POC-testen
Sneltest voor luchtweginfecties vermindert antibioticavoorschriften niet vanzelf
Studies tonen aan dat point-of-care testen een gedragsveranderingsinterventie zijn, geen snelle technologische oplossing
Het beschikbaar stellen van snelle diagnostische testen (point-of-care testen of POC-testen) in de huisartsenpraktijk leidt op zichzelf niet tot minder antibioticavoorschriften bij patiënten met luchtweginfecties. Dat is de belangrijke conclusie van twee internationale studies, uitgevoerd door de universiteiten van Antwerpen, Oxford en Utrecht. Het medisch vakblad The Lancet Primary Care bericht er over.
Antwerpen/Oxford/Utrecht – De PRUDENCE-trial vergeleek in dertien landen de standaardzorg met en zonder POC-teststrategie, bloedtest voor ontstekingswaarden (CRP), keelswab voor groep A-streptokokken en neusswab voor influenza bij patiënten waarbij de arts antibiotica overwoog. De beschikbaarheid van de testen leidde niet tot minder voorschriften. De tijd tot herstel was in beide groepen gelijk: vier dagen.
"POC-testen zijn geen eenvoudige technologische quick fix. Ze kunnen een hefboom zijn voor beter voorschrijfgedrag, maar enkel wanneer de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn," zegt prof. Sibyl Anthierens (Universiteit Antwerpen).
Waarom werken testen niet automatisch?
De procesevaluatie toont aan dat artsen testresultaten systematisch negeren in drie herkenbare situaties: wanneer symptomen als klassiek bacterieel worden beschouwd, wanneer de uitslag botst met hun klinische intuïtie, en wanneer de prescriptie al aan de patiënt werd meegedeeld vóórdat de uitslag beschikbaar was. Belangrijk: testen werken ook bidirectioneel, een verrassend positief testresultaat leidde soms tot een voorschrift dat de arts aanvankelijk niet had gepland. Testen zijn geen instrument om altijd minder voor te schrijven, maar om beter en veiliger voor te schrijven.
Ook patiënten spelen een onderschatte rol. Zij aanvaarden testresultaten vaker wanneer die aansluiten bij hun verwachtingen, maar stellen ze in vraag wanneer ze hun klachten als ernstig ervaren. Patiënten die begrepen wat de test mat en wat een negatief resultaat betekende, waren bereid hun verwachting rond antibiotica bij te stellen waarbij velen spontaan antibioticaresistentie noemden als motivatie om geen antibiotica te nemen.
Wat moet er dan wél gebeuren?
De studie opent een concrete agenda: POC-testen moeten worden ingebed in een breder pakket van interventies. Dat omvat communicatietraining voor artsen, het bewust uitstellen van het bespreken van een voorschrift tot na de testuitslag, betere ondersteuning bij testinterpretatie, en gerichte uitleg aan patiënten over wat de test meet en betekent. De vraag is niet langer óf POC-testen werken, maar onder welke voorwaarden ze optimaal kunnen werken – en hoe beleid en opleiding die voorwaarden actief kunnen creëren.
Over de studie
VALUE-DX: Europees consortium, gefinancierd door de EU (Innovative Medicines Initiative), gecoördineerd door prof. Herman Goossens (Universiteit Antwerpen).
PRUDENCE-trial: geleid door prof. Chris Butler (Universiteit Oxford) en prof. Alike van der Velden (Universiteit Utrecht).
Procesevaluatie: geleid door prof. Sibyl Anthierens (Universiteit Antwerpen) en prof. Sarah Tonkin-Crine (Universiteit Oxford).
Belgisch huisartsenpraktijkennetwerk: geleid door prof. Samuel Coenen (Universiteit Antwerpen).
Dertien Europese landen, procesevaluatie in zes landen: België, Duitsland, Engeland, Georgië, Griekenland en Ierland.