Farmaceutische, Biomedische en Dier­geneeskundige Wetenschappen

Innovatie en kwaliteitszorg

De Cel voor Innovatie en Kwaliteitszorg in het Onderwijs (CIKO) verzorgt de kwaliteitszorg en de onderwijsinnovatie op facultair vlak en versterkt de onderwijscommissies.

De CIKO staat onder meer in voor het organiseren en opvolgen van onderwijsevaluaties, het stimuleren van onderwijscommissies en docenten tot kritische reflectie op hun onderwijs, ondersteunen van visitaties (externe kwaliteitszorg) en onderwijsinnovatieprojecten in samenwerking met het Expertisecentrum Hoger Onderwijs.

Evaluaties van opleidingsonderdelen en programma-evaluaties

De evaluatie van opleidingsonderdelen

De evaluatie van opleidingsonderdelen vormt een integraal deel van het kwaliteitszorgsysteem van de Universiteit Antwerpen. Elk opleidingsonderdeel wordt ten minste één keer om de vier jaar geëvalueerd door middel van een enquête bij de studenten. De evaluatie van opleidingsonderdelen dient twee doelen:

  1. Verbeteren van het onderwijs. De enquêtes leveren betrouwbare en gerichte informatie die de docenten en onderwijscommissies kunnen gebruiken om hun onderwijs te evalueren en waar nodig bij te sturen.
  2. Evaluatie van docenten. De valide resultaten van de evaluaties worden, naast andere gegevens van onderwijs en onderzoek in het ZAP-personeelsdossier opgenomen.

Voor deze evaluatie wordt gebruik gemaakt van een gevalideerde vragenlijst. De CIKO staat in voor de praktische organisatie en opvolging van de evaluaties. De afname van de enquête gebeurt bij voorkeur op papier tijdens de contacturen of elektronisch in het semester dat volgt op het einde van het opleidingsonderdeel. De student kan dan zowel lessen, studiemateriaal, examen en beoordeling evalueren.

De resultaten van de enquêtes worden door de decaan van de faculteit aan de betrokken docent bezorgd. Wanneer de studenten een probleem signaleren, kan beslist worden om een docentopvolgingsplan op te stellen en het opleidingsonderdeel in kwestie vaker dan één keer om de vier jaar te evalueren.

De vragenlijst die voor deze evaluatie gebruikt wordt, is het resultaat van een studie uitgevoerd door de CIKO van de Faculteit SW. Zij ontwikkelden een betrouwbare en valide vragenlijst die op grote schaal werd getest.

De vragenlijst meet twaalf aspecten (of dimensies) van het onderwijs die hieronder met hun operationele definitie zijn weergegeven. Over elke dimensie worden drie (soms vier) gesloten vragen gesteld. Daarnaast bevat de vragenlijst één vraag over de beschikbaarheid van het studiemateriaal, één vraag naar de oorzaken van een eventueel te hoge studiebelasting en twee open vragen naar de positieve en negatieve aspecten van het opleidingsonderdeel. De gesloten vragen zijn geformuleerd als stellingen waarbij de student aangeeft in hoeverre hij daarmee akkoord of niet akkoord gaat.

Programma-evaluatie

Bij een programma-evaluatie evalueren studenten het opleidingsprogramma in zijn geheel: bereiken van de opleidingsdoelen (competenties), opbouw en consistentie van het programma, hiaten, logische opeenvolging van en aansluiting tussen opleidingsonderdelen, werk- en evaluatievormen, enz.

In overleg met de opleiding worden enquêtes opgesteld gericht naar studenten die hun studie hebben stopgezet, bachelor- en masterstudenten en alumni. Door verschillende groepen te bevragen, trachten we alle facetten en stadia van de opleiding te evalueren: van de instroom in het universitair onderwijs tot de uitstroom op de arbeidsmarkt.

De resultaten van de programma-evaluatie worden aan de onderwijscommissie van de opleiding bezorgd en vormen een belangrijke input bij zelfreflectie over de opleiding, opstellen van een zelfevaluatierapport ter voorbereiding van een visitatie en bij de curriculumherziening.

Focusgroepgesprekken

Een focusgroepgesprek is een informeel gesprek van een groepje studenten met de stafmedewerker onderwijs. Er zijn dus geen docenten of assistenten aanwezig.

Deze gesprekken leveren waardevolle en volledige informatie op over de sterke en zwakke punten van een opleiding. Aangezien focusgroepgesprekken frequenter plaatsvinden dan de vierjaarlijkse enquêtes per opleidingsonderdeel is het een heel waardevol instrument om snel problemen te detecteren en op te lossen. Studenten kunnen ook steeds zelf onderwerpen aanbrengen die ze op een focusgesprek willen bespreken.

Onderwijsvisitaties

Elke universitaire opleiding wordt elke acht jaar gevisiteerd door deskundigen van buiten de opleiding en de instelling.

Een visitatie omvat volgende stappen:

  1. Zelfevaluatie: Twee jaar voor de visitatie start binnen de opleiding een interne evaluatie. Het resultaat is een zelfevaluatierapport dat een systematische en kritische reflectie omvat over het eigen onderwijs. Het rapport beschrijft in een aantal door de VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad) vastgelegde hoofdstukken, de belangrijkste aspecten van de opleiding: de doelstellingen, het programma, de inzet van het personeel, de voorzieningen, de interne kwaliteitszorg en de resultaten. Daarnaast reflecteert de opleiding op haar sterke en zwakke kanten en geeft ze aan hoe ze vastgestelde problemen zal aanpakken. De VLIR heeft een handleiding opgesteld met alle instructies voor het schrijven van het zelfevaluatierapport. Het zelfevaluatierapport vormt de basis voor het bezoek van de visitatiecommissie aan de opleiding.
     
  2. Visitatie: Een commissie van 5 experts uit het vakgebied, door VLIR samengesteld, evalueert de kwaliteit van de opleiding en het onderwijsproces. De visitatiecommissie spreekt vervolgens met alle betrokkenen bij het onderwijs: universiteitsbestuur, professoren, assistenten, studenten en afgestudeerden. Ook brengt de commissie een bezoek aan de leslokalen en andere faciliteiten (vb. bibliotheek) en bekijkt ze het studiemateriaal.
     
  3. Rapportering: De visitatiecommissie geeft haar bevindingen weer in een visitatierapport dat publiek wordt gemaakt. Deze rapporten kunnen worden teruggevonden op de website van de VLIR.

Studietijdmetingen

Volgens het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs komt 1 studiepunt overeen met een studietijd tussen 25 en 30 uur. Met een totaal van 60 studiepunten per studiejaar bedraagt de totale studietijd tussen 1500 en 1800 uren. De totale studietijd is de som van het aantal contacturen en het aantal uren zelfstudietijd. De zelfstudietijd is alle tijd die de modale student nodig heeft buiten de contacturen om te slagen. 

Tijdens een studietijdmeting wordt gekeken of de bepalingen van het decreet effectief gehaald worden met andere woorden er wordt nagekeken of de studie niet te zwaar is voor de studenten. Daarnaast wordt ook geëvalueerd of de studiepunten correct verdeeld zijn over de verschillende opleidingsonderdelen en of de studiedruk mooi gespreid is over het academiejaar en zich bvb. niet concentreert in één welpaalde periode van een semester.

De studenten worden door het uitvoeren van een studietijdmeting geïnformeerd over de tijd die zij persoonlijk spenderen aan hun studie per week en per opleidingsonderdeel.
Sinds vorig jaar is de faculteit FBD, in samenwerking met het departement Onderwijs, gestart met online systeem voor studietijdmetingen waarbij de studenten wekelijks de tijd schatten die ze aan alle opleidingsonderdelen besteed hebben.

De studenten krijgen wekelijks een e-mail met een toegangscode op hun UA-mailadres. Deze code geeft toegang het online formulier waarin de studietijd per opleidingsonderdeel in aantal uur (afgerond) kan worden ingegeven. Studietijd omvat alle studie-activiteiten zoals colleges bijwonen, studeren, groepswerk maken, examen afleggen, etc. De verwerking gebeurt anoniem maar het studentennummer wordt gevraagd om statistische analyses uit te voeren (o.a. een koppeling aan slagen/niet slagen).
 
De studenten die wekelijks deelnemen aan de studietijdmeting krijgen aan het eind van het semester een persoonlijk overzicht van de studietijd die ze aan elk opleidingsonderdeel besteed hebben, samen met een overzicht van de gemiddelde studietijd van alle studenten samen. Zo kunnen de studenten onder andere evalueren of ze in vergelijking met de andere studenten veel of weinig tijd besteed hebben aan een bepaald opleidingsonderdeel en aan welk opleidingsonderdeel ze in de toekomst bvb. meer aandacht moeten besteden.

Nuttige Links