Rechten

In memoriam Jean Van Houtte

Prof. Em. Jean Van Houtte is overleden op 22 november 2025. Hij werd 91. Een academisch In Memoriam verschijnt in het voorjaarsnummer van Recht der Werkelijkheid (2026(47)1). De publicatie van een bescheiden biografie volgt in het najaar. Het onderstaande stukje is een selectie uit de getuigenis door zijn laatste doctoraatsstudent, zoals die op de afscheidsviering in de Sint-Jacobskerk op  29 november 2025  te horen was.

--

We hadden de voorbije twee jaar een routine opgebouwd. Een keer in de week, soms vaker, pikte ik Jean op in woonzorgcentrum St. Camillus, na zijn siësta, en reden we naar zijn vertrouwde thuis in Berchem.  Onderweg becommentarieerde hij dan de voorbijglijdende wereld. ‘Maar zie hoe schoon’, over een mama met twee kleuters met blonde krullen aan de hand. ‘Er zijn nu toch meer auto’s dan anders, we staan al zo lang aan te schuiven!’  als de Singel wat vastzat.

Eenmaal in Berchem liet hij steevast weten hoe blij hij was om gewoonweg thuis te zijn. We snuisterden in mappen en dossiers uit zes decennia, rommelden tussen dozen met wetenschappelijke tijdschriften, vonden eretekens terug, zoals het ereteken van de Orde van de Azteekse Adelaar.  Soms ontdekten we dingen, soms vonden we niet wat we zochten. Dat was dan alvast een agendapunt voor de volgende bijeenkomst. Want Jean wilde graag vastleggen wat zijn leven betekend had, in de vorm van een bescheiden biografie. Niet om ruim of commercieel te verspreiden, maar om aan zijn naasten en geïnteresseerden te tonen waarmee hij zich bezig hield.

Onze routine was eenvoudig. Na de arbeid volgde het avondmaal. Jean ging dolgraag uit eten, ondanks zijn beperkte mobiliteit en toenemende afhankelijkheid van anderen. Hij slaagde er altijd wel in om kandidaten te vinden om hem te begeleiden. In een lokaal restaurant kwam de chef-kok zelfs uit de keuken om zijn ‘rolwagen’ over de drie treden naar het herenhuis te tillen. Maar hij genoot het laatste jaar zeker even veel van take away Japans bij hem thuis, of, zelfbereide lamskoteletjes met flageolets met daarna panna cotta met vers fruit. Ik hoor het hem achteraf nog zeggen, met zijn typische zwier: ”dit is het schoonste moment uit mijn leven!”.

Tot ver in zijn laatste levensjaar bleef hij doen wat hij het liefste deed. Werken en verbinden. Het nuttige aan het aangename koppelen. Jean genoot van de mensen om hem heen. Samen met anderen een maaltijd en wijn delen, maakte hem gelukkig. 

Die levensvreugde vloeide voort uit een rijk leven. Soms leek hij zelf verbaasd, en proclameerde hij “ik heb toch wel ‘t één en ‘t ander gedaan in mijn leven”.  Dat is niet gelogen. Jean was licentiaat in de criminologie (Gent, 1956), doctor in de rechten (Gent, 1957), licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen (Leuven, 1960) en doctor in de politieke en sociale wetenschappen (Leuven,1963). Als sociale wetenschapper werd hij gevormd  in het paradigma van de Amerikaanse naoorlogse empirische sociologie, en die systematische blik richtte hij initieel op de bejaardenpopulatie vanuit het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën in Brussel. Maar eigenlijk had hij veel meer interesse in de sociologische studie van de godsdienst. Jean zag het al helemaal voor zich: een carrière als godsdienstsocioloog in Leuven. Die job werd echter weggekaapt en de jonge sociologieprofessor zag zich verplicht om heel creatief na te denken over wat hij met die sociologie zou doen. Zijn oplossing was geniaal: hij zou sociologie niet langer toepassen op demografie of godsdienst, maar op recht! Dat was ook praktisch goed gedacht, want rechten was immers zijn eerste studie.

Als rechtssocioloog schopte hij het tot voorzitter van de RCSL – de grootste internationale groepering van rechtssociologen wereldwijd. Hij was een founding father van het IISL in Oñati, in Spanje – een wereldwijde hub voor rechtssociologie. Dichter bij huis richtte hij het Centrum voor Rechtssociologie aan UFSIA op. Daarnaast was hij rector van UFSIA, plaatste veel kunst op de campus, bezocht universiteiten en conferenties van Mexico tot Zuid-Afrika en Nieuw Zeeland, of onderhandelde hij over studentenuitwisselingen in vier werelddelen.  

Natuurlijk was hij ook vader en echtgenoot. Het was mooi om hem liefdevol te zien mijmeren over zaken die hij voorheen altijd vanzelfsprekend vond. “Cécile, die heeft wat moeten verdragen met mij”.  Wat wil je, als je om de haverklap diners organiseert bij je thuis onder het mom van de wetenschap!? 

Ondanks zijn fysieke beperkingen, ondanks de toenemende beproevingen bleef hij werken en verbinden. Opgeven?  Dat woord stond niet in zijn woordenboek – en als het er toch zou instaan, zou dat achteraan, onder de Z staan.

--

Jean, je bent nooit gestopt met goed te leven. Zelfs nu je het aardse voor het eeuwige hebt verruild, blijf je doorleven in de inspiratie die je ons schonk, in de herinnering aan je onuitputtelijke joie de vivre, in jouw invulling van wat het is om academicus, bestuurder of gewoon een goede mens te zijn. 

Koen Van Aeken