Master in de opleidings- en onderwijswetenschappen

  • 60 studiepunten
  • Nederlandstalige opleiding
  • Faculteit Sociale Wetenschappen
  • Stadscampus

Hoe ziet je opleiding eruit?

Word expert in leren en innoveren

Waarom? Bestaansreden van deze opleiding

De vraagstukken rond leren en ontwikkelen waarmee de onderwijs- en opleidingswereld geconfronteerd worden zijn complex en voortdurend in beweging. Dat vraagt om professionals die inzicht hebben in leerprocessen en richting kunnen geven aan de ontwikkeling van lerenden, van zichzelf en van organisaties. Het vraagt om mensen die kunnen bewegen in onzekerheid, die verschillende perspectieven weten te verbinden en die op basis van reflectie en wetenschappelijke onderbouwing weloverwogen keuzes maken. Daarom is het cruciaal te investeren in sterke professionals die binnen hun eigen contexten onderbouwde en contextgevoelige oplossingen ontwerpen, implementeren en evalueren. Dat vraagt niet alleen diepgaande expertise, maar ook de competenties om anderen te inspireren, motiveren en ondersteunen in leer- en veranderprocessen, om in dialoog en samenwerking binnen teams nieuwe inzichten te ontwikkelen, en om kritisch, reflectief en geïnformeerd te handelen.

Vanuit deze noodzaak leiden de opleidingen Master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) en Master in het Basisonderwijs (BaO) professionals op die leer-, ontwikkel- en innovatieprocessen begrijpen, vormgeven en evalueren. De opleidingen bieden academisch onderwijs dat inzet op zowel verdieping als verbreding van competenties rond leren en innoveren. Studenten ontwikkelen een sterke analytische en onderzoekende houding, leren bruggen slaan tussen theorie, praktijk en beleid en verwerven de competenties om evidence-informed te handelen. Zij volgen daarbij de recente ontwikkelingen binnen het wetenschappelijke domein en vertalen nieuwe kennis naar hun professionele praktijk. Tegelijk leren zij samenwerken, samen leren, communiceren en leiderschap opnemen binnen teams en organisaties. Door actief te leren in en vanuit de professionele praktijk ontwikkelen zij de competenties om wetenschappelijke inzichten kritisch te verbinden met concrete vraagstukken uit het werkveld.

Zo versterken OOW en BaO (toekomstige) professionals in hun vermogen om richting te geven aan leren en ontwikkelen, met inzicht in wat werkt, waarom het werkt, voor wie en onder welke voorwaarden. Daarmee realiseren de opleidingen hun maatschappelijke opdracht: academische kennis en onderzoek inzetten voor de duurzame ontwikkeling van mensen, teams en organisatie.

Wat? Inhoud en focus van de opleiding

De masters OOW en BaO zijn georganiseerd rond vijf beroepsrollen. Doorheen de opleiding ontwikkelen studenten deze rollen als een geïntegreerd geheel van competenties.

  • Vakspecialist. Onze studenten ontwikkelen gefundeerd inzicht in leren, didactiek (inclusief vakdidactiek in master BaO) en organiseren. Ze zijn vertrouwd met wetenschappelijke literatuur en de bestaande kennisbasis over leren en opleiden. Ze groeien uit tot vakspecialisten die wetenschappelijke inzichten vertalen naar onderwijs- en/of opleidingssettings.
  • Ontwerper / Veranderaar. Onze studenten worden sterk in het kritisch bevragen, ontwerpen en verbeteren van leercontexten. Ze selecteren en ontwikkelen interventies op basis van onderzoek en praktijkervaring, en beargumenteren hun ontwerpkeuzes vanuit zowel context als theorie. Door cyclisch, evidentiegedreven en in dialoog met betrokkenen te werken, realiseren ze effectieve, inclusieve en duurzame leeromgevingen.
  • Onderzoeker. Onze studenten worden sterk in het methodologisch verantwoord uitvoeren van (praktijkgericht) onderzoek. Ze verzamelen diverse relevante data en analyseren deze vanuit kritisch‑wetenschappelijke houding.
  • Leider. Onze studenten worden sterk in het verbinden van mensen, middelen en doelen om leer- en veranderprocessen te realiseren. Ze sturen zichzelf, collega’s en organisaties aan, creëren samenwerking binnen een reflectief en lerend klimaat. Zo groeien ze uit tot leiders die richting geven en naar duurzame (leer)resultaten toewerken.
  • Communicator. Onze studenten worden sterk in het helder, zorgvuldig en enthousiasmerend communiceren over ideeën, onderzoeksresultaten en beslissingen. Ze maken complexe informatie toegankelijk en voeren constructieve dialogen met diverse stakeholders. 

Deze vijf rollen vormen samen het kompas voor de leerdoelen en leerinhouden in de opleiding, voor toekomstig professioneel handelen en levenslang leren. In de master Basisonderwijs (BaO) wordt daarbij binnen de rol vakspecialist in het bijzonder ingezet op vakdidactiek en curriculumontwikkeling. De master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) zet diepgaander in op diverse opleidingscontexten en op de onderzoekscomponent.

Voor beide opleidingen geldt dat leren en instructie op drie op elkaar inspelende niveaus bestudeerd worden:

  • Het microniveau. Hier staan de leerpsychologische en onderwijsdidactische vraagstukken omtrent (het organiseren van) leerprocessen centraal. Hoe leren individuen en groepen?
  • Het mesoniveau. Dit betreft het ruimere instellings- of opleidingskader waarin leren en opleiding georganiseerd wordt. Hoe ontwikkelen organisaties in het onderwijs- en opleidingsveld zich? Hoe wordt leren op organisatieniveau gerealiseerd?
  • Het macroniveau. Dit niveau overstijgt de onderwijs- en opleidingsinstelling en richt zich op beleid dat door overheden en beleidsorganisaties vormgegeven wordt. Hoe krijgt beleid in educatieve contexten vorm?

Voor de master basisonderwijs is het een bewuste keuze om hier de basisschool voortdurend centraal te stellen. In de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) is de kijk ruimer en wordt op een overkoepelende manier dieper op het brede spectrum van informele en formele onderwijs- en opleidingscontexten ingegaan.

Hoe? Vormgeving van de opleiding

Beide opleidingen richten zich in hun ‘waarom?’ en ‘wat?’ zowel op reguliere studenten als op studenten die al in de praktijk staan en zich verder professioneel willen ontwikkelen. De ingebouwde flexibiliteit en het beperkt aantal contactmomenten gecombineerd met actieve zelfstudie maken de combinatie werken-leren mogelijk. De opleidingen hanteren een competentiegerichte aanpak waarin kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd ontwikkeld worden. Studenten ontwikkelen daarbij ook de nodige competenties om zich als onderwijsprofessional te blijven ontwikkelen. Typisch voor het opleidingsconcept achter beide opleidingen zijn verder volgende vier ontwerpprincipes:

  • De docent faciliteert individuele en gezamenlijke leerprocessen. De docent is verantwoordelijk voor het creëren van een multimodale leeromgeving die via een doordachte mix van onderwijsleeractiviteiten, onderwijstechnologie en evaluatie het leren op campus en via actieve, begeleide zelfstudie (remote) faciliteert. Het handelen van de docent getuigt van een basishouding die bijdraagt aan het creëren van een warme en veilige leercontext die tegelijkertijd studenten uitdaagt om te groeien. De docent is zo ook een rolmodel voor het professionele gedrag dat van studenten wordt verwacht.
  • Studenten sturen in toenemende mate het eigen leerproces. Om studenten voor te bereiden op een leven lang leren, krijgen ze in toenemende mate verantwoordelijkheid voor het aansturen van het eigen leerproces. Co-regulatie ondersteunt dit proces via sociale interactie en tijdelijke, flexibele begeleiding, waarbij de sturing van het leerproces geleidelijk verschuift van de docent naar de student. Via self-, peer en co-assessment krijgen studenten inzicht in het eigen leerproces en resultaten. Op basis daarvan kunnen studenten het eigen leerproces bijsturen en doelen voor verdere professionele ontwikkeling formuleren.
  • Kernvraagstukken uit de praktijk vormen het vertrekpunt van leeractiviteiten. De kernvraagstukken uit de praktijk vormen het vertrekpunt van de leeractiviteiten en zijn essentieel bij het verwerven van de mastercompetenties. Het studieprogramma is daarom opgebouwd rond inzichten, activiteiten, vraagstukken en dilemma’s uit het bredere veld van opleiding en onderwijs. Aan de hand van opdrachten en geïntegreerde projecten wordt het directe contact tussen de theorie en de praktijk zo veel mogelijk gestimuleerd.
  • Mix van reguliere en werkstudenten als kracht. Het samenbrengen van actuele academische perspectieven en rijke praktijkervaring creëert een krachtige leeromgeving waarin collectief leren en professionele dialoog centraal staan. Samenwerken met medestudenten biedt een realistische context voor het verwerven van competenties zoals effectief communiceren, samenwerken en problemen oplossen. Dergelijk collaboratief leren ondersteunt het individuele leerproces en omgekeerd.

Onderzoek in de opleiding

Binnen verschillende opleidingsonderdelen leer je stap voor stap individueel maar ook in groep wat wetenschappelijk onderzoek inhoudt: het interpreteren van, deelnemen aan, opzetten en uitvoeren van toegepast en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek binnen domeinen met grote momentane en/of toekomstige maatschappelijke relevantie.
 
Om de master succesvol af te sluiten moet je een masterproef schrijven. Deze masterproef moet het bewijs leveren dat je het vakgebied, en in het bijzonder het gekozen deelgebied (onderwerp), voldoende beheerst om zelfstandig een wetenschappelijk onderzoek op te zetten, uit te voeren en daarover schriftelijk te rapporteren. De masterproef moet zonder twijfel een bijdrage zijn, hoe bescheiden ook, tot de onderwijs- en opleidingswetenschappen. Het doel van de bijdrage is dat de bestaande wetenschappelijke kennis – inhoudelijk of methodologisch – na het tot stand komen van de masterproef toegenomen is, hoe bescheiden deze toename ook mag wezen. Dit veronderstelt dat vooraf wordt aangetoond dat in deze kennis ofwel leemten, ofwel tegenstellingen en onzekerheden schuilen en dat achteraf blijkt dat dit verholpen werd.
 

Praktijk in de opleiding

Binnen het interdisciplinair project (IP) ga je als student in groep aan de slag om een zinvol reëel project uit te voeren. Je bent lid van een zelfsturende projectgroep die gedurende één academiejaar op een projectmatige manier samenwerkt aan een authentieke taak in het brede veld van het organiseren van leren in opleidings- en in onderwijssettings, zowel op micro-, meso- als macroniveau. Deze taak wordt aangeleverd door een externe opdrachtgever. Om je te begeleiden bij het projectwerk wordt er vanuit de opleiding een procesbegeleider aangesteld. Tevens worden ondersteunende workshops georganiseerd. De evaluatie van het IP berust op de beoordeling van een schriftelijk projectverslag, een mondelinge presentatie en een peerevaluatie.

Werkwijze en studiebelasting

Zowel voor de voortrajecten (het schakelprogramma en het voorbereidingsprogramma) als voor de master hanteren we een hybride werkwijze.

Dat betekent dat we voorzien in:

  • een reeks fysieke contactmomenten (hoor- en responsiecolleges, werkmomenten)
  • begeleide zelfstudie (e-ondersteund via de Blackboard-leeromgeving)
  • projectonderwijs

Bij een realistische inschatting van de studielast hanteren we als (decretaal vastgelegde) basisregel: 1 studiepunt staat gelijk met 25 à 30 klokuren studielast.
Voor een opleidingsonderdeel van 6 studiepunten betekent dat dus ongeveer 150 à 180 klokuren of ongeveer 4 voltijdse weken.

Het studiemateriaal (studiewijzers, cursussen en een aantal boeken) kan na afspraak worden ingekeken bij de studietrajectbegeleider.
De docenten gaan uit van een goede (passieve) beheersing van het Engels met het oog op de verwerking van wetenschappelijke literatuur.
De contactmomenten zijn in het Nederlands maar een deel van het studiemateriaal is in het Engels (bv. Engelstalige wetenschappelijke artikels, Engelstalige boeken).

Kennis van de Engelse taal is dus nodig om het "academisch Engels" te kunnen begrijpen en studeren.