Doctoraatsonderzoek

Sinds zijn eerste werkjaar biedt het Instituut voor Joodse Studies de mogelijkheid aan twee pre-doctorale onderzoekers om hun onderzoek uit te voeren binnen de context van het Instituut.

Lopende projecten:

Het doctoraatsproject van Dennis Baert met als titel "Es muss noch etwas mehr geben als - Mich und Dich". Franz Rosenzweig and the Problem of Political Theology in Jewish Dialogical Philosophy onderzoekt hoe de Joodse dialogische denkers de politieke triade van staat, natie en wet in hun denken verwerkt hebben vanuit hun godsdienstfilosofische en theologische basisdenken, en hoe dit denken vandaag intellectueel vruchtbaar en relevant kan worden gemaakt vanuit meer recente ontwikkelingen in de (zowel Joodse als algemene) wijsbegeerte en theologie. 

Het doctoraatsproject van Hans van Nes met als titel Arba'ah Ve-Esrim: Paratekst en context in de Rabbijnenbijbels (1517-1525) bestaat uit een grondige, systematische verkenning van de Rabbijnenbijbels op basis van paratekstuele elementen.

Het doctoraatsproject van Annelies Augustyns met als titel German-Jewish Urban Experience in the Third Reich: Heterotopia in Breslau Life Writing tracht uit literatuurwetenschappelijk perspectief de tekstuele weergave van nationaal-socialistische stedelijke ruimte en dagdagelijkse stedelijke ervaring te onderzoeken in Duits-Joodse autobiografische literatuur.

Het doctoraatsproject van Sebastian Müngersdorff met als titel Narrative Estrangement? From Kafka and Blanchot Towards a Critical Theory of Culture focust op de notie van vervreemding in het werk van de joodse auteur Franz Kafka en de Franse essayist, schrijver en filosoof Maurice Blanchot.

Sam Shuman is visiting research student aan het Instituut voor Joodse Studies voor de periode 2017-2019 met een project genaamd Cutting out the Middleman: A Hasidic Enclave in Economic Transition.

Het doctoraatsproject van Anneleen Van Hertbruggen met als titel 'Des deutschen Dichters Sendung': De collectieve symboliek en retorische structuur van politieke religie in de lyriek van de Junge Mannschaft. (1933-1938) wil een bijdrage leveren aan het begrijpen van de collectieve symboliek en retorische structuur van politiek-religieus taalgebruik in de 'pro-nazi-poëzie' van de literaire groep Junge Mannschaft (1933-1945).