Geneeskunde en Gezondheids­wetenschappen

Spin-off: Anicells

Over de productie van dendritische cellen

Prof. Nathalie Cools over de UAntwerpen-spin-off Anicells

​Sinds kort heeft het project Anicells een fabricagevergunning gekregen om te starten met de productie van dendritische cellen op hun gloednieuwe site in Niel. Deze verwezenlijking is een nieuwe spin-off, ontstaan vanuit het Centrum voor Celtherapie en Regeneratieve Geneeskunde (CCRG) van het UZA en vanuit de vakgroep VAXINFECTIO van de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. De bezieler en realisator van dit alles is prof. Nathalie Cools. Wij spraken met haar over de verwezenlijking van Anicells.

Op Anicells worden dendritische cellen geproduceerd. Wat is de functie van die cellen?

Anicells kantoren te NIel

Dendritische cellen zijn heel gespecialiseerde cellen van ons afweersysteem. Zij patrouilleren door ons lichaam op zoek naar indringers die infecties kunnen veroorzaken, zoals virussen en bacteriën. Als ze een vijandige cel, virus of bacterie detecteren, nemen ze die op en verwerken ze die tot kleine fragmentjes (zogenaamde antigenen) die ze tot slot op hun membraan presenteren. Zo kan het afweersysteem een adequate afweerreactie vormen. Je zou kunnen zeggen dat de dendritische cellen als bevelhebber van het afweersysteem de strijdkrachten aanstuurt.

Dat is hoe het loopt in gezonde omstandigheden. Echter, in bepaalde gevallen is de werking van de dendritische cellen verstoord. Bij kanker zien we dat de kankercellen minder vaak gedetecteerd worden, terwijl we bij auto-immuunziekten zoals multiple sclerose (MS) net zien dat de dendritische cellen ook lichaamseigen cellen als vijandig gaan zien.

Hoe kan men dendritische cellen inzetten om aan celtherapie te doen?

Met behulp van celtherapie kan je de werking van het afweersysteem bijsturen door dendritische cellen in het labo te genereren en vervolgens terug toe te dienen aan de patiënt. Bij kankerpatiënten kunnen we bijvoorbeeld voorlopercellen van die patiënt nemen, ze laten uitgroeien tot dendritische cellen en opladen met tumorantigenen, om ze daarna weer te injecteren in het lichaam van de patiënt. Op die manier wordt het afweersysteem extra gestimuleerd om op eigen kracht te vechten tegen de kankercellen. Ook bij auto-immuunziekten wordt er met behulp van in het labo gegenereerde dendritische cellen aan 'hereducatie' van het afweersysteem gedaan, zodat de cellen niet meer gaan vechten tegen lichaamseigen cellen. Celtherapie is een heel gespecialiseerde soort therapie, zogenaamde gepersonaliseerde geneeskunde. De cellen van een patiënt zelf worden aangepast in een labo en daarna weer bij die patiënt geïnjecteerd. Zo’n soort therapie kost niet alleen veel tijd en geld, maar je hebt er ook een gespecialiseerde infrastructuur voor nodig. Daarom kwamen we met het idee van Anicells

Anicells kantoren te NIel

Hoe ziet de werking van Anicells er precies uit?

Er zijn verschillende wetenschappers die met celtherapie bezig zijn, maar we merken dat ze een grote drempel ervaren wanneer ze hun beloftevol product vanuit een onderzoeksomgeving naar de patiënt willen brengen.

Wij willen bij Anicells dit ontwikkelproces faciliteren en versnellen, door de onderzoekers te ondersteunen en begeleiden in hun traject. Hiervoor kunnen ze terecht in onze gecertificeerde infrastructuur en krijgen ze ondersteuning van ons team dat op dit  moment bestaat uit 6 personen. De draaiende kracht achter ons team zijn de drie laboranten - ik noem ze soms weleens cell magicians. Naast hen hebben we nog een kwaliteitsverantwoordelijke, een projectmanager en ik leid de ploeg. En ten slotte hebben we nog support van een aantal consultants.

Waarom is het zo belangrijk dat Anicells kan starten met de klinische ontwikkeling van deze dendritische cellen?

Op korte termijn willen we hiermee zorgen dat de drempel om aan celtherapie te doen voor wetenschappers kleiner wordt doordat de kosten verlagen en het sneller gaat. Op langere termijn hopen we natuurlijk dat dit ervoor zorgt dat celtherapieproducten hun weg naar de patiënt meer en meer gaan vinden, want het blijft een soort therapie die nog niet zo wijd verspreid is. Als we kennis en infrastructuur delen, kunnen we ook meer patiënten helpen op termijn.

Het idee achter Anicells ontstond al zo’n zes jaar geleden. Sinds kort worden op de site voor het eerst cellen geproduceerd. Als bezieler van dit project stond u telkens op de eerste rij. Hoe verliep dat proces over die zes jaar?

​Zes jaar geleden kwamen we met de missie om de juiste infrastructuur aan te kunnen bieden voor onderzoekers naar celtherapieproducten. Zo'n infrastructuur opzetten gebeurt niet van vandaag op morgen en kost ook wat geld. Nadat we het idee hadden voor dat project, moesten we dus eigenhandig op zoek naar financiering. Bij het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en POM Antwerpen vonden we de juiste partners en subsidie. Tussen 2017 en 2019 zijn we van een leeg grasveld naar een volledig operationele unit gegaan. Daartussen zat een hele werffase. Eerst hadden we een loods, die werd dan wind- en waterdicht gemaakt en ten slotte hadden we een gebouw waar door onze onderzoekers in gewerkt kon worden. In mei 2020 kregen we een fabricagevergunning van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG), waardoor we nu het stadium van klinische ontwikkeling bereikt hebben.

Wat vond u het leukste in dit proces?

Eigenlijk vond ik heel het proces van begin tot einde heel leuk - al moet ik zeggen dat op zoek gaan naar financiering een beetje een noodzakelijk kwaad is. Ik heb veel bijgeleerd over bouwen en weet nu meer over bijvoorbeeld waterlekken, stroompanne en hoe je met een aannemer overlegt (lacht). Nu de bouwfase achter de rug is, en we een vergunning hebben om van start te gaan, moet ik ons team aansturen. Stuk voor stuk jonge en enthousiaste mensen met pakken motivatie! Ik vind het fijn om met hen samen te werken en hen te bewonderen.