aangeboden op de website van de opleiding Taal- en Letterkunde.