Tip 78: Laptops en smartphones in de aula

Bij de start van het nieuwe schooljaar in Frankrijk ging op de basisscholen en de eerste jaren van het secundair onderwijs een algemeen smartphoneverbod in. In deze onderwijstip verplaatsen we dit thema naar het Belgische hoger onderwijs. Want ook in ons land leeft de discussie over het al dan niet verbieden van laptops en smartphones in het (hoger) onderwijs. Getuige hiervan zijn de verschillende opiniestukken die de afgelopen jaren verschenen (bijvoorbeeld, De Standaard, 30 september 2017; De standaard, 15 november 2017; De standaard, 11 oktober 2016)

Hieronder geven we een aantal overwegingen en argumenten die je mee kan nemen in jouw beslissing omtrent het al dan niet verbieden van laptops en smartphones in jouw onderwijs. Hierbij laten we ons leiden door onderzoek maar ook door discussies met lesgevers in het hoger onderwijs. Doel van deze tip is dus niet jou te overtuigen van het ene of het andere standpunt, maar eerder stoffering te bieden om zelf een standpunt in te nemen. Want, beste lezer, de uiteindelijke eindbeslissing ligt, bij het uitblijven van een algemeen verbod, bij jou.

 

De laptopmuur

Lesgevers geven aan het minder aangenaam te vinden om les te geven aan een ‘muur van laptops’. Men komt moeilijker in contact met studenten, het is moeilijker communiceren en, in het algemeen, geeft het een minder goede sfeer in de aula. Samenhangend hiermee is het gegeven dat je, als studenten zich verschuilen achter de laptop,  minder input meekrijgt van gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Input die je kan gebruiken om af te leiden in hoeverre studenten mee zijn met de les.

 

Wereldvreemd onderwijs

De onderwijswereld mag geen wereld zijn die los staat van de rest van de maatschappij, een maatschappij waar ICT waarschijnlijk alomtegenwoordig zal zijn. Daarnaast zullen studenten, die doorstromen naar de arbeidsmarkt, een deel van hun professionele activiteiten via ICT laten verlopen. Daarom is het verbieden van ICT (laptops en smartphones) in het onderwijs geen goed idee.

Hierbij kunnen nog twee kanttekeningen geplaatst worden:

  1. Sommige lesgevers, die voorgaande gedachtegang volgen, zetten tegelijkertijd in op het sensibiliseren en ‘ICT-bewust’ maken van hun studenten. Dit doen ze door in de eerste les(sen) in te gaan op onderzoek over de mogelijke effecten van multitasken, noteren met en gebruik van laptops in de les en de invloed op studieresultaten (e.g., Mueller & Oppenheimer, 2014; Sana, Weston, Cepeda, 2013). Het is vervolgens aan de student om de beslissing te nemen of men al dan niet gebruik maakt van de laptop. Op de effecten van laptop - en smartphonegebruik zullen we later in de tip dieper ingaan.
     
  2. Sensibiliseren is 1 ding. Het is nog iets anders om de studenten op te leiden en hen voor te bereiden op een arbeidsmarkt waar ICT sterk aanwezig is. Opleiden betekent dus meer dan enkel het toelaten van de laptop/smartphone en inzetten op sensibilisering. Zo worden er in het hoger onderwijs meer en meer stappen ondernomen om ICT-geletterdheid, mediawijsheid,… op te nemen in het curriculum. Zo zal UAntwerpen vanaf het academiejaar 2019-2020 het universiteitsbrede opleidingsonderdeel ‘Media en digitale samenleving’ aanbieden. Het opleidingsonderdeel heeft als basisdoel de studenten bewust te maken van de mechanismen van de media in de gedigitaliseerde samenleving en de risico’s voor vertekende opinievorming en polarisering. Door de studenten vertrouwd te maken met deze mechanismen zijn ze beter voorbereid om in hun eigen domein de opportuniteiten en risico’s te zien voor de verspreiding en toepassing van (wetenschappelijke) kennis en informatie, alsook de ontwikkeling van ICT toepassingen.

 

Afleiden/multitasking

In dit onderdeel zijn we in één keer bij een eerste mogelijk effect van laptop- en smartphonegebruik beland: studenten kunnen door de laptop/smartphone afgeleid worden. Multitasken kan een negatief effect hebben op de aandacht die men kan spenderen aan het verwerken van de leerinhoud.

Lesgevers merken op dat studenten die met de laptop bezig zijn, vaak afgeleid en dus niet on-task zijn. Dit wordt inderdaad bevestigd door verschillende studies (e.g., Ragan, Jennings, Massey & Doolittle, 2014). Hoewel men moet beseffen dat de creatieve student geen laptop of smartphone nodig heeft om afgeleid te zijn, moeten we ook toegeven dat deze apparaten veel meer mogelijkheden geven om off-task te zijn. Het lijkt zelfs zo te zijn dat medestudenten die in de buurt zitten van een laptopgebruiker, ook afgeleid worden (Sana et al, 2013).

Daarnaast is het ook zo dat we geen efficiënte multitaskers zijn. We zullen in een situatie waarin we aandacht moeten schenken aan meerdere taken (bijvoorbeeld, zowel aan het verwerken van leerinhoud als aan het checken van mails/facebook/…) een bepaalde prijs betalen (bijvoorbeeld, minder onthouden van de leerinhoud). 

We kunnen bovenstaande ideeën echter ook plaatsen binnen principes van klasmanagement. Hierbij is het punt dat, om efficiënt en effectief een klas te managen, we zouden moeten voorkomen dat studenten de kans krijgen om afgeleid te worden of dat ze afleiding gaan zoeken. Hierbij zoek je dan oplossingen in het motiveren van studenten, het vinden van het juiste tempo van de les, het afwisselen tussen lesgeven en activeren, … . De aanwezigheid van de laptop is dan niet de focus, eerder hoe je de les verzorgt en afleiding voorkomt.

In het verlengde hiervan kan je ook nadenken hoe je de laptop niet als een potentieel afleidingsmiddel ziet, maar eerder als een doelgericht middel om studenten actief met de leerstof te laten omgaan. Denk hierbij aan studenten verdere informatie laten opzoeken, hen bepaalde software laten gebruiken, hen oefeningen laten maken, notities laten nemen, … . Op dit laatste onderwerp gaan we hieronder verder in.

 

Notities

In dit deel behandelen we een tweede effect van laptopgebruik. Hierbij richten we ons op onderzoek dat gedaan is naar de manier waarop studenten noteren als ze een laptop of als ze pen en papier gebruiken. Daarnaast bekijken we welke invloed dit heeft op de resultaten van studenten.

Eerst en vooral willen we duidelijk maken dat het nemen van notities een positief leereffect heeft, onafhankelijk van de keuze voor laptopof pen en papier (Bui, Myserson & Hale, 2012). Het is dus sowieso goed om studenten aan te raden notities te nemen.

Er blijkt wel een verschil te zijn in hoe studenten noteren, naargelang ze een laptop of pen en papier gebruiken (e.g., De Bock & De Weerdt, 2018; Christiaensen & Leppens, 2018). Notities op een laptop zijn langer, vollediger en bevatten meer kernelementen. Vaak wordt hierbij informatie die de lesgever geeft, letterlijk overgenomen. Omdat het medium zich daar minder toe leent, worden er minder symbolen gebruikt bij laptopnotities. Bij notities met pen en papier zijn studenten creatiever in de structuur van de notities. Studenten gebruiken ook meer trucjes om de notities te reduceren, bijvoorbeeld door het gebruik van afkortingen en symbolen. Daarnaast onderscheiden ze meer hoofd- en bijzaken en vatten ze de informatie samen of parafraseren ze de informatie. Studenten zijn bij dit soort notities in feite de leerinhoud al aan het verwerken.

Verschillende studies vermelden gemengde resultaten met betrekking tot de invloed die de soort notities heeft op resultaten van studenten. Zo is er een studie van Mueller & Oppenheimer (2014) die stelde dat studenten met pen en papier-notities beter scoorden. Bui et al (2012) vond echter dat studenten die noteerden met de laptop betere testresultaten neerzetten. Een mogelijke verklaring voor deze verschillende resultaten kunnen we vinden door te focussen op wat er getest werd. Terwijl het bij Mueller & Oppenheimer (2014) ging om conceptuele testen (waarbij inzicht en redeneren belangrijk zijn), ging het bij Bui et al (2012) om het testen van feitenkennis.

Wellicht het belangrijkste om mee te nemen is dat noteren op zich leidt tot beter resultaten, onafhankelijk van het medium waarmee dit gebeurt. Daarom is de keuze van noteermedium wellicht minder belangrijk dan het geven van tips en tricks om goed te (leren) noteren (voor UA-personeelsleden: Monitoraat op Maat – Academisch Nederlands organiseert een workshop voor instromende studenten waarin onder andere ‘notities maken tijdens de les’ aan bod komt. Daarnaast hebben alle studenten en docenten van UAntwerpen toegang tot het zelfstudiepakket ‘Basisvaardigheden academisch Nederlands: tips en oefeningen’ op Blackboard. Dit pakket bevat, onder andere, tips over noteren tijdens hoorcolleges. Het pakket is beschikbaar via ‘mijn studie’ of ‘mijn onderwijs’).

 

Invloed op resultaten

Je merkte het hierboven al op: als we de factor ‘soort notities’ meenemen, geeft de invloed van het gebruik van laptops op resultaten van studenten een onduidelijk beeld. Als we echter gaan kijken naar het algemene effect van het gebruik van laptops op resultaten, krijgen we een iets eenduidiger plaatje. Een plaatje dat niet echt positief is. Zo stelden Wurst, Smarkola & Gaffney (2008) bij het vergelijken van de resultaten van laptopgebruikers en niet-laptopgebruikers, geen significant verschil vast. Andere onderzoekers stellen dan weer een negatieve relatie vast: laptopgebruikers scoren slechter op testen (Fried, 2008) en dit effect zou zich ook manifesteren op langere termijn (Carter, Greenberg & Walker, 2017). Daarnaast zouden ook medestudenten die zich in de buurt van de laptopgebruiker bevinden slechtere resultaten neerzetten (Sana et al, 2013).  Dus, in het beste geval vinden we geen effect, in het slechtste een negatief effect van laptopgebruik op testresultaten.

Een belangrijke opmerking om mee te geven: bovenstaande resultaten werden behaald in situaties waarin lesgevers de studenten de volledige vrijheid gaven in hun laptopgebruik. Er was geen enkele controle. Verschillende onderzoekers pleiten er dan ook voor om, als je laptopgebruik wil toelaten, na te denken over hoe je de laptops effectief kan integreren in de les en deze dus doelgericht kan inzetten (e.g., Fried, 2008; Wurst et al, 2008). Indien je beslist om de laptop toe te laten in de les, is het als lesgever het meest interessant om na te denken hoe de laptop nuttig kan zijn voor de leeromgeving.

 

 

Meer weten?

Over verschil in notities (laptop vs pen en papier) en het effect op leerresultaten

 

Over het (algemene ) effect van laptopgebruik op leerresultaten

 

Over het gegeven dat laptopgebruik afleidend kan zijn

Ragan, E. D. , Jennings, S. R. , Massey, J. D. , & Doolittle, P. E. (2014). Unregulated use of laptops over time in large lecture classes. Computers & Education, 78, (78-86).

 

Voor UA-personeelsleden

Hier vind je meer informatie over Monitoraat op Maat

 

(Onderwijstip maart 2019)