Hoe ziet het toelatingsexamen arts eruit?
Het toelatingsexamen bestaat uit twee delen:
Deel 1: KIW (= Kennis en Inzicht in de Wetenschappen)
- Wiskunde
- Fysica
- Chemie
- Biologie
In dit onderdeel wordt je kennis getoetst in 4 reeksen van 10 meerkeuzevragen. Je krijgt wel een formularium ter beschikking, en je mag gebruik maken van een eenvoudige rekenmachine. De leerstof van dit onderdeel is aangepast aan de leerinhouden van de bovenstaande vakken zoals die in de tweede en derde graad van de doorstroomfinaliteit van het secundair onderwijs.
Een voorbeeldvraag biologie:
DNA-ligase is een enzym dat betrokken is bij …
- de replicatie van DNA
- de translatie van mRNA
- de transcriptie van DNA
- de polymeraseketenreactie (PCR)
(antwoord 1 is juist)
Deel 2: GC (= Generiek Competenties)
1 deel EMCO (= Empathie en Communicatie)
Hier test men je (inter)persoonlijke vaardigheden, die je later als arts nodig hebt. Dat gebeurt aan de hand van 15 meerkeuzevragen met vier antwoordopties.
1 deel VAARDIG (= Verbinden, Analyseren, Redeneren, Integreren)
In dit deel wordt je begrip van medische teksten en figuren getest. Dat gebeurt in 25 vragen.
Ook dit deel wordt bevraagd aan de hand van meerkeuzevragen met 4 antwoordmogelijkheden.